© Prespo Amahagge
Ondanks het uitgebreide voorbeeldmateriaal zal het niet altijd meevallen om een object zó aan te prijzen als de minister zich dat voorstelt. Het blijft nog altijd een subjectieve kwestie: is een gaaf huis zonder dak nu een "ruïne" of slechts een "woning waarvan het dak de nodige restauratie behoeft"? En zo zijn er talloze tussenvormen te bedenken. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe de makelaars hier creatief en commercieel verantwoord mee omgaan, en hoe juristen en rechters de claims van gedupeerde verkopers zullen behandelen.
Inmiddels dreigt de minister met een rechtszaak geconfronteerd te worden, aangespannen door de Nationale Makelaarsbond. Deze is van mening dat er op het fotomateriaal dat de minister bij haar Bestuurlijke Maatregel heeft gebruikt, copyright rust. Zij zou deze foto's "gepikt" hebben uit talloze brochures en websites van makelaars, zonder daarvoor toestemming te vragen.
We geven hier enkele voorbeelden uit de Bestuurlijke Maatregel. We geven een kort citaat uit de verkoopbrochure of -advertentie van de makelaar, en verder een indicatie hoe de minister het liever ziet. (Lees meer over deze markante minister.)
| "Een solide gebouwde villa in een groene omgeving. De speelse vormgeving laat alle ruimte voor een eigen in- en aanvulling. Een geïsoleerd dak en dubbele beglazing zijn zonder veel breekwerk aan te brengen.".
Object van categorie D: ruïne; de resterende muren zijn solide genoeg om als basis voor algehele nieuwbouw te dienen. |
| "Een zeer degelijke woning. De dakconstructie zal nimmer aanleiding tot lekkage geven. Een object voor de romanticus: sfeervol licht valt er binnen en zonwerende maatregelen als markiezen of blinden zijn niet nodig."
Object van categorie T: grotachtige ruimte die niet voldoet aan de standaard voor een gezond woonklimaat; kan als bergruimte gebruikt worden. |
| "Fraai gelegen, authentieke visserswoning in groene omgeving. Enige restauratie is gewenst."
Object van categorie K: restant van boeren- of arbeidershuisje in eenzame omgeving; rijp voor de sloop; voor nieuwbouw dient er een bouwvergunning aangevraagd te worden. |
| "Rustiek huis in een dorp. Authentieke luiken en kozijnen. Originele pomp en oorsronkelijke afwatering."
Object van categorie M: onbewoonbaar verklaarde dorpsruïne met sloopvergunning; er mag een nieuwe woning in dezelfde stijl worden gebouwd; waterleiding en riolering ontbreken. |
| "Monumentale villa in bosrijke omgeving. Vertoont enige brandschade. In deze regio gelden bouwrestricties."
Object van categorie P: uitgebrand karkas; wellicht rijp voor de sloop; nieuwbouw is hier niet toegestaan. |
Is Verdonk ooit in Spokanië geweest?
Hirdo, 13 augustus 2005
|
Officieel is er niets over bekend. Erger nog: algemeen wordt aangenomen dat minister Verdonk hoe dan ook niet wenst te communiceren met wie dan ook in Spokanië. Evenals Mohammed B. leeft zij in een fantasiewereldje waarin - althans voor haar - de mogelijkheid bestaat om je geïnspireerd te voelen door Mandela. Maar wat vertelt het fotootje hiernaast ons? Minister Verdonk is hier in gesprek met Lako Ûpjader, in Spokanië alom bekend als voorzitter van de Stichting Vreemdelingenwelzijn (Feslosos furt Tneferdos-Quistos, ofwel FTQ), een organisatie in Zest die zich bekommert en inzet om mensen die op de een of andere wijze in Spokanië "verzeild" zijn geraakt zonder dat ze over geldige papieren beschikken. Zulke mensen zijn in Spokanië over het algemeen geen asielzoekers (want voor hen is dit land te onbekend, te ver en te eng), maar er landen wel regelmatig mensen in bootjes op de kusten, nogal begrijpelijk als je bedenkt dat dit land een archipel in de Atlantische Oceaan is, midden in de Warme Golfstroom.
De FTQ bekommert zich om zulke "aangespoelde" mensen, want de overheid doet dat niet. En omdat de FTQ, anders dan de overheid, een aansluiting bij de Europese Unie nastreeft, wordt niets nagelaten om dit politieke standpunt uit te dragen. Ook het congres op 11 augustus in het Congrescentrum van de Universiteit van Zest is daar onderdeel van. Lako Ûpjader hield daar een wakkerschuddende presentatie voor meer dan honderd journalisten en hoogwaardigheidbekleders uit diverse EU-landen, waarbij ook minister Verdonk aanwezig was. Hoewel zij er alles aan deed om "low profile" te blijven en daarmee te suggereren dat ze er eigenlijk niet bij was, kon ze na afloop van het congres haar lusten kennelijk niet bedwingen en stevende met vooruitgeschoven boegbeeld zonder dralen op voorzitter Ûpjader af om hem te complimenteren met zijn fantastische presentatie. "Zo had ik het ook wel willen doen", schijnt ze hem toegefluisterd te hebben. |
Vertaling (en bewerking) van het artikel "Aftel Mohammed B. meldo kva fes Spooksoliy?" door Kroniy Lecc-Yne in Kleter Hirdoegg (11 juni 2005).
HIRDO - Gebrek aan ervaring, gebrek aan communicatie en gebrek aan kennis van het Nederlands - zie hier de drie oorzaken waarom de kersverse minister van Justitie, Flaâf Oleema-Six, van mening was dat Mohammed B., de moordenaar van de Nederlandse cineast Theo van Gogh, ongemerkt in Spokanië kon vertoeven.
