SPARC is de compleetste
website over het Koninkrijk
Spokaniė. "Als je het hier
niet kunt vinden, vind je
het nergens."

Spokanisch Archief

Hoofdmenu     Grammatica     Woordenboek     Atlas     Links     Contact     Disclaimer


ENERGIE: productie en distributie


Dit bestand
1. Water
2. Elektriciteit
3. Minerale brandstoffen
 
 
Status: Nog uitwerken.


        1. Water
2. Elektriciteit
3. Minerale brandstoffen
QEC: Verenigde Energiemaatschappij

1. Water

      Leidingwatervoorzieningen
Waterdistributie


Leidingwatervoorzieningen

Omdat het water dat in Spokaniė uit de kraan komt, niet per definitie geschikt is om te drinken, spreekt men altijd van "leidingwater" (lāftos-knurfel). Met "drinkwater" (kupān-knurfel) wordt uitsluitend water bedoeld dat fabrieksmatig gezuiverd is en aan strenge kwaliteitseisen voldoet, zodat het geschikt is om te drinken. Hoewel water uit natuurlijke bronnen dikwijls ook heel goed drinkbaar is (velen geven er - vanwege de geneeskrachtige werking - zelfs de voorkeur aan), mag dit alleen "drinkwater" genoemd worden als het extra gezuiverd is, én via een leidingnet thuis uit de kraan komt.

Het ongezuiverde water dat gebruikt wordt voor het maken van leidingwater wordt op verschillende manieren verkregen:

  1. Grondwater: dit is vooral te vinden in de lagere streken van het land, met name in mōliy- en duingebieden. Het zogenoemde "hoge grondwater" (mofknurfel) is te vinden op een diepte van minder dan 10 meter, en wordt al vanaf ca. 1820 voor drinkwaterbereiding gebruikt. Vanaf ca. 1950 is men ook "laag grondwater"
    (chucern-knurfel) gaan gebruiken, op een diepte tot ca. 50 meter. Tegenwoordig spreekt men ook van "diep grondwater", als dit middels boringen uit de diepere aardlagen gehaald wordt. Hierbij kan het water van wel 700 meter diepte gehaald worden. Het is duidelijk dat de grondwaterwinning in steeds meer gebieden mogelijk is, naarmate men dieper kan boren.

  2. Zoet oppervlaktewater (nesel rōry-knurfel): het gaat hierbij voornamelijk om water dat uw stuwmeren gehaald wordt, maar ook sommige grote rivieren worden gebruikt. Oppervlaktewater is niet altijd even schoon, en omdat de zuivering ervan soms te wensen overlaat, is dit leidingwater niet altijd geschikt als drinkwater.

  3. Zeewater (zé-knurfel): op een aantal kleinere bewoonde eilanden is de watervoorziening problematisch. Soms is een leiding naar het vaste land mogelijk, maar soms ook wordt de voorkeur aan ontziltingsinstallaties gegeven, die zeewater als grondstof gebruiken, zoals op het dichtbevolkte eiland Garos. Hoewel het zeewater zo goed ontzilt en gezuiverd kan worden dat het eindproduct "drinkwater" genoemd mag worden, zitten er onaangename bijsmaken aan waardoor het zelden gedronken wordt.

