Het compleetste
woordenboek voor de
Spokanische taal.
Met regelmatige updates
en links naar het
Spokanisch Archief.

Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

Home       Legenda       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


Spokaans—Nederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Nederlands—Spokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


    vabje:: {U; gst= vapp} smeulen.
    vabjos:: {C} gesmeul.
    Vabjosno:: {N} "Smeul" (bekende stoomlocomotief uit 1936, vd Vuurserie; in 1980 uit de geregelde dienst verdwenen, maar komt nog dikwijls in actie in TV-programma's en films); »Flecs-reks.
    vâdrese:: {K} onteigenen.
    vâdresos:: {A} onteigening.
    vâg:: {C} [baby]wieg op poten.
    vagce:: {U} waken (wakker blijven).
    vâgt:: {I} bedrijvig.
    vâgte:: {K} (alg) bedrijven; (ihb) knoeien (bedrieglijk werken).
    vâgtos:: {C} geknoei, knoeierij.
    vajiy:: {S} mimosa.
    Vajiy:: {J}.
    vakum:: {C} vacuüm.
    vâkumm:: {C; mv= vâkumo} stofzuiger.
    vâkumme:: {U} stofzuigen; ef ~ fes ef mittus: de kamer [stof]zuigen.
    vâkumo:: {mv} »vâkumm.
    Vala::
    1. {M}.
    2. {N} (maandblad voor pop- en jazzmuziek in Spok); .
    Valâgja:: {F/M}.
    Valâgja ef Yryff:: {G} (dorp; gemeente Nustiy); (DOM 142/145).
    Vâlahagge:: {G} (dorp; gemeente Šatoliy); »•hagge.
    Vâlahagge-wuma:: {N} (camping); .
    Vâlcleenn:: {G} (dorp; gemeente Blort).
    Vâldes-Sebâl:: {G} (dorp; gemeente Pânâ); (DOM 75-76).
    Valdez-covent:: {N} (RK klooster, gemeente Gasky); .
    valerjana:: {S} echte valeriaan (L. Valeriana officinalis).
    vâlf:: {C} radiobuis, -lamp.
    vâliy:: {C} baan (strook grond: renbaan ed).
    vallinrân:: {Crs} veldslag; »•ân.
    Vallinrân rifo Creep:: {N} "Veldslag van Creep" (bekend schilderij v Pelcer Vlomâ-Jâstiy).
    vâls:: {C} wals (dans).
    vâls-danše:: {U; vdw= ..-dânsen} walsen (wals dansen).
    vâls-dânsen:: {vdw} »vâls-danše.
    Valten:: {J}.
    valutiy:: {C} valuta.
    Vâmpiy:: {J}.
    van:: (in Ned namen; als deze verspokanischt zijn, wordt "Van" altijd met een hoofdletter geschreven (Van Der Linden, Van Veen) en soms ook met de rest aaneengeschreven (Vanbeek, Vandenbossche).
    van Bakel:: {F} (Ned).
    van Beeck:: {F} (Ned).
    van Beek:: {F} (Ned).
    Van Der Linden:: {F}.
    van der Ploeg:: {F} (Ned).
    van der Vaart:: {F} (Ned).
    van Ittersum:: {F} (Ned).
    van Schijndel:: {F} (Ned).
    Van Veen:: {F}.
    van Wijk:: {F} (Ned).
    Vanbeec:: {F}.
    Vanbeek:: {F}.
    vânde:: {U} zwenken.
    Vandelft:: {F}.
    Vandenbossche:: {F}.
    Vanderback:: {F}.
    Vander Bruck ur Montrô:: {F}.
    Vander Veldiy:: {F}.
    Van-Dongen-mirra:: {W} .
    vândos:: {C} zwenking.
    Vanes:: {M}.
    Van-Gogh-mirra:: {W} .
    Vanhuis:: {F}.
    vantân:: {C} helm; »•ân.
    vânts:: {C; mv= ~a} reling (op schip).
    vântsa:: {mv} »vânts.
    Vanujatu:: {G} Vanuatu.
    vanyja:: {S} vanille.
    Vanyzah:: {F}.
    Vaout:: |vut/vùt| {F}.
    vâpje:: {K; gst= vâpp} plagen, pesten.
    vâpje-kônka:: {C} "blauwoogdaas" (vlieg) (L. Chrysops infestus).
    vâpje-nodâ:: {C} gewone steekmug (L. Culex pipiens).
    vâpjos:: {C} pesterij, geplaag.
    vapp:: {gst} »vabje.
    vâpp:: {gst} »vâpje.
    var:: {SC} vrees.
    varânda:: {C} serre.
    vare:: {E} vrezen.
    Varees-mirra:: {W} .
    varés:: {C} sering (L. Syringa vulgaris).
    variere:: |..ÿje| {K} variëren; ~ rifonn A helkara B: variëren van A tot B.
    varierer:: {C} variant.
    varieros:: {C} variatie.
    variy:: {I} (alg) gevreesd; eft ~ âstiemzer: een gevreesd tegenstander; ef melde ~, den ...: bevreesd zijn/vrezen dat ....
    vârjatjen:: {C} wurger.
    vârje:: {K; gst= vârt} wurgen.
    vârjos:: {C} wurging.
    Vârmiy-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Seertzeekoles); .
    Vârmiy-seert:: {W} .
    vârne:: {K; vdw= vart} waarschuwen.
    vârnôrm:: {C} waarschuwingsbord.
    vârnos:: {C} waarschuwing.
    vârnosót:: {I} onhoudbaar (toestand); ontzaglijk, ontzettend (meestal als versterking v add).
    varo:: {I} stapvoets (paard).
    varote:: {U} stapvoets lopen; stapje voor stapje voortgaan.
    varotlat:: {C} paard dat stapvoets loopt.
    vârpje:: {K; gst= vârpt} zich begeven naar, gaan naar.
    vârpt:: |vârt| {gst} »vârpje.
    Vârsofa:: {G} Warschau.
    vart:: {vdw} »vârne.
    vârt:: {gst} »vârje.
    Varyh:: {F/J} (Gar).
    Varyna:: {M} (Gar).
    varyne:: {I} vreesachtig.
    Vâryniy:: {G} (riviertje van Boesh-gebergte naar de Qulboech); .
    vas•:: {PX.c > c} handvat, handgreep; »vas-.
    vasa:: {C} [bloemen]vaas.
    vasamâr:: {C} hengsel (v emmer).
    vasbrôst:: |..zbr..| {C} termijn.
    vase:: {K} aanpakken, [vast]grijpen (bij een handvat).
    vâsellare:: {U} stagneren (stokken in de ontwikkeling).
    vâselle:: {K} ophouden (storen, belemmeren: in werk ed).
    vâseller:: {A; mv=enk} onachtzaamheid.
    vâselliy:: {I} onachtzaam.
    vâsellos:: {C} oponthoud, storende onderbreking (tijdens werk ed).
    vasista:: {C} dakraam.
    Vasista-mirra:: {W} .
    vasknyfo:: {C} heft (v mes).
    Vâsote-mirra:: {W} .
    Vâsote-motela:: {N} (motel, gemeente Hirdo); .
    vass:: {C; mv= ~a of ~es} (lett) verbreking; ef raðo-yplemerosecÿr ~: de verbreking van de radioverbinding.
    vassa:: {mv} »vass.
    vasse:: {Krs} verbreken.
    vasses:: {mv} »vass.
    vassos:: {A} (fig) verbreking; ef fesrepposecÿr ~: de verbreking van de verloving.
    vasstôfmkâ:: |M| {C; rs= ~t} steel van een [grote] hamer.
    vasstôfmkât:: |M| {rs} »vasstôfmkâ.
    Vâst:: {G} (beek van Liftkar Vâsote-bos naar de Trendon); .
    vastariy:: {C} telefoonhoorn.
    vastariyârp:: {C} haak (voor telefoonhoorn).
    Vâst-blufk-mirra:: {W} .