Flaâf Oleema-Six was in april van dit jaar nog hoofdcommissaris van politie in de hoofdstad Hirdo, en ambieerde absoluut geen carrière in de politiek. Maar de recente kabinetscrisis heeft hem daar anders over doen denken. Welhaast met de haren is de man erbij gesleept. Of hij alsjeblieft minister van Justitie wilde worden, want de conservatieve CSP kon zo gauw geen enkele andere kandidaat voor deze job vinden - en dat het een CSP-er moest zijn, dat was in dit Tussenkabinet, een "subtiele" coalitie van CSP, DeF en AZR, een uitgemaakte zaak.
Flaâf Oleema, die toch al niet bekend staat als een charismatisch, tactvol strateeg, heeft zich nu al direct aan het begin van zijn ministerscarrière ontpopt als een uiterst onhandige, geobsedeerde stemmingmaker, al lijkt het erop dat de topambtenaar die hem een opruiende memo toespeelde, het vuur nog aangewakkerd heeft. Want waar ging die memo over? De topambtenaar (uieraard wenst deze anoniem te blijven) had kennis genomen van de website van het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (ayaanhirsiali.web-log.nl/log/2317641), waarop een column te lezen is van Theodoor Holman (Holmans Hoofdstad) uit Het Parool van 14 april 2005. Hierin wordt van Mohammed B. letterlijk gezegd:
"Hij leeft duidelijk in een zelf geschapen sprookjeswereld. Tawheedland, of zoiets. Een land dat niet bestaat maar waarvoor Mohammed 'wetten' schrijft. Het is zijn eigen Spokanië en natuurlijk wil hij dat Nederland zijn Fantasieland wordt. (...)"
De topambtenaar, die enige kennis van het Nederlands meent te hebben, heeft deze passage zo geïnterpreterd dat Mohammed "duidelijk in de door hemzelf gekozen wereld van Spokanië heeft geleefd" (wellicht las hij "Spookjeswereld" en verwarde hij dat met Spooksoliy...). Ook de kop boven de column ("Spokanië") zette deze ambtenaar op een verkeerd spoor. Hij stuurde een memo op hoge poten naar zijn baas, waarin hij suggereerde dat "de Nederlandse pers het voor mogelijk houdt dat deze Marokkaan in Spokanië gewoond, althans verbleven, kan hebben". De minister heeft de memo uiterst serieus opgevat en in de tweede helft van mei in het diepste geheim een onderzoek laten uitvoeren naar de omvang van de dreiging van het moslimterrorisme in ons land. Ook zou hij zijn Nederlandse collega Verdonk op de hoogte gebracht hebben van de verontrustheid die er in Spokanië bestaat. Oleema had het goed getimed: hij was ervan op de hoogte dat Verdonk naar Marokko zou gaan en zou haar gesuggereerd hebben dat zij daar wellicht ook "de Spokanische zaak" zou kunnen aankaarten aangezien Spokanië zelf geen diplomatieke betrekkingen met Marokko onderhoudt.
Mocht het inderdaad zo zijn dat Mohammed B. ooit in Spokanië gewoond heeft, of er op zijn minst is geweest, dan zal dat voor grote onrust in dit zich zo veilig wanende land zorgen. Maar het lijkt er eerder op dat de topambtenaar gewoon te slecht Nederlands beheerst en er bovendien op uit is geweest om de nieuwe - niet bepaald populaire - minister op te stoken. De minister heeft natuurlijk weinig elegant op de memo gereageerd en van een onbetekende mug een olifant gemaakt, weliswaar net zo onbetekend als die mug, maar toch.
| Minister Verdonk (links) en minister Oleema (rechts). De baardige man op de achtergrond is een woordvoerder van de Ministeriële Persdienst. Kennelijk wordt er gevreesd dat de minister zijn onderhoud met de media niet alleen af kan... |
"Maar ook als het vermoeden dat Mohammed B. ooit in Spokanië is geweest, ontzenuwd kan worden", zo reageert de minister, "blijft de vraag knellen waarom Spokanië in deze column dan een 'fantasiewereld' wordt genoemd."
De minister zal zich hier tevreden moeten stellen met het gegeven dat de naam Spokanië in Nederland nu eenmaal in overdrachtelijke zin als "fantasieland" kan worden opgevat. Net zomin als we bij een uitdrukking "hij leeft als God in Frankrijk" ervan uit mogen gaan dat iemand ook daadwerkelijk in Frankrijk woont (laat staan als God!), mogen we een uitdrukking als "hij leeft in Spokanië" (fantasieland dus) zo interpreteren dat iemand ook wérkelijk in dat land woont (tenzij het natuurlijk letterlijk wordt bedoeld).
Ook zal de minister zich tevreden moeten stellen met het feit dat hij waarschijnlijk nooit enige reactie van zijn collega Verdonk hoeft te verwachten, want zij is in haar eigen land berucht om haar twijfelachtige wijze van "politiek bedrijven" en "communiceren". Tot op heden zou Verdonk ontkend hebben dat zij ooit enig contact met haar Spokanische ambtsgenoot heeft gehad. Dit lijkt het zoveelste geval dat haar lezing lijnrecht tegenover de lezing van anderen staat.
Kroniy Lecc-Yne
De zich al jaren voortslepende discussie of Spokanië nu
wel of niet aansluiting moet zoeken bij de Europese Unie, en zo ja, in welke
vorm, is vorige maand ontaard in een werkelijk politiek drama.
