Spokanisch Archief

MILIEU: algemeen overzicht
Dit bestand
1. Afvalverwerking
2. Rioolwaterzuivering
3. Milieuverontreiniging
4. Duurzame energie
5. Duurzame landbouw
6. Duurzame industrie
 
Zie ook
Energie
 
Status: Nog verder uitwerken.
 

1. Afvalverwerking

Het inzamelen van huishoudelijk afval is een verantwoordelijkheid voor de gemeenten. Grotere gemeenten hebben hun eigen reinigingsdienst, maar kleinere gemeenten kunnen ook een samenwerkingsverband aangaan, zodat er sprake is van een regionale reinigingsdienst. In SpokaniŽ is deze activiteit nergens geprivatiseerd, hoewel de neoliberale regering ook hier graag de vrijemarktwerking zou willen toelaten (stand 2015).
Het door de gemeentelijke of regionale reinigingsdiensten opgehaalde huisvuil wordt op vier manieren verwerkt:

  1. Dumpen op een vuilstortplaats (een crelco)
    Dit is de meest "primitieve" manier, waarbij afvalscheiding niet noodzakelijk is. Veel gemeenten die voor dumping kiezen doen dan ook niet aan afvalscheiding, hoewel sommige wel apart GFT-afval ophalen en dat composteren (manier 3). In SpokaniŽ zijn ongeveer 150 vuilstortplaatsen, veelal in afgelegen, weinig opvallende gebieden, zoals bergdalen en ravijnen. Het eilandsbestuur van Berref heeft in 2003 het dumpen op vuilstortplaatsen verboden en is bezig om alle oude stortplaatsen af te dekken. Als het gaat om afvalbergen betekent afdekking dat er kunstmatige heuvels geschapen worden, die dan een recreatieve functie kunnen krijgen (skihellingen en dergelijke). Het initiatief van het eiland Berref staat op gespannen voet met de landelijke wet- en regelgeving die bepaalt dat beleidsmaatregelen die relevant zijn voor het gehele land, niet door lagere overheden mogen worden genomen. Zo zouden vuilstortplaatsen niet op eilandsniveau verboden kunnen worden, maar moet dat op landelijk niveau gebeuren. Hierover liggen het Ministerie van Milieu en de Eilandsbestuur van Berref al vanaf 2004 met elkaar in de clinch.
    Op alle andere eilanden zijn vuilstortplaatsen nog volop in gebruik. Op Liftka is met name de enorme vuilstortplaats bij Kulano-zeces (gemeente Mozent, Kulano-gebergte) in een diep ravijn berucht. Deze locatie (Gyln‚-crelco) is ook per spoor te bereiken.

  2. Verbranden in een afvalverbrandingsinstallatie (AVI; in het Spokaans een defeköo-cˇrefe-todreutˇ genoemd, afgekort als decto)
    Op Berref zijn 4 AVI's te vinden (zie tabel). Aangezien er op dit eiland geen afval meer gedumpt mag worden (zie punt 1), gaat alle verbrandbare afval van de Berrefse gemeenten naar deze 4 AVI's, meestal per trein. Niet alles kan verbrand worden, dus is afvalscheiding bij de Berrefse gemeenten een standaardpraktijk (compostering, recycling of verbranding).
    Op Liftka zijn 2 AVI's (zie tabel) waar het afval van de grotere steden (Amahagge, Gralkrich, Hoggebim, en Liyrotyka) heen gaat. De meeste gemeenten van Liftka dumpen hun afval op een vuilstortplaats.
    Brˇr en Tigof hebben elk ťťn AVI (zie tabel), waarbij die van Tigof ook het afval van de grote steden op Lomky verwerkt. Het afval wordt per spoor aangevoerd.
    Alle AVI's zijn particuliere bedrijven, behalve die in BŰr‚: dat is een gemeentebedrijf.

    In onderstaande tabel zijn alle afvalverbrandingsinstallaties (AVI) opgenomen. Stortplaatsen (SP) staan alleen aangegeven voor zover ze in SPARC zijn genoemd.
    Gerangschikt op gemeentenaam. Ze staan nog niet op de deelkaarten, wel op de regiokaarten.

