Globale beschrijvingen van steden en dorpen met verwijzingen naar meer gedetailleerde informatie. Sommige beschrijvingen zijn zeer summier en alleen gebaseerd op wat er elders in het Spokanisch Archief bekend is.
De stads- en dorpsnamen zijn alfabetisch gerangschikt.
Het aanklikbare -deelkaartnummer staat tussen {..}. Deelkaarten worden in een apart venster geopend.
Sinto-Lamk - gehucht met 290 inwoners
|
Lapoâ - stadje met 2900 inwoners
|
Bôrâ - districtshoofdstad met 290.000 inwoners
|
Een glijdende schaal van landelijk verleden naar stedelijke toekomst ...
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Aâstiy {G 08}
In de buurt ligt het Merdec-graf.
-
Acaratsa {B 03}
In Tjempse Pâlsten-gebergte; zeer geïsoleerd aan de
Caherrte; bekend restaurant
(Stadsrestaurant). Heeft de status van Vestingstad (bergvesting). Dankzij de klei die op diverse plaatsen langs en in de rivier de Caherrte werd gevonden, kende de stad van oudsher een bescheiden aardewerkindustrie. Om het toerisme en (dus) de economie te bevorderen tracht de gemeente de aardewerkindustrie uit te breiden en worden grote hoeveelheden klei (van betere kwaliteit) elders uit het land gehaald.
-
Acherque {J 11}
Aan Tsjok-meer; visserij; zalmconserven; forelkwekerijen; groot kerkhof met
grafstenen waarop beeldende teksten m.b.t. de verdronken vissers.
-
Adreev {H 07}
Dorp onder de rook van Amahagge dat meer en meer begon te verpauperen naarmate Amahagge groeide. Vooral na ca. 1960, toen de luchthaven zich sterk in de richting van het dorp uitbreidde, trok de bevolking weg vanwege de geluidsoverlast. De gemeente Trobensta (waaronder het dorp ressorteert) heeft in de jaren '80 een grote nieuwbouwwijk aan de zuidkant van het dorp ontwikkeld, met de bedoeling om zo de bevolking weer terug te lokken. Hier wonen voornamelijk werknemers van de luchthaven, die minder reden tot klagen hebben omdat ze er hun brood verdienen. Ruim twee derde van de bevolking woont in de nieuwbouw, de rest is voornamelijk autochtoon en woont in het centrum, dat nog steeds een verpauperde indruk maakt.
De grens met Amahagge loopt pal langs het dorp, en Amahagge heeft op zijn eigen grondgebied in 1995 een trimbaan en zwemvijver aangelegd, speciaal voor de bewoners van Adreev. Met dit gulle gebaar wil Amahagge de geluidsoverlast goedmaken en iets doen voor de bevolking die tenslotte voor een groot deel in Amahagge werkzaam is.
-
Advô {G 08}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting); de hele stad ligt op een hoge heuveltop en is omgeven met gekanteelde muren en torens op de hoeken.
-
Afacha {J 04}
Kuuroord in Crona-gebergte; bekend om zijn koolzuurhoudende mineraalwater, en
marmergroeven ("afachisch marmer": rood/grijs/groen/blauwgroen geaderd);
wintersportcentrum; kanoën op de Fu; sanatorium. Lees
Toerist in Afacha
.
-
Afarcal {I 04}
Zetel van de ryltiy. Bergplaatsje in stroomgebied van de Klinnÿr.
-
Aflif {K 10}
Hoofdstad van district Jelafo; luchtmachtbasis. Lees
Toerist in Aflif
.
-
Afonyste en Tunprest {F 02}
Afonyste (660 inwoners, gemeente Mânt) en Tunprest (160 inwoners, gemeente Jek) zijn twee vissersdorpjes aan de noordoostkust van Bloi, gelegen in een eenzaam duingebied. Omstreeks 1900 waren beide dorpjes ongeveer even groot (ca. 300 inwoners). Maar om de een of andere reden verdronken er in Tunprest veel meer vissers, en stierven er veel meer kinderen dan in Afonyste. Veel bewoners van Tunprest die meenden dat hun dorp door kwade geesten werd beheersd, verhuisden naar Afonyste. Daar waren velen bang dat de nieuwkomers de kwade geesten zouden meebrengen, zodat de nieuwe dorpelingen dikwijls werden verjaagd en zelfs wel vermoord.
In de loop der jaren werden de "immigranten" in Afonyste beter geaccepteerd, en omstreeks 1950 telde het dorp zo'n 800 inwoners, terwijl er in Tunprest nog geen honderd mensen waren overgebleven. Veel vissershuisjes waren tot ruïne vervallen, en de gemeente Jek nam geen enkel initiatief om het wegkwijnende dorp te redden. Daarentegen bekommerde de gemeente Mânt zich wel om Afonyste: hier kwam een nieuw schoolgebouwtje, de post werd elke dag bezorgd, er was een busverbinding naar Mânt, de hoofdstraat werd geasfalteerd, enzovoort.
Vanaf ca. 1990 is Tunprest door de stedelingen ontdekt, vooral uit Lift, Blort en Hirdo. Zij konden voor een habbekrats een vervallen vissershuisje kopen en als weekendhuisje opknappen. Nog steeds (anno 2005) staan er vele ruïnes en oude huisjes te koop. Makelaars prijzen de bouwvallen aan als "idyllische vissershuisjes, uitstekend geschikt voor de handige doe-het-zelver". Dit soort eufemistische omschrijvingen om onbewoonbare ruïnes aan te prijzen zijn wél een alibi om de prijzen op te drijven. Zie
huisjes in Tunprest
.
-
Akâm {J 11}
Heeft de status van Vestingstad (kustfort); ligt tegenwoordig door verzanding ruim 1 km in het binnenland.
-
Akarmonne {L 06}
Dorpje onder de gemeente Leeserf, aan de rand van het Girdes-gebergte. Er wonen nog geen 100 mensen, voornamelijk schapenboeren en tuinders. Omdat het dorp aan de hoofdweg tussen Leeserf en Quitas-Olas ligt, en ook de omgeving prachtig is (midden in een ongeschonden môliy-gebied, en fraaie bossen tegen de flanken van het gebergte) is de plaatselijke herberg een populaire plek om te eten en te overnachten. Bovendien worden vanuit deze herberg excursies georganiseerd naar interessante plekken in de omgeving, zoals de
Refsâfmonne-vluchttunnel.
??????????????
-
Âkevildul {H 10}
Dorpje in de zuidwesthoek van Tigof; bekend om de wijnbouw; de goede witte wijn is bekend onder de naam Blakker Âkevildul.
-
Alerita {J 09}
Zetel van de ryltiy. Het stadje ligt midden in een agrarisch gebied en heeft een belangrijke marktfunctie. Op dinsdag is er een schapen- en geitenmarkt, en op donderdag een groentenmarkt. Verder is er enige industriële bedrijvigheid (een suikerraffinaderij en een vleeswarenfabriek). Aan de rand van het stadje ligt de ryltiy-rens (de residentie van de ryltiy, vergelijk dit met een bisschop in zijn bisschoppelijk paleis). Een soort herenboerderij in traditionele stijl te midden van een weelderig park. De kerk in dit park wordt altijd druk bezocht.
-
Amahagge {AMAHAGGE}
Hoofdstad van eiland Liftka; universiteit met beroemde univ.bibliotheek;
bekend om zijn theaters, moderne cultuur en handel. Zeer bezienswaardig zijn
het stadhuis en het stelsel van onderaardse gangen, zg. esterulârs;
13e-eeuwse tempel op Afstoen-lirrotiy, samen met de
Calôiy-korda bij Gret, het oudste religieuze gebouw in
Spokanië; dierentuin uit 1892, met archeologisch museumpje waar de munten,
kleitabletten en weegmerkjes
te zien zijn die bij de bouw van de dierentuin werden
opgegraven; Boterboetseercompetitie (21 feb); kermis langs de Quapiydrô-mirra
(jul); Theaterfestival (11-20 aug); zie
Amahagge-esterulâr.
Amahagge kan opgedeeld worden in een aantal wijken met een totaal verschillend
karakter, zoals:
Kilâ: een volkswijk in West-Amahagge; tussen 1946-55 uit de grond
gestampt; de kwaliteit van de woningen bleek zo slecht dat de hele wijk tussen
1970-75 gesloopt is en opnieuw opgebouwd. De eenvormige rijtjeshuizen vormen
hier tegenwoordig een voor Spokanische begrippen opvallend stedenbouwkundig
aspect.
Port-arâbe: oorspronkelijk een arbeiderswijk met pakhuizen in het
havengebied; na de verplaatsing en sanering van de havens in de jaren 60 is de
wijk verloederd en gekraakt; hier speelde zich het alternatieve leven in de
jaren 60 en 70 af; vanaf ca. 1980 is de gemeente begonnen om de oude pakhuizen
te renoveren en de buurt om te toveren in een fraaie woonwijk voor de meer
welgestelden. Tegenwoordig (anno 2000) zien we een wijk met dure appartementen
waar de Spokanische yuppen zich graag willen vestigen.
Lahennta-Piramitt: ooit aangelegd als chique villawijk in
Noordoost-Amahagge (wijken 279 en 289). Tegenwoordig prefereren de welgestelden
een appartement in Port-arâbe, en beginnen de villa's wat te vervallen. Vele
ervan zijn verbouwd tot kantoren of worden bewoond door een aantal gezinnen,
die hier een soort "woongemeenschap" vormen, zoals ook in Denemarken populair
is.
Gaza-jakâm: (letterlijk: Gasveld). Terrein van de voormalige gasfabriek. Omstreeks 2000 is met de sloop van de fabriek begonnen en worden hier woningen gebouwd. Zie verder de plattegrond met beschrijving
.
Zie
vogelvluchtperspectief
van Amahagge en
lijst met gebouwen
in Amahagge.
-
Amejo {G 06}
Stadje (ca. 5000 inwoners) ten noordwesten van Gret. In 1731 brandde het gehele centrum af en werden de slachtoffers genereus opgevangen door de bewoners van het naburige dorp Ef Diôs, die ook hun leven waagden bij het blussen van de brand. Dit dorp kreeg toen als beloning van de koningin stadsrechten, met als gevolg dat de gemeente Amejo een stuk van zijn grondgebied kwijtraakte, dus kleiner werd, dus minder belasting kon heffen. Velen in Amejo betreuren tot op de dag van vandaag de hulp van Ef Diôs, en er bestaat dan ook een wrevelige relatie tussen de twee steden.