Voor het eerst is het onoverbrugbare meningsverschil dat er bij de ministers over dit
onderwerp leeft, officieel naar buiten gekomen, en is duidelijk gebleken dat de
eensgezindheid die er in het kabinet leek te bestaan, altijd een wassen neus
was.
De ministers Vikter Hajde-Warÿ (buitenlandse zaken) en Lerdu Alorje-Palynne
(economie) hebben zich openlijk een voorstander verklaard voor aansluiting bij
de EU, en dan nog het liefst als volwaardig lid.
De ministers Cales Helfer-Âmo (justitie), Feelix Laünes-Lajjeve (defensie) en Moffain Bâldriy-Rifo
Ef Ses (financiën) zijn absoluut tegen elke toenadering en wensen zo min
mogelijk aan het isolationistische principe te tornen. Ten slotte wil mevrouw
Joveeny Mepâr (min. van toerisme en recreatie) slechts een beperkte
samenwerking.
Minister-president Jânes Omeriy-Mip Seert zag geen mogelijkheden om zijn collega's op één beleidslijn te krijgen en heeft daarom besloten om bij de koning ontslag voor het gehele kabinet aan te bieden. Dit voorstel is op 29 maart 2005 door de Volksvertegenwoordiging goedgekeurd. De dag erna heeft de minister-president de koning verzocht om het kabinet te ontbinden en om alle ministers eervol ontslag te verlenen. Op 5 april heeft de koning aan dit verzoek voldaan, en op 22 april is het kabinet ontbonden. Het zal tot 9 juli zijn werkzaamheden demissionair voortzetten. Nieuwe verkiezingen zullen dan bepalen hoe het nieuwe kabinet eruit komt te zien. Let wel: het gaat hier om de verkiezing van nieuwe ministers; de volksvertegenwoordiging blijft zoals deze is.
Jânes Omeriy-Mip Seert heeft reeds laten doorschemeren dat hij een nieuwe termijn als minister-president niet ambieert, en het liefst op geen enkele wijze nog aan een nieuw kabinet wenst deel te nemen. In een interview met het ochtendblad Amagene zei hij: "Mijn taak als minister-president zit erop, en ook als gewoon minister zie ik geen mogelijkheden om me te ontplooien. Ik heb mijn best gedaan om alles te doen wat ik voor dit land het beste acht. Ik denk niet dat het op dit moment mijn taak is om collega's die qua mening te zeer uit elkaar zijn gegroeid, weer op één spoor te brengen."
Uiteraard wordt er in de media druk gespeculeerd wie de nieuwe minister-president zou kunnen worden. Het gerucht doet de ronde dat Huva Names-Solôs, momenteel de succesvolle burgemeester van Asjetto, een serieuze kandidaat is. De bekende politieke commentator Kroniy Lecc-Yne van het dagblad Kleter Hirdoegg verwoordde het als volgt: "Het zou een ramp voor Asjetto zijn, als deze stad zijn ambitieuze burgemeester zou kwijtraken, en wellicht is het een nog grotere ramp voor het land als zij omhooggewerkt wordt als minister-president. Zij zit momenteel als een spin in haar lokale en regionale web, en weet daar het beste uit te halen. Maar op landelijk politiek niveau lijkt het er eerder op dat zij als een mug verstrikt raakt in het spinnenweb van anderen. Dat gunnen we Asjetto niet, dat gunnen we het hele land niet."
| Yna Muryhille, minister van Huisvesting, heeft de woede van haar collega's op de hals gehaald omdat zij zich op 7 november tijdens de kabinetsbijeenkomst heeft laten ontvallen dat Spokanië zijn strenge toelatingsbeleid niet zou moeten laten gelden voor inwoners uit de Europese Unie die zich vanwege terrorisme en intimidatie niet meer thuis zouden voelen in hun eigen land. |
Zij pleitte ervoor dat Spokanië zou moeten toestaan dat burgers uit de andere Europese landen zonder al te veel problemen in het rustige en veilige Spokanië zouden moeten kunnen wonen en werken. Zij sprak de woorden: "Gebeurtenissen als de bomaanslagen in Spanje en de moord op een bekende cineast in Nederland hebben mij in mijn overtuiging gesterkt dat ons land de ontwikkelingen in Europa niet langer mag negeren en wij moeten tonen er werkelijk bij betrokken te zijn."
Minister-president Jânes Omeriy-Mip Seert (evenals mevrouw Muryhille lid van de conservatieve CSP) drukte zich eufemistisch uit toen hij zei: "Wat mevrouw Muryhille beweert, is haar persoonlijke mening, niet het officiële standpunt van de regering. Hoewel ook de regering in Spokanië begaan is met gebeurtenissen in Europa, is het vooralsnog te vroeg om onze buitenlandse politiek aan te passen en de grenzen open te stellen voor Europeanen die hun geluk in ons land komen zoeken." Hij voegde hieraan toe, dat zolang Spokanië geen lid is van de Europese Unie, het land zijn eigen koers zal blijven varen wat betreft het immigratiebeleid. Dit betekent dus in grote lijnen dat alleen toeristen welkom blijven, buitenlandse werknemers alleen bij hoge uitzondering zullen worden toegelaten en gepensioneerden of anderen zonder werk helemaal geen kans krijgen om er zich permanent te vestigen.
Naar aanleiding van het conflict tussen de minister van Huisvesting en de minister-president publiceerde de landelijke kwaliteitskrant Amagene vanochtend een interview met Cales Helfer-Âmo, minister van Justitie. Hij voelt zich gepasseerd omdat hij van mening is dat hij primair verantwoordelijk is voor het toegangs- en immigratiebeleid. Eventueel mag, zo vindt hij, de minister-president het officiële beleid verwoorden, maar de minister van Huisvesting heeft in deze aangelegenheid geen enkel aandeel.