    Type LocatieGemeenteAanvoerDeelkaart Regiokaart
    AVIbij Atl‚nta-centraleBŰr‚ (BF)spoor/weg{A02}BŰr‚
    AVIaan kustEtercŰtiy-sˇrt (TF) spoor/weg/zee{I11}--
    AVIaan kustFraja (LI)spoor/weg/zee{H06}Fonist‚
    AVIbij buurtschap Pr‚stˇ-zeces Hildi (BF)weg{C06}Hildi
    AVILiftkar PlychŰ-weg (bij
      Lajate-centrale)
    Hirdo (BF)spoor/weg/rivier {E05}Hirdo
    AVIind.geb. Koesy-areŰmHoggebim (LI)spoor/weg/zee{J08}Hoggebim
    SPbij dorp Kulano-zecesMozent (LI)spoor/weg{I06}Mozent
    AVIind.geb. Ef Liftkar Ar‚besMinde (BF)spoor/weg{G09}Minde
    AVIaan kustSt. Leraquen (BR)weg/zee{L08}--

  3. Composteren (compostering: cŰmposteros)
    Afval dat niet verbrand kan of mag worden kan voor een deel gecomposteerd worden, mits het gescheiden wordt opgehaald. Compostering gebeurt over het algemeen bij daarvoor ingerichte particuliere bedrijven.

  4. Recyclen (recycling: resycleros of kafchoöos-tˇrt)
    Afval dat niet verbrand kan of mag worden, kan voor een deel gerecycled, mits het gescheiden wordt opgehaald. Glas wordt nergens opgehaald maar moet men zelf in glasbakken gooien. Papier wordt soms door de gemeente opgehaald, soms ook moet je het zelf in een papiercontainer weggooien. Recycling gebeurt over het algemeen bij bedrijven die daarin gespecialiseerd zijn in. Denk dan met name aan de glas-, metaal-, kunststof- en papierverwerkende industrie. Zo is PrimePlast in Tsjech de grootste producent van producten gemaakt van gerecycled plastic, zoals tuinmeubelen, hekken, kozijnen, plantenbakken en palen. In Liyrotyka zit Kvitt, een bedrijf dat veel metalen huishoudelijke apparaten in ontvangst neemt die als afval door talloze gemeenten worden aangeleverd. Het bedrijf demonteert de apparaten, en verkoopt het metaal aan verscheidene bedrijven die het als grondstof kunnen gebruiken: het gaat met name om ijzer, aluminium en koper. Wiykel in Tosiy gebruikt papier- en kartonafval als grondstof voor de productie van dozen en verpakkingsmateriaal. En verder zijn er diverse glasfabrieken in het hele land die de inhoud van de glasbakken verwerken.

2. Rioolwaterzuivering

SpokaniŽ telt ongeveer 210 rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI; in het Spokaans bajŰk-knurfel-revert‚s genoemd, afgekort als BKR) - van hele grote die honderdduizenden huishoudens bedienen tot hele kleine die niet meer dan een paar honderd huishoudens bedienen. Of een gemeente gebruikmaakt van een RWZI, hangt van diverse factoren af, zoals de afstand van een bebouwde kom tot de RWZI, de geografische omstandigheden en het aantal huishoudens dat op de RWZI kan zijn aangesloten. Bij huishoudens die op grote afstand van een RWZI liggen, kan het rioolwater alleen met drukleidingen en pompstations getransporteerd worden. Dit vereist een kostbare en gecomplicerde infrastructuur, die alleen efficiŽnt is als een groot aantal huishoudens van de infrastructuur gebruik kunnen maken. In bergachtige streken is het transport via drukleidingen meestal niet haalbaar. Bovendien moeten RWZI's aan ruim open water liggen (het liefst aan de kust of grote rivieren) om het gezuiverde water te kunnen afvoeren. In geÔsoleerde stadjes of dorpen, en bij eenzame huizen zullen daarom veelal septic tanks worden geÔnstalleerd. Op talloze plaatsen lozen de riolen gewoon op het oppervlaktewater. Of dit toegestaan is, hangt van de desbetreffende gemeente af. Alleen in de districten Tjemp en Ziyp (op Berref), Ales en RenŰ (op Liftka), en Neze (op Lomky) is lozing op het oppervlaktewater door het Districtsbestuur verboden. En ook het Eilandsbestuur van Garos heeft dit verboden.
Ondanks verbodsbepalingen van gemeente- of districtsbesturen zijn er in het hele land talloze boerderijen en eenzame huizen die toch op het oppervlaktewater lozen. Zolang dat geen risico's voor de volksgezondheid of de drinkwatervoorziening met zich meebrengt, wordt dit veelal gedoogd.

