SPARC is de compleetste
website over het Koninkrijk
Spokanië. "Als je het hier
niet kunt vinden, vind je
het nergens."

Spokanisch Archief

Hoofdmenu     Grammatica     Woordenboek     Atlas     Links     Contact     Disclaimer


WETTEN en REGELS


Dit bestand
1. Leeftijdsgrenzen
2. Hoe komen wetten en regels tot stand?
3. Overzicht van Wetten / Wetboeken
 
 
Status: Bestand is nog in wording.


1. Leeftijdsgrenzen

 Jonger dan 5 jaar
 

  • Voor de volgende zaken geldt een reductie van 100% (gratis):
    1. officiële musea en tentoonstellingen;
    2. openbaar vervoer.
 6 jaar t/m 15 jaar
 
  • Je hebt leerplicht.
 Jonger dan 10 jaar
 
  • Je mag achterop de fiets vervoerd worden, mits er een kinderzitje aanwezig is.
 Jonger dan 12 jaar
 
  • Je moet op de achterbank van de auto zitten (tenzij je gebruikmaakt van een baby- of kleuterzitje of kindergordel; ben je langer dan 1,50 m dan moet je op de voorbank de normale gordel gebruiken).
  • Medische behandelingen mogen uitsluitend uitgevoerd worden als je ouders (of voogd) hun goedkeuring geven; je hebt er als kind zelf geen zeggenschap over.
 Jonger dan 12 jaar, of 65 jaar of ouder
 
  • Voor de volgende zaken geldt een reductie van 50% (halve prijs):
    1. officiële musea en tentoonstellingen;
    2. openbaar vervoer.
 12 jaar of ouder + jonger dan 18 jaar
 
  • Je hebt het recht om een medische behandeling te eisen of juist te weigeren, mits een arts en/of psycholoog hebben vastgesteld dat je in geestelijk opzicht volwassen genoeg bent om zo'n beslissing te kunnen nemen; je ouders (of voogd) dienen de beslissing van jou te respecteren.
 16 jaar of ouder
 
  • Je mag een brommer besturen.
  • Je mag wijn en bier kopen; aan jou mogen wijn en bier verkocht worden.
  • Er geldt geen leerplicht meer.
  • Seksuele omgang met meerderjarigen is toegestaan.
 17 jaar of ouder
 
  • Je mag een lesauto besturen, onder begeleiding van een instructeur.
 18 jaar of ouder
 
  • Je bent wettelijk "meerderjarig".
  • Je mag (mits in bezit van rijbewijs) een personenauto besturen.
  • Je mag sterke drank kopen; aan jou mag sterke drank verkocht worden.
  • Je mag je aanmelden voor de militaire dienst (beroepsleger).
  • Je mag trouwen.
  • Je hebt passief stemrecht.
  • Je hebt het recht om een medische behandeling te eisen of juist te weigeren; je ouders (of voogd) en artsen dienen jouw beslissing altijd te respecteren.
 21 jaar of ouder
 
  • Je mag (mits in bezit van rijbewijs) een vrachtwagen besturen.
  • Je hebt actief stemrecht.
 23 jaar of ouder
 
  • Je mag rij-instructeur worden (mits je minimaal twee jaar rijervaring hebt).
 Jonger dan 60 jaar
 
  • Je hebt recht op een werkloosheidsuitkering.
 60 jaar of ouder
 
  • Medische keuring voor het verkrijgen/verlengen van een rijbewijs verplicht.
 65 jaar of ouder
 
  • Je hebt recht op AOW.
  • Hypotheek alleen mogelijk indien een persoon jonger dan 60 jaar garant staat.
 65 jaar of ouder, of jonger dan 12 jaar
 
  • Voor de volgende zaken geldt een reductie van 50% (halve prijs):
    1. officiële musea en tentoonstellingen;
    2. openbaar vervoer.
 80 jaar of ouder
 
  • Je hebt recht op belastingvrijstelling.


2. Hoe komen wetten en regels tot stand?

Hoe komt een wet in Spokanië tot stand?

Een minister kan - al dan niet met enkele collega's - een lacsplan (wetsvoorstel) bij de Zâmporementec (Volksvertegenwoordiging, vergelijk Tweede Kamer - een Eerste Kamer kent Spokanië niet) indienen. Als een meerderheid van de Volksvertegenwoordiging dit voorstel heeft aangenomen, kan de indienende minister zijn departement opdracht geven om het uit te werken tot een lacs-nett (wetsconcept).
Dit concept wordt vervolgens voorgelegd aan een lacs-cômišo (wetscommissie) die de concepttekst goed bestudeert en er een echte wetstekst van maakt. Bij minder ingrijpende en "routinewetten" wordt de Jÿrðen Lacs-cômišo (Permanente Wetscommissie) ingeschakeld, maar bij zeer ingrijpende of specifieke wetten kan er een speciale commissie samengesteld worden: de Lacs-cômišo fara krÿm (Wetscommisie ad hoc).