  4. Bronwater (riffō-knurfel): op veel plaatsen zijn er natuurlijke bronnen en wellen, waarvan het water geschikt is om te drinken. Maar vanwege de mineralen en/of het koolzuur wordt het niet zonder meer via het leidingnet gedistribueerd, en kan het dus ook geen "leidingwater" of "drinkwater" heten. Pas als het gezuiverd is kan het als drinkbaar leidingwater worden gebruikt. Daarentegen wordt bronwater natuurlijk wel in flessen verkocht, dan heet het jatty (zonder koolzuur) of afacha (met natuurlijk koolzuur). Als er kunstmatig koolzuur is toegevoegd, heet het chyve-jatty.
    Velen drinken nooit leidingwater uit de kraan, maar gebruiken uitsluitend bronwater, ook om thee en koffie te zetten.
De kwaliteit van het leidingwater is over het algemeen goed, al kan er hier en daar een chloorsmaak aan het water zitten. In enkele geļsoleerde berggebieden laat de kwaliteit van het drinkwater echter te wensen over en wordt het drinken ervan afgeraden. Verder bestaan er nog zo'n 10.000 huishoudens (meestal afgelegen boerderijen en in berggehuchten) die voor hun eigen watervoorziening zorgen, zoals natuurlijke bronnen, beken of geslagen putten. Ook enkele grotere industrieėn die veel water gebruiken, hebben hun eigen watervoorziening.
Omdat een drinkwaterbron in het Spokaans een kupān heet, zou je verwachten dat water uit zo'n bron dus kupān-knurfel genoemd wordt. Maar dit woord heeft de algemene betekenis van "drinkwater" gekregen (ook als het niet uit een specifieke bron komt), zodat men tegenwoordig van knurfel mip ef kupān ("water uit de bron") spreekt als men expliciet een privé-drinkwatervoorziening bedoelt.

De term bronwater wordt ook gebruikt voor water uit bepaalde bronnen dat zonder meer geschikt is om te drinken, en daarom direct gebotteld wordt. Het bevat meestal allerlei mineralen en/of koolzuur. Soms wordt er ook extra koolzuur aan toegevoegd.
Gebotteld water dat niet uit een echte bron komt maar dieper uit de bodem wordt opgepompt, heet altijd mineraalwater. Soms is dit hetzelfde water als afkomstig uit een bron, maar als de bron niet voldoende levert, zal een bottelarij het zelf oppompen. Zie ook het bestand Merken en producten.

Ongeacht de herkomst of de wettelijke status kan er nog een onderscheid gemaakt worden tussen pliyfonamiy knurfel (drinkbaar water), nepliyfonamiy knurfel (ondrinkbaar water, ofwel te ongezond/gevaarlijk om te drinken) en maklutiy knurfel (ondrinkbaar/viessmakend water: te vies om te drinken, maar niet gevaarlijk of ongezond). Deze termen komen we vaak tegen bij watertappunten langs wegen, op campings, bij kerken ed. Let op: als er ergens water uit een fontein of pijp stroomt waar niet expliciet is aangegeven dat het "drinkbaar" is, ga er dan vanuit dat je het niet kunt drinken!


Waterdistributie

Er zijn in Spokaniė 89 grote waterzuiveringsinstallaties (ofwel "waterfabrieken") die leidingwater aan grotere regio's leveren. Zij betrekken hiervoor grondwater en/of oppervlaktewater dat soms over grote afstanden wordt aangevoerd. Daarnaast zijn er nog honderden kleinere zuiveringsinstallaties, die hun water uit de onmiddellijke nabijheid halen, en hun leidingwater ook in de buurt afleveren. Vooral kleinere steden en dorpen hebben zo'n eigen waterleidingbedrijfje, zeker als er een goede kwaliteit grondwater, oppervlaktewater of bronwater in de buurt aanwezig is.

Omdat er bij de leidingwatervoorziening - in tegenstelling tot bij elektriciteit - geen sprake is van een landelijk distributienet, zijn de talloze zuiveringsbedrijven zelf veantwoordelijk voor een adequaat waterleidingnet. Het staatsbedrijf Ququltor Energiy-Cōmpanšo (QEC) heeft hierbij een coördinerende functie en streeft ernaar om in de toekomst de afzonderlijke leidingnetten van kleinere zuiveringsbedrijven tot grotere gehelen samen te voegen, zodat meerdere bedrijven gezamenlijk voor de watervoorziening in een groter gebied kunnen zorgen. De QEC zorgt verder namens alle waterleidingbedrijven in Spokaniė voor de facturering bij de klanten, zoals het bedrijf dat ook voor de elektriciteit doet. Op deze manier wordt gegarandeerd dat voor elke huishouden in het land dezelfde tarieven gelden, een eis die vastgelegd is in de Wet op de Energievoorziening. Zie ook factuurvoorbeeld .


