Spokanisch Archief

LEERPLICHT EN SCHOOLTYPEN
Bestandsgroep Onderwijs
Hoger onderwijs: wat kun je waar studeren?
Hoger onderwijs: overzicht instellingen
Algemeen: overzicht instellingen
Leerplicht en schooltypen
 
 
De Onderwijswet van 1925 heeft bijna 30 jaar lang in ongewijzigde vorm het onderwijs in Spokanië geregeld. De kinderen uit deze klas (omstreeks 1955) kregen dan ook op praktisch dezelfde manier les, in ongeveer dezelfde omgeving, als hun ouders. Vanaf 1960 gingen de moderniseringen, bezuinigingen en andere aanpassingen elkaar in steeds rapper tempo opvolgen.   
 

Leerplicht
De Spokanische Onderwijswet van 1925 stelt dat elk kind in Spokanië leerplichtig is vanaf zijn 6e tot en met zijn 15e jaar. Kinderen dienen hun eerste schooljaar te beginnen in het jaar waarin zij de leeftijd van 6 jaar hebben bereikt of zullen bereiken. De rechter kan bij wijze van straf de leerplicht verlengen tot en met het jaar waarin een leerling 18 jaar wordt, als hij/zij wegens wangedrag slecht presteert op school, of wegens criminaliteit veroordeeld wordt.
Deze wet is diverse keren op details aangepast, maar de versie van 1982 heeft grote veranderingen op onderwijsgebied tot gevolg gehad, en sindsdien verschijnen er bijna maandelijks nieuwe nota's, beleidsaanpassingen en herzieningen.

Het onderwijs wordt in drie niveaus opgedeeld: Lager, Middelbaar en Hoger onderwijs. Het Lager onderwijs kent nog de subniveaus Basis, Voortgezet, Voorbereidend en Afsluitend. Per (sub)niveau bestaan er specifieke scholen, en wel:

  1. Ninker kolestiy (Lager onderwijs)
    1. Ninker-koles (Lagere school, vgl. Basisschool) = stafiy (basis)
    2. Quûlpe-koles (Heroveringsschool) = emmettâlor (voortgezet)
    3. Ÿrijy-koles (Overgangsschool) = zvÿcstelira (voorbereidend)
    4. Ðâklen-koles (Praktijkschool) = croiftelira (afsluitend)

  2. Lurgiy kolestiy (Middelbaar onderwijs)
    1. Seminarym (Middelbare school, vgl. Atheneum)
    2. Lurgiy Akademiy (Middelbare Academie)
    3. Tegnise Akademiy (Technische Academie)
    4. Gymnasym (Middelbare Sportschool)
    5. Lurgiy Instituša (Middelbaar Instituut)

  3. Hardlap kolestiy (Hoger onderwijs)
    1. Loine-koles (Richtschool)
    2. Hardlap Akademiy (Hogere Academie)
    3. Hardlap Instituša (Hoger Instituut)
    4. Universitiy (Universiteit)

De hierboven genoemde onderwijsvormen zijn gestandaardiseerd en gelden in principe voor alle ingezetenen van Spokanië. Dit wordt daarom ook wel het Confectie-onderwijs (Fest-tûrgiy kolestiy) genoemd.
Hiertegenover staan nog vier andere onderwijsvarianten:


Hieronder worden de schooltypen nader verklaard. Concrete scholen of instituten die dit onderwijs geven zijn genoemd voor zover ze elders in SPARC voorkomen. Ze worden gemarkeerd met een $ en kunnen aangeklikt worden voor nadere informatie (in het bestand Overzicht onderwijsinstellingen). Voor het Hoger onderwijs, zie Hoger onderwijs: overzicht instellingen.


A. Ninker kolestiy (Lager onderwijs)

A 1. Ninker-koles (NiKo) - Lagere school

De Lagere school geldt als Lager basisonderwijs (Ninker stafiy kolestiy), en duurt in alle gevallen 5 jaar. Er zijn rijksscholen met een klassesysteem waarbij de rapportcijfers aan het einde van het schooljaar bepalend zijn of een leerling bevorderd wordt naar de volgende klas, dan wel "blijft zitten". Voorts zijn er particuliere scholen waar het onderwijs een religieus, filosofisch of experimenteel karakter heeft. Op het platteland wordt de Lagere school wel Zeces-koles (Dorpsschool) genoemd. Zulke scholen zijn klein, waarbij de verschillende klassen vaak in een of twee lokalen bij elkaar zitten. Er is meestal ook geen extra personeel: het schoolhoofd woont bij de school en bestiert (meestal samen met zijn/haar partner) het geheel.
Kinderen die opgroeien binnen een (redelijk gesloten) gemeenschap van een commune (kents), collectieve boerderij (klemk), klooster of instituut/internaat, kunnen ook binnen die gemeenschap Lager onderwijs krijgen, mits dit door gediplomeerde docenten gebeurt (vaak zelf wonend binnen de gemeenschap).
Er zijn ca. 4550 lagere scholen in Spokanië (stand 2018; vergelijk: 6200 basisscholen in Nederland)

De Onderwijswet garandeert een grote mate van vrijheid in de wijze waarop het onderwijs op particuliere scholen gegeven wordt. Over het algemeen kennen particuliere scholen geen klassesysteem. De wet stelt slechts als eis dat een leerling van een particuliere school aan het einde van de vijf schooljaren op zijn minst dezelfde kennis verworven heeft als een leerling van een rijksschool. Het nadeel van het klasseloze systeem is dat een leerling de eerste jaren in een snel tempo de vakken van zijn interesse aflegt waarna hij in het vierde en/of vijfde jaar blijft steken in de vakken die hem minder goed liggen. De particuliere Lagere scholen hebben meestal niet de mogelijkheid om de leerlingen die in de laatste paar jaren moeilijkheden krijgen alsnog bij te werken. Als een leerling na vijf (eventueel zes) jaar Lagere school nog te veel achter is om het normale vervolgonderwijs met vrucht te kunnen doorlopen, kan hij eerst nog enkele jaren geplaatst worden op een Quûlpe-koles (Heroveringsschool). Leerlingen die de Lagere school met goed gevolg hebben doorlopen, kunnen verder gaan met de Ÿrijy-koles (Overgangsschool) of de Ðâklen-koles (Praktijkschool).