Tussen 1740 en 1760 is het stadscentrum in een bijzondere neoclassicistische stijl herbouwd, met pompeuze bouwwerken waarvan de hoge daken en torentjes tot ver in de omtrek van dit nogal kale môliy- en duinlandschap zijn te zien. Hieraan ontleent de stad tegenwoordig zijn charme en toeristische aantrekkingskracht. Souvenier- en textielwinkeltjes met talloze afbeeldingen van de verschrikkelijke brand (geschilderd, geborduurd, geëmailleerd, alle technieken zijn voorhanden) proberen de toeristen te lokken, en verder is het goed vertoeven in de 5 restaurants en 2 grand-cafés.
-
Amentôlestu {I 04}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting); Pegrevische grensverdediging gericht op Spokanië.
-
Andel {G 04/05}
Midden in Ergânt-moeras.
-
Asjetto {J 12}
Hoofdstad van district Flâp; bekend om zijn damast; beroemde domkerk uit 1420;
brede boulevards; Academie voor Theaterkunst; garnizoensplaats (oefenterrein en opleidingskamp landmacht en marine). Burgemeester
Huva Names-Solôs
doet er sinds 1995 alles aan om de stad tot DE culturele stad van Spokanië te maken.
Het centrum is omgeven met een grachtengordel, en hier en daar staan resten van muren en verdedigingstorens overeind. Omdat het stadscentrum binnen deze gordel zijn oorspronkelijke middeleeuwse karakter te weinig heeft bewaard, is Asjetto geen erkende Vestingstad. Dit tot groot verdriet van de ambitieuze burgemeester die niets nalaat om haar stad een centrale plaats in de Spokanische kunst- en cultuurwereld te geven.
Aan de oostkant van het oude centrum strekt zich de 19e-eeuwse wijk
Ef Primovera
uit met een neoclassicistische uitstraling. Veel huizen zijn vervallen of op een lelijke manier verbouwd of gerenoveerd. De gemeente streeft ernaar om de woningen weer hun oorspronkelijke allure terug te geven; dit betekent dikwijls een grondige restauratie en slopen van de smakeloze aan- en uitbouw. Ook hier blijkt de doortastendheid van de burgemeester weer, want zij weet bij de regering in Hirdo subsidies los te krijgen, wat andere gemeentes niet lukt.
Zie ook Kirofo-pyr en
Sinto-Jânes-domiy.
Vroeger concentreerde de industrie zich langs de zuidelijke kant van de haven die diep de stad in steekt. Tegenwoordig is industrie minder afhankelijk van schepen en vinden we een snel groeiend industriegebied aan de noordzijde van de stad. Alleen de suikerraffinaderij en enkele graanverwerkende fabrieken nemen nog een prominente plaats in het havengebied - en dus midden in de stad - in.
-
Ater-Ðeeroymâp en Ater-Gÿ {J 04}
Twee dorpjes in het nauwe dal van de Fu, tussen het Stay-meer in het noorden en de stad Granô in het zuiden. De dorpjes zijn te bereiken via een onverharde weg langs de rivier, of met de trein via de spoorlijn Quobenta--Granô. Bij beide dorpjes (op 1 km afstand) is een halte waar sommige treinen stoppen.
Beide dorpjes, inclusief het Fu-dal ertussenin, zijn vanaf eind jaren '90 serieus bezig om toeristen te trekken, waarbij de vele minerale bronnen, ongerepte natuur en aantrekkelijke faciliteiten worden aangeprezen. Lees
Toerist in de Aters
.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Berezze {F 10}
Badplaats met chique
jachthaven
aan Zverosta-kust; vissershaven; lange boulevard omzoomd met kastanjebomen; veel gevels gaan verscholen achter stokrozen en zonnebloemen; centrum met smalle steegjes en intieme binnenplaatsen.
-
Blof-nurp {I 13}
Op Krupel-Blof-jakâm; bekend om de enige overgebleven klokkemolen (de
Sinto-Lopiy-môjôl
).
Verder fraai praalgraf van graaf Frâkkeny Rifo
Flâgpe-Ista Lôra, uit 1877, in een houten kerkje. De F.A.S. heeft het hele dorp tot beschermd object verklaard, zie
object 212
.
-
Blort {E 04}
Hoofdstad van eiland Berref; tot 1793 hoofdstad van Spokanië; beroemde
Pelres-kerk; zie
Sparot-paleis.
-
Blufklirrotiy {H 10}
Onaanzienlijk dorp. Bekend om zijn
Heilige boom
.
-
Blumarr {E 05}
Oud cultureel centrum; graanmarkt; zie
Ennucoriy-klooster en
Ennucoriy-tempel.
-
Bôrâ {BÔRÂ}
Hoofdstad van district Tjemp; belangrijkste havenstad van Spokanië;
wapenindustrie; petrochemische industrie; locomotieffabriek (enige van het
land). Het centrum wordt gedomineerd door de Sinto-Pyter-kathedraal met een toren van 65 meter. Niets in het centrum mag hoger dan deze toren gebouwd worden, zodat de hoogbouw alleen in de periferie te vinden is. (DOM 69)
| |
Aan de zuidrand van Bôrâ domineert de hoogbouw.
|
-
Bref en Mitâ {C 05}
Bref (1600 inwoners) en Mitâ (2000 inwoners) liggen aan de oostelijke kant van het Azÿ-gebergte, ter hoogte van Empecho. Bij Mitâ is een belangrijke tinmijn, waardoor deze plaats en Bref bekend zijn door hun bronsgieterijen. Het hiervoor benodigde koper kwam vroeger uit mijnen in de buurt, maar tegenwoordig wordt het koper uit de enig overgebleven mijn bij Titeref, wat zuidelijker in het Azÿ-gebergte, gehaald. In Mitâ zijn enkele bekende klokkengieterijen, terwijl de bronsgieterijen in Bref zich meer gespecialiseerd hebben in beelden en gebruiksvoorwerpen. Beide plaatsjes werken nauw samen bij het promoten van hun bronsindustrie en het trekken van touristen. De hele hoofdweg (nummer 61) tussen beide stadjes is dan ook één aaneenschakeling van winkeltjes en stalletjes waar bronzen producten (en talloze souvenirs en snoepgoed) te koop worden aangeboden.
Alle bronsgieterijen in Bref en Mitâ zijn te bezoeken (meestal op afspraak), en in Bref worden ook cursussen bronsgieten gegeven in de Oude Watermolen (Liftkar Knurfel-môjôl). Tot ca. 1955 was dit inderdaad een watermolen, aangedreven door de hier krachtig stromende bovenloop van de Heljec. Hier werd graan gemalen, dat werd verbouwd op de akkertjes langs de berghellingen. Tegenwoordig herinnert niets meer aan de molen, maar het gebouw, samen met de belendende voormalige markthal, heeft nu een culturele en recreatieve functie. Er worden niet alleen cursussen (met name bronsgieten en beeldhouwen) gegeven, maar ook tentoonstellingen gehouden. Bovendien is er een goed restaurant gevestigd.
Staat in Bref de meer artistieke kant van het bronsgieten centraal, in Mitâ ligt de nadruk meer op technisch vakmanschap. Klokkengieten is een hoogstaand ambacht waarbij ook nog de nodige muzikale begaafdheid vereist is - zeker als het om carillonklokken gaat. Aangezien in Spokanië het gebruik van kerk- en carillonklokken een typisch katholiek verschijnsel is (in de ergynische delen van het land bestaan er geen kerkklokken), wordt in Mitâ alles met betrekking tot klokkengieten gehuld in een ietwat mystieke, etherische waas. Gegoten klokken bevatten altijd een bijbelspreuk en worden door een geestelijke ingewijd. In Mitâ hangt een contemplatieve sfeer, terwijl Bref de meer bourgondische kant van het roomse leven vertegenwoordigt.
-
Brûts {F 08}
Forelkwekerijen; sinds ca. 1990 ontwikkelt het dorp zich tot een echt
toeristenplaatsje, mede dankzij de zandstranden langs het
Sinto-Jost-stuwmeer, waar het ideaal is voor
gezinnen met kleine kinderen.
-
Brym {C 08}
Dorp (670 inwoners) aan de Plafotô, gemeente Korif. Midden in mijnbouw- en industriegebied. Het centrum van het dorp is echter verrassend karaktervol: een kerkje uit de 16e eeuw, en wat monumentale gebouwen uit de 18e en 19e eeuw omringen een oud plein met enkele majestueuze kastanjebomen. De herberg is in 2000 geheel opgeknapt en in oorspronkelijke staat teruggebracht. Van hieruit begint een wandelroute, eerst via een
voormalige spoorbrug
de Plafotô over, en dan verder naar het westen, door het duingebied van de Laboh-kust naar Vlel. Er is ook een aftakking naar het natuurreservaat Plafotô-delta in het zuiden.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Câlster-Vârmiy {H 08}
Bekende manege.
-
Cerma {D 05}
Dorp is bekend vanwege de ballade
Lena ur Lerdu
.
-
Clatô {J 02}
Zetel van de ryltiy.
-
Côs {J 05}
Zetel van de ryltiy.
-
Crelco {H 03}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting); het centrum is omringd met muren en torens.
-
Crobela {J 04}
Wintersportcentrum aan de Ÿrlaâgchÿ; geneeskrachtige bronnen.
-
Crybba-ef-Hazâck {J 07}
In de Hazâcki-pôlder.
-
Cÿrbastÿ-sÿrt {G 12}
Eenzaam gelegen in het Lamk-gebergte; wijnbouw aan de westzijde hiervan; de
straatjes met grijsgekalkte huizen met blauwe luiken en oranje daken, en de
platjes en binnenplaatsjes vol met geraniums vormen een aantrekkelijk beeld
voor toeristische foto's. De zandweg tussen Cÿrbastÿ-sÿrt en Kiven is in 1991
geasfalteerd en de plaats wordt nu meer en meer door toeristen bezocht.
-
Cÿrlamejo {G 12}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Cÿrôis {F 10}
Heeft de status van Vestingstad (kustfort); het oude stadscentrum is met muren en torens omgeven en grenst direct aan de zee; drie torens staan in het water.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Ðebantiy {I 05}
Zetel van de ryltiy.
