Spokanisch Archief  

Liftkar Muzeem (Oude Museum) in Hirdo

entree: volwassenen: 2h90 ē studenten, 13- en 60+: 1h50


(Zie ook de plattegrond van Hirdo, op blz. 28 in de reisgids. Hier is het Oude Museum (Liftkar Muzeem) duidelijk aangegeven).

Vlakbij het Trendon-kanol (niet te verwarren met het kanaal met de identieke naam dat om de stad Trendon heen loopt) vinden we het Liftkar Muzeem ("Oude Museum"), eigenwijs met een "z" geschreven in plaats van met de officiŽle "s" (hiermee wordt recht gedaan aan het Hirdose dialect waarin de s dikwijls als z klinkt). Dit museum was oorspronkelijk een opslagruimte voor dingen waar de gemeente geen raad mee wist en die men evenmin wilde weggooien. Toen omstreeks 1950 de beheerder ervan aan zijn superieuren liet doorschemeren dat veel HirdoŽrs barstten van nieuwsgierigheid wat voor zaken er in het sombere gebouw wel niet opgeborgen waren, heeft de gemeenteraad besloten om de verzameling voor het publiek open te stellen. Hiermee was een nieuw museum geboren en de beheerder van de opslag gepromoveerd tot conservator.

Voor buitenlanders is dit allegaartje misschien niet altijd even interessant. Maar zelf vond ik de oude tolhek-bel die ooit bij de brug naar Mikkon stond wel een bijzonder voorwerp. Er zit een apart verhaal aan vast:

Toen ik een paar autochtone HirdoŽrs eens vroeg wat voor hen de Bumbiynde-brug betekende, noemden ze deze "het hart van onze stad". Volgens hen was de lettergreep bum in Bumbiynde hetzelfde als boem in Harboembo-plein, en biynde zou een variant zijn van het werkwoord binde dat "samenbinden" betekent. De Bumbiynde-brug is dus zo genoemd omdat hij het Harboembo-plein met Mikkon, en vervolgens met de Oostoever, verbindt. Deze volksetymologie schijnt onder HirdoŽrs algemeen te zijn, maar er is ook een andere uitleg. In de tijd dat hier nog een tolhek was, stond er langs de oever een grote bel die men kon luiden om de tolwachter te roepen. Deze klok werd liefkozend bumbiyn genoemd, een onomatopee die het slaan van een klok weergeeft (zoals Nederlandse "bimbam"). Nadat de tol in 1810 was opgeheven heeft die klok er nog jarenlang gestaan. Maar bij de bouw van de gietijzeren brug in 1880 zat hij in de weg en verdween naar wat nu het Oude Museum is. Ik heb daar aan een suppoost gevraagd of de klok inderdaad een "bumbiyn"-geluid maakt, maar hij verzekerde me dat "niemand dat ooit te weten zal komen, want het luiden van deze klok betekent het einde van onze monarchie, en wellicht van heel SpokaniŽ". Dat dit ernst was blijkt uit het feit dat men de klepel uit de klok heeft verwijderd. Volgens de suppoost is deze in de Trendon gegooid, volgens anderen is de klepel jarenlang gebruikt als stamper in het Farmacologisch Laboratorium om in een vijzel ingrediŽnten voor medicijnen te verpulveren. Dus de klank van de klok leeft voort in de naam van de brug.

De taalkundige Eeriys PaŽnyhhe (1930Ė1995) heeft me erop gewezen dat de volksetymologische verklaring misschien een overblijfsel is van het pre-christelijke bijgeloof dat kleefde aan het horen van een klok. Als het luiden van de klok onheil oproept, is het maar beter om ook over de klank ervan (het woord bumbiyn) te zwijgen. Vandaar dus dat men bumbiyn liever beschouwt als een samenstelling van "Harboembo" en "verbinden".

16 dec 2004