A 2. Quûlpe-koles (QuKo) - Heroveringsschool

De Heroveringsschool geldt als Voortgezet lager onderwijs (Emmettâlor ninker kolestiy) en duurt 2 tot 4 jaar. Hier worden de leerlingen die de Lagere school niet met goed gevolg hebben doorlopen, nog eens bijgespijkerd. De Heroveringsschool geeft zo goed als individueel onderwijs en hoewel het de bedoeling is dat een leerling na de bijwerking op deze school hetzelfde niveau bereikt heeft als de leerlingen die met goed gevolg de Lagere school hebben doorlopen, blijkt in de praktijk de Heroveringsschool voor velen een soort wachtlokaal te zijn dat men mag verlaten als men niet meer leerplichtig is.

Slechts een klein percentage van de leerlingen van een Heroveringsschool is in staat hun achterstand die zij op de Lagere school hadden opgelopen, volledig in te halen zodat zij vervolgonderwijs kunnen genieten. Dit zijn voornamelijk de leerlingen bij wie de achterstand aan langdurige ziekte ed. is toe te schrijven. Als de achterstand een gevolg is van "domheid" of pure onwil, weet de Heroveringsschool er geen raad mee. Wellicht is er dan nog een uitweg naar Aangepast onderwijs of Maat-onderwijs.

Als de Heroveringsschool met goed gevolg doorlopen is, staan de deuren open van de Ÿrijy-koles (Overgangsschool) of de Ðâklen-koles (Praktijkschool).

$ Wuma-koles (Amahagge)

A 3. Ÿrijy-koles (ŸrKo) - Overgangsschool

De Overgangsschool duurt 3 jaar en bereidt voor op het Middelbaar onderwijs, dat afsluitende MBO-opleidingen biedt, maar ook noodzakelijk is om een universitaire studie of een HBO-studie te gaan volgen. Op de Overgangsschool blijkt of de leerling geschikt is voor Middelbaar onderwijs. Vallen de resultaten tegen dan kan de leerling alsnog overstappen op de Ðâklen-koles (Praktijkschool). Heeft een leerling met goed gevolg de Overgangsschool doorlopen dan kan hij naar het Lurgiy kolestiy (Middelbaar onderwijs).

$ Nestafie-Ûffen-koles (Amahagge)
$ Rygtâ Mazu-koles (Amahagge)
$ Trisâgo-koles (Amahagge)

A 4. Ðâklen-koles (ÐâKo) - Praktijkschool

De Praktijkschool duurt 3 tot 6 jaar en is bestemd voor hen die na de Lagere school of Heroveringsschool een beroep willen gaan leren. Ook de leerlingen die op de Overgangsschool mislukken kunnen alsnog naar de Praktijkschool. Er zijn Rijkspraktijkscholen (Lager beroepsonderwijs) waar voornamelijk technische vakken als timmerman, metaalbewerker, loodgieter, elektriciën, bouwvakker ed. onderwezen worden, en er zijn particuliere Praktijkscholen die zich meestal in een beperkt aantal vakken specialiseren, zoals bakker, slager, kinderverzorgster, doktersassistente, beroepen in de horecasector ed. Het onderwijs richt zich voornamelijk op het aanleren van de vaardigheden die voor de uitoefening van een bepaald beroep noodzakelijk zijn, maar besteedt geen aandacht aan de kennis die bijvoorbeeld nodig is om als zelfstandige of als werkgever het beroep uit te oefenen. Leerlingen die de Praktijkschool hebben voltooid, vinden dan ook voornamelijk een baan als werknemer.
Voor de Praktijkschool bestaat de zogenoemde "opleidingsbeperking", d.w.z. dat de minister van Onderwijs de toegang tot bepaalde beroepsopleidingen kan sluiten als er in de sector een aanzienlijke werkloosheid bestaat of dreigt te ontstaan, of als de toeloop tot deze opleiding onverwacht groot wordt. Daarentegen worden minder populaire beroepsopleidingen gestimuleerd met extra hoge beurzen als er een tekort aan geschoolde krachten binnen deze sector dreigt te ontstaan.
Het overheidsbeleid om het Lager beroepsonderwijs efficiënt te maken en aan te laten sluiten op de praktijk, en ook het regelen van en bemiddelen bij stages, wordt gecoördineerd door het Cômatiy Belde Sentrym (CBS; Gemeenschappelijk Leer Centrum) in Blort.

De Ðâklen-koles als schooltype is in 1991 ingevoerd. Vóór die tijd waren lagere beroepsopleidingen particuliere of gemeentelijke initiatieven, die buiten de landelijke wet- en regelgeving vielen. Voor jongens bestond de Slojet-sukoles (vergelijk Ambachtsschool) en voor meisjes bestond de Paine-koles (vergelijk Huishoudschool). Hoewel vanaf 1975 ook jongens op de Paine-koles en meisjes op de Slojet-sukoles werden toegelaten, gebeurde dat in de praktijk nauwelijks.

$ Keerâ-koles (Amahagge)


   De eerste Praktijkscholen ontstonden vanaf ongeveer 1870, tezamen met de eerste fabrieken. Dikwijls hield zo'n "school" slechts in dat aankomende of jonge fabrieksarbeiders in de fabriek zelf eenvoudig onderwijs kregen. Deze foto is in een fabriek of werkplaats in Trendon gemaakt (waarschijnlijk een onderhoudswerkplaats van de spoorwegen). Tegen de achtermuur is een boekenkastje te herkennen, en ter weerszijden daarvan schoolborden.
De fotograaf heeft de hele klas kennelijk achter een paar tafeltjes gepropt, met hun gezicht de verkeerde kant op. In een normale lessituatie zullen er hoogstens twee leerlingen aan een tafeltje hebben gezeten, met hun gezicht naar de schoolborden toe. Rechts zijn ook nog enkele meisjes te ontwaren.