Als de concepttekst nu tot wetstekst is uitgewerkt, is er feitelijke sprake van een lacs (wet). Deze wordt voorgelegd aan de Âtviss (Adviesraad, vergelijk de Raad van State in Nederland: die adviseert regering en parlement over wetgeving en bestuur), waarvan de voorzitter het staatshoofd is. De Âtviss overlegt formeel met de betrokken minister(s), en eventueel met de Zâmporementec. Als deze raad tot de conclusie is gekomen dat de nieuwe wet juridisch, politiek, financieel en maatschappelijk uitvoerbaar is, en niet in strijd is met de Grondwet of andere wetgeving, kan de voorzitter van de raad de wetstekst ondertekenen. Let wel: het is dus het staatshoofd dat in de functie van voorzitter een wet goedkeurt, wat dus niet hetzelfde is als de Nederlandse situatie waarbij het staatshoofd in de hoedanigheid van staatshoofd een wet bekrachtigt.

Voordat een minister een wetsvoorstel indient wil hij natuurlijk weten hoe de Volksvertegenwoordiging zal reageren en of de uiteindelijke wet wel haalbaar is. Hij kan dan reeds in een vroeg stadium de Adviesraad raadplegen die een 'haalbaarheidsstudie' kan uitvoeren. Dit is altijd een gevoelige kwestie omdat diezelfde raad - met het staatshoofd als voorzitter - uiteindelijk die wetstekst moet goedkeuren. Het is dan ook niet te verwachten dat de Adviesraad een etsconcept goedkeurt en de uiteindelijke wet later afkeurt. Die bekrachtiging door het staatshoofd is daarom slechts een formaliteit.

Als het om een nieuwe wet gaat die direct de belangen van het staatshoofd of zijn familie raakt (zoals bijvoorbeeld de hoogte van de uitkering waar een prins of prinses recht op heeft), zal het staatshoofd zijn voorzitterschap tijdelijk overdragen aan de vice-voorzitter indien de Adviesraad het wetsconcept behandelt. Dit wordt de "koninklijke onthouding bij wetsbemoeienis" (kindisiy mipnoftatos luft lacs-taffos) genoemd.

Het initiatief voor een nieuwe wet kan niet alleen door een minister genomen worden, maar ook door een of meer leden van de Volksvertegenwoordiging. We spreken dan van een lacs-inišateff (wetsinitiatief): een document dat aan de gehele Volksvertegenwoordiging wordt voorgelegd en waarover gestemd wordt. Als de meerderheid van de Volksvertegenwoordigers vóór het initiatief stemt, gaat het document naar de desbetreffende minister die dan een wetsvoorstel kan uitwerken, dat het hele traject doorloopt zoals hierboven aangegeven.
Hoewel er een meerderheid was voor het wetsinitiatief, is dit nog geen garantie dat er ook een meerderheid is voor het wetsvoorstel van de minister. Hij kan het wetsinitiatief immers op zo'n vrije manier interpreteren dat zijn wetsvoorstel er geheel anders uit komt te zien.
Ook een wetsinitiatief dat niet door een Volksvertegenwoordigingsmeerderheid is geaccepteerd kan op het bureau van de minister belanden met de bedoeling dat hij er een wetsvoorstel van maakt. Deze gang van zaken wordt officieel een lâsimmor lacs-inišateff (omfloersd wetsinitiatief) genoemd (dus eigenlijk "stiekem").

Bij wetsinitiatieven die uit de Volksvertegenwoordiging komen, maakt men nog ondersheid tussen een dresa-inišateff (privé-initiatief: één persoon dient op persoonlijke titel het initiatief in), een grup-inišateff (groepsinitiatief: meerdere personen dienen gezamenlijk het initiatief in) en een party-inišateff (partij-initiatief: (bijna) alle Volksvertegenwoordigers van één politieke partij dienen het initiatief in). Over het algemeen hebben zulke partij-initiatieven de meeste kans van slagen, zeker als ook de betrokken minister tot deze partij behoort.

Een wetsvoorstel dat door de minister bij de Volksvertegenwoordiging wordt ingediend, gaat altijd vergezeld van een ÿrtyrâhe-âkt (memorie van toelichting): een uiteenzetting van de motieven en betekenis van de voorgenomen wetgeving. De Volksvertegenwoordiging zal hierop reageren met een tloise-âkt (memorie van antwoord). Hierin staan nauwelijks relevante dingen indien het wetsvoorstel zonder meer is aangenomen, maar kan een groot document zijn als het voorstel is verworpen en de minister precies de redenen hiervan wil weten.