"Ik ben van mening dat wij steeds kritischer moeten kijken naar wie ons land wil binnenkomen, en juist niet een soepelheid moeten betrachten zoals mijn collega van Huisvesting dat wil", aldus minister Cales Helfer.
Intussen zijn de vier bandieten door de politie gearresteerd. Hun zal niet alleen de bankoverval met vuurwapenbedreiging ten laste worden gelgd, maar ook het delict "kwaadwillende vermomming" - een strafbaar feit dat zelden als zodanig actueel is.
Achtergrondinformatie Zoals bekend heeft Spokanië weinig ervaring met zoiets als "culturele minderheden" of "autochtonen": het land is in geografisch en economisch opzicht geïsoleerd van de rest van Europa. Daarom worden er ook zelden discussies gevoerd over onderwerpen die te maken heben met integratie, godsdienst, culturele waarden of emancipatie. Zulke zaken spelen gewoon geen rol in Spokanië.
Buitenlanders zijn in SPokanië dan ook vrijwel altjd toeristen - ook als ze in bijzondere gewaden lopen, er onspokanische gewoontes op na houden of een - in de ogen van Spokaniërs - eigenaardig religieus leven op nahouden.
Vier vrouwen die onherkenbaar zijn omdat ze een chador dragen, en het filiaal van de Spooksoliy Benc in Trendon binnenkomen, worden daarom door het bankpersoneel als buitenlandse toeristen beschouwd - weliswaar opvallend gekleed, maar "zo is dat nu eenmaal in andere werelddelen".
Des te groter is de schrik als er tussen de plooien van de vormeloze tekstiel enkele wapens te voorschijn komen, en de zogenaamde moslimvrouwen een paar heuse bankovervallers blijken te zijn - en Spokaniërs nog wel!
| Gravin Halyna Jâlba Holiy-Ûndarjenn Furrs heette nog Halyna Jâlba Holiy-Rodynn, toen zij als 4-jarig meisje omstreeks 1920 op de bekende stoel werd gefotografeerd. De stoel is bijna een eeuw in het immense kasteel Ierquâseert (bij Holare) gebruikt geweest, en zal nu voor het eerste verhuizen naar het Historisch Museum in Hirdo. |
Robert Vinkentouw in een meer alledaagse outfitVolgend jaar, na de installering va een nieuw Kabinet, zal blijken in hoeverre de politieke koers van Spokanië een andere richting op gaat.
Zetelverdelingen in de Volksvertegenwoordiging (vergelijk Tweede Kamer); totaal zijn er 347 zetels te verdelen (zie ook de items Verkiezingen en Politieke parijen in het Spokanisch Archief):
| 1965 | 1969 | 1973 | 1977 | 1981 | 1985 | 1989 | 1993 | 1997 | 2001 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| CSP | 87 | 90 | 84 | 87 | 93 | 103 | 120 | 105 | 105 | 93 |
| DeF | 80 | 86 | 82 | 97 | 105 | 106 | 92 | 90 | 91 | 99 |
| AZR | 33 | 47 | 48 | 49 | 53 | 43 | 47 | 58 | 59 | 66 |
| SAP | 66 | 65 | 55 | 56 | 57 | 51 | 40 | 46 | 41 | 42 |
| GeRi | × | 59 | 78 | 50 | 33 | 36 | 39 | 29 | 30 | 28 |
| LiZa | × | × | 0 | 4 | 4 | 5 | 7 | 10 | 12 | 9 |
| DZ | × | × | 0 | 4 | 2 | 3 | 2 | 9 | 9 | 10 |
| JoZa | 38 | 0 | † | † | † | † | † | † | † | † |
| LJP | 43 | 0 | † | † | † | † | † | † | † | † |
× partij bestaat in dat jaar nog niet
† partij opgeheven of overgegaan in een andere partij
![]() | Neeniy Nuchyre is de dochter van Prinses Chila Fantin en Prins Sylvest. Chila Fantin is de drie jaar oudere zuster van Koning Huron Herco IV. Na haar eindexamen in 1986 op de Kunstacademie van Blumarr heeft Neeniy Nuchyre een bescheiden carrière gemaakt bij het AB-theater in Hirdo. Haar rol als afatische lesbienne in het stuk "Mijn dood is de jouwe niet" (van Ârmyll Laji-Qurharrt) veroorzaakte in 1995 veel ophef. Sindsdien lijkt de prinses de voorkeur aan wat minder controversiële rollen te geven (men zegt dat de Koning hierop heeft aangedrongen). |
Maar dat ligt anders bij de culturele en wetenschappelijke wereld van Spokanië. Op 1
februari jl. hebben de universiteiten van Amahagge, Asjetto en Zest de Stichting voor
de Bevordering van het Tweede-taalonderwijs opgericht, waarvan de doelstellingen -
niet geheel toevallig - overeenkomen met die in het Europese Jaar van de Talen.
"Zolang wij nog niet op Europees niveau kunnen meepraten en meedoen, zullen we alle
goede initiatieven die vanuit Europees verband de oceaan komen overwaaien, op nationaal
niveau moeten koesteren. Europa mag best zien dat ook Spokanië in staat is om het spel
mee te spelen - al mogen we dat vooralsnog niet op officieel politiek niveau doen," aldus
Rolaver Moffayn-Vlomâ, voorzitter en woordvoerder van de kersverse stichting. Zij benadrukt
dat haar mening gedeeld wordt door een aanzienlijk deel van de culturele en wetenschappelijke
elite, en hiermee geeft zij impliciet te kennen dat er in Spokanië wel degelijk een
draagvlak bestaat voor een mogelijke aansluiting bij de EU - iets wat van regeringswege
nog steeds officieel ontkend wordt.