B. Lurgiy kolestiy (Middelbaar onderwijs)

De meeste instellingen voor Middelbaar onderwijs bieden één soort onderwijs: Seminarym, Akademiy, Gymnasym of Instituša (zie uitleg hieronder). Er zijn ook een paar scholengemeenschappen waar meerdere soorten Middelbaar onderwijs gegeven worden en de leerlingen ook gemakkelijker kunnen overstappen van de ene soort naar de andere, of waar combinaties van de verschillende soorten mogelijk zijn.

$ Ef Tryjumf (Amahagge)

B 1. Seminarym (Semi) - Middelbare school

Het Seminarym is het beste te vergelijken met het Atheneum in Nederland. Er zijn ca. 410 middelbare scholen in Spokanië (stand 2018; vergelijk: 650 middelbare scholen in Nederland). Tot 1991 heette dit schooltype Lurgiy-koles (Middelbare school), maar omdat in de praktijk élke opleiding voor het Middelbare onderwijs zo werd genoemd, is de term "Seminarym" ingevoerd (niet te verwarren met een "seminarie", waar katholieke geestelijken worden opgeleid). Het Seminarym duurt 4 of 5 jaar en na het eerste schooljaar is er een splitsing in 3 richtingen:

Seminarym-A (Semi-A) (tot 1991 Lurgiy-koles A (LuKoA) geheten)
Een keuzepakket, in ieder geval bestaande uit de vakken Spokanische taal- en letterkunde; Frans/Duits/Spaans (naar keuze); Engels; geschiedenis; aardrijkskunde; staatsinrichting; tekenen; muziek; kunstgeschiedenis; enige wiskunde. Van deze vakken moet er in minstens 5 stuks eindexamen worden afgelegd.

Seminarym-B (Semi-B) (tot 1991 Lurgiy-koles B (LuKoBe) geheten)
Een keuzepakket, in ieder geval bestaande uit de vakken wiskunde; scheikunde; natuurkunde; sterrenkunde; Engels; economie; biologie; expressie. In 4 van deze vakken moet eindexamen worden afgelegd.

Seminarym-C (Semi-C) (tot 1991 Lurgiy-koles C (LuKoCe) geheten)
Een keuzepakket, in ieder geval bestaande uit de vakken Spokanische taal- en letterkunde; economie; staatsinrichting; geschiedenis; cultuurgeschiedenis; vrije expressie; wetskunde; Latijn; Engels. In 4 van deze vakken moet eindexamen worden afgelegd.

De meeste Middelbare scholen bieden meer vakken dan het verplichte minimale keuzepakket. Sinds 1977 is in alle drie de richtingen Engels een verplicht vak. Voorts is de keuze niet geheel vrij maar wordt voornamelijk bepaald door de studierichting die men na de Middelbare school op de Universiteit of het HBO wil gaan studeren. In de eerste twee jaar van de Middelbare school wordt dan ook veel tijd besteed aan zogenoemde "oriëntering", d.w.z. de leerlingen krijgen veel informatie over de mogelijkheden op de Universiteit en het functioneren van de arbeidsmarkt. Zij worden getest op aanleg en interesse, en worden in staat gesteld om binnen de Universiteit rond te kijken. Ondanks al deze voorbereidende maatregelen blijkt het voor veel leerlingen nog te vroeg om al in de eerste twee jaren van de Middelbare school een keuze te kunnen maken. Een groot percentage doet eindexamen in een pakket dat niet afgestemd blijkt te zijn op de universitaire studierichting welke men uiteindelijk kiest, met als gevolg dat het lesprogramma op de Universiteit voor veel studenten nog verzwaard moet worden met allerlei bijvakken die eigenlijk al op de Middelbare school gevolgd hadden kunnen worden.

De Seminaryms zijn alle rijksscholen; een aantal particuliere onderwijsinstellingen leidt eveneens op voor een universitaire studie of een HBO-studie, en wel de Lurgiy Akademiy (Middelbare Academie), de Tegnise Akademiy (Technische Academie) en het Gymnasym (Middelbare sportschool).

De richtingen A, B en C duren alle 3 of 4 jaar en geven toegang tot al het Hoger onderwijs, inclusief de Universiteit. Om tegemoet te komen aan leerlingen die wel Hoger onderwijs willen volgen, maar geen Universiteit, bestaat er sinds 1995 een aangepaste opleiding, die Seminarym-D genoemd wordt. Dit is niet een "echte" richting zoals A, B en C, maar een soort uitgebreide basisopleiding van het Seminarym, die slechts één jaar duurt. Hiermee kan men de minder "zware" Hogere opleidingen volgen (d.w.z. Hardlap Akademiy (Hogere Academie) of Hardlap Instituša (Hoger Instituut), maar niet de Universiteit). Deze minder "zware" hogere opleidingen zijn veelal hogere beroepsopleidingen. Het hangt van het soort academie of het soort instituut af, of Seminarym-D voldoende is. Soms worden op zulke academies of instituten nog aanvullende cursussen gegeven als men van mening is dat de vooropleiding te kort schiet.

$ Pârf Quggernees-koles (Amahagge)

B 2. Lurgiy Akademiy (LuAk) - Middelbare Academie

De Lurgiy Akademiy is een particuliere opleiding, duurt 4 of 5 jaar en is te vergelijken met het Nederlandse Gymnasium, echter met dit verschil dat op de Middelbare Academie veel aandacht besteed wordt aan de Spokanische cultuur, literatuur en taal. Verplichte vakken zijn onder meer: Latijn, Grieks, Oudspokaans, Pegrevisch, klassieke en Spokanische mythologie en kunstgeschiedenis. Afgestudeerden van een Middelbare Academie hebben tot slechts een beperkt aantal universitaire studierichtingen toegang. Om te vervolgen met een HBO-studie, zal eerst nog aanvullend onderwijs op een Richtschool nodig zijn.

$ Xeber-akademiy (Amahagge)

B 3. Tegnise Akademiy (TegAk) - Technische Academie

Ook de Technische Academie is een particuliere opleiding; deze duurt 4 jaar en bereidt voor op een studie aan een Technische Universiteit of een technische opleiding aan een Hoger Instituut. Ook zijn enkele technische studierichtingen aan de algemene Universiteit toegankelijk voor leerlingen van een Technische Academie.