-
Derebâtje {GAROS}
Leeft van de visserij en het toerisme. Heeft de status van Vestingstad (kustfort); de hele stad is met muren omgeven; aan de zeekant staan enkele torens. De F.A.S. heeft het oude centrum van Derebâtje tot beschermd object verklaard, zie
object 716
.
| |
De baai van Derebâtje is omzoomd met heerlijke stranden. Op veel plaatsen is het verplicht om een ligstoel te huren, maar de prijs ervan is ook vaak inbegrepen bij de maaltijd die je in het strandrestaurant kunt gebruiken.
Op de achtergrond steekt de 300 meter hoge Tycoñg-top boven alles uit. Het is het hoogste punt van het eiland Garos.
|
-
Doder-sÿrt {H 07}
Bekende halte van de interlokale tramlijn tussen Xemân en Amahagge; in 1988 is
de gehele bevolking naar Amahagge getrokken om daar het centraalstation te
bezetten; met deze actie wilde de bevolking protesteren tegen de voorgenomen
opheffing van de tramlijn; het toen lege dorp is door een menigte soldaten
bewaakt om plunderingen tegen te gaan; de tramlijn is niet opgeheven.
-
Ðorâs {I 06}
In Kulano-gebergte; kwam in 1990 in het nieuws omdat de burgemeester wilde
verbieden dat de geiten en schapen los door de straten liepen; na veel
politiek geruzie is de burgemeester ontslagen en hebben de dieren nog steeds
vrij spel.
-
Dreumân {I 04}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting); Spokanische grensverdediging gericht op Pegrevië.
-
Drufpôl {F 09}
Klein dorp, idyllisch aan het Krea-meer gelegen. Al vanaf ca. 1850 een geliefd vakantie- en kuuroord voor meer welgestelde stadsmensen. In de 19e eeuw logeerde men in prestigieuze hotels langs de oever en liet men zich graag op het meer rondroeien in een soort namaak-Venetiaanse gondels. Vanaf ca. 1900 kon men ook tochtjes op een stoomschip maken; aan de andere kant van het meer legde men aan om op de glooiende oevers te picknicken (hier zijn nu enkele kampeerterreinen). Verder was de omgeving van Drufpôl geschikt voor wandelingen. Al dit vermaak werd in de eerste plaats om gezondheidsredenen gedaan: lichaamsbeweging, frisse lucht en helder water. Tussen ca. 1850 en 1930 verrezen er een dozijn hotels en pensions - de
drie grootste gebouwen
langs de oever (aan de rand van het dorp) zijn recent gerestaureerd. Hier komen nog steeds veel toeristen, maar tegenwoordig zijn windsurfen, zeilen, zwemmen en wandelen de favoriete bezigheden.
De kleinere hotels en pensions die vroeger meer in het centrum van het dorp stonden, zijn vrijwel alle verdwenen; hiervoor in de plaats vinden we nu enkele restaurants en pizzeria's. Omstreeks 1900 woonden er nog ruim 600 mensen, tegenwoordig nog maar 110; zij leven alle van het toerisme.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Eeneteree {J/K 08}
Oud stadje tussen Hoggebim en Liyrotyka. Dankzij het naburige openluchtmuseum (Lycô-Fôresta) raken toeristen ook in dit stadje zelf geïnteresseerd. Bezienswaardigheden: het
Wevershuis
(museum) en het Kvoza-klooster.
-
Ef Diôs {G 06}
Stadje (2300 inwoners) ten noordwesten van Gret, in een kaal môliy- en duingebied. Ressorteerde tot 1731 als dorp onder de gemeente Amejo, maar koningin Larô Atori Thyrra beloonde het plaatsje in dat jaar met stadsrechten vanwege het moedige optreden van de bevolking bij een grote brand in Amejo, waarbij het hele centrum werd weggevaagd. De slachtoffers die hun huis en haard (en familieleden) hadden verloren, werden door de bewoners van Ef Diôs opgevangen en zij hebben ook ijverig geholpen bij de wederopbouw.
Na de aanleg van de spoorlijn (in 1905) kreeg de economie van Ef Diô een impuls, vooral door de opening van een conservenfabriek waar schapen- en rundvlees werd ingeblikt, een zeer modern product voor die tijd (tegenwoordig wordt ook groente en fruit ingeblikt).
Het oude centrum ademt nog steeds een dorpse sfeer, maar wordt omringd door stedelijke bebouwing en industrie. Vermeldenswaard is "Stroomfabriek" (Lynaâs), een kleine elektriciteitscentrale die in 1909 in het centrum is gebouwd, met een aansluiting op de nieuw aangelegde spoorlijn voor de aanvoer van kolen. Het fabriekje heeft het tot 1941 uitgehouden, waarna de stad op het landelijke elektriciteitsnet werd aangesloten. Tussen 1985 en 1990 is het ernstig vervallen gebouw geheel gerestaureerd, en tegenwoordig fungeert het als cultureel centrum met het populairste (niet het beste) restaurant van de stad.
-
Ef Kolai Prusot {I 05}
Bekend vanwege de tempel aan de oever van de gelijknamige rivier; zie
Afstoen luft ef Kolai Prusot.
-
Ef Pârenkiy {F 06}
Kwam in 1960 in het nieuws vanwege de gruwelijke moord op de burgemeester,
zijn vrouw en zijn twee kinderen; motief en dader zijn tot op heden onbekend. In 1999 is een verdachte aangehouden, maar omdat de moord in 2000 (na 40 jaar) verjaard zou zijn, had het geen zin om de verdachte nader te verhoren of vast te houden.
-
Ekkrešy {H 12}
Rustiek vissersplaatsje op het eilandje Hupster-Hurt; verboden voor auto's.
Empecho {C 05}
Aan de monding van de Trendon; vissershaven; conserven- en aardewerkindustrie;
groenteveiling; op het kleine eilandje
Chelbecha in de monding van de Trendon staat
een 17e-eeuwse toren die tot 1919 als gevangenis heeft gediend en tegenwoordig
een restaurant huisvest. Empecho is druk bezocht tijdens de
Sailka-feesten.
-
Entâ {G 05}
Zetel van de ryltiy; agrarisch plaatsje aan westrand van Ergânt-vlakte.
-
Eon (Jelafo) {I 07}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting).
-
Eratiyft {L 01}
Op de noordpunt van Teujan, aan de monding van de Eent; vissershaven;
Vrijheidsmonument (1960) van Vereniging van Gepensioneerde Officieren. Mooi
uitzicht vanaf deze 60 m hoge piramide.
-
Est {E 06}
Dorp met oud fort ter verdediging van Hirdo. Verder bekend vanwege de Rofonos-heuvel, waar de
Lufanius-tempel gestaan moet hebben.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Falebo {B 04}
Industriestadje (ruim 2000 inwoners) in de noordwestelijke hoek van Plefô. De belangrijkste werkgevers zijn hier de suikerraffinaderij met bijbehorende snoepfabriek en wat houtverwerkende industrie. In de omgeving worden dan ook veel suikerbieten verbouwd en ten oosten van Falebo is een bosrijk gebied.
Op toeristisch gebied is er niet veel te beleven. Er zijn een aantal winkels waar je houten speelgoed en snoepgoed kan kopen, er is een soort caferaria waar ze drankjes en gebak op basis van suikerbieten verkopen en in het katholieke klooster twee kilometer ten noorden van het stadje kan je de kapel en bibliotheek bezoeken. Verder is het bosgebied geliefd om te recreëren.
-
Fesfôresta {I 07}
Bekend door zijn mengelmoes aan bouwstijlen; het hele dorp is omstreeks 1780 uitgedacht door baron Câlm Hufy-Ilo Zjae, die zijn bouwwoede en de daarmee gepaard gaande uitbuiting van zijn knechten met de dood moest bekopen. (UIS 23). De F.A.S. heeft dit gehele dorp tot beschermd object verklaard, zie
object 723
.
-
Feuni {H 07}
Aan de Larmin-kust; heeft de status van Vestingstad (kustfort). Het fort is een groot complex van gebouwen, muren en torens aan de zeekant van de stad. Verder bekend om de legende van het meisje dat bang was om prôts te eten; Slag bij Feuni in 1588 tussen de legers van
Lotôlmensten en van
Klesto Mercu.
-
Fietso {I 06}
Onder aan de Zrâvve-pas; hier kan het huis bezocht worden waar koning Huron
Herco II in 1902 logeerde en hij zijn naam in het bed kerfde.
-
Fjer {B 06}
Aan de rand van Azÿ-gebergte; bekende kerk met koorhek en preekstoel van
Paskal Marzec uit 1892.
-
Flefumy {H/I 07}
Heeft beroemde eikeboom waarin koningin Lindokiy
Zabert Âncaramé in 1876 haar initialen kerfde.
-
Floran {K 03}
Zetel van de ryltiy. Spoorwegknooppunt in mijnbouw- en industriegebied. Volgens de
Sage van de Noordentrek is Floran ca.1241 gesticht door
een veldheer die op deze plek de schedel van zijn tegenstander begroef,
nadat hij deze gedood had in een duel om prinses
Elveg.
-
Fonistâ {H 06}
Forensenstadje dat economisch sterk afhankelijk is van Amahagge; het
stratenpatroon voldoet geheel aan de traditionele karrewiel-vorm.
Zie ook de kaart van Fonistâ
.
-
Fônk {F 10}
Fônk heeft niet meer dan 800 inwoners die alle wonen binnen de muren van een oud kustfort. In 1625 kreeg dit complex om onduidelijke redenen stadsrechten, hoewel het nauwelijks het karakter van een stad had (en tegenwoordig nóg niet). Sinds 1991 heeft het de status van Vestingstad. Het is er tamelijk toeristisch: er zijn enkele campings in de buurt, de inham tussen Fônk en Berezze is populair bij windsurfers en waterskiërs (die elkaar soms behoorlijk in de weg zitten), er is een bootverbinding naar het eilandje Beekberg met zijn interessante museumkasteel Beeckbergh.
De voormalige binnenplaats van het oude fort fungeert tegenwoordig als stadsplein en dit is het grootste deel van het jaar één groot terras, geëxploiteerd door een tiental restaurants en cafés eromheen. Het is in Spokanië tamelijk uniek dat verschillende, elkaar in principe beconcurrerende, horecagelegenheden bereid zijn om gezamenlijk één terras te exploiteren. Maar dit is hier mogelijk dankzij een interessante belangenverstrengeling. Het terras kan bij regen of kou geheel overdekt worden door een enorme plastic overkapping die langs staaldraden naar buiten geschoven kan worden, en daar hebben alle exploitanten natuurlijk baat bij. Deze overkapping is geleverd door de plasticfabriek Bereplast in het naburige Berezze. De directeur van dit bedrijf heeft twee broers: de eerste is eigenaar van twee restaurants op dat plein, en de tweede is wethouder in Fônk die "toerisme" in zijn portefeuille heeft. Geen wonder dat zo'n overkapping er kan komen!