Maar wat wil de Stichting nu precies doen in dit Jaar van de Talen? Wil men officieus aansluiten bij de activiteiten elders in Europa? Wil men bij de doelstellingen ook de officiële Spokanische politiek betrekken? Vooralsnog is het niet geheel duidelijk wat de stichting voor ogen heeft. "We zullen zien wat dit Europese Jaar van de Talen ons te bieden heeft, en alert inspelen op alle initiatieven en activiteiten die er in Europa komen", zo belooft mevrouw Rolaver Moffayn. Zoals de situatie nu is, lijkt het Jaar van de Talen voornamelijk gestalte te krijgen met congressen en debatten. Of er werkelijk iets van de grond komt, valt nog te betwijfelen. Als de Stichting "alert wil inspelen" op dat wat dit bijzondere Europese Jaar te bieden heeft, kunnen we niet meer verwachten dan een enkel congresje op regionaal niveau.
In oktober afgelopen jaar stelde de minister van Gezondheid voor om alle
Spokaniërs die ouder zijn dan 50 jaar de mogelijkheid te geven een gratis medische controle
te ondergaan, waarbij de algehele gezondheidstoestand van de persoon
in kaart wordt gebracht. Deze actie is op 1 januari 2001 van start gegaan.
De minister meende dat met deze actie allerlei ziektes en kwalen tijdig opgespoord
zouden kunnen worden zodat de kans op genezing zou worden vergroot.
Bovendien zouden de 50-plussers gerustgesteld kunnen worden als ze
volkomen gezond bleken te zijn. De actie is op 1 januari van start gegaan
en tot 15 februari hebben al meer dan 130.000 mensen zich laten keuren.
De actie is qua aantal een succes, maar qua uitwerking beslist niet:
velen vertrouwen het niet als de artsen niets ernstigs vinden - en al
er wèl iets gevonden wordt, stellen velen het niet op prijs om dit te
vernemen.
![]() Minister Merlen Ebezzer van Gezondheid op werkbezoek bij de Verenigde Staalfabrieken in Mollefin (oktober 1998) |
De minister had gehoopt dat het voor alle onderzochte 50-plussers een geruststelling
zou zijn als zij de uitslag van het medische onderzoek zouden vernemen.
Ruim 60% van de onderzochte Spokaniërs geeft aan helemaal niet gerustgesteld te zijn, en
een kleine 10% erkent zelfs geheel ongerust geworden te zijn. De minister overweegt nu om de actie voortijdig stop te zetten, tenzij de resultaten van het onderzoek op een andere wijze bekend gemaakt worden. Wellicht moeten de onderzochte 50-plussers op een minder directe manier met bepaalde uitslagen geconfronteerd worden. "We kunnen constateren dat niet alle onderzoekende artsen even tactisch omgaan met de kennis die zij bij het onderzoek opdoen," concludeerde de minister. Hij vervolgde: "Als de onderzochte personen een ernstige ziekte blijken te hebben, of als er anderszins iets ontdekt wordt dat bij de persoon tot schrik of grote ongerustheid kan leiden, zouden de medici zulke zaken niet recht toe recht aan moeten onthullen, maar grote zorgvuldigheid moeten betrachten. Zoals de actie nu verloopt mag deze niet gecontinueerd worden." |
In heel Spokanië is op 21 juni Midzomer gevierd. De langste dag van het jaar was
weliswaar niet zo warm als de dagen ervoor, maar met een temperatuur van 18 graden in
het westen tot ruim 22 graden in het oosten viel het toch nog mee. En omdat het de hele
dag droog bleef, werd er op talloze plaatsen uitbundig feest gevierd.
In de steden trokken de straattheaters en muzikanten als vanouds duizenden belangstellenden,
en op het platteland vermaakte men zich met volksdansen en kluchten.
's Avonds, toen de schemering inviel, werden overal de vreugdevuren ontstoken en brachten velen de
nacht in een gezellig samenzijn door. Zoals gebruikelijk werden barbecue en picknick
overal rijkelijk besproeid met wijn en bier.
| De vele bands en groepen die overal in Minde speelden, brachten duizenden mensen op de been. Alle terrassen waren tot de laatste stoel bezet, maar veel kroegbazen klaagden later dat er relatief weinig consumpties besteld werden. 's Avonds was er een schitterend vuurwerk op de boulevard. De gemeente wilde met dit evenement het verbod op vreugdevuren, zoals dat vrijwel overal langs de Zverosta-kust geldt, compenseren. |
|
Hoewel vreugdevuren alleen ontstoken mogen worden op daarvoor aangewezen plaatsen, moest
ook dit jaar weer de politie in actie komen om verboden vuren te doven. In een buitenwijk
van Hoggebim ontstond een gevaarlijke situatie toen de vlammen tussen de huizen hoog oplaaiden.
De brandweer ging hier in opdracht van de politie nogal onbehouwen te werk: de vuren werden
met groot materieel geblust, en daarbij liepen tientallen jongeren een nat pak op.
Deze actie van de brandweer ontaardde in hevige rellen, waarbij velen met de brandweerlieden
op de vuist gingen. Zeker acht brandweerlieden en een twintigtal oproerkraaiers moesten zich
in het ziekenhuis laten behandelen. De politie verichtte minstens 15 arrestaties.