B 4. Gymnasym (Gymna) - Middelbare Sportschool

De term Middelbare Sportschool dekt niet helemaal het begrip Gymnasym. Een Gymnasym is een volwaardige middelbare opleiding van 3 à 4 jaar, met diverse basale vakken die ook op het Seminarym worden onderwezen, zoal Spokaanse taal en letterkunde, Engels, wiskunde, scheikunde, natuurkunde en biologie. Maar het accent ligt op de meer "lichamelijke" kant van de ontwikkeling, zoals lichamelijke opvoeding, sport en meditatie. Afgestudeerden van een Gymnasym hebben slechts toegang tot een beperkt aantal studierichtingen op een Hoger Instituut. Om door te stromen naar een Universiteit of andere Hogere opleiding zal (bijvoorbeeld via een Richtschool) een aanvullende opleiding nodig zijn.

B 5. Lurgiy Instituša (LuIn) - Middelbaar Instituut

Een Middelbaar Instituut leidt op tot allerlei soorten beroepen, en valt dus onder de categorie Middelbaar beroepsonderwijs. In principe gaat het hier om afgeronde opleidingen waarmee de afgestudeerde in aanmerking kan komen voor een baan. Soms is het mogelijk om een voltooide opleiding aan een Middelbaar Instituut te gebruiken als springplank naar het Hoger onderwijs. Het ligt dan het meest voor de hand om de voltooide opleiding te verdiepen bij een Hoger Instituut binnen dezelfde beroepssfeer. Maar sommige voltooide opleidingen in het Middelbaar beroepsonderwijs geven ook toegang tot andere vormen van Hoger onderwijs.

Tot 1993 bestond de zogenoemde "dichte-poortclausule", een officiële regeling die stelde dat elke Middelbare beroepsopleiding (verzorgd door een Middelbaar Instituut) elk vervolg in het Hogere onderwijs uitsloot. Ofwel: had je je Middelbare instituut voltooid (en werd je dus geacht in aanmerking te komen voor een baan waarvoor je gestudeerd had), dan ging de poort dicht: geen verder onderwijs meer.
Vanaf 1993 wordt de "open-poortstrategie" gehanteerd: dit is geen officiële regeling maar een richtlijn die het mogelijk maakt om in principe elk diploma te erkennen als basis voor een verdere studie. Hoger-onderwijsinstellingen, en met name Hogere Instituten, zullen daarom ook studenten accepteren die een Middelbaar Instituut hebben doorlopen - mits men aan bepaalde minimumeisen voldoet. Eventueel kunnen hiaten in een opleiding via speciale cursussen worden bijgespijkerd.

De Spokanische Onderwijswet erkent de volgende Middelbare Instituten:

B 5 a. Pedagogise Instituša (PedIn) - Pedagogisch Instituut

Opleiding voor onderwijzer (Lager onderwijs) of leraar (Middelbaar onderwijs); duurt 4 jaar. Voor sommige vakken in het Middelbaar onderwijs wordt een opleiding op het Pedagogisch Instituut niet voldoende geacht; dan is een Hogere opleiding noodzakelijk. Tot 1992 was het Pedagogisch Instituut uitsluitend bedoeld voor opleidingen voor het Lager onderwijs. Het gebrek aan leraren in het Middelbaar onderwijs heeft ertoe geleid dat deze opleiding ook hiervoor is opengesteld.

$ Coesâiy-koles (Amahagge)

B 5 b. Sošologise Instituša (SošIn) - Sociale Academie

Opleiding voor beroepen in het sociale vlak (hulpverleners, buurthuisbeheerders, medewerkers bij sociale diensten, voorzitters van schoolbesturen, ed.), maar niet met een lesbevoegdheid (daarvoor is het Pedagogise Instituša de aangewezen weg). Opleiding duurt 3 tot 5 jaar.

B 5 c. Kindis-universitiy (KinU) - Koningsuniversiteit: Militaire Academie

Opleiding voor beroepsmilitair, duurt 3 tot 5 jaar. Het prestigieuze instituut is gevestigd in kasteel Airdon te Tosiy.
Ondanks de naam valt de Kindis-universitiy niet onder de "universiteiten", maar onder de Middelbare Instituten. In principe duurt de opleiding 3 jaar, maar kiest iemand voor 5 jaar, dan staat dat gelijk aan een afgeronde universitaire opleiding. Uiteraard komt men met een vijfjarige opleiding voor hogere militaire rangen in aanmerking dan met een driejarige. Voor het hoogst bereikbare (generaal) is zelfs nog een aanvullende "praktijkjaar" nodig (wat dit precies inhoudt blijft een "militaire aangelegenheid" waar burgers slechts naar kunnen gissen.)

B 5 d. Akademiy furt Polišo-trainôsta (APT) - Academie voor Politieopleidingen

Opleiding voor politieagent, duurt 3 tot 5 jaar. De APT is gevestigd in Bôrâ. Vergelijk de Politieacademie. Het valt onder Middelbaar Beroepsonderwijs. Voor leidinggevende functies binnen de politie is aanvullend hoger onderwijs vereist, bijvoorbeeld de Hogeschool voor Handel en Beroep of de Universiteit. (DOM 147)

B 5 e. Instituša furt Agrarišâ (InAg) - Instituut voor Landbouw

Opleiding voor boeren en tuinders. Onder "landbouw" moeten we ook veeteelt en tuinbouw rekenen. De opleiding duurt 3 of 4 jaar en is bedoeld voor mensen die een agrarisch bedrijf willen beginnen (of overnemen). De meeste studenten zijn opgegroeid op een agrarisch bedrijf, dus hebben ze al behoorlijk wat ervaring. De bekendste middelbare landbouwschool is in Ameronne.


C. Hardlap kolestiy (Hoger onderwijs)

C 1. Loine-koles (LoKo) - Richtschool

De opleiding duurt meestal 1 tot 3 jaar, maar dit kan ook langer zijn. De Richtschool geeft volledig individueel onderwijs dat geheel is afgestemd op de eisen die per persoon gesteld worden om een universitaire studierichting of HBO-opleiding te mogen volgen. De eisen zijn afhankelijk van vooropleiding, ervaring en gewenste studie. Veel leerlingen van de Richtschool hebben een vaste betrekking en daarom is het onderwijs van deRichtschool dikwijls een avondopleiding of een schriftelijke cursus. De Richtscholen zijn meestal particulier, alleen in enkele grotere steden bestaan ook gemeentelijke Richtscholen.
Voor de Onderwijswet zijn Richtscholen net zoiets als de Heroveringsscholen: een vorm van aanvullend onderwijs bestemd voor studenten die nog onvoldoende vooropleiding hebben om door te gaan. De Richtschool zou formeel gezien gerangschikt moeten worden onder het Middelbaar onderwijs (de opleiding biedt immers een aanvulling op onvoldoende Middelbaar onderwijs), maar de educatieve en bestuurlijke band van de meeste Richtscholen met Universiteiten of Hogere Academies is meestal zo hecht dat het gerechtvaardigt lijkt om ze reeds als voorstadium van het Hoger onderwijs te beschouwen. Bovendien verleent dat meer prestige zodat de animo om naar een Richtschool te gaan veel groter is: men volgt immers Hoger onderwijs!

C 2. Hardlap Akademiy (HaAk) - Hogere Academie

Een Hogere Academie verzorgt Hoger onderwijs op artistiek en kunstzinnig gebied. Zulke opleidingen kunnen praktijkgericht zijn (men leert bijvoorbeeld dansen, schilderen, toneelspelen, musiceren, gebouwen/voorwerpen ontwerpen), maar ook theoretisch (kunstgeschiedenis en kunstrestauratie, geschiedenis en techniek van dansen en acteren, archeologie, muziekgeschiedenis en instrumentenbouw, en dergelijke). Praktijkopleidingen hebben vrijwel altijd een theoretische component, en omgekeerd (als je op het conservatorium viool studeert krijg je ook muziektheorie en wat muziekgeschiedenis; als je vioolbouw studeert moet je ook viool leren spelen, enzovoort).

De Spokanische Onderwijswet erkent de volgende Hogere Academies:

C 2 a. Cônservatorym (Cônse) - Conservatorium

Opleiding voor zang, musiceren, componeren en instrumentenbouw, 3 tot 5 jaar. Er zijn conservatoria in Amahagge, Hoggebim en Trendon, elk met hun eigen specialismen.

C 2 b. Kûra-akademiy (KûrAk) - Kunstacademie (beeldende en/of toegepaste kunst, vormgeving)

Diverse opleidingen, duurt 4 jaar. Er zijn kunstacademies in Amahagge, Gralkrich, Hirdo en Tsjech, elk met hun eigen specialismen en vormen van onderwijs.

C 2 c. Âlbe-akademiy (ÂlbAk) - Academie voor Bouwkunst

De opleiding duurt 4 jaar. Er zijn academies voor bouwkunst in Amahagge en Hoggebim. De opleiding op Academies voor Bouwkunst wordt gezien als een noodzakelijke aanvulling op de bouwkunde, de discipline die zich met de technische kant van het bouwen bezighoudt en op een Universiteit wordt onderwezen. Er zijn plannen om bouwkunde en bouwkunst meer met elkaar te integreren, wat tot gevolg zou kunnen hebben dat de Academies voor Bouwkunst een afdeling van de universitaire bouwkunde-opleidingen gaan worden. Hierover zal de minister van Onderwijs in 2007/2008 met nadere bijzonderheden komen.

C 2 d. Stâge-akademiy (StâAk) - Academie voor theaterkunst

Er zijn academies voor theaterkunst in Asjetto, Minde en Trendon, elk met hun eigen spcialismen. In Asjetto ligt het accent op artistiek en creatief, Minde is meer technisch en commercieel gericht (nadruk op tv en film). De academie in Trendon valt officieel onder de Theaterkunst, maar is gespecialiseerd in Dans en Ballet.

C 3. Hardlap Instituša (HaIn) - Hoger Instituut

Een Hoger Instituut verzorgt Hoger onderwijs in de commerciële, beroepsmatige of religieuze sector.
De Spokanische Onderwijswet erkent de volgende Hogere Instituten:

C 3 a. Slojet-koles (SloKo) - Hogeschool voor Handel en Beroep

De term "Handel en Beroep" moet ruim opgevat worden, want hieronder vallen honderden interessegebieden, studierichtingen en vakken. Het uitgebreide en weinig gestandaardiseerde aanbod is te vergelijken met dat van de Hogescholen in Nederland. Het betreft dikwijls een semi-universitaire opleiding die door veel studenten gezien wordt als de springplank naar commercieel succes en rijkdom. Er is vaak ook een graad te behalen, op Amerikaanse leest geschoeid, die ook binnen de Europese Unie enige erkenning geniet. Ook in Spokanië bestaat sinds ca. 2000 de tendens dat Hogescholen aansluiting zoeken bij Universiteiten om het "wetenschappelijke" imago wat op te vijzelen. Het is dikwijls ook mogelijk om na een afgeronde hogeschoolstudie nog een of twee jaar een universitaire opleiding te volgen, om op deze manier een wetenschappelijke titel (dr., mr. of ir.) te behalen.

Er wordt formeel een onderscheid gemaakt tussen gespecialiseerde Hogescholen en brede Hogescholen. Bij de gespecialiseerde Hogescholen kun je terecht voor een beperkt aantal aan elkaar verwante interessegebieden; het zijn veelal kleine instituten. De brede Hogescholen zijn grote onderwijsinstituten, meestal met nog een of twee vestigingen in andere steden, en bieden een uitgebreid palet aan interessegebieden, vaak met meer dan 100 studierichtingen. Er zijn gespecialiseerde Hogescholen in Asjetto, Bôrâ, Kurriy, Lift, Milbo en Zelzakiy. Asjetto, Kurriy en Zelzakiy richten zich op handel en bestuurlijke functies (management). Bôrâ heeft de Hogere Zeevaartschool, Lift biedt opleidingen op het gebied van gezondheid en gezond leven, en in Minde vinden we de Hogere hotel- en horecavakschool.
Er zijn brede Hogescholen in Girdesef (met een vestiging in Husta), Lammafin (met vestigingen in Blort en Tosiy), Jatty (BF) (met vestigingen in Tunbas en Mollefin), Sinto-Alycro (met een vestiging in Lasy), Tanbÿr (met een vestiging in Gÿrô) en Trofy.
De wet noemt deze instituten "Slojet-koles" (Vakhogeschool), maar de instituten zelf vermijden de term koles ("school") liever, en noemen zich bij voorkeur instituša, akademiy of university (op zijn Engels, want de Spokaanse term Universitiy is wettelijk beschermd en voorbehouden aan de "echte" universiteiten).

C 3 b. Teologise Instituša (TeolI) - Theologisch Instituut of Seminarie

Opleiding voor katholiek geestelijke (3 tot 6 jaar). In tegenstelling tot de meeste andere opleidingsinstituten is een Theologisch Instituut altijd intern, en vaak ook verbonden aan een klooster. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een Zvygoh-koles (Twijgschool) en Cÿra-koles (Dikketakschool), globaal overeenkomend met een Klein- en een Grootseminarie. Geestelijken die de "Twijgschool" hebben doorlopen, hebben lesbevoegdheid en kunnen als leraar of anderszins op praktisch gebied hun kennis uitdragen. De afgestudeerden van de "Dikketakschool" zijn meer contemplatief ingesteld en houden zich met de zuiver wetenschappelijke of bespiegelende kant van het geloof bezig. Het meest gerenommeerde Grootseminarie bevindt zich in Hildi.
De term "theologie" wordt in Spokanië voornamelijk geassocieerd met het katholicisme. De bestudering van het christendom in meer algemene zin is een universitaire discipline. Er bestaan geen opleidingen voor niet-katholieke christelijke richtingen, zoals voor predikanten.

$ Seminarie Sinto-Mateus (Xalf)

C 3 c. Erget-instituša (ErgI) - Erget-instituut

Opleiding voor ergynisch geestelijke (4 tot 6 jaar). In tegenstelling tot de meeste andere opleidingsinstituten is een Erget-instituut altijd intern, en vaak ook verbonden aan een klooster of een commune. Het meest prestigieuze Instituut is gevestigd in Lostô en maakt deel uit van het Ergynne-complex van kerken, tempels en instituten waar de Reelâ (het hoofd van de Ergynne-kerk) de scepter zwaait. Zeg maar het "Spokanische Vaticaan".

C 4. Universitiy (Univ) - Universiteit

Duurt 4 tot 6 jaar. De Technische Hogescholen in Hirdo en Trofy, en de Medische Hogeschool in Ies mogen zich vanaf 1990 ook "universiteit" noemen. Feitelijk was de opleiding altijd al op universitair niveau, maar mocht de term "universiteit" niet gebruikt worden omdat zij slechts één faculteit hadden.
Juridisch/bestuurlijk kunnen de universiteiten onderverdeeld worden in:

  1. Rijksuniversiteiten: de rijksoverheid is verantwoordelijk voor de financiën en het personeel is aangesteld als overheidsambtenaar. De universiteit legt verantwoording af aan de minister van Onderwijs. Totaal 5 universiteiten.
  2. Gemeentelijke universiteiten: de gemeente is verantwoordelijk voor de financiën en het personeel is aangesteld als gemeenteambtenaar. Het universiteitsbestuur ressorteert onder het gemeentebestuur. Totaal 4 universiteiten.
  3. Districtsuniversiteiten: het district is samen met de gemeente verantwoordelijk voor de financiën en het personeel is aangesteld als gemeenteambtenaar. Het universiteitsbestuur legt verantwoording af aan de districtsregering, die op haar beurt het beleid aan de gemeente moet verantwoorden. Totaal 2 universiteiten.
  4. Organisationele universiteiten: de universiteit is een "divisie" van een organisatie, of hieraan op de een of andere manier gelieerd. De organisatie (profit of non-profit) is financieel verantwoordelijk en het personeel is aangesteld als organisatiemedewerker. Eén universiteit.
  5. Zelfstandige universiteiten: de universiteit is een zelfstandig "bedrijf" dat voor zijn eigen financiën verantwoordelijk is en zelf de medewerkers in dienst heeft. Totaal 2 universiteiten.

Als een universiteit "Rijksuniversiteit", "Gemeentelijke universiteit" of "Algemene universiteit" heet, weten we zeker tot welke van bovengenoemde categorieën deze behoort (met "algemene" wordt altijd een districtsuniversiteit bedoeld). Andere naamgeving heeft geen relatie tot deze categorieën.

Spokanië kent de volgende Universiteiten (tussen ronde haakjes (...) de oprichtingsjaren; tussen rechte haakjes [...] de juridisch/bestuurlijke categorie (1 t/m 5), zoals hierboven opgesomd):

  1. SU: Stat-universitiy (Rijksuniversiteit)
    In Amahagge (1882) [1], Asjetto (1756) [1], Hirdo (1731) [1], Milbo (1643) [1], Zest (1729) [1].
  2. GU: Generâl Universitiy (Algemene Universiteit)
    In Hirdo (1639) [3].
  3. KU: Kleter Universitiy (Nieuwe Universiteit)
    In Ies (1966) [4].
  4. ZU: Zomar-universitiy (Gemeente-universiteit)
    In Trondom (1651) [2].
  5. TU: Toraniefatiy-universitiy (Geneeskundige Universiteit)
    In Kurriy (1732) [2].
  6. EkU: Ekonomiy-universitiy (Economische Universiteit)
    In Amahagge (1934) [2], Liyrotyka (1958; van 1703 tot 1958 een GU) [2].
  7. TegU: Tegnise Universitiy (Technische Universiteit)
    Tot 1990 Tegnise Koles (TeKo) geheten. In Hirdo (1949) [5].
  8. MedU: Medise Universitiy (Medische Universiteit)
    Tot 1990 Medise Koles (MeKo) geheten. In Ies (1972) [5].
  9. GeTegU: Generâl Tegnise Universitiy (Algemene Technische Universiteit)
    Tot 1990 Generâl Tegnise Koles (GeTeKo) geheten. In Trofy (1958) [3].

