Spokanië Vandaag

Actualiteiten en Nieuws:
een selectie uit de Spokanische media en andere bronnen

© Prespo Amahagge


Hoogtepunten in 2005:
Hoogtepunten in 2004:
Hoogtepunten in 2003:
Hoogtepunten in 2002:
Hoogtepunten in 2001:
Hoogtepunten in 2000: Berichten van vóór 2000 kunt u lezen in het Spokanisch Archief.


Gedragscodes voor makelaars

Hirdo, 18 november 2005
Minister Yna Muryhille (Huisvesting) heeft een Bestuurlijke Maatregel uitgevaardigd die een gedragscode voor makelaars beschrijft. Deze Maatregel wordt op 1 januari 2006 van kracht. Een van de meest opvallende bepalingen hierin is dat makelaars hun verkoopobjecten niet meer mogen aanprijzen met eufemistische termen als "authentiek pandje dat uitstekend geschikt is voor renovatie", als het een onbewoonbare ruïne betreft.
De minister heeft een poging gedaan om alle vormen van onroerend goed in categorieën onder te brengen, zodat een potentiële koper direct weet in welke staat het object zich bevindt.
Uniek bij deze opzet is dat de minister deze categorisering niet in ambtelijke of juridische taal heeft gedefinieerd, maar heeft vastgelegd in foto's. Honderden plaatjes van onroerend goed - variërend van enkele ondefinieerbare brokstukken tot complete nieuwbouwprojecten - dienen als voorbeeld, met daarbij een voorstel voor het soort beschrijving dat in de ogen van de minister de realiteit het beste benadert. Makelaars hebben zich aan deze richtlijnen te houden.

Ondanks het uitgebreide voorbeeldmateriaal zal het niet altijd meevallen om een object zó aan te prijzen als de minister zich dat voorstelt. Het blijft nog altijd een subjectieve kwestie: is een gaaf huis zonder dak nu een "ruïne" of slechts een "woning waarvan het dak de nodige restauratie behoeft"? En zo zijn er talloze tussenvormen te bedenken. De praktijk zal moeten uitwijzen hoe de makelaars hier creatief en commercieel verantwoord mee omgaan, en hoe juristen en rechters de claims van gedupeerde verkopers zullen behandelen.

Inmiddels dreigt de minister met een rechtszaak geconfronteerd te worden, aangespannen door de Nationale Makelaarsbond. Deze is van mening dat er op het fotomateriaal dat de minister bij haar Bestuurlijke Maatregel heeft gebruikt, copyright rust. Zij zou deze foto's "gepikt" hebben uit talloze brochures en websites van makelaars, zonder daarvoor toestemming te vragen.

We geven hier enkele voorbeelden uit de Bestuurlijke Maatregel. We geven een kort citaat uit de verkoopbrochure of -advertentie van de makelaar, en verder een indicatie hoe de minister het liever ziet. (Lees meer over deze markante minister.)


"Een solide gebouwde villa in een groene omgeving. De speelse vormgeving laat alle ruimte voor een eigen in- en aanvulling. Een geïsoleerd dak en dubbele beglazing zijn zonder veel breekwerk aan te brengen.".

Object van categorie D: ruïne; de resterende muren zijn solide genoeg om als basis voor algehele nieuwbouw te dienen.


"Een zeer degelijke woning. De dakconstructie zal nimmer aanleiding tot lekkage geven. Een object voor de romanticus: sfeervol licht valt er binnen en zonwerende maatregelen als markiezen of blinden zijn niet nodig."

Object van categorie T: grotachtige ruimte die niet voldoet aan de standaard voor een gezond woonklimaat; kan als bergruimte gebruikt worden.


"Fraai gelegen, authentieke visserswoning in groene omgeving. Enige restauratie is gewenst."

Object van categorie K: restant van boeren- of arbeidershuisje in eenzame omgeving; rijp voor de sloop; voor nieuwbouw dient er een bouwvergunning aangevraagd te worden.


"Rustiek huis in een dorp. Authentieke luiken en kozijnen. Originele pomp en oorsronkelijke afwatering."

Object van categorie M: onbewoonbaar verklaarde dorpsruïne met sloopvergunning; er mag een nieuwe woning in dezelfde stijl worden gebouwd; waterleiding en riolering ontbreken.


"Monumentale villa in bosrijke omgeving. Vertoont enige brandschade. In deze regio gelden bouwrestricties."

Object van categorie P: uitgebrand karkas; wellicht rijp voor de sloop; nieuwbouw is hier niet toegestaan.


Is Verdonk ooit in Spokanië geweest?

Hirdo, 13 augustus 2005

Officieel is er niets over bekend. Erger nog: algemeen wordt aangenomen dat minister Verdonk hoe dan ook niet wenst te communiceren met wie dan ook in Spokanië. Evenals Mohammed B. leeft zij in een fantasiewereldje waarin - althans voor haar - de mogelijkheid bestaat om je geïnspireerd te voelen door Mandela.
Maar wat vertelt het fotootje hiernaast ons? Minister Verdonk is hier in gesprek met Lako Ûpjader, in Spokanië alom bekend als voorzitter van de Stichting Vreemdelingenwelzijn (Feslosos furt Tneferdos-Quistos, ofwel FTQ), een organisatie in Zest die zich bekommert en inzet om mensen die op de een of andere wijze in Spokanië "verzeild" zijn geraakt zonder dat ze over geldige papieren beschikken. Zulke mensen zijn in Spokanië over het algemeen geen asielzoekers (want voor hen is dit land te onbekend, te ver en te eng), maar er landen wel regelmatig mensen in bootjes op de kusten, nogal begrijpelijk als je bedenkt dat dit land een archipel in de Atlantische Oceaan is, midden in de Warme Golfstroom.

De FTQ bekommert zich om zulke "aangespoelde" mensen, want de overheid doet dat niet. En omdat de FTQ, anders dan de overheid, een aansluiting bij de Europese Unie nastreeft, wordt niets nagelaten om dit politieke standpunt uit te dragen. Ook het congres op 11 augustus in het Congrescentrum van de Universiteit van Zest is daar onderdeel van. Lako Ûpjader hield daar een wakkerschuddende presentatie voor meer dan honderd journalisten en hoogwaardigheidbekleders uit diverse EU-landen, waarbij ook minister Verdonk aanwezig was. Hoewel zij er alles aan deed om "low profile" te blijven en daarmee te suggereren dat ze er eigenlijk niet bij was, kon ze na afloop van het congres haar lusten kennelijk niet bedwingen en stevende met vooruitgeschoven boegbeeld zonder dralen op voorzitter Ûpjader af om hem te complimenteren met zijn fantastische presentatie. "Zo had ik het ook wel willen doen", schijnt ze hem toegefluisterd te hebben.
Ze deed daarbij een poging om de hand van de voorzitter te schudden; kennelijk is haar integratie in Spokanië nog niet geheel op peil, want anders was ze zich er wel van bewust geweest dat handenschudden in dit land een nogal intiem gebeuren is.
Deze misstap op etiquettegebied kunnen we haar vergeven - tenslotte valt het niet mee om je als vreemdeling in een ander land conform de conventies te gedragen - maar wat ons wel dwarszit is de vraag waarom de Nederlandse overheid zo angsthazerig doet om dergelijke uitstapjes van deze minister te verzwijgen. Waarom deze minister wel een congres over het menselijke aspect bij vreemdelingenbeleid bijwoont maar niet haar Spokanische ambtgenoten wenst te ontmoeten.
Ja, Nederland blijft opgezadeld met een onbegrijpelijke minister.


Is Mohammed B. ooit in Spokanië geweest?

Hirdo, 11 juni 2005

Vertaling (en bewerking) van het artikel "Aftel Mohammed B. meldo kva fes Spooksoliy?" door Kroniy Lecc-Yne in Kleter Hirdoegg (11 juni 2005).

HIRDO - Gebrek aan ervaring, gebrek aan communicatie en gebrek aan kennis van het Nederlands - zie hier de drie oorzaken waarom de kersverse minister van Justitie, Flaâf Oleema-Six, van mening was dat Mohammed B., de moordenaar van de Nederlandse cineast Theo van Gogh, ongemerkt in Spokanië kon vertoeven.

Flaâf Oleema-Six was in april van dit jaar nog hoofdcommissaris van politie in de hoofdstad Hirdo, en ambieerde absoluut geen carrière in de politiek. Maar de recente kabinetscrisis heeft hem daar anders over doen denken. Welhaast met de haren is de man erbij gesleept. Of hij alsjeblieft minister van Justitie wilde worden, want de conservatieve CSP kon zo gauw geen enkele andere kandidaat voor deze job vinden - en dat het een CSP-er moest zijn, dat was in dit Tussenkabinet, een "subtiele" coalitie van CSP, DeF en AZR, een uitgemaakte zaak.

Flaâf Oleema, die toch al niet bekend staat als een charismatisch, tactvol strateeg, heeft zich nu al direct aan het begin van zijn ministerscarrière ontpopt als een uiterst onhandige, geobsedeerde stemmingmaker, al lijkt het erop dat de topambtenaar die hem een opruiende memo toespeelde, het vuur nog aangewakkerd heeft. Want waar ging die memo over? De topambtenaar (uieraard wenst deze anoniem te blijven) had kennis genomen van de website van het Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (ayaanhirsiali.web-log.nl/log/2317641), waarop een column te lezen is van Theodoor Holman (Holmans Hoofdstad) uit Het Parool van 14 april 2005. Hierin wordt van Mohammed B. letterlijk gezegd:

"Hij leeft duidelijk in een zelf geschapen sprookjeswereld. Tawheedland, of zoiets. Een land dat niet bestaat maar waarvoor Mohammed 'wetten' schrijft. Het is zijn eigen Spokanië en natuurlijk wil hij dat Nederland zijn Fantasieland wordt. (...)"

De topambtenaar, die enige kennis van het Nederlands meent te hebben, heeft deze passage zo geïnterpreterd dat Mohammed "duidelijk in de door hemzelf gekozen wereld van Spokanië heeft geleefd" (wellicht las hij "Spookjeswereld" en verwarde hij dat met Spooksoliy...). Ook de kop boven de column ("Spokanië") zette deze ambtenaar op een verkeerd spoor. Hij stuurde een memo op hoge poten naar zijn baas, waarin hij suggereerde dat "de Nederlandse pers het voor mogelijk houdt dat deze Marokkaan in Spokanië gewoond, althans verbleven, kan hebben". De minister heeft de memo uiterst serieus opgevat en in de tweede helft van mei in het diepste geheim een onderzoek laten uitvoeren naar de omvang van de dreiging van het moslimterrorisme in ons land. Ook zou hij zijn Nederlandse collega Verdonk op de hoogte gebracht hebben van de verontrustheid die er in Spokanië bestaat. Oleema had het goed getimed: hij was ervan op de hoogte dat Verdonk naar Marokko zou gaan en zou haar gesuggereerd hebben dat zij daar wellicht ook "de Spokanische zaak" zou kunnen aankaarten aangezien Spokanië zelf geen diplomatieke betrekkingen met Marokko onderhoudt.

Mocht het inderdaad zo zijn dat Mohammed B. ooit in Spokanië gewoond heeft, of er op zijn minst is geweest, dan zal dat voor grote onrust in dit zich zo veilig wanende land zorgen. Maar het lijkt er eerder op dat de topambtenaar gewoon te slecht Nederlands beheerst en er bovendien op uit is geweest om de nieuwe - niet bepaald populaire - minister op te stoken. De minister heeft natuurlijk weinig elegant op de memo gereageerd en van een onbetekende mug een olifant gemaakt, weliswaar net zo onbetekend als die mug, maar toch.

Verdonk, Oleema-Six [ps-verol.jpg] Minister Verdonk (links) en minister Oleema (rechts). De baardige man op de achtergrond is een woordvoerder van de Ministeriële Persdienst. Kennelijk wordt er gevreesd dat de minister zijn onderhoud met de media niet alleen af kan...

"Maar ook als het vermoeden dat Mohammed B. ooit in Spokanië is geweest, ontzenuwd kan worden", zo reageert de minister, "blijft de vraag knellen waarom Spokanië in deze column dan een 'fantasiewereld' wordt genoemd."
De minister zal zich hier tevreden moeten stellen met het gegeven dat de naam Spokanië in Nederland nu eenmaal in overdrachtelijke zin als "fantasieland" kan worden opgevat. Net zomin als we bij een uitdrukking "hij leeft als God in Frankrijk" ervan uit mogen gaan dat iemand ook daadwerkelijk in Frankrijk woont (laat staan als God!), mogen we een uitdrukking als "hij leeft in Spokanië" (fantasieland dus) zo interpreteren dat iemand ook wérkelijk in dat land woont (tenzij het natuurlijk letterlijk wordt bedoeld).

Ook zal de minister zich tevreden moeten stellen met het feit dat hij waarschijnlijk nooit enige reactie van zijn collega Verdonk hoeft te verwachten, want zij is in haar eigen land berucht om haar twijfelachtige wijze van "politiek bedrijven" en "communiceren". Tot op heden zou Verdonk ontkend hebben dat zij ooit enig contact met haar Spokanische ambtsgenoot heeft gehad. Dit lijkt het zoveelste geval dat haar lezing lijnrecht tegenover de lezing van anderen staat.

Kroniy Lecc-Yne


Kabinetscrisis

Hirdo, 28 april 2005

De zich al jaren voortslepende discussie of Spokanië nu wel of niet aansluiting moet zoeken bij de Europese Unie, en zo ja, in welke vorm, is vorige maand ontaard in een werkelijk politiek drama.
Voor het eerst is het onoverbrugbare meningsverschil dat er bij de ministers over dit onderwerp leeft, officieel naar buiten gekomen, en is duidelijk gebleken dat de eensgezindheid die er in het kabinet leek te bestaan, altijd een wassen neus was.

De ministers Vikter Hajde-Warÿ (buitenlandse zaken) en Lerdu Alorje-Palynne (economie) hebben zich openlijk een voorstander verklaard voor aansluiting bij de EU, en dan nog het liefst als volwaardig lid.
De ministers Cales Helfer-Âmo (justitie), Feelix Laünes-Lajjeve (defensie) en Moffain Bâldriy-Rifo Ef Ses (financiën) zijn absoluut tegen elke toenadering en wensen zo min mogelijk aan het isolationistische principe te tornen. Ten slotte wil mevrouw Joveeny Mepâr (min. van toerisme en recreatie) slechts een beperkte samenwerking.

Minister-president Jânes Omeriy-Mip Seert zag geen mogelijkheden om zijn collega's op één beleidslijn te krijgen en heeft daarom besloten om bij de koning ontslag voor het gehele kabinet aan te bieden. Dit voorstel is op 29 maart 2005 door de Volksvertegenwoordiging goedgekeurd. De dag erna heeft de minister-president de koning verzocht om het kabinet te ontbinden en om alle ministers eervol ontslag te verlenen. Op 5 april heeft de koning aan dit verzoek voldaan, en op 22 april is het kabinet ontbonden. Het zal tot 9 juli zijn werkzaamheden demissionair voortzetten. Nieuwe verkiezingen zullen dan bepalen hoe het nieuwe kabinet eruit komt te zien. Let wel: het gaat hier om de verkiezing van nieuwe ministers; de volksvertegenwoordiging blijft zoals deze is.

Jânes Omeriy-Mip Seert heeft reeds laten doorschemeren dat hij een nieuwe termijn als minister-president niet ambieert, en het liefst op geen enkele wijze nog aan een nieuw kabinet wenst deel te nemen. In een interview met het ochtendblad Amagene zei hij: "Mijn taak als minister-president zit erop, en ook als gewoon minister zie ik geen mogelijkheden om me te ontplooien. Ik heb mijn best gedaan om alles te doen wat ik voor dit land het beste acht. Ik denk niet dat het op dit moment mijn taak is om collega's die qua mening te zeer uit elkaar zijn gegroeid, weer op één spoor te brengen."

Uiteraard wordt er in de media druk gespeculeerd wie de nieuwe minister-president zou kunnen worden. Het gerucht doet de ronde dat Huva Names-Solôs, momenteel de succesvolle burgemeester van Asjetto, een serieuze kandidaat is. De bekende politieke commentator Kroniy Lecc-Yne van het dagblad Kleter Hirdoegg verwoordde het als volgt: "Het zou een ramp voor Asjetto zijn, als deze stad zijn ambitieuze burgemeester zou kwijtraken, en wellicht is het een nog grotere ramp voor het land als zij omhooggewerkt wordt als minister-president. Zij zit momenteel als een spin in haar lokale en regionale web, en weet daar het beste uit te halen. Maar op landelijk politiek niveau lijkt het er eerder op dat zij als een mug verstrikt raakt in het spinnenweb van anderen. Dat gunnen we Asjetto niet, dat gunnen we het hele land niet."


Minister Yna Muryhille valt toelatingsbeleid aan

Hirdo, 8 november 2004
Yna Muryhille   Yna Muryhille, minister van Huisvesting, heeft de woede van haar collega's op de hals gehaald omdat zij zich op 7 november tijdens de kabinetsbijeenkomst heeft laten ontvallen dat Spokanië zijn strenge toelatingsbeleid niet zou moeten laten gelden voor inwoners uit de Europese Unie die zich vanwege terrorisme en intimidatie niet meer thuis zouden voelen in hun eigen land.

Zij pleitte ervoor dat Spokanië zou moeten toestaan dat burgers uit de andere Europese landen zonder al te veel problemen in het rustige en veilige Spokanië zouden moeten kunnen wonen en werken. Zij sprak de woorden: "Gebeurtenissen als de bomaanslagen in Spanje en de moord op een bekende cineast in Nederland hebben mij in mijn overtuiging gesterkt dat ons land de ontwikkelingen in Europa niet langer mag negeren en wij moeten tonen er werkelijk bij betrokken te zijn."

Minister-president Jânes Omeriy-Mip Seert (evenals mevrouw Muryhille lid van de conservatieve CSP) drukte zich eufemistisch uit toen hij zei: "Wat mevrouw Muryhille beweert, is haar persoonlijke mening, niet het officiële standpunt van de regering. Hoewel ook de regering in Spokanië begaan is met gebeurtenissen in Europa, is het vooralsnog te vroeg om onze buitenlandse politiek aan te passen en de grenzen open te stellen voor Europeanen die hun geluk in ons land komen zoeken." Hij voegde hieraan toe, dat zolang Spokanië geen lid is van de Europese Unie, het land zijn eigen koers zal blijven varen wat betreft het immigratiebeleid. Dit betekent dus in grote lijnen dat alleen toeristen welkom blijven, buitenlandse werknemers alleen bij hoge uitzondering zullen worden toegelaten en gepensioneerden of anderen zonder werk helemaal geen kans krijgen om er zich permanent te vestigen.

Naar aanleiding van het conflict tussen de minister van Huisvesting en de minister-president publiceerde de landelijke kwaliteitskrant Amagene vanochtend een interview met Cales Helfer-Âmo, minister van Justitie. Hij voelt zich gepasseerd omdat hij van mening is dat hij primair verantwoordelijk is voor het toegangs- en immigratiebeleid. Eventueel mag, zo vindt hij, de minister-president het officiële beleid verwoorden, maar de minister van Huisvesting heeft in deze aangelegenheid geen enkel aandeel.
"Ik ben van mening dat wij steeds kritischer moeten kijken naar wie ons land wil binnenkomen, en juist niet een soepelheid moeten betrachten zoals mijn collega van Huisvesting dat wil", aldus minister Cales Helfer.


Bankoverval in Trendon

Trendon, 10 januari 2003
Op donderdag 9 januari, omstreeks 14.00 uur 's middags, hebben vier mannen (24, 31, 32 en 55 jaar) een filiaal van de Spooksoliy Benc in Trendon overvallen. Terwijl twee van de mannen het personeel met vuurwapens onder schot hield, waren de andere twee in de gelegenheid om enkele geldcassettes buit te maken. De vier mannen zijn na hun snelle actie gevlucht in een bestelbusje, maar konden aan de rand van de stad door de politie klemgereden worden.
Het bankpersoneel was geheel overdonderd omdat de mannen het bakfiliaal binnendrongen, vermomd als moslimvrouwen die onherkenbaar waren vanwege de chador die ze droegen.
"Ik wist niet beter of ik had met enkele Arabische toeristen te maken, die waarschijnlijk wat geld wilden wisselen of zo," verklaarde een van de geschrokken bankemployees, mevrouw Palata-Rifo Ef Seert. Zij vervolgt: "De gesluierde vrouwen kwamen rustig binnen en een van hen haalde een portemonnaie tevoorschijn. Ik vond het wel opvallend dat ik vanwege hun kleding alleen hun ogen kon zien, maar ja, wij Spokaniërs weten ook wel dat andere landen zo hun eigen gebruiken hebben."
Maar toen er in plaats van een portemonnee een vuurwapen onder de kleding vandaan kwam, werden de bankemployees wel tot alertheid gedwongen. Zo vertelt een collega van mevrouw Palata: "Ik schrok nog niet eens van dat wapen, maar eerder nog van die zware mannenstem onder de sluier vandaan. In perfect Spokaans. Nee - dat waren geen buitenlandse moslimvrouwen - dat waren je reinste gangsters!"

Intussen zijn de vier bandieten door de politie gearresteerd. Hun zal niet alleen de bankoverval met vuurwapenbedreiging ten laste worden gelgd, maar ook het delict "kwaadwillende vermomming" - een strafbaar feit dat zelden als zodanig actueel is.

Achtergrondinformatie Zoals bekend heeft Spokanië weinig ervaring met zoiets als "culturele minderheden" of "autochtonen": het land is in geografisch en economisch opzicht geïsoleerd van de rest van Europa. Daarom worden er ook zelden discussies gevoerd over onderwerpen die te maken heben met integratie, godsdienst, culturele waarden of emancipatie. Zulke zaken spelen gewoon geen rol in Spokanië.
Buitenlanders zijn in SPokanië dan ook vrijwel altjd toeristen - ook als ze in bijzondere gewaden lopen, er onspokanische gewoontes op na houden of een - in de ogen van Spokaniërs - eigenaardig religieus leven op nahouden.
Vier vrouwen die onherkenbaar zijn omdat ze een chador dragen, en het filiaal van de Spooksoliy Benc in Trendon binnenkomen, worden daarom door het bankpersoneel als buitenlandse toeristen beschouwd - weliswaar opvallend gekleed, maar "zo is dat nu eenmaal in andere werelddelen".
Des te groter is de schrik als er tussen de plooien van de vormeloze tekstiel enkele wapens te voorschijn komen, en de zogenaamde moslimvrouwen een paar heuse bankovervallers blijken te zijn - en Spokaniërs nog wel!

Rustige jaarwisseling voorspeld

Hirdo, 30 december 2002
Vooral in kleinere plaatsen kan het oudejaar nogal nogal rumoerig verlopen; hier hebben jongeren niet de gelegenheid om in disco's, bioscopen, theaters of cafés de jaarwisseling te vieren (zoals in de grotere steden), en wordt er evenmin van hen verwacht dat ze samen met familie en kennissen in huis feest vieren (zoals in dorpen en op het platteland).
Omdat het in de oudejaarsnachten van de afgelopen 5 jaar steeds vaker op rellen en vernielingen uitdraaide, heeft de overheid zich op maatregelen bezonnen om zulke ongeregeldheden te kunnen voorkómen. Veel kleinere gemeentes zullen dit jaar popcon- certen of andere festiviteiten organiseren om de jongeren op te vangen. De verhuurders van feesttenten en exploitanten van zalen doen dit jaar dan ook goede zaken.
De verkoop van vooral sterke drank zal "ontmoedigd" worden, en horeca-personeel heeft de opdracht gekregen om streng toe te zien op het gedrag van de klanten. Politie, I.I. en leger zullen onzichtbaar op de achtergrond paraat zijn om excessen te bestrijden.
Om het aantal verkeersongelukken te beperken (dat traditiegetrouw op 31 december bijna 8 keer zo hoog ligt als elders in het jaar), worden een aantal bijzondere maatregelen genomen. Zo zullen taxichauffeurs van overheidswege een extra bonus krijgen als zij zich actief gedurende deze nacht inzetten. Ook zullen er tussen 2 en 4 uur 's ochtends extra bussen worden ingezet om feestgangers naar huis te brengen.
Al deze maaatregelen moeten ertoe leiden dat 31 december 2002 beduidend minder verkeersongelukken, rellen en vernielingen zal kennen dan de voorgaande jaren.

Gravin Halyna Jâlba Holiy-Ûndarjenn Furrs overleden

Holare, 12 augustus 2002
Op 10 augustus is gravin Halyna Jâlba Holiy-Ûndarjenn Furrs na een kort ziekbed op 87-jarige leeftijd overleden. Haar twee dochters zaten tot het laatst toe aan haar zijde. Geheel volgens de wens van de gravin is zij zittend opgebaard op de inmiddels algemeen bekende witte stoel, waarop zij als baby al werd neergelegd, waar zij als kleuter elke dag op zat, en dat tot aan haar dood heeft gedaan. Ze heeft altijd gezegd dat er volgens haar nergens in Spokanië een stoel te vinden die zó lang, dag in dag uit, door een en dezelfde persoon "bezeten" is. Omdat ze in haar testament heeft laten opnemen dat de stoel na haar dood tentoongesteld moet worden in het Historisch Museum te Hirdo, zoeken erfgenamen en de museumdirectie nu naar een passende oplossing om het meubelstuk op "waardige" en "historisch verantwoorde" wijze in het museum onder te brengen. De Hooggeboren Vrouwe zal op 14 augustus gecremeerd worden in het crematorium van Holare, waarna haar as door een ergynne-priester tijdens een eenvoudige plechtigheid zal worden verstrooid over de kasteelvijver.

Halyna Jâlba Holiy-Rodynn   Gravin Halyna Jâlba Holiy-Ûndarjenn Furrs heette nog Halyna Jâlba Holiy-Rodynn, toen zij als 4-jarig meisje omstreeks 1920 op de bekende stoel werd gefotografeerd. De stoel is bijna een eeuw in het immense kasteel Ierquâseert (bij Holare) gebruikt geweest, en zal nu voor het eerste verhuizen naar het Historisch Museum in Hirdo.


De eerste valse euro's in Spokanië

Hirdo, 2 januari 2002
Vandaag heeft een 45-jarige Spokaniër uit Husta geprobeerd om 7 valse biljetten van 100 euro te wisselen bij het kantoor van de Spokanische Bank in Mollefin.
De bankemployee was alert genoeg om de biljetten te controleren, en toen zij vermoedde dat ze vals waren heeft zij Veiligheidsfase 2 geactiveerd, wat betekende dat de 45-jarige man bij het verlaten van het bankkantoor in de vestibule werd ingesloten. Zowel de buitendeur als de binnendeur werden elektrisch op slot gedaan.
De politie heeft de man kunnen inrekenen. Hij heeft verklaard dat hij de biljetten bij een bank in Brussel had ontvangen toen hij daar Franse franken wilde wisselen. De politie hecht weinig waarde aan zijn verhaal en de zaak zal nader onderzocht worden.
Mevrouw Hôlda Mantiyc, woordvoerster van de Socialistische Staatspartij, gaf het volgende commentaar: 'Deze affaire is de zoveelste indicatie dat de Europese Unie niet deugt en dat de invoering van de euro een verkeerde beslissing is geweest die fraude en economische malaise in de hand werkt. Helaas moet ook ons land de gevolgen van dit Europese beleid ondervinden - en nog wel op de eerste dag dat de euro is ingevoerd.'

Pepernotendrama op Nederlandse Ambassade

Hirdo, 5 december 2001
Elk jaar wordt op de Nederlandse Ambassade in Hirdo met veel plezier Sinterklaas gevierd. Het is al sinds de opening van de ambassade (in 1972) gewoonte dat een van de medewerkers als Zwartepiet de deuren van de werkkamers openrukt en met een rauwe kreet enkele handen vol pepernoten onder de bureaus en tussen de dossiers werpt.
Er wordt dan verwacht dat de aanwezigen vlijtig over de grond kruipen om de lekkernij te verzamelen en naar behoefte in de mond te proppen.
Een voormalige ambassadeur (die anoniem wenst te blijven) schijnt eens gezegd te hebben dat dit de enige keer in het jaar is dat hij voor een mindere in rang wil kruipen - letterlijk dan.
Hoewel al het personeel weet wie als Zwartepiet optreedt, wordt er met groot acteertalent geveinsd dat men er beslist geen idee van heeft. Elk jaar wordt bij loting een slachtoffer voor het volgende Sinterklaasfeest vastgestelden dit jaar was Rob- ert Vinkentouw, hoofd van de Afdeling Verkeer, Industrie en Techniek, de gelukkige.
  Robert Vinkentouw in een meer alledaagse outfit
Maar helaas verliep het traditionele feest anno 2001 anders dan normaal. Omdat pepernoten in Spokanië geheel onbekend zijn laat de Ambassade elk jaar enkele kilo's uit Nederland overkomen, tot voor kort per diplomatieke post. Dit jaar had het Minis- terie van Buitenlandse Zaken in Den Haag bezwaar gemaakt dat het snoepgoed op deze wijze in Hirdo bezorgd zou worden, omdat de diplomatieke post daar 'niet bestemd voor is'. Daarom zijn de pepernoten nu per koerier besteld. Spocanair heeft de doos zonder problemen naar Trymt gevlogen, maar men heeft er geen rekening mee gehouden dat de douanecontroles de laatste tijd extreem streng zijn vanwege het oplaaiende terrorisme (elders in de wereld) en de miltvoer-hysterie die ook in Spokanië merkbaar is.
Een 'hasjhond' op de luchthaven Trymt raakte buiten zinnen toen hij het mengsel van peper, kruidnagelen en anijs rook, en enkele douanebeambten hebben zich onmiddellijk over het verdachte pakket ontfermd. De wonderlijk ruikende, bruine onregelmatige brokken wekten argwaan want dit soort snoepgoed kent men in Spokanië niet.
Uiteraard werd de afzender (de Ambassade in Hirdo) aan de tand gevoeld, maar gelukkig gebeurde dit zeer discreet - het was tenslotte een politiek pijnlijke toestand. Douane en Ministerie van Justitie (in Hirdo) waren echter gemakkelijk te overtuigen dat het hier om traditioneel Nederlands strooigoed ging, en niet om een nieuw soort drug (waarvan de Spokaniërs verwachten dat ook die wel uit Nederland zou kunnen komen).
Intussen waren de pepernoten door de douane in beslag genomen en omdat de procedure om in beslag genomen goederen weer aan de rechtmatige eigenaar terug te geven in Spokanië een langdurige kwestie is, moest het ambassadepersoneel het dit Sinterklaas- feest zonder de pepernoten doen.
Robert Vinkentouw zegt dat hij hier niet rouwig om is. Hij haat pepernoten, en hiervoor in de plaats heeft hij een mengsel van prestigieuze Belgische bonbons en traditionele Spokanische anijskoekjes in de vertrekken van het ambassadegebouw rondge- strooid. Volgens hem hebben zijn collega's nog nooit zo fanatiek het strooigoed onder de bureaus vandaan gegrist als nu. De ambassadeur, mevrouw Van Wijk-de Noord, schijnt haar mantelpakje door de geplette bonbons verknoeid te hebben.

Nieuwe Volksvertegenwoordiging gekozen

Hirdo, 12 juli 2001
De uitslag van de verkiezingen voor een nieuwe Volksvertegenwoordiging, die op 9 juli jl. plaatsvonden, mag op zijn zachtst gezegd zeer verrassend genoemd worden. De Conservatieve Staatspartij (CSP) die bij de verkiezingen in 1997 105 zetels haalde, en daarmee de grootste regerende partij werd, heeft nu 12 zetels moeten inleveren, zodat er 93 overblijven. Hiermee is de CSP teruggekeerd naar het niveau van 1981.
De Vooruitgang van de Democratie (DeF) heeft daarentegen een winst geboekt van 8 zetels, zodat deze parij nu met 99 zetels de CSP voorbij is gestreefd. Hiermee is de DeF de grootste regeringspartij geworden, een situatie die ook tussen 1977 en 1985 gold.
De Nationale Volksraad (AZR) is met 7 extra zetels op een totaal van 66 gekomen, en blijft daarmee de derde partij. De AZR ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet, want sinds 1981 heeft de partij bij elke verkiezing extra zetels in de wacht geslee- pt, en deze groei lijkt vooralsnog niet te stuiten.
De Socialistische Nationale Partij (SAP) heeft met moeite 1 extra zetel weten te bemachtigen, en komt nu op 42. Al deze verschuivingen gaan ten koste van de kleinere partijen, zoals in onderstaand schema is te zien. Sinds 1965 is er een tendens waar te nemen dat de 4 grootste partijen steeds groter worden en de overige steeds kleiner.
Wat heeft deze herverdeling van de zetels nu voor het politieke beleid te betekenen? In eerste instantie zal er niet zo veel veranderen; pas als de Volksvertegenwoordiging een nieuw Kabinet kiest (in 2002), en de samenstelling hiervan sterk afwijkt van het huidige kabinet, kan het beleid drastisch veranderen. Vooralsnog zullen de ministers er rekening mee moeten houden dat de DeF nu eerder geneigd zal zijn om met de AZR samen te werken, waarbij de band tussen CSP en DeF wel heel los zal worden. De CSP zal in een geïsoleerde positie terechtkomen, en het is de vraag in hoeverre deze partij dan geen samenwerking met een van de kleinere partijen zal gaan nastreven. Er zal kortom een meer progressieve wind gaan waaien, wat opmerkelijke gevolgen kan hebben voor een aantal hete hangijzers, zoals het buitenlandse beleid (in het bijzonder de vraag of Spokanië wel of niet bij de EU aansluiting zal moeten zoeken - en in welke vorm), de inperking van de macht van de koning, de sociale wetgeving, en de mogelijke herzieing van het belastingstelsel.
Vooral de discussie "Europese Unie" zal een interessante wending kunnen krijgen. Tot nu toe werd de discussie over het te voeren beleid met betrekking tot de "kwestie-EU" onder druk van de CSP op een laag pitje gehouden. Maar een samenwerking tussen DeF en AZR kan ertoe leiden dat deze discussie in alle hevigheid wordt aangezwengeld, zo wordt er verwacht. Met als gevolg dat het kabinet onder druk gezet kan worden om nu eindelijk eens tot duidelijke uitspraken te komen: wel of niet aansluiten bij de EU, en in welke vorm?

Volgend jaar, na de installering va een nieuw Kabinet, zal blijken in hoeverre de politieke koers van Spokanië een andere richting op gaat.

Zetelverdelingen in de Volksvertegenwoordiging (vergelijk Tweede Kamer); totaal zijn er 347 zetels te verdelen (zie ook de items Verkiezingen en Politieke parijen in het Spokanisch Archief):

 1965196919731977198119851989199319972001
CSP 87 90 84 87 93 103 120 105 105 93
DeF 80 86 82 97 105 106 92 90 91 99
AZR 33 47 48 49 53 43 47 58 59 66
SAP 66 65 55 56 57 51 40 46 41 42
GeRi × 59 78 50 33 36 39 29 30 28
LiZa × × 0 4 4 5 7 10 12 9
DZ × × 0 4 2 3 2 9 9 10
JoZa 38 0
LJP 43 0

×    partij bestaat in dat jaar nog niet
†    partij opgeheven of overgegaan in een andere partij


Bus in ravijn gestort: 7 doden

Abertô, 6 juni 2001
Gistermiddag omstreeks 14.30 uur heeft zich een ernstig verkeersongeluk voorgedaan op de onverharde bergweg tussen Keranôs-sÿrt en Quafaiy, in het woeste Girdes-gebergte op het eiland Brÿr. Drie kilometer ten noorden van het dorpje Zerrafie is een autobus het spoor bijster geraakt en in het ruim 50 meter diepe ravijn van de bovenloop van de Girdestona terechtgekomen. De autobus is totaal vernield, en in de loop van de namiddag kon worden vastgesteld dat er 7 doden en 12 gewonden waren te betreuren. Drie personen zijn er dermate ernstig aan toe dat voor hun leven moet worden gevreesd; zij zijn met een ambulan- ce-helilopter naar het ziekenhuis in Girdesef gebracht. Slechts 3 passagiers hebben het er zonder kleerscheuren afgebracht, waaronder tot ieders verbazing de chauffeur, hoewel hij in een shock-toestand verkeert en daarom nog niet verhoord kan worden over de toedracht van de ramp.
De politie vermoedt dat de bus op het slechte wegdek is geslipt waarna de chauffeur de macht over het stuur is kwijtgeraakt. Op zich is dit opmerkelijk omdat de chauffeur al meer dan 10 jaar ervaring heeft op dit gevaarlijke stuk weg; in de ruim 20 jaar dat deze busverbinding bestaat, heeft er zich nooit eerder een ongeluk voorgedaan.
Het wrak van de bus zal in de loop van volgende week door een speciale eenheid van het leger worden geruimd. Het ravijn is zo goed als ontoegankelijk en daarom zal er bij de bergingswerkzaamheden van helikopters gebruik gemaakt moeten worden.
Naar aanleiding van dit ongeluk heeft het districtshoofd van Flenazjekk, de heer Kômurr Matilda-Chelma, verklaard dat het districtbestuur zal onderzoeken in hoeverre het haalbaar is om dit stuk onverharde weg te asfalteren. De busmaatschappij heeft al gedreigd om deze busverbinding op te heffen als de gevaarlijke situatie zo blijft bestaan.

Máxima en Willem-Alexander: geen hot item in Spokanië

Hirdo, 31 maart 2001
Het nieuws van de verloving van Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta heeft in de meeste Spokanische dagbladen slechts een binnenpagina gehaald. Alleen de Kleter Hirdoegg vond het feit belangwekkend genoeg om op de voorpagina te vermelden. Radio en televisie hebben in enkele korte nieuwsitems aandacht aan de gebeurtenis geschonken, en de televisie heeft ook beelden getoond van de spontane taferelen in Den Haag, waarbij de kroonprins en zijn aanstaande eega handenschuddend en ontwapenend lachend hun weg achter de dranghekken vervolgden. Zulke beelden worden door Spokaniërs met verbijstering gadegeslagen, aangezien men een dergelijke spontaneïteit van leden van het koninklijk huis niet gewend is.
Relatief veel aandacht hebben de media geschonken aan het feit dat Prinses Neeniy Nuchyre zich nu geen enkele illusie meer hoeft te maken ooit Koningin van Nederland te worden. Hoewel de 36-jarige prinses altijd heeft ontkend dat zij ook maar de geringste belangstelling voor Willem-Alexander zou hebben, doken er in de Spokanische pers toch regelmatig geruchten op dat er "iets" tussen haar en de Nederlandse kroonprins zou zijn.

Neeniy Nuchyre is de dochter van Prinses Chila Fantin en Prins Sylvest. Chila Fantin is de drie jaar oudere zuster van Koning Huron Herco IV. Na haar eindexamen in 1986 op de Kunstacademie van Blumarr heeft Neeniy Nuchyre een bescheiden carrière gemaakt bij het AB-theater in Hirdo. Haar rol als afatische lesbienne in het stuk "Mijn dood is de jouwe niet" (van Ârmyll Laji-Qurharrt) veroorzaakte in 1995 veel ophef. Sindsdien lijkt de prinses de voorkeur aan wat minder controversiële rollen te geven (men zegt dat de Koning hierop heeft aangedrongen).


Europees Jaar van de Talen

Zest, 22 februari 2001
De Europese Unie en de Raad van Europa hebben 2001 uitgeroepen als "Europees Jaar van de Talen". In dit bijzondere jaar dient een brede talenkennis onder de Europese burgers gestimuleerd te worden, want "talen openen deuren. Naar andere culturen, andere mensen, naar werk. En talen leren is leuk". Zo lezen we op de officiële website.
In hoeverre gaat dit initiatief Spokanië aan? "Het is beslist geen item voor de Spokanische politiek," zei minister-president Omeriy-Mip Seert in zijn wekelijkse televisiepraatje op zondag 18 februari jl. Hij voegde eraan toe: "Zolang ons land geen lid is, worden de ontwikkelingen binnen de Europese Unie met interesse gadegeslagen. Maar de Spokanische regering onthoudt zich van commentaar."
Hiermee geeft de minister-president voor de zoveelste keer te kennen dat "al dan niet aansluiten bij de EU" een heet politiek hangijzer is en dat elke officiële discussie vermeden dient te worden. Voor Spokanische politici is het al te veel gevraagd om een mening te geven over een initiatief als het Europees Jaar van de Talen.

Maar dat ligt anders bij de culturele en wetenschappelijke wereld van Spokanië. Op 1 februari jl. hebben de universiteiten van Amahagge, Asjetto en Zest de Stichting voor de Bevordering van het Tweede-taalonderwijs opgericht, waarvan de doelstellingen - niet geheel toevallig - overeenkomen met die in het Europese Jaar van de Talen.
"Zolang wij nog niet op Europees niveau kunnen meepraten en meedoen, zullen we alle goede initiatieven die vanuit Europees verband de oceaan komen overwaaien, op nationaal niveau moeten koesteren. Europa mag best zien dat ook Spokanië in staat is om het spel mee te spelen - al mogen we dat vooralsnog niet op officieel politiek niveau doen," aldus Rolaver Moffayn-Vlomâ, voorzitter en woordvoerder van de kersverse stichting. Zij benadrukt dat haar mening gedeeld wordt door een aanzienlijk deel van de culturele en wetenschappelijke elite, en hiermee geeft zij impliciet te kennen dat er in Spokanië wel degelijk een draagvlak bestaat voor een mogelijke aansluiting bij de EU - iets wat van regeringswege nog steeds officieel ontkend wordt.

Maar wat wil de Stichting nu precies doen in dit Jaar van de Talen? Wil men officieus aansluiten bij de activiteiten elders in Europa? Wil men bij de doelstellingen ook de officiële Spokanische politiek betrekken? Vooralsnog is het niet geheel duidelijk wat de stichting voor ogen heeft. "We zullen zien wat dit Europese Jaar van de Talen ons te bieden heeft, en alert inspelen op alle initiatieven en activiteiten die er in Europa komen", zo belooft mevrouw Rolaver Moffayn. Zoals de situatie nu is, lijkt het Jaar van de Talen voornamelijk gestalte te krijgen met congressen en debatten. Of er werkelijk iets van de grond komt, valt nog te betwijfelen. Als de Stichting "alert wil inspelen" op dat wat dit bijzondere Europese Jaar te bieden heeft, kunnen we niet meer verwachten dan een enkel congresje op regionaal niveau.


"Millenniumcheck": paniek of geruststelling

Hirdo, 16 februari 2001
De "millenniumcheck" zoals minister Merlen Ebezzer (Gezondheid) heeft bedacht, lijkt een averechtste uitwerking te hebben. Wat is er aan de hand?

In oktober afgelopen jaar stelde de minister van Gezondheid voor om alle Spokaniërs die ouder zijn dan 50 jaar de mogelijkheid te geven een gratis medische controle te ondergaan, waarbij de algehele gezondheidstoestand van de persoon in kaart wordt gebracht. Deze actie is op 1 januari 2001 van start gegaan.
De minister meende dat met deze actie allerlei ziektes en kwalen tijdig opgespoord zouden kunnen worden zodat de kans op genezing zou worden vergroot. Bovendien zouden de 50-plussers gerustgesteld kunnen worden als ze volkomen gezond bleken te zijn. De actie is op 1 januari van start gegaan en tot 15 februari hebben al meer dan 130.000 mensen zich laten keuren. De actie is qua aantal een succes, maar qua uitwerking beslist niet: velen vertrouwen het niet als de artsen niets ernstigs vinden - en al er wèl iets gevonden wordt, stellen velen het niet op prijs om dit te vernemen.

Minister Merlen Ebezzer
Minister Merlen Ebezzer van Gezondheid op werkbezoek bij de Verenigde Staalfabrieken in Mollefin (oktober 1998)
De minister had gehoopt dat het voor alle onderzochte 50-plussers een geruststelling zou zijn als zij de uitslag van het medische onderzoek zouden vernemen. Ruim 60% van de onderzochte Spokaniërs geeft aan helemaal niet gerustgesteld te zijn, en een kleine 10% erkent zelfs geheel ongerust geworden te zijn.
De minister overweegt nu om de actie voortijdig stop te zetten, tenzij de resultaten van het onderzoek op een andere wijze bekend gemaakt worden. Wellicht moeten de onderzochte 50-plussers op een minder directe manier met bepaalde uitslagen geconfronteerd worden. "We kunnen constateren dat niet alle onderzoekende artsen even tactisch omgaan met de kennis die zij bij het onderzoek opdoen," concludeerde de minister. Hij vervolgde: "Als de onderzochte personen een ernstige ziekte blijken te hebben, of als er anderszins iets ontdekt wordt dat bij de persoon tot schrik of grote ongerustheid kan leiden, zouden de medici zulke zaken niet recht toe recht aan moeten onthullen, maar grote zorgvuldigheid moeten betrachten. Zoals de actie nu verloopt mag deze niet gecontinueerd worden."


Midzomerviering: weinig zon en weinig rellen

Hirdo, 23 juni 2000

In heel Spokanië is op 21 juni Midzomer gevierd. De langste dag van het jaar was weliswaar niet zo warm als de dagen ervoor, maar met een temperatuur van 18 graden in het westen tot ruim 22 graden in het oosten viel het toch nog mee. En omdat het de hele dag droog bleef, werd er op talloze plaatsen uitbundig feest gevierd.
In de steden trokken de straattheaters en muzikanten als vanouds duizenden belangstellenden, en op het platteland vermaakte men zich met volksdansen en kluchten.
's Avonds, toen de schemering inviel, werden overal de vreugdevuren ontstoken en brachten velen de nacht in een gezellig samenzijn door. Zoals gebruikelijk werden barbecue en picknick overal rijkelijk besproeid met wijn en bier.

De vele bands en groepen die overal in Minde speelden, brachten duizenden mensen op de been. Alle terrassen waren tot de laatste stoel bezet, maar veel kroegbazen klaagden later dat er relatief weinig consumpties besteld werden. 's Avonds was er een schitterend vuurwerk op de boulevard. De gemeente wilde met dit evenement het verbod op vreugdevuren, zoals dat vrijwel overal langs de Zverosta-kust geldt, compenseren. Midzomer 2000 in Minde

Hoewel vreugdevuren alleen ontstoken mogen worden op daarvoor aangewezen plaatsen, moest ook dit jaar weer de politie in actie komen om verboden vuren te doven. In een buitenwijk van Hoggebim ontstond een gevaarlijke situatie toen de vlammen tussen de huizen hoog oplaaiden. De brandweer ging hier in opdracht van de politie nogal onbehouwen te werk: de vuren werden met groot materieel geblust, en daarbij liepen tientallen jongeren een nat pak op.
Deze actie van de brandweer ontaardde in hevige rellen, waarbij velen met de brandweerlieden op de vuist gingen. Zeker acht brandweerlieden en een twintigtal oproerkraaiers moesten zich in het ziekenhuis laten behandelen. De politie verichtte minstens 15 arrestaties.
Ook in Tsjech kwam het tot ongeregeldheden toen dronken jongelui her en der in de stad vuurtjes wilden stoken. De politie arresteerde hier zes mensen wegens openlijke geweldpleging.
In Apente (een dorpje op de westpunt van Lomky) ging een houten schuur in vlammen op toen een plotseling opstekende storm het vreugdevuur aanwakkerde en er brandende takken door de lucht werden meegevoerd.

Maar niet alle Spokaniërs hebben zich overgegeven aan bacchanalen. In veel ergynische kerken werd de zonnewende ingetogen geëerd met poëzie, zang en gebed, dikwijls tot diep in de nacht. Bij flakkerend kaarslicht konden de gelovigen eventueel nog genieten van een geheiligd glas wijn of geroosterde lamsworstjes van ritueel geslachte dieren.


Overspannen moeder in Asjetto steekt haar dochter neer

Asjetto, 29 mei 2000

Een 29-jarige vrouw uit Asjetto heeft op 29 mei haar 8-jarige dochter zodanig met een broodmes toegetakeld dat het kind met spoed in het Zuiderziekenhuis opgenomen moest worden. De verwondingen zijn zo ernstig dat voor het leven van het meisje gevreesd moet worden.

Het is een raadsel hoe de vrouw tot haar gruweldaad is gekomen. Zij stond in de buurt bekend als een vriendelijk, behulpzaam, mens die nog geen vlieg kwaad zou doen. Vanwege haar depressieve buiten slikte ze Idepryll, en de politie vermoedt nu dat de vrouw buiten haar zinnen is geraakt door een ongelukkige combinatie van dit medicijn met alkohol.
Buren die op het geschreeuw van het meisje afkwamen troffen de vrouw in een verwarde toestand aan. Ze kon niet verklaren waarom ze met een bebloed mes in haar handen stond, en het drong evenmin tot haar door dat haar dochtertje zwaar gewond op de grond lag. De vrouw is voorlopig opgenomen in een psychiatrische inrichting, waar de politie haar op 2 juni heeft verhoord. Ze kon zich toen nog steeds niets van haar daad herinneren. Voorlopig doet de politie geen verdere mededelingen.


Oranje-koffie en -receptie Nederlandse ambassade te Hirdo

Hirdo, 1 mei 2000

Oranje-receptie 30 april 2000

De traditionele Oranje-koffie in de herberg bij Jent. Dit jaar was Koninginnedag een welhaast zomerse dag en konden de dames en heren heerlijk buiten zitten.
Van links naar rechts: Willem Bozeman (plaatsvervangend Chef de Poste); Aukje Veenema-van der Ploeg (secretaresse); Diederik Kramer (cultureel attaché); Anna van Wijk-de Noord (ambassadeur); Berta Coopmans (met de rug naar de camera; hoofd Afdeling Algemene Zaken); Karel-Ferdinand van Ittersum (hoofd Economische Afdeling); Marlieze Kropholler (pers-attaché); Carÿvo Kônes-van Schijndel (hoofd Afdeling Consulaire Zaken). Het kind op de voorgrond liep toevallig voor de camera langs.

Mevrouw Anna Van Wijk-de Noord

Mevrouw Anna van Wijk-de Noord, sinds januari 2000 Nederlands ambassadeur in Spokanië. De kersverse vertegenwoordigster van Nederland zegt dat ze het een uitdaging vindt om in Spokanië haar diplomatieke opdracht te mogen vervullen. Ook tussen 1975 en 1980 heeft zij al in Spokanië gewoond en zij spreekt als een van de weinige Nederlanders vloeiend Spokaans.

Ook gisteren heeft het personeel van de Nederlandse ambassade in Hirdo weer op traditionele wijze Koninginnedag gevierd. Zoals gebruikelijk heeft het personeel 's ochtends van koffie met gebak genoten in de landelijk gelegen herberg Ef Liftkar Kul (De Oude Schuur) bij Jent, terwijl er 's middags een receptie in het ambassadegebouw in Hirdo op het programma stond, waar alle in Spokanië woonachtige Nederlanders op een hapje en een drankje werden getrakteerd.

Oranje-receptie 30 april 2000

 

© alle foto's: Rijksvoorlichtingsdienst, Den Haag

Na de koffie met gebak is het personeel weer snel naar de ambassade teruggekeerd om de Oranje-receptie voor te bereiden, waar ruim 100 Nederlanders (van de 123 die er in Spokanië wonen) een toost op de Koningin konden uitbrengen.
Zoals gebruikelijk had de ambassade weer voor een royale hoeveelheid delicatessen gezorgd, waar de genodigden gretig op afstormden. Er ontstond nog een korte maar felle woordenwisseling tussen een dame en een heer, omdat de dame het laatste plakje gerookte zalm voor de heer weggriste, waarop de heer reageerde met een opmerking in de trant van: "volgens mij heeft u die hele zalm al achter de kiezen; mogen anderen er misschien ook nog van genieten?"


Jonkheer Moffain Mesturia Ploji-Locârðen overleden

Hirdo, 29 maart 2000
Jonkheer Moffain Mesturia Ploji-Locârðen
Jonkheer Moffain Mesturia Ploji-Locârðen, samen met zijn vrouw (ca.1960)
Vandaag bereikte ons het bericht dat gistermiddag Jonkheer Moffain Mesturia Ploji-Locârðen op 79-jarige leeftijd aan een hartstilstand is overleden.
Zijn dood komt geheel onverwacht en heeft een grote teneergeslagenheid veroorzaakt bij zijn familie, de Vereniging van Grootgrondbezitters en de leden van de Koninklijke Zeil Vereniging.
De jonkheer heeft zich van 1962 tot 1989 zeer verdienstelijk gemaakt in de hoedanigheid van secretaris van de Vereniging van Grootgrondbezitters. Hij wist politici, grootgrondbezitters en het personeel op de landgoederen "on speaking terms" te krijgen, wat onder meer geresulteerd heeft in een goede wetgeving die de feodale verhoudingen aan banden legt en de positie van het personeel dat op de landgoederen woont en werkt sterk verbetert.
Opvallend genoeg is Moffain Mesturia Ploji zelf nooit een grootgrondbezitter geweest; hij heeft altijd in de chique buitenwijk van Blort gewoond, weliswaar in een riante villa, maar met een bescheiden tuin.

Moffain Mesturia Ploji heeft zich verder zeer verdienstelijk gemaakt als voorzitter van de Koninklijke Zeil Vereniging (KSC, ofwel Kindisiy Saile Clup) te Hirdo. Hij was het die elk jaar bij de Sailka, de grootse zeilmanifestatie waar elke Spokaniër naar uitkijkt, met zijn schip de gelederen aanvoerde, en de traditionele tocht vanuit Hirdo over de Trendon naar de Hildi-fonis leidde.
Elke Spokaniër herkent zijn fraaie traditionele schip, de Quratjenka (ofwel: de Duif), dat het grootste deel van het jaar voor het clubgebouw van de KSC in Zuid-Hirdo aangemeerd lag.
Waarschijnlijk zal zijn zoon de Sailka-traditie voortzetten. In ieder geval zal hij dit schitterende schip van zijn vader erven.

De Quratjenka vaart hier gepavoiseerd door de geopende Pârc-draaibrug in het zuiden van Hirdo.
Tekening: Robbert Das (uit het boek "Uit in Spokanië - nooit weg", Pelger & Mârðant / Ploegsma 1982)

 

Lees ook het fragment uit dit boek!

De 'Quratjenka' op de Trendon in Hirdo


Straaljagerherrie Qualâ loopt de spuigaten uit

Tsjech, 24 maart 2000
De laatste 4 maanden constateren de bewoners van Qualâ en omstreken (eiland Tigof) een opmerkelijk toename van het aantal vliegbewegingen op de luchtmachtbasis bij dit stadje.

Vooral de bewoners van de dorpjes Âkevildul en Blufklirrotiy worden 's ochtends vroeg al uit hun bed verdreven door de oorverdovende herrie van de straaljagers die over de daken scheren. Soms gaan de oefeningen de gehele dag door, en als dan eindelijk de rust is weergekeerd, weet men nooit wanneer de ellende opnieuw begint. De legerleiding op de basis is niet erg scheutig met informatie, en er bestaat geen telefoonnummer waarop de omwonenden terecht kunnen met hun klachten.
Minister Cales Lâgte-Johânaler (Defensie) heeft zich 23 maart jl. persoonlijk op de hoogte gesteld van de situatie en beloofd dat er zo snel mogelijk een klachtennummer geopend zal worden. Verder zal hij nagaan op welke wijze de vliegbewegingen en oefeningen aan banden gelegd kunnen worden, opdat ze minder overlast veroorzaken. "Vooralsnog heb ik niet de juridische en politieke instrumenten om de legerleiding op de luchtmachtbasis tot een milieuvriendelijker beleid te dwingen," deelde de minister mee. "Maar binnen het kader van de Wet op Informatieplicht moet het mogelijk zijn om de omwonenden van de basis tijdig in te lichten over geplande oefeningen en de daarmee gepaard gaande overlast." Aldus minister Cales Lâgte.
Fernent Halâtea, een wijnboer uit het dorpje Âkevildul, reageert nogal schamper op de belofte van de minister. "Wat heb ik eraan als de basis ons van te voren vertelt wanneer ze oefeningen gaan houden? De herrie wordt er niet minder om. Laat de minister die hele basis maar verhuizen. Er zijn lege gebieden genoeg in ons land. En ze hoeven toch niet per se zo laag over ons dorp te vliegen? Waarom buigen ze niet gelijk naar het zuiden af, de zee op?"
Minister van Defensie met wijnboer Minister Cales Lâgte-Johânaler (rechts) en wijnboer Fernent Halâtea (links) kijken geschrokken naar de hemel als er weer een eskader straaljagers over komt gieren. Ook de minister vindt dat "dit zo niet langer kan".


Gasfabriek Milbo wordt toch gesloopt

Milbo, 7 maart 2000
De Gemeenteraad in Milbo (hoofdstad van district Litii, eiland Brÿr) heeft er vijf jaar over geruzied, maar nu is de kogel dan eindelijk door de kerk: de oude gasfabriek wordt nog dit jaar gesloopt.
Gasfabriek van Milbo In 1904 kreeg Milbo stadsgas. Aan de oostkant van de stad werd een gasfabriek gebouwd en de steenkool was afkomstig uit de mijnen bij Prus. Er werd een speciale spoorlijn naar de fabriek aangelegd, omdat de spoorwegmaatschappij die de bestaande lijn tussen Prus en Milbo exploiteerde alleen personenvervoer toestond.
In 1955 werd een nieuwe fabriek geopend, die niet alleen het gas maar ook de electriciteit voor Milbo en omstreken leverde. Deze fabriek is tot op heden in bedrijf, maar is geheel verouderd en voldoet niet meer aan de moderne milieu-eisen die Spokanië onder druk van de Europese Unie moet stellen. In 1994 had de gemeente nog serieuze plannen om alweer een nieuwe fabriek te bouwen, maar omdat stadsgas "ouderwets" werd gevonden en electriciteit veel goedkoper en schoner uit waterkracht kan worden gewonnen, zijn de bouwplannen afgeblazen en kon er over sloop van de oude fabriek worden gepraat.
Nu de waterkrachtcentrale bij het Fentiy-meer zo'n grote capaciteit heeft gekregen dat ook Milbo van stroom kan worden voorzien, kan de oude gasfabriek gesloopt worden. Dit betekent wel dat de stad vanaf dat moment geen gasvoorziening meer heeft, want in Spokanië is nauwelijks aardgas voorhanden.
De inwoners van Milbo zullen daarom vanaf de tweede helft van dit jaar moeten overstappen op electrisch koken, en dikwijls ook op electrische verwarming (voor zover men geen oliestook heeft). De gemeente heeft de inwoners echter een subsidieregeling in het vooruitzicht gesteld, waarmee de overschakeling van gas op electriciteit een niet al te grote financiële aderlating voor de veelal weinig welgestelde stedelingen hoeft te zijn.
De sluiting van de gasfabriek zal enkele honderden arbeidsplaatsen kosten, maar de gemeente is van plan om nieuwe industrie naar de stad te halen ter bevordering van de werkgelegenheid. De gemeente wil voor dit werkgelegenheidsproject dat gekoppeld is aan de sluiting van vervuilende industrie, een beroep doen op de zogenoemde SPEDE-subsidieregeling. SPEDE (spreek uit op zijn Engels "speedy") staat voor "Spocanian Environmental Development", en is een door de Europese Unie gesteund project om de verouderde en vervuilende industrie in Spokanië te moderniseren. Hiervoor bestaat een subsidiepotje, waaruit ook de gemeente Milbo hoopt te kunnen eten.

Politieke ontwikkelingen in Oostenrijk gaan ook Spokanië niet voorbij

10 februari 2000
De extreem rechtse overwinning in Oostenrijk houdt ook de gemoederen in Spokanië bezig. De recente ontwikkelingen in Oostenrijk en de hierdoor aangewakkerde internationale commotie hebben ook de EU-discussie in Spokanië nieuw leven ingeblazen.

De Demokratise Zampôr-Ûn (Democratische Volksunie, de politieke partij die zich profileert als de felste tegenstander van een eventuele aansluiting van Spokanië bij de Europese Unie) noemt het succes van Jörg Haiders FPÖ een "aantasting van de Oostenrijkse democratie" en vraagt zich af in hoeverre de Europese Unie als organisatie bij machte is om een dwarsligger als Oostenrijk weer op het goede spoor te krijgen.
"Zolang de regering van de EU geen reële mogelijkheid heeft om een minder loyale lidstaat formeel tot de orde te roepen, laat staan om deze als lid te royeren, kan de EU niet meer doen dan de dwarsligger negeren en symbolisch onder druk zetten. Het ongewenste effect zal zijn dat de dwarsligger elke besluitvorming zal gaan traineren en dat de EU een vleugellamme kloek wordt met een ongewenst koekoeksjong in haar nest. Van zo'n club moet Spokanië zeker geen lid worden," aldus de verklaring van mevrouw Myla Lÿff, partijvoorzitter van de DZ.

Peoll Metrusse-Dônder, woordvoerder van de regeringspartij Demokratiy-Farte (Vooruitgang van de Democratie), die een eventuele toetredening van Spokanië tot de EU als positieve optie ziet, is evenmin gecharmeerd van het idee dat mede-leden zich kunnen ontpoppen als "ondemocratische instituten die de doelstellingen van de EU op geen enkele wijze serieus wensen na te streven maar uitsluitend uit zijn op eigen gewin", aldus Peoll Metrusse van de DF.

Jânes Omeriy-Mip Seert
Minister-president
Jânes Omeriy-Mip Seert
Minister-president Omeriy-Mip Seert heeft in zijn wekelijkse televisie-praatje op zondag 6 februari verklaard dat de Spokanische regering vooralsnog niet van plan is om de contacten met Oostenrijk te bevriezen.
"Ten eerste zijn de contacten tussen onze beide landen hoe dan ook al zo minimaal dat een vermindering ervan niet significant is, en ten tweede is de Spokanische regering van mening dat onze ongerustheid over de Oostenrijkse situatie zich niet primair moet richten op het feit dat de extreem rechtse partij van Jörg Haider nu deel uitmaakt van een coalitie. Deze situatie is ons inziens een rechtstreeks gevolg van de democratische besluitvorming in dat land. Wat ons wel verontrust is het gegeven dat de FPÖ zo veel stemmen heeft gekregen dat een dergelijke coalitie mogelijk is geworden. Het succes van de FPÖ onthult dat extreem-rechtse gevoelens onder een groot deel van de Oostenrijkse bevolking leven - en dat baart ons zorgen. Laten we hopen dat ook in Oostenrijk de democratie nog vitaal genoeg is om aan deze tendenzen het hoofd te bieden." Aldus de verklaring van de minister-president.

Ten slotte kan vermeld worden dat de Spokanische ambassadeur in Wenen door koning Huron Herco IV op diens paleis in Hirdo is ontboden om persoonlijk verslag uit te brengen van de Oostenrijkse ontwikkelingen. Zowel de Ministeriële Persdienst als de Voorlichtingsdienst van het Koninklijk Huis weigert evenwel om nadere mededelingen te doen omtrent de precieze inhoud van het onderhoud dat de Koning met de ambassadeur heeft gehad.
Voorts wordt uit informele bron vernomen dat de Oostenrijkse ambassadeur in Hirdo, Richard Röstl, een ernstig onderhoud heeft gehad op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Over de aard van het onderhoud is echter niets bekend en van officiële zijde worden vooralsnog geen verdere mededelingen gedaan.

Matyss Rames Zjae-Ûtefusot
Matyss Rames Zjae-Ûtefusot, de populaire directeur en woordvoerder van de Ministeriële Persdienst in Hirdo.
Moetsa Klajes-Segt
Dr. Moetsa Klajes-Segt, Spokaniës ambassadeur in Wenen.


Privatisering van staatsbedrijven slecht geregeld

15 januari 2000
Uit een rapport, op 12 januari door de Privatiseringscommissie gepubliceerd, blijkt dat het Ministerie van Economie de privatisering van overheidsbedrijven slecht heeft voorbereid.

Volgens Peoll Larmatiy, hoofd van de Privatiseringscommissie, heeft het ministerie zich onvoldoende in de problematiek ingewerkt en is de regelgeving gebrekkig en inconsequent. Zoals bekend worden de meeste overheidsbedrijven eerst in kleinere onderdelen opgesplitst (of moeten dat nog doen), alvorens tot privatisering over te gaan. Het rapport stelt vast dat dergelijke opsplitsingen doorgaans met zulke grote problemen gepaard gaan dat de overgang naar een geprivatiseerde status hierna niet meer soepel verloopt.

De Commissie concludeert in haar rapport dat de opsplitsing van grote ondernemingen beter uitgesteld kan worden tot een moment waarop de privatisering een voldongen feit is.

Een goed voorbeeld is de voormalige PTT. Dit staatsbedrijf had beter eerst in zijn geheel geprivatiseerd kunnen worden, en vervolgens opgesplitst kunnen worden in de drie onafhankelijke bedrijven TelCôm, PôsCôm en BenCôm. Volgens Peoll Larmatiy heeft de gelijktijdige opsplitsing en privatisering geleid tot drie slecht geleide ondernemingen die niet meer kunnen profiteren van de ervaringen van de voormalige PTT.

De Privatiseringscommissie waarschuwt in haar rapport dat de toekomstige privatisering van de Spokanische Spoorwegen beslist anders moet: eerst een pariculiere spoorwegmaatschappij, en als deze "lekker in zijn vel zit" kan gedacht worden aan de opsplitsing in een aantal kleinere gespecialiseerde bedrijven.

Hyndy Slagortiy-Grât, de socialistische voorzitter van de Economische Raad, interpreteert het rapport als een aanklacht tegen het huidige beleid van Minister Moffain Bâldriy-Rifo Ef Ses (DeF, Economie), en suggereert dat de minister "ernstige consequenties" aan het rapport moet verbinden. "Ik wil niet zeggen dat de minister moet opstappen", zegt Hyndy Slagortiy," maar ik raad de minister wel sterk aan om serieus naar alle Adviesraden te luisteren die bij deze materie betrokken zijn. De Spokanische burger zit echt niet te wachten op een woud van privébedrijfjes die elk inzicht in een goede bedrijfsvoering ontberen. Het is een schande dat de ervaring en knowhow van een groot bedrijf als onze voormalige PTT samen met die PTT op de vuilnisbelt zijn gegooid." Aldus Hyndy Slagortiy.


Wandelaar stort in ravijn

11 januari 2000
Een 35-jarige inwoners uit Jajes (een stadje in het Kulano-gebergte) is zondag 9 januari om het leven gekomen toen hij tijdens een wandeling in de buurt van het dorp Firani-pônt over een bemoste steen uitgleed en in het ravijn in stortte. Zijn 42-jarige vrouw was getuige van het drama maar had nog de tegenwoordigheid van geest om met haar GSM de politie te waarschuwen. Enkele reddingswerkers hebben zeker 5 uur in het ontoegankelijke Firani-ravijn moeten zoeken voordat zij het deerlijk verminkte lijk van de man aantroffen. Zijn schedel bleek verbrijzeld en daaruit kon de arts opmaken dat hij na de val vrijwel onmiddellijk dood geweest moet zijn.

Dit is al het derde dodelijke ongeluk in dit deel van het Kulano-gebergte sinds de kerstdagen. De politie in Quandepâ kan niet verklaren waarom er juist in de afgelopen maand zoveel slachtoffers vielen.

Overigens is de 42-jarige vrouw de eerste GSM-bezitter in Spokanië die nu mag profiteren van de omstreden "Geluk bij ongeluk"-actie die TelCôm op 1 januari is begonnen. De actie houdt in dat iemand die zijn GSM gebruikt om een spectaculaire reddingsoperatie in gang te zetten, een jaar lang gratis mag telefoneren. Toen de 42-jarige weduwe van dit heugelijke feit vernam, was haar laconieke reactie: "het zou leuk zijn als ik een jaar lang gratis met mijn man kon praten - zijn er ook satellietverbindingen met de hemel?"


© Prespo Amahagge
Avenû-Sinto-Pacarefaniy 401 • 4000-Amahagge • Tf (040) 2863121
Mikkon-terf 6 (Mikkon) • 3000-Hirdo • Tf (010) 2155215
(Spooksoliy Lozôstjemm) • Pôstbôx 3774 • 1001 AN Amsterdam • Nelandes

SIY