Spokanisch Archief

VERKEERSTEKENS EN WEGWIJZERS: officiŽle lijst
Gerelateerde bestanden
Bijzondere verkeersborden
Verkeersinformatie
 
Zie ook
CategorieŽn weggebruikers
Rondom Hirdo
(reeks kaarten met een bewegwijzerde route)
 
Dit bestand
    Nummering van verkeerstekens
    Historisch overzicht
1. Verkeerstekens geplaatst door de wegbeheerder
2. Wegwijzers geplaatst door het Ministerie van Verkeer
3. Naamsaanduidingen geplaatst door de gemeente of met diens toestemming
4. Borden aangebracht door de eigenaar van het voertuig
5. Borden en markeringen tijdelijk geplaatst door de politie
6. Reserve
 

OfficiŽle lijst van alle verkeerstekens en wegwijzers, uitgegeven door het Kindisiy KŻfŰs-buro te Amahagge (vergelijk Rijksdienst voor het Wegverkeer). Alle borden en tekens die in deze lijst zijn opgenomen hebben rechtsgeldigheid. Elk bord heeft een officieel nummer, dat onder meer gebruikt wordt op verkeersboetes en processen-verbaal als er een verkeersteken bij betrokken is.


Nummering van verkeerstekens

De nummers bestaan altijd uit een serieletter, gevolgd door een volgnummer. Voor de series, zie hieronder. De volgnummers zijn in principe aaneengesloten (beginnend met 01), maar er kunnen hiaten in de reeks zitten. Veel borden kennen niet ťťn vorm, bijvoorbeeld omdat de opschriften of de layout van de wegsituatie kunnen variŽren. In dat geval kan er bij afbeeldingen van borden een kleine letter achter het nummer toegevoegd worden, om aan te geven dat variaties mogelijk zijn. Zo betekent H.02: "wegwijzer linksaf". Maar elke afbeelding van een H.02-bord zal weer anders zijn, aangezien er altijd een of meer plaatsnamen op staan. Vandaar dat we bij de voorbeelden aanduidingen zien als H.02a, H.02b, enzovoort.
Ook kunnen letters toegevoegd worden als er bij latere aanpassingen extra borden bij komen. Bijvoorbeeld: Bord E.29 wees op de aanwezigheid van een "molen". Later is dit opgesplitst in E.29a (windmolen) en E.29b (watermolen).

Hiaten in de nummering bestaan er om de volgende redenen

  • Er zijn borden tussenuit gevallen
    Voorbeeld: Het bord D.04 (naam van een religieuze commune) is sinds 1955 vervallen. Communenamen staan nu op borden van de serie D.01.
  • Men wenst in de toekomst nog een bord tussen te voegen
    Voorbeeld: Bordnummers J.07, J.08 en J.10 (aanduidingen op autosnelwegen) zijn gereserveerd voor nieuwe bordtypes die nodig kunnen zijn als de knooppunten van autosnelwegen een steeds ingewikkelder layout krijgen.
  • Men wil een scheiding aanbrengen tussen borden die binnen een serie een eigen reeks vormen
    Voorbeeld: G.01 t/m G.06 zijn borden die een speciale route of een privťweg aanwijzen. Het bord met de betekenis "verboden open vuur te maken" valt wat buiten deze reeks, en kreeg daarom het nummer G.10, zodat er een hiaat van G.07 t/m G.09 is.
  • Men wil de nummering in overeenstemming brengen met die van eraan gerelateerde borden
    Voorbeeld: borden van de Q-serie geven een einde van een waarschuwing aan, en de volgnummers komen daarom overeen met die van de serie K. Bijvoorbeeld, als K.38 waarschuwt voor ijzel, heft Q.38 deze waarschuwing op. Aangezien niet alle waarschuwingen gevolgd worden door een "einde waarschuwing", vertoont de Q-serie dus hiaten.
  • Onverklaarbaar
    Voorbeeld: tussen C.18 (einde busbaan) en C.20 (fietsstrook) ontbreekt C.19. Twee ontbrekende nummers zou logischer zijn, want dan past bijvoorbeeld "taxistrook" en "einde taxistrook" er nog tussen.


Historisch overzicht

Vůůr de komst van de eerste auto's kende SpokaniŽ geen officiŽle verkeersborden. Wegbeheerders plaatsten hier en daar wel eens een waarschuwings- of verbodsbord, maar dat was meestal niet meer dan een houten, blikken of gietijzeren paneel met tekst. Symbolen werden waarschijnlijk niet gebruikt. In navolging van andere landen verschenen rond 1908 de eerste verkeersborden, speciaal bestemd voor het opkomende autoverkeer. Ze werden in eerste instantie door de landelijke overheid langs de "rijkswegen" geplaatst, maar hadden nog geen uniform uiterlijk. In 1911 publiceerde het Ministerie van Handel en Openbare Werken (een Ministerie van Verkeer bestond toen nog niet) een lijst met 12 verkeersborden met een min of meer uniform uiterlijk. Waarschuwingen kregen een rode driehoek en daaronder werd een wit bord met zwart opschrift toegevoegd. Sommige waarschuwingen waren een symbool (zoals voor "gevaarlijke bocht(en)", wegkruising of spoorwegovergang), maar de meeste borden hadden gewoon tekst (toen nog in Pegrevisch schrift). Verboden en geboden kregen een rode cirkel, met daaronder een symbool of tekst. De driehoek en cirkel waren binnen de rode rand open. De vormgeving van de borden was duidelijk gebaseerd op de Engelse borden. Maar terwijl SpokaniŽ omstreeks 1947 al overging op de Europese standaard van driehoekige en ronde borden met een rode rand of blauwe achtergrond, heeft het oude model in Engeland het nog tot 1965 uitgehouden.

Enkele voorbeelden van verkeersborden, ca. 1914
 
bord 1bord 2bord 3bord 4borden 5bord 6bord 7bord 8

  1. Waarschuwingsbord met de Pegrevische tekst KOLES (school).
  2. Waarschuwingsbord voor een bewaakte spoorwegovergang.
  3. Waarschuwingsbord voor een (gevaarlijke) wegkruising.
  4. Waarschuwingsbord voor scherpe bocht(en).
  5. Maximumsnelheid: 3 MU = 3 mezju = ca. 15 km/u. Links in Pegrevisch schrift, na ca. 1920 verschenen ook varianten in het Latijnse schrift.
  6. Verbodsbord met de Pegrevische tekst NüF üRLATS (geen auto's). Dit bord werd niet alleen geplaatst aan het begin van een weg of straat (dus "inrijden verboden"), maar ook op alle andere plaatsen waar de aanwezigheid van auto's ongewenst was. Het ging aanvankelijk om personenauto's, maar later gold het bord voor alle soorten motorvoertuigen.
  7. Verbodsbord met de Pegrevische tekst GARAGE-MOEF (parkeerverbod). Alle varianten die een parkeerverbod regelden, hadden een rode rand in plaats van een zwarte.
  8. Waarschuwingsbord voor haarspeldbocht(en); een variant van bord 4 die later (ca. 1920) is ingevoerd toen bleek dat de slingerlijn van bord 4 niet overtuigend genoeg was om een hele scherpe bocht aan te geven.

De plaatsing van de borden gebeurde allereerst waar ook de eerste auto's rondreden, dus rondom Hirdo en Amahagge. Merk op dat het alleen ging om de buitenwegen die beheerd werden door de landelijke overheid. Op andere wegen, en zeker ook in de stad, ontbraken borden zo goed als geheel. Vanaf ca. 1915 gingen ook andere wegbeheerders (met name de gemeenten) borden plaatsen, maar lang niet altijd conform de richtlijnen die het ministerie had bedacht.


1. Verkeerstekens geplaatst door de wegbeheerder

serie A: voorrangsregeling
serie C: wegcategorieŽn
serie E: faciliteiten en bezienswaardigheden
serie F: geslotenverklaringen
serie G: algemene borden
serie K: waarschuwingen
serie L: richtingsregeling
serie M: inhaalregeling
serie Q: einde van waarschuwingen
serie S: stop- en parkeerregeling
serie T: rijstrookverloop/voorsorteren
serie V: snelheidsregeling
serie W: wegnummers
serie X: overige borden
serie Y: lichten


2. Wegwijzers geplaatst door het Ministerie van Verkeer

serie H: op gewone wegen (geel)
serie J: op autosnelwegen (groen)
serie N: op gewone wegen (wit)
serie P: op fiets-, ruiter- en wandelpaden (rood)


3. Naamsaanduidingen geplaatst door de gemeente of
    met diens toestemming

serie B: bebouwde kom, gemeente, district, straat, water
serie D: overig (markant punt, landgoed, gebouw, etc.)
serie Z: overige borden (Zille-areŻ ed)


4. Borden aangebracht door de eigenaar van het voertuig

serie R: tekens op vervoermiddelen


5. Borden en markeringen tijdelijk geplaatst door de politie

serie U: borden en markeringen van de politie


6. Reserve

serie I: reserve
serie O: reserve

© De Twee Hanen v.o.f. ē Kimswerd ē The Netherlands

DA 00 ē SPARC 25 aug 2000