De Spokaanse term Universitiy is wettelijk beschermd en alleen de hierboven opgesomde instituten mogen zich zo noemen. De Hogeschool voor de Handel in Zelzakiy tooit zich daarom met de Engelse naam "university". Het is maar één lettertje verschil, maar qua opleiding maakt het een verschil van dag en nacht.
Meer informatie in het bestand Hoger onderwijs: wat kun je waar studeren?.


Ÿrfotiy kolestiy (Aangepast onderwijs)

Mensen die in principe in staat zijn om Confectie-onderwijs te volgen, kunnen soms Aangepast onderwijs krijgen omdat zij aan specifieke eisen voldoen. We denken hierbij aan hoogbegaafde of dyslexische leerlingen, aan buitenlanders die geen Spokaans spreken, aan mensen die op een bepaald gebied uitzonderlijk begaafd zijn (sportief, muzikaal, artistiek) en daarom naast het Confectie-onderwijs veel tijd en energie in de ontplooiing van hun begaafdheid willen besteden.

Aangepast onderwijs is meestal extern, en verschilt dus niet van Confectie-onderwijs. Veel onderwijsinstellingen bieden zowel Confectie- als Aangepast onderwijs. Denk hierbij ook aan universiteiten, hogescholen of academies die speciale colleges of programma's voor buitenlanders of hoogbegaafden bieden. Maar Aangepast onderwijs wordt in een aantal gevallen ook intern aangeboden; het gaat dan om instituten of internaten (zâraje-koles; ook wel kostscholen genoemd), waar de leerlingen gehuisvest zijn. In alle gevallen resulteert een voltooide opleiding in het Aangepaste onderwijs in een diploma dat dezelfde rechtsgeldigheid heeft als de diploma's in het Confectie-onderwijs.

Sommige onderwijsvormen zijn per definitie altijd "aangepast", voornamelijk omdat het intern wordt gegeven en het onderwijs geïntegreerd is in de gehele levenssfeer. Er is dan sprake is van een specifiek instituut. Zo is de Koningsuniversiteit (opleiding voor hoge militairen) weliswaar een Confectie-vorm, maar vanwege het institutionele karakter zien velen het als "aangepast".

Bijzondere aanpassingen vinden we ook bij het gerenommeerde Katholieke Instituut voor Jongens en Meisjes (CIHEP; Câtoliyc Instituša furt Hajajans een Pirinins) bij Tegto (gemeente Keunee).

$ CIHEP (Keunee)


Ðÿr-tûrgiy kolestiy (Maat-onderwijs)

Maat-onderwijs is altijd toegesneden op de speciale behoeften van de leerlingen. Hierbij denken we in de eerste plaats aan geestelijk en lichamelijk gehandicapten. Zij zijn veelal gehuisvest in psychiatrische inrichtingen, blinden- en doveninstituten, of andere instellingen die zich primair bekommeren om de fysieke conditie van de bewoners. Hier zal het onderwijs op een specifieke manier invulling moeten krijgen - in extreme gevallen zal er nauwelijks van onderwijs sprake zijn, zoals bij ernstig geestelijk gehandicapten.
Ook het onderwijs aan gedetineerden of aan moeilijk opvoedbare jongeren die in een internaat of inrichting gehuisvest zijn, valt onder het Maat-onderwijs.

Maat-onderwijs wordt per definitie intern (in gesloten inrichtingen) gegeven en het valt buiten de Onderwijswet. Hier is het niet het Ministerie van Onderwijs, maar het Ministerie van Gezondheid, dat verantwoordelijk is voor de gang van zaken. Bij onderwijs in penitentiaire inrichtingen en tehuizen voor criminele of verslaafde jongeren is ook het Ministerie van Justitie betrokken.
Een internaat voor moeilijk opvoedbare jongeren staat bekend als Fes-koles furt Jo lef Môntyelira Hôfruosz (FJomhô).

$ FJomhô Ef Qumks (Aâstiy)


Dussÿrtiy kolestiy (Secundair onderwijs)

Secundair onderwijs volg je "voor je plezier". Mensen die Confectie- of Aangepast onderwijs volgen (dat we kunnen samenvatten met de term Primair onderwijs - Bentsÿrtiy kolestiy) kunnen daarnaast nog cursussen of lessen volgen om zich te bekwamen in iets dat buiten het Primaire onderwijs valt. Dit kan van alles zijn. Piano- of balletlessen in de avonduren, zwemles op zaterdag, paardrijles in de zomermaanden, een tekenclubje op donderdagmiddag, en ga zo maar door. Ook autorijlessen worden als secundair onderwijs beschouwd.
Secundair onderwijs wordt gegeven door privépersonen, clubs, instituten en volkshogescholen. Het kan om een wekelijkse les gaan, maar ook om een intensieve cursus van twee weken waarbij men intern is.
Secundair onderwijs voor ouderen die verder geen onderwijs meer volgen of een vaste baan hebben, kan natuurlijk ook overdag gegeven worden.

Het Ministerie van Sociale Zaken ziet erop toe dat zulk onderwijs gegeven wordt door gediplomeerde mensen. Veelal wordt een cursus of lessenreeks dan ook afgesloten met een "proeve van bekwaamheid" en een diploma (of een diploma zonder meer). In principe is het niet verboden om secundair onderwijs te geven zonder gediplomeerd te zijn. Iedereen kan een cursus Engels of een workshop bloemschikken geven. Maar degene die zulk "onderwijs" volgt heeft geen enkele garantie dat hij ook daadwerkelijk iets leert en waar krijgt voor zijn geld. Er zijn dan ook geen instanties waar je je kunt beklagen. Dit soort "beunhazerij" wordt daarom ook wel Tertiair onderwijs genoemd (de term "onderwijs" krijgt zo wel een hele vage betekenis).
Het Tertiaire onderwijs wordt soms via een omweg onmogelijk gemaakt. Zo mag iemand zonder rijbewijs alleen achter het autostuur plaatsnemen als er een gediplomeerde rij-instructeur naast zit. Hierdoor is dit legaal Secundair onderwijs. Tertiair onderwijs is in dit geval illegaal, want dan zit er per definitie géén gediplomeerde rij-instructeur naast de leerling.

