Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

d:: {C} reegeit, vrw ree.

ache:: {K} inhouden, behelzen.

aag:: {I} optilbaar, op te tillen.

Daba:: {G} (stad in Neno).

Daba-Chrg:: {G} (stad in Neno).

abiy:: {N} (arkdomenn bij Daba-Chrg; district Neno); .

aba-klemk:: {N} (klemk; gemeente Daba-Chrg); .

dabe:: {C} schar (vis) (L. Limanda limanda).

Dabe-mirra:: {W} .

dbiy:: {I} (dl= Tjemp/Plef/Munt); dmbiy.

bre:: {mv} bro.

bro:: {C; mv= bre} monnik; ef bre: (Erg) de monniken en nonnen (alg: de geestelijken); (RK) de monniken (slechts mnl).

bro-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Hajequ); .

bro-korda:: {G} (dorp; gemeente Hajequ).

bro-mirra:: {G} (dorp; gemeente Hajequ).

bro-pt:: {W} .

bro-phatos:: {W} .

bro-seerts:: {Nmv} "Monnikshuizen" (bekende rij huizen in Hajofese); ; (DOM 54).

bro-terf:: {W} .

Da Costa:: {F}.

Dadcs-riyg-fresta:: {G} (bosgebied; gemeente Trendon); .

Dadcs-riyg-pt:: {W} .

Dadcs-riyg-weg:: {W} .

da'e:: {I} vluchtig, snel verdampbaar.

Daeefft-helmy:: {G} (grot; gemeente Ula); .

ene:: {K} laten wapperen, wapperen met, zwaaien met.

ft:: {C} kastanje.

Dfty:: {F}.

fty:: {G} (dorp; gemeente Pla, district Bloi).

fty-hove:: {N}

  1. (museumkasteel met restaurant, gedeeltelijk bewoond; gemeente Pla, district Bloi); ; (DOM 134-135).
  2. (prestigieus restaurant in gelijknamig kasteel op 2e etage); .

fty-hove-mirra:: {W} .

ftyiy:: {C; rs= ftyte} kastanjeboom.

ftyiy-ef-Mlf:: {G} (dorp; gemeente Feuni).

ftyiy-mirra:: {W} .

fty-mirra:: {W} .

ftys:: {N} (wegsrt langs autoweg M57; gemeente Lift); .

ftyte:: {rs} ftyiy.

fve-mirra:: {W} .

ge:: {K} plassen (urine lozen).

gel:: {C} plas (urinelozing).

gos:: {C} het plassen (urinelozen).

gtame:: {G} (dorp; gemeente Blort).

Dajs-kanol:: {G} (kanaal tussen Vendne-kanaal en de Kjoep-monding); .

dajer:: {A; mv=enk} sereenheid, soberheid.

dajiy:: {I} sereen (in rust).

dajyng:: {I} sfeervol.

dk:: {C} beslag (v paard); bekleding (v voorwerp).

ak:: {C} kaars.

ak-armt:: {C} kaarslicht.

kele:: {K} uitoefenen (bedrijf, baan).

kelos:: {C} uitoefening (v bedrijf).

Dkiyk-kah:: {W} .

dakk::

  1. {I} geraakt, beledigd.
  2. {gst} dakre.

ak-kronm:: {C} kandelaar, blaker.

klaje:: {I} praktisch (niet theoretisch).

klen:: {C} praktijk.

klen-koles:: {C} (alg) "praktijkschool" [school voor] lager beroepsonderwijs.

klen-Koles:: {N} (klen-koles, gezien als Spok onderwijsinstituut); .

klen-riffe:: {K} in de praktijk brengen.

klen-riffos:: {A} het in de praktijk brengen; praktische uitvoering.

klen-srt:: {C} "praktijkhuis" (pand waar enkele artsen en aanverwante beroepen (zoals fysiotherapeut) gezamenlijk hun praktijk uitoefenen).

dakrare:: {E} beledigd zijn.

dakre:: {K; gst= dakk} beledigen.

dakros:: {A} belediging.

dl:: {C} (lett) barrire.

Dl:: {J}.

al:: {C} roddelpraat.

Dla:: {M}.

ale:: {K} ~ flj/rst n rst: roddelen over iets/iemand tegen iemand; Mariy ~ Petriy n Elsa: Mariy roddelt tegen Elsa over Petriy.

Dldest:: {N} (wijngaard; gemeente Lijerc-srt); .

dalet:: {C} dialect.

Dalet-chaquinders fes Spooksoliy:: {N} (boektitel); .

daletiy:: {I} dialectisch.

dalja:: {C} dahlia.

dlme::

  1. {K} aanhalen, citeren.
  2. {E} zich afvragen.

dlmos:: {C} aanhaling, citaat.

dlnese:: {I} in/naar het buitenland; uitheems; in den vreemde.

alos:: {C} geroddel.

dalotoje::

  1. {III} buiten; do feldre ~: hij zit buiten.
  2. {VZ} (beweging binnen bep grenzen) buiten, uit; do farte ~ ef srt: hij loopt buiten het huis [rond].

dalotoje-:: {PX} buitenlands; ~-spiryts: buitenlandse sterke drank.

Dalotoje-mittors:: {W} .

Dalotoje-Pacs Heegt-mirra:: {W} .

Dalotoje-plep:: {W} .

Dalotoje-Port-weg:: {W} .

Dalotoje-siyclo:: {W} .

Dalotoje-Tiyns:: {N} (afk= DT) [ministerie van] buitenlandse zaken.

alpit:: {C} roddelblad; (= ale + mimpit).

alpjl:: {C} roddelpraat.

Dalpo:: |dapo| {G} (dorp; gemeente Min-zutter).

Dalton-laboratorym:: {N} (laboratorium in Amahagge); .

dm:: {C} fust, vat (vrnl voor drank); mip ef labora ~: van de oude stempel.

Dm:: {G} (rivier van Ziffon-gebergte naar Hildi-inham); ; (DOM 118/126-127).

damaef:: {C} iemand met pit, doorzetter.

damf:: {vdw} dama'ife.

damaif:: {gst} dama'ife.

dama'ife:: {K; gst= damaif; vdw= damf} onderhevig zijn aan; (fig) het slachtoffer zijn van; vatbaar zijn voor; ef kleter lacsplan ~ velk ns-zerfsta: het nieuwe wetsontwerp is nog vatbaar voor wijzigingen.

damaiy:: {I} verregaand; ver gaand; ~te (rs!): te ver gaand; k rviy melde ~te: die opmerking gaat te ver.

Dmarr:: {G} (natuurreservaat bij Trunschen, waar de Dm doorheen stroomt); ; (DOM 125-126).

Dm-skn:: {W} .

dmbiy:: {I} (Erg) levenslustig.

dmena:: {C} (Erg) gebed, overpeinzing; ef kette ~ n flj: iets overpeinzen.

dmennt:: {C} gepeins; ef gre nt ef ~: in gepeins verzonken zijn.

dmennt:: {C} (overpeinzings- en meditatieperiode, vrnl voorafgaand aan een Reel-verkiezing).

dmenntelst:: {wst} dmenntelstje.

dmenntelstje:: {U; gst= dmentell; wst= dmenntelst} peinzen.

dmentell:: {gst} dmenntelstje.

Dm-greel-weg:: {W} .

mm:: {I} duf, muf.

am:: {G} (stad in Jelafo).

Damc:: {F}.

Damc & Teefyre-Blmt:: {N} (afk= D&TB) (voormalige bank te Trendon; .

mpi:: {G} (beek, gemeente Hajofese); .

dm-poi:: {I} getapt, uit het vat (bier, wijn; in tegenstelling tot in flessen).

dmsa:: {C} damhert (L. Dama dama).

Dm-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Keunee); .

n:: {J}.

ana:: {M} Diana.

Dnda:: {M}.

dndeljon:: {C} paardebloem (L. Taraxacum officinale); ef rze ja ef ~s: een potje vrijen.

Dndeljon:: {N} "Paardebloem" (Bergparel-B&B in Acaratsa); .

Dndeljon-plep:: {W} .

Dnder-mirra:: {W} .

Dnder-seert:: {N} (boerderij; gemeente Sinto-Han); .

Dne:: {J} Daan.

danen:: {I; =vt v tar 1} dichterbij; do zre ~ dus gress: hij woont dichterbij dan ik; gress armtju'ecce eft ~ kruttater: ik geef de voorkeur aan een dichterbij gelegen kruidenier/meer in de buurt; ef durtef zurtarr ur ~: drie uur of minder; ef ktef srt ur ~: acht huizen of minder; Lerdu rinne ef erg-serstef herco ur ~: Lerdu verdient twintig herco of minder; nert A ur ~ fes B: niet zozeer A, als wel B; veeleer B dan A; Lerdu nert melde eft artiys ur ~ fes eft veldur lef kgos: Lerdu is niet zozeer een artiest als wel een fantasievol persoon; (het gebruik v danen als vz wordt niet als correct Spok beschouwd, zoals:) do zre ~ ef garrent dus gress (beter: do zre vluf tar ef garrent dus gress): hij woont dichter bij het station dan ik; lilepiy; tar.

dnke:: {U} bonzen.

dnkos:: {C} gebons.

nn:: {C} gong.

dane:: {U; vdw= dnsen} dansen; ps ~ kaf otlgt musiyc: ze dansen op wilde muziek.

dnsen:: {vdw} dane.

dane-srt:: {C} dancing, discotheek.

danos:: {C} dans.

dnta:: {C} vonkenregen.

Dnta XL:: {N} (tandpastamerk); .

Dapozes:: {F}.

daqu:: {I} (lett) rondom, in het rond.

daqujess:: {C} schaal, wijzerplaat (rond, met verdeling in uren, kilometers ed); daqu; jesme.

ar:: {C} (arch/dl= Centraal-Berref) jongen, knaap.

dare:: {K} ~ [beri]: durven, aandurven; do nert ~ beri gfque: hij durft niet te klagen, hij durft het niet aan om te klagen; do ~ jazy dena rm: hij durft dit werk wel aan.

drg:: {S} (dl= Tjemp/Plef) stevige maaltijdsoep (met uien en/of wortelen en/of bonen en/of prei); ; (DOM 84).

ark:: {G} (stad in Ziyp).

Darkhouse Company:: {N} (filmproductiemaatschappij, in Conityje); .

rlo:: {I; =ot v pert 1} [het] meest; ef ~ veldurs: de meeste mensen; gress trempe pert tur do trempe ~: ik lees veel maar hij leest het meest; pert.

rlotiy:: {C} hoeveelheid; eft ~ rifo pleko: een hoeveelheid zand.

armiy:: {C} [berg]dal.

armiy-korda:: {N} (Erg kerk; gemeente Xeno); .

armiy-lk:: {S} daslook (L. Allium ursinum).

armiy-mirra:: {W} .

drnel:: {S} raaigras (vrnl in samenstellingen als Enelandes-~ = Engels raaigras, of Teujan-~ = kweek).

Daro Gabanos:: {N} (transportbedrijf, in Noniy); .

Darola-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Xariy); .

Darola-lirrotiy:: {W} .

Darola-mirra:: {W} .

Darola-siyclo:: {W} .

daros:: {C} durf.

Darx:: {N} (eenvoudig, stijlvol pension in Drufpl); .

drte:: {U} ijlen (in koorts).

drter:: {U} (lett) iemand die ijlt van de koorts; (fig) iemand die wartaal uitslaat; warhoofd.

drtos:: {C} geijl.

drtyg:: {C} sandaal.

Daryniy:: {G} (beek, gemeente Mena); .

das::

  1. {VG} (positieve voorwaarde) maar dan, en dan; tu pratog lelmo luppor, ~ tintt fesrt mas: je mag vanavond uit, maar dan moet je morgen thuisblijven; (sequentieel): en dan, en vervolgens; Tonja qugle eft strek n Qurt, ~ Styna obezjerne do: Tonja geeft Qurt een klap, en vervolgens lacht Styna hem uit; (en vervolgens; niet echt als "doel"): eup putto ef malode na dfo, ~ eup sterdo mintof eft paqur kin-zirdos: ze hield het componeren voor gezien, om vervolgens na een lang ziekbed te sterven (das als dt heeft deze sequentile interpretatie echter NIET!); ~ ... fit: maar dan wel ....
  2. {DT} (positieve voorwaarde) maar dan, en dan; tu ~ pratog lelmo luppor, tu perkilme beri tinde fesrt mas: je mag vanavond uit, maar dan moet je morgen thuisblijven.

a:: {G} (stad in Ales).

Dslo:: {F}.

dsn::

  1. {VG} (negatieve voorwaarde) maar dan niet, en dan niet; (evtl nert in bijzin) gress kette 10 n tu kaf tim aiyk, ~ [nert] wempe-te!: ik geef je voor de laatste keer 10 en zeur dan niet meer.
  2. {DT} (negatieve voorwaarde) maar dan niet, en dan niet; (evtl nert in bijzin) gress ~ kette 10 n tu kaf tim aiyk, tu [nert] gelderilme beri wempe: ik geef je voor de laatste keer 10 , maar dan mag je niet meer zeuren.

Dstajy-skn:: {W} .