3. Milieuverontreiniging

SpokaniŽ hanteert met betrekking tot de verontreiniging van lucht, bodem en water in grote mate de richtlijnen van de Europese Unie. Niet omdat SpokaniŽ zich per se wil conformeren aan de wet- en regelgeving van de EU, maar omdat het praktisch is om richtlijnen toe te passen die gebaseerd zijn op gedegen wetenschappelijk onderzoek en algemene concensus.
De huidige neoliberale regering (stand 2014) geeft er de voorkeur aan om de bestaande richtlijnen "soepel" toe te passen - waarbij de (financiŽle!) belangen van het bedrijfsleven prevaleren boven die van burger en natuur. De isolationistische politiek die al decennialang het beleid in SpokaniŽ bepaalt, leidt er onder meer toe dat het bij bijvoorbeeld energie- en brandstofvoorziening belangrijker is dat die voorziening is gegarandeerd dan dat men zich afvraagt of het allemaal wel zo "milieuvriendelijk" is. Ofwel: liever een kolencentrale met CO2-uitstoot dan helemaal geen centrale zonder uitstoot.

4. Duurzame energie

Toepassing van duurzame energie staat in SpokaniŽ nog in de kinderschoenen. Het land heeft al moeite genoeg om Łberhaupt tegemoet te komen aan de energiebehoefte, aangezien het streven naar self-supporting meer focust op "energiegarantie" dan op "duurzaamheid". Zie ook paragraaf 3 hierboven.
Ondanks deze focus op energiegarantie heeft de overheid talloze initiatieven ontplooid of mogelijk gemaakt om bijvoorbeeld wind- of zonne-energie haalbaar te maken. Het aantal windturbines neemt gestaag toe, burgers kunnen in aanmerking komen voor subsidie om zonnepanelen aan te schaffen, en er zijn diverse fiscale regelingen om al deze initiatieven te belonen.
Daarentegen heeft de overheid weinig geld over voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van duurzame energie - een wetenschapsgebied waar diverse universiteiten, de IES en andere organisaties zich sterk voor maken. Het neoliberale dogma dat het bedrijfsleven en het particuliere initiatief het zelf maar moeten uitzoeken, zal desastreuze gevolgen hebben voor de duurzaamheid die door talloze organisaties en individuen wordt nagestreefd (stand 2014).

5. Duurzame landbouw

Agrarische bedrijven zijn in SpokaniŽ veelal kleinschalig en veel boeren streven vanwege hun Ergynische geloof per definitie duurzaamheid na. Veeteelt is over het algemeen extensief, wat wil zeggen dat het vee in grote bos- en weidegebieden kan grazen. Er is nauwelijks sprake van een "vleesindustrie" met megastallen vol varkens, kippen of rundvee. De duurzaamheid van de landbouw is dus over het algemeen een impliciete factor, als gevolg van een achterblijvende ontwikkeling aangaande schaalvergroting, mechanisering en efficiŽnte bedrijfsvoering.
Voor Spokanische boeren bestaan er geen Europese landbouwsubsidies en de Spokanische banken zijn karig met het verstrekken van enorme leningen waarmee de boeren zich diep in de schulden zouden kunnen steken. Spokanische boeren hoeven niet op een internationale markt te concurreren en kunnen zich geheel focussen op een voldoende voedselvoorziening het het land zelf. Een duurzame bedrijfsvoering staat dus ook niet onder druk door (noodzakelijke) schaalvergroting, internationale concurrentie of financiŽle wet- en regelgeving.
..........

6. Duurzame industrie

De prioriteit die door de politiek gelegd wordt op een zelfvoorzienende maatschappij leidt tot een focus op productiecapaciteit, ten nadele van duurzaamheid. Veel verouderde fabrieken worden gedoogd zolang er geen modernere, milieuvriendelijke alternatieven tegenover staan. Investeringen in duurzaamheid moeten uit het bedrijfsleven zelf komen. De overheid kan dit hoogstens bijsturen met wet- en regelgeving, maar is zeer terughoudend als het om financiŽle faciliteiten gaat. Evenals bij de landbouw is er ook bij de industrie sprake van een grote mate van kleinschaligheid. Maar terwijl kleinschaligheid bij de landbouw een positieve factor is voor duurzaam ondernemen, werkt dat bij de industriŽle bedrijvigheid juist belemmerend.
...........

Mogelijke kadertekst


© De Twee Hanen v.o.f. ē Kimswerd ē The Netherlands

DA 00 ē SPARC 29 apr 2017