2. Elektriciteit

      • Zie kaarten leidingnet, centrales en distributiepunten

Elektriciteitscentrales
Elektriciteitsdistributie


Elektriciteitcentrales

In deze alfabetische lijst zijn alle centrales opgenomen die het landelijke elektriciteitsnet voeden. Zij zijn in het bezit van het staatsenergiebedrijf QE (Ququlor Energiy-cōmpanšo = Verenigde Energiemaatschappij), afdeling Elek-c’rbatt (Stroomvoorziening). De centrales zijn op de -deelkaarten aangegeven, en het aanklikbare kaartnummer staat tussen {..} (kaarten worden in een apart venster geopend).
In Spokaniė zijn 4 kerncentrales in bedrijf: Ergānt (1969), Kjoeplas-2 (1979), Restōc (1971) en Tysegg (1980). In hoeverre deze centrales ook voor andere nucleaire doeleinden worden gebruikt (onderzoek, strategisch) wordt geheim gehouden. Het nucleaire afval wordt voor een groot deel verscheept naar Engeland (Sellafield) en Frankrijk (La Hague), maar een aanzienlijk deel blijft in Spokaniė achter; wat ermee gebeurt is niet bekend. Wellicht bezit Spokaniė ook zelf mogelijkheden om nucleair afval te verwerken, en hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan de Tysegg-centrale. Het transport van het afval gebeurt bij Kjoeplas-2 via het spoor, bij Restōc gaat het over zee. Ook Ergānt en Tysegg waren oorspronkelijk op vervoer over zee (en de weg) aangewezen, maar in 2002 zijn beide centrales op het spoorwegnet aangesloten. De overheid is van mening dat nucleair transport per trein het veiligst is. De aanleg van de spoorlijn door het Ergānt-moeras (een beschermd natuurgebied) stuitte op nogal wat weerstand en om de vereiste vergunningen te verkrijgen was de overheid gedwongen om allerlei gegevens over de Ergānt-centrale openbaar te maken. Toen werd onder meer bekend dat deze centrale ook nucleaire producten vervaardigt (officieel voor medische doeleinden) en een uitgebreid researchprogramma heeft. De railverbinding naar Tysegg dient waarschijnlijk niet alleen om nucleair afval af te voeren, maar ook om aan te voeren (vanuit de andere centrales). Dit zou erop wijzen dat Tysegg faciliteiten heeft om nucleair afval op te werken.

Voor de bij waterkrachtcentrales behorende stuwmeren, zie het overzicht in het bestand Meren.
Verder zijn er nog ca. 300 kleine waterkrachtinstallaties met een vermogen van minder dan 1 MW. Deze leveren elektriciteit aan dorpen en kleinere steden, en zijn niet verbonden met het landelijke net. De meeste van deze geļsoleerde installaties bevinden zich in de centrale berggebieden van Liftka, Br’r en Tigof. Zij zijn meestal in het bezit van gemeentes of particulieren.
Zeer geļsoleerd liggende dorpen en woongemeenschappen betrekken hun elektriciteit soms uit een dieselaggregaat.
Namen van centrales moeten nog opgenomen worden in DICTIO. (Ze staan wél op de deelkaarten en in het deelkaartregister!)