Als het staatshoofd de wet bekrachtigd heeft, wordt de wet in de Tangodâm-tÿdens (TT; Regeringsberichten, vergelijk de Staatscourant) openbaar gemaakt. Ook de memories van toelichting en antwoord worden integraal aan de wetstekst toegevoegd.

De openbaarmaking begint altijd met een vaste frase. Voor koning Huron Herco IV als staatshoofd is deze:

Do Huron Herco Loefe 4, Kindis rifo Spooksoliy, Jabâr rifo Pegrefyte ur Ÿrslâfer rifo Teujan, sen kuberre ón sener zampôr gâšâ ef kjôndos rifo eft kleter lacs, pelira ... [naam van de wet].
Do Huron Herco Loefe 4 enn ef Âtviss én ef Menester nutare, ur do enn ki ef lacs quistare, té sen nute na: ... [wetstekst]

Vertaling: Wij Huron Herco Loefe IV, Koning van Spokanië, Onderkoning van Pegrevië en Graaf van Teujan, richten zich tot Hun volk wegens de aankondiging van een nieuwe wet, genaamd: ... [naam van de wet].
Wij Huron Herco Loefe IV hebben de Adviesraad en de Minister gehoord, en hebben de wet goedgekeurd, die als volgt luidt: ... [wetstekst].

De frase ef Âtviss én ef Menester (de Adviesraad en de Minister) kent allerlei varianten, al naar gelang de feitelijke situatie. Zo kunnen er meerdere ministers bij betrokken zijn, en soms heeft de koning ook andere instanties geraadpleegd, zoals de Volksvertegenwoordiging of de Wetscommissie. Vooral bij wetten die maatschappelijk of politiek gevoelig liggen, en/of waarbij er slechts een geringe Volksvertegenwoordigingsmeerderheid te vinden was, zal de koning de Volksvertegenwoordigers graag persoonlijk willen horen.


Tot juli 1985 hield de koning elke week een praatje voor de radio, daarna heeft hij dit tot mei 1995 nog elke maand volgehouden. In dit praatje kondigde hij ook altijd de nieuwe wetten aan. Hierbij las hij de vaste formules voor, maar in plaats van de integrale wetstekst zei hij: "De tekst kunt u lezen in de Regeringsberichten". Vanaf mei 1995 is de koning gestopt met de maandelijkse radiopraatjes, omdat hij zich er te oud en zwak voor voelde en het idee had dat er "toch niemand meer naar de koninklijke stem wil luisteren".


3. Overzicht van Wetten / Wetboeken

De namen van de wetten staan alfabetisch gerangschikt. Alle wetten en wetboeken zijn ook bekend onder een afkorting. Zulke afkortingen zijn over het algemeen in de loop der tijden in juridische kringen spontaan ontstaan en daarom zien ze er vaak nogal arbitrair uit.
Voor "wetsartikel" kent het Spokaans 3 woorden:

  1. lacs-manta of kortweg manta (afgekort als Mt): elk artikel in een wet;
  2. qudex-hym of kortweg hym (afgekort als Hm): elk artikel in een wetboek (meestal bestaande uit subartikelen, zie 3.);
  3. ârtycla (afgekort als Ârt): elk subartikel in een wetboek, als onderafdeling van een hym (zie 2.).

Dus: als er sprake is van een ârtycla, weten we dat het om een wetboek gaat en dat er ook hyms aanwezig zijn; als er sprake is van een hym kúnnen er ârtycele zijn, maar het gaat sowieso om een wetboek; als er sprake is van een manta gaat het altijd om een wet.


Abeke-nâs-vobare-lacs (ANVOL)
(Wet op de Alfabethervorming)
Deze wet ging in op 12 april 1922. Vanaf die dag wordt het Pegrevische alfabet officieel afgeschaft voor alle Spokaanse dialecten, en het Latijnse alfabet ingevoerd. Vanaf het nieuwe schooljaar in september 1922 moeten alle leerlingen op de lagere school het Latijnse alfabet leren schrijven, en het Pegrevische alfabet op zijn minst kunnen lezen. De wet regelde verder dat vanaf 1 januari 1926 alle kranten, tijdschriften, boeken en andere publicaties in het Latijnse alfabet worden uitgegeven, tenzij historische, wetenschappelijke of "andere" gronden aanwezig zijn om hiervan af te wijken.
Overigens werden er al vanaf ca. 1900 veel teksten in het Latijnse alfabet gepubliceerd, dus deze wet had meer het karakter om een reeds in gang gezette ontwikkeling te reguleren.

Arânka-lacs (Arla)
(Spoorwegwet)
Wet uit 1935 die vele zaken op het gebied van spoorwegen en spoorwegmaatschappijen regelt.

