Spokanisch Archief

KANALEN
Bestandsgroep Wateren
Kanalen
Kustwateren
Meren
Moerassen, delta's en polders
Rivieren en beken
Watervallen
 
Zie ook
Territoriale wateren
Dit bestand
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

Het Ÿrtazo-kanaal verbindt het marktstadje Ÿrtazo op Zuid-Liftka met de Firani.
Op marktdagen is er nog steeds een druk verkeer met schepen vol groente, fruit en vee. Het oostelijke deel van het kanaal, in de buurt van de Firani-delta, doorsnijdt moerasachtige gebieden met dichte berkenbossen.
 

* plaats aan een van de eindpunten van het kanaal

Als een kanaal op een -deelkaart is aangegeven, staat het aanklikbare kaartnummer tussen {..}. Deelkaarten worden in een apart venster geopend.
Als een kanaal over meerdere deelkaarten loopt, worden de twee kaarten met het begin- en eindpunt van het kanaal genoemd.

Onderstreepte kanaalnamen kunnen aangeklikt worden om een afbeelding te zien.


  1. Ales-kanol (1911; 20 km; 5 sluizen) • {H 05}

    Tussen Larmin en het dorp Karr; Grejala, Xalās, Karr*.
    Het kanaal is gegraven ten behoeve van de ijzermijn bij Karr, zodat het erts naar de hoogoven van Xalās vervoerd kon worden. Ook diende het kanaal voor de afvoer van het hout uit de bossen bij Karr. Na het faillissement van de ijzermijn (in 1966) was het kanaal alleen nog van belang voor het houttransport. Het onderhoud van het kanaal en zijn sluizen liet echter te wensen over en omstreeks 1885 vond het laatste houttransport plaats.
    Na bijna twintig jaar van verwaarlozing wordt sinds 2006 de vaarweg met zijn sluizen weer in oude staat teruggebracht, met de bedoeling er een toeristische attractie van te maken. Trekschuiten en privébootjes zouden dan weer naar Karr kunnen varen, alwaar een keur aan faciliteiten (hotel, restaurant, camping, mijnmuseum enzovoort) gerealiseerd moet worden. Een ambitieus plan waarvan anno 2007 de financiering nog niet rond is.

  2. Amahagge-kanol (of Pluf; 1820; 43 km; 2 sluizen) • {H 07} {I 08}

    Tussen Larmin en rivier Firani; Amahagge*, Muryhille, Klea-Doecha.
    Is ontstaan na kanalisering van de Pluf. De Pluf stroomde oorspronkelijk tussen St.Groje aan de Zelze en Amahagge. Met de kanalisering ervan is men in 1820 begonnen; de laatste werkzaamheden vonden plaats in 1900, toen werd 4 km kanaal gegraven, met een nieuwe aansluiting op de Zelze 5 km ten zuiden van St.Groje.
    Het deel van de Pluf dat in Amahagge tussen de monding (Hupster Port-fonis) en het Grāg-knurfel lag, heette Strenkiy. Deze naam is in onbruik geraakt toen het gehele water na kanalisering Amahagge-kanol werd genoemd.

  3. Ašas-kanol (1957; 8 km) • {F 02}

    Tussen Ef Mora en elektriciteitscentrale Grōndacā; Lift*.

  4. Ben-kanol (1943; 6,5 km; 3 sluizen) • {K 03}

    Tussen Lompik-zee en elektriciteitscentrale Ben-kanol; Eldelogne*.
    Het kanaal is primair bedoeld voor de afvoer van het warme koelwater van de elektriciteitscentrale (het koude zoete water wordt via pijpleidingen uit de bergen aangevoerd). Steenkool die over zee wordt aangevoerd kan bij Eldelogne overgeladen worden op kleinere schepen die de drie sluizen in het kanaal kunnen passeren. Dit is een omslachtige methode die alleen in uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld bij een spoorwegstaking) wordt toegepast.

  5. Dajās-kanol (1967; 5 km) • {J 08}

    Tussen Vend’ne-kanol en Kjoep-monding; Hoggebim*.