    Vâst-wâljÿ-mirra:: {W} .
    vâstyf:: {I} zieltogend.
    vasulftatjen:: {C} houtsnijder (beroep).
    vasulfte:: {K} houtsnijwerk maken.
    vasulftos:: {C} houtsnijwerk.
    vât:: {III} tevens, eveneens.
    Vaticen-Stat:: {G} Vaticaanstad.
    vâtja:: {C; mv= vâtjâe; rsmv= ~tt} vest (mouwloos: onder colbertjasje).
    vâtjâe:: {mv} »vâtja.
    vâtjatt:: {rsmv} »vâtja.
    Vaulaine:: {F} (Fra).
    VCKZ:: {afk} »Vobare-sentrym furt Cûlturela én Kûraiy Zebbe.
    vd.:: {afk} »vendor.
    v.d.h.:: {afk} (= »vluf dus holfe).
    Veemt-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Kruic); .
    Veen:: {F}.
    Veenema:: {F} (Ned).
    véere:: {K} (alg) verkennen; (ihb) patrouilleren.
    véerka:: {C} kruiser (oorlogsschip).
    véeros:: {C} (alg) verkenning; (ihb) patrouille.
    Vega::
    1. {G} (stad in Munt).
    2. {N} (klein vliegveld, gemeente Vega); .
    Vega-belt:: {G} (dorp; gemeente Hier).
    Vega-hupster:: {N} (station).
    vegetateff:: {I} vegetatief.
    vehikul:: {C} verdunner, oplosmiddel (voor medicijnen).
    vek:: {C} snede.
    vek'net:: {C} overschot, surplus.
    vek-uzer:: {I} »uzer.
    vel:: {DT} (natijdigheid);
    1. (duratief; evtl met dt ra in hoofdzin) na[dat]; zodra [als]; ef ~ meldo [ra] olla, Petriy pratilóme: het was gezellig nadat Petriy vertrokken was (omdat P. nu weg is, wordt het gezellig); ~ póbare [ra] gress ef oto, blul ef tiyn riffilomije: ik zal de auto verkopen, zodra [als] hij gerepareerd is;
    2. (momentaan; evtl met dt ek in hoofdzin) na[dat], toen; ef ~ meldo [ek] olla, Petriy pratilóme: het was gezellig, toen Petriy vertrokken was (géén relatie tussen P.'s vertrek en de gezelligheid).
    Vel:: {G} (stad in Bloi); (DOM 197).
    Vel-Azÿro:: {G} (stad in Plefô).
    veldefe:: {Kpr} te keer gaan tegen, uitvaren tegen.
    veldreff:: {I} mensenschuw; (= »veldur + »queff).
    veldur:: {C} mens, individu, persoon (zowel mnl als vrw).
    veldurnolac:: {C} personenrijtuig (spoorwegwagon).
    velduros:: {S} mensheid.
    veldur-oto:: {C} personenauto.
    veldurproje:: {C} mensdom (alle levende mensen samen); (= »veldur + »uproje).
    veldur-queff:: {I} (arch) mensenschuw; »veldreff.
    Veldurs arvendo:: {N} (titel muziekdrama); .
    veldurtiff:: {C} mensenkennis.
    veldur-tivjâs:: {I} mensonwaardig.
    veldurtiyse:: {S} mensenvlees; (alleen gebruikelijk in:) do brae ~: hij is een ijzervreter, onverschrokken krijger; hij ontziet niets of niemand; gress lartavy ~: ik heb ontzettende trek; mijn maag rammelt van de honger.
    veldur-wÿrtôsta:: {Cmv} human resources ("personeelszaken").
    Velga:: {M}.
    veliyter:: {I} (alg) menselijk; (ihb) van de mens[en] (alleen in:) ef ~ Rozjeper: "de Stuurman des mensen" (= God); (= »veldur + »iyter).
    Veljâ:: {J}.
    velk:: {I} nog; ne'âma ~: alleen nog maar; »kelt; »vluf.
    vell:: {C} vijl.
    velle:: {K} vijlen.
    velle-tâmlek:: {S} vijlsel.
    vellômpân:: {Crs} (soort roeiboot met hoge voor- en achtersteven); »•ân.
    Vel-mirra:: {W} .
    Veloene:: {M} (Peg).
    velp:: {I} leeg, ledig; gress melde ~: ik heb een lege maag (heb trek).
    vélp:: {C} zeemeeuw (ihb doffiy-vélp en hamiy-vélp); »doffiy-vélp; »hamiy-vélp.
    •-velp:: {Sx.zn > add} •loos; (bijv) jacier/jacier-velp: heerser/heersersloos; môntyos/môntyos-velp: probleem/probleemloos.
    velpane:: {C} luchtledig (zn); luchtledige ruimte; vacuüm.
    velpare:: {K} ontruimen (alg); leegpompen, leeghozen (v schip).
    Velparen ef Rutôs:: {N}
    1. (titel ve rapport); .
    2. (naam ve stichting); .
    velpe:: {K} ledigen, leegmaken.
    Velpentiy:: {G} (dorp; gemeente Reo).
    velpiy:: {C} leegte, vacuüm; (fig) leegheid.
    velpos:: {C} lediging (alg); lichting (v brievenbus).
    velt:: {C} krat, kist (v open latwerk).
    Veltaca-lirrotiy:: {W} .
    Veltiyf:: {G} (riviertje van Cÿrofly-gebergte naar de Klinnÿr); .
    Veltiyf-knurftas:: {G} (waterval in de Klinnÿr, gemeente Afarcal); .
    vémân:: {C} vlag, wimpel; »•ân.
    vémâne:: {U} exerceren.
    vémân-grup:: {C} eskader.
    vémânos:: {C} exercitie.
    venca:: {C} maagdenpalm (L. Venca); belt ~: kleine maagdenpalm (L. V- minor); hupster ~: grote maagdenpalm (L. V- major).
    vendare:: {E} omgaan, voorbijgaan (v dag/tijd).
    vendaros:: {A} het voorbijgaan (v dag/tijd).
    vende:: {U}
    1. (alg) gaan; lopen; zich begeven; do chafoste ur ~: hij gaat al zingende; hij gaat terwijl hij zingt (lett "hij gaat te zingen"); do ~ fes ef kleter musts: hij heeft zijn nieuwe schoenen aan; gress ~ tevi fes gum soliys: ik loop graag op rubber zolen;
    2. stromen (v water);
    3. gaan (beginnen met iets); (idiomatisch, vende onmiddellijk gevolgd door een infinitief) ef ~ lelperre: [gaan] sparen; ef ~ njebope: van stapel lopen; te water gelaten worden (v schip); ef ~ vereste: in gejuich losbarsten; ef ~ kurae flj: overgaan op/tot iets (met het een ophouden en het ander beginnen); kirro ~ kurae ef toftiy petsquts: we gaan over tot de orde van de dag; ef ofiss ~ kurae eft kleter cômputereren: het kantoor gaat over op een nieuw computersysteem;
    4. (idioom) ~ gress hennâ, den pónze ef: ik zal het zien te krijgen (moeite doen); do ventât hennâ, den sen anie: hij moet zich zien te vermaken; ef ~ helkara ef budân: met de noorderzon vertrekken; »dufja.
    vende-mip:: {U} uitgaan (v café, theater ed).
    vende-mip-móf:: {A} uitgaansverbod.
    vendepitter:: {C} bromfiets; (vanaf 1971 moet er wegenbelasting voor bromfietsen worden betaald; er bleken er toen ca. 200.000 stuks te zijn).
    Vender:: {G} "vertrekpunt naar" (als tweede deel ve plaatsnaam, om aan te geven dat dit een [voormalige] veerhaven is van waaruit men kan oversteken naar de haven die in het eerste deel vd naam staat: Kitia-Vender: veerhaven om naar Kitia over te steken).
    vende-ral:: {U} meegaan.
    vende-rifo-pânt:: {C} tochtvlaag.
    vende-velp:: {U} leeglopen, leegstromen (v vat ed).
    vendor:: {I} (afk= vd.) jongstleden; »vende.
    vendos:: {C} gang (wijze v gaan).
    vendos-kura:: {C} (lett) overgang (het gaan over iets).
    vendÿne:: {U} uitstromen, wegstromen (v water).