-
Fôrt-Albert {F 06}
Dorp met oud fort ter verdediging van Hirdo. Het fort is tegenwoordig een ruïne (Albert-ruinn), geclassificeerd als beschermd monument.
-
Fôrt-Deeter {F 06}
Dorp waar zich tot ca. 1920 een fort bevond ter verdediging van Hirdo. Het bouwwerk is gesloopt en het overwoekerde terrein is in 1970 in een bos veranderd. De stenen van het oude fort zijn gebruikt voor de bouw van de meubelfabriek MZC bij het dorp.
-
Fôrt-Freerk {G 07}
Dorp met oud fort ter verdediging van Gret; tegenwoordig is het fort een kazerne. Verder bekend om de Calôiy-kerk.
-
Fôrt-Iserhent {H 06}
Dorp met oud fort ter verdediging van Amahagge; tegenwoordig is het fort een kazerne.
-
Fôrt-Lâerftâf {K 04}
Dorp met oud fort ter verdediging van Mollefin; tegenwoordig is het fort een kazerne.
-
Fôrt-Peeter {H 09}
Dorp met oud fort ter verdediging van Gralkrich; tegenwoordig dient het fort als opslagplaats voor wapens (wat officieel bevestigd noch ontkend wordt).
-
Fôrt-Thyrra-Fercen {E 02}
Dorp met oud zeefort; tegenwoordig is het fort een kazerne.
-
Fraja {H 06}
Fraai gelegen aan de Larmin-kust; mooie stranden die overgaan in bospartijen.
-
Frâk {I 13}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting); het centrum is omgeven door een hoge muur met 2 poorten. Een bekende marktplaats op de
Krupel-Blof-vlakte; op woensdag is er een
folkloristische groente- en fruitmarkt.
-
Frezzet {I 08}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting).
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Garos {GAROS}
Hoofdstad van eiland Garos; tot ca. 1970 een rustiek vissersplaatsje,
sindsdien uitgegroeid tot een toeristische kermis. In de Garosische taal
heten deze stad en eiland Gárosh.
-
Gasky {I 13}
Hoofdstad van eiland Lomky; zie Kult-Sjeus
Maria-câtedralo; ruïne van 15e-eeuws klooster, een van de eerste christelijke bouwwerken in Spokanië; visserij; scheepsbouw.
-
Gerfta {J 04}
Bekend om de Hupster-Veemt-kerk.
-
Gerneertfonis {J 10}
Tot 1962 een zelfstandige gemeente; visserij en teelt van riet en zeekraal.
-
Girdes {L 09}
Op een landtong in de Girdestona-delta; heeft de status van Vestingstad. Er is een oud, met wallen omgeven centrum, gedomineerd door een slot. Verder berucht om de zware stormen die er
kunnen woeden, waarbij de zee ver de delta in gestuwd wordt; leeft van de
visserij en visconservenindustrie; idyllische vissershaven met een aantal
knusse kroegen en eethuisjes. Vanwege een kleine landmachtbasis heeft de stad de status van garnizoensplaats.
-
Girdesef {L 09}
Hoofdstad van eiland Brÿr; binnenstad is omgeven met wallen en torens uit de
15e en 16e eeuw, waarin 4 indrukwekkende stadspoorten; luchtmachtbasis.
-
Gralkrich {H 09}
Heeft de status van Vestingstad, met een kasteelcomplex in het centrum, omgeven door een cirkelvormige gracht, waarlangs een 16e- en 17e-eeuwse bebouwing aan origineel stratenpatroon.
Het is een oude handelsstad, vele mooie gebouwen uit 16e, 17e en 18e eeuw; Hollands
grachtenstelsel; domkerk uit 1720; kunstcentrum; academie; Cartografisch Instituut; jacht- en vissershaven; veerhaven. Verder is er een luchtmachtbasis.
-
Grejala en Polefi {H 05}
Grejala (1700 inwoners) en Polefi (1200 inwoners) liggen beide aan de noordrand van de Hekory-môliy, het eenzame glooiende gebied in het westen van Ales. Hier vinden we een kleinschalige lappendeken van bospartijen, akkers, weiden en onontgonnen heidegebieden. Een opvallend element in dit gebied zijn de grote witgepleisterde boerderijen. Maar ook Grejala en Polefi springen in het oog door hun nette witgepleisterde huizen en 19e-eeuwse strengheid die we het Spokanische neoclassicisme kunnen noemen.
Het is deze welhaast on-Spokanische ordelijkheid en netheid, niet alleen kenmerkend voor Grejala en Polefi zelf, maar ook voor het gebied ertussen, dat beide stadjes een samenwerkingsverband zijn aangegaan om deze hele streek te "promoten". Weg 23, de prachtig geasfalteerde maar rustige en landelijke hoofdweg tussen beide stadjes, wordt als "economische navelstreng" aangeprezen. Zo wordt de figuurlijke band tussen beide stadjes ook als concrete verbindingslijn gepresenteerd.
Het is de bedoeling dat alle
boerderijen en huizen
langs deze weg qua stijl een eenheid vormen (dus traditionele witte bouwstijl en goed onderhouden) en dat er zo veel mogelijk bed&breakfast-faciliteiten komen of anderszins toeristisch aantrekkelijke initiatieven worden genomen.
-
Gret {G 07}
Aan de monding van de Krappa; geheel ingesloten door hoge dijken; beroemde
schouwburg uit de 18e eeuw in neogotische stijl; Vette Toren (Keša Taris) uit ca.1480 kan beklommen worden; indrukwekkende gevellijn van 18e-eeuwse koopmanshuizen langs de Krappa-kade.
Even buiten Gret vinden we de Plûx-arâbe,
een beroemd hippisch centrum (zie ook
afbeelding
),
in 1626 door koning Hastâm Temp Grâmbarynne als renbaan ingericht, om aan te tonen dat de Berrefse volbloed sneller was dan alle andere raspaarden. Hier wordt elk jaar het
Nationale Rensportfestival gehouden.
-
Grlabô {E 04}
Zetel van de ryltiy. Het stadje ligt aan de Kennðeri, een kanaal dat veel pleziervaart aantrekt. Daarom heerst er 's zomers in Grlabô een gezellige drukte met talloze motorjachtjes langs de oevers. De straten en steegjes in het centrum zijn opgevrolijkt met bloembakken en geveltuintjes - bewoners kunnen voor hun bloemen en planten subsidie van de gemeente krijgen.
-
Gÿrô {J 06}
Zetel van de ryltiy. Fraai gelegen aan de Prek, bekend om zijn overstromingen in het voorjaar; pittoreske oude straatjes met gevels en plaveisel van grijze flâkâ-stenen (zoals de
Ðuvelme-mirra
);
mooi stadhuis met de Herenzaal, alwaar enkele bekende schilderijen, zoals "De Veldslag van Creep" door Pelcer Vlomâ-Jâstiy (KLOPT DIT WEL?); imposante Ergynne-kerk, in 1970 gerestaureerd; Stadsmuseum met schilderijen van de Bakkerijbrand; in Gÿrô speelt het verhaal van het Kind zonder navel zich af; ef lâzâre ef gÿrô (wonen in een plaats/stad aan een rivier die elk voorjaar blank staat; zie ook De brand van Gÿrô.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Hâcÿr {F 05}
Vissershaven aan Piyya-fonis; groot getijdeverschil; bij eb komen de resten
van een 14e-eeuwse burcht in de haven bloot; in de Ergynne-kerk is een
plafondschildering met erotische voorstellingen uit de Ergemip te bewonderen.
-
Hajisen {E 06}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting met gekanteelde muren en poorten).
-
Hajofese {F 07}
Zetel van de ryltiy; heeft de status van Vestingstad (bergvesting). Lees
brochuretekst
. (DOM 53-54)
-
Halaresto {J 11}
Zetel van de ryltiy. Aan inham met fraaie badstranden; veemarkt op vrijdag.
-
Halefiytjô {I 08}
Bekende wapenfabriek.
-
Halepoai {J 06}
Zetel van de ryltiy.
-
Halepoai armt ef Kjoep {J 05}
Wolmarkt en wolverwerkende industrie.
-
Has {D 03}
Door een grote dijk gescheiden van de Kjûpur-zee; belangrijke jachthaven;
zeil- en windsurfcentrum; de vele zandbanken en de landtong even ten westen
van Has zijn berucht bij zeilers en surfers.
-
Has-belt {C 04}
Zetel van de ryltiy; heeft de status van Vestingstad; ommuurde stad op vlakte.
-
Haÿe {I 09}
Wordt genoemd in de Sage van Grurve en
Âncarramé.
-
Heles-Tenta {H 06}
Bekend door de kerk met de schrijn waarin het gebogen zwaard van
Grurve wordt bewaard.
-
Heness {I 07}
Typisch Liftka's dorpje aan de Prek, gebouwd van grijze flâkâ-stenen, met een
pleintje waarop een fraaie pomp, De gemeente Hafonis doet er van alles aan om
het dorpje voor de ondergang te behoeden; de bewoners zijn bijna alle bejaard
en het inwonertal neemt gestaag af.
-
Hier {E 08}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting); zetel van de ryltiy. Het centrum ligt voor een deel op een steile rotsrichel en is gedeeltelijk ommuurd. De stad ligt in het Ÿrcô-gebergte en is bekend om de Nôrgta-kerk
waar een urn bewaard wordt, waarvan men beweert dat hierin de as van
Alasonur zit.
-
Hildi {D 06}
Hoofdstad van district Munt; belangrijkste marinehaven (met marineluchthaven en opleidingskamp landmacht en marine). Visserij; industrie; Sinto-Crusa-covent;
geboorteplaats van de Heilige Mâgdalena. De
Mustrif-terf ("Schoenmakerssteeg") tussen het Gômblâps-plein en het oude centrum
is bekend om zijn antiquariaten en
antiekwinkeltjes
.
