Spokanisch Archief

KAKLÔBES (Steensnoek - Esox)
Overkoepelend bestand
Fauna en flora
 
 

Een tot uitsterven gedoemd typisch Spokanisch dier is de kaklôbes. Wij maken onderscheid tussen de zé-kaklôbes (zeesteensnoek, Esox marinus) en de presÿr kaklôbes (gewone of riviersteensnoek, Esox saxosus).
De in zee levende vissen zijn grijs met kleine roze stippen. De mannetjes kunnen ongeveer 35 cm lang worden en de vrouwtjes slechts 20 cm. Zij leven van allerlei soorten visjes, slakjes en wormpjes. Het zijn oorspronkelijk roofvissen met zeer scherpe tanden. Vóór 1960 werden ze niet alleen veel voor hun smakelijke pittige vlees gevangen, maar ook voor de tanden, waarvan mooie sieraden werden gemaakt. Deze sieraden hadden in vroeger eeuwen een religieuze betekenis. Tegenwoordig worden de zee-kaklôbesz op strenge wijze beschermd; er mogen er slechts 2000 per jaar gevangen worden.
Gelukkig zijn deze vissen erg vruchtbaar, zodat na de vangregelementen het aantal weer verdubbeld is. Het vrouwtje legt ieder jaar in mei haar ongeveer 200 eitjes tussen de rotsspleten. Daarna scheidt ze een wittige stof af, die door het mannetje bijna onmiddellijk wordt geroken, zodat de eitjes aldus snel bevrucht kunnen worden. Van de ca. 200 babytjes blijven er misschien maar 10 in leven, aangezien de vader zijn roofneigingen zelfs niet bij zijn eigen kinderen kan bedwingen! In de paartijd worden de roze stippen van het vrouwtje ongeveer 2x zo groot; na een maand krijgen ze hun gewone grootte weer terug.
De zee-kaklôbes leeft in het brakke water van de benedenstroom van de Leije en de Trendon. Voorts langs de Zverosta-kust. In de paartijd leven de vissen in groepsverband.

Naast de zee-kaklôbes kennen we nog de rivier-kaklôbes. Deze leeft voornamelijk meer stroomopwaarts in de Trendon, de Leije, de Grât, de Krappa en in mindere mate ook in de Firani en de Gâp. Ook zij zijn 35 cm (mannetjes) en 20 cm (vrouwtjes) groot, maar hun kleur is bruin met roze stippen. Omdat zij voornamelijk in woest stromende rivieren leven, is hun springvermogen sterk ontwikkeld. Hun voedsel bestaat uit slakjes, kleine visjes, insekten en wormpjes, hoewel men ook ontdekt heeft dat sommige exemplaren niet afkerig zijn van rivierwier en waterplanten. Deze planteneters worden groter dan de viseters, zodat ze de koning van de kaklôbes worden genoemd. Zij zijn ook gedoemd om uit te sterven, vooral als gevolg van de watervervuiling. Dit is de reden dat zij nog slechts in de Grât (de minst vervuilde rivier) gevangen mogen worden.

Evenals voor de schiqus, heeft de regering ook voor de kaklôbesz een instantie aangewezen, die zich dient in te zetten voor het behoud van de dieren. In dit geval is dit de Visclub van Šemp (Šempoeg Fisa-clup). Van 1973 tot 2004 was Grenn Fleemt-Gindyroh voorzitter van deze professionele organisatie die ooit begonnen is als een club van amateurvissers.

© De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00-050480 • SPARC 22 nov 1990

namen van vissen - DICTIO {C}
organisaties - ORGANISA.HTM
personen - PERSLYST.HTM