Ook in Tsjech kwam het tot ongeregeldheden toen dronken jongelui her en der in de stad vuurtjes wilden
stoken. De politie arresteerde hier zes mensen wegens openlijke geweldpleging.
In Apente (een dorpje op de westpunt van Lomky) ging een houten schuur in vlammen op toen
een plotseling opstekende storm het vreugdevuur aanwakkerde en er brandende takken door de
lucht werden meegevoerd.
Maar niet alle Spokaniërs hebben zich overgegeven aan bacchanalen. In veel ergynische kerken werd de zonnewende ingetogen geëerd met poëzie, zang en gebed, dikwijls tot diep in de nacht. Bij flakkerend kaarslicht konden de gelovigen eventueel nog genieten van een geheiligd glas wijn of geroosterde lamsworstjes van ritueel geslachte dieren.
Een 29-jarige vrouw uit Asjetto heeft op 29 mei haar 8-jarige dochter zodanig met een broodmes toegetakeld dat het kind met spoed in het Zuiderziekenhuis opgenomen moest worden. De verwondingen zijn zo ernstig dat voor het leven van het meisje gevreesd moet worden.
Het is een raadsel hoe de vrouw tot haar gruweldaad is gekomen. Zij stond in de buurt bekend als
een vriendelijk, behulpzaam, mens die nog geen vlieg kwaad zou doen. Vanwege haar depressieve buiten
slikte ze Idepryll, en de politie vermoedt nu dat de vrouw buiten haar zinnen is geraakt door
een ongelukkige combinatie van dit medicijn met alkohol.
Buren die op het geschreeuw van het meisje afkwamen troffen de vrouw in een verwarde
toestand aan. Ze kon niet verklaren waarom ze met een bebloed mes in haar handen stond, en
het drong evenmin tot haar door dat haar dochtertje zwaar gewond op de grond lag.
De vrouw is voorlopig opgenomen in een psychiatrische inrichting, waar de politie haar op 2
juni heeft verhoord. Ze kon zich toen nog steeds niets van haar daad herinneren. Voorlopig doet de
politie geen verdere mededelingen.
![]()
De traditionele Oranje-koffie in de herberg bij Jent.
Dit jaar was Koninginnedag een welhaast zomerse dag en konden de dames en heren heerlijk
buiten zitten. | ![]() Mevrouw Anna van Wijk-de Noord, sinds januari 2000 Nederlands ambassadeur in Spokanië. De kersverse vertegenwoordigster van Nederland zegt dat ze het een uitdaging vindt om in Spokanië haar diplomatieke opdracht te mogen vervullen. Ook tussen 1975 en 1980 heeft zij al in Spokanië gewoond en zij spreekt als een van de weinige Nederlanders vloeiend Spokaans. |
Ook gisteren heeft het personeel van de Nederlandse ambassade in Hirdo weer op traditionele wijze Koninginnedag gevierd. Zoals gebruikelijk heeft het personeel 's ochtends van koffie met gebak genoten in de landelijk gelegen herberg Ef Liftkar Kul (De Oude Schuur) bij Jent, terwijl er 's middags een receptie in het ambassadegebouw in Hirdo op het programma stond, waar alle in Spokanië woonachtige Nederlanders op een hapje en een drankje werden getrakteerd.
© alle foto's: Rijksvoorlichtingsdienst, Den Haag |
Na de koffie met gebak is het personeel weer snel naar de ambassade teruggekeerd om de
Oranje-receptie voor te bereiden, waar ruim 100 Nederlanders (van de 123 die er in Spokanië
wonen) een toost op de Koningin konden uitbrengen. Zoals gebruikelijk had de ambassade weer voor een royale hoeveelheid delicatessen gezorgd, waar de genodigden gretig op afstormden. Er ontstond nog een korte maar felle woordenwisseling tussen een dame en een heer, omdat de dame het laatste plakje gerookte zalm voor de heer weggriste, waarop de heer reageerde met een opmerking in de trant van: "volgens mij heeft u die hele zalm al achter de kiezen; mogen anderen er misschien ook nog van genieten?" |
![]() Jonkheer Moffain Mesturia Ploji-Locârðen, samen met zijn vrouw (ca.1960) |
Vandaag bereikte ons het bericht dat gistermiddag Jonkheer Moffain
Mesturia Ploji-Locârðen op 79-jarige leeftijd aan een hartstilstand
is overleden. Zijn dood komt geheel onverwacht en heeft een grote teneergeslagenheid veroorzaakt bij zijn familie, de Vereniging van Grootgrondbezitters en de leden van de Koninklijke Zeil Vereniging. De jonkheer heeft zich van 1962 tot 1989 zeer verdienstelijk gemaakt in de hoedanigheid van secretaris van de Vereniging van Grootgrondbezitters. Hij wist politici, grootgrondbezitters en het personeel op de landgoederen "on speaking terms" te krijgen, wat onder meer geresulteerd heeft in een goede wetgeving die de feodale verhoudingen aan banden legt en de positie van het personeel dat op de landgoederen woont en werkt sterk verbetert. Opvallend genoeg is Moffain Mesturia Ploji zelf nooit een grootgrondbezitter geweest; hij heeft altijd in de chique buitenwijk van Blort gewoond, weliswaar in een riante villa, maar met een bescheiden tuin. |
Moffain Mesturia Ploji heeft zich verder zeer verdienstelijk gemaakt
als voorzitter van de Koninklijke Zeil Vereniging (KSC, ofwel Kindisiy
Saile Clup) te Hirdo. Hij was het die elk jaar bij de Sailka, de
grootse zeilmanifestatie waar elke Spokaniër naar uitkijkt, met zijn
schip de gelederen aanvoerde, en de traditionele tocht vanuit Hirdo
over de Trendon naar de Hildi-fonis leidde.