Dstajy-Opper:: {N} (tankstation langs de M8; gemeente Amahagge); .

Dstajy-seerts:: {W} .

Dstajy-Wefot:: {N} (tankstation langs de M8; gemeente Amahagge); .

DAT:: {afk} Deprtemen furt Dalotoje-Tiyns.

datas:: {Cmv} data (gegevens).

datc:: {I; =mt v horit 1} [het] minst vroeg; Petriy ur gress levere riyfain horit, tur gress levere ~: Petriy en ik staan altijd vroeg op, maar ik het minst vroeg; horit.

Datriy:: {F}.

dts:: {C; mv= ~e} dadel (vrucht); todts.

dtse:: {mv} dts.

dtse-vildul:: {C} dadelpalm.

datumas:: {C; mv= datumse} datum; kaf ef ~ (afk= ked): de dato.

datumse:: {mv} datumas.

datumere:: |..je| {K} dateren, van een datum voorzien.

Daufenbach-mirra:: {W} .

David:: {J}.

David Cohen uLG:: {N} "David Cohen & Co" (groot makelaarskantoor te Amahagge); .

Daviyt:: {J}.

dxa:: {C} (klassieke dichtvorm met 4 coupletten v elk 4 strofes).

dazf::

  1. {S} (soort chocolademelk; kinderdrankje).
  2. {I} duizelingwekkend, daverend.

dazen:: {I} verward (spreken, praten).

dazen-mux:: {C} wartaal.

dazenne:: {C} [feest]gedruis; rumoer.

Dazy:: {M}.

zyhinne:: {E} ef ~, den ...: het valt niet te ontkennen dat ...; toegegeven moet worden dat ...; (den kan NIET door een lira-constructie vervangen worden).

Dzzertyl:: {J} (Peg).

DB-TV:: {afk} doffiy-blakker-televio.

DB-lacs:: {afk} Dreutos-burg-rniyka-lacs.

de:: {C} (naam vd letter D).

De:: (Ned lw; Fra vz: zie lemma's hieronder).

De Atlantische talen:: {N} (boektitel); .

De la Bouillre:: {F}.

De Labouillaire ur Steefj:: |Spok: st; Peg: stf/st| {F}.

de Noord:: {F} (Ned).

de Peafort:: {F} (Spa).

Dead tense or death tense:: {N} (tijdschriftartikel); .

Debando:: {F}.

ebantiy:: {G} (stad in Ales).

ebnto:: {F}.

ebbe:: {I} iebbe.

Debussy:: {F}.

dec:: {C} dek (v schip).

decadiy:: {C} decennium.

decaniy:: {C} deken, decaan.

decann:: {C} (RK) deken, priester.

decc:: {S} aanslag, condens.

decce::

  1. {K} doen beslaan; ef huma luktsta ~ ef wjos: het vochtige wasgoed doet de ruiten beslaan.
  2. {Upr} beslaan, aanslaan (vocht op ruiten ed).

dec-kloitt:: {C; mv= ..-klt} zwabber, scheepsjongen.

dec-klt:: {mv} dec-kloitt.

dec-lados:: {C} deklading, deklast.

declarao:: {C} [belasting]aangifte; ; deklarao.

declare:: {K} (alg) verklaren; (belasting) aangifte doen.

declarelira:: {I} in ieder geval; in alle gevallen; ~, gress sen nert vone ef: hoe dan ook, ik ben het er niet mee eens.

declaros:: {A} verklaring; ef qugle eft ~: een statement geven.

decort:: {SC; mv= ~eo; rsmv= ~ett} visioen.

decorteo:: {mv} decort.

decortett:: {rsmv} decort.

decs:: {C} deksel (alg); klep (in motor).

decs-strek:: {C} klepstoter (in motor).

deliy:: {I} olijk, guitig, ondeugend, [vrolijk] spottend.

dam:: {III} achteruit (fig: verslechterend).

damarte::

  1. {U} achteruitgaan (fig: verslechteren).
  2. {SC} achteruitgang (fig: verslechtering).

dedde:: {U} babbelen.

deddos:: {C} [babbel]praatje.

e:: {K} (alg) drukken, duwen; (fig) aanzetten, opjagen; ~ bleftess: (fig) achteruitstellen, opzijzetten; ~ sum {Upr}: aandrukken tegen, aanduwen tegen.

e-cn:: {C} drukknoop, drukker (aan kleding); drukknop, drukschakelaar.

e-nos:: {K} samendrukken.

Deefcvf:: {W} .

Deelff:: {F}.

elira:: {I} dringend; eft ~ naxyfolos: een dringend advies.

Deelm-weg:: |dm-| {W} .

er:: {C} proces (alg, behalve rechtszaak).

er:: {C} streber, eerzuchtig mens.

eerbl-terf:: {W} .

eersiy:: {G} (dorp; gemeente Iji).

eer-weg:: {W} .

e-rte:: {C} (afk= r) (Spok eenheid voor druk: 1 e-rte = 1r = 1r/:tr = 1 rte/ins = 0,205 g/cm); .

Deeter:: {F}.

Deeter-prc:: {N} (sportcomplex; gemeente Hirdo); .

Deeter-plep:: {W} .

Deeter-tmp:: {N} (graf; gemeente Moze-Lpran); .

def:: {C} bloemengeur.

DeF:: {afk} Demokratiy-Farte.

defeko:: {S} afval (restmateriaal: officieel).

deff:: {I} doof.

eff:: {SC} berusting, gelatenheid.

ff:: {gst} fje.

deffer:: {C} dove, doof persoon.

deffiy:: {C} doofheid.

definiere:: |..je| {K} definiren.

definio:: {C} definitie.

definiteff:: {I} (alg) definitief; (taalk) Spok verleden/voltooide tijd (uitgedrukt met tempus-sx a of o, of met woordvolgorde SOV).

fje:: {K; gst= ff} verslappen, verminderen (aandacht).

fjos:: {A} verslapping, vermindering (aandacht).

def:: {C} plaag (ziekte).

dfoe:: {I} (fig) eindeloos.

defliya:: {C; rs= defliyte} (Erg) vrw plaaggeest (vooral de met name genoemde Vyriy, Cana en Lc; altijd in deze volgorde genoemd!).

Defliya-siyclo:: {W} .

defliye:: {K} kwellen, plagen.

defliyos:: {A} kwelling, het plagen.

defliyte:: {rs} defliya.

deft:: {C} (pej) wijf, onaangenaam vrouwmens.

Degas-mirra:: {W} .

degenereratjen:: {C} dgener; gedegenereerd persoon.

degenerere:: |..je| {U} degenereren.

DEG-Gara:: {N} (voormalige garage in Amahagge); .

DEG-Medi:: {N} (groepspraktijk in Amahagge); .

degradao:: {C} degradatie.

degradere:: |..je| {K} degraderen.

-gre-fest:: {C} bajonetsluiting.

-gre-lelder:: {C} bajonetfitting (voor gloeilamp).

Degroot:: {F}.

DEG-seert:: {N} (gebouw met sportfaciliteiten in Amahagge); .

dhr:: {C} zegepraal, triomf.

dhr-rc:: {C} triomfboog.

dhre:: {E} zegevieren.

dhriy:: {I} (lett) zegevierend, triomfantelijk.

dhros:: {A} zegepraal.

de-jet:: (= et = djet = d-jet) {C} (naam vd letter Ď in dit woordenboek en verder in het Spokanisch Archief geschreven als /); jet.

Dejiygfu:: {G} (dorp; gemeente X ja ef Prusots).

deka:: {PX} deca (in het Spok zijn de deka-vormen (en ook desi, senti ed) gebruikelijk zodra een maat of gewicht hiermee met een kleiner, geheel getal uitgedrukt kan worden; (bijv) 2 dekalitriy = 20 liter; 21 litriy (en niet: 2,1 dekalitriy) = 21 liter; deka-.

dekagrma:: {C} (afk= dkg) decagram, 10 gram.

dekalitriy:: {C} (afk= dkl) decaliter, 10 liter.

dekameter:: {C} (afk= dkm) decameter, 10 meter.

dekeniy:: {C} rechter (persoon die recht spreekt).

dekeniy-tp:: {C} (hoge hoed zoals rechters die dragen); ; (DOM 117).

dekir:: {S} kreupelhout.

dekir-vycc:: {S} vogelwikke (plant) (L. Vicia cracca).

Dekir-vycc-mirra:: {W} .

deklarao:: {C} declaratie (lijst v ingredinten en andere karakteristieken die op etiketten v voedingsmiddelen moeten worden vermeld; de wetgever heeft bedacht dat deklarao in deze specifieke betekenis met een k geschreven moet worden); declarao.

deklarao-utykett:: {C} declaratie-etiket (etiket op voedingsmiddelen waarop de verplichte voedingsdeclaratie vermeld staat; vaak een apart etiket aan de achterzijde van een pak of fles, maar eventueel ook op het hoofdetiket zelf; deklarao.

deklinao:: {C} (taalk) verbuiging.

deklinere:: |..je| {K} (taalk) verbuigen.

ekmc:: {I} officieel; van hogerhand; formeel.

ele:: {U} (alg, behalve v personen) trillen, vibreren; (mbt personen) klappertanden.

delfenn:: {C} dolfijn (L. Delphinus delphis); martel ~: bruinvis (Phocoena phocoena).

delft-blotter:: |delf-| {I} Delftsblauw [aardewerk].

delg:: {C} dolk.

delg-lofa:: {C/S} schermhavikskruid (L. Hieracium umbellatum).

Delka-weg:: {W} .

Delle:: {W} .

delpe:: {K} begraven (alg, behalve v doden).

delpe-fes:: {K} ingraven.

delper:: {C} (alg) kuil; (dl= Plef) tinmijn (dagbouw in Az-gebergte).

delperrere:: {K} graven.

delperreros:: {C} het graven.

delpos:: {C} begraving; dat wat begraven is.

delpos-fes:: {C} ingraving.

Delst:: {F}.

delta:: {C} delta.

demandiy:: {C} [huwelijks]aanzoek.

demarrine:: {K} fokken.

demarriner:: {C} fokstier.

demarrinos:: {C} fok, het fokken.

demarriyn:: {C} fokkerij.

demokrao:: {C} democratie.

demokratise:: {I} democratisch.

Demokratise Zampr-n:: {N} (afk= DZ) "Democratische Volksunie" (politieke partij); .

demokratisere:: |..je| {K} democratiseren.

demokratiseros:: {C} democratisering.

Demokratiy-Farte:: {N} (afk= DeF) "Vooruitgang van de Democratie" (politieke partij); .

Demon:: {N} (internationale internetprovider); .

demonise:: {I} demonisch.

demonstrao:: {C} demonstratie.

demonstrere:: |..je| {U} ~ fes/mip: demonstreren voor/tegen.

demonstrerer:: {C} demonstrant.

den::

  1. {BT} (tijdsbepaling) als, wanneer, dat; ef tof, ~ do prate: de dag als/wanneer hij vertrekt.
  2. {VG} dat; gress nute, ~ do arfine: ik hoor dat hij komt; (soms wordt een bijzin met den vertaald door een infinitief-complement) do rajiyte, ~ [do] arfine mas: hij hoopt morgen te komen; hij hoopt dat hij morgen kan komen; (leidt indirecte rede in als performatief ww achteraan staat) ~ do pratt mas, Petriy blompe: hij vertrekt morgen, beweert Petriy (vgl: Petriy blompe, do pratt mas: Petriy beweert, dat hij morgen vertrekt); lira.

dena:: {AW; enk-concr/semc} (neutraal) die, dat, deze, dit; b c, lelmo bst ur ~ peple: die eik [daarginds], deze beuk [hier] en die/deze populier [in het midden]; ~ kost oto: deze/die auto van mij.

enc:: {C} teil, tobbe, vat; ~ [lef trchs]: (pop) vehikel, gammel voertuig.

enciy:: {I} verlopen, verliederlijkt.

denon:: {C} galm, weerkaatsing.

denone:: {U} galmen (weerkaatsen).

denerami:: {VG} (positieve voorwaarde) in/voor het geval dat; ralputte-te ef k, ~ gress nert melde fesrt!: neem de sleutel mee voor het geval ik niet thuis ben!.

den Haan:: {F} (Ned).

Denis:: {J} Dennis.

denise:: {C} Deens (taal).

denjen:: {C} kerker; (daar vele archasche woorden op het gebied vd krijgs- en bouwkunde op het sx n eindigen, komt ook de variant denjn voor; het gebruik v deze hypercorrecte vorm is af te raden); dnjen.

Denmarka:: {Cef} Deense vrouw.

denmarko:: {IIef} Deens bv.

Denmarko:: {G} Denemarken.

Denmarky:: {Cef} Deen.

denme:: {E; gst= denn} hagelen.

denmos:: {S} hagel.

Denmos:: {N} (naam v steenkolenmijn, gemeente Vlel); .

denn::

  1. {III} pas dn, eerst dn; (in een bijzin neemt denn de plaats in vh vg den, zodat denn het karakter v vg krijgt) do zjoffe, ~ do arfinec (en niet: do zjoffe, den do arfinec denn): hij beweert dat hij pas dn kan komen; den.
  2. {gst} denme.

dens:: {BT} (tijdsbepaling in mv; arch) als, wanneer, dat; mics terrats, ~ do prate: alle dagen als/dat hij vertrekt; den.