  1. {L 07} Abertō-sentraliy (gem. Abertō; kolen per spoor)
  2. {H 07}{ama-d4} Amahagge-kanol-sentraliy (gem. Amahagge; kolen per spoor/schip)
  3. {A 02} Atlānta-sentraliy (gem. Bōrā; kolen per spoor)
  4. {C 04} Az’ro-ses-sentraliy (gem. Crānt; mei 1966; waterkracht)
  5. {J 04} Belt-Stay-sentraliy (gem. Oopare; jun 1970; waterkracht)
  6. {K 03} Ben-kanol-sentraliy (gem. Floran; kolen per schip/spoor)
  7. {L 12} Bensjāch-sentraliy (gem. Garos; kolen per schip)
  8. {H 05} Ber’mt-sentraliy (gem. Mikentall; kolen per spoor)
  9. {C 03} Bolaniy-sentraliy (gem. Tustia; kolen per spoor)
  10. {M 01} Cal-sentraliy (gem. Zimp; kolen per schip)
  11. {H 08} Cofert-sentraliy (gem. Ies; kolen/papierslib/houtpoeder per spoor)
  12. {E 07} Dām-sentraliy (gem. Keunee; afval per vrachtauto/hout(poeder))
  13. {E 06} Šōnhe-ses-sentraliy (gem. Foteuso; apr 1962; waterkracht)
  14. {F 07} D’rpze-sentraliy (gem. Hajofese; aug 1967; waterkracht)
  15. {K 03} Edprof-sentraliy (gem. Edprof; kolen per spoor/hoogovengas)
  16. {G 04} Ergānt-sentraliy (gem. Andel; 1969; nucleair)
  17. {L 05} Fentiy-ses-sentraliy (gem. Leeserf; mrt 1959; waterkracht)
  18. {J 04} Ferāgt-sentraliy (gem. Quobenta; afval per vrachtauto/moerasgas)
  19. {F 05} Fetu-sentraliy (gem. Blort; kolen per spoor)
  20. {I 09} Firani-delta-sentraliy (gem. Šamō; kolen per spoor)
  21. {I 07} Firani-ses-sentraliy (gem. Jajes; mrt 1974; waterkracht)
  22. {K 08} Fyršiy Cōmsa-Bergo-sentraliy (gem. Ypiy; kolen per schip)
  23. {L 09} Girdesef-sentraliy (gem. Girdesef; kolen per spoor/schip)
  24. {F 02} Grōndacā-sentraliy (gem. Lift; kolen per schip/aardgas)
  25. {A 03} Herešo-sentraliy (gem. Bōrā; olie per schip/spoor)
  26. {J 08} Hiylba-sentraliy (gem. Hoggebim; kolen per schip/hoogovengas)
  27. {J 02} Huron-I-sentraliy (gem. Akom; kolen/olie per spoor)
  28. {N 05} Husta-sentraliy (gem. Husta; kolen per spoor)
  29. {F 07} Ierquāseert-sentraliy (gem. Roensa; kolen per spoor)
  30. {C 02} Irameene-sentraliy (gem. Quequen; kolen per spoor)
  31. {G 12} Jelā-sentraliy (gem. Jelā; olie per schip/pijp)
  32. {K 06} Kjoeplas-sentraliy 1 (gem. Qualeja; kolen/poederkool per spoor)
  33. {K 05} Kjoeplas-sentraliy 2 (gem. Qualeja; 1979; nucleair)
  34. {F 04} Krappa-sentraliy (gem. Quua; mei 1962; waterkracht)
  35. {E 05}{hir-a2} Lajate-sentraliy (gem. Hirdo; kolen per spoor)
  36. {M 04} Lāndy-sentraliy (gem. Prus; kolen/olie per schip/spoor)
  37. {I 11} Laraine-sentraliy (gem. Laraine; kolen per spoor; olie per spoor/pijp; gas per pijp)
  38. {L 05} Lassos-sentraliy (gem. Lassos; kolen per spoor)
  39. {E 03} Leffy Teecrā-sentraliy (gem. Pla; kolen per schip)
  40. {L 08} Letrenott-sentraliy (gem. Letrenott; kolen per spoor)
  41. {J 05} Lindokiy Zabert-sentraliy (gem. Moze-Lāpranā; kolen/houtpoeder per spoor)
  42. {L 02} Merft-ses-sentraliy (gem. Cerobiy; aardgas)
  43. {H 10} Mlōggee-sentraliy (gem. Daba-Ch’rg; jun 1973; waterkracht)
  44. {L 04} Mollefin-sentraliy (gem. Mollefin; kolen per spoor)
  45. {C 06} Pipio-sentraliy (gem. Pipio; kolen per spoor)
  46. {F 09} Pitla-pōlder-sentraliy (gem. Ozaneto a/e Leije; kolen per spoor)
  47. {I 12} Pitu-sentraliy (gem. Pitu; kolen per schip)
  48. {C 08} Plafotō-delta-sentraliy (gem. Korif; hoogovengas/cokesgas per pijp)
  49. {H 10} Puriy-sentraliy (gem. Manes-Puriy; olie/gas per pijp)
  50. {F 03} Restōc-fonis-sentraliy (gem. Nustiy; 1971; nucleair)
  51. {H 03} Roensa Thyrra-sentraliy (gem. Jedenfals; kolen per spoor)
  52. {J 03} Sa Chyōt-sentraliy (gem. Oneus’rt; kolen per spoor)
  53. {F 08} Sinto-Jost-sentraliy (gem. Monce; apr 1979; waterkracht)
  54. {C 07} Sinto-Mariy-sentraliy (gem. Tul’nn; kolen per spoor)
  55. {E 08} Sinto-Merlen-sentraliy (gem. Keunee; okt 1959; waterkracht)
  56. {C 08} Sloegt-sentraliy (gem. Korif; kolen per spoor; cokesgas; gasturbine)
  57. {J 04} Stay-sentraliy (gem. Oopare; apr 1955; waterkracht)
  58. {A 03} Tolee-sentraliy (gem. Tolee; kolen per spoor)
  59. {B 01} Tysegg-sentraliy (gem. Xōc’ršamiy; 1980; nucleair)
  60. {H 09} Veraquandro-sentraliy (gem. Chorānitt; kolen per spoor)
  61. {B 05} Wenās-ses-sentraliy (gem. Plafotō; jul 1969; waterkracht)
  62. {I 06} Xātiy-sentraliy (gem. Xā j/e Prusots; aug 1972; waterkracht)
  63. {I 07} Xemān-sentraliy (gem. Xemān; hoogovengas per pijp)
  64. {B 06} Ylt-sentraliy (gem. Nust; olie/kolen per schip/spoor)
  65. {J 02} Zuyka-sentraliy 1 (gem. Mōntariy; kolen per spoor)
  66. {J 02} Zuyka-sentraliy 2 (gem. Mōntariy; kolen per spoor)
[elekcent.jpg]
   Links Verdeelstation bij de Belt-Stay-centrale, gelegen tussen
het Stay-meer en het Belt-Stay-meer, in het Crona-gebergte.