Voorbeeld van een regeling in deze wet:
Toen in 1932 de eerste spoorlijn (tussen Hirdo en Blort) werd geëlektrificeerd, heeft men voor 15.000 volt 16 2/3 Hz gekozen. Dit in navolging van Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Noorwegen en Zweden die in de eerste decennia van de 20e eeuw goede ervaringen met dit systeem hadden opgedaan. Dit voltage en deze frequentie zijn vervolgens in de Spoorwegwet van 1935 vastgelegd, en worden sindsdien voor alle te elektrificeren spoorlijnen gebruikt.

Cômeršela Qudex (CômQ)
(Commercieel Wetboek)
Verzameling wetten en regels m.b.t. de relatie tussen bedrijven enerzijds, en overheid, burgers of andere bedrijven anderzijds. Veel van deze regelgeving komt overeen met wat er in Nederland in het Burgerlijk Wetboek te vinden is.

In het Spokanisch Archief (Elekcyrb.pdf en Knurcyrb.pdf) wordt het volgende artikel aangehaald:
"Ârtycla 32b: Ef nota-kettarer perke beri zikore, den ef ÿðyje rifo eft kafte-âp nota k'mamelde fes ef zolle-nota, ef nota-stinder luftreppelira, ânte 30 terrats mintof ef nota-datumas."
("Artikel 32b: De ontvanger van een rekening moet er zorg voor dragen dat het te betalen bedrag van de voor betaling in aanmerking komende rekening binnen dertig dagen na de rekeningdatum bijgeschreven staat op het door de uitschrijver van de rekening aangegeven bankrekeningnummer.")

Dreutos-burâg-ÿrôniyke-lacs (DBŸ-lacs)
(Wet op de Rantsoenering van Motorbrandstoffen)
Deze wet gold van 1969(in jaartallenbestand staat 1965! Check!) tot maart 1988. Hierna is de brandstofrantsoenering afgeschaft.
Klik hier voor een uitleg van deze wet.

Flâ-lacs ur Veemân-ôc (FlâVee)
(Vlag- en Wimpelwet)
Verving in 1945 de oude Wet voor het Vlagvoeren. In deze nieuwe wet is onder meer vastgelegd dat de zon in de officiële Spokanische vlag rood moet zijn, en de ster groen.

In 1979 kwam de film Brandende Zee uit, spelend in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog. Feiten en fantasie zijn door elkaar gehusseld tot een spannende brij van acties. Maar één historisch feit dat tot grote ergernis van veel Spokaniërs is veronachtzaamd, is deze Vlag- en Wimpelwet. Want in de film wapperen veel vlaggen met een rode zon en groene ster, terwijl die in 1944 natuurlijk beide geel hadden moeten zijn.

Generâl Tâx-lacs (GTâx)
(Algemene Belastingwet)
Hierin wordt alles op fiscaal gebied geregeld. Zie verwijzing naar Mt C3 (artikel C3) in Taxkaft3.pdf.

Kleter Vâdrese-lacs (KlVâL)
(Nieuwe Onteigeningswet)
Ingevoerd in 1934. Deze wet maakt onteigening ten behoeve van (spoor)wegaanleg een stuk gemakkelijker. Vóór 1934 werd onteigening in diverse wetten geregeld, en soms waren de regels ook in tegenspraak met elkaar.

koleslacs
(Schoolwet)
Wetsartikelen die de leerplicht regelen. Is geen zelfstandige wet, maar maakt onderdeel uit van de Onderwijswet.

Kolestiy-lacs (Kolla)
(Onderwijswet)
Wet uit 1925 die de leerplicht en de onderwijsvormen regelt. De leerplicht werd nu gesteld op 6 t/m 15 jaar (in de oudere wetgeving was alleen vastgelegd dat kinderen vanaf hun 6e jaar moesten leren lezen, schrijven en rekenen, en dat ze 4 jaar de tijd hadden om deze vaardigheden onder de knie te krijgen; daarna was het onderwijs facultatief). Zie ook het bestand Leerplicht en schooltypen.

Kûfôs-lacs (KûfL)
(Verkeerswet)
Hierin wordt alles op verkeersgebied geregeld.

Kuraketkanas-lacsz ur Šark-luftiffe-ôc (KlŠô)
(Ruilverkavelings- en Landtoewijzingswetten)
Reeks wetten en bepalingen tussen 1938 en 1949 die de boeren een betere toekomst en eigen land moesten garanderen; deze wetgeving werd een mislukking, waarna de overheid besloot tot een drastische omvorming van de feodale staat in een geïndustrialiseerde mogendheid, de zg. Industriële Expansie.