    Vendÿne-kanol:: {G} (kanaal tussen Hoggebim-fonis en Kjoep-straat); .
    Vendÿner:: {G} (kanaal tussen Kleter Huftroes en Pitla-fonis); .
    vendÿnos:: {C} uitwatering; het [doen] wegstromen (water uit een polder ed).
    Venes:: {N} Venus.
    Veneša:: {G} Venetië.
    Veneša-plep:: {W} .
    Venes-mirra:: {W} .
    Venezuela:: {Cef} Venezolaanse vrouw.
    venezuell:: {IIef} Venezolaans (bv).
    Venezuell:: {G} Venezuela.
    Venezuely:: {Cef} Venezolaan.
    véniestare:: {K} ontduiken (belasting); ontlopen (straf); gress nert ~cû ef aerunel den ...: ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ....
    véniestaros:: {C} ontduiking (belasting); ontloping (straf).
    vénieste:: {K} gekscheren met, de draak steken met; last hebben van (een ziek lichaamsdeel/orgaan); kost nurp ~: ik heb last van mijn hoofd; ik heb het in mijn hoofd; groft ként ~: hij heeft het aan zijn maag; hij is maagpatiënt.
    véniestos:: {C} gekschering, vrolijke spot.
    venn:: {C} vin (v vis); blad, schoep (v waterrad, scheepsschroef, ventilator ed).
    vente:: {U} (arch) gaan; (komt als •ente vrnl nog voor in samenstellingen als: monente: afdalen (lett: lager-gaan); satente: klimmen (lett: hoger-gaan); tômpente: het gemakkelijk hebben (lett: naar het graf gaan); zetente: opgroeien (lett: naar de voltooiing gaan); »vende.
    ventilašo:: {C} ventilatie.
    ventilater:: {C} ventilator.
    venture:: {K} (arch) wagen; (alleen nog in:) (sprkw) flâjû ~ flâjû lelperre: wie niet waagt die niet wint.
    Vequ:: {M}.
    Vequesy:: {F/M}.
    ver:: {I} haaks; met een hoek van 90°.
    Vera:: {M}.
    Verachy:: {M} (Gar).
    Veraquandro:: {F/M}.
    Veraquandro-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Chorânitt); .
    Verasell:: {M}.
    Verass:: {F/M}.
    Verasyll:: {M} (Peg).
    verbalisere:: |..ÿje| {K} verbaliseren.
    verbaliy:: {I} mondeling, verbaal.
    verc:: {C} marene, pollan (vis) (L. Coregonus); blakker ~: kleine marene (L. C- albula); blotter ~: grote marene (L. C- lavaretus); miterus ~: grote pollan (L. C- nasus).
    Verc:: {F}.
    Vercs:: {F}.
    Verðes-plep:: {W} .
    vereslytt:: {C} hertog; (= »verestâ + »lytt).
    Vereslytt:: {C} (afk= Vs.) ~ X-Y: Zijne Doorluchtigheid X-Y (aanspreektitel hertog; als adellijke titel); »vereslytt.
    vereslytta:: {C; mv= vereslyttÿ} hertogin; »vereslytt.
    Vereslytta:: {C} (afk= Vsa.) ~ X-Y: Hare Doorluchtigheid X-Y (aanspreektitel hertogin; als adellijke titel); »vereslytta.
    verestâ:: {C} leger; defensie.
    verestâ-duet:: {SC} dienstplicht (in Spok in 1922 afgeschaft).
    verestâ-heden:: {C} (humanistisch hulpverlener in het leger; voor militairen die zich niet tot een legergeestelijke willen wenden; evenals militaire geestelijken heeft een ~ de rang v kolonel); voor militaire rangen, zie .
    verestâ-hôspitalo:: {C} [militair] hospitaal; legerziekenhuis.
    verestâ-iynk-chént:: {C} zwerminktzwam (L. Coprinus disseminatus).
    verestâ-kinner:: {C} stafkaart.
    Verestâ-môbâriy:: {N} (monument; gemeente Tsjech); .
    Verestâ-ofiss:: {N} "Legerkantoor" (informatiebureaus van het leger, in diverse grotere steden); .
    verestâ-predikent:: {C} legerpredikant (alg christelijk); (militaire geestelijken hebben de rang v kolonel); voor militaire rangen, zie .
    verestâ-pryst:: {C} aalmoezenier (RK: legerpriester); (militaire geestelijken hebben de rang v kolonel); voor militaire rangen, zie .
    verestâ-sakdos:: {C} legerpriester (Erg); (militaire geestelijken hebben de rang v kolonel); voor militaire rangen, zie .
    vereste::
    1. {K} légeren (legertroepen in tenten onderbrengen).
    2. {U} juichen; »vende.
    3. {Upr} légeren (v legertroepen: in tenten bivakkeren).
    Verestelira vârnôsta:: {N} (titel dichtbundel); .
    verestos:: {C} légering (v legertroepen: bivak in tenten).
    verfe:: {I} dof, mat.
    verfu:: {S} verf.
    verfulot:: {C} verfdoos.
    verfu-misan:: {C} verfwinkel; schildersbedrijf (met de nadruk op de verkoop v verf, kwasten ed); »verfutâs.
    verfuriff:: {C} verffabriek.
    Verfuriff-mirra:: {W} .
    verfutare:: {K} afschilderen (geheel schilderen).
    verfutâs:: {C} verfwinkel; schildersbedrijf (met de nadruk op het uitvoeren v schilderwerk); »verfu-misan.
    verfute:: {K} schilderen, verven.
    verfute-âp:: {I} schilderachtig.
    verfute-brâst:: {C} verfkwast.
    verfuter:: {C} (pop) schilder (artiest).
    Verfuter-pâdra:: {W} .
    verfutkûra:: {C} schilderkunst.
    verfuto:: {C} [huis]schilder.
    verfutos::
    1. {C} schildering; schilderbeurt; ef kul mennirre eft lamir ~: de schuur moet nodig geschilderd worden.
    2. {S} verf[laag] (die reeds opgebracht is); ef ~ ošoe: de verf is nat (pas geschilderd voorwerp).
    verg:: {I} stil, zonder beweging; ef qugle ~ ón flj: iets tot stilstand brengen.
    vergare:: {U} stilhouden, stoppen.
    verge:: {U} stilstaan (niet [meer] bewegen); stoppen (trein); ef ðârlo trenos nert ~ fes kult zeces: de meeste treinen stoppen niet in ons dorp.
    Vergent-covent:: {N} (Erg klooster, gemeente Hoggebim); .
    vergiy:: {C} maagd.
    Vergiy:: {N} Maagd (sterrenbeeld).
    Vergiy-ilesets:: {Gef/mv} Maagdeneilanden.
    vergos::
    1. {C} stilstand; fes ef ~ ur upk: zoals het reilt en zeilt; ef ~ ur upk: het reilen en zeilen.
    2. {A} stilte.
    verg-poiros:: {C} stilleven.
    Verhulst:: {F}.
    Veritas:: {N} (RK stichting die zich ten doel stelt om de kennis op het gebied v religie te vergroten, in het bijzonder de kennis vh katholicisme; in Tosiy); .
    verka'ete:: {K} volhouden.
    verka'etos:: {A} volhouding, het volhouden.
    verkât:: {C} (alg) eetbare russula (L. Russula); bârÿr ~: paarse russula (L. R- amoena); mesâ ~: ruwe groene russula (L. R- virescens); miterus ~: wezelrussula (L. R- mustelina).
    verkate:: {E} een bevlieging hebben; impulsief reageren.
    verkatos:: {C} bevlieging, opwelling; (sprkw) stus nert armtmôquât ef ~: men moet geen slapende honden wakker maken.
    verlaf:: {C} rechthoek.
    vermelôn:: {S} vermiljoen (zn).
    vermelôniy:: {I} vermiljoen (bv).
    vermiselli:: {S} vermicelli.
    vermut:: {S} vermouth.
    verness:: {S} vernis.
    verneste:: {K} vernissen.
    vernestos:: {C} vernislaag.
