|
14: het eerste heilige getal
Er is geen twijfel mogelijk dat de naam erg (voor "14") verwant is met Ergynne (naam van de godsdienst), Erget (naam van de "Ergynne-god") en Ergemip (naam van de "Ergynne-bijbel").
In hoofdstuk 4 van de Ergemip lezen we dat Blaûc (een op aarde levende godheid die het gepersonifieerde geweten van Erget vertegenwoordigt) bij de strijd tegen Erget sneuvelde en in 14 stukken uiteen viel. Deze stukken transformeerden zich tot de eerste 14 mensen. Sommige geestelijken en geleerden zeggen: de eerste 14 mensen in Spokanië, maar anderen beweren dat het de eerste 14 mensen op de wereld waren. Zij stammen dus van het geweten van Erget af.
Nu zijn er twee etymologische lezingen: de eerste is religieus van aard en stelt dat Erget "er altijd al was", dus dat ook zijn naam er altijd geweest moet zijn. Dit impliceert dat het telwoord erg afgeleid is van Erget. Inderdaad lezen we in de Ergemip dat Blaûc bij zijn sneuvelen uiteenviel in gopirus leps âfry Ergetex ef trovôc ("enige stukken volgens Ergets getal"). De omschrijving Ergetex ef trovôc ("het getal van Erget") zou dan verkort zijn tot erg, zodat het een "echt" telwoord werd. Waarom dit dan precies 14 moet zijn valt te achterhalen uit andere passages uit de Ergemip waarin de 14 eerste mensen nader beschreven worden.
De tweede theorie is meer taalkundig van aard en stelt dat erg "altijd" al een telwoord is geweest en dat de naam Erget daarvan is afgeleid met de uitgang -et die iets betekent als "drager". We zien dit ook in een afleiding als kinet ("zieke" of "patiënt", letterlijk "ziek-drager"). Dus zou Erget iets betekenen als "veertien-drager", refererend aan de 14 mensen die zijn geweten vormen. De religieuze (dus heilige) status van het getal 14 blokkeerde het gebruik van de oorspronkelijke telwoorden die hoger dan 14 waren, want 14 was "het ultieme". Vandaar dat er vanaf 15 samenstellingen in zwang kwamen in de trant van erg-ér ("veertien-één"), enzovoort.
36: het tweede heilige getal
Tot en met 35 zijn de telwoorden samenstellingen van telwoorden met lagere waarden. Zo wordt 27 uitgedrukt met erg-râsen (14+13), 28 is tenerg (2×14), 35 is tenerg-heferg (2×14+7, waarbij 7 weer uitgedrukt wordt door ½×14). Maar voor 36 hebben we plotseling het niet-samengestelde woord rân, evenals erg een heilig getal. Beide telwoorden suggereren dat ze ook iets anders, of méér, hebben betekend dan de precieze getallen 36 en 14. Ze vallen immers na main (10) geheel buiten een aansluitende reeks niet-samengestelde telwoorden.
Het woord rân is verwant aan het Engelse run of het Nederlandse rennen en drukte de afstand uit die iemand in ca. 2 uur lopend zonder onderweg te rusten kon afleggen. Dat was 10 myle (bijna 19 km), wat gelijk stond aan ongeveer 36 fôt. Omdat een afstand van 36 fôt dus met rân werd aangeduid, kon dat woord later ook de waarde van "36" gaan uitdrukken.
Ook de erg is gebaseerd op een maat: een erg (in modern Spokaans: ûrgiy) was een kruik die 14 kell (ca. 24 liter) aan water (of wijn) kon bevatten. Omdat hier een inhoudsmaat van 14 kell met erg werd aangeduid, kon dat woord later ook de waarde van "14" gaan uitdrukken. Zie verder ook Maten en gewichten (met de mogelijkheid om maten naar andere waarden om te rekenen).
Om min of meer vaste maten van concrete voorwerpen als maateenheid te gebruiken is algemeen gebruikelijk. Denk maar aan een voet, een duim, een pint of een kan (ouderwets woord voor "liter"). Maar om zulke vaste maten te gebruiken als basis voor telwoorden lijkt tamelijk uniek.
Vanaf 10: de niet-heilige getallen
Dan rijst de vraag hoe de getallen vanaf 15 vroeger dan wel uitgedrukt werden. Daar is vrijwel niets over bekend. Alleen een handschrift uit de 14e eeuw maakt gewag van de woorden henten (15) en nalân (= nala-en = 18). Beide eindigen op -en, analoog aan lÿn (= le-en = 11), tesen (12) en râsen (13). De uitgang -en kan gezien worden als een reductie van main (10), dus lÿn is feitelijk le-main, ofwel 1+10. De telwoorden le (1), tes (2) en râs (3) komen in het standaard-Spokaans niet meer voor, maar zijn nog wel te herkennen in het Pegrevisch. Ook in een aansporing als Tu slapelsatât letterâs! ("Je moet één-twee-drie naar bed!" - meestal klapt degene die dit (tegen een kind) zegt drie keer in zijn handen) vinden we de reeks le-tes-râs terug.
|