Lacs frópjÿ ef Energiy-cÿrbaros (LEC) Nog in DICTIO opnemen
(Wet op de Energievoorziening)
Regelt alles op het gebied van productie en distributie van water, gas en elektriciteit. Ook de wijze waarop de tarieven worden vastgesteld en de facturering aan de afnemers ligt in deze wet vast. De wet bepaalt onder meer dat tarieven in het hele land voor elke afnemer gelijk moeten zijn.

Lacs furt ef Flâ-donnos (LFlâ)
(Wet voor het Vlagvoeren)
Ingevoerd in 1902. Hierin werd onder meer het uiterlijk van de Spokanische vlag vastgelegd. Zo dienen de zon en de ster in de vlag beide geel te zijn. Deze wet is in 1945 door de Vlag- en Wimpelwet vervangen.

Lacs furt ef Kentseren (LfKents)
(Wet voor het Communewezen)
Deze wet is in 1894 ingevoerd en regelt de voorwaarden waaraan een woongemeenschap moet voldoen om kents ("commune") te mogen heten. Zulke communes hebben in veel opzichten de status van een dorp.

Lacs furt ef Kofano Gabanos (LaKoGa)
(Wet voor het Openbaar Vervoer)
Regelt de inrichting van het openbaar vervoer, zoals de wijze waarop concessies worden verleend, wie er een privé-vervoerbedrijf kan beginnen, welke gemeentes een gemeentelijk vervoerbedrijf mogen hebben, hoe de concurrentieverhoudingen vorm krijgen, hoe tarieven vastgesteld worden, enzovoort. Verder garandeert de wet dat er lokale en regionale buslijnen geëxploiteerd zullen worden, en dat tram-, bus-, trein- en veerbootverbindingen op elkaar aansluiten.
Een apart deel van de wet regelt allerlei zaken op spoorweggebied die niet in de Spoorwegwet zijn behandeld.

Lacs furt ef Lebetos (LfeL)
(Wet voor het Handeldrijven)
Beschrijft primair de verschillende rechtsvormen die er voor een onderneming gelden. De Kamers van Koophandel zorgen voor uitvoering van deze wet. Spokanië kent de volgende rechtsvormen:

  1. tuffes cômpany (TC: vgl. N.V. of B.V.)
    De LfeL kent niet het onderscheid zoals er tussen een N.V. en een B.V. bestaat. Tuffes cômpanys met een kapitaal van minder dan 15.000 herco worden wel eng TCs ("nauwe TC's") genoemd. Als de aandelen van een TC "op naam" staan (een verplichting bij een B.V., in tegenstelling tot bij een N.V.), wordt wel gesproken van een nekuradragjariy TC ("onoverdraagbare TC"). Een "eng én nekuradragjariy TC" komt dus het dichtst in de buurt bij een Nederlandse B.V.
  2. cÿrachômm belt-cômpany (CBC: vgl. V.O.F.)
    Een belangrijk verschil tussen een CBC en een V.O.F. is het volgende: bij een CBC worden niet de vennoten voor de oinkomstenbelasting aangeslagen, maar de CBC zélf; bij een V.O.F. wordt gekeken naar het inkomen van de individuele vennoten.
  3. dres-finanšere-cômpany (DFC: vgl. C.V.)
  4. ðônosrômos-bjeltos (ÐBj: vgl. maatschap)
  5. réchiys feslosos (RFs: vgl. [geregistreerde] stichting)
    Een Nederlandse "stichting" is per definitie een rechtsvorm. In Spokanië is een feslosos dat niet; elk instituut mag zich "feslosos" noemen. Juridische status heeft alleen een réchiys feslosos.
  6. réchiys ququlâ (RQul: vgl. [geregistreerde] vereniging)
    Een réchiys ququlâ heeft juridische status. Het woord ququlâ betekent zonder meer "vereniging", en zo mag elke groep mensen zich noemen die zich op de een of andere manier hebben verenigd. Het Nederlandse onderscheid "met volledige rechtsbevoegdheid" tegenover "met beperkte rechtsbevoegdheid", zoals dat bij verenigingen wordt gehanteerd, kent Spokanië niet. Elke réchiys ququlâ is feitelijk volledig rechtsbevoegd.
  7. cooperašo (Coop: vgl. coöperatie/onderlinge waarborgmaatschappij)
  8. sekte-âfry-ef-lacs (SaeL: erkende en geregistreerde (religieuze) sekte)
    Een SaeL is in principe identiek aan een RQul, met dien verstande dat een SaeL ook nog gebonden is aan de "Sekte-wet".
.......