    Verone:: {M} Verona.
    veronica:: {C/S} ereprijs (plant) (L. Veronica); blotter ~: gewone ereprijs (L. V- chamaedrys); presÿr ~: mannetjes-ereprijs (L. V- officinalis).
    Veronn:: {J}.
    verres:: {C; mv/rsmv= ~res} weelde.
    verresres:: {mv/rsmv} (=red); »verres.
    Versaille:: {F} (Fra).
    veršare:: {K} (alg) doen rijpen; rijp doen worden; (poe) ontvankelijk zijn voor.
    verše:: {U} rijpen, rijp worden (fruit ed).
    versiy:: {C} versie.
    veršôðû:: {C} particulier (zn).
    veršos:: {C} rijping (fruit ed).
    veršôt:: {I} particulier, privaat (als tegenstelling v »kofaniy).
    veršôtare:: {K} privatiseren (overheidstaken door een particulier bedrijf laten uitoefenen).
    Veršôtare-cômišo:: {N} "Privatiseringscommissie" (onderzoekt haalbaarheid v privatisering v overheidsbedrijven; in Blort); .
    veršôtaros:: {A} privatisering.
    verstôlé:: {C} honger en/of dorst.
    verstôlée:: {U} honger en dorst hebben.
    verstôler:: {C} hongerige; iemand die honger heeft.
    Vert:: {J}.
    Verta:: {M}.
    vertarafiy:: {C} schriftelijk antwoord.
    vertare:: {U} ~ ón rst: iemand antwoorden.
    vertaros:: {C} antwoord.
    vertebrât:: {C} gewerveld dier.
    vertebratiy:: {I} gewerveld.
    veše:: {K} ~ ón: (arch/dl= Liftka) aanbieden; »Moestof.
    vesta:: {VZ} (betrekking) ontbloot van, verstoken van; ef hynnerers melde ~ pliyfone-knurfel: de eilandbewoners zijn verstoken van drinkwater.
    Vesta-terf:: {W} .
    veste:: {K} (arch) missen, ontberen.
    Veteryg:: {G} (dorp; gemeente Tuniy).
    vetse:: {C} boord (v schip); sluiskolk.
    vetsotoje::
    1. {III} overboord; do tasse ~: hij valt overboord.
    2. {VZ} (plaats/richting) overboord, buiten het schip; ef tôrsz menkerate ~ ef karé: de trossen hangen buiten het schip; do tasse ~ ef karé: hij valt overboord; hij valt van het schip af.
    vevâs:: {C} weverij.
    vevatjen:: {C} wever.
    veve:: {K} weven.
    Vever:: {F}.
    Veve-seert:: {N} "Wevershuis" (museum in Eeneteree); .
    veve-stent:: {C} weefgetouw.
    Veve-stent-mirra:: {W} .
    vevos:: {C} weefsel, geweven stof.
    Vewer:: {F}.
    Vexi:: {G} (dorp; gemeente Men-belt).
    Vexi-Krupel-blof:: {N} (station).
    vezo:: {S} touw (als materiaal: meestal hennep of vlas).
    VG:: {afk} »vokel-graros.
    vibrâk:: {I; =mt v keša} [het] minst dik; »keša.
    Vicente:: {J} (Spa).
    Vicente de Peñafort-prosešo:: {C} (beroemde processie te Gasky, elk jaar op 27 augustus); .
    Victer:: {J} Victor.
    Victer-clamiða:: {G} (moeras in districten Tjemp en Plefô); .
    Victer ef Kasser:: {G} (dorp; gemeente Manes-Pjeufiy).
    Victer-eka:: {G} (kustwater in de zuidwestelijke hoek vd Kjûpur-zee, op de grens v Tjemp en Plefô bij Nenâs); .
    video:: {C; rs= ~t} video[installatie].
    videot:: {rs} »video.
    vietnâm:: {IIef} Viëtnamees (bv).
    Vietnâm:: {G} Viëtnam; Nutter-~: Noord-Viëtnam; Zutter-~: Zuid-Viëtnam.
    Vietnâma:: {Cef} Viëtnamese vrouw.
    vietnâmise:: {C} Viëtnamees (taal).
    Vietnâmy:: {Cef} Viëtnamees (bewoner).
    vija:: {C} vaart, kanaal.
    Vija:: {F}.
    Vijona:: {F}.
    viken:: »Viken.
    Viken::
    1. {C} Viking, Noorman.
    2. {N} (railvervoerbedrijf, opgericht in 1962); .
    Viken-môbâriy:: {N} (monument; gemeente Piroes); .
    Vikter:: {J} Victor.
    Vikter Kapiy-mirra:: {W} .
    Viktôr:: {J} Victor.
    Vila Nova-Kents:: {G} (woongemeenschap; gemeente Plafotô); .
    Vila Nova-knurftas:: {G} (dorp; gemeente Plafotô).
    Vila Nova-weg:: {W} .
    Vilauta:: {N} (vrw personificatie vd Tijd).
    vildul:: {C} boom; ef feldre fes ef ~s: boven zijn theewater zijn; (sprkw1) azino ~s, azino geffys; (sprkw2) grum ~s, grum geffys: de appel valt niet ver van de boom (sprkw1 bij slechte eigenschappen; sprkw2 bij goede eigenschappen); (sprkw) ef ~ melde furt ef axos: het is zover; (sprkw) xnep ~s pafyre noi: "kale bomen ruisen niet" (als iemand maar wat zit te babbelen zegt hij feitelijk niets); »ÿksaner.
    Vildul:: {F}.
    Vildul-agru:: {G} (dorp; gemeente Flento).
    Vildul-ðôrcel:: {W} .
    Vilduler:: {F}.
    vildul-fors:: {C} boomkikker (L. Hyla arborea).
    vildul-grûmiyl:: {C} bosvleermuis (L. Nyctalus leisleri).
    Vildul-Kents furt ef Luna:: {G} (Erg commune; gemeente Has); .
    Vildul-knurfel:: {W} .
    vildul-kvipp:: {C} boompieper (vogel) (L. Anthus trivialis).
    Vildul-lirrotiy:: {W} .
    Vildul-mirra:: {W} .
    vildul-mûle:: {C} boommol (leeft in holle bomen op Teujan) (L. Talpa teujana).
    Vildul-plep:: {W} .
    vildul-quratjen:: {C} houtduif (L. Columba palumbus).
    vildul-sustaâs:: {C} boommarter (L. Martes martes).
    Vildul-weg:: {W} .
    villa:: {C; mv= villâe; rsmv= ~te} villa, landhuis.
    villâe:: {mv} »villa.
    villate:: {rsmv} »villa.
    vilt:: {BZ; 2enk-fam} jouw, je, van jou.
    vilté:: {BZ} (= »vilt »ére).
    viltiy:: {Cef; mv=enk} (nominalisatie v vilt) ef ~: de/het jouwe, die/dat van jou; kost mimpits ur ef ~: mijn boeken en de jouwe.
    vine:: {C} wingerd.
    Vini:: {N} (maandblad voor de wijnliefhebber); .
    Vinkentouw:: {F} (Ned).
    vinolôche:: {C} oenoloog (wijnkenner, wijnkundige).
    vinologise:: {I} oenologisch (wijnkundig).
    Vinologise Laboratorym:: {N} "Oenologisch Laboratorium" (houdt kwaliteit v Spok wijnen in de gaten en doet research; in Manes-Puriy); .
    vinolôiy:: {C} oenologie (wijnkunde).
    Vinsenn:: {J} Vincent.
    Viola:: {M} (Ned).
    vipe:: {U} (pop) uitgaan (v café, theater ed); »vende-mip.
    Virgo:: {N} Maagd (sterrenbeeld).
    Virre:: {M}.
    Virtale:: {N} (merk v reinigende spray); .
    Viryc:: {N} (mineraalwatermerk uit een bron ten noordwesten v Lammafin, die in verbinding staat met de »Viryc-quntiyst); ; (DOM 92-93).
