|
1. Diftongering: algemeen
In het Standaard-Spokaans worden alleen de volgende diftongen ("tweeklanken") als zodanig erkend:
- De "oi" (als in Engels boy), geschreven als ó (in oudere spelling en in eigennamen ook als oe geschreven);
- De "ei" (ongeveer als in Nederlands), geschreven als ÿ.
Elke andere klank die fonetisch gezien een diftong is, of ernaar zweemt, wordt beschouwd als variant van een monoftong. Zo kan de é (normaal uitgesproken als de "zuivere" ee in het Nederlandse zee) enigszins naar de ÿ toe gaan,
indien gevolgd door een r.
2. Diftongen in het Tjemps
Met "diftongering" wordt bedoeld dat een klinker zodanig wordt
uitgesproken dat hij als een diftong ofwel tweeklank klinkt.
Diftongen in het Nederlands zijn bijvoorbeeld au, ui, ei, ooi en
aai. De standaard-uitspraak van het Spokaans kent maar weinig
diftongen, alleen de ó/oe (uitgesproken als oy in Engels boy) en
de ÿ (globaal uitgesproken als Nederlands ei) worden als echte
diftongen beschouwd. In het Tjemps echter worden bijna alle
klinkers als diftong uitgesproken, en wel volgens onderstaand
schema; tussen [..] een Nederlands/Engels woord om de uitspraak
van de Spokaanse klank te illustreren.
standaard Tjemps
a [laat] á [Engels: bad] (tussen a en e in)
â [lat] â (aw) [rauw]
e [let] e [lid]
é [leed] iw [nieuw]
i [lied] iw [nieuw]
iy [lid] ê [rui]
o [lood] ow [Engels: row]
ô [lot] ô (oj) [Engels: boy]
ó [loit] ó (oj) [Engels: boy]
u [luut] ú [roe]
û [lut] uw [ruw]
ý [leid] ÿ (yj) [raai]
Dit schema is globaal. Er zijn verscheidene uitzonderingen. We
zien dat in het Tjemps een aantal klanken samenvallen: de é en
i klinken beide als iw, en de ô en ó beide als oj. En omdat ook
de â en ah beide als aw kunnen klinken, is de volgende zin
onbegrijpelijk als die met een Tjempse diftongering wordt
uitgesproken:
Do yf uchaw miwte kaf y rojt
In standaard-Spokaans:
uchaw kan zijn: uchâ ("kalkoen") of uchah ("wezen")
miwte kan zijn: méte ("ontmoeten") of mite ("huren")
rojt kan zijn: rót ("werkpaard") of rôt ("krukje")
Dat geeft de volgende zinnen:
Hij heeft een kalkoen op een werkpaard ontmoet
Hij heeft een kalkoen op een werkpaard gehuurd
Hij heeft een kalkoen op een krukje ontmoet
Hij heeft een kalkoen op een krukje gehuurd
Hij heeft een wezen op een werkpaard ontmoet
Hij heeft een wezen op een werkpaard gehuurd
Hij heeft een wezen op een krukje ontmoet
Hij heeft een wezen op een krukje gehuurd
Deze ambiguïteit die zo kenmerkend voor het Tjemps is, wordt vermeden
door voor archaïsche woorden te kiezen die niet homofoon zijn, zoals:
- rynnte ("ontmoeten", vergelijk modern Spokaans carynn = "tot ziens"), in plaats van méte
- šamére ("huren", in modern Spokaans "pachten"), in plaats van mite
- uch ("kalkoen"), in plaats van uchâ
Of door nieuwe samenstellingen, zoals:
- rót-blof (letterlijk: "werkpaard-paard"), in plaats van rót
- feldre-rôt (letterlijk: "zit-krukje"), in plaats van rôt
|