Dentr:: {F}.

Denys:: {J} Dennis.

Denysa::

  1. {M} Denise.
  2. {N} (naam v steenkolenmijn, gemeente Zar); .

or-fes-molarriy:: {I} verstoord (kijken).

os:: {C} (alg) druk, duw; (fig) aanzetting, opjaging; (in auto) gaspedaal.

p:: {C} zweer, ontstoken plek.

deprtemen:: {C} departement, ministerie (minister met zijn naaste medewerkers en de kantoren met alle ambtenaren; vgl menestery; Deprtemen).

Deprtemen:: {N} Departement, Ministerie (overheidsinstantie met een minister aan het hoofd); .

deprtemena:: {I} departementaal, ministerieel.

Deprtemena Pree-harbos:: {N} (afk= DPH) "Ministerile Persdienst" (vgl Rijksvoorlichtingsdienst, maar dan alleen mbt de ministeries; in Hirdo); .

Deprtemen furt Agraria, Mpeh ur Ebezze:: {N} (afk= AME) (ministerie); .

Deprtemen furt Agraria ur Mpeh:: {N} (afk= AUM) (voormalig ministerie); .

Deprtemen furt Dalotoje-Tiyns:: {N} (afk= DAT) (ministerie); .

Deprtemen furt Ekonomiy, Weelfa'ecos ur Tegnoliy:: {N} (afk= EWT) (ministerie); .

Deprtemen furt Entraferos ur Rekreao:: {N} (afk= EUR) (ministerie); .

Deprtemen furt Fesdu-Tiyns:: {N} (afk= FET) (voormalig ministerie); .

Deprtemen furt Fesdu-Tiyns ur Lydos-ns-vobaros:: {N} (afk= FEL) (ministerie); .

Deprtemen furt Generl Tiyns:: {N} (afk= GET) (voormalig ministerie); .

Deprtemen furt Generl Tiyns ur Cmunikao:: {N} (afk= GTC) (ministerie); .

Deprtemen furt Helten, Ubara-menah ur Cnsumeratjen-tiyns:: {N} (afk= HUC) (ministerie); .

Deprtemen furt Infrastrukturiy ur arkiffos:: {N} (afk= IA) (ministerie); .

Deprtemen furt Kolestiy, Tibn ur Kra:: {N} (afk= KTK) (ministerie); .

Deprtemen furt Milju ur ar:: {N} (afk= MU) (ministerie); .

Deprtemen furt ark ur Knurfel:: {N} (afk= UK) (voormalig ministerie); .

Deprtemen furt Soalo-tiyns, rm ur Efantoiy:: {N} (afk= SE) (ministerie); .

Deprtemen furt Tibn ur Kra:: {N} (afk= TUK) (voormalig ministerie); .

Deprtemen furt Ubara ur c-zutos:: {N} (afk= UUZ) (voormalig ministerie); .

pe:: {U} zweren, ontstoken zijn.

deportao:: {C} deportatie, wegvoering.

deportere:: |..je| {K} deporteren, wegvoeren (ook dieren naar het slachthuis).

deputt:: {C} afgevaardigde.

dequ:: {C} mitrailleur; dreutequut.

r:: {S} leder, leer (gelooide huid).

ra:: {I} lederen, van leder gemaakt; ef musts melde ~: de schoenen zijn van leer.

Derain-mirra:: {W} .

derngere:: |..je| {U} (fig) scheef, fout, de verkeerde kant opgaan (v persoon).

r-chnt:: {C} miterus ~: (naar juchtleer ruikende paddestoel op bergweiden: L. Camarophyllus russocoriaceus).

Dercs::

  1. {F}.
  2. {G} (dorp; gemeente Oofo).

Dercs-weg:: {W} .

Dercs-zeces:: {G} (dorp; gemeente Oofo).

Dercx:: {N} (herberg bij Hajofese); .

Dercx-dl:: {G} (bergrug, gemeente Hajofese); .

Dercx-wuma-poh:: {W} .

Derebtje:: {G} (stad op Garos).

riygt:: {C} punaise.

derjiy:: {I; mv=enk} deerlijk, jammerlijk; ~ [melde] n dena mimpit: [dat is] zonde voor dat boek.

Derjiy n dena miyna-cne:: {N} (titel toneelstuk); .

rlot:: {C} wijnzak (v leder).

drma:: {C} klaproos (in Spok vrnl ruige klaproos: L. Papaver argemone); presr ~: gewone klaproos (L. P- rhoeas).

dermatolche:: {C} dermatoloog, huidarts.

dermatologise:: {I} dermatologisch.

dermatoliy:: {C} dermatologie.

Dermehhy:: {F}.

ermsra:: {N} (Bergparel-pension in Quandep); .

derr:: {C} (pop) schat[je], liefje.

errce:: {F}.

erriy:: {F}.

derrs::

  1. {C} ketel.
  2. {Cef} baksteen (voorwerp).
  3. {Sef} baksteen (materiaal).
  4. {I} bakstenen, van baksteen gemaakt.

derrs-drm:: {C} pauk.

Derrs-weg:: {W} .

derser:: {C} warmwaterkan; eft pl ~: een stomme trut.

erunt:: {I} zeldzaam, sporadisch.

Deruter:: {F}.

derviy:: {I; =ot v tild} [het] slechtst, meest slecht; ps nert melde ef ~n ts, ...: zij zijn niet de minsten ...; tild.

ryf:: {C} lederen riem, strook, ceintuur; (= r + ryf).

des:: {afk} desembry.

Descartes:: {F}.

desembry:: {Cef} (afk= ds of des) december.

desi:: {PX} deci; deka.

design:: |Eng. / (spr) desnn| (de Spok uitspraak wordt als onverzorgd beschouwd, maar steeds meer gebruikt door mensen uit creatieve beroepen die zelf met design bezig zijn)

  1. {S} design.
  2. {I} design.

desigrma:: {C} (afk= dg) decigram.

desilitriy:: {C} (afk= dl) deciliter.

desimaliy:: {C} decimaal (zn).

desimalo:: {I} decimaal (bv).

desimeter:: {C} (afk= dm) decimeter.

esse:: {J}.

st:: {I} taai.

dester:: {C} (alg) woestijn; (dl= Centraal-Berref) door regen of storm verwoest korenveld.

dester-kar:: {C} "schip van de woestijn", kameel.

dester-ljniy:: {C} (lett) oase.

Dester-plep:: {W} .

destinao:: {C} bestemming, reisdoel.

destinere:: |..je|

  1. {K} bestemmen.
  2. {Upr} ~ furt: bestemd zijn voor.

destineror:: {I} ~ furt: bestemd voor.

destineros:: {C} bestemming (alg).

desnn:: {C} ontwerp.

desnne:: {K} ontwerpen.

et:: {C} de-jet.

detecterr:: {C} detector.

detekmip:: {C} detective (boek).

detekteff:: {C} detective (persoon).

determinent:: {C} determinant.

Determinents ur furtplaas:: {N} (tijdschriftartikel); .

dett:: {C} praatje (vaak niet geheel waar); quista ~s: mooie praatjes.

ette:: {K}

  1. aantrappen (met de voet aanstampen);
  2. (dl= Cheetuc) verklikken, verraden.

detle:: {K} detailleren; [gedetailleerd] omschrijven.

detll:: {C} detail.

detll-ferbiy:: {I} gedifferentieerd.

detlos:: {C} detaillering; [gedetailleerde] omschrijving.

det:: {I} bits, vinnig.

DEV:: {afk} Devendos-deprtemen.

devendos:: {C} afweer, noodweer, verdediging, defensie.

Devendos-deprtemen:: {N} (afk= DEV) (ministerie); .

devenseff:: {I} verdedigend, defensief.

dvern:: {C} (alg) donjon (grootste toren ve kasteel); (in Zuid-Spok: losse uitkijkpost in de buurt ve kasteel); n.

devijate::

  1. {K} omleggen, omleiden (v weg/route).
  2. {U} ~ rifo: (lett/fig) afwijken van.
  3. {C} [weg]omlegging.

devijatos::

  1. {C} het [tijdelijk] omleggen van een weg/route.
  2. {A} afwijking.

Devj:: {M}.

Dewyt:: {F}.

dezze:: {U} fluisteren (met trillende stembanden).

dezzos:: {C} gefluister (met trillende stembanden).

dg:: {afk} desigrma.

DH:: {afk} dres-harbos.

di:: {DT} (vormt toek tijd, al dan niet met een speciale woordvolgorde of ww-sx'n) gress ~ trempu ef mimpit: ik zal het boek lezen; do ~ dhre!: hij zal zegevieren!; do reppa, den do ~ trempui ef mimpit: hij zei dat hij het boek zou lezen (dat heeft hij dus ook gedaan).

dia:: {C; rs= ~t} dia, lantaarnplaatje.

diagnoses:: {mv} diagnoss.

diagnoss:: {C; mv= diagnoses} diagnose.

dialektoliy:: {C} dialectologie.

diametra:: {C} (alg) diameter; dyjametra.

diat:: {rs} dia.

diatat:: {C} diaprojector, toverlantaarn.

diatonise:: {I} diatonisch.

Dib:: {afk} Distrycciy Bibliotekke ur rgeff.

Dicorona:: {F}.

didas:: {C} gymschoen, gympie.

dide:: {K} genoegen nemen met.

Diederik:: {J} (Ned).

Diego-Garsiy:: {G} Diego Garcia.

diesel:: |dissel| {C} dieselmotor.

iess:: {I} ontspannen, rustig.

diet:: {rs} di.

Diez:: {F}.

Diezyrgh:: {N} (uitgeverij in Gasky); .

diffiyk:: {I} moeilijk; ef melde ~ beri [riffe eft quergos lef ef kindis]: het is moeilijk om [een afspraak met de koning te maken].

diffiyksel:: {C} moeilijkheid.

diftngao:: {C} diftongering.

diftngere:: |..je| {K} ~ [helkara]: diftongeren [tot].

Diga.cm:: {N} (fabrikant v computerchips en andere digitale componenten, te Ies); .

digi:: {I} (spr) digitaal; (vaak in samenstellingen:) eft ~-curs: een digitale cursus.

digi-fesende:: {K} inloggen.

digi-mipende:: {K} uitloggen.

digitala:: {I} digitaal.

dijode:: (= diode) {C} diode.

Dika Kabi:: {N} (voormalige uitgeverij in Blort); ; (DOM 212).

diktaterr:: {C} dictator.

diktater:: {I} dictatoriaal.

diktaturiy:: {C} dictatuur.

Dill:: {G} (rivier van Az-gebergte naar de p); .

Dilliscop:: {F} (Eng).

diluvve:: {C} zondvloed.

dimeno:: {C} dimensie.

dimenonalo:: {I} dimensionaal.

dina:: {N} (merk v benzine, diesel- en smeerolie); .

dinelo:: {C} diner, avondeten; fes ~: aan het diner; ps melde fes ~: ze zitten aan het diner.

DInIS:: {afk} Distrykalo Industriela Informao-sentrym.

di:: {SC; rs= diet} god; luft ~!: in godsnaam!.

Di:: {N} God; fes ~ex ef zr: onder Gods hoede.

diode:: {C} dijode.

Die:: {F}.

dii:: {SC; rs= dit} godin.

dii-bamico:: {C} venusspiegel (plant) (L. Specularia).

Dii-rcel:: {W} .

Dii-jakm:: {G} (vlakte in district Ren); .

Dii-mjl:: {N} (molen in gemeente Halepoai); .

Dii-srt:: {G} (dorp; gemeente Harfloja-rtuhaj).

diiyba:: {SC} godheid.

Diiyer:: {F}.

di-lelde:: {!} godverdomme! (vrnl bij boosheid).

di-probaros:: {A} ef jabince lef ~: oogluikend toestaan.

Di-prusot:: {G} (dorp; gemeente Hier).

di-quanka:: {C} vrnaam; alle vrnamen van iemand tezamen.

dit:: {rs} dii.

dite:: {I} goddelijk.

ditea:: {I} goddeloos.

di-vlukk:: {C} godslastering.

diplomao:: {C} diplomatie.

diplomatiyc:: {I} diplomatiek.

diplomm:: {C} diploma.

diplommer:: {C} gediplomeerde, iemand die een [bepaald] diploma behaald heeft.

dira:: {DT} (positieve voorwaarde; bijzin in de toek tijd, uitgedrukt met di; dira mag ook weggelaten worden) als, indien, mits; tu [dira] pnze eft zlef, quandro tu di lpilme bent eft kredek: je krijgt een paard, mits/indien je eerst zelf een stal bouwt.

Dirc-lemns:: {N} (grafheuvel; gemeente Sa Crono); .

direcc:: {I} direct, rechtstreeks.

direcc-sompiy:: {I} rechtlijnig (fig).

directeff:: {SC} richtlijn (juridisch: bindend voorschrift).

direkter:: {C} hoofdcommissaris (v politie).

Dirr:: {F/J}.

dirt:: {S} vuil, smerigheid.

dirtare:: {K} vervuilen, bevuilen (sterker dan dirte).

dirtaros:: {C} vervuiling, bevuiling.

dirte:: {K} verontreinigen (minder sterk dan dirtare).

dirter:: {C} vuiligheid.

dirtiy::

  1. {Cef} verontreiniging (dat wat verontreinigt).
  2. {I} vuil, smerig.

dirtos:: {C} verontreiniging (wat verontreinigd is).

disc:: {C} schijf.

discnto:: {C} disconto.

disimilao:: {SC} dissimilatie.

disjungao:: {C} afscheiding, het afscheiden.

disjunger:: {C} afscheiding (iets dat ergens v afgescheiden is).

disjungere:: |..je| {K} afscheiden, afzonderen.

disjungos:: {C} afscheiding (iets dat twee dingen v elkaar scheidt, zoals een hek of schot).

disko:: {C} disco[theek].

diskrepano:: {C} discrepantie.

diskriminao:: {C} discriminatie.

diskriminere:: |..je| {K} discrimineren.

diskuo:: {C} discussie; ef obiyre flj lo ~: iets ter discussie stellen.

diskutere:: |..je| {E} discussiren, discuteren; ~ rifo flj: discussiren over iets.

dislosta:: {SC} dislostra.

dislostiy:: {I} dislostriy.

dislostra:: {SC} waan.

dislostriy:: {I} in een waan verkerend; een idee-fixe hebbend.

dismyse:: {K; vdw= dismyst} ontslaan.

dismysos:: {C} ontslag.

dismyst:: {vdw} dismyse.

disputt:: {C} dispuut.

dist:: {Iid} goedaardig||kwaadaardig; eft ~ pak fry ef cubu: een goedaardige kerel; eft ~ fitrutos lef poir: een goedaardig gezwel; eft ~ hurt lef nucer ynts: een kwaadaardige hond; eft ~ fitrutot (rs!): een kwaadaardig gezwel; eft ~ pakke (rs!): een kwaadaardige kerel.

Dista:: {M}.

distnt:: {C} afstand; lf eft ~ rifo 300m: over een afstand van 300 m; fes eft ~ rifo 4km: op 4 km afstand; ef wencate flj furt ~: (lett/fig) iets op een afstand houden.

distingao:: {C} onderscheid; ef ~ rifonn A helkara B: het onderscheid tussen A en B.

distingere:: |..je| {K} onderscheiden.

distribuere:: |..je| {K} verdelen, distribueren.

distribuo:: {C} verdeling, distributie.

distributerr:: {C} verdeler (in automotor).

districa:: {C} streek, gebied.

Districa Empecho BC:: {N} (voetbalclub in Empecho); .

districa-zre:: {U} buiten, op het platteland wonen.

distrycc:: {C} district, provincie (in Spok: de 5 grootste mennilesets ("hoofdeilanden") zijn onderverdeeld in elk 2 of meer districten).

distrycciy:: {I} districtaal (betr een Spok district).

Distrycciy Bibliotekke ur rgeff:: {N} (afk= Dib) "Districtale Bibliotheek en Archieven" (gloednieuw gebouwencomplex in Br); ; (DOM 73-74).

distrycc-korsamen:: {C} "districtsrechtbank"; .

Distrycc-korsamen:: {N} (distrycc-korsamen, gezien als Spok instantie).

Distrycc-weg:: {W} .

distrykalo:: {I} regionaal.

Distrykalo Industriela Informao-sentrym:: {N} (afk= DInIS) "Regionaal Industrieel Informatiecentrum" (museum in Knolbol); .

dita:: {C} sloot.

dius:: {C} op[een]stapeling; stapel; houtvoorraad voor 1 winter (om te stoken).

diuse:: {K} opstapelen.

diusos:: {C} opstapeling, het opstapelen.

divn:: {C; mv= ~a} divan.

divna:: {mv} divn.

divers:: {II} diverse.

ivvs:: {G} (dorp; gemeente Kros).

ivve-Kylb:: {G} (pk-are in district Plef).

ivve-jakm:: {G} (vlakte op zuidpunt v Plef); ; (DOM 103).

diy:: {C} (arch) echtgenoot, echtgenote, andere partner; crlo-diy; tlokko-diy.

iyc:: {C} deuk; gress lelperre eft ~: ik heb een knorrende maag.

iycs:: {C} (lett) deuk; (fig) inbreuk.

iycynare:: {K} saboteren.

iycynarer:: {C} saboteur.

iycynaros:: {C} sabotage.

iycyne:: {K} inbreuk maken op.

iycynos:: {A} het inbreuk maken op.

Diyfy:: {J}.

iygt:: {mv} yg.

Diykart-plep:: {W} .

Diylt:: {J}.

diym:: {I} mat, wazig.

diym-glaza::

  1. {Sef} matglas.
  2. {I} matglazen, van matglas gemaakt.

diymjo:: {C} matglazen ruit.

Diyn:: {G} (dorp; gemeente Hcr).

Diync:: {F}.

Diyncsa-mirra:: {W} .

diynden:: {S} (spr) gebeier.

diyndenne:: {U} beieren.

diyndennos:: {C} gebeier.

Diyndijaka:: {W} (straatnaam/buurtschap); .

iynk:: {C} stengel, steel.

iynkbl:: {C} magere griet; lange slungel (zowel mnl als vrw).

iynk-krono:: {I} kaarsrecht.

iynk-plep:: {W} .

Diyns:: {M}.

Diynta:: {M}.

iynts:: {C} kapje, hoedje (zonder rand).

diyr:: {DT} (negatieve voorwaarde; bijzin in de toek tijd, uitgedrukt met di; evtl nert in bijzin) tenzij, indien niet; gress ~ rte, ef [nert] di bidalilme: ik rijd paard, tenzij het regent/indien het niet regent.

diyslste:: {I} diyslstre.

diyslstre:: {I} ontgoocheld, ontnuchterd.

diyst:: {III} aaneen, aan elkaar.

diyst-cloor:: {I} aaneengesloten.

Diysterhynne:: {G} (voormalig eilandje voor de kust bij Lift); .

Diysterhynne TC:: {N} (rederij, hoofdkantoor in Lift); .

Diyster-lirrotiy:: {W} .

diystym:: {C} graafschap.

diyvre:: {C} kruipende of blauwe muurpeper (alleen in Spok) (L. Sedum repens).

Diyvre:: {N} (sinds 1992 de nieuwe naam vh Flipflorlurfel te Lift, thans een Grand Caf); ; (DOM 136).

Diyx:: {J} Dick.

iyzze:: {F/J/M}.

Dizjeft-pt:: {W} .

djakiy:: {C} diaken.

djamanta:: {I} diamanten, van diamant gemaakt; met diamanten bezet.

djamantiy:: {S} diamant (materiaal).

Djamantiy-mirra:: {W} .

djamantiyn:: {C} diamant (steen); diamanten voorwerp.

djamantiy-tosmatjen:: {C} diamantslijper.

Djega:: {M} (Gar).

Djercje:: |erkje| {F}.

djet:: |et| {C} de-jet.

d-jet:: {C} de-jet.

djibutiy:: {IIef; mv=enk} Djiboutiaans (bv).

Djibutiy:: {G} Djibouti.

Djibutiyna:: {Cef} Djiboutiaanse vrouw.

Djibutiyny:: {Cef} Djiboutiaan.

Djoeten-prc:: {W} .

DK:: {afk} Doffiy Kolini.

d.k.b.:: {afk} (= dotoje kost blmtiffos).

dkg:: {afk} dekagrma.

dkl:: {afk} dekalitriy.

dkm:: {afk} dekameter.

dl:: {afk} desilitriy.

DL:: {afk} dollar.

dlc:: {I} ongemanierd, lomp.

Dlajjev:: {F}.

dlave:: {U} versprngen (niet in 1 lijn liggen; ook v datum).

dlavos:: {C} versprnging.

Dleebro:: {F}.

dlett:: {III} afgelopen, voorbij.

dlonafiy:: {C} "gedoogbrief" (schriftelijke toestemming gericht aan het distrycc-korsamen, zoals de Spok wet eist als iemands "particuliere rechten" door overheids-toedoen geschonden [zouden kunnen] worden).

dlone:: {K} dulden, gedogen.

dlonos:: {A} het dulden, gedoging.

dlofatjen:: {C} kassier.

dlofatjena:: {C} caissire.

dlofe:: {K} opzijschuiven, opzijzetten.

dlofer:: {C} telraam.

dlofos:: {C} het opzijschuiven, het opzijzetten.

dlyn:: {III; vt= dotriy; ot= sfnt; vk= strt; mt= poj} niet graag, ongaarne; met tegenzin.

dm:: {afk} desimeter.

DM:: {afk} dfo-mux.

M:: {afk} mrmiy-mipzlbinasos.

M-eren:: {afk} mrmiy-mipzlbinasos-eren.

.n.f.:: {afk} (= nos na fort).

DNM:: {afk} dfo-nalalvos-mannatjen.

do::

  1. {C} do (muzieknoot).
  2. {PV; 1niv-3enk-mnl} hij, hem; ~ zerfe Petriy: hij ziet Petriy; Petriy zerfe ~: Petriy ziet hem; ~ Elsa = Elsa ur ~: Elsa en hij; flifados ~: hij die aardig is; obezjerelira ~: hij die lacht; (als soort add bij familietitel) ef ~ frera rifo Elsa: hij, de broer van Elsa; (pluralis majestatis) Do Huron Herco Loefe 4, Kindis rifo Spooksoliy: Wij Huron Herco Loefe IV, Koning van Spokani; (poe: bij uitdrukkingen voor "regen") ~ bidale: het regent; ~ tiyste: het hoost; ex.

d:: {PV} (arch); de.

::

  1. {S} dauw.
  2. {III} erop af; ef melde ~ kaf flj: afkomen op iets; pij ~: recht toe recht aan; do zerfe ~ ef lense: hij kijkt recht in de lens.
  3. {VZ} (richting) op ... af; do arfine ~ gress: hij komt op mij af.

:: {PX.ww > ww} (nieuwe ww'n); 3; -.

Doa:: {M}.

doa:: {PX.c > c} zwart.

Doaboert-terf:: {W} .

doakerly:: {C} zwartrok (scheldnaam voor RK geestelijke).

doalnt-hme:: {C} zwartstreeptjiftjaf (komt vrnl op Vlociys en Rurf voor) (L. Phylloscopus striata).

Doaplinker Lost:: {N} (voetbalclub in Lost); .

obiyre:: {K} [neer]zetten, plaatsen; ef ~ rst jag: iemand in het ongelijk stellen; ef ~ A lo B: A voorstellen als B; ef ~ flj lo diskuo: iets ter discussie stellen; ef ~ ef kloppa lo tradam: de klok vooruitzetten (als deze achter loopt); ef ~ rst kaf eft wriy: iemand een standje geven; ef ~ flj fes ef gros: iets aan de praat krijgen; la'yc; ponto.

obiyre-fes:: {K} inladen (v lading).

obiyre-mip:: {K} uitladen (v lading).

obiyror:: {I} gevestigd (al lang bestaand).

obiyros:: {C} staanplaats; het neerzetten; plaatsing; (vrnl chemisch) neerslag, afzetting.

obiyros-fes:: {C} inlading, het inladen (v lading).

obiyros-mip:: {C} uitlading, het uitladen (v lading).

obo:: {I} verkeerd.

oboe:: {E; vdw= ~r} verkeerd zijn; het verkeerd hebben; grs ~ kusami: u bent hier verkeerd (tegen iemand die op een verkeerd adres aanbelt); tu ~ ef ts: dat heb je bij het verkeerde eind; (tdw: geeft speciale constructie) do farte-hups nert ~lira, do di meanu kiygt jazy: al loopt hij hard, hij zal toch te laat komen; ef bidale nert ~lira, quardere kirro ef fenta jazy: al regent het, we zullen zeker naar het feest gaan; kirro melde ~lira familas, felisitere kirro do kiykirot: al zijn we geen familie, we zullen hem toch feliciteren.

oboer:: {vdw} oboe.

oboos:: {A} het verkeerd-zijn; het verkeerde, dat wat er verkeerd is.

dc:: {C} pen (stevige vogelveer).

Dccajiyt:: {W} .

dchmp:: {C} raar mens, vreemd type.

ciy:: {I} gemeen (vals).

Dock-Wood:: |Eng.| {N} (new-age restaurant in Amahagge); .

oao:: {C} (vlugge Spok volksdans waarbij de vrouwen snel ronddraaien).

dode:: {U} uitsterven.

Doder-srt:: {G} (dorp; gemeente Xemn).

dodor:: {I} (lett) uitgestorven, niet meer bestaand.

dodos:: {C} uitsterving.

Doe:: {G} (stad in Ziyp).

de:: {PV} (passieve afleiding v do B) hij, hem; blul vpjelije ~: hij wordt geplaagd; (indirecte imperatief) trempe-~ ef mimpit: laat hij het boek [eens] lezen; (causatief) gress trempe-~ ef mimpit: ik laat hem het boek lezen; ik geef hem het boek te lezen; do; ex.

Doec:: {N} (7-Up-achtige frisdrank v fabrikant Steel in Lammafin); ; (DOM 93).

Doec-fresta:: {G} (bosgebied; gemeenten St.Groje en Ozaneto a/e Prek); .

doere:: {U} (verbale afleiding v do B) ef ~: hij is het, dat is hij; ef zft ~: hij is de dief; kost ~lira frera: hij, mijn broer; ef ~, t crtiravy iftam: HIJ wil wel helpen; kost doeror nurp: hij, mijn vroegere baas; (algemene bewering) ef nert ~ beri nie sest qundrs: hij is er niet voor om zulke karweitjes op te knappen; (arch: met object) ef ~ sener frinta: hij met/en zijn vriendin; do.

dotare:: {U} afsterven (langzaam sterven: v bos ed).

dote:: {E} sterven, heengaan; do doto tjg knks: hij is aan kanker gestorven.

dote-p:: {I} sterfelijk.

dotelira::

  1. {tdw} stervende; ef paine ~: op sterven liggen.
  2. {I} schurftig, goor, smerig.

dot'kurre:: {I} nert ~: onsterfelijk.

dotos:: {C} sterfte.

df:: {C} voedster, haas (vrw); poes (vrw).

dfa:: {C} dreun, opdonder.

dfa-kette:: {K} ~ rst: iemand een dreun verkopen, een opdonder geven.

ofne:: {K} ~ flj n rst: iemand iets afleren.

doffr:: {C} braam[bes] (vrucht); todoffr.

doffr-flyddere:: {C} braamspinner (L. Thyatira batis).

doffrs-lyot:: {C} bramenstruik.

doffiy:: {I} zwart.

Doffiy-agru:: {G} (bergtop in Ziffon-gebergte; 1126 m hoog); .

doffiyb:: {C} zwarte bes.

Doffiy-Berga:: {N} (bewoond kasteel; gemeente Amentlestu); .

Doffiy-Berga-mirra:: {W} .

doffiy-blakker-televio:: {C} (afk= DB-TV) zwartwit-televisie.

doffiyen:: {C} zwart; zwarte kleur; rouwkleding; zwarte kleding: eup farte fes ~s: ze is in de rouw; ze gaat in het zwart gekleed.

Doffiy Fresta:: {G} (bosgebied; gemeente Plekotex); .

doffiy-helk:: {C} zwarte mees (L. Parus ater).

Doffiy-hove:: {N} (kasteelrune; gemeente St.Colostiy); .

Doffiy-hove-mirra:: {W} .

Doffiy Kolini:: {N} (afk= DK) "Zwarte Steen" (Spok Grondwet, genoemd naar de zwarte steen waarop Koning Mazu Chale in 1521 de voorloper vd huidige grondwet liet beitelen); .

Doffiy-mirs:: {F}.

Doffiyn Dunjes:: {G} (duingebied; gemeente Plekotex); .

Doffiy Prgt:: {N} (wonderlijk monument, of is het alleen een kunstwerk?; gemeente Troebasrt); .

doffiy-radie:: {C} rammenas.

Doffiy Uza:: {N} "Zwarte Kruis" (Bergparel-hotel in Gran); .

doffiy-vlp:: {C} grote mantelmeeuw (L. Larus marinus).

doffiy-zjol:: {S} antraciet.

ofiymp-mirra:: {W} .

ofiyry-mirra:: {W} .

f-weg:: {W} .

ofiy:: {I} zo gauw mogelijk; pijlsnel.

ft:: {C} (vulg) tiet, borst.

dghurt:: {C} bloedhond.

giffe:: {U} opstappen (weggaan).

dgma:: {SC} dogma.

henn:: {III} af-en-aan (rijden); mintof ef treno-moplariy ef kinnolacs ufirfire ~: na het treinongeluk rijden de ziekenauto's af en aan.

iy:: {I} (fig) treffend, raak geschoten.

dojelpe:: {K} ophijsen.

dojelpos:: {C} het ophijsen; dat wat opgehesen wordt, hijslast.

dok::

  1. {C} dok (voor schepen).
  2. (doker) {I} (arch/dl= Zuid-Berref) donker (geen licht).

Dk:: {F}.

doka:: {III} (spr) natuurlijk, vanzelfsprekend; pirandoka.

dokast:: {C} dokwerker.

doker:: {I} dok 2.

dokerat:: {C} bioscoop.

kette:: {K} ~ n: herinneren aan (doen denken aan); dena kloppa ~ eft korda-taris n gress: die klok doet mij denken aan een kerktoren.

-ketter:: {C} vrouwenmantel (plant) (L. Alchemilla vulgaris).

kltos:: {C} toevloed.

dokuments:: |..tas| {mv} dokumentos.

dokumentos:: {C; mv= dokuments} document, akte, verklaring, officieel schrijven.

dokumentos-buros:: {C} archiefbrand (in Spok een veel voorkomend verschijnsel; vaak werden archieven moedwillig in brand gestoken door fanatieke Erg aanhangers die vinden dat het verleden niet bewaard mag worden); ; (DOM 33).

dokverf:: {C} stam (mensen).

dokverfe:: {K} afstammen van/uit.

dokverfer:: {C} afstammeling.

dokverfos:: {C} afstamming.

Dola:: {M}.

late:: {S} sparregroen.

le:: {C} spar[reboom] (L. Abies); blakker ~: zilverspar (L. A- alba); blotter ~: (Spok variant vd zilverspar: L. A- spocanica); presr ~: fijnspar (L. Picea abies).

le-mirra:: {W} .

oliych:: {I} eventueel.

dollar:: {C} (afk= DL) dollar.

dlmen:: {C} hunebed, dolmen.

Dlmen-mirra:: {W} .

Dlty:: {F/J}.

dolys:: {C} (kleedruimte in Erg kerk).

dolysta:: {C} (alg benaming voor een Erg ritueel).

dlze:: {C} wilde eend (L. Anas platyrhynchos).

Dlze Bm:: {F}.

Dlze-knurfel:: {G} (nette naam voor Dlze-pee).

dlze-mle:: {C} vogelbekdier.

Dlze-pee:: {G} (modderige waterstroom in Ergnt-moeras); ; (DOM 147).

Dlze-plep:: {W} .

dm:: {I} sloom, suf; (spr) aangeschoten, dronken.

omg:: {III} jammer.

Domel:: {F}.

-meldor:: {vdw} afgekomen (op); do ierquare ef ~ vnas kaf ef soza: hij verjaagt de wespen die op de worst zijn afgekomen; .

domenn:: {C} landgoed, domein, bosgebied (staatseigendom).

domenner:: {C} eigenaar ve landgoed (met name ve arkdomenn).

domenneren:: {C} feodaal stelsel (zoals in Spok heerste).

Dominica:: {G} Dominica.

dominicer:: {C} dominicaan (mnl lid v RK kloosterorde).

Dominicer:: {Cef} Dominicaan (uit de Dominicaanse Republiek).

dominicera:: {C} dominicanes (vrw lid v RK kloosterorde).

Dominicera:: {Cef; mv= ~s} Dominicaanse vrouw.

Dominicer-wlka:: {C} Dominicaner orde; .

dominiciy:: {IIef; mv=enk} Dominicaans (bv: uit de Dominicaanse Republiek).

Dominiciy Republic:: {Gef} Dominicaanse Republiek.

Dominico:: {J} (Ita).

domino:: {C} domino[spel].

dominomerr:: {C} dominospeler.

dominomerre:: {U} domineren, domino spelen.

dominomert:: {C} dominospel (alle stenen bij elkaar).

dominotiyn:: {C} dominosteen.

domiy:: {C} dom[kerk].

Domiy-lirrotiy:: {W} .

Domiy-plep:: {W} .

Domiy rifo ef Quista Cubus:: {N} (domkerk in Tosiy); .

mk:: {C} (trommel op 1 poot, voor religieuze treurmuziek, vooral op Oost-Berref); .

mpe:: {U} duikelen, tuimelen.

mper:: {C} duikeling, tuimeling.

mpos:: {C} geduikel, getuimel.

don:: {afk} donatof.

donao:: {C} donatie.

donaterr:: {C} donateur.

donatof:: {Cef} (afk= dt of don) donderdag.

Dnder:: {F}.

dndiy:: {I} brallend, schreeuwerig.

doner:: {C} donor (iamdn die orgaan, weefsel ed afstaat); voor de Wet op orgaandonatie, zie .

Dongen:: {F}.

nha:: |nha/nja| {G} (dorp; gemeente Foteuso).

nha-belt:: |nha-/nja-| {G} (dorp; gemeente Foteuso); (DOM 52/53).

nhe-lofa:: |nhe-/nje-| {S} gewone veldsla (L. Valerianella locusta).

nherivo:: |nhe../nje..| {G} (dorp; gemeente Ziffon-belt).

nhe-ses:: |nhe-/nje-| {G} (stuwmeer in het Ziffon-gebergte, oorspronkelijk een natuurlijk meer); .

nhe-ses-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Foteuso); .

dnjen:: {C} torenkamer; (daar vele archasche woorden op het gebied vd krijgs- en bouwkunde op het sx n eindigen, komt ook de variant dnjn voor; het gebruik v deze hypercorrecte vorm is af te raden); n; denjen.

donne:: {K} dragen, ophebben, omhebben (sjaal, hoofddeksel ed; NIET kleding om het lichaam, zoals jas, rok, broek ed); (arch/jur) voeren (v vlag).

Dnne:: {G} (vruchtbare heuvels in het stroomgebied vd Trendon, ten noordwesten v Hirdo); .

Dnne-pt:: {W} .

donnos:: {C} het dragen, het ophebben, het omhebben (v sjaal, hoofddeksel ed; NIET kleding om het lichaam, zoals jas, rok, broek ed); (arch/jur) het voeren, voering (v vlag).

nopros:: {C} samenleving, maatschappij.

nos:: {III} samen, tegelijk.

nosamare:: {K} ~ [mip]: samenstellen [uit].

nosamarer:: {C} samensteller.

nosamariy:: {I} samengesteld.

nosamaros:: {C} (lett) samenstelling, iets wat samengesteld is; compilatie.

nosame:: {C} (fig) samenstel, combinatie.

nos-obiyre:: {K} combineren.

nos-obiyros:: {A} combinatie.

nose:: {K} samenvatten.

nosef:: {VZ} (betrekking) tegelijk met, samen met; gress vende ~ Petriy helkara zirrot: ik ga samen met Petriy op vakantie (in elkaars gezelschap); (= nos + lef); nosfortiy.

noseldos:: {C} samenzijn (zn); eft kittianer ~: een gezellig onderonsje; (= nos + meldos).

nos-folte:: {K} opvouwen, samenvouwen.

nos-foltos:: {C} het opvouwen, het samenvouwen.

nosfortiy:: {VZ2n} (tijd) tegelijk met, gelijktijdig met; gress vende ~ Petriy helkara zirrot: ik ga tegelijk met Petriy op vakantie (dus NIET in elkaars gezelschap); nosef.

nosiy:: {I} bijeen, bijelkaar.

nosmiype:: {K} associren.

nosmiypos:: {A} associatie.

nosos:: {C} samenvatting, wat samengevat is.

nos-riffe:: {K} (alg) construeren; (v krant) opmaken.

nos-riffos:: {C} (alg) constructie; (v krant) opmaak.

nos-rfto:: {C} coalitie.

nosrme:: {K} meewerken met, samenwerken met.

nosrmos:: (= nos + rmos)

  1. {C} (lett) samenwerking, het samenwerken, het gemeenschappelijk met elkaar werken.
  2. {A} samenloop (v omstandigheden); (fig) samenwerking (onderlinge invloed).

nos-rupke:: {K} bijeenroepen.

nos-rupkos:: {C} bijeenroeping.

nos-efce:: {K} opstropen (mouwen).

nos-efcos:: {C} opstroping, het opstropen.

nos-slape:: {U} copuleren.

nos-trekke:: {U} (fig) samenspannen, onder n hoedje spelen.

nos-trekkos:: {A} (fig) samenspanning.

nos-rm:: {C} samenwerk[ing]; lef ~ rifo/tukst: in samenwerking met.

nos-zros:: {C} samenwonen (zn).

ont:: {C} keukenmeisje.

donut:: {C} donut (rond baksel (zoet brood) met een gat erin).

op:: {C} hak (v schoen).

paine:: {K} verlagen (belasting, loon ed).

painos:: {A} verlaging (belasting, loon ed).

pre:: {K} strijken (zeil, sloep).

prka:: {C} sloep.

pros:: {C} het strijken (v zeil, sloep).

pecc:: {C} kosten (zn); ef ksvenne ef ~ rifo flj: iets bekostigen.

pecce:: {K} een koop beslissen; zeggen dat je met de koop accoord gaat.

pecc-ksvennos:: {A} bekostiging.

r:: {I} dor.

orae:: {U} verschrompelen, rimpelig worden.

oraor teldos:: {N} (titel toneelstuk); .

ors:: {G} (stad in Jelafo).

rce:: {K} kruisen.

rcel:: {C} kruising, kruispunt, viersprong (v wegen).

rcel-korda:: {N} (Erg kerk; gemeente Harfloja-rtuhaj); .

rcos:: {C} kruising, het kruisen (alg).