    Viryc-wuma-pât:: {W} .
    Viryc-quntiyst:: {G} (onderaardse waterstroom ten noordwesten v Lammafin, komt uit in de Caherrte); .
    vise-•:: {PX} vice•.
    vise-âtmerall:: {C} viceadmiraal (marinerang); .
    vise-generala:: {C; mv= ~s} vrw vorm v »vise-generalo.
    vise-generalo:: {C} luitenant-generaal (luchtmacht); .
    vise-konell:: {C} luitenant-kolonel, overste (luchtmacht); .
    vise-presedent:: {C} vicepresident.
    višola:: {I} nauwgezet, stipt, consciëntieus.
    Visota-korda:: {N} (houten RK kerkje in Blof-nurp, gemeente Pitu); .
    viss:: {I} knap, wijs.
    visum:: {C} visum.
    visy:: {SC} visie.
    vita:: {I} snel, vlug (vrnl: met hoge snelheid); ef riffe flj lo ~: (fig) iets bespoedigen; haast achter iets zetten.
    Vita S-W:: {N} (populaire lesbische bar in Hirdo); .
    vitaka:: {C} speedboot, raceboot.
    vita-kûfôs:: {C} snelverkeer (vlgs Spok wet: alle verkeer dat sneller kan of mag dan 40 km/u, en dus gebruik mag maken ve autoweg of autosnelweg).
    vitala:: {I} vitaal.
    vitalitiy:: {C} vitaliteit.
    vitamynn:: {C/S} vitamine.
    vita-ojelstos:: {C} expresbestelling.
    vita-oto:: {C} (afk= v.o.) sportwagen.
    vita-pesmlâ:: |M| {C; rs= ~t} slechtvalk (L. Falco peregrinus).
    vita-pesmlât:: |M| {rs} »vita-pesmlâ.
    vita-treno:: {C} (afk= VT) gewone sneltrein (in Spok: stoptrein-materieel dat echter alleen bij de grotere stations stopt).
    vitaxâriy:: {I} bevattelijk, gemakkelijk te begrijpen.
    vitaxâriye:: {U} bevattelijk zijn, gemakkelijk te begrijpen zijn.
    vitešo:: {C} snelheid; mâksûm ~ (afk= M.V.): maximum snelheid; (in bebouwde kom 50 km/u; onverharde weg 60 km/u; autosnelweg 120 km/u; »pârdova-weg 90 km/u; overige secundaire wegen 80 km/u; hogere of lagere snelheden zijn met borden aangegeven).
    vitrynn:: {C} [beeld]scherm (v TV).
    viyce:: {Upr} zich bukken.
    viycos:: {C} gebuk, het bukken; gebukte houding; do giffe fes eft ~: hij staat gebukt.
    viyl:: {C/S} perkament.
    Viylbrašiy-seert:: {W} .
    viylc:: {C} verband, verbinding (vrnl mechanisch, bij baksteen).
    Viylder:: {F}.
    viylke:: {U} ~ fes dinelo: aanzitten aan het diner.
    Viylkô-plep:: {W} .
    Viyndy:: {F/M}.
    Viyndy-mirra:: {W} .
    viyrâgt:: {S} ijsbloemen (op de ruit).
    viyšâto:: {I} genant.
    Viyster:: {J}.
    Viystra:: {M}.
    vizaje:: {U; gst= ~t} voor dag en dauw opstaan (om te gaan jagen/vissen).
    vizajet:: {gst} »vizaje.
    vizajos:: {C} het voor dag en dauw opstaan (om te gaan jagen/vissen).
    vja:: {VZ} (richting; meestal met geografisch[e] naam/begrip) via, over; ef treno vende ~ Bôrâ: de trein gaat via Bôrâ; ~ ef tsiymâ: over de bergweg.
    vjadûk:: {C} viaduct.
    Vjadûk-mirra:: {W} .
    vjârt:: {I} blank, lichtgekleurd.
    Vjenne:: {G} Wenen.
    vjent:: {I} week, zacht, onvast.
    vjentiy:: {A; mv=enk} weekheid, zachtheid.
    vjiyk:: {C} oogklep (voor paard).
    vjola:: {C} viool (muziekinstrument).
    Vjola:: {F}.
    vjola-cônserto:: {C} vioolconcert.
    vjolamerr:: {C} violist.
    vjolensell:: {C} [violon]cello.
    vjoly:: {C} viooltje (bloem) (L. Viola).
    vjopa:: {SC} (arch/dl= Peg) troost.
    vjopaâcce:: {K} zich bekommeren om; (= »vjopa + »wâcce).
    vjopaâccos:: {A} bekommering, bezorgdheid.
    Vlaco-plep:: {W} .
    Vlâgh:: {F}.
    vlagtatjen:: {C} »vogily-vlagtatjen.
    vlagte:: {K} verschrikken, doen schrikken, aan het schrikken maken.
    vlagtos::
    1. {C} verschrikking (persoon/voorwerp waar men v schrikt).
    2. {A} (fig) verschrikking (iets ergs).
    vlâk:: {C} hamel, weer (gecastreerd schaap); gecastreerde bok (mnl geit).
    vlamenlandes:: {IIef} Vlaams (bv).
    Vlamenlandes:: {G} Vlaanderen.
    vlamenlant:: {C} Vlaams (taal).
    Vlament::
    1. {F}.
    2. {G} (stad in Ben).
    Vlames:: {Cef} Vlaming.
    Vlamesa:: {Cef; mv= ~s} Vlaamse vrouw.
    Vlamôp-mirra:: {W} .
    Vlâmpiy-plep:: {W} .
    vlânða:: {I} onaantastbaar.
    Vlaölos:: {F} (Peg).
    vlass:: {C; mv= ~a} regel, voorschrift.
    vlassa:: {mv} »vlass.
    vlass-cjestovliy:: {C} fraude.
    vlass-gÿtt:: {C} geknoei, fraude.
    vlass-kette:: {K} voorschrijven (regel[s] geven).
    vlaxânðo:: {C} [gemene] streek.
    vlaytre:: {K; gst= vlaytt} ~ ón: verschuldigd zijn aan.
    vlaytros:: {A} het verschuldigde.
    Vlaytros I:: {N} (titel toneelstuk); .
    Vlaytros II:: {N} (titel toneelstuk); .
    Vlaytros III:: {N} (titel toneelstuk); .
    vlaytt:: {gst} »vlaytre.
    vlazzatjen:: {C} regisseur.
    vlazze:: {K} (alg) regelen, organiseren; (ihb) regisseren.
    vlazze-mimpit:: {C} draaiboek.
    vlazze-pôr:: {I} onpraktisch (persoon); niet goed kunnende organiseren.
    vlazziy:: {I} geregeld, ordelijk; goed georganiseerd.
    vlazzos:: {C} (alg) regeling, ordening; (ihb) regie.
    vlegte:: {K} vlechten.
    vlegtiy:: {C} vlecht, gevlochten haar[streng].
    vlegtos:: {C} het vlechten; vervlechting.
    Vlel:: {G} (stad in Plefô); (DOM 95).
    vlemót:: {C} slager (die zelf slacht).
    vlemótâs:: {C} slagerij (waar tevens geslacht wordt).
    vlemótatjen:: {C} slachter.
    vlemóte:: {K} slachten.
    vlemótos:: {C} slacht (v dieren); slachting, slachtpartij (bijv in oorlog).
    vlemótsért:: {C} abattoir, slachthuis.
    vlemótykelp:: {C} slachtbank.
    vlep:: {C} plak, schijf (vlees, worst).
    vléša'emm:: {III} minstens, op zijn minst; betrekkelijk (als afzwakking v add); ef mimpit melde ~ 14: het boek kost minstens 14 herco; ef mimpit melde ~ mikar: het boek is betrekkelijk duur.
    Vleys:: {F}.
    vliyn:: {I} flink, kranig.
    Vliyteram:: {F}.
    Vliyterâm:: {F}.