Onder Machinehal van de voormalige Fu-centrale. De foto is
uit 1919. Tegenwoordig is hier een restaurant gevestigd. De
schakelaars en meters in de betegelde wanden zijn nog
aanwezig, evenals de fraaie lampen aan de zuilen.

[elekcen1.jpg]

Twee voormalige waterkrachtcentrales die tegenwoordig een andere functie hebben, zijn:

  1. {J 04} Fu-sentraliy (bij dorp Ater-G’, gem. Oopare; tegenwoordig een restaurant)
  2. {F 07} Trendon-mōjōl-sentraliy (gem. Zekon; tegenwoordig een cultureel centrum)
De Fu-sentraliy is in 1919 in bedrijf genomen en in 1961 gesloten, waarbij de Stay- en Belt-Stay-sentraliy qua capaciteit zijn uitgebreid en de taak van de Fu-sentraliy hebben overgenomen. De dam in de Fu die diende voor de vorming van een klein stuwmeer, is in 1963 opgeblazen, zodat de rivier weer zijn oorspronkelijke loop terugkreeg. Het dal vertoont hier nog steeds sporen van het vroegere stuwmeer, zoals een karige begroeiing en verscheidene ruļnes van huizen die tussen 1918 en 1963 onder water hebben gelegen. De machinehal is tegenwoordig een restaurant.

