SPARC is de compleetste
website over het Koninkrijk
Spokanië. "Als je het hier
niet kunt vinden, vind je
het nergens."

Spokanisch Archief

Hoofdmenu     Grammatica     Woordenboek     Atlas     Links     Contact     Disclaimer


ECONOMIE: middelen van bestaan


Dit bestand
 
1. Industrie
2. Mijnbouw
3. Landbouw
4. Veeteelt
5. Bosbouw
6. Tuinbouw
 
  7. Wijnbouw
  8. Visserij
  9. Dienstverlening
10. Handel en Nijverheid
11. Kunst, Sport en Wetenschap
 
Status: Dit bestand is nog in wording. Teksten zijn nog niet definitief.


1. Industrie

De industrie in Spokanië produceert voornamelijk voor de binnenlandse markt. Er is nauwelijks export, maar de import neemt elk jaar toe omdat de behoefte aan meer, modernere en betere producten steeds groter wordt en de nationale industrie niet goed aan deze vraag kan voldoen.
Belangrijke industriesteden zijn (alfabetisch) Amahagge, Asjetto, Bôrâ, Floran (en omgeving), Hoggebim, Husta, Jatty (Lomky), Knolbol, Korif, Milbo, Mollefin, Tanburo, Tanbÿr, Trendon, Trondom, Tunbas en Zar-Husta. Minder belangrijke industriesteden zijn onder meer Aflif, Berezze, Falebo, Girdes, Hildi, Hirdo, Kurriy, Lâuben, Minde, Môntariy, Prus en Trofy. Maar kleinschalige industrie vinden we over het hele land in tal van kleinere plaatsen. Het komt nog geregeld voor dat een stad(je) economisch geheel afhankelijk is van één fabriek of één bepaalde bedrijfstak.
.....

Veel fabrieken in Spokanië zijn verouderd, inefficiënt, gevaarlijk en/of vervuilend. Er is nauwelijks geld voor investeringen, wat onder meer te wijten is aan de isolationistische politiek die buitenlandse initiatieven en kapitaal nauwelijks toelaten. Hoewel Spokanië geen lid is van de Europese Unie, steunt de EU wel vele projecten en initiatieven in Spokanië als dat het milieu ten goede komt. De gedachte hierachter is dat een vervuilende industrie op de Spokanische eilanden ook zijn negatieve effecten in het zeegebied rondom, en zelfs tot in West-Europa kan hebben.
Voor de modernisering van verouderde industrie is een speciale subsidieregeling, bekend onder de naam SPEDE (Spocanian Environmental Development; spreek SPEDE uit op zijn Engels: speedy). SPEDE is ondergebracht in een stichting met bestuurders die bekend staan om hun lobbykracht. Dat zal de reden zijn dat dit initiatief financieel en politiek gesteund wordt door de Europese Unie. Website nog maken. PRESPO 07.03.2000
[lo-sped1.gif]

Zie ook de provisorische inventarisatie van de industriegebieden op de deelkaarten. Dit moet nog uitgewerkt worden.


2. Mijnbouw

[th-mijnb.gif]

De 4 groene gebieden zijn de belangrijkste streken waar steenkool gewonnen wordt.
Deze kaart is nog niet definitief: álle mijnen en mijngebieden moeten erop aangegeven worden.

Steenkool

In Spokanië wordt veel steenkool gevonden en er zijn dan ook talloze kolenmijnen. De meeste concentreren zich in bepaalde gebieden. Hier trekt de mijnbouw veel andere industrie aan, zodat mijnbouwgebieden tevens typische "industriegebieden" zijn. Maar er zijn ook een stuk of twintig geïsoleerde kolenmijnen waar aanverwante industrie (zo goed als) afwezig is.
Omdat er in Spokanië nauwelijks aardgas of olie gevonden wordt, speelt steenkool nog steeds een belangrijke rol bij de energievoorziening, en dus bij de economie. Aangezien steenkool niet per pijpleiding getransporteerd kan worden, is het kolentransport per trein en per schip een lucratieve, maar feitelijke inefficiënte, bezigheid. Tegenwoordig verschijnen er daarom steeds meer kolenvergassingsinstallaties in de buurt van de mijnen, want het kolengas kan eenvoudiger via een pijpleidingnet worden gedistribueerd.
Steenkoolwinning vindt voornamelijk ondergronds plaats; er bestaat geen "dagbouw". De belangrijkste steenkoolgebieden zijn:

  1. Ðivve-zjolarr (op Berref, zuidpunt van Plefô, tussen Knolbol en Korif);
  2. Ycrol-zjolarr (op Liftka, noordoosten van Ben, tussen Tanbÿr en Mollefin);
  3. Hekory-zjolarr (op Liftka, Hekory-môliy in Ales, tussen Xalâs en Mûninû);
  4. Procÿvat-zjolarr (op Brÿr, noordoosten van Litii, tussen Husta en Prus).
(Zjolarr is een samentrekking van zjol + arr en betekent "steenkoolgebied")

In Procÿvat-zjolarr hebben alle mijnen een meisjesnaam; in Ycrol-zjolarr een jongensnaam (zoals de mijn Riko = Richard bij Tufiepo); in Hekory-zjolarr zijn de mijnen naar koningen genoemd; in Ðivve-zjolarr naar weersgesteldheden. Kolenmijnen die elders verspreid in het land liggen, zijn dikwijls naar koninginnen vernoemd, maar kunnen ook gewoon de bedrijfsnaam voeren (zoals de mijn van de firma Rifo Diô-Keltiy bij Jareucâ).

Naar de volgende kolenmijnen in het Ycrol-gebied zijn stoomlocomotieven
vernoemd (allemaal jongensnamen):
- Crybô
- Gyles
- Maliy
- Pôlfe (mijn in 1955 gesloten)
- Qurtiy (mijn in 1967 gesloten)
- Uteer
- Vikter
- Ykrô

[kolenlad.jpg]

Op Lomky wordt in het geheel geen steenkool gevonden, en op Tigof een klein beetje (bij Kûrânien en Zutterseert). Daarom zijn deze eilanden voor hun op steenkool gebaseerde energievoorziening aangewezen op aanvoer uit de grote kolenbekkens van Liftka. Vanuit de havens in Tanbÿr en Mollefin gaan de kolen per schip naar Asjetto, alwaar een kolenverlading voor de overslag van schip naar trein zorgt. Deze installatie (foto) geldt als hypermodern. Kolentreinen kunnen vanuit Asjetto via de Tuckrâ-bruggen ook Lomky bevoorraden. Dit eiland heeft zelf geen havens met een kolenoverslag.

Steenbergen
Een opvallend verschijnsel in de buurt van mijnen zijn de steenbergen, ontstaan doordat vaak decennialang het mijnsteen dat afgescheiden is van de steenkool op hoge bergen wordt opgetast. In het Spokaans worden ze qugt genoemd (Vlaams: mijnterril, Duits: Halde, Engels: slagheap of mine tip). Sommige steenbergen hebben wel een hoogte van meer dan 100 m en als ze wat ouder zijn en niet meer aangevuld worden kunnen ze geheel begroeien met struikgewas of zelfs bos. Tegenwoordig probeert met van deze verhogingen in een meestal platte omgeving iets te maken. Zo zijn er crossterreinen of skihellingen van gemaakt, of anderszins recratieve bestemmingen bedacht. Soms worden de bergen weer afgegraven, bijvoorbeeld om het puin te gebruiken bij wegenaanleg. Bij een aantal mijnen komt er zeer vervuilde steen uit de grond, zodat de steenbergen allerlei giftige gassen uitstoten (kooldioxide, stikstofdioxide, ammoniak, enz.). In zulke gevallen komt de steenberg natuurlijk niet in aanmerking voor een recreatieve of economische bestemming.
In meer bergachtige gebieden zijn steenbergen minder prominent aanwezig. Vaak zijn dalen met de steen opgevuld zodat er van steenbergen in het geheel geen sprake is. Ook zijn er mijngebieden waar er relatief weinig steen met de kolen naar boven komt.