Lacs furt ef Mannos rifo Sekte-fyralôsta (LMSF)
(Wet voor het Uitvoeren van Sektarische Grondbeginselen)
Wet die de vrijheid garandeert om binnen een (religieuze) sekte alle mogelijke rituelen en levenswijzen erop na te houden; rechten en plichten die voor de "gewone" burger gelden, hoeven voor sekte-leden niet te gelden. Vervangt sinds 1991 de Ququl-lacs die veel beperkter was omdat het daarin uitsluitend om wetgeving met betrekking tot de Ergynne betrof.
Een populaire benaming voor deze wet is Sekte-lacs ("Sekte-wet").

Inmiddels zijn velen van mening dat de LMSF tegenwoordig ál te tolerant is. Ook de islam en zijn gebruiken krijgen immers door deze wet bescherming, wat zou kunnen betekenen dat op de sharia gebaseerde regels en straffen zonder meer toegestaan zouden kunnen worden. Maar om lijfstraffen, stenigen, onthoofden en dergelijke binnen de islamitische gemeenschap in Spokanië toe te staan, gaat de meesten te ver. Het aantal moslims in Spokanië is echter zo gering (hoogstens een paar honderd), dat er vooralsnog geen vrees is dat notoire schendingen van de mensenrechten dankzij de LMSF mogelijk zijn.

Lacs furt ef Mariys ur âs ef Cÿrollôsta (LaMaCÿr)
(Wet voor de Huwelijken en Partnerschappen)
Hierin wordt geregeld hoe huwelijken gesloten worden en partnerschappen geregistreerd worden. Verder zijn in deze wet de rechten, plichten en andere regels m.b.t. tot (huwelijks)partners vastgelegd.
De wet gaat uitsluitend over het burgerlijk huwelijk, en zegt niets over de wijze waarop kerkelijke of anderszins religieuze of sektarische huwelijksceremonies moeten plaatsvinden. Wel maakt de wet een onderscheid tussen:

  1. Burgerlijke huwelijken die moeten plaatsvinden ná een kerkelijk huwelijk:
    Als een paar kiest voor een kerkelijk huwelijk (rooms-katholiek, ergynisch, protestants), dan moet dat éérst gesloten worden. Daarna (in ieder geval binnen 3 werkdagen) wordt er een eenvoudig burgerlijk huwelijk gesloten, dat niet meer is dan een administratieve handeling door de Wethouder van Burgerzaken. Deze gebeurtenis vindt in een eenvoudig zaaltje plaats, waarbij 4 getuigen aanwezig moeten zijn: 2 voor elke partner. Eventueel mogen er een beperkt aantal directe verwanten (in principe ouders of kinderen) of goede vrienden bij aanwezig zijn. Ook de geestelijke die het kerkelijk huwelijk heeft ingezegend, is welkom. De precieze regels verschillen per gemeente, het een en ander is afhankelijk van het aantal beschikbare zitplaatsen in het zaaltje.
    Deze (weinig feestelijke) bijeenkomst heet officieel Quista Ÿrântiy Mariy-terfyros (Burgerlijke Verbintenisbevestiging), en vindt altijd plaats in de gemeente waar één van de partners ingeschreven staat. Bij katholieken is het de gewoonte dat de gemeente van de vrouw gekozen wordt, bij ergynisten wordt dikwijls de gemeente van de oudste partner gekozen.
  2. Burgerlijke huwelijken die zónder voorafgaand kerkelijk huwelijk plaatsvinden (hieronder vallen dus ook de burgerlijke huwelijken die gevolgd worden door een kerkelijk huwelijk):
    Als er géén kerkelijk huwelijk heeft plaatsgevonden, moet het burgerlijk huwelijk enigszins ceremonieel zijn. Dan bieden de meeste gemeentes een betere locatie, de Wethouder wordt geassisteerd door een ambtenaar die een toespraakje houdt, en in kleinere gemeentes kan ook de burgemeester als zodanig optreden. Deze meer feestelijke gebeurtenis wordt Ÿrântiy Ÿmarianos-seremoniy (Burgerlijke Huwelijksceremonie) genoemd, en doet denken aan wat er in Nederland gebruikelijk is. Grotere gemeentes hebben dikwijls een aantal huwelijkslocaties beschikbaar, van eenvoudige feestzaaltjes tot halve kastelen. Het gaat dan om locaties die op commerciële basis aan de gemeente worden verhuurd. Uiteraard zijn de kosten evenredig aan de status van de locatie. Ook nu geldt dat het huwelijk gesloten moet worden in de gemeente waar één van de partners woonachtig is.

Lacs furt ef Rigts én Duets frópjÿ Toranief Revertôsta (LaRiDu)
(Wet voor de Rechten en Plichten met betrekking tot Geneeskundige Behandelingen)
Deze wet regelt de verhoudingen tussen drie partijen: patiënten, artsen en zorginstellingen (zoals ziekenhuizen). De wet waarborgt met name de rechten van alle patiënten.

Artikel 12 regelt het recht dat patiënten hebben om een medische behandeling te weigeren of juist te eisen. Alle meerderjarigen (18 jaar of ouder) hebben zonder meer het recht om een geneeskundige handeling te weigeren of om te verlangen dat ze een behandeling ondergaan. Een weigering dient door de behandelende arts(en) gerespecteerd te worden, maar deze is wel bevoegd om een psycholoog of andere expert in te schakelen die kan proberen de patiënt van mening te doen veranderen.
Ook als een patiënt een bepaalde behandeling per se wil ondergaan, kan de arts een derde inschakelen om de patiënt te proberen ervan te overtuigen dat zo'n behandeling niet zinvol is.

Minderjarigen van 14 t/m 17 jaar hebben het laatste woord als het gaat over het ondergaan of weigeren van een medische behandeling. Het kind moet wel tot een redelijke beoordeling van zijn of haar belangen in staat zijn. De arts kan daarom eventueel besluiten om de mening van de ouders op te volgen als hij van mening is dat het kind de beslissing nog niet goed zelf kan nemen. Voor kinderen van 12 en 13 jaar geldt dat zij 'opschorting' kunnen eisen, wat wil zeggen dat er met het uitvoeren of afzien van een medische handeling wordt gewacht totdat het kind 14 jaar is en dan definitief mag beslissen. Mochten arts en ouders ervan overtuigd zijn dat zo'n opschorting medisch gezien onaanvaardbaar is, dan mogen de ouders alsnog een definitieve beslissing nemen.

In alle gevallen geldt dat de patiënt tot een redelijke beoordeling van zijn belangen in staat is. Als personen vanwege hun leeftijd, ziekte of geestelijke gesteldheid niet (goed) in staat zijn om zélf een beslissing te nemen, zullen anderen die daartoe gemachtigd zijn dat moeten doen (zoals ouders of voogden van kinderen, of naaste familieleden van ouderen).

Indien behandelende artsen, patiënten en eventueel naaste familieleden niet tot overeenstemming kunnen komen (of er zelfs een ernstig conflict ontstaat), kan er een arbitragecommissie ingeschakeld worden. In zulke commissies zitten niet alleen medici en psychologen, maar veelal ook geestelijken en/of juristen. Het nadeel hiervan kan zijn dat een (bindende) uitspraak van zo'n commissie tevens gebaseerd is op morele, juridische en religieuze overwegingen. Zo kan de weigering van een patiënt om een medische behandeling te ondergaan (met als gevolg dat hij zal overlijden), door de commissie als ongegrond worden verklaard omdat een katholiek geestelijke van mening is dat artsen zich tot het uiterste moeten inspannen om het leven van een patiënt te redden of te rekken.

Ququl-lacs (QuqLa)
(Sektewet)
Wet die de vrijheid van godsdienst en opvattingen garandeert en extreme rituelen toestaat mits deze binnen een besloten sekte-gemeenschap en op vrijwillige basis plaatsvinden; ook zaken als bedelen en het offeren van dieren zijn dank zij deze wet mogelijk. Deze wet betreft uitsluitend zaken op het gebied van de Ergynne. In 1991 is de wet vervangen door de Wet voor het Uitvoeren van Sektarische Grondbeginselen die uitgebreider is, omdat nu ook sektes en groeperingen ánders dan behorend tot de Ergynne in de wetgeving zijn opgenomen.
Een populaire benaming voor deze wet is Sekte-lacs ("Sekte-wet").

Rigtâtee-Qudex (RiQu)
(Wetboek van Rechtspreken)
Hierin wordt precies beschreven welke delicten bij welke rechtbank behandeld moeten worden. Delicten worden onderscheiden in: (1) overtredingen; (2) "onwettige daden" en (3) misdaden (zie Wetboek van Strafrecht). Zie verder bij de Rechtspraak.

Šarkdomenn-lacs (Šdl)
(Landgoederenwet)
Vervangt sinds 1920 de Šark-lacs. De wet regelt alles met betrekking tot het agrarische bedrijf op de šarkdomenns, en is vooral bedoeld om het leven en de arbeidsomstandigheden van de in loondienst werkende boeren te beschermen. In 1957 is deze wet drastisch herzien en zijn diverse feodale regelingen (die onder het mom van "traditie" gekoesterd konden blijven) geschrapt.

Šark-lacs (Šala)
(Landswet)
Wet uit 1905; maakt einde aan lijfeigenschap en ondergeschiktheid van de boeren op een šarkdomenn; schrijft minimumloon voor en verbiedt lijfstraffen. In 1920 is deze wet vervangen door de meer uitgebreide Šarkdomenn-lacs.