De Trendon-mōjōl-sentraliy is in 1991 geopend; het was een experimentele centrale, waarbij de turbines gevoed werden door water dat via pijpleidingen uit de rivier werd aangevoerd (in plaats van via een stuwmeer). De waterdruk was echter vrijwel altijd te laag om de turbines aan te kunnen drijven. In 2000 is de centrale weer buiten gebruik gesteld, en in 2003 is hier een cultureel centrum geopend, gesponsord door de AED (Aquonda Elektrisitiy Distribušo, zie hieronder). (DOM 58)


Elektriciteitsdistributie

Elektriciteitscentrales, eindstations en verdeelstations zijn door een landelijk koppelnet met elkaar verbonden. Hiervoor worden 4 voltages gebruikt: 110, 150, 220 en 380 kV.
Dit koppelnet wordt beheerd door de AED (Aquonda Elektrisitiy Distribušo), een organisatie die in 1949 opgericht is door de toenmalige gezamenlijke elektriciteitsbedrijven (in 1951 zijn deze bedrijven gefuseerd in een nationaal elektriciteitsbedrijf).
Het koppelnet eindigt in de eindstations, van waaruit de voedingsnetten (30 of 60 kV) hun weg naar de steden en industriegebieden vinden. Hier sluiten de voedingsnetten aan op transformatorstations die de spanning omzetten naar 10 kV, dat via de verdeelnetten naar de verschillende stadswijken, dorpen en dergelijke vervoerd wordt. Ten slotte wordt de 10 kV omgezet in 220 volt.

Op de kaartjes zijn de voedingsnetten en verdeelnetten niet aangegeven. De voedingsnetten bestaan altijd uit bovengrondse leidingen; de verdeelnetten zijn in landelijke gebieden meestal bovengronds, in bebouwde gebieden ondergronds. Voedingsnetten en verdeelnetten worden beheerd door de districtsbesturen, voor zover zij gemeentegrenzen overschrijden. Binnen de gemeentes worden de netwerken door de gemeente zelf beheerd.

De elektriciteitsdistributie wordt geregeld door het staatsbedrijf Ququltor Energiy-Cōmpanšo (QEC), dat ook voor de facturering bij de klanten zorgt; zie factuurvoorbeeld .


3. Minerale brandstoffen

      Gas
Steenkool
Olie
Turf


Gas

Aardgas
In Spokaniė wordt slechts sporadisch aardgas gevonden. Aardgas speelt dan ook nauwelijks een rol bij de energievoorziening. De geringe hoeveelheden die gewonnen worden, zijn hoofdzakelijk bestemd voor gebruik in elektriciteitscentrales. Aardgascentrales vinden we in Cerobiy (Merft-ses-sentraliy) en Lift (Grōndacā-sentraliy).
Voor huishoudelijk gebruik komt aardgas alleen in aanmerking in de steden Lift, Cerobiy, Zjāk en Tuniy (de laatste drie op Teujan).
Op zeer kleine schaal wordt moerasgas gebruikt om te koken. Dit is met name het geval in Sinto-Alycro-Poniy (gas uit het Blizerū-moeras).
Vanwege de rijkdom aan steenkool bestaan er in Spokaniė veel gasfabrieken, waar cokesgas geproduceerd wordt. Sinds ca. 1980 vindt er geen uitbreiding meer plaats van de gasproductie, maar wordt het gebruik van elektriciteit aangemoedigd.