In onderstaande tabel zijn alle steenbergen opgenomen die wel op de deelkaarten staan maar (nog) geen naam hebben. De items zijn gerangschikt op deelkaartnummer.

locatiegemeentedeelkaart
--Clatô{J02}
--Fameto-Toliy{D06}
--Metie{J08}
--Ms.Puriy{I10}
--Prus{M04}
--St.Bercâ-Leras  {B05}
--Tulÿnn{C08}
--Vlament{J02}
--Zar{M04}
--Zar{N05}
--Zar-Husta{N05}
--Zutterseert{H10}
BrymKorif{C08}
KilâjiyLammafin{B04}
St.HôrftMitâ{C05}
ZA Ef Helmy-šarks  Ms.Sjeny{E06}
2x --Kûrânien{I11}
2x --Tufiepo{K03}
3x --Tulÿnn{C07}
3x XolessLassos{M04}

IJzererts

IJzererts wordt in 8 mijnen gewonnen, de belangrijkste zijn: bij Ula (zuidkant van het Krappa-gebergte in Bloi), bij Plâk (Azÿ-gebergte in Plefô), tussen Quafaiy en Aboris-St.Jenu (Girdes-gebergte op Brÿr) en bij Tjokkyt (Mari-môliy in Flâp).
Totaal wordt er ongeveer 700 ton ijzererts per jaar in Spokanië gedolven. Dit is te weinig om de nationale behoefte te dekken, zodat er nog een groot deel wordt geïmporteerd.
Vroeger werd ook ijzer gewonnen uit erts dat in het Ergânt-moeras werd gevonden.

Kopererts

De kopermijnen tussen Zutterseert en Kûrânien (noordkust van Tigof) zijn in 1952 wegens uitputting gesloten. Tegenwoordig wordt nog kopererts gewonnen bij Trejasu (Azÿ-gebergte in Plefô), bij Ziffon (Ziffon-gebergte in Munt) en bij Tjokkyt (aan de Cheetucjâ). Het gaat hier om een totale hoeveelheid van ca. 122 ton per jaar. Ook dit is te weinig voor de nationale behoefte, zodat kopererts en koper geïmporteerd moet worden.
Sinds de prijzen van koper na ca. 2005 zo drastisch zijn gestegen, stelt de overheid geld beschikbaar om te onderzoeken of gesloten mijnen wellicht niet heropend kunnen worden en om naar nieuwe kopervoorraden te zoeken. Met moderne wintechnieken zouden ook de oudere, onrendabele, mijnen misschien weer rendabel geëxploiteerd kunnen worden.

Steen

Marmer en andere soorten natuursteen worden op een twintigtal plaatsen gewonnen. Het gaat meestal om bouwmateriaal of om grondstoffen voor esthetische doeleinden (decoraties, beelden ed.). In een aantal steengroeven wordt voornamelijk steenslag gewonnen, bestemd voor wegverharding, spoorwegballast en dergelijke.

In onderstaande tabel zijn alle steengroeven opgenomen die wel op de deelkaarten staan maar (nog) geen naam hebben. De items zijn gerangschikt op deelkaartnummer. Nadere gegevens moeten nog aangevuld worden.

delfstof  gebied  locatie  gemeente  naam  deelkaart  
------Hajetuni--{B03}
------Hajetuni--{B03}
----Cÿromi-PempTrejasu--{C06}
------Knolbol--{C06}
------Pipio--{C06}
------Trejasu--{C07}
steen(slag)--FlensHurterg--{D07}
----Vega-beltHier--{E09}
----Wefot-Krappa  Krappa--{F04}
------Amentôlestu--{I04}
------Šutâ--{I06}
------Xâ j/e Prusots  --{I06}
------Ðorâs--{I07}
----QulboechFrâk--{I13}
marmer----Afacha--{J04}
------Granô--{J04}
------šd Oopariy--{J04}
------St.Feuty--{J04}
------Côs--{J05}
------Zimp--{L01}
------Ms. Toniys--{L06}

De steengroeven van Hier, Amentôlestu, Granô en St.Feuty hebben een spooraansluiting. Die van Amentôlestu (MoHa TC) is een van de grootste groeven van Spokanië. Bij het dorpje Flens zijn enkele steengroeven waar voornamelijk steen(slag) voor de (wegen)bouw wordt gewonnen. De groeven zijn op zich niet heel groot, maar ze beslaan wel een aanzienlijk gebied. Tussen Flens en autoweg M80 is een grote weg aangelegd voor het zware vrachtverkeer van en naar de groeven.