-
Hirdo {HIRDO}
Sinds 1793 hoofdstad van Koninkrijk Spokanië; in 1768 tot stad uitgeroepen; in
het centrum staat een steen die de precieze geografische positie aangeeft:
20°40' WL en 49°12' NB; zie Kindis-kolini. Zetel van de
ryltiy; in het noorden van de stad is een grote landmachtbasis en daarom heeft Hirdo de status van garnizoensplaats.
De oudste wijk in het centrum is Riyn-jakâm, tussen het Trendon-kanaal en de Lutta-mirra. Hier vindt de toerist een bonte mengelmoes van arme tandeloze vrouwtjes, studenten, muzikanten en yuppen. Veel oude huizen en woonkazernes worden gerenoveerd tot luxueuze appartementen, maar er gaan sinds 2002 stemmen op om daarmee te stoppen, omdat de wijk anders zijn traditionele karakter verliest en de oorspronkelijke bewoners er geen plaats meer hebben.
| |
Met de Hirdo-card krijgen toeristen 50% korting op de toegangsprijs van alle musea, 25% korting op de toegangsprijs van talloze andere attracties, en zijn tram, bus en metro gratis. Ook veel restaurants geven diverse kortingen. Prijs: 12 herco voor 24 uur, 20 herco voor 48 uur of 32 herco voor 72 uur.
|
Lees verder:
UIS 43
;
Gay-scene in Hirdo
;
Artikel in Traject (Volkskrant)
.
Zie verder:
kaart Hirdo-Centrum
;
overzichtstekening van Hirdo-Centrum
en
lijst met gebouwen
in Hirdo.
-
Hoggebim {J 08}
Hoofdstad van district Renô; veel prestigieuze instituten zoals:
Conservatorium, Academie voor Bouwkunst, Muziektheater (zie
Malodee-teatriy), Nationale Theater,
Biologisch Museum, Historisch Museum (met lamsvel waarop de Spokanische
oorlogsverklaring aan koning Lotdyrrne); de
stad wordt in twee delen gesplitst door de Kjoep die in de Hoggebim-fonis
uitmondt; Hoggebim draagt ondanks het rijke culturele leven het karakter van
een haven- en industriestad, zonder bezienswaardigheden of fraaie
architectuur. Zie
centrum van Hoggebim
.
-
Hone {E 06}
Bij de splitsing van Weg 16 en Weg 17 staat een gedenksteen voor het feit dat
keizerin Materrôl Poji Huron hier met haar
koets verongelukte (1798) en een enkel brak. Discussies over de vraag of het
haar linker dan wel haar rechter enkel was kunnen hoog oplopen. Omdat zij
gecremeerd is, kan de waarheid niet meer achterhaald worden.
-
Huron-sÿrt {I 11}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Husta {M/N 05}
Havenplaats; bootdiensten op Europa; grauwe stad, alleen de Herdenkingsfontein
(Fesmiypos-knurfelstiy) is
bezienswaardig. Het gemeentebestuur oefent veel druk uit op de regering om
aansluiting bij de Europese Unie te zoeken; er zou dan geld beschikbaar
kunnen komen om de stad op te knappen.
| |
Om het parkeerprobleem in de binnenstad op te lossen, heeft het gemeentebestuur omstreeks 1980 een parkeergarage aan de rand van het centrum laten bouwen. In het haveloze gebouw staan voornamelijk auto's van buitenlanders die in deze stad verzeild zijn geraakt vanwege de internationale veerhaven.
|
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Ies {H 08}
Ies is de afkorting van Iðologise Enterprise-Sentrym, een complex van
laboratoria, onderzoekscentra en woningen voor de medewerkers, dat in 1958
(als I.E.S.) geopend werd en in 1959 (onder de naam Ies) stadsrechten kreeg;
het doel van Ies was om a. alle wetenschap en techniek in Spokanië,
inclusief de beoefenaars en hun gezinnen, te verenigen, b. te
experimenteren met stadsplanning, infrastructuur en moderne woningbouw; dit
alles binnen het kader van de Industriële Expansie, een politiek programma om
van het feodale Spokanië een moderne geïndustrialiseerde staat te maken. Het
is de bedoeling dat Ies en Gralkrich aan elkaar
vastgroeien en omstreeks 2010 een grote moderne stad van minstens 150.000 inwoners
wordt. Ies is op architectonisch en stedebouwkundig gebied de moeite waard om
te bezoeken; verdere bezienswaardigheden zijn het Technologisch Museum (zie
Tegnologise Museem), het Cultuurcentrum en de
monorail. Sinds 1960 ook de zetel van de ryltiy. Zie ook de kaart van Ies en omgeving
.
-
Ilderrt {F 05}
Dorp met oud fort ter verdediging van Hirdo. Kreeg in de jaren vijftig bekendheid door de roman Ilderrt melde plâks ("Ilderrt is verweg") van Hypolyty Gynÿnn.
-
Imenal {J 03}
Zetel van de ryltiy.
-
Ipana {D 03}
Aan de kust van de Kjûpur-zee. Bekend om het huis dat in 1710 gebouwd is op
fundamenten waarin het lijk van Jarâskiy is
ingemetseld. Deze fundamenten stammen uit 1348, maar ze zijn nog nooit
onderzocht op de overblijfselen van Jarâskiy. In een marmeren plaat in de
gevel van het huis is een verklarende tekst gebeiteld, overgenomen uit een
oude kroniek; zie Ipana-kroniek.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Jajes {I 07}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting). Ligt in het centrum van een populaire wandelomgeving, waar 5 fraaie grotten bezocht kunnen worden. De F.A.S. heeft deze stad binnen de vesting tot beschermd object verklaard, zie
object 086
.
-
Jareucâ {L 08}
Aan de rand van het Girdes-gebergte; bekend door de jaarlijkse wandeltocht en
de enorme overdekte kunstijsbaan uit 1980; garnizoensplaats vanwege het opleidingskamp en oefengebied van de land- en luchtmacht; zie Jareucâ-fartos.
-
Jatty (Lomky) {G 12}
Hoofdstad van district Kina; garnizoensplaats (grote landmachtbasis); industrie, visserij; statige boulevard; bij eb
maken de badgasten intensief gebruik van de brede kiezelstranden; bij vloed
blijven velen op vlotten en luchtbedden voor de kust ronddobberen.
-
Jatty (Berref) {F 07}
Gelegen in het hoogste deel van het Lafter-gebergte, in het brongebied van de
Leije en Trendon; de stad ligt met steile straten tegen drie berghellingen en
de twee hoogste stadsdelen zijn met een hoge stenen boogbrug over het lagere
deel met elkaar verbonden.
Het centrum van Jatty ligt laag langs de oever van de Trendon, en het noordelijke deel rijst steil op, en is voor een deel ommuurd. Een erkende Vestingstad is Jatty echter niet. (DOM 54-57)
-
Jedenfals {H 03}
Het centrum wordt gedomineerd door een fort dat tegenwoordig als kazerne fungeert. Ondanks het oorspronkelijke karakter van dit centrum is het stadje geen erkende Vestingstad, want omdat het een garnizoensplaats is, zou een bescherming van het oude centrum de huidige strategische functie in de weg staan. Bovendien zou het stadje dan te veel toeristen trekken, wat niet verenigbaar geacht wordt met de militaire functie. Ook buiten het centrum ligt nog een grote kazerne. Beide kazernes tellen ca. 9000 militairen. Iedereen die dienst neemt in het leger wordt de eerste 18 maanden ondergebracht in Jedenfals voor een basisopleiding. Pas daarna wordt men als volwaardig "werknemer" elders in het land op een basis aangesteld.
-
Jelâ {G 12}
Bekend om zijn passiespelen, om de 7 jaar in juni, laatste keren in 1985,
1992 en 1999. Eerstvolgende keer in 2006.
-
Jent {E 05}
Stadje met oud fort ter verdediging van Hirdo.
-
Jentu {C 07}
Zetel van de ryltiy; bekend om zijn "geheime" luchtmachtbasis.
-
Jerkô {J 02}
Op de Egpeeff-vlakte; bekend om de Lotândrynne-Kents; ten zuiden van Jerkô bevindt zich het eenzaamste, vlakste en kaalste gebied van Spokanië, waar velen graag met hun paard doorheen trekken, en de politie er streng op toeziet dat mensen met jeeps geen verwoestingen aanrichten.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Kanea {L 02}
Kwam in 1972 in het nieuws toen hier in de buurt een Franse bus met toeristen
op een landmijn reed (23 doden); de chauffeur had niet in de gaten dat hij een
militair oefenterrein was opgereden, omdat hij de Spokaanse
waarschuwingsborden niet begreep; sindsdien staan de waarschuwingen ook in het
Engels en Frans; opleidingskamp en oefengebied van de landmacht (Kanea is daarom garnizoensplaats).
-
Karr {H 05}
Dorp met ca. 130 inwoners. Omstreeks 1950 woonden hier nog ruim 500 mensen, vrijwel allemaal mijnwerkers met hun familie. Zij werkten in de ijzermijn bij het dorp. Het ijzererts werd over het Ales-kanaal naar Xalâs vervoerd, alwaar het in een hoogoven werd verwerkt. De mijn is in 1966 failliet gegaan, de meesten zijn uit het dorp vertrokken en de hoogoven in Xalâs haalt zijn erts nu van elders.
-
Kerpa {J 07}
Dorp, bekend om de Zûlta-tempel uit ca. 1350.
-
Kitia-Vender {G 09}
Dorp aan de Larmin-kust, bekend om zijn oude vervallen waterstaatkundige complex dat uniek is voor Spokanië. Het gaat om een 17e-eeuwse
sluisdeur
in de zeedijk, die bij laag water open kon zodat de karren via deze deur de
schepen in het haventje buiten de dijk konden bereiken. In 1997 ontstonden er plannen om de vervallen deur te herstellen, maar wegens geldgebrek is er (anno 2002) nog steeds niets gebeurd. (DOM 182/183)
-
Kiven {G 12}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Klaeu {H 03}
Zetel van de ryltiy.
-
Klalbâ {E 05}
Aan de Trendon; tijdens de Sailka worden hier
grootse feesten georganiseerd.
-
Knolbol {B/C 07}
De mijnbouw en steengroeven in het bergachtige achterland maken van Knolbol
een echte industriestad: chemie, cement, steenverwerking, staal,
scheepswerven. Lees
Toerist in Knolbol
.
-
Knurfelsta {J 02}
Fraaie bosrijke omgeving met veel vakantiehuisjes.