Steenkoolgas
Omstreeks 1827 wordt voor het eerst steenkoolgas gewonnen in een primitief fabriekje bij een kolenmijn bij Tufiepo. De eerste commerciėle steenkoolgasfabriek komt in 1836 in Mollefin in bedrijf. Hirdo en Hoggebim volgen in 1837 (ter vergelijk: in Amsterdam en Rotterdam bestaan al in 1825 gasfabrieken die steenkoolgas voor verlichting leveren).
Het gas wordt dan nog uitsluitend voor verlichting gebruikt. In de eerste jaren blijft de toepassing beperkt tot openbare straatverlichting, maar in 1839 worden in het centrum van Hirdo de eerste particuliere huizen op het gasnet aangesloten. Ook het koninklijk paleis (Fordo-seert) krijgt in een aantal vertrekken gasverlichting.
Tussen 1840 en ca. 1855 volgen in veel steden gasfabrieken, nu niet meer alleen in de gebieden waar de steenkool wordt gevonden, maar ook elders. Het kolentransport wordt dan ook steeds gemakkelijker omdat in deze periode ook het spoorwegnet tot ontwikkeling komt.
Vanaf 1925 begint elektrisch licht op grote schaal het gaslicht te verdringen, maar pas in 1935 verdwijnen de laatste gaslantaarns op straat (in het centrum van Milbo, hoewel sommigen beweren dat de openbare gasverlichting in Knolbol het tot 1938 heeft uitgehouden, en mogelijkerwijs is gasverlichting bij sommige mijnen en gasfabrieken nog langer in gebruik geweest).
Steenkoolgas werd aanvankelijk alleen voor verlichting gebruikt, maar omstreeks 1840 komen de eerste gasfornuizen en gaskachels in gebruik. Tot op de dag van vandaag is steenkoolgas een algemene energiebron voor verwarming (en koken).
Gasfabrieken die in de 19e eeuw nog aan de rand van de steden stonden, bevonden zich halverwege de jaren '50 van de 20e eeuw dikwijls te midden van woonwijken. Vanaf de jaren '60 werd dit vanwege de vervuiling en overlast een minder gelukkige situatie gevonden, en steeds meer gasfabrieken zijn dan ook gesloopt of gesloten. Zo is het aantal fabrieken afgenomen, maar de grootte ervan is drastisch toegenomen. De gasproductie is tegenwoordig dus geconcentreerd op een aantal plaatsen, dikwijls industriegebieden of in de buurt van mijnen, wat betekent dat het gas over grotere afstanden moet worden vervoerd. Maar daarentegen is het kolentransport door deze concentratie sterk geslonken. Het uitgebreide distributienet voor steenkoolgas is aangesloten op zogenoemde gasverdeelstations (gaza-kipts), waar onder meer de kwaliteit en druk in de gaten gehouden worden. Ook de aanvoer vanuit verschillende bronnen en de afvoer naar de bestemmingen wordt hier geregeld. Een van de grootste gasverdeelstations bevindt zich in het havengebied van Amahagge (Gaza-kipt Larmin-blufk, Eertef Fabrokiy-mirra Nutter, 4003-Amahagge, Tf (040) 2954167).
In veel armere steden staan de gesloten gasfabrieken te verkommeren en vervallen tot ruļne. Maar in meer welvarende gemeentes zijn de oude fabrieken vaak gerestaureerd en verbouwd tot bedrijfspanden of appartementen. Ook zijn er wel horecagelegenheden in ondergebracht of hebben ze een culturele bestemming gekregen. Een goed voorbeeld is het terrein van de voormalige gasfabriek in Amahagge. Een deel van de gebouwen is gerenoveerd en op de rest van het terrein zijn woningen gebouwd. Deze nieuwe wijk heet Gaza-jakām ("Gasveld").


Steenkool

Informatie over steenkool is te raadplegen in het bestand Economie (Mijnbouw: Steenkool).