    Vliyteram Kabi:: {N} (grote boekdrukkerij te Amahagge); .
    Vliyteram TC:: {N} (grootste uitgevers- en drukkersconcern in Spok; hoofdkantoor in Gralkrich; bijkantoren in Amahagge en Hirdo); (DOM 212).
    Vliyteram Ÿrðos:: {N} (grote uitgeverij, deel vh uitgevers- en drukkersconcern »Vliyteram TC); .
    Vliyteramm:: {F}.
    vliytšo::
    1. {Sef} nikkel (metaal).
    2. {I} nikkelen, van nikkel gemaakt.
    vlo:: {II} iets, net, een beetje (voor een trap v verg); eft ~ hupsterr kas: een iets te grote jas; Jânex ef oto ufire ~ vita terat dus ef kostiy paine: Jâns auto rijdt een beetje/net iets sneller dan de mijne; »vloja.
    Vlociys::
    1. {G} (eilandje tussen Brÿr en Liftka, in de Kjoep-straat); .
    2. {G} (natuurreservaat; gemeente Milbo); .
    3. {N} (vuurtoren, gemeente Milbo); .
    Vlociyska I:: {N} (autoveer); .
    Vlociyska II:: {N} (autoveer); .
    Vlociys-pât:: {W} .
    vloda:: {Cid} spoed||traagheid; móns-~ = ~ lef lamiros: spoed; chys-~ = ~ ðÿm lamiros: traagheid; ~ lef ef cyriy: aarzelende traagheid.
    Vloetâs:: {F}.
    vloff:: {gst} »vlofje.
    vlofiy:: {I} opgesloten, ingesloten.
    vlofje:: {K; gst= vloff} opsluiten, insluiten.
    vlofjos:: {C} opsluiting, insluiting.
    vloja:: {C} eft ~: een beetje, een weinig; eft ~ [rifo] sucro: een beetje suiker; »vlo.
    Vloja:: {F}.
    vlojapôrtecc:: {I} dunbevolkt; (= »vloja + »zampôrtecc).
    Vlojumûtre:: {F}.
    Vlolubâ-poentel:: {N} (herberg aan de weg tussen Fonistâ en Amahagge); .
    Vlolunzatak:: {G} (dorp; gemeente Imenal).
    Vlomâ:: {F}.
    Vlomanyje:: {F}.
    Vlonôc:: {N} (apparatenfabriek in Hoggebim); .
    vlôt:: {C} sprong.
    vlôte:: {U} springen.
    vlôte-prart:: {C} springplank.
    vlôtos:: {C} gespring.
    vlu•:: (= vlû•) {PXimpr} (gereduceerde vorm v »vluf); »vlu-/vlû-.
    vlû•:: {PX} »vlu•.
    vluf:: {I; =vt v 1pert} meer (vg v veel); Marje rinne ~ dus Lerdu: Marje verdient meer dan Lerdu (maar beiden verdienen ze veel; vgl:) Marje rinne crâmô dus Lerdu: Marje verdient minder weinig dan Lerdu (dus meer dan L., maar beiden verdienen weinig); ~ dus holfe (afk= v.d.h.): nagenoeg; zo goed als; ~ ur oiba (afk= v.u.o.): min of meer; nert ~ tur velk (afk= nv/v): voortdurend, constant; (vluf drukt in sommige idiomatische uitdrukkingen een vt uit) ef tupplip ma melda ~ olla meldelira, ef kôbo nÿlilóme: de reis was des te fijner omdat de zon scheen; mittof hâftere [velk] ~: dat gebeurt wel vaker; »meldelira; »pert.
    vlufa:: {I} meerdere (bv); hoger in rang; grotere; do melde kost ~ veldur: (alg) hij is mijn meerdere; hij staat boven mij (in rang/prestatie ed); »vluvender.
    vlufkanas:: {C} merendeel.
    vlufkanasiy:: {I} merendeels, voor het merendeel.
    vluftiy:: {C} meerderheid, gros; ef melde ~: in de meerderheid zijn; kirro melde ~ (en NIET: ~n): wij zijn in de meerderheid (soms wordt vluftiy abusievelijk als add opgevat en dan komen we de incorrecte mv-vorm vluftiyn tegen).
    vlûješy:: {I} [erg] veel; ~ terat: veel meer.
    vlukk:: {C} vloek.
    vlukke:: {U} vloeken.
    vlukkos:: {C} gevloek.
    Vlukrjûtamatte:: {F} (Gar).
    vlûme:: {K} kennen, bekend zijn met.
    vlûmos:: {A} het bekendzijn, bekendheid; ef ~ ón ef sÿrtos osks (ón is vz): de bekendheid met de plaatselijke gebruiken.
    vluquos:: {II} enkel; lef eft ~ wufta: met een enkel woord; nÿf ~ veldurs: geen enkel persoon; (= »vlu• + »quoss).
    vlurre:: {C} nachtjapon.
    vlute:: {U} fluiten; op een fluit blazen (muziekinstrument; locomotief).
    vluto:: {C} fluit (muziekinstrument; op locomotief); fyg ~: baggermolen (vrnl op de Trendon).
    vlutomerre:: {U} fluiten, fluitspelen.
    vluvender:: {C} meerdere (in leger/bedrijf: persoon hoger in rang).
    vly:: {I} onbevredigend (resultaat ed).
    vlybâs:: {I} turkoois (kleur).
    Vlychiy:: {F}.
    Vlyg:: {F}.
    Vlÿs:: {G}
    1. (wijnbouwgebied in de westelijke uitlopers vh Lamk-gebergte op Lomky); .
    2. (»ûpk-areû in district Kina).
    Vlÿs-agru:: {G} (top in Lamk-gebergte; 1160 m hoog); .
    Vlÿs-agru-mirra:: {W} .
    Vlÿs-avenû:: {W} .
    Vlÿss:: {F}.
    Vnor:: {F}.
    Vnor-natâs:: {N} (boek- en brochurebinderij in Gralkrich); .
    v.o.:: {afk} »vita-oto.
    vobare:: {K} (lett/fig) vormen.
    Vobare-sentrym furt Cûlturela én Kûraiy Zebbe:: {N} (afk= VCKZ) "Cultureel en Artistiek Vormingscentrum" (bij Minde); .
    vobariy:: {I} formeel; vormelijk; volgens de vorm.
    vobaror:: {I} beschaafd.
    vobaros:: {C} (lett/fig) vorm, vorming.
    vóbe:: {U} ~ furt rst: iemand welkom heten.
    vober:: {C} (fig) vorm; mittof enter melde eft ~ rifo metatesiy: dit verschijnsel is een vorm van metathesis; zÿtâ ~ rifo: in de vorm van.
    voddyrân:: {Crs} voorhoede; »•ân.
    Voede:: {J}.
    Voetsavos::
    1. {F}.
    2. {N} (naaimachinemerk); .
    Voetsavos TC:: {N} (naaimachinefabriek te Hoggebim); .
    Voghel:: {F}.
    vogiliyatur:: {C} vogelnest[je].
    Vogiliyatur-lirrotiy:: {W} .
    vogily:: {C} vogel (ntr); do prato tjâg Jôl Vogily: hij is met de noorderzon vertrokken.
    Vogily:: {F/M}.
    Vogily-armtpildos:: {N} "Vogelterras" (café met groot terras in de dierentuin v Amahagge); (UIS 31).
    vogily-caf:: {C} vogelkooi, volière.
    vogily-cluzâs:: {C} vogelhuisje.
    vogily-flyddere:: {C} grist ~: kolibrievlinder (pijlstaartvlinder) (L. Macroglossum stellatarum); lâeitor ~: pauwoogpijlstaart (L. Smerinthus ocellata); lâlÿntor ~: windepijlstaart (L. Agrius convolvuli).
    Vogilygert:: {N} "Vogelwacht" (stichting v bescherming v vogels; in Kûrânien); .
    vogily-huron:: {C} orchis; blakker ~: herfstschroeforchis (L. Spiranthes spiralis); littit ~: bijenorchis (L. Ophrys apifera); mindefit ~: grote muggenorchis (L. Gymnadenia conopsea); miterus ~: vliegenorchis (L. Ophrys insectifera).
