|
Algemeen overzicht van de moerassen, delta's, polders en andere landaanwinningsprojecten.
Als een item op de -deelkaarten is aangegeven, staat het aanklikbare kaartnummer tussen {..}. Deelkaarten worden in een apart venster geopend.
Onderstreepte namen kunnen aangeklikt worden om een afbeelding te zien.
-
Blizerû-clamiða (district Flâp)
• {I/J 10}
Belangrijkste plaatsen: St.Alycro-Poniy, Mennô, Adolentiy-Begrâ.
Groot kustmoeras met getij op Noordoost-Tigof, doorsneden met waterstroompjes
en dijkjes; sinds 1965 beschermd natuurgebied. Hier komt de blauwgroene variant van de flechâ-ur-klavior (een soort kuifloze fuut) erg veel voor. Een deel van het moeras is drooggelegd.
-
Cheetucjâ-delta (district Flâp)
• {I 11}
{J 12}
Belangrijkste plaatsen: St.Alycro-Cheetucjâ, St.Leenn.
-
Ef Dadôcs (district Munt)
• {D 05}
Reeks moerassige oevergebieden langs de beide oevers van de Trendon, tussen de plaatsen Trendon en Trondom. Nog in de 16e eeuw was dit een aaneengesloten moeragebied, maar dijken en droogleggingen hebben dit moerasgebied gereduceerd tot een aantal geïsoleerde plekken.
Ef Dadôcs hebben geen speciale status en dreigen door wegenaanleg, woning- en industriebouw en uitbreiding van landbouwgronden binnen enkele decennia jaar geheel te verdwijnen. Daarom hebben enkele inwoners uit Trendon in 1997 de stichting Feslosos furt Ef Dadôcs-zollos opgericht, met het doel om de overheden