Olie

Op ongeveer 20 plaatsen wordt in Spokaniė aardolie gewonnen. De hoeveelheden opgepompte olie zijn echter gering, en niet altijd van goede kwaliteit. De oliewinning is daarom in economisch opzicht niet interessant, maar wel in politiek opzicht, want dankzij de eigen olieproductie is een groot deel van de industrie (denk vooral aan elektriciteitsopwekking) niet van geļmporteerde olie afhankelijk.
Anders ligt het bij autobrandstoffen. Voor benzine en dieselolie is Spokaniė voor meer dan 80% afhankelijk van de import van ruwe olie. Meer dan de helft hiervan komt de haven van Bōrā binnen, waar ook de grootste raffinaderijen te vinden zijn. Ook Amahagge, Zar-Husta en Mollefin hebben belangrijke oliehavens.
Dankzij de moderne opsporings- en boortechnieken zou de nationale olieproductie een flinke impuls kunnen krijgen, want dan kunnen ook dieper liggende olielagen en mogelijke olievelden op de zeebodem geėxploiteerd worden. Maar voor toepassing van moderne technieken is Spokaniė afhankelijk van de expertise van buitenlandse oliemaatschappijen, die echter nauwelijks de gelegenheid krijgen om op Spokanisch grondgebied te opereren. Ook hier wreekt zich de starre isolationistische politiek die elke economische ontwikkeling in de weg staat zodra een meer internationaal georiėnteerd beleid wenselijk zou zijn.


In onderstaande tabel zijn alle oliewinplaatsen opgenomen die op de deelkaarten met een boortoren-symbool zijn aangegeven. Ze zijn gerangschikt op deelkaartnummer. In de kolom veld staan de namen van de winplaatsen; deze zijn nog nergens elders in SPARC gearchiveerd (ook niet op deelkaarten of in Dictio).

veldgemeentedeelkaart
Kiynša-1Trejasu{C06}
Kiynša-2Trejasu{C06}
SekkekibāsTrejasu{C07}
Šivve-jakāmTul’nn{C08}
Kreozy-1Kreozy{D06}
Kreozy-2Kreozy{D06}
Mantsjōx-1Hildi{D07}
Mantsjōx-2Hildi{D07}
Gapochiy-1Trunschen{D08}
Gapochiy-2Trunschen{D08}
Gapochiy-3Tarejo{D08}
Liftkar-ClamišaTunbas{G02}
Koern-mānClatō{J02}
Horo-jakām [1]Ibesto-Horo  {J02}
Horo-jakām [1]Ibesto-Horo{J02}
Horo-jakām [1]Ibesto-Horo{J02}
Horo-jakām [1]Ibesto-Horo{J02}
Bōldezze-mōliyMōntariy{J02}
Distrycciy Ool-kafchošos-A [2]  Vlament{J02}
Distrycciy Ool-kafchošos-B [2]Vlament{J02}
Distrycciy Ool-kafchošos-C [2]Vlament{J02}
Ōmber-jakāmLiyrotyka{J08}
Javes-1Asjetto{J12}
Javes-2Asjetto{J12}
Riysbo-mesā [3]Riysbo{K03}
Riysbo-kolai [3]Riysbo{K03}
FārdenTufiepo{K03}
ZarpyroMollefin{L04}
Lardacc-smurf-1  Milbo{L05}
Lardacc-smurf-2Milbo{L05}
Lardacc-smurf-3Milbo{L05}
SlexāPrus{M04}
KoedynePrus{M04}
Ahegg-1Zar{M04}
Ahegg-2Zar{M04}

Noten 
[1]Bij Ibesto-Horo is het grootste oliewingebied van Spokaniė. Hier staan een stuk of tien boortorens. Omdat er op de deelkaart 4 boortoren-symbolen zijn aangegeven, is dit wingebied ook 4 keer vermeld.
[2]Het oliewingebied bij Vlament is geļntegreerd in een industriegebied met een petrochemische industrie. De Distrycciy Ool-kafchošos (DOK; Districtale Olie Winning) is een bedrijf dat zowel de olie wint als verwerkt.
[3]De kleuren "groen" (mesā) en "geel" (kolai) refereren aan de kleuren van de eerste boortorens die hier omstreeks 1966 werden geplaatst.


Turf

Tekst is nog niet beschikbaar.


TOP © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 09 jul 2001