    Vogily-lirrotiy:: {W} .
    vogily-mipru:: {C/S} vogelbraak (zeldzame plant, verwant aan koekoeksbloem, groeit vooral langs de Prek-oevers; vogels moeten ervan braken en mensen krijgen er diarree van) (L. Melandrium catharticum).
    Vogily-mirra:: {W} .
    vogily-roiy:: {C} vogelwachter.
    Vogily-rÿ-lirrotiy:: {W} .
    Vogily-seert:: {N} "Vogelhuis" (museum in Amahagge); .
    vogily-tiffug:: {C} vogelpootje (plant) (L. Ornithopus perpusillus).
    vogily-vlagtatjen:: {C} vogelverschrikker.
    vokel:: {C} (taalk) vocaal, klinker.
    vokel-graros:: {C} (afk= VG) umlaut (zoals in het Duits).
    vokelise:: {I} vocaal (bv).
    Vola:: {F/M}.
    Volaja:: {G} (waterval in de Cheetucjâ, gemeente Tjokkyt); .
    Volaj-taris:: {N} (toren die in de duinen ten zuidoosten v Xôcÿrðamiy LIGT); ; (DOM 76-79).
    vôlcanise:: {I} vulkanisch.
    vôlcano:: {C} vulkaan.
    Volkswagen:: {N} (assemblagebedrijf in Amahagge); .
    Vôlšiy:: {N} (vuurtoren, gemeente Liyrotyka); .
    Vôlt:: {J}.
    Vôlte:: {J} Walter.
    voluptiy:: {SC} (pej) wellust.
    vômang:: {I} spontaan.
    vômange:: {U} inschrijven, intekenen (aannemer, abonnement, boek ed).
    vômangos:: {C} inschrijving, intekening (aannemer, abonnement, boek ed).
    vômp:: {C} pens.
    von:: (in Dui namen; zie lemma's hieronder).
    von Eckenhofen:: {F} (Dui).
    von Schenkendorff:: {F} (Dui).
    von Steier:: {F} (Dui).
    vonare:: {Kpr} het eens worden met.
    Vôndika-mirra:: {W} .
    vondrû:: {I} weerspannig.
    vone:: {Kpr} het eens zijn met.
    voqug:: {C} dreg.
    voquge:: {K} (lett) ophalen, opdreggen (drenkeling ed).
    voqug-fisae:: {U} dreggen (met een dreg in het water zoeken).
    voqugos:: {C} (lett) ophaling, opdregging (v drenkeling ed).
    Vorâx-ðôrcel:: {W} .
    vôrd•:: {wst} »vôrdre.
    vôrdre:: {K; gst= vôrt; wst= vôrd•} arresteren, aanhouden.
    vôrdros:: {C} arrestatie, aanhouding.
    Vorgte:: {J}.
    Vorgtiy-tômp:: {N} (grafheuvel, gemeente Metie); .
    voriy:: {C} voorschip.
    Vorrdemân:: {F}.
    vôrt:: {gst} »vôrdre.
    Vortarent:: {G} (dorp; gemeente Akom).
    Vort-Iymper:: {G} (dorp; gemeente Frâk).
    Vort-Knurfelstiy:: {G} (dorp; gemeente Lankos).
    vosite:: {C} bankschroef.
    vostiche:: {K} »vostriche.
    vostichos:: {A} »vostrichos.
    vostriche:: {K} (fig) voortvloeien uit.
    vostrichos:: {A} (fig) voortvloeiing; dat wat [ergens uit] voortgevloeid is; lef ~: in alle opzichten.
    votafiy:: {C} stembiljet.
    vóta'o:: {C} liederlijke taal; schuine mop.
    vote:: {U} stemmen.
    vote-arr:: {C} kieskring.
    vote-buro:: {C} stembureau.
    vote-buro-bavân:: {C} stemdistrict (waar een stembureau werkzaam is).
    vote-kura:: {K} overstèmmen (meerderheid v stemmen krijgen).
    votelira:: {III} uiteraard, vanzelfsprekend.
    votelmstjâ:: |votemstâ| {C} stemrecht.
    votos:: {C} stemming, het stemmen.
    vott:: {C} [kies]stem.
    Vôx:: {G} (dorp; gemeente Pitu).
    vozaben::
    1. {Aef} beleg (v stad).
    2. {I} belegerd.
    vozabiye:: {K} belegeren.
    vozabiyos:: {C} belegering, het belegeren.
    Vozjâf:: {F}.
    vózÿr:: {I; =vt v olla en trojo} fijner, aangenamer; »olla; »trojo.
    vraboe:: {K} vermoeden.
    vraboiy:: {I} vermoedelijk.
    vraboos:: {A} vermoeden (zn); ef chaquinde ef ~, den ...: het vermoeden uitspreken, dat ...; »bzaée.
    vrala:: {C} jonge koe (maar ouder dan »piâ = kalf).
    vraloba:: {C} vertier.
    Vrânciy:: {F}.
    vrânt:: {C; mv= ûr~} turf.
    vraše:: {K} aflossen.
    vrašos:: {C} aflossing.
    vrašy:: {C} generatie; team; ploeg (v ploegendienst; bij sport).
    vreéðe:: {U} ~ ump: slagen voor.
    vreéðos:: {A} het slagen.
    Vreeërrt:: {F}.
    Vreeges:: {G} (riviertje van Qumk-vlakte naar Ef Râster); .
    vréka:: {C} voorschoot, groot schort (met galgen).
    vrelle:: {U} opdrogen en verschrompelen/krimpen (oude appel ed).
    vrennâfyte:: {E} zich druk maken, zich opwinden.
    vrens:: {C} (plantenaam; ihb in de samenstelling luppor-~ = teunisbloem).
    vrestare:: {U} (fig) worstelen.
    vrestaros:: {A} (fig) worsteling.
    vrestatjen:: {C} worstelaar.
    vreste:: {U} worstelen (sport).
    vrestos:: {C} (lett) worstelpartij (sport); (fig) worsteling; eft pijâ ~ melde den sértare: het is een heel gedoe om te verhuizen.
    vrezobiy:: {C} harde, galmende stem; lef eft ~: luidkeels.
    Vrevet:: {G} (dorp; gemeente Keranôs-sÿrt).
    Vricc:: {F}.
    Vricc-taris:: {N} "Vricc-toren" (museum in Amahagge); .
    Vrient:: {F}.
    vrik:: {C} pop (ingekapseld insekt).
    vriylber:: {C} »zvâmp-vriylber.
    Vriymiy-plep:: {W} .
    vriys:: {C} dennenaald.
    vriys-âspers:: {C} sierasperge (kamerplant) (L. Asparagus sprengeri).
    vro'egie:: {K} (fig) beschrijven, schilderen.
    vro'egios:: {C} (fig) beschrijving, schildering.
    vro'eg'kurre:: {I} nert ~: onbeschrijflijk.
    vrôk:: {SC} manier, wijze; levenswijze; fes ten ~s: op twee manieren; fes ef ~ rifo: in de trant van; fes zjut ~: op een rare wijze/manier (enz); »wys.
    vrôk-nefpainer:: (= vrôk-supainer) {C} modaal hulpwerkwoord ("moeten", "mogen", "kunnen", "willen").
    vrôk-supainer:: {C} »vrôk-nefpainer.
    vrôkukér:: {C} landbouwmethode.
    vrôlk::
    1. {Aef} vrolijkheid; ef obezjere furt ~: lachen van vreugde.
    2. {I} vrolijk.
    Vromaza:: {M}.
    Vromiy:: {F/J/M}.
    Vromjagenn:: {F}.
    vrontese:: {U} ~ ón: boos worden op.
    vrûl:: {C} (dl= Oost-Ziyp) kluifjeszwam; »stiyjâp-missis. (DOM 126).
    vrust:: {S} vorst (vriezend weer).
    Vrustiy:: {G} (dorp; gemeente Dreumân).
    vryft:: {C} tas (behorend bij Spok klederdracht).
    vryft-kyr:: {C} (arch) koffer, valies; »vrÿkyr.
    vrÿkyr:: {C} koffer, valies.
    Vrymân:: {F}.
    Vs.:: {afk} »Vereslytt.
    Vsa.:: {afk} »Vereslytta.
    Vuae:: {F}.
    Vûchÿ:: {G} (stad in Jelafo).
    Vûcy:: {F}.
    vufâ:: {I} steeds meer, steeds erger.
    vufâfâ:: {I} (=red) steeds meer, meer en meer; »vufâ.
    vûk:: {VZ}
    1. (richting) tegenin, op ... in; do ufire ~ ef clûma: hij rijdt op de menigte in;
    2. (betrekking) tegenin, op ... in; gress nert pjôle ~ ef: ik ga daar niet tegen/op in.
    vûkgre:: {U; gst= ~t} aanlopen (v wiel); klemmen (v deur); ef ÿrôm ~[lira]: het werk wil niet vlotten.
    vûkgret:: {gst} »vûkgre.
    Vulâ:: {F}.
    vûlc-flyddere:: {C} bruine page (L. Strymonidia pruni).
    vuldul:: {C} (arch/dl= Berref) boom; »vildul.
    vuldurtos:: {C; mv= ~z} boomgaard.
    Vuldurtos-lirrotiy:: {W} .
    vulkanisere:: |..ÿje| {K} vulcaniseren (zwavel bij rubber).
    Vulkaniy-plep:: {W} .
    vûlke:: {U} uitkomen (v ei).
    Vûlô:: {F/M}.
    vult:: {C}
    1. (alg) kip; (sprkw) eft tâkelira ~ noi nute ef netâsz: (voordat je allerlei onzin te berde brengt kun je beter eerst naar anderen luisteren); (sprkw) ef lo ÿrðaage, eft ~ [feltilóme] kaf eft tustu: zo klaar als een klontje;
    2. (pej) homo, nicht, flikker.
    Vult:: {F}.
    vûlt:: {III} hoogstens, op zijn hoogst.
    vult-krutt:: {C/S} bilzekruid (L. Hyoscyamus niger).
    Vult-plep:: {W} .
    vult-râf:: {S} kippengaas.
    vult-šupa:: {C/S} znét ~: [heldere] kippesoep.
    Vummbe-plep:: {W} .
    vûmse:: {K} bewegen, beroeren; (speciale constructie met tdw) ef ~ ..lira: het scheelt niet veel of ...; gress vûmso lelperrelira eft moplariy: het scheelde niet veel of ik had een ongeluk; ef ~ cryrelira: het scheelt niet veel of het vriest; het is tegen het vriespunt aan; ef vildul ~ meldelira koffon: de boom is zo goed als dood.
    vûmsos:: {C} beweging, beroering (het doen bewegen/beroeren); nÿf vûmsôsta!: niet aanraken! (opschrift in musea ed).
    Vûndyjana-lirrotiy:: {W} .
    Vûndyjana-plep:: {W} .
    Vunnt:: {J}.
    v.u.o.:: {afk} (= »vluf ur oiba).
    vure:: {K} wegvoeren.
    vure:: {C} (afwezig persoon over wie gesproken/geroddeld/beraadslaagd wordt).
    vure-ral:: {K} medevoeren.
    vuros:: {C} wegvoering.
    vuros-ral:: {C} medevoering.
    vûrre:: {K} aanslaan (toon, snaar).
    Vurrmen:: {F}.
    Vurrmen-mirra:: {W} .
    vûrros:: {C} aanslag, het aanslaan (toon, snaar).
    Vurtâgt armt ef Krappa-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Vel); .
    vust::
    1. {C; mv= regelm.} vuist.
    2. {C; mv= vûste} exemplaar.
    vûste:: {mv} »vust 2.
    vûze:: {U} gonzen, ronken.
    vuzindre:: {C} terugslag, tegenvaller, strop.
    vûzos:: {C} gegons, geronk.
    vycc:: {S} (alg) wikke (L. Vicia); lathyrus (L. Lathyrus).
    vyche:: {K} afstellen (v apparaat, ontsteking in auto ed).
    vychos:: {C} afstelling (v apparaat, ontsteking in auto ed).
    vydre:: {C} windvlaagje, zuchtje wind.
    Vÿfer:: {F}.
    Vyl-•:: {PXimpr.n} (vgl Lat villa = landgoed; toevoeging voor naam ve Spok dorp dat vóór 1820 tot een »šarkdomenn behoorde) (bijv) Vyl-Roensa; Vyl-Zest.
    Vylaða:: {N} (bekende chemische industrie voor etherische oliën, reukstoffen en cosmetica in Aschen en Amahagge); .
    Vyl-Âster:: {G} (dorp; gemeente Tosiy).
    Vyl-Aufgiy:: {G} (dorp; gemeente Balier).
    Vyl-Cÿrlaje:: {G} (dorp; gemeente Lamoneo).
    Vyl-Elp:: {G} (dorp; gemeente Xârfu-Ðizem); (DOM 157).
    Vyl-Elp-korda:: {N} (RK kerkje te Vyl-Elp, gemeente Xârfu-Ðizem); ; (DOM 157-158).
    vylk:: {C} (dl= Tigof/Lomky) armvol (zoveel als je in je armen kunt dragen); do ÿtine eft ~ rifo bures: hij loopt met een arm vol brandhout.
    Vylkôni-weg:: {W} .
    Vyl-Môcÿr:: {G} (dorp; gemeente Zumela).
    Vyl-Ôpestaliy:: {G} (dorp; gemeente Qua).
    Vyl-Qummertiy:: {G} (dorp; gemeente Tosiy).
    Vyl-Roensa:: {G} (dorp; gemeente Balier).
    Vyl-Tôliy:: {G} (voormalig dorp); .
    Vyl-Ÿrblo:: {G} (dorp; gemeente Tosiy).
    Vyl-Zest:: {G} (dorp; gemeente Krea, district Ziyp).
    vÿmpiy:: {I} griezelig.
    Vÿmpiy:: {G} (dorp; gemeente Lajy).
    Vÿmpiy-pônt:: {G} (dorp; gemeente Lajy).
    vyn:: {C/S} appelwijn, cider (zonder koolzuur).
    vÿn:: {C}
    1. ader, bloedvat.
    2. (dl= Centraal-Liftka) schort met mouwen.
    Vÿnbeeg:: {F} (Van Beek).
    Vyncha:: {M}.
    Vyndert:: {J}.
    Vyndylen:: {F}.
    vÿnkâlkos:: {C} aderverkalking.
    Vÿnn:: {F}.
    vynte:: {C} vers[regel].
    vynte-ârg:: {C} expletiefpartikel; »ti.
    Vÿnvort:: {F} (Van [der] Voort).
    vypljâce:: |vyplâce| {I} hulpeloos.
    vÿr:: {TW} vijf.
    vÿranty:: {C} vijfling; (= »vÿr + »•anty).
    Vyrde-ÿgiy-Kents:: {G} (voormalige Erg commune; gemeente Aquandô); .
    Vyriy:: {N} (een vd drie met name genoemde vrw plaaggeesten); »defôliya.
    Vyrrda:: {M}.
    vÿrsa:: {TW} vijftig (rekenkundig).
    vyrte:: {U} deugen.
    Vÿrtef Kveer-weg:: {W} .
    vyrtos:: {A} deugd.
    vyrtosiy:: {I} deugdzaam, braaf, eerzaam.
    Vytracÿr:: {F}.
    vÿttiyrâ:: {Crs} pauw (L. Pavo cristatus).
    vÿttiyrâ-eit:: {C} dagpauwoog (vlinder) (L. Inachis io).
    vÿttiyrâ-flyddere:: {C} mikkelel ~: grote nachtpauwoog (L. Saturnia pyri).
    vyx:: {C} veulen, jonge hengst (mnl paard).
    Vÿziy:: {M}.


TOP

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands