SPARC is de compleetste website over het Koninkrijk Spokanië. "Als je het hier niet kunt vinden, vind je het nergens." |
Spokanisch Archief Hoofdmenu Grammatica Woordenboek Atlas Links Contact Disclaimer |
|
| |
|
|
|
| |||
|
Terug naar Talen | Dialecten
Gerelateerd bestand |
Dit bestand |
0. Inleiding 1. Lijnsymbolen 2. Diacritische letters 3. Postconsonantische tekens 4. Leestekens |
5. Letterverdubbelingen 6. Letterverbindingen 7. Dittografie 8. Getallen 9. Tekstproef |
|
| |||
|
0. Inleiding
Het Pegrevische alfabet werd van oudsher gebruikt voor de Pegrevische en Spokaanse taal, inclusief de dialecten. Alleen het Garosisch is altijd met het Latijnse alfabet geschreven. Vanaf het begin van de 20e eeuw werd ook het Spokaans meer en meer met Latijnse letters geschreven, en in 1950 is het gebruik van het Pegrevische alfabet officieel afgeschaft. Alleen de Pegrevische taal gebruikt dit speciale alfabet nog steeds.
Het Pegrevische alfabet bestaat uit 24 basisletters ofwel lijnsymbolen (lÿnt-blâtiys), 7 diacritische tekens (cvyffs), 3 postconsonantische tekens (blef-blâtiys) en 10 leestekens (trempe-blâtiys). Van veel tekens bestaan nog diverse varianten.
Lijnsymbolen zijn de "echte" lettertekens, die op de schrijflijn geplaatst worden. De meeste kunnen met een enkele Latijnse letter getranscribeerd worden, maar in een enkel geval moet er voor een lettercombinatie of een diacritische variant gekozen worden: tl, qu, ÿ en ^. Voor de letter e bestaan twee tekens, het met * gemerkte symbool geeft de zogenoemde "pronominale e" weer (dat is de e waarop infinitiefvormen eindigen). Korte woordjes die uit slechts één lijnsymbool zouden bestaan, worden meestal zodanig geschreven dat ze uit twee lijnsymbolen bestaan. Dit betekent dat een diacritisch teken vervangen wordt door een lijnsymbool, of dat er een letter wordt toegevoegd. Zie tabel 1.
Tabel 1
Diacritische letters worden altijd op het erop volgende lijnsymbool geplaatst. De diacritische tekens drukken de vocalen a, e, é, i, o en u uit, en verder is er een teken voor m/n. Een begin- of eindvocaal van een woord wordt altijd als lijnsymbool geschreven, evenals een vocaal die door een andere vocaal gevolgd wordt. In de overige gevallen schrijft men een diacritische vocaal.
Tabel 2
Postconsonantische tekens staan altijd direct achter een lijnsymbool, om een nieuwe letter uit te drukken. De drie symbolen heten "staaf", "doorntak" en "eikel", zie tabel 3.
Tabel 3
De "staaf" wordt gebruikt om een stemhebbende consonant uit te drukken. Hierbij gelden de volgende klankparen: p–b, k–c, t–d, tl–dl, f–v, s–z. Tegenwoordig klinken c en k in het Spokaans identiek (als k), maar vroeger, en ook nog in de Pegrevische taal, was de c de stemhebbende variant van de k (als g in het Engelse good).
In tabel 4 staan de algemeen gebruikte leestekens opgesomd. In oude handschriften en tegenwoordig ook wel in bijzonder drukwerk kunnen ook nog andere leestekens gebuikt worden, bijvoorbeeld om het begin van een alinea aan te geven, of om de beginletter van een woord extra te markeren (om er als het ware een "hoofdletter" van te maken; het onderscheid tussen hoofd- en kleine letters is in het Pegrevische schrift afwezig).
Tabel 4
Voor het dubbelschrijven van consonanten wordt altijd een ligatuur gebruikt, dat is een versmelting van twee identieke lijnsymbolen. Bij de verdubbeling van twee stemhebbende consonanten wordt de postconsonantische "staaf" slechts één keer geschreven (achter de ligatuur). De verdubbeling van m en n, en ook de vocaalverdubbelingen worden geschreven met een combinatie van een lijnsymbool en het diacritische teken. Omdat er voor y en ÿ geen diacritisch teken bestaat, worden de verdubbelingen yy en ÿÿ met een ligatuur uitgedrukt. Het een en ander is weergegeven in tabel 5.
Tabel 5
Lijnsymbolen bevatten dikwijls een horizontale lijn; deze kan bovenaan, op de schrijflijn of precies halverwege zitten. De horizontale lijnen die bij twee opeenvolgende lijnsymbolen op gelijke hoogte zitten, worden meestal met elkaar verbonden tot één lijn. Een postconsonantisch teken verhindert deze doorverbinding meestal, tenzij het om korte, veelgebruikte woordjes gaat. In dat geval wordt een postconsonantische "staaf" dikwijls verkort, zodat een horizontale streep hierboven of hieronder doorgetrokken kan worden. Voorbeelden van letterverbindingen staan in tabel 6.
Tabel 6
Dittografie (dubbelschrijven) komt voor als stijlmiddel (emfatisch) of voor een grammaticaal onderscheid. Dittografie kan beschouwd worden als een vervanging van hoofdletters. Er moet onderscheid gemaakt worden tussen dittografie, zoals hier in tabel 7 weergegeven, en ligaturen zoals in tabel 5. Ligaturen worden bij transcriptie weergeven met een letterverdubbeling, maar dittografie wordt bij transcriptie vervangen door het gebruik van hoofdletters, cursivering of vet.
Tabel 7 - Dubbelgeschreven beginletters (groen) fungeren als hoofdletter.
Getallen worden weergegeven met lijnsymbolen, die meestal de eerste letter van het telwoord voorstelt (dus voor het getal "6" wordt de s van sers gekozen). Voor het getal "1" bestaat een apart teken, en voor "7" wordt een variant van de letter e gebruikt ("7" is heferg en hiervoor zou eigenlijk de letter h gebruikt moeten worden, maar die is al in gebruik voor "5", uitgesproken als hent). De letterweergave voor telwoorden volgt de traditionele uitspraak van de getallen. Zo wordt het getal "39" uitgesproken als rân-dur, ofwel "zesendertig-drie", en daarom geschreven met de Pegrevische letters i (voor "3"') en d (voor "3"). Zie ook de informatie over Telwoorden.
Tabel 8 - Als Pegrevische getallen identiek zijn aan de eerste letter van het telwoord, is dit met rood weergegeven.
Hieronder volgt een tekstfragment in het Pegrevische schrift, gevolgd door de transcriptie in Latijnse letters en de huidige spelling.
Tabel 9 - Het eerste couplet van het gedicht Âme'f kôbo (Lofjec Quûzzt). Transcriptie van de tekst uit tabel 9:
1 Âme'f kôbo ÿkaqure ef nydalanko ur blakdÿtântos
|
|
| |
| TOP | © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands |
|
| |
DA 86-040283 • SPARC 01 feb 1999