  6. Dreegt (1708; 42 km; 1 sluis) • {D/E 04}

    Tussen Trendon-kanol en plaats Monny; Cleft, Trupiy, Ameronne, Dreegta, Festruna, Cjoef-zeces, Monny*.
    Vóór de aanleg van het Trendon-kanol liep de Dreegt 10 km verder naar het zuiden door en kwam uit in de rivier Trendon. In 1930 (3 jaar na de aanleg van het Trendon-kanol) is het stuk Dreegt tussen Trendon-kanol en rivier Trendon gedempt.
    Er is een autoveer in de verbinding Spejer--Cjoef-zeces. (DOM 130-131)

  7. Fontaigny-kanol (1914; 8 km; 1 sluis) • {J 06/07}

    Tussen Kjoep en Hazācki-kanol; Tjulle-belt.

  8. Grāg-knurfel (?? km) • {H 07}

    De Kōlāk eindigt in het noorden van Amahagge in een meertje dat Sven-ses heet. Dit staat via een gekanaliseerde beek in verbinding met het Amahagge-kanol. Deze gekanaliseerde beek heet Grāg-knurfel en loopt als een gracht door de stad. De diverse straten, parken en kades langs dit water hebben alle een andere naam. Van noord naar zuid: Huron-Herco-pārc, Crofā-lirrotiy, Knurfel-vijafecc, Verfuter-pādra, Aschen-grāg en Heles-grāg.

  9. Hazācki-kanol (1914; 45 km) • {J 06/07}

    Rondom Hazācki-pōlder; Tjulle, Tij’, Crybba, Rān, Kerpa a/e Ses.

  10. Huftroes (1740; 9 km; 1 sluis) • {F 09}

    Tussen Leije en Pitla-pōlder.

  11. Kennšeri (1792; 25 km; 1 sluis) • {D 04} {E 05}

    Tussen Dreegt en Trendon-kanol; Trupiy*, Grlabō, Helmyrivo, Klalbā*.

  12. Kjutiy-kanol (1900; 10 km) • {M 04}

    Tussen Gubina-zee en Zar-fonis. Het oorspronkelijke kanaal diende voor de afwatering bij de drooglegging van het moerasgebied in deze streek (zie Moerassen, delta's en polders). In 1934 is het kanaal geschikt gemaakt voor de scheepvaart.

  13. Kleter Huftroes (1882; 13 km; 2 sluizen) • {F 09} {G 09}

    Door Pitla-pōlder; Āmquff.

  14. Kveer-kanol (1914; 8 km; 1 sluis) • {J 07}

    Tussen Kjoep en Hazācki-kanol.

  15. Mōras (1796; 48 km; 1 sluis) • {C 01} {B 03}

    Tussen Wefot-Lompik-zee en Pālst; Tanburo*, Xerxes, Hent-B’n’r, Tārg, Jakāmprusot, Flemeuni.
    Het stuk Pālst (rivier) tussen Mōras en monding is na de aanleg van de Mōras gekanaliseerd. Dit gekanaliseerde stuk Pālst wordt daarom wel als vervolg van de Mōras beschouwd, m.a.w. de Pālst stroomt uit in de Mōras.
    Er is een autoveer in de verbinding Flemeuni--Jakāmprusot.

  16. Pitla-siyclo (1882; 46 km) • {F 09} {G 10}

    Rondom Pitla-pōlder.

  17. Pluf : zie Amahagge-kanol

  18. Šegos-kanol (??; 4 km) •

    Smal kanaal vanaf de Plafotō naar een grote vijver bij de Sloegt-centrale, om deze van koelwater te voorzien en het warme water te lozen. Bij de Plafotō-oever gaat het kanaal door een tunnel van ca. 400 m lengte. Het kanaal is niet bevaarbaar. Naam staat op regiokaart Korif Tul’nn

  19. Strenkiy : zie Amahagge-kanol

  20. Trendon-kanol (1927; 24 km; 3 sluizen) • {D 04/05}

    Langs rivier Trendon; St.Justes.
    Tussen Amestā en Trondom; snijdt de Xeest-watervallen en stroomversnellingen in de Trendon af; geopend in 1927; 3 sluizen (elk met een verval van 20 m).

  21. Trendon-kanol (1841-1845; 7 km) • {hir-b4}

    Kanaal in Hirdo, tussen de Trendon en het spoorwegemplacement Ef Tūs Berkiys. Het loopt dood tegen een heuvelrug bij de voormalige kolenhaven Zjol-lados. Dit was de westelijke grens van de stad, voordat hier de villawijken in het meer heuvelachtige deel werden gebouwd. Toen in 1885 het spoorwegemplacement werd aangelegd, werd het kanaal onderdeel van een grotere infrastructuur van waterweg en spoorweg.

  22. Vend’ne-kanol (1914; 39 km; 15 stuwen) • {J 08} {K 07}

    Tussen Hoggebim-fonis en Kjoep-strett; Hoggebim*, Hāpyjasta.
    Onbevaarbaar; in 1914 werd het oostelijke deel aangelegd om het Hazācki-meer droog te maken. Na de drooglegging is in 1917 ook het westelijke deel aangelegd. Het kanaal diende toen voor de afwatering van de Hazācki-polder en voor de ontlasting van de Kjoep, als het peil ervan aan de benedenloop (in Hoggebim) te veel dreigt te stijgen.
    Tussen 1948 en 1965 zijn de 15 stuwen aangebracht om de stroomsnelheid te reguleren. Het oostelijke deel van het Vend’ne-kanaal loopt vanaf de stuw bij de Hazācki-polder naar de Kjoep-strett. De 8 stuwen in dit oostelijke deel hebben elk een verval van ca. 6 meter. Totaal overbrugt dit deel van het kanaal dus een hoogteverschil van ca. 50 meter.
    Het westelijke deel van het kanaal loopt vanaf de stuw bij de Hazācki-polder door Hoggebim naar de Hoggebim-fonis. Ook hier wordt ca. 50 meter overbrugd, met behulp van 6 stuwen, gemiddeld met een verval van ruim 8 meter.
    De stuw bij de Hazācki-polder heeft een verval van 7 meter; de polder ligt gemiddeld 57 meter boven de zeespiegel.

  23. Vend’ner (1882; 6 km; 1 sluis) • {F 09}

    Tussen Kleter Huftroes en Pitla-fonis; Āmquff*.

  24. Yflonini-kanol (1910-1915; 4 km) • {hir-a3/b3}

    Kanaal tussen de Trendon en de industriegebieden in het noorden van Hirdo. Oorspronkelijk aangelegd ten behoeve van de tuinderijen aan de noordkant van Hirdo, voor de watervoorziening en het transport. In 1950-1953 is het kanaal verbreed, toen de tuinderijen steeds meer plaats gingen maken voor industrie, en er grotere schepen moesten kunnen varen. Naam staat op regiokaart Hirdo

  25. Ÿrtazo-kanol (1746; 17 km; 2 sluizen) • {I 08/09}

    Tussen plaats Ÿrtazo en rivier Firani; Ÿrtazo*, Kanol-sluše.

  26. Ziffon-kanol (1856; 18 km; 7 sluizen) • {E 06}

    Tussen rivier Ziffon en plaats Ziffon; Ziffon*, Meaue*.
    Kanaal tussen Meaue a/d Ziffon en het plaatsje Ziffon; 7 sluizen, met een totaal verval van 45 m; in 1856 aangelegd voor de afvoer van steenkool en ijzererts uit de mijnen bij Ziffon, naar Hirdo. Tussen het Šōnhe-meer en het eindpunt van het kanaal loopt (via de plaats Ziffon) een ca. 5 km lange pijpleiding om het kanaal aan de hoogste zijde te voeden: het zou "leeglopen" als er regelmatig schepen in de sluizen geschut worden.
    Toen in 1923 de spoorlijn Hajequū--Ziffon--Vyl-C’rlaje geopend werd, vond het kolen- en ertsvervoer hier plaats en raakte het 17 km lange kanaal in verval; tussen 1975 en 1982 zijn de sluizen gerestaureerd en kunnen er toeristische boot-excursies naar de oude mijnen (in 1959 gesloten) gehouden worden.

© De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 17-290381 • SPARC 15 mei 1995

namen van kanalen - DICTIO {G} - 13.10.05