Elke Spokaniër herkent zijn fraaie traditionele schip, de Quratjenka
(ofwel: de Duif), dat het grootste deel van het jaar voor het clubgebouw
van de KSC in Zuid-Hirdo aangemeerd lag.
Waarschijnlijk zal zijn zoon de Sailka-traditie voortzetten. In ieder geval
zal hij dit schitterende schip van zijn vader erven.
|
De Quratjenka vaart hier gepavoiseerd door de
geopende Pârc-draaibrug in het zuiden van Hirdo. Tekening: Robbert Das (uit het boek "Uit in Spokanië - nooit weg", Pelger & Mârðant / Ploegsma 1982)
|
|
Vooral de bewoners van de dorpjes Âkevildul en Blufklirrotiy worden
's ochtends vroeg al uit hun bed verdreven door de oorverdovende
herrie van de straaljagers die over de daken scheren. Soms gaan
de oefeningen de gehele dag door, en als dan eindelijk de rust is
weergekeerd, weet men nooit wanneer de ellende opnieuw begint. De
legerleiding op de basis is niet erg scheutig met informatie, en er
bestaat geen telefoonnummer waarop de omwonenden terecht kunnen met
hun klachten.
Minister Cales Lâgte-Johânaler (Defensie) heeft zich 23 maart jl.
persoonlijk op de hoogte gesteld van de situatie en beloofd dat
er zo snel mogelijk een klachtennummer geopend zal worden. Verder
zal hij nagaan op welke wijze de vliegbewegingen en oefeningen aan
banden gelegd kunnen worden, opdat ze minder overlast veroorzaken.
"Vooralsnog heb ik niet de juridische en politieke instrumenten om
de legerleiding op de luchtmachtbasis tot een milieuvriendelijker
beleid te dwingen," deelde de minister mee. "Maar binnen het kader van
de Wet op Informatieplicht moet het mogelijk zijn om de omwonenden
van de basis tijdig in te lichten over geplande oefeningen en de
daarmee gepaard gaande overlast." Aldus minister Cales Lâgte.
Fernent Halâtea, een wijnboer uit het dorpje Âkevildul, reageert
nogal schamper op de belofte van de minister. "Wat heb ik eraan als
de basis ons van te voren vertelt wanneer ze oefeningen gaan houden?
De herrie wordt er niet minder om. Laat de minister die hele basis maar
verhuizen. Er zijn lege gebieden genoeg in ons land. En ze hoeven toch
niet per se zo laag over ons dorp te vliegen? Waarom buigen ze niet gelijk
naar het zuiden af, de zee op?"
| Minister Cales Lâgte-Johânaler (rechts) en wijnboer Fernent Halâtea (links) kijken geschrokken naar de hemel als er weer een eskader straaljagers over komt gieren. Ook de minister vindt dat "dit zo niet langer kan". |
|
In 1904 kreeg Milbo stadsgas. Aan de oostkant van de stad werd een
gasfabriek gebouwd en de steenkool was afkomstig uit de mijnen bij
Prus. Er werd een speciale spoorlijn naar de fabriek aangelegd, omdat
de spoorwegmaatschappij die de bestaande lijn tussen Prus en Milbo
exploiteerde alleen personenvervoer toestond.
In 1955 werd een nieuwe fabriek geopend, die niet alleen het gas maar ook de electriciteit voor Milbo en omstreken leverde. Deze fabriek is tot op heden in bedrijf, maar is geheel verouderd en voldoet niet meer aan de moderne milieu-eisen die Spokanië onder druk van de Europese Unie moet stellen. In 1994 had de gemeente nog serieuze plannen om alweer een nieuwe fabriek te bouwen, maar omdat stadsgas "ouderwets" werd gevonden en electriciteit veel goedkoper en schoner uit waterkracht kan worden gewonnen, zijn de bouwplannen afgeblazen en kon er over sloop van de oude fabriek worden gepraat. |
De Demokratise Zampôr-Ûn (Democratische Volksunie, de politieke
partij die zich profileert als de felste tegenstander van een
eventuele aansluiting van Spokanië bij de Europese
Unie) noemt het succes van Jörg Haiders FPÖ een "aantasting van de
Oostenrijkse democratie" en vraagt zich af in hoeverre de Europese
Unie als organisatie bij machte is om een dwarsligger als
Oostenrijk weer op het goede spoor te krijgen.
"Zolang de regering van de EU geen reële mogelijkheid heeft om een
minder loyale lidstaat formeel tot de orde te roepen, laat staan om
deze als lid te royeren, kan de EU niet meer doen dan de dwarsligger
negeren en symbolisch onder druk zetten. Het ongewenste effect zal
zijn dat de dwarsligger elke besluitvorming zal gaan traineren en dat
de EU een vleugellamme kloek wordt met een ongewenst koekoeksjong
in haar nest. Van zo'n club moet Spokanië zeker geen lid worden,"
aldus de verklaring van mevrouw Myla Lÿff, partijvoorzitter van de DZ.
Peoll Metrusse-Dônder, woordvoerder van de regeringspartij Demokratiy-Farte (Vooruitgang van de Democratie), die een eventuele toetredening van Spokanië tot de EU als positieve optie ziet, is evenmin gecharmeerd van het idee dat mede-leden zich kunnen ontpoppen als "ondemocratische instituten die de doelstellingen van de EU op geen enkele wijze serieus wensen na te streven maar uitsluitend uit zijn op eigen gewin", aldus Peoll Metrusse van de DF.