Doregt-quntiyst:: {G} (ondergrondse waterloop; verbinding met de Ziffon); .

dormy::

  1. {Cef} toonladder.
  2. {I} (iro) muzikaal; eft ~ efanty: een muzikaal wonderkind.

ormt:: {I; =vk v tild} minder slecht; Petriy zjoffe, lkool meldelira ~ dus tobacc: Petriy beweert dat alcohol minder slecht is dan tabak; tild.

Dorotea:: {M}.

Dorothania:: {M}.

Dorothea:: {M} (Ned).

dort:: {C} steenbolk (vis) (L. Trisopterus luscus).

Dorteje:: {M} Dorothea.

Dryto:: {J}.

s:: {F/J}.

dose:: {C} dosis.

dtn:: {SC} zege; n.

te:: {I} bedauwd, dauwig.

Doterwille:: {F} (Ned).

tinde:: {U} uitblijven (niet komen); ef kjndor guldersta ~: de aangekondigde verbeteringen blijven uit.

otoch:: {C} [gewone] oorworm (L. Forficula auricularia).

dotoje:: {VZ} (betrekking) buiten, afgezien van, behoudens; ef tild wnzol ~ ef, eft olla mirros meldo: afgezien van het slechte weer was het een fijne wandeling; ~ kost blmtiffos (afk= d.k.b.): buiten mijn medeweten; (eig gereduceerde vorm v dalotoje 2); ~ ef l ...: nog daargelaten of...; dalotoje.

dotriy:: {III; =vt v dlyn} met meer tegenzin; meer ongaarne; Elsa quardere dlyn ef ynt-medikiy, tur gress paine ~ ef: Elsa gaat niet graag naar de tandarts, maar ik nog minder; dlyn.

dott:: {I} (lett/fig) uitgestorven, geheel en al verlaten.

tvoke:: {K} zich onderscheiden van (in positieve zin anders zijn dan).

tvokos:: {C} onderscheiding (prijs).

douba:: {C/S} mist, nevel.

douba-grult:: {C} mistbank.

Douba-seert:: {N} (voormalige galerie in Amahagge); .

doube:: {E} misten; ef ~ graviy: er hangt een dikke mist.

doubiy:: {I} mistig, nevelig.

Dourain:: {N} (kasteelrune; gemeente Piroes); .

dvrda:: {C; mv= ~s} ezelin.

dvrda-lappos:: {C} nuk, gril, rare kuur.

vende:: {U} uitgaan (jas, sokken).

-vendos:: {C} toeloop (v mensen).

Dovjan:: {M}.

dx:: {C} opwachting, plechtig bezoek; ef paine ef ~: zijn opwachting maken.

Dxa-weg:: {W} .

dxe:: {K} verwachten.

dxos:: {A} verwachting.

Doyen:: {F} (Fra).

o'yte:: {C} (lett/fig) puinhoop.

doyt:: {C} [wam]buis, kiel.

DPH:: {afk} Deprtemena Pree-harbos.

DQ:: {afk} dreutequut.

r:: {afk} e-rte.

Dr.:: {afk} dramo.

dra::

  1. {I} weldra, aanstonds; gress arfine ~: ik kom zo.
  2. {VG} (natijdigheid) zodra [als]; tu tumog ef mimpit tukst gress, ~ gress enn ef trempe: je mag het boek van me lenen, zodra ik het gelezen heb.

drabone:: {K} betrappen (inbreker); ef ~ rst fes ef flecs: iemand op heterdaad betrappen.

drabonos:: {C} het betrappen.

draca:: {C} draak, monster.

Draca:: {N} "Draak" (monster dat in het Oz-ses schijnt te wonen; tevens naam vh kunstwerk dat Fns Domel-Fla'ecc in dit meer heeft gemaakt (1995)).

draca-kroff:: {C} libel (met [enigszins] plomp lichaam); blotter ~: platbuik (libel) (L. Libellula depressa).

dracc:: {C} bakbeest.

drf:: {C} (alg) vizier (v harnas); (arch/poe/dl= Peg) gezicht; voorkant van het hoofd.

drfte:: {U} (dl= Peg) harnas/uniform/rijkostuum aantrekken ("het vizier/gezicht bedekken", dwz een specifieke uitrusting aandoen die uit losse onderdelen bestaat: jas, broek, laarzen, pet, helm, kuras, ed); eup ~, putte ef kylk ur farte helkara ef kredek: ze trekt haar rijkostuum aan, pakt het rijzweepje en loopt naar de paardenstal; te; tece.

drfy:: {C} rouwmantel (vlinder) (L. Nymphalis antiopa).

dragatjen:: {C} boodschapper; (sprkw) eft ~ nert ripje sener nng furt ef: het is niet om over naar huis te schrijven; ripje.

dragg:: {gst} dragje.

dragje:: {K; gst= dragg} brengen.

dragjos:: {C} dat wat gebracht moet worden; (fig) boodschap, dat wat gezegd moet worden; ef ~ raage: de boodschap is duidelijk.

Drgmn:: {F}.

drgna:: {C} vreugdevuur; furt ef ~!: godzijdank!.

Drgna-Blufk:: {N} "Vreugdevuurweide" (Bergparel-hotel in Crobela); .

Drgna-mbriy:: {N} (monument; gemeente Lift); .

Drgna-plep:: {W} .

drgt:: {I} drassig.

drah:: {C} wee geur.

Draheff:: {F}.

draiy:: {VG} (gelijktijdigheid) zodra [als]; kirro pnze gurnus, ~ kirro finne rifo politiycs: we krijgen ruzie, zodra we over politiek beginnen.

Drajam:: {G} (waterval in de Ons; gemeente Plafot); .

drk:: {C} groei; het uitkomen van een knop.

draka:: drak.

Draka:: {N} "Waag" (waaggebouw en gildehuis in Hirdo); (DOM 208); Ef Draka 2.

drak:: {C} (= draka) waag[gebouw].

Drak:: {N} "Waag" (museum in Amahagge); .

Draka-mirra:: {W} .

drakamuter:: {A; mv=enk} zwaarmoedigheid, droefgeestigheid.

drakamutiy:: {I} zwaarmoedig, droefgeestig.

drakare:: {K} (lett) [af]wegen.

drakare-pnt:: {C} weegbrug.

drakaros:: {C} (lett) [af]weging, het wegen.

draks:: {C} gewicht, zwaarte; spesifiyc ~ (afk= SD): soortelijk gewicht (SG).

draksiy:: {I} zwaarwegend, gewichtig.

drak-tiyn:: {C} grote weegschaal, balans (met arm en 2 schalen).

Drak-tiyn:: {N} Weegschaal (sterrenbeeld).

drake:: {U} ~ lo: wegen (bepaald gewicht hebben); do ~ lo 62kg: hij weegt 62 kg.

draker:: {C} weegschaal (alg).

drakiy:: {Iid} licht||zwaar; eft plariy ~ mul: een lichte last; ef kolini melde graviy ~: de steen is zwaar; melde lelmos kolinis ~n?: hoeveel wegen deze stenen?; eft ~ surdare-kar: een licht bootje; eft ~ merater lef zefa tifvents: een zware kerel.

dramatise:: {I} dramatisch (vrnl fig).

dramm:: {C} drama (in theater).

Dramm-mirra:: {W} .

dramo:: {C} (afk= Dr.) (een aan een universiteit verbonden persoon die een wetenschappelijk werk heeft gepubliceerd, dat door een commissie als "standaard-werk" aangemerkt is; (let op: Dr. is in Spok GEEN doctorstitel!); prifjiof.

drmp:: {I} achterlijk (stom).

drs:: |dras/drs| {mv} dro.

drsiy:: {I} drassig.

drat:: {C} [metaal]draad.

drtj:: {C} vlaskam, repel.

drave:: {K} tekenen (op papier).

drave-film:: {C} tekenfilm.

drave-kra:: {C/S} tekenkunst.

draver:: {K} tekenaar.

Draver-mirra:: {W} .

dravos:: {C} tekening (op papier).

dravostjaga:: {C/S} tekengerei, tekengereedschap.

Dreegt:: {G} (kanaal tussen Trendon-kanaal en plaats Monny); ; (DOM 130-131).

Dreegta:: {G} (dorp; gemeente Ameronne); (DOM 130).

Dreegt-kah:: {W} .

Dreelf-cs:: {G} (dorp; gemeente Balier).

Dreemp:: {F}.

Dreepala-weg:: {W} .

Dreest:: {J}.

Dreezaliy-blufk:: {W} .

drm:: {C} droom.

Dremn-mirra:: {W} .

drme:: {K} dromen.

drme-zerfos:: {A} droomgezicht.

drm-tjef:: {C} droombeeld.

drnp:: {C} ventilatieluik (zoals op Liftka in veel huizen boven de ramen aangebracht, waarbij de ramen zelf niet open kunnen; de luiken scharnieren veelal aan de bovenkant en worden opengetrokken met een touw dat over katrolletjes door de muur - meestal vlak onder de dakrand - naar binnen gaat).

drent:: {I} (lett) gevoelig, pijnlijk.

drentare:: {U} pijnlijk worden (fig).

drente:: {U} pijnlijk zijn (fig).

drent:: {C} (lett) gevoel, tastzin.

drentule:: {U} drentelen.

drentulos:: {C} gedrentel.

dres:: {II} eigen, zelf; (spr) flj melde ~: iets is voor jezelf bestemd; r.

dres-:: {PX} zelf, eigen; vermogen (waartoe iets/men in staat is); dres--.

dresa:: {C} individu, persoon.

dres-cijazut:: {I} hoog in het hoofd hebbend, laatdunkend, hoogmoedig.

dres-cijazutiy:: {A; mv=enk} hoogmoed; (sprkw) ef ~ melde futtof ef overcho: hoogmoed komt voor de val.

dres-cryre:: {K} [doen] bevriezen; ef knurfel sena ~: het water bevriest.

dres-cryros:: {C} bevriezing.

dres-crzos:: {A} zelfverwijt.

dres-dama'ife:: {K} verfoeien.

dres-dama'ifos:: {A} verfoeiing.

dres-obiyr:: {C} laadvermogen.

drse:: {U} aan [komen] stormen.

dres-envanos:: {A} prestige; lef ~: prestigieus.

dres-frenvuter:: {A; mv=enk} onverenigbaarheid.

dres-frenvutiy:: {I} onverenigbaar.

dres-gyf:: {C} hijsvermogen.

dres-harbos:: {C} (afk= DH) zelfbediening.

dres-kafquennos:: {A} zelfverloochening.

dres-kette:: {K} beslag leggen op; in beslag nemen.

dres-kettos:: {C} inbeslagneming.

dres-lebet:: {C} monopolie (in de handel).

dres-lfs:: {C} (lett/fig) draagwijdte.

dres-lytt:: {C} zelfbestuur.

dres-mebar:: {I} aangeboren.

dres-miype:: {K} constateren.

dres-miypos:: {C} constatering.

dres-moi:: {I} selfsupporting.

dres-nalalf:: {I} zelfbevestigend.

dres-oaro:: {I} consequent.

dres-put:: {I} tolerant, verdraagzaam.

dres-putte:: {K} accepteren.

dres-putte-p:: {I} acceptabel.

dres-puttos:: {A} acceptatie.

dres-quanka:: {C} eigennaam.

dres-reppos:: {C} alleenspraak, monoloog.

dres-sgns:: {I} ideaal (bv).

dressiy:: {C; rs= dresste} dressoir (meubel); toonbank (in winkel).

dresste:: {rs} dressiy.

dres-ovos:: {C} uittreksel, extract.

dres-splnje:: {K; gst= ..-splnt} doordrijven (mening, wil).

dres-splnjos:: {C} doordrijving, het doordrijven (v mening, wil).

dres-splnt:: {gst} dres-splnje.

dres-tif:: {I} eigenwijs, eigenzinnig.

dres-tjef:: {C} zelfbeeld.

dres-glyner:: {A; mv=enk} onzelfzuchtigheid.

dres-glyniy:: {I} onzelfzuchtig.

dres-tin:: {C} draagvermogen.

dres-zrer:: {C} autochtoon.

dres-zefn:: {I} barmhartig.

dres-zovert:: {I} zelfgenoegzaam.

Dreumn:: {G} (stad in Ales).

dreumnater:: {C} reder (v schepen).

Dreumnater-Fesququl:: {N} "Redersgenootschap" (belangenbehartiger en sociteit voor reders; in Br); .

Dreumn-belt:: {G} (dorp; gemeente X).

dreumne:: {K} (alg) vaartuig/voertuig/machine vaar-/rij-/draaiklaar maken; optuigen (schip); inspannen (paard); dekken (tafel); opmaken (bed); opstarten (computer).

dreumner:: {C} machinist.

dreumnos:: {C} (alg) het vaar-/rij-/draaiklaar maken; (v leger) mobilisatie.

dreut:: {C} instrument, werktuig; (pop) muziekinstrument.

dreutequut:: {C} (afk= DQ) mitrailleur; dequ.

dreuteren:: {C} nijverheid.

dreutiy:: {I} (lett) machinaal, door middel van een machine.

dreutos:: {C} machine, motor.

Dreutos-burg-rniyke-lacs:: {N} (afk= DB-lacs) "Wet op de Rantsoenering van Motorbrandstoffen" (Spok wet, in 1988 afgeschaft); .

dreutrif:: {C} instrumentenmaker; (pop) muziekinstrumentenmaker, -bouwer.

Drien:: {G} (dorp; gemeente Kjeja).

driycah:: {C} refrein (in een traditioneel Spok vers).

Driyft:: {W} .

dro:: {C; mv= drs} halo (kring om maan); wolk/nevelsliert (beschenen door de volle maan).

Dromhille:: {G} (dorp; gemeente Kurriy).

drbe:: {U} pruttelen (koken).

Drber:: {G} (riviertje in het Blizer-moeras); .

Droem:: {F}.

Droemne:: {F}.

Droemote::

  1. {F}.
  2. {G} (beek, gemeente Zekon); .

Droemote-fresta:: {G} (bosgebied; gemeenten Hutnsch, Mena en Zekon); .

Droemote-fresta-weg:: {W} .

Droet-bajuft:: {N} "Forellenbeek" (Bergparel-B&B in Crobela); .

Droet-mirra:: {W} .

drg::

  1. {C} teelt, het telen.
  2. {I} betrokken (v hemel).

drge:: {K} telen, verwekken, voortbrengen.

Drge-ark:: {G} (beschermd natuurgebied; gemeente Slofaro); .

Drge-ark-klemk:: {N} (klemk; gemeente Slofaro); .

drgos:: {C} teelt (wat geteeld is); voortbrenging, voortbrengsel.

drm:: {C}

  1. (alg) trom[mel] (muziekinstrument);
  2. (pop) auto-ongeluk; drme.

Dromna:: {F}.

drme:: {U} tekeergaan (natuurgeweld, machine).

dromedarr:: {C} dromedaris.

drmerr:: {C} tamboer, trommelslager.

Drmote:: {F/J/M}.

Drmp-rcel:: {W} .

drm-pinkos:: {S} tromgeroffel.

drne:: {U} (pop/spr) verzuipen (verdrinken: ihb v dieren).

Drntjy:: {F}.

drpp:: {C} gepruttel (koken).

drst:: {I} laaiend (vuur, enthousiasme ed).

drot:: {SC} visioen; onwerkelijke droom.

drt:: {C} forel (L. Salmo trutta).

drote:: {K} dromen, zich verbeelden.

drue::

  1. {U} ~ fara: klinken als.
  2. {E} klinken (geluid).

druf:: {I} (dl= Tjemp) droevig.

druff:: {I} droevig, droef, bedroefd.

druffiy:: {A; mv=enk} droefheid, droefenis.

druff-uberor:: {I} aangedaan, ontroerd.

Drufpl:: {G} (dorp; gemeente Krea, district Ziyp); (DOM 156).

druge:: {C} narcotica, verdovende middelen.

druos:: {C} klank, het klinken.

drup:: {C} druppel.

drur:: {C} munt[stuk]; penning; (op Spok munten kijkt de beeldtenaar traditiegetrouw naar links als het een man is, en naar rechts als het een vrouw is; gildeteken vd Stat-drureren is een aambeeld; laatste muntmeesterstekens: vijfpuntige ster (1975-1987); zandloper (1987-1992); paddestoeltje (1992-...)).

drurater:: {C} penningmeester.

drure:: {K} [aan]munten.

drureren:: {C} muntstelsel (systeem vd indeling v munten en bankbiljetten; in Spok bestaat sinds 1969 een tientallig stelsel waarbij 1 herco = 100 tftos; ; (DOM 192-193).

drur-klta:: {C} munteenheid.

Drusa:: {M}.

Drusa Plafo'es-mirra:: {W} .

dryche:: {U} dreunen, denderen (zwaar voorwerp, trein).

drychos:: {C} gedreun, gedender.

dryk:: {C} salontafel, bijzettafel (met korte poten).

Dryna-plep:: {W} .

drynet:: {vdw} drynje.

drynje:: {K; gst= drynt; vdw= drynet} (Erg) wijden, heiligen.

drynjos:: {C} wijding, heiliging.

drynt:: {gst} drynje.

Drys:: {J} Dries.

Drysa:: {F/M}.

Dryst:: {F}.

Drysto:: {J}.

Drysto-mjl:: {W} .

Drystotall:: {G} (dorp; gemeente Plekotex).

ds:: {afk} desembry.

dt:: {afk} donatof.

DT:: {afk} Dalotoje-Tiyns.

D&TB:: {afk} Damc & Teefyre-Blmt.

d:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v do) (dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) nd = n do: aan hem; 'karad = helkara do: naar hem [toe]; do.

ann:: {C} douane, tol.

anner:: {C} douanebeambte.

annsrt:: {C} douanekantoor.

ann-xuriymos:: {Cenk} douanebepalingen.

ann-zollos:: {C} douanedepot.

ubiy:: {C} (lett/fig) omweg.

ubiy:: {G} (stad in Munt).

ubiy-Ubama:: {N} (station).

dubla:: {Cef} afschrift.

dubla:: {I} dubbel.

dublae:: {K} verdubbelen.

dublaos:: {C} verdubbeling.

Dubonnet:: {F}.

ducc:: {S} textiel.

ducce:: {K} afdoen, afvegen (met een vochtige doek).

dccle:: {K; gst= dcel; wst= dcl} schenden; overtreden; ef inchosz efa ~: de rechten worden geschonden.

dcclos:: {A} schending; schennis; overtreding.

dcel:: {gst} dccle.

dcl:: {wst} dccle.

ucr:: {F}.

duet:: {SC} plicht.

duet-feskettos:: {A} plichtsbesef.

duetiy:: {I} plichtig; (alleen in samenstellingen) (bijv) koles-~: leerplichtig.

duett:: {C} duet.

duff:: {I} suf, sloom.

dufja:: {C; mv= dfts} duivel; ef vende kaf ef ~: storm lopen, zeer druk bezocht worden; ef kasole rifo ef ~: het is te gek om los te lopen.

dufja-efanty:: {C} plf ~: stofzaad (L. Monotropa hypopithys).

Dufjaex ef Giyrt:: {N} (titel dichtwerk; titel muziekdrama); .

dufja-ferdu:: {C} "duivelsstoel" (middeleeuws folterwerktuig: stoel met ijzeren pinnen die uit zitting en rugleuning steken); ef feldre kaf ef ~: in de aap gelogeerd zijn.

dufja-helt:: {S} wolfsmelk (plant) (L. Euphorbia).

Dufja-kl:: {G} (bergpas in rc-gebergte; 834 m hoog); ; (DOM 177).

Dufja-kl-plkom:: {N} (spoorwegtunnel tussen Hier en p); .

Dufja-taris:: {N} (toren; gemeente p); ; (DOM 177).

dufja-tjoks:: {C} gevlekte scheerling (L. Conium maculatum).

dufja-tlc:: {C} satansboleet (L. Boletus satanas); tlc.

Dufja-woedenn:: {G} "Duivelskloof" (diepe kloof in het rc-gebergte); ; (DOM 173-175).

Dufja-woedenn-plep:: {W} .

ft:: {F}.

dfts:: {mv} dufja.

dg:: {I} lij, van de wind af, uit de wind.

dgter:: {C} windstilte.

dgtiy:: {I} windstil.

Dugr-Xeermiynstiy:: {G} (dorp; gemeente Grlab); (DOM 130-131).

duh:: {C} (fig) gebaar.

duh-ketter:: {C} "uitslover" (overdreven hulpvaardig en attent persoon, alleen om bij onbekenden een goede indruk te maken).

Duhoux:: {F}.

Duji:: {G} (stad in Plef).

Duji-covent:: {N} (RK klooster; gemeente Duji); .

dujiy:: {I} ontgonnen (maar nog niet bewerkt: land, akker).

dul:: {SX > c} (gereduceerde vorm v vildul) boom; (bijv) kriystdul: kerstboom; mesdul: altijd groene boom; vildul.

Dulenne:: {F}.

ulent:: {I} preventief.

ulente:: {K} voorkmen; tegengaan.

ulentos:: {A} voorkming; het tegengaan.

dullintn:: {Crs} vesting, verdedigingswerk; (in Peg) vestingstad (stad met vesting of omringd door wallen); n.

ul:: {F/M}.

ume:: {C} duim (vinger).

umm:: {C} duim (lengtemaat; in Spok echter ongebruikelijk: 1 umm = 1,32 cm).

dunje:: {C} duin.

Dunje:: {F}.

dunje-Eunnes-huron:: {C} echt duizendguldenkruid (L. Centaurium erythraea).

dunje-huron:: {C} pinksterbloem (in duinvalleien) (L. Cardamine palustris).

dunje-knzor:: {C} duinsalomonszegel (L. Polygonatum odoratum).

dunje-nurp:: {C} duintop.

Dunje-pola:: {W} .

Dunjes-hove:: {N} (bewoond museumkasteel; gemeente Wena); .

Dunjes-hove-mirra:: {W} .

Dunjes-Zerfos:: {N} (onbewoond museumkasteel; gemeente Floran); .

Dunjes-Zerfos-mirra:: {W} .

dunje-temp:: {C} duinenrug.

dunje-tolab:: {C} duindoorn[struik] (L. Hippopha rhamnoides); to.

dunje-trott:: {C} bruin blauwtje (vlinder) (L. Aricia agestis).

dunje-vjoly:: {C} zandviooltje (L. Viola rupestris).

Dunkeld-large:: |..ldl..| {C} Dunkeldlarix (L. Larix x eurolepsis).

dns:: {I} verwijfd, vrouwelijk (man).

duo:: {C; rs= dute} duo.

duogre:: {C} tandem, tweepersoons fiets.

dute:: {rs} duo.

duplikt:: {C} duplicaat.

duplisere:: |..je| {K} dupliceren.

dupliseros:: {C} duplicatie.

ply:: {G} Dublin.

Dupont:: {F}.

dupylfa:: {C} stijgbeugel.

dur:: {TW} drie; ~ tu: jullie drien (om expliciet aan te geven dat "tu" meervoudig is).

Dura:: {M} (eig "het derde kind").

Durain:: {F}.

duranty:: {C} drieling; (= dur + anty).

dur-dimenonalo:: {I} driedimensionaal.

Dur-distryccs-lirrotiy:: {W} .

dureka:: {C} triangel.

Dureka-teatriy:: {N} (toneelgezelschap uit Mollefin); .

dur-kanasiy:: {I} in VIERvoud (met 3 kopien); driedelig.

Dur-keldusz-mirra:: {W} .

durlaf:: {C} driehoek.

durlofa:: {C} klaver (vrnl in de samenstelling hp-~ = hopklaver); drieblad; hp-durlofa; clamia-durlofa.

dur-marsiy:: {I} driekleurig, met drie kleuren.

Dur meters ninker melde quista zjentiy hardlap:: {N} "Drie meter laag is hoog genoeg" (soort strijdlied voor hoogtevreeslijders die jaarlijks rondom de Volaj-toren dansen); ; (DOM 79).

rmiy:: {F}.

durnerfiy-miyr:: {C/S} drienerfmuur (L. Moehringia trinervia).

durplex:: |ks| {S} triplex (hout).

Durponto:: {G} (dorp; gemeente Piroes).

dursa:: {TW} dertig (rekenkundig).

dursas:: {ZV; rs= dursat; gnp= ~er; gnz= ~r} zij drien, met hun drien, alledrie.

dursaser:: {gnp} dursas.

dursasr:: {gnz} dursas.

dursat:: {rs} dursas.

Durseerts:: {W} .

urt:: {C} (Erg) reliekschrijn.

Dur-tarisz-lirrotiy:: {W} .

durtefar:: {III} voor de derde keer.

Durtef Fabrokiy-mirra:: {W} .

Durtef Fabrokiy-weg:: {W} .

Durtef Kveer-weg:: {W} .

Durtef Pogalo-mirra:: {W} .

Durtef Pola-ovap:: {W} .

durtefs:: {Cmv} derden (zn).

Durtef Siyclo-mirra:: {W} .

Durtef Stay-mirra:: {W} .

durtefsrtiy:: {I} tertiair.

Durtef Unkiyst:: {W} .

durtel:: {C} kwartaal; drie maanden; (= dur + hertel).

urt-gerta:: {C} "schrijnbewaarster" (non die de sleutel ve reliekschrijn bewaart en verantwoordelijk is voor de kostbaarheden in een Erg kerk; met name deze non in de Kerrfewyne-kerk te Lost).

durtimiy:: {C} drievoud.

Dursvergu:: |drsvergu| {G} (dorp; gemeente Conityje).

Dursvergu-pt:: |drsvergu-| {W} .

dus::

  1. {III} dan, zo, wel, toch; hm, tja (geen duidelijk "ja" of "nee"); arfine-te ~!: kom dan toch!; aftel tu merfe ~? - we ~...: lieg je soms? - tja... (wat zal ik zeggen...); (spr: inleiding v hoofdzin, als bijzin vooraan staat) fara ef bidale, ~ kirro tinde fesrt: als het regent dan blijven we thuis; ~ den: alsof (vergeet niet dat ..., stel je voor dat ...); ~ den do tiffui iftam: alsof hij het wel zou weten; (beleefdheid in vraag aan goede bekende:) aftel tu lelperre eft pen furt gress ~?: heb je even een pen voor me?; helkara ~ ur lilepiy: nog geruime tijd (gerekend vanaf nu); fit.
  2. {VG} (vergelijking) dan; do melde hupster terat ~ gress: hij is groter dan ik; gress melde hupster oiba ~ tu: ik ben minder groot dan jij; do dakre graviy terat hpsat ~ tsil = do dakre graviy terat eup ~ do gress: hij beledigt haar erger dan mij (dan hij mij beledigt); (vgl:) do dakre graviy terat eup/hpsat ~ gress: hij beledigt haar erger dan ik [haar beledig]; (vergelijking) als; dur tims hupster terat ~: drie keer zo groot als; ten tims vluf ~: twee keer zo veel als; oiba; terat.

us:: {C} (dl= Tigof) voorraad brandhout; dius.

dusa:: {III} dan (refereert aan eerder genoemde tijdsbepaling); do brade sener hst riyfain kest bloir fr zurt, tur dena belp gavy kv ~: hij laat zijn hond altijd om precies vier uur uit, maar dan wil dat beest nooit plassen.

dussrtiy:: {I} secundair.

duva:: {C} tortelduif (L. Streptopelia turtur).

uvelme:: {N} (een vd oudste cafs in Gr); .

uvelme-mirra:: {W} .

uvelme-plep:: {W} .

uvelme-toberg:: {G} (deel v Kulano-gebergte op Centraal-Liftka); .

uzy:: {C} afvoer; afwatering.

uzye:: {K}

  1. afvoeren (v water ed);
  2. ~ flj: (dl= Bloi/Noord-Ziyp) iets met tegenzin doen; eup ~ ef heltaros enn ef boerts: ze melkt met tegenzin de koeien.

uzyer:: {C} afvoerpijp (water ed).

uzyos:: {C} afvoer, het afvoeren (v water ed).

dvf:: {C} (alg) knul, jongen; (dl= Tigof/Lomky) stalknecht.

dvf:: {C} slabbetje (kindertaal); (pej) poot, nicht, homofiel.

dvagcvyste:: {K} vermorsen, verspillen.

dvagcvystos:: {C} vermorsing, verspilling.

dvagfsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} slabbetje.

dvagfste:: {mv} dvagfsto.

dvagfstott:: {rsmv} dvagfsto.

dvagg::

  1. {Cef} gemors, het morsen.
  2. {I} morsig, onzindelijk.

dvagge:: {U} morsen.

dvaggos:: {C} dat wat gemorst is; ef ~ melde kusamat ef molarriy-ttel: de gemorste pap ligt naast het bord.

dvren:: {I} nederig.

dvrle:: {U; gst= dvrr} dwarrelen.

dvrlos:: {C} gedwarrel.

dvrr:: {gst} dvrle.

dvrt:: {I} sjofel.

dvrt-neit:: {C} kleine watersalamander (L. Triturus vulgaris).

dvbe:: {U} zwaaien, zwieren.

dvbe-kest:: {K} omslaan (sjaal, mantel).

Dvenzt-lirrotiy:: {W} .

Dvenzt-plep:: {W} .

dvpp:: {C} zwaai, zwier; gezwaai, gezwier.

Dverrelt:: {G} (dorp; gemeente Balison).

Dvoets-pt:: {W} .

dvts:: {C} tra, open plek in bos.

Dwrfjeg:: {F} (Gar).

d:: {C} dij[been].

y:: {III} weliswaar.

Dyder:: {J} Diederik.

dydiy:: {S} dons, fijne veren.

dydiy-sako:: {C} dekbed (donzen deken).

dyek:: {C/S} wier, alg[en].

Dyek-terf:: {W} .

dfe::

  1. {U} ~ beri: stoppen, ophouden; Yvonn ~ beri rme kest 5 zurt: Yvonn houdt om 5 uur op met werken.
  2. {Upr} eindigen, aflopen, ten einde zijn.
  3. {K} (perfectief) afmaken, beindigen (met nadruk op de "voltooiing"); Petriy ~ sener rm kest 5 zurt: Petriy maakt/heeft om 5 uur zijn werk af; croifte.
  4. {E} uitgaan (kaars, kantoor, school).

dfei:: {C; rs= dftt} staking.

dfer:: {C} nagerecht, dessert, toetje.

dftt:: {rs} dfei.

dfiare:: {U} vervallen (wissel, termijn).

dfiaros:: {A} het vervallen-zijn (v wissel, termijn).

dfiatjen:: {C} (pej) staker (zoals de werkgever hem noemt; dfier.

dfiatjen-kafstrer:: {C} onderkruiper (degene die het werk ve staker doet).

dfie:: {U} staken.

dfier:: {C} staker (zoals hij zichzelf noemt; dfiatjen.

dfiiy:: {I} (alg) vervallen, afgeschaft; (v termijn) verstreken.

dflnt:: {C} finish, eindstreep; ef ste ef ~: de eindstreep halen (lett/fig).

dyfmliy:: {S} gewone dopheide (L. Erica tetralix).

dfo:: {C} einde, slot; uiteinde; uiterste; ~ melde!: het is afgelopen/uit!; eft ~ tinkere armt ...: er komt een einde aan...; eft tupplip m ~: een eindeloze reis; fara ~: ten slotte; tot besluit; do cnsiderere ef lo ~: hij houdt het voor gezien; lf ef ~: aan het einde (gedurende korte tijd als iets afloopt); finne.

dfo-col:: {C; mv= ..-cle} einddoel.

dfo-cle:: {mv} dfo-col.

dfo-jrstos:: {C} colofon (in boek).

dyflg:: {I} fier.

dfo-mux:: {C} (afk= DM) naschrift, PS.

dfo-nalalvos:: {A} testament.

dfo-nalalvos-mannatjen:: {C} (afk= DNM) executeur testamentair.

dfo-nute:: {K} uithoren, tot het einde toe horen.

dfo-ponto:: {C} eindpunt.

dfos::

  1. {C} [uit]einde (laatste deel v iets langwerpigs).
  2. {A} afloop, einde; mintof ef ~ kura: na afloop van.

dfosmurfiy:: {I} failliet; ef armtkimore rst/flj lo ~: iemand/iets failliet verklaren; ef tasse fes ~: failliet gaan.

dfosmurfos:: {C} faillisement.

d-ftos:: {C} lies.

dfo-trempe:: {K} uitlezen, tot het einde toe lezen.

dfo-vendelira:: {I} terminaal.

dfo-zerfe:: {K} uitzien, tot het einde toe zien.

dfygc:: {I} uiteindelijk; ultiem.

yg:: {C; mv= iygt} dop, stop (om fles/bad ed af te sluiten).

yg-liskos:: {C; mv= ~z} flacon, stopfles.

d-hs:: {C} lieslaars.

dyja:: {III} doorheen.

dyjaba'efros:: {C} doorsnede.

dyjametra:: {C} middellijn (meetkundig; diametra.

dyjastrle:: {K} doorlichten (met rntgenstralen).

dyjastrlos:: {C} doorlichting (met rntgenstralen).

dyjazerfiy:: {I} (lett) doorzichtig, transparant.

yje:: {C} som gelds.

Dkgraaf:: {F}.

dykse:: {C} pleegmoeder; schoonmoeder; stiefmoeder (elke vrouw die als moeder fungeert maar niet de natuurlijke moeder is).

dykse-liftientur:: {C} "stiefgrootmoeder"; (zie hiervoor ratle).

dl:: {III} praktisch (zo goed als); do meldo ~ koffon: hij was praktisch dood; fes ~ cradef hspitalos: in praktisch alle ziekenhuizen.

m::

  1. {I} eindeloos; ~ mscelira (td): tot vervelens toe.
  2. {VZ} (betrekking) zonder; do nert poirec ~ mimpits: zonder boeken kan hij niet leven; ~ hc: ijdel, nutteloos; ~ moris: in principe; ~ tr: (fig) gesmeerd, op rolletjes, voor de wind; (m kan veelal vervangen worden door m, behalve in idiomatische uitdrukkingen); ~ kf: berhaupt.

m:: {PXimpr} (geeft antoniem, absentie of ontkenning) on, loos; (bijv) fals/mfals: geweten (zn)/gewetenloos; (samenstellingen met het px m worden in het algemeen als pegrevismen beschouwd; gebruik liever ne of net-; alleen de samenstellingen in de hieronder volgende lemma's zijn correct Spok); m-; m.

mcecrosiy:: {I} zonder (te) aarzelen.

mdoffiy:: {F}.

menvlpiy:: {I} onomwonden, onverbloemd.

mfgoiy:: {I} onsamenhangend.

mfals:: {I} gewetenloos.

mfiniiy:: {I} onbegrensd.

miypy:: {I} fantasieloos.

mspkiy:: {I} onbemiddeld.

myjfiy:: {I} belangeloos, onbaatzuchtig.

mrmelde:: {C} werkloosheid.

mrmiy:: {I} werkloos.

mrmiy-Meeg:: {N} (mrmiy-mg, gezien als officile Spok instantie).

mrmiy-mg:: {C} "werklozenraad" (instantie die zich met arbeidsbemiddeling en uitkeringen bezighoudt; combinatie v arbeidsbureau en sociale dienst).

mrmiy-mipzlbinasos:: {C} (afk= M) werkloosheidsuitkering.

mrmiy-mipzlbinasos-eren:: {C} (afk= M-eren) stelsel van werkloosheidsuitkeringen; eren.

mrmm:: {C} werkloze (persoon).

dyn:: {I} bezweet.

dyna:: {C; mv= ~s} klein meisje, meiske lief (aanstellerige aanspreekvorm, bijv door een oma tegen haar kleindochter); dyne.

dynamise:: {I} dynamisch.

dynamo:: {C} dynamo.

dynamyto:: {S} dynamiet.

dynby:: {C} (bep soort roze straatklinker, zeshoekig v vorm, vrnl voor straten in Peg steden).

dyne:: {C} kleuter (zowel mnl als vrw); dyna.

niare:: {K} prijsgeven.

niaros:: {C} prijsgeving.

ny:: {C} prijs (wat iets kost); fes folarra ~: voor welke prijs.

ny-kette:: {K} prijzen, de prijs vermelden.

ny-nivo:: {C} prijspeil.

r::

  1. {I} eigenmachtig, eigenhandig.
  2. {II} eigen, zelf; dres.

rfortiy:: {I} eigentijds, modern, contemporain.

riff:: {I} eigengemaakt.

rm:: {C} welvaart, voorspoed.

rm-farte-mbriy:: {N} "Voorspoedsmonument" (monument; gemeente Trendon); .

rm'k:: {I} welvarend.

rpainn:: {F}.

Drpseert:: {N} (kasteelrune; gemeente Hajofese); .

Drpze:: |drbze| {G} (dorp; gemeente Gaquggee).

Drpze-sentraliy:: |drbze-| {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Hajofese); .

Drpze-ses:: |drbze-| {G} (stuwmeer in district Ziyp); ; (DOM 58).

r-respecc:: {SC} zelfrespect.

dre:: {U} (fig) vaststaan, definitief zijn; ef ~!: dat is zo!.

dren:: {I} vaststaand, definitief, onoverkomelijk.

r-tsp:: {Aid} tsp.

r-tspiy:: {Iid} tspiy.

r-trustos:: {A} zelfvertrouwen.

r-trgiy:: {I} maat (v kleding); ~ helbi: maatkleding; ~ kolestiy: maat-onderwijs (bijzonder onderwijs voor mensen met een handicap); .

dyry:: {C} (ca 8 m lange en 1 dm brede reep stof, meestal damast, die op kunstige wijze om lichaam en hoofd ve Erg geestelijke gewikkeld wordt om de sist bijeen te houden).

Dserhille-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Tren); .

Dserhille-lofipana:: {N} (paleis; gemeente Lassos); .

yss:: {Iid} jong||oud; eft ~ merater: een jonge man die er ouder uitziet/een oude man die er jonger uitziet; eft liftkar n ~ merater: een oude man die er jonger uitziet; plariy ~: jong; rkamr ~: heel erg jong, piepjong; graviy ~: oud; eft ~ mosjeus lf zempers: een oude vrouw, een vrouw op leeftijd; ef baby melde 4 hertels ~: de baby is 4 maanden oud; wlfa'ece hift ~ zempers eft quiyros rifo stat lf hurtos bent tukst dus: als ze ouder worden, zullen ze gezag leren aanvaarden.

Dysse::

  1. {F/J}.
  2. {N} (bekende restaurantketen); .

ysse-Lerdu-Kents:: {G} (voormalige Erg commune; gemeente Menscherr); .

Dysse ur Mrle:: {N} (restaurant in Br); .

Dysta:: {M}.

dtnt:: {C} schapevacht (geprepareerd).

yvojel:: {J}.

dyzze:: {S} geruis, gesuis.

DZ:: {afk} Demokratise Zampr-n.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO