Spokanisch Archief

RECHTSPRAAK
Dit bestand
1. Rechtbanken
2. Recht spreken
3. Straffen en boetes
4. Gesloten Gerechtelijke Instituten
5. Praktijkvoorbeeld
 
 

1. Rechtbanken

De Districtsrechtbank in Asjetto. Boven de 3 zetels van de rechters hangt het wapen van Flāp. Vóór de rechters, op een iets lager niveau, staan 5 zetels voor advocaten en adviseurs. Hiervoor staat een lage tafel, waarop tijdens de rechtspraak wetboeken, de Bijbel en de Ergemip liggen. De verdachte dient, als hij toegesproken wordt, vóór deze tafel te staan. De tafel zorgt ervoor dat er een passende afstand tussen de rechters en verdachte gewaarborgd is. Als de verdachte niet direct wordt toegesproken, kan hij gaan zitten achter het tafeltje tussen de banken die in een U-vorm eromheen gerangschikt staan. De banken zijn in principe bedoeld voor getuigen bewakers, politie en anderen die direct bij de zaak betrokken zijn, maar de rechters kunnen ook beslissen dat er publiek op wordt toegelaten, als er geen angst voor verstoring van de openbare orde is. Overigens worden publiek en pers toegelaten op de hoger gelegen openbare tribune, rechtsboven in beeld.

In Spokaniė bestaan 7 soorten rechtbanken (rigtsérts), te onderscheiden in 5 burgerlijke rechtbanken, en 2 militaire rechtbanken. In de Rigtātee-Qudex (RiQu; "Wetboek van Rechtspreken") wordt precies beschreven welke delicten bij welke rechtbank behandeld moeten worden. Delicten worden onderscheiden in:

(1) overtredingen
(2) onwettige daden
(3) misdaden

Of een delict tot (1), (2) of (3) behoort, is meestal tamelijk gemakkelijk vast te stellen. Mocht de "RiQu" hierbij niet duidelijk zijn, dan wordt het delict altijd naar een rechter van het Distrycc-korsamen geleid, die dan zal beslissen welke rechtbank de zaak verder kan afhandelen (een lagere, een hogere of hijzelf).

Elk van de categorieėn (1), (2) of (3) kan bovendien nog aangemerkt worden als:

(a) mild
(b) serieus
(c) ernstig

Dit is afhankelijk van talloze factoren (verzachtende of verzwarende omstandigheden, recidive, leeftijd, geestelijke vermogens, uitlokking, dwang, enzovoort). Hierover zegt de "RiQu" erg weinig, wat in de praktijk inhoudt dat een delict dat op grond van de indeling in (1), (2) of (3) naar een bepaalde rechtbank is geleid, aldaar door de rechter naar een andere rechtbank kan worden geleid omdat een van de categorieėn (a), (b) of (c) in het spel is.
De ingewikkelde procedures die ertoe moeten leiden dat de juiste rechtbank uiteindelijk de juiste uitspraak doet en dus de juiste straf kan opleggen, maken van de rechtspraak in Spokaniė vaak een langdurig proces waarbij de verdachte het gevoel krijgt van het kastje naar de muur gestuurd te worden; zie het voorbeeld uit de praktijk.

Burgerlijke rechtbanken (adressen van individuele rechtbanken worden hieronder in groen gegeven indien zij ergens in het Spokanisch Archief expliciet zijn genoemd). Elke rechtbank heeft een gerechtscode die bestaat uit een afkorting van 3 letters (om het soort rechtbank aan te geven), gevolgd door de plaatsnaam waar de rechtbank is gevestigd. Voor de plaatsnaam wordt de afkorting gebruikt die ook op kentekenplaten van auto's gebruikelijk is (bijvoorbeeld: SLK-BL = S’rt-lurgiy-korsamen in Blumarr). Achter de codes STK en MMK komt geen plaatsnaam, omdat deze rechtbanken maar in één stad bestaan (Hirdo respectievelijk Blort).

  1. S’rt-korsamen (gerechtscode: SKO)
    Vergelijk Kantongerecht: in 108 gemeenten, die rigts’rt genoemd worden. Hier worden de eenvoudigste zaken behandeld (in principe: overtredingen en sommige "onwettige daden").

  2. S’rt-lurgiy-korsamen (gerechtscode: SLK)
    "Beperkt kantongerecht": als een S’rt-korsamen, maar dan in een rigts’rt waar ook al een Distrycc-korsamen is gevestigd; sommige zaken in een dergelijke gemeente worden niet door de S’rt-korsamen maar door de Distrycc-korsamen behandeld (de S’rt-korsamen is hier dus feitelijk beperkter dan in andere gemeenten, vandaar de toevoeging lurgiy).
    Hirdo: Mikkon-mirra 97
    Amahagge: Garrent-mirra 56

  3. Distrycc-korsamen (gerechtscode: DIK)
    "Districtsrechtbank": bevindt zich in alle districtshoofdsteden. Verder in de eilandshoofdsteden Amahagge en Garos, en de landelijke hoofdstad Hirdo, omdat deze drie steden erg ver van een districtshoofdstad gelegen zijn (zie ook bestand Hoofdsteden).
    Hier worden belangrijkere zaken (in principe: ernstige overtredingen en "onwettige daden") en 1e keer hoger beroep behandeld.
    Amahagge: Avenū-Sinto-Pacarefaniy 476, 286/4000 (hier gevestigd sinds 1913; sinds 1969 in een nieuw gebouw)
    3400-Minde: Zvomina-pola 3-5, Tf (038) 2127071

  4. Ileset-korsamen (gerechtscode: ILK)
    "Eiland-rechtbank" (vergelijk arrondissementsrechtbank): in alle eilandshoofdsteden: voor ernstige zaken (ernstige "onwettige daden" en misdaden) als doodslag, moord, mishandeling en grove oplichting; en 2e keer hoger beroep.

  5. Stat-korsamen (gerechtscode: STK)
    Vergelijk Hogergerechtshof: het hoogste gerechtshof van Spokaniė, in Hirdo: voor cassatie en ernstige zaken die in hoger beroep worden behandeld.
    3000-Hirdo: Mōliy-plep 5-9, Tf (010) 2144668, Fax (010) 7074022, E-mail info@statkorsamen.sp (zie www.statkorsamen.sp) Nieuwe website is nog in aanbouw.

Militaire rechtbanken:

  1. Militarr-korsamen (gerechtscode: MIK)
    "Militaire rechtbank": bevindt zich in Bōrā, Hirdo, Amahagge en Tanburo. Voor militaire zaken, oorlog, spionage, politiek-gevoelige zaken en zaken waarbij buitenlandse diplomaten betrokken zijn.
    Tanburo: Mennweg-na-Holare 403-407

  2. Militarr-mennkorsamen (gerechtscode: MMK)
    Hoogste militaire gerechtshof: bevindt zich in Blort. Voor hoger beroep na behandeling door het Militarr-korsamen, voor zeer ernstige zaken van militaire of politieke aard waaronder landverraad, volkerenmoord en (internationaal) terrorisme.


2. Rechtspreken

Het Spokanisch recht kent 2 soorten van rechtspraak:

  1. Quān ef Jabār (Namens de Koning)
    2x hoger beroep en 1x cassatie mogelijk; de verdachte geniet als Spokanisch staatsburger al zijn rechten en moet onder ede de Koning als staatshoofd en de integriteit van de rechters erkennen.
  2. Na ef Kōglanūm blaffe (Zoals de Gerechtigheid eist)
    Er is geen hoger beroep of cassatie mogelijk, maar de rechter kan het vonnis na een bezwaarschrift binnen 2 maanden herzien; deze manier van rechtspreken geldt voor Spokanische staatsburgers die bij eerdere veroordelingen een of meer van hun rechten hebben verloren of die het wettig gezag niet erkennen (zoals "uitgeklaarden"). Verder geldt deze rechtspraak bij minder ernstige vergrijpen gedaan door buitenlanders.

Rechters en andere vertegenwoordigers van de rechterlijke macht zijn te herkennen aan hun toga's, maar vooral ook aan hun specifieke hoofddeksels. Het Spokaans kent twee woorden voor "rechter": bij rigtātatjen wordt de nadruk gelegd op de rechtsprekende persoon, bij dekeniy gaat het met name om de functie. Bijvoorbeeld, bij een uitdrukking als "de rechter inschakelen" denken we niet aan een specifieke persoon, maar aan iemand die de taak heeft om recht te spreken. Daarom is de vertaling fesjikate ef dekeniy wel correct, maar fesjikate ef rigtātatjen niet.

Alle leden van de rechterlijke macht worden benoemd door de Koning, nadat ze zijn voorgedragen door de Koninklijke Raad voor de Rechterlijke Macht (Kindisiy Ratt furt ef Rigt-pōr; KRRP). De KRRP bestaat uit 35 leden: juristen, leden van politieke partijen en vertegenwoordigers van diverse organisaties. De samenstelling van de raad wordt bepaald door de Volksvertegenwoordigers. De KRRP kan zelf kandidaten zoeken indien er vacatures gevuld moeten worden, maar ministers, Volksvertegenwoordigers en andere politici kunnen aanbevelingen voor bepaalde personen doen.
Leden van de rechterlijke macht moeten onafhankelijk zijn: ze mogen dus geen lid van het parlement, de regering of een politieke partij zijn. Tot 1977 werden zij "voor het leven" benoemd, wat betekende dat er geen maximum leeftijd was vastgesteld. Op eigen verzoek konden de magistraten er eerder mee ophouden, en ook de wet kende een aantal gevallen waarin hun loopbaan voortijdig ten einde kwam, zoals geestelijk onvermogen, fraude, corruptie en andere misdaden. Voor alle magistraten die vanaf 1977 benoemd zijn, geldt een maximumleeftijd van 72 jaar.
Rechters moeten een eed afleggen, waarbij ze beloven om recht te spreken "onbevreesd, onpartijdig en zonder voorkeur" (nevariy, nenāltoniy ur neju'ecciy).

Rechterlijke uitspraken worden gearchiveerd onder een jurisprudentienummer, dat bestaat uit de afkorting van de rechtbank, gevolgd door het jaar waarin de uitspraak is gedaan, gevolgd door een zaaknummer. Bijvoorbeeld: DIK-HO: 2002/F0665 (dus de Districtsrechtbank in Hoggebim, uitspraak in 2002 met zaaknummer F0665). Merk op dat Spokaniė zijn eigen systeem heeft voor het archiveren van rechterlijke uitspraken, en dus (nog) niet meedoet aan de Europese standaard van de EU (met het zogenaamde ECLI-nummer (European Case Law Identifier). Alle rechterlijke uitspraken zijn te vinden op de website van het Stat-korsamen: www.statkorsamen.sp.

Burgers die klachten hebben over de gang van zaken bij de rechtspraak kunnen zich wenden tot de Juridische ombudsman.


3. Straffen en boetes

Boetes
Voor kleinere overtredingen waarbij men op heterdaad wordt betrapt (zoals het weggooien van afval op straat, het niet opruimen van hondenpoep) gelden vaste geldboetes die de politie eventueel contant kan innen (de politie is wel verplicht om een kwitantie af te geven waarmee wordt voorkomen dat de politieagent het geld in eigen zak steekt).

Geldboetes voor grotere overtredingen, en ook bij verkeersovertredingen, zijn altijd gerelateerd aan iemands inkomen. Dit kan in de praktijk betekenen dat iemand met een werkloosheidsuitkering die 10 km te hard rijdt, slechts 30 herco hoeft te betalen, terwijl iemand met een topinkomen voor hetzelfde feit wellicht 3000 herco moet betalen.

Werk- en leerstraf
Een Spokanische rechter kan een werkstraf (’rōme-tjel) en/of een leerstraf (belde-tjel) opleggen. Krijg iemand beide straffen, dan spreekt men van een taakstraf (paine-tjel, letterlijk "doe-straf"). Bij een werkstraf moet men een bepaalde tijd onbetaald werk verrichten, bij een leerstraf moet men een cursus volgen om de vaardigheden te leren waarvan het ontbreken in de ogen van de rechter tot de overtreding heeft geleid. In ernstige gevallen kunnen werkstraf en/of leerstraf ook gecombineerd worden met een boete of met gevangenisstraf. Als iemand veroordeeld wordt tot het strafkamp op het eilandje Rurf, gaat dit altijd vergezeld van een werk- en leerstraf (critici spreken hier ook wel van dwangarbeid). Vooral minderjarigen komen in aanmerking voor een taakstraf: men hoopt dat minderjarigen daarmee nog op het rechte spoor te brengen zijn.

Vrijheidsstraffen
Als iemand zijn boete niet wil of kan betalen, en ook bij grotere vergrijpen en misdaden, kan de rechter gevangenisstraf opleggen. Er zijn grofweg vier categorieėn: licht regime, normaal regime, zwaar regime en streng regime. Voor elk regime bestaan speciale gevangenissen. Bij streng regime wordt de gevangenisstraf uitgezeten in het strafkamp op het eilandje Rurf. "Levenslang Rurf" is de zwaarste straf die Spokaniė tegenwoordig kent (de doodstraf is afgeschaft).


4. Gesloten Gerechtelijke Instituten

Een Cjolaror Rigtiy Instituša (CRI; Gesloten Gerechtelijk Instituut) is een instelling waar burgers dienen te verblijven om een vrijheidsstraf uit te zitten (al dan niet met psychiatrische hulp), (her)opgevoed te worden of anderszins van de maatschappij afgezonderd te worden. Zulke instellingen zijn altijd "gesloten", wat wil zeggen dat de bewoners zich niet zonder meer buiten de muren van het instituut mogen begeven. Het verblijf in deze CRI's is altijd door een gerechtelijke uitspraak gedwongen.
We kunnen globaal de volgende CRI's onderscheiden (van streng naar mild):


5. Praktijkvoorbeeld

In alle leerboeken voor studenten in de rechtenstudies wordt altijd het volgende voorbeeld aangehaald, om te illustreren hoe een verdachte van de ene rechtbank naar de andere wordt doorgestuurd, alleen maar omdat er zo veel waarde gehecht wordt aan de vraag welke rechtbank welk soort delict moet behandelen. De vraag of een verdachte ook werkelijk beschuldigd kan worden van dit delict (ofwel, dat er bewezen kan worden dat de verdachte dit delict heeft begaan) lijkt dan op een secundair plan te komen.

Automobilist X rijdt door het rode licht: volgens de Verkeerswet (Kūfōs-lacs) is dit in principe een overtreding. Volgens het Wetboek van Rechtspreken ("RiQu") moet de overtreding behandeld worden door het S’rt-korsamen. Maar omdat X een fietser (die een groen licht kon waarnemen) doodrijdt, is het negeren van het rode verkeerslicht geen overtreding meer, maar een misdaad (want volgens de RiQu is een overtreding die de dood van een persoon tot gevolg heeft een misdaad). Daarom wordt de zaak naar het Ileset-korsamen doorverwezen. Hier komt de rechter tot de conclusie dat X het rode licht niet gezien zou kunnen hebben omdat het door een vlag aan het oog onttrokken zou kunnen zijn. In dat geval zou het delict geen misdaad zijn maar een "onwettige daad", want er is géén sprake van een overtreding (het negeren van het rode licht was onvermijdelijk omdat X het licht niet kon waarnemen), en de dood van de fietser is dus niet het gevolg van een overtreding, maar van een "samenloop van omstandigheden".

Omdat de rechter van het Ileset-korsamen de mogelijkheid van een "onwettige daad" openhoudt en een "misdaad" in principe nog uitsluit, verwijst hij de zaak naar het (lagere) Distrycc-korsamen. Hier is de rechter van mening dat X weliswaar niet in staat geweest zou kunnen zijn om het rode licht vanwege de wapperende vlag waar te nemen, maar dat dit feit nog niet betekent dat X daarom zonder meer had mogen aannemen dat het licht niet op rood stond, want ten eerste brandde het groene licht niet, en ten tweede dient elke automobilist er te allen tijde op bedacht te zijn dat een verkeerslicht een rood licht kan tonen, ook al is dat licht door omstandigheden niet waar te nemen. De Distrycc-rechter concludeert dus dat zijn collega van het Ileset-korsamen de zaak ten onrechte naar een lagere rechtbank heeft doorverwezen, en wil de zaak weer teruggeven aan het Ileset-korsamen, omdat het naar zijn mening dus tóch om een misdaad gaat.
De advocaat van X maakt bezwaar tegen dit "van het kastje naar de muur sturen" en is van mening dat er allereerst onomstotelijk vast moet komen te staan of X nu verdacht kan worden van een "misdaad", dan wel van een "onwettige daad". Zo lang de categorie van het delict niet voor honderd procent duidelijk is, en het dus ook nog niet duidelijk is welke rechtbank de zaak feitelijk dient te behandelen, is het feitelijk onmogelijk om vast te stellen of de verdachte ook werkelijk schuldig is, en welke straf hij zal moeten krijgen. Het bezwaar dat de advocaat aantekent leidt ertoe dat de zaak in hoger beroep moet voorkomen. Merk op: het gaat hier nog steeds niet om de (rechts)zaak waarbij X al dan niet schuldig verklaard kan worden, maar om de vraag welke rechtbank gemachtigd is om de zaak te behandelen!

Het hoger beroep dat de advocaat aantekent, dient volgens de RiQu behandeld te worden bij het Distrycc-korsamen - toevallig dezelfde rechtbank die de zaak ook had moeten behandelen als onomstotelijk was komen vast te staan dat X een "onwettige daad" had begaan, en niet een "misdaad". Omdat de advocaat van X vreest dat de rechter die dit hoger beroep zal moeten behandelen dezelfde persoon is als degene die de zaak hoe dan ook had moeten behandelen, besluit hij tot "wraking'. Dit wil zeggen dat de advocaat vastgelegd wil hebben dat de rechters van het Distrycc-korsamen niet in de positie mogen zijn om deze zaak verder te behandelen, want zij hebben tegenstrijdige belangen en zijn dus bevooroordeeld. Bij wraking komt automatisch een hogere rechtbank (dus het Ileset-korsamen) in aanmerking om de zaak te behandelen. Maar ook hier besluit de advocaat tot wraking, omdat ook hier rechters aanwezig zijn die zich reeds met de zaak hebben beziggehouden. Zo is het uiteindelijk het Stat-korsamen dat een uitspraak moet doen over de vraag tot welke categorie het delict gerekend dient te worden. Het Stat-korsamen beslist dat X inderdaad de plicht had om zich te realiseren dat een verkeerslicht dat hij niet kon waarnemen wellicht rood kon vertonen, en dat X daarom had moeten stoppen. Hij heeft het rode licht dus hoe dan ook genegeerd, en heeft dus een overtreding begaan. Deze overtreding heeft geleid tot de dood van de fietser, en dus heeft de overtreding geleid tot een misdaad. Daarom moet het Ileset-korsamen dit delict als een misdaad behandelen.

Pas nś zijn we op het punt aangekomen waarop de werkelijke rechtszaak (bij het Ileset-korsamen dus!) kan plaatsvinden. Uiteindelijk wordt X veroordeeld tot 2 jaar gevangenisstraf.

Het zal duidelijk zijn dat de langdurige procedures die moeten leiden tot de beslissing welke rechtbank uiteindelijk gerechtigd is om de zaak (dus de schuldvraag en de strafmaat) te behandelen, een enorme belasting voor het Spokanische rechtssysteem en voor de verdachte betekenen.
Op politiek niveau zijn dan ook diverse pogingen ondernomen om deze zogenoemde "proceduredwang" aan banden te leggen, of zelfs geheel uit te bannen. Het meest extreme wetsvoorstel kwam begin 1991 van Cristo Frederiksson, toenmalig Minister van Justitie in het kabinet-Hees-Fiyndiy. Hij stelde een complete reorganisatie van het rechtsbestel voor, waarbij er nog maar één soort rechtbank zou zijn die alle delicten zou behandelen. Hoewel dit wetsvoorstel in geen enkel opzicht haalbaar was (noch in politiek opzicht, noch financieel, praktisch of juridisch), leidde het tot een dermate grote verdeeldheid in de Volksvertegenwoordiging en verontwaardiging bij de overige ministers, dat dit een kabinetscrisis tot gevolg had. Op 21 januari 1994 werd het kabinet ontbonden; het regeerde demissionair nog tot 11 juli dat jaar, toen er een nieuw kabinet werd gekozen, nu met Jānes Omeriy-Mip Seert als Minister-president, en Cales Helfer-Āmo als nieuwe Minister van Justitie.

© De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 01 jan 2005