[bo-moha0.jpg]    MoHa TC, even ten zuiden van Amentôlestu, is de grootste steengroeve met een spooraansluiting. In 2005 werd het complex uitgebreid met extra sporen (zie foto) om het rangeren met de steentreinen gemakkelijker te maken. Rechts op de foto de spoorlijn tussen Amentôlestu en Labenô.
Het bedrijf heet officieel MoHa TC, maar staat plaatselijk bekend als de Zefa Delper-hûst (de "Diepe Kuil Groeve").

Overige delfstoffen

Nog nagaan of deze delfstoffen daadwerkelijk gevonden kúnnen worden.
De volgende delfstoffen worden in beperkte mate in Spokanië gevonden: zink (5 mijnen), lood (3 mijnen), tin (2 mijnen), nikkel (1 mijn), pyriet (1 mijn), kwik (1 mijn), kalizout (1 mijn). De hoeveelheden nikkel, pyriet en kwik zijn zo bescheiden dat het winnen ervan nauwelijks rendabel is. Het Spokanische beleid om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van import van grondstoffen, leidt ertoe dat onrendabele mineraalwinning door de overheid gesubsidieerd wordt.
Aangezien kwik wereldwijd steeds minder toepassing vindt en kwikhoudende producten steeds meer gerecycled worden om het kwik terug te winnen, is de vraag naar nieuw gewonnen kwik tegenwoordig zo afgenomen en de prijs ervan zo gedaald dat de exploitatie van een kwikmijn niet meer rendabel is. Ook voor het Spokanische kwik is feitelijk geen afzetmarkt meer; de enige kwikmijn zal in 2008 gesloten worden (volgens niet-bevestigde informatie zijn de activiteiten in de kwikmijn al enkele jaren zo goed als stopgezet; er was omstreeks 1996 nog hoop dat de vraag naar kwik zou toenemen als er in de buurt van de kwikmijn ook goud zou worden gevonden, maar dat is niet gebeurd).
Dankzij het tin dat bij Mitâ gevonden wordt, is in deze plaats, en ook in het nabijgelegen Bref, een bronsindustrie ontstaan. Mitâ is bekend om zijn klokkengieterijen terwijl in Bref gespecialiseerde gieterijen voor bronzen beelden en gebruiksvoorwerpen te vinden zijn. Het koper dat (samen met het tin) voor de vervaardiging van het brons nodig is, komt uit de mijn van Titeref, wat zuidelijker. In deze streek waren ooit meer tin- en kopermijnen, maar die zijn sinds halverwege de 19e eeuw allemaal gesloten.


In onderstaande tabel zijn alle mijnen opgenomen die wel op de deelkaarten staan maar (nog) geen naam hebben. De items zijn gerangschikt op deelkaartnummer.

delfstofgebiedlocatiegemeentenaamdeelkaart  
zink----Plafotô...{B05}
steenkool --Tora-zecesXarebafiy...{C03}
lood----Crânt...{C04}
tin--St.HôrftMitâ...{C05}
steenkool----Papije...{C05}
steenkool--ÂkekordasPlafotô...{C05}
ijzer----Plâk...{C06}
ijzer----Plercô...{C06}
koper----Trejasu...{C07}
steenkoolÐivve--TulÿnnYšen{C07}
steenkoolÐivve--TulÿnnKôbotat (TUC){C07}
steenkoolÐivve--TulÿnnBidalos (TUC){C07}
steenkoolÐivveenclave bij gem. Trejasu TulÿnnMoens (TUC){C07}
steenkoolÐivve--TulÿnnEpðaos{C08}
steenkoolÐivve--VlelDenmos / Urrvu {C08}
lood/zink----Fameto-Toliy...{D06}
lood/zink----Fameto-Toliy...{D06}
steenkool----Menscherr...{D07}
zink----Hirdo...{E05}
steenkool----Meaue...{E06}
steenkool--ZA Ef Helmy-šarksMs.Sjeny...{E06}
ijzer----Ziffon...{E06}
koper----Ziffon...{E06}
ijzer----Ula...{F04}
steenkool----Šemp...{F08}
tin----Aelas...{G12}
steenkoolHekory--MûninûHuron Herco II{H05}
steenkoolHekory--MûninûMôlastiy Lerdu{H05}
steenkoolHekory--Polefi-JariâloMazu Côhale{H05}
steenkool----Zutterseert...{H09}
ijzer--Kriyst-efantySt.Hafegge...{H10}
zink--QuessDreumân...{I04}
nikkel----St.Groje...{I08}
koper--St.LeerbâMs.Puriy...{I10}
ijzer----Tjokkyt...{I10}
koper--aan CheetucjâTjokkyt...{I10}
steenkool----Kûrânien...{I11}
steenkool----Kûrânien...{I11}
steenkoolYcrol--ClatôGyles{J02}
steenkoolYcrol--ClatôCrybô{J02}
steenkoolYcrol--ClatôUteer{J02}
steenkoolYcrol--VlamentMoffain{J02}
kalizout----Nayes...{J08}
pyriet--Hÿr-MâldreevveTotiarofe-Lerescô ...{J08}
steenkool----Cremanu...{J09}
steenkoolYcrol--FloranVikter{K03}
steenkoolYcrol--RiysboMaliy{K03}
steenkoolYcrol--TufiepoRiko{K03}
steenkoolYcrol--TufiepoFernent{K03}
steenkoolYcrol--MollefinYkrô{K04}
steenkoolYcrol--ZertoniytaKohylle{K04}
steenkool----Zimp...{L01}
steenkool----Lassos...{L05}
steenkool--BlefgrûsJareucâRifo Diô-Keltiy{L07}
ijzer--BlefgrûsJareucâ...{L07}
kwik??----Quafaiy...{L08}
steenkoolProcÿvat --KjutiyHastella{M04}
steenkoolProcÿvat--ZarPofeeni{M05}
steenkoolProcÿvatAheggZarDenysa{N04}
steenkoolProcÿvat--Zar-HustaThalja{N05}
steenkoolProcÿvatZar-Husta-PortZar-HustaGemell{N05}


3. Landbouw

Slechts ?? procent van het Spokanische grondgebied is geschikt voor landbouw, dat wil zeggen voor de productie van met name granen, suikerbieten, aardappelen en maïs. Deze landbouwgebieden vinden we voornamelijk in ...... De rest van het land bestaat meestal uit weinig vruchtbare heide- en berggebieden.
Om aan de vraag naar brood en pasta's te kunnen voldoen moet Spokanië graan importeren. Tot ongeveer 2006 voornamelijk uit de Verenigde Staten, maar de laatste jaren ook uit andere landen, zoals Frankrijk. Bôrâ is hierbij de belangrijkste graanimporthaven van het land.
De meeste landbouwbedrijven in Spokanië zijn kleinschalig en veelal wordt er voornamelijk voor de regio geproduceerd.
Ten behoeve van de suikerproductie worden er op verscheidene plaatsen suikerbieten verbouwd (zie aparte informatie over suikerbieten).


4. Veeteelt

We kunnen veeteelt grofweg onderscheiden in rundvee, schapen/geiten en varkens. Rundveebedrijven vinden we voornamelijk in ..... Boeren die rundvee houden hebben meestal een gemengd bedrijf (landbouw en/of schapen), en het aantal koeien dat op stal staat is naar West-Europese maatstaven gering (maximaal 100, gemiddeld zo'n 30). Spokanië kent relatief veel extensieve veehouderij, waarbij koeien in grote gebieden grazen.
Schapen zijn in Spokanië ver in de meerderheid; zij zijn overal in de heidegebieden en op de berghellingen te vinden. Varkenshouderijen zijn er bijna niet. Veel varkensvlees wordt uit Denemarken (bacon!) geïmporteerd. En verder zijn er veel geiten, maar deze worden vrijwel altijd in combinatie met ander vee gehouden. Specifieke "geitenboerderijen" bestaan niet.
...


5. Bosbouw

De berggebieden zijn vaak bosrijk, maar echte productiebossen komen bijna niet voor. De houtproductie is voornamelijk voor lokaal gebruik. In .... vinden we productiebossen voor naaldhout, bestemd voor meubels en woningbouw in het gehele land. Ook wordt er enig hout uit Scandinavië geïmporteerd. De haven van Tanbÿr is een typische houtimporthaven.
In ... vinden we productiebossen van beuken- en eikenhout. Hier is ook een belangrijke meubelindustrie te vinden.


6. Tuinbouw

De Wequh-vlakte rondom Ameronne is het belangrijkste tuinbouwgebied, met uitgestrekte boomgaarden en grootschalige groenteteelt. Deze streek voorziet heel Spokanië van groente en fruit. Ook de streek rond Ÿrtazo is belangrijk voor de productie van groente en fruit, al worden de meeste producten hier op regionale markten verhandeld. Elders in Spokanië is de productie van groente en fruit een lokale aangelegenheid.
Glastuinbouw bestaat in Spokanië niet als een aparte bedrijfstak. Groente- en fruittelers die ook onder glas hun producten verbouwen, doen dat meestal naast de teelt "op de koude grond" (of: "onder het gesternte" zoals Spokaniërs alle tuinbouw buiten kassen noemen).
Op een aantal locaties zijn sinds ca. 1980 grotere kassencomplexen in gebruik genomen, altijd geëxploiteerd door coöperaties waar tuinders zich bij kunnen aansluiten. Het grootste kassencomplex bevindt zich in de gemeente Xenâhe, en is bekend onder de naam Zaloos-zeces (Kassendorp). Hier worden voornamelijk fruit en groenten geteeld. Qua omvang en economisch belang is Kassendorp maar een dwerg vergeleken bij de kassencomplexen zoals die in het Westland bestaan, en bovendien is de productie in de Spokanische kassen uitsluitend voor binnenlands gebruik bestemd.
Kassendorp is een toeristische trekpleister, er worden rondleidingen georganiseerd en men kan er groente en fruit proeven en kopen.
Planten en bloemen worden uitsluitend kleinschalig geteeld, en vrijwel altijd in de buitenlucht. In Spokanië is de bloemenmarkt zeer bescheiden, wat onder meer te maken heeft met de ergynische traditie om alleen planten en bloemen in een pot te kopen, en geen boeketten die na korte tijd uitgebloeid zijn.


7. Wijnbouw

Het zachte klimaat op de eilanden Tigof, Lomky en Garos maakt hier de druiventeelt, en dus ook de wijnbouw, mogelijk. Vanaf circa 1985 doen veel wijnboeren serieuze pogingen om wijnen te produceren die kwalitatief kunnen wedijveren met de wijnen uit andere delen van de wereld. De kwantiteit is echter nog steeds zeer bescheiden en van een belangrijke export kan dan ook geen sprake zijn. De goede en zelfs uitstekende wijnen die Spokanië tegenwoordig produceert zijn voornamelijk voor de eigen markt bestemd.
Zie ook het bestand Wijnbouw en wijnen.


8. Visserij

Als eilandengroep in de Atlantische Oceaan is Spokanië uiteraard een land van zeevis-eters. Maar in tegenstelling tot andere aan zee liggende naties is vis niet een belangrijk exportartikel. Wat er gevangen wordt is voornamelijk voor eigen consumptie bedoeld. De vissersvloot van Spokanië is dan ook relatief bescheiden. Het aantal schepen is vergeleken met andere landen niet erg groot, en het gaat bovendien om kleine, primitieve scheepjes die zich niet al te ver uit de kust wagen. Langs veel kusten gaan vissers nog steeds met minuscule bootjes het water op, soms niet meer dan 10 meter lang, aangedreven door een pruttelende buitenboordmotor. Geld voor grotere schepen hebben de vissers niet, en de overheid en banken zijn evenmin erg royaal met subsidies of leningen.
Officieel telt Spokanië 43 vissershavens, waar de grotere schepen hun vaste ligplaats hebben en ook meestal een visafslag en/of vismarkt aanwezig is. Hier kunnen ook buitenlandse vissersboten aanleggen (meestal uit Ierland of Bretagne). Maar de kleinste bootjes liggen niet in zulke havens, zij worden vanaf het strand de zee op getrokken of liggen aan pieren langs de rotsen bij de vissersdorpjes.
In de meeste visserplaatsen is wel een kleinschalige visverwerkende industrie te vinden (conserven, gerookte of ingemaakte vis).

Dankzij de vele heldere rivieren en beken is er in Spokanië een overvloed aan zoetwatervis: zalm, forel, baars en kaklôbes zijn het meest bekend. De in het wild gevangen vis is vrijwel uitsluitend te koop bij de vissers zelf, of op de markten in de dorpen en stadjes die aan visrijke wateren liggen. In andere gebieden, en vooral ook in de grotere steden, wordt voornamelijk vis uit kwekerijen aangeboden. De aanvoer is dan beter gegarandeerd en ook royaler. Dankzij de ontwikkeling van het restaurantwezen komen er steeds meer viskwekerijen, want de restaurants in de steden willen niet afhankelijk zijn van "een enkele toevallig gevangen vis".
Kwekerijen zijn bovendien in staat om vissoorten te leveren die niet of nauwelijks in het wild te vangen zijn; vooral meerval en paling zijn populaire kwekerijvissen. De eerste kwekerij die meerval op de Spokanische markt bracht (en tevens een toeristische trekpleister is), is de Kôlâk-kwekerij bij Aschen.

Info:
Gÿtliy-paqurâs
Adreev-weg, Aschen
deelkaarten {H 06} en {ama-d1}
Kwekerij van meerval en forel, gelegen aan de heldere beek de Kôlâk, waaruit het water wordt gebruikt voor de visbassins. De kwekerij is te bezoeken. De Kôlâk ontspringt in het "Bronbos van Heles" (Riffô-wuma rifo Heles), even ten noordoosten van Amahagge, en komt in het noorden van Amahagge uit in een meertje, waarna het water zijn weg vervolgt via de Aschen-grâg naar het Amahagge-kanaal.


9. Dienstverlening

Vanaf ongeveer 1980 wordt Spokanië als "toeristische trekpleister" gepresenteerd. Het toerisme is vanaf die tijd inderdaad aanzienlijk toegenomen, maar de isolationistische politiek en de hiermee gepaard gaande xenofobie hebben vooral na ca. 1995 hun stempel op de gastvrijheid gedrukt. De angst dat Spokanië bezocht zal worden door terroristen is kennelijk groter dan de behoefte om gastvrijheid voor buitenlandse bezoekers te tonen. Vanaf ca. 2006 is de wereldwijde crisis duidelijk voelbaar: er komen aanzienlijk minder toeristen naar Spokanië en banken en overheid zijn minder genegen om de toeristische sector (financieel) te faciliteren.
Toch hebben het groeiend aantal buitenlandse bezoekers en de toenemende reislust van de Spokaniërs zelf gezorgd voor een professionaliteit in de dienstverlening.
Niet alleen de horeca, maar ook het openbaar vervoer, de banken, de gezondheidszorg, de overheidsinstellingen en alle andere organisaties die direct met de wensen, behoeften en noden van de burger geconfronteerd worden, hebben de afgelopen drie decennia het principe van "dienstverlening" als een professionele bedrijfstak weten te profileren.


10. Handel en Nijverheid

Kleinschaligheid is in Spokanië nog steeds de basis voor de economie. Kleine zelfstandigen, ambachtslui, freelancers en eenmans- of familiebedrijfjes vormen de ruggengraat van de Spokanische economie. Hiervoor worden meestal vier redenen genoemd. Ten eerste prefereren de individualistisch ingestelde Spokaniërs een vrij beroep boven een baan in loondienst (men houdt niet van "een baas boven zich"); ten tweede zijn cao's, pensioenvoorzieningen en uitkeringen tamelijk gebrekkig geregeld zodat een vaste baan geen noemenswaardige financiële en sociale voordelen biedt boven een vrij beroep; ten derde is de arbeidsmarkt krap doordat bedrijven weinig haast maken met uitbreiding en innovatie. En ten vierde is er een nogal strikte wetgeving op het gebied van zogenoemde branche-bescherming, wat inhoudt dat het voor industrieën, winkels en bedrijven lastig gemaakt wordt om producten te vervaardigen respectievelijk te verkopen, of diensten te verlenen die niet binnen een bepaalde branche passen. Zo kan een fabriek die tafels en stoelen maakt niet zonder meer ook bedden of kasten gaan produceren. Een winkel die gordijnstoffen verkoopt mag niet zonder meer ook kleden en tapijten verkopen. Een kruidenier is ook letterlijk een "kruidenverkoper", en kan dus geen andere voedingsmiddelen aanbieden. Een loodgietersbedrijf kan niet tegelijkertijd een elektrisch installatiebedrijf zijn.
Supermarkten, warenhuizen en andere winkels met een groot assortiment komen er wel steeds meer, maar vormen nog lang niet zo'n grote bedreiging voor de kleine gespecialiseerde winkeltjes, zoals dat elders in Europa het geval is.


11. Kunst, Sport en Wetenschap

De eeuwenlange isolationistische politiek heeft een stagnerende werking op de ontwikkeling van kunst, sport en wetenschap. Prikkels uit het buitenland ontbreken om te werken aan kwaliteit, originalieit, innovatie, prestatie of kennis. De kunstensector kenmerkt zich door het koesteren van tradities; vernieuwende, creatieve initiatieven gebeuren slechts op kleine schaal. Individuele kunstenaars die in het buitenland hebben rondgekeken trekken soms wel de aandacht met hun werk, maar grootscheepse theater-, muziek- en filmproducties komen nauwelijks van de grond. Gebrek aan geld, creativiteit en vakmanschap zijn hier debet aan.
Op het gebied van sport heeft Spokanië niets te betekenen, zeker niet internationaal gezien. Dat Spokanië nauwelijks iets presteert op sportgebied heeft vooral een religieuze reden: de Ergynne staat sport slechts toe voor zover het een recreatieve functie heeft. Competitie, de drang om te presteren, om "de beste" te zijn, en ook het beoefenen van sport om geldelijk gewin - het is allemaal taboe. Deze ergynische opvatting over wat sport zou moeten zijn, werkt door in de cultuur en wet- en regelgeving. Ook niet-Ergynne-gelovigen tonen weinig enthousiasme voor sportbeoefening die méér is dan een zuiver recreatieve bezigheid. Spokanië speelt daarom geen enkele rol binnen de internationale sportwereld; Spokaniërs die meer willen bereiken op sportgebied verlaten het land en zorgen dat zij elders in de wereld aan hun trekken komen.
Hoewel de universiteiten kwalitatief goed onderwijs leveren en internationaal georiënteerd zijn, is er weinig geld beschikbaar voor geavanceerde research en innovatie. Overheidspropaganda suggereert dat Spokanië mee kan komen met de internationale wetenschappelijke wereld, maar in feite beperkt dit "meekomen" zich tot reproduceren van wat er elders wordt bedacht. Echte wetenschappelijke doorbraken trekken zelden internationaal de aandacht. Evenals de sport moet ook de wetenschap accepteren dat veelbelovende Spokaniërs hun heil in het buitenland zoeken als zij iets willen bereiken.



TOP © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 07 aug 2000