![]() Minister-president Jânes Omeriy-Mip Seert |
Minister-president Omeriy-Mip Seert heeft in zijn wekelijkse
televisie-praatje op zondag 6 februari verklaard dat de Spokanische
regering vooralsnog niet van plan is om de contacten met Oostenrijk
te bevriezen. "Ten eerste zijn de contacten tussen onze beide landen hoe dan ook al zo minimaal dat een vermindering ervan niet significant is, en ten tweede is de Spokanische regering van mening dat onze ongerustheid over de Oostenrijkse situatie zich niet primair moet richten op het feit dat de extreem rechtse partij van Jörg Haider nu deel uitmaakt van een coalitie. Deze situatie is ons inziens een rechtstreeks gevolg van de democratische besluitvorming in dat land. Wat ons wel verontrust is het gegeven dat de FPÖ zo veel stemmen heeft gekregen dat een dergelijke coalitie mogelijk is geworden. Het succes van de FPÖ onthult dat extreem-rechtse gevoelens onder een groot deel van de Oostenrijkse bevolking leven - en dat baart ons zorgen. Laten we hopen dat ook in Oostenrijk de democratie nog vitaal genoeg is om aan deze tendenzen het hoofd te bieden." Aldus de verklaring van de minister-president. |
Ten slotte kan vermeld worden dat de Spokanische ambassadeur in Wenen
door koning Huron Herco IV op diens paleis in Hirdo is ontboden om
persoonlijk verslag uit te brengen van de Oostenrijkse ontwikkelingen.
Zowel de Ministeriële Persdienst als de Voorlichtingsdienst van het
Koninklijk Huis weigert evenwel om nadere mededelingen te doen omtrent
de precieze inhoud van het onderhoud dat de Koning met de ambassadeur
heeft gehad.
Voorts wordt uit informele bron vernomen dat de Oostenrijkse ambassadeur
in Hirdo, Richard Röstl, een ernstig onderhoud heeft gehad op het
Ministerie van Buitenlandse Zaken. Over de aard van het onderhoud
is echter niets bekend en van officiële zijde worden vooralsnog geen
verdere mededelingen gedaan.
![]() Matyss Rames Zjae-Ûtefusot, de populaire directeur en woordvoerder van de Ministeriële Persdienst in Hirdo. | ![]() Dr. Moetsa Klajes-Segt, Spokaniës ambassadeur in Wenen. |
Volgens Peoll Larmatiy, hoofd van de Privatiseringscommissie, heeft het ministerie zich onvoldoende in de problematiek ingewerkt en is de regelgeving gebrekkig en inconsequent. Zoals bekend worden de meeste overheidsbedrijven eerst in kleinere onderdelen opgesplitst (of moeten dat nog doen), alvorens tot privatisering over te gaan. Het rapport stelt vast dat dergelijke opsplitsingen doorgaans met zulke grote problemen gepaard gaan dat de overgang naar een geprivatiseerde status hierna niet meer soepel verloopt.
De Commissie concludeert in haar rapport dat de opsplitsing van grote ondernemingen beter uitgesteld kan worden tot een moment waarop de privatisering een voldongen feit is.
Een goed voorbeeld is de voormalige PTT. Dit staatsbedrijf had beter eerst in zijn geheel geprivatiseerd kunnen worden, en vervolgens opgesplitst kunnen worden in de drie onafhankelijke bedrijven TelCôm, PôsCôm en BenCôm. Volgens Peoll Larmatiy heeft de gelijktijdige opsplitsing en privatisering geleid tot drie slecht geleide ondernemingen die niet meer kunnen profiteren van de ervaringen van de voormalige PTT.
De Privatiseringscommissie waarschuwt in haar rapport dat de toekomstige privatisering van de Spokanische Spoorwegen beslist anders moet: eerst een pariculiere spoorwegmaatschappij, en als deze "lekker in zijn vel zit" kan gedacht worden aan de opsplitsing in een aantal kleinere gespecialiseerde bedrijven.
Hyndy Slagortiy-Grât, de socialistische voorzitter van de Economische Raad, interpreteert het rapport als een aanklacht tegen het huidige beleid van Minister Moffain Bâldriy-Rifo Ef Ses (DeF, Economie), en suggereert dat de minister "ernstige consequenties" aan het rapport moet verbinden. "Ik wil niet zeggen dat de minister moet opstappen", zegt Hyndy Slagortiy," maar ik raad de minister wel sterk aan om serieus naar alle Adviesraden te luisteren die bij deze materie betrokken zijn. De Spokanische burger zit echt niet te wachten op een woud van privébedrijfjes die elk inzicht in een goede bedrijfsvoering ontberen. Het is een schande dat de ervaring en knowhow van een groot bedrijf als onze voormalige PTT samen met die PTT op de vuilnisbelt zijn gegooid." Aldus Hyndy Slagortiy.
Dit is al het derde dodelijke ongeluk in dit deel van het Kulano-gebergte sinds de kerstdagen. De politie in Quandepâ kan niet verklaren waarom er juist in de afgelopen maand zoveel slachtoffers vielen.
Overigens is de 42-jarige vrouw de eerste GSM-bezitter in Spokanië die nu mag profiteren van de omstreden "Geluk bij ongeluk"-actie die TelCôm op 1 januari is begonnen. De actie houdt in dat iemand die zijn GSM gebruikt om een spectaculaire reddingsoperatie in gang te zetten, een jaar lang gratis mag telefoneren. Toen de 42-jarige weduwe van dit heugelijke feit vernam, was haar laconieke reactie: "het zou leuk zijn als ik een jaar lang gratis met mijn man kon praten - zijn er ook satellietverbindingen met de hemel?"