-
Komy {H 12}
Marinehaven, vissershaven, jachthaven; omdat Komy geldt als startplaats voor
trektochten (te voet, paard of per jeep) naar het eenzame achterland van
Centraal-Kina, bezit de stad een groot aantal gezellige pensions, cafés
en restaurants.
-
Korif {C 08}
Hoofdstad van district Plefô; Stadsmuseum met werk van de schilder
Câlmer; de mijnbouw en oliewinning rondom
Korif zorgen voor veel industrie in deze stad. Lees
Toerist in Korif
.
-
Kosÿr {F 06}
Bekend om de Jabâr-kerk, waar de urnen met de 27 doden van de brand in het
clubgebouw van de KSC zijn bijgezet.
-
Krappa {F 03}
Aan gelijknamig stuwmeer.
-
Krappafin {F 03}
Dorpje in het Krappa-gebergte. De hoge grauwe huizen zijn langs de rivieroever gebouwd en direct erachter rijzen de vochtige hellingen steil op. De kleine 600 inwoners hebben de naam nóg bijgeloviger te zijn dan de meeste andere bewoners van het
Krappa-gebergte. De
mensen uit Krappafin
verlaten hun dorp alleen met glimmend gepoetst schoeisel om de trollen af te schrikken. Bovendien nemen ze het liefst een hond mee die speciaal getraind is om trollen en andere kwade
geesten weg te jagen. Voor buitenstaanders is er niet achter te komen hoe deze hondentrainingen precies plaatsvinden.
-
Kros {C 07}
Oefengebied van de marine.
-
Kruic {J 04}
Centrum van de Hebor-therapie.
-
Kûrânien {I 10}
Vissersplaatsje; tot 1952 bekend om zijn 3 kolenmijnen (??kopermijnen??), de
sluiting ervan had een grote werkloosheid tot gevolg.
-
Kurriy {B 05}
Typische industriestad: huishoudelijke apparaten, meubels en elektronica. Lees
Toerist in Kurriy
.
-
Kussik {C 02}
Marktplaats; zetel van de ryltiy. Franciscaner Pântiyf-klooster;
garnizoensplaats vanwege het opleidingskamp en oefengebied van de land- en luchtmacht.
-
Kwâg {G 06}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting); het stadscentrum is omgeven door wallen en muren. Dit 18e-eeuwse marktplaatsje is geheel gerestaureerd. Het kwam
in 1975 in het nieuws toen de burgemeester zijn vrouw vermoord had.
De Kwâg-brouwerij is bekend om zijn Iyliy-bjerr (Palingbier), dat in veel restaurants met vette vis of zoute gerechten als specialiteit wordt geserveerd. De brouwerij kan bezocht worden en hier kunnen ook particulieren dit bier kopen (verder is het nauwelijks in de detailhandel verkrijgbaar).
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Lâf {J 06}
Midden in het Rôfta-woud.
-
Laffenet {I 05}
Stadje in het Kulanogebergte. Ondanks de geïsoleerde ligging goed bereikbaar via hoofdweg 16 en een kruispunt van spoorlijnen. Deze goede bereikbaarheid heeft de stad te danken aan zijn status als garnizoensplaats, want hier is een belangrijke landmachtbasis. In het stadje wonen slechts ca. 650 mensen; de ruim 1000 militairen die met hun gezin op de basis wonen, worden bij het officiële inwonertal niet meegerekend.
-
Lajetusÿrt {C 01}
Oefengebied van de marine.
-
Lammafin {B 04}
Belangrijkste plaats in Tora-gebergte; zetel van de ryltiy; thermale badhuizen, wintersport;
monument voor Neemt Kerfewiynne.
-
Lankos {H 13}
Zetel van de ryltiy. Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Lapoâ {L 01}
Zetel van de ryltiy. Bekende weekmarkt; zeer rijk aan bomen en idyllisch gelegen aan de
Eent; woonplaats voor veel hogere militairen; als toeristische attractie en traditie verschijnt hier elke ochtend om 10.30 uur de
dorpsomroeper
om de laatste nieuwtjes te verkondigen; hij
wordt wel het "wandelende huis-aan-huis-blad" genoemd, en inderdaad, een echt dorpskrantje mag hier niet verschijnen, want dan zouden de dorpelingen nooit meer naar hun dorpsomroeper komen luisteren; zie Lariy
Pômjâne-Brÿgh.
Zie
afbeelding
.
-
Lassos {L/M 05}
Zetel van de ryltiy.
-
Lasy {G 12}
Bekend om de Mâsyll-sieraden;
aangename stranden
bij eb, en bij vloed kunnen de badgasten op houten vlonders vertoeven.
-
Lelko {I 08}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting).
-
Lenano {B 01}
Boswachterij, stadion, visserij.
-
Lenhârt {H 10}
Eenzaam dorp in het Tjokky-gebergte. De weg tussen Lenhârt en Obrekt kronkelt door een imponerend woest en eenzaam
berglandschap
.
In de bospartijen is in de herfst een overvloed aan paddestoelen. Velen komen hier cantharellen, champignons, eekhoorntjesbrood en meer exotische soorten plukken.
-
Lift {E/F 02}
Hoofdstad van district Bloi; qua oppervlakte de grootste gemeente van
Spokanië: 48.000 ha; handel, visserij, voedselindustrie; bekend handelsgebouw;
Mora-museem; conservatief-religieuze
landelijke omgeving.
Tussen Lift en Xaqua, in de vallei van de Ocki, staat
een boerderij die in 1929 is gebouwd, en daarna twee keer in zijn
geheel rechtstandig de grond is ingezakt. Zodoende werd de begane
grond op 9 november 1938 de kelder, en op 22 september 1943 gebeurde
dat met de 1e verdieping. Het huidige huis is feitelijk een bungalow
geworden, met drie kelderverdiepingen. Men schrijft dit wegzakken in
de bodem toe aan het bewegen van de grond, maar men kan niet verklaren
waarom het huis zo 'netjes' omlaag is gezakt. Het is een toeristische
bezienswaardigheid geworden. (DOM 138-139)
-
Liyrotyka {K 09}
Heeft de status van Vestingstad; het oude centrum was vroeger omgeven door een vestingwerk met wallen, muren en torens. Tegenwoordig zijn alleen de (met bomen begroeide wallen) nog geheel intact. Van de muren en torens resteren hier en daar nog ruïnes.
Handelsstad; economische universiteit (sinds 1961, in 1958 opgericht als hogeschool); Oudhollandse koopmanshuizen (17e eeuw); standbeeld van Raoul
Louis Clermont de Fontaigny-de la Bouillère;
beruchte bibliotheekbrand in 1720 waarbij duizenden historische documenten, en
daarom een deel van de Spokanische geschiedenis, in vlammen opging; woonplaats
van de legendarische Ârmyll.
-
Lônges {G 10}
Lônges was allereerst de naam van een kustfort op het eilandje Âmquffa, dat hier omstreeks 1500 gebouwd werd om de stad Minde te verdedigen. Het fort lag aan een baai die een gemakkelijke aanlegplaats voor schepen (ook vijandige!) vormde. Rondom het fort is een dorp ontstaan, dat bij de uitbreidingen van het fort binnen de muren werd opgenomen. Omstreeks 1720 was er sprake van een aanzienlijke vesting die van groot strategisch en economisch belang was voor Âmquffa en de veiligheid van Minde moest garanderen. Daarom kreeg deze vesting in 1729 stadsrechten. Toen in 1880 de Pitla-polder droog kwam en Âmquffa geen eiland meer was, hoopte het gemeentebestuur van Lônges dat hun grondgebied uitgebreid zou worden met een deel van de nieuwe polder. Helaas besliste de regering dat de gehele polder onder de gemeente Ozaneto a/e Leije zou gaan ressorteren.
Lônges (4000 inwoners) heeft tegenwoordig de status van Vestingstad (kustfort) en is een toeristische trekpleister met diverse campings in de buurt. De baai waar het aan ligt is een uitstekende plek voor watersport. In de smalle straatjes binnen de stadsmuren zijn talloze eethuisjes en "coffeeshops" (koffiehuizen in de letterlijke zin; iets dat bij Nederlandse toeristen tot verwarring leidt). Echte kroegen vind je hier niet, dankzij het terughoudende beleid van de gemeente, die van mening is dat je met zulke drankgelegenheden alleen maar het verkeerde soort toeristen aantrekt.
Zeer bezienswaardig is de Donjon (ef Deeverân), de belangrijkste toren die ooit de kern van het oude kustfort was, maar nu is opgenomen in het grotere verdedigingscomplex. De toren is 45 meter hoog en vanaf het door kantelen omringde plateau heb je een prachtig uitzicht over de zee en het eiland Zvomina in het zuiden en de vlakke Pitla-polder met zijn akkers en koeien in het noorden. Op de bovenste verdieping van de toren is de Zilveren Torenkamer (Šifer Dônjen) en onderin de toren heb je de IJzeren Kerker (Feri Denjen). In de torenkamer zijn de wanden bekleed met zilverkleurige panelen en in de kerker zitten de muren vol ijzeren ringen. (Merk op dat de woorden dônjen en denjen beide hetzelfde zijn als het Nederlandse donjon, maar elk hun specifieke betekenis hebben gekregen van een "vertrek in een donjon".)
-
Lor {L 03}
Hoofdstad van eiland Teujan; zetel van de ryltiy; Huron-park met bomen waarop een zeldzame
lichtgroene mossoort groeit; aardig kasteeltje uit ca.1630; waaggebouw uit
1526; futuristische schouwburg uit 1970.
-
Lostô {I 02}
Zetel van de Reelâ (die gelijktijdig ryltiy is). Het geestelijke centrum van de Ergynne-religie: Ergynne-seminarium,
Ergynne-museum, Afinâf-klooster;
Kerrfewynne-kerk, Herengebouw (zie
Merater-huflif), Vredesboog (zie
Beecân-ârc); bestand van Lostô in 1590 na de
Kulanische godsdienststrijd (Kulano
Religišo-jesfsâ); de bewoners van Lostô staan bekend om hun fanatieke
geloof en hun enorme stugheid. Lees
Toerist in Lostô
.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Manes-Puriy {H/I 10}
Zetel van de ryltiy; bekend om zijn grote jaarlijkse RK processie op 24 mei;
wijncentrum
met belangrijke wijnmarkt; de stad kent veel bottelaars.
Als het in september en oktober nog aangenaam zacht weer is op de zuidelijke eilanden Tigof en Lomky, houden Spokaniërs uit de meer noordelijke streken hier graag nog een korte herfst- of voorjaarsvakantie. Vooral de streek rond het
Puriy-meer
en Manes-Puriy zijn populaire
bestemmingen. Het stadje is bekend om zijn wijnkelders en bistro's. In de herfst worden hier de bekende Wijnfeesten gehouden, met straattheater, openluchtconcerten, en veel wijn drinken natuurlijk. In het voorjaar, in de eerste week van april, is hier het beroemde Lentefestival, eveneens met straattheater en openluchtconcerten, maar dan zonder de Wijnfeesten.
Er zijn twee (kleine) musea: het Cosis-museem (Druivenmuseum) en Neno-seert (Neno-huis). Het eerste vertelt alles over druiven en (vooral) wijn; het tweede toont folklore en besteedt veel aandacht aan archeologie.
-
Manes-Sjeny {D 06}
Zetel van de ryltiy.
-
Manes-Slit {B 07}
Bekend badstrand, populair bij de bewoners v Knolbol. (DOM 95)
-
Manes-Toniys {M 05}
Zetel van de ryltiy.
-
Manes-Ÿrcas {H 13}
Stadje aan de zuidkust van het eiland Lomky. Ingeklemd tussen de
abrupt oprijzende rotspartijen
van het Boesh-gebergte in het noorden, en de ongenaakbare kliffen van de kust aan de zuidzijde van het eiland. Daarom is het stadje alleen te bereiken via de prachtige toeristische route die bekend staat onder de naam Zjoba-Lamk-weg (weg 2).
Manes-Ÿrcas kon zich als vissersplaats en bescheiden haven ontwikkelen dankzij een diepe inham in de kust waar de zee vanwege een meer glooiende kustlijn gemakkelijk te bereiken is. Het stadje is economisch afhankelijk van de visserij en de visconservenfabriek waar voornamelijk haring en sardine ingeblikt worden. De toegevoegde olijfolie is afkomstig van enkele olijfplantages in de beschutte dalen van het gebergte. In 2001 is er aan de rand van het stadje een "Excursiehotel" (Ronter-mindistiy) geopend, van waaruit er excursies georganiseerd worden naar een aantal bezienswaardigheden in de omgeving, zoals diverse grotten en onderaardse rivieren, enkele imponerende kasteelruïnes en het bekende Lamapark.
Toeristen worden getrokken met de leuze dat dit een absoluut "ontoeristisch" gebied is - maar als deze leuze aanslaat, maakt zij zichzelf onwaar.
-
Mena {F 07}
RK bedevaartsoord vanwege de Heilige Mâgdalena.
-
Michta {H 09}
Aan de rand van de stad, bij de kust, liggen de brokstukken van de
Brâvens-tempel (14e eeuw).
-
Mikentall {H 05}
Aan het Larmin bij de monding van de Berÿmt. Garnizoensplaats (vanwege de landmachtbasis).
-
Milbo {L 04}
Hoofdstad van district Litii; voedingsmiddelenindustrie.
-
Minde {G 10}
Hoofdstad van district Ziyp; op de zuidoost-punt van Berref; de naam is
verwant met mindefit ('rood'), wat slaat op de rode kleur van de
dakpannen op de oudere huizen. Mondaine badplaats met brede boulevards en
pastelkleurige gevels; gotische kathedraal;
mode-centrum; zeer toeristisch; vissershaven; grote jachthaven; wordt wel
het "Cannes van Spokanië" genoemd; met een antieke autobus worden vanaf de
boulevard excursies naar de Pitla-pôlder en
het Pitla-pârc gemaakt; zie
Pôlder-museem. Minde lag oorspronkelijk op
het eilandje Âmquffa; na de drooglegging van de Pitla-polder in 1882
is dit eilandje verdwenen.
-
Mitâ {C 05}
Zie Bref.
-
Mittus a/e Cheetucjâ {I 11} Staat niet op de kaart
Voormalig dorp met kasteelruïne aan de Cheetucjâ; sinds ca. 1900 onbewoond. Ooit ressorteerde het dorp onder de gemeente Huron-sÿrt. De ruïne ligt (na enkele gemeentegrenswijzigingen) tegenwoordig precies op de grens tussen Huron-sÿrt en Ef Ÿchis. Sinds er vlakbij de wegsÿrt Wârf-klarbÿr op een eilandje in de rivier is geopend, komt het spookdorp met zijn ruïne ook weer in de (toeristische) belangstelling. (DOM 65)
-
Mittus luft Ðônhe {E 07} Staat niet op de kaart
Waar de Krôk samenstroomt met de Ziffon bestond altijd al een langgerekt meer, het Ðônhe-ses. Hieraan lagen 4 dorpen: Ðônherivo, Ðônha, Mittus luft Ðônhe en Vyl-Tôliy. Bij Ðônha is in 1962 een stuwdam aangelegd, zodat het meer een stuwmeer is geworden en de waterspiegel ongeveer 10 meter is gestegen. De dorpen Ðônherivo en Ðônha bestaan nog steeds (ze liggen nu aan de Krôk, respectievelijk de Ziffon). Toen de plannen voor het stuwmeer omstreeks 1950 bekend werden, zijn de bewoners van dorp Mittus luft Ðônhe (gemeente Foteuso) vertrokken. Het dorp is echter nooit opgeslokt door het stuwmeer, en is sinds 1951 een spookdorp. Daarentegen is Vyl-Tôliy (gemeente Ziffon-belt) wel onder de waterspiegel verdwenen. (DOM 65)
-
Mittus a/e Fetu {F 05}
Dorp aan de Fetu, te bereiken met de tram uit Hirdo. Hier staat nog een oud
gerechtsgebouwtje, een zogenoemde
rigtmittus
. Lees ook de
tekst
.
-
Mjochos {I 08}
Dorpje aan de Firani, bekend om zijn baksteenindustrie. Hier staat de grootste
steenfabriek voor flâkâs, men maakt er ook nog de
ouderwetse grote formaten ten behoeve van restauratiewerkzaamheden.
-
Môjôl-zeces (Berref) {F 06}
Dorp bij Hirdo. Zie Cendâc-kerk.
-
Mollefin {K/L 04}
Hoofdstad van district Ben; marinehaven; industrie; veel achterbuurten. Vanaf halverwege de 17e eeuw tot 1894 (het jaar dat Pegrevië bij Spokanië werd gevoegd) was Mollefin de hoofdstad van het koninkrijk Pegrevië (en ook bekend onder de Pegrevische naam Moëfint). Qua omvang was de stad bescheiden, maar volgens oude bronnen had zij wel enige allure. Er waren fraaie regeringsgebouwen en ook het paleis van de koning werd alom bewonderd. Tegenwoordig verkeert dit paleis in vervallen staat, maar de achtervleugel, grenzend aan een mooi park, huisvest een café-restaurant. Verder herinnert vrijwel niets meer aan het Pegrevische hoofdstadverleden, en is het een echte industriestad. Lees
Toerist in Mollefin
.
-
Moniâ {C 02}
Bekend om zijn "geheime" luchtmachtbasis.
-
Mont {L 07}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting). Sinds de twee herbergen van dit stadje zich aangesloten hebben bij het
"Lente-arrangement"
,
begint deze streek ook door toeristen ontdekt te worden. Lees
Toerist in Mont
.
-
Môntariy {J 02}
Mijnbouw, olie-industrie; bekend door de breuklijn dwars door het centrum,
ontstaan door het wegpompen van aardolie; de breuk wordt elk jaar 1 cm breder
en de huizen erop zijn reeds gesloopt; het winnen van aardolie onder Môntariy
gaat echter onverminderd door, voornamelijk omdat er weinig andere plaatsen in
Spokanië zijn waar aardolie gevonden wordt.
-
Montrô-plaju {L 08}
Bekend vanwege de Minkedos-tempel. Het dorp wordt om onverklaarbare redenen regelmatig geteisterd door een kakkerlakkenplaag. Het ongedierte schijnt hier niet uitgeroeid te kunnen worden.
-
Mora {G 02}
Bekend door de Vrede van Mora op 11 aug 1894, waarbij vrede tussen Pegrevië en
Spokanië gesloten werd (Spokanische koning Huron
Herco II versus Pegrevische minister
Quše Strûftâmmui); 11 augustus is de nationale
Spokanische feestdag, bekend onder de naam
Nie-Spocann.
-
Mozent {I 06}
Bergstadje in het Kulano-gebergte. De enige bezienswaardigheden zijn hier de
"grothuizen"
en het marktplein met zijn overdekte groente- en fruithal.
-
Mûninû {H 05}
Zetel van de ryltiy; in môliy-gebied, afgewisseld met landbouw; oude korenmolen.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Nayes {J 08}
Zetel van de ryltiy. Zie Elmarylla.
-
Nes {B 03}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Noniy {J 11}
Bekend om zijn wijngilde-feesten; zie
Sectâ-toylâmos.
-
Nutterkoles {B 01}
In Jelðe-duinen; Xôcÿrðamiy is een afgelegen
oord dat voortdurend geteisterd wordt door gure oceaanstormen; er groeien geen
bomen en de straten liggen altijd vol zand en weggeblazen helmgras; het
stratenpatroon is geheel in een traditionele karrewiel-vorm, en op het
centrale plein staat een interessant houten afdak waaronder een bank, een
wasplaats met pomp en een enorm anker, afkomstig van een Amerikaanse
4-mastbark (de Princess of the Seas) die in
1857 op de kust verging.
Zie ook
Reisgidsverhaal
.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Onent {J 07}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting); er zijn twee concentrische ringmuren met elk 5 torens en 3 poorten, waarbinnen een stadskern uit de 15e en 16e eeuw. De afstand tussen de twee ringmuren is gemiddeld 50 meter, en hier grazen schapen en geiten.
-
Oneusÿrt {J 03}
Zetel van de ryltiy. Een aardig stadje in het brongebied van de Kjoep. Dankzij de overvloed aan helder water kende Oneusÿrt altijd veel bierbrouwerijen. Hiervan zijn er nog twee over. Maar bierdrinken is nog steeds een gewilde bezigheid en ook de bierproeverijen zijn erg populair. De bevolking is tamelijk stug (zoals vrijwel overal in Pegrevië), zodat je in de cafés en bierlokalen geen grote ambiance kunt verwachten.
-
Oopare {J 04}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Opjevu {K 07}
Zetel van de ryltiy. Bekend paardenkerkhof en grote wolmarkt; veel rijke mensen. Er zijn twee paardenfokkerijen waar de opjever, een kostbaar bruin paardenras, wordt gefokt.
-
Ozaneto armt ef Prek {I 08}
Geboortehuis van Pôðil Gyll
(tegenwoordig een museum, zie Gyll-seert);
grote suikerwaren- en marmeladefabriek.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Papije {C 05}
Mijnbouw- en industriestad aan de oostkant van Plefô (12.000 inwoners). De stad ligt op een bergrug, aan de oostkant gaat het steil omlaag naar de
kust van de Hildi-fonis
,
aan de westkant gaat het steil omlaag naar een dal waar het altijd stormt.
Het centrum van Papije is een rommelig geheel van bouwsels opgetrokken uit grote blokken natuursteen, afgewisseld met moderne betonnen constructies, maar alle daken, oud en nieuw, zijn bedekt met ruw uitgehouwen leisteenplaten.
Dwars door de stad loopt een met bomen omzoomde wandelpromenade, waaraan vrijwel alle winkels, cafés en restaurants liggen. Van "toeristen" heeft men hier nog niet gehoord; iedereen die hier niet "thuishoort" is "vreemdeling" of "gast". De bevolking hanteert een strikte tweedeling: óf een buitenstaander wordt getolereerd maar op afstand bejegend, en is dus de "vreemdeling", óf hij wordt opgenomen in het locale sociale gebeuren, en is de "gast".
-
Peetriy-Hânes {E 05}
Dorp ten noorden van Hirdo, ca. 10 km vanaf het centrum. Dankzij de goede trein-, tram- en wegverbindingen met de stad kan het dorp zich ontwikkelen tot een nieuw woongebied voor mensen die in de stad werken. Het oude dorp (rondom het station) is een nogal rommelig geheel met voornamelijk kleine bedrijfjes en ambachtslieden. Langs de doorgaande weg staan wat fabriekjes en langs de dorpsrand is nog wat tuinbouw. In de nieuwere wijken staan verwaarloosde arbeidershuizen. Maar aan de oostkant is een geheel nieuwe appartementenwijk verrezen, met parken en bospartijen. Laagbouw en woontorens van 15 verdiepingen hoog wisselen elkaar hier af. Hier wonen de beter gesitueerden die in Hirdo werken. De wijk is op traditionele wijze in concentrische cirkels gebouwd, en heet daarom Ef Kôbo-trôchâ (Het Zonnewiel). Een deel van het gebied is nog bouwterrein of ligt nog braak: er wordt hard aan gewerkt om de wijk verder uit te breiden.
-
Piroes {E 09}
Stad aan de Zverosta-kust, fraai gelegen rondom de Knigta-fonis; vissershaven,
jachthaven, watersport. Vanaf ca.1980 wordt de stad sterk uitgebreid in
oostelijke richting, met riante appartementen en villa's. Het is de enige
plek aan de Zverosta-kust waar zulke grootschalige uitbreidingen toegestaan
zijn, want de overheid wil voorkómen dat deze kust net zo verpest wordt als de
Spaanse of Franse kusten langs de Middellandse Zee. Volgens de overlevering
is Leif Ketilbjornsson bij Piroes aan land
gegaan.
-
Pitrani {G 07}
Stadje (900 inwoners), even ten noorden van Gret. Tot 1860 was het een dorp dat onder de gemeente Gret ressorteerde, in dat jaar kreeg het stadsrechten omdat het districtsbestuur van mening was dat de snel groeiende economie in dit plaatsje zo'n promotie rechtvaardigde. De economie was voornamelijk gebaseerd op de weverijen die hier al langere tijd bestonden, maar vanaf ca. 1900 kwam hier de klad in. Er is nooit een bloeiende textielindustrie ontstaan, de bevolking is sindsdien nauwelijks toegenomen en tegenwoordig verdienen de meeste inwoners hun brood in Gret. Sommige politici stellen zelfs voor om Pitrani weer bij Gret in te lijven, wat feitelijk een degradatie van stad naar dorp inhoudt, en uiteraard niet bespreekbaar is.
Pitrani is voor toeristen niet bepaald interessant. Maar dankzij het nabijgelegen vliegveld dat fungeert als een populair sportvliegcentrum, wordt het stadje redelijk druk bezocht door sportvliegers, parachutespringers en andere "luchtacrobaten" (zoals de bevolking dat noemt). De middenstand en de horeca varen er wel bij.
-
Plafotô {B 05}
Gelegen aan het Plafotô-meer; bekende
groente- en fuitmarkt op woensdag.
-
Plâk {C 06}
Mijnbouw, in Azÿ-gebergte; vanaf de kerktoren in het centrum heeft men een
imponerend vergezicht over de bergtoppen en in het oosten kan men het water
van de Hildi-fonis zien schitteren.
-
Plenk {G 08}
Zie Merdec-museem.
-
Polefi {H 05}
Zie Grejala.
-
Post {H 07}
Marktplaats; agrarische omgeving; bekend om de
Ficrynne-kerk met zijn heilige boom; zie
Flefumy.
-
Prens-Hady-sÿrt {B 05}
Dorpje aan de Laboh-kust. Het uitgestrekte zandstrand ligt hier aan de noordwestkant
relatief beschut achter een in zee uitstekende rotspartij. Toch is de Atlantische Oceaan
hier te woest en koud, en het weer meestal te guur, om van dit dorpje een aangename badplaats
te maken. Het
weggetje langs het strand
met zijn paar armelijke cafés, pensionnetjes en eethuisjes wordt ietwat overdreven als een "boulevard met uitstekende toeristische voorzieningen" aangeprezen.
-
Prusotkolini {L 09}
Bij dit dorp bestaan nog enkele authentieke plaggenhutten (kjûfts), zoals in deze streek nog tot halverwege de 20e eeuw werden gebruikt als woning. De F.A.S. heeft enkele van deze plaggenhutten tot beschermd object verklaard, zie
object 356
.
-
Prusotpônt {I 07}
Aan de Lajecô; zie
Bjazzerly-molen
.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Quafaiy {L 07}
Zetel van de ryltiy. Heeft de status van Vestingstad (bergvesting).
-
Qualâ {H 10}
Stadje in het Tjokky-gebergte. Ligt midden in de bekende wijnstreek Ef Sântsiy. Ook is hier een "geheime" luchtmachtbasis.
-
Qualeja {K 06}
Heeft de status van Vestingstad; er is een kustfort aan de rand van de stad, deels in het water gebouwd.
-
Qula {G 06}
Klein stadje (680 inwoners). Tot 1711 was dit een dorp op het landgoed van de beruchte hertog Lerdu Flâs Comâf-Ista Lôra, onder de invloedssfeer van de gemeente Tura. Toen de hertog in 1711 overleed, werd het landgoed geconfisqueerd en besloot koning Krafta Ber Côhale om het dorp stadsrechten te verlenen. Het is nog steeds een van de kleinste stadjes van Spokanië, maar omdat het aan de hoofdweg tussen Gret en Kwâg ligt, heeft het zich kunnen ontwikkelen tot een redelijk bedrijvig centrum, met wat horeca, een supermarkt en garagebedrijven.
-
Qutâfiy {J 10}
In Blizerû-moeras; bekend om de 12 km lange takkenweg
(cÿramirra) naar Sinto-Alycro-Poniy,
waarschijnlijk stammend uit de 17e eeuw; om het onderhoud van deze takkenweg
te bekostigen, is er op Tigof een loterij met maandelijkse trekkingen.
-
Qutereeefo {I 03}
Heeft de status van Vestingstad (bergvesting); het stadje ligt precies op de grens van de voormalige koninkrijken Spokanië en Pegrevië. Lees
Toerist in Qutereeefo
.
-
Quua {F 04}
Garnizoensplaats vanwege het opleidingskamp en oefengebied van de landmacht.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Reentgÿrts {C 06}
Aan de Plafotô; zie Hastâm Temp Grâmbarynne.
-
Reno armt ef Ziffon {E 06}
Dorpje langs de weg van Meaue naar Conityje. Hier vinden we de restanten van een van de
eerste fabrieken van Spokanië, een
ijzersmederij
uit omstreeks 1850.
-
Roensa {F 08}
Klein stadje (900 inwoners), kreeg in 1803 stadsrechten (was vóór die tijd een dorp onder de gemeente Âpô. Hier is alleen het met kastanjebomen omzoomde marktpleintje toeristisch interessant is. Aan dit plein staat een saaie kerk uit 1955, door een derderangs architect ontworpen, nadat de 17e-eeuwse kerk door gebrek aan onderhoud
in 1952 was ingestort, waarbij 7 doden te betreuren vielen. Elke woensdag is er op het marktplein een landmarkt, waar vooral gehandeld wordt in geiten- en schapenkaas, wol, haardhout, bosvruchten en paddestoelen (afhankelijk van het seizoen). Sinds
Roensa het vertrekpunt is voor de railfietsen waarmee je over de
gesloten spoorlijn
naar Âpô kunt fietsen, zijn er ook wat toeristische voorzieningen gekomen, zoals een bescheiden camping, bed & breakfast-adressen en een pizzeria.
A B C
D E F
G H I
J K L
M N O
P Q R
S T U
V W X
Y Z
-
Sa Crono {J 04}
Plaats in het Crona-gebergte, bekend door de wintersport. Er zijn verscheidene
pistes, er is een skilift, en sinds 1985 bestaat er een groot sportcomplex
(zie Kaliâss). Het ooit zo fraaie
berggebied rond Granô is geheel opgeofferd aan de wintersport, op een schaal
die uniek is in Spokanië (maar naar Zwitserse begrippen heel bescheiden is.
-
Šemp {F 08}
Zetel van de ryltiy.
-
Šerbân {F 03}
Heeft de status van Vestingstad (voorgebergtevesting); tegen steile helling, oostkant ommuurd.
Aan voet van Krappa-gebergte; bij een sterfgeval verzamelen alle vleermuizen
van de streek zich boven het sterfhuis.
-
Sinto-Alycro-Poniy {I 10}
Heeft de status van Vestingstad (vlaktevesting); op de grens van een môliy en een moerasgebied.
Citadel op uitgedoofde vulkaan in Blizerû-moeras; de binnenstad is geheel witgepleisterd, met nauwe straatjes en trappen. Imposante
vestingwerken
met muren en poorten; witte laatgothische kathedraal door Portugezen in 1645
gebouwd. Wellicht de bekendste en meest toeristische vestingstad van Spokanië.
-
Sinto-Bater
|