Geestelijke, culturele en creatieve verrijking

Veel secundair onderwijs richt zich op de "geestelijke, culturele en creatieve verrijking van de mens", een omschrijving die graag gebruikt wordt door instituten die azen op een subsidie van het Ministerie van Cultuur, omdat deze omschrijving het sleutelbegrip is om voor zo'n subsidie in aanmerking te komen.
Het meest bekend is wellicht het Instituut voor Geestelijk Evenwicht (Instituša furt Jofy Quimets; IJQ), met diverse locaties in het land. Hier wordt een grote variatie aan cursussen, trainingen en seminars geboden, in lengte variërend van een halve dag tot enkele weken. De onderwerpen en leerstof zijn zeer divers, maar het doel is altijd om onzekere, gestreste en depressieve stumpers weer als zelfbewuste, relaxte en optimistische overwinnaars de harde maatschappij in te sturen. Het zijn niet voor niets veel bedrijven en overheids- en onderwijsinstellingen die hun werknemers een korte of langere tijd naar dit instituut sturen. Als het goed is, verlaten de mensen dit instituut niet alleen in excellente geestelijke en fysieke conditie, maar hebben ze bovendien nog een diploma van een of andere cursus op zak.
Onderwijs dat geestelijke en culturele verrijking tot doel heeft, wordt vaak ook aangeboden door instellingen die zich specifiek richten op de kenmerken van een bepaalde regio, zoals bijvoorbeeld de Tjempse Academie die waakt over de cultuur en het dialect van het district Tjemp. Zo'n academie is primair een wetenschappelijk en cultureel instituut, maar verzorgt ook cursussen en andere vormen van onderwijs.

$ IEC (Frezzet)
$ IJQ (diverse locaties)
$ Larmin-rivo (Amahagge)
$ Tjemp Akademiy (Knolbol)
$ VCKZ (Minde)

Sportinstituten

Secundair onderwijs kan zich ook richten op sport en gezondheid. Sportinstituten bieden niet alleen de mogelijkheid om sport actief te bedrijven, maar geven ook cursussen, colleges en seminars over meer theoretische aspecten, zoals de medische, natuurkundige of maatschappelijk/sociale kanten van sport. Ook disciplines als fysiotherapie en massage kunnen behandeld worden. Hoewel op een sportinstituut in principe vele takken van sport actief bedreven kunnen worden, komen er ook veel mensen om zich alleen "passief" (theoretisch) met dit onderwerp bezig te houden.
Er zijn vele sportinstituten, maar het Instituša furt Frohôfruos (IFF) (Instituut voor Lichamelijke Opvoeding) bij Halaresto geniet landelijk het meeste aanzien.

$ IFF (Halaresto)
$ Vradiys (Ÿrbô)

Volkshogescholen

Secundair onderwijs wordt meestal gegeven door een privépersoon of een school, club of instituut dat in één discipline is gespecialiseerd (de pianoleraar, de balletschool, het tekeninstituut, de skiclub). Een bekende uitzondering vormen de volkshogescholen (Zampôr-zrazôsta = Volksscholingen). De eerste werd in 1938 opgericht door Petriy Zagy-Zoega, naar Deens voorbeeld, met het oog op de emancipatie van het platteland. Deze volkshogeschool was geïntegreerd in een commune die tegelijkertijd door hem werd gesticht (de Lehortiy-Zagy-kents). Hoewel de commune een ergynische signatuur had (en nog steeds heeft), had de Zampôr-zrazos een neutraal karakter. Naar dit voorbeeld zijn er nog verscheidene volkshogescholen in Spokanië opgericht, zowel neutraal, ergynisch als katholiek. In 1947 hebben zij zich verenigd in een stichting, de Lehortiy-Zagy-Feslosos, genoemd naar de commune van Petriy Zagy-Zoega.

De volkshogescholen hebben zich in de loop der tijd ontwikkeld van een zuivere volwasseneneducatie op ideologische grondslag (veelal katholiek, ergynisch of socialistisch) tot een meer algemene instelling voor intellectuele, geestelijke en culturele ontwikkeling voor volwassenen. Er worden allerhande cursussen gegeven, vaak met een praktisch perspectief (vreemde talen!), maar dikwijls ook ideologisch, kunstzinnig of cultureel. In tegenstelling tot in de Scandinavische landen hebben de Spokanische volkshogescholen geen belangrijk aandeel in de educatie van de bevolking. Het gaat meestal om de "gezelligheid" en de grote diversiteit aan cursussen en workshops gaat dan ook veelal gepaard met een ontspannen samenzijn, dikwijls ook op pensionbasis. Vooral "zomercursussen" waar men enkele weken gezamenlijk optrekt en gehuisvest is in een riante locatie in een prachtige natuur, zijn een begrip. De feitelijke cursus is dan dikwijls van ondergeschikt belang. Als men maar met elkaar bezig is.

$ Ef Littekipt (Girdesef)
$ Ergânt (Wena)
$ Rôfta-seert (Lâf)
$ Sinto-Verone-zrazos (Lasy)
$ Ûpor-Doe (Tona a/e Grât)
$ Zee-seert (Manes-Bÿnÿr)
$ Zûmbara (Girdesef)


Iðâf-kolestiy (Aanvullend onderwijs)

Aanvullend onderwijs staat ook bekend als schaduwonderwijs. Zo heet het in het Spokaans ook. Het gaat om onderwijs ná de reguliere schooltijden, in de vorm van bijles, huiswerkbegeleiding of examentraining. Dus altijd om vakken die reeds op school aan bod komen. Aanvullend onderwijs gebeurt in principe op kosten van de ouders, maar als ze een gering inkomen hebben, kunnen ze een toeslag bij de gemeente aanvragen. Dan moeten de ouders wel kunnen aantonen dat het aanvullende onderwijs beslist noodzakelijk is. Hiervoor zal de school een bewijs moeten afgeven.
Er bestaan talloze instituten die het aanvullende onderwijs verzorgen. Zij dienen hiervoor gecertificeerd te zijn. Maar ook particulieren kunnen huiswerkbegeleiding of bijles geven. Als ouders voor een toeslag in aanmerking willen komen, zijn ze verplicht om het aanvullende onderwijs door een gecertificeerd instituut te laten verzorgen.

© De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 90-210383 • SPARC 01 mei 1991