Sekte-lacs
(Sekte-wet)
Populaire benaming, eerst voor de voor Ququl-lacs, en vanaf 1991 voor de Lacs furt ef Mannos rifo Sekte-fyralôsta.

Tjel-armtmôquos-qudex (TAQ)
(Wetboek van Strafrecht)
Hierin worden alle overtredingen, onwettige daden en misdaden gedefinieerd, plus welke (maximum)straffen ervoor opgelegd kunnen worden.

Concreet genoemd artikel in SPARC: TAQ Hym L-322a (op oproepingskaart voor de verkiezingen van de Volksvertegenwoordiging). Tekst: "De opkomstplichtige die zich ten overstaan van de voorzitter van het Stembureau met opzet voordoet als iemand anders, wordt gestraft met een maximum gevangenisstraf van 6 maanden, hetzij een geldboete die volgens de normen in TAQ artikel G-12 overeenkomt met de opgelegde gevangenisstraf."

Wuma-qudex (WuQ)
(Boswetboek)
Hierin wordt alles geregeld op het gebied van bosbouw, houtverwerking, en dergelijke. Het is een wetboek, en geen wet, omdat de tekst bestaat uit een verzameling wetten die tot 1966 onafhankelijk van elkaar geldig waren. Sommige wetsartikelen waren in tegenspraak met elkaar, en de regering achtte het adequater om de gehele wetgeving op dit gebied in één wetboek samen te brengen.

Ÿrôm-posiblatiy-lacs (ŸPL)
(Werkmogelijkhedenwet)
In deze wet wordt van alles geregeld op het gebied van werkloosheid, uitkeringen, ziekte, enzovoort. Als iemand niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien (in de meest ruime zin), is deze wet van belang.
De wet onderscheidt een reeks gevallen die alle samengevat kunnen worden onder de noemer "niet of slechts gedeeltelijk in staat om te werken":

  1. onvrijwillig werkloos
  2. vrijwillig werkloos
  3. dreigend werkloos
  4. werkzoekend
  5. bezig met een arbeidsprocedure
  6. bezig in een omscholingstraject
  7. arbeidsongeschikt
  8. fysiek of psychisch beperkt
  9. sociaal onaanpasbaar
  10. sociaal beperkt
  11. met ziekteverzuim
  12. met ziekteverlof
Iedereen die een beroep doet op de ŸPL, wordt in een van deze 12 categorieën onderverdeeld. In hoeverre men recht heeft op een "loonvervangende maatregel" hangt van deze categorie af. Elke vorm van inkomen die niet gerekend wordt tot een normaal loon of anderszins een normale financiële tegemoetkoming voor verricht werk, valt onder deze loonvervangende maatregel, ofwel uitkering. Er zijn vier soorten instanties die een uitkering kunnen betalen: de overheid, de (voormalige) werkgever, een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij. In sommige gevallen zijn twee instanties verantwoordelijk voor de uitbetaling (bijvoorbeeld: iemand die bezig is in een omscholingstraject - categorie 6 - krijgt een deel van zijn loon van zijn voormalige werkgever, en een aanvullende uitkering van het Ministerie van Socale Zaken).
Voor deze categoriale indeling is in eerste instantie de Werklozenraad (Ðÿmÿrômiy-meeg) verantwoordelijk, een instantie die in alle grotere gemeentes is te vinden. Het is een soort combinatie van Arbeidsbureau en Sociale Dienst. Hier worden mensen die een beroep op de ŸPL doen, duchtig aan de tand gevoeld, om te bepalen onder welke categorie ze vallen. In een aantal omstandigheden is de rol van de Werklozenraad meer op de achtergrond.

Bijvoorbeeld als een werknemer zich ziek meldt, zal de werkgever dat aan de Werklozenraad doorgeven, met als automatisch gevolg dat de ziekmelder "met ziekteverzuim" zal worden gecategoriseerd (de werkgever betaalt dan een bepaald percentage van het loon door, afhankelijk van de duur van de ziekte). Mocht het ernaar uitzien dat de ziekte een permanent karakter krijgt, dan wordt met "gehercategoriseerd" naar de categorie "met ziekteverlof" De werkgever betaalt dan nog steeds een bepaald percentage van het loon door, maar dit wordt uiteindelijk zo laag dat er een aanvullende uitkering mogelijk is).
Als op een gegeven moment de werkgever niet meer bereid is om voor zieke werknemers te betalen, kan men ontslagen worden en is men "onvrijwillig werkloos". Het is dan zaak om zo snel mogelijk in de categorie "arbeidsongeschikt" te komen, want dan heeft men recht op een uitkering en hoeft men niet te solliciteren

.......


TOP © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 21 feb 1999

namen van wetten en wetboeken - DICTIO {N} - 28.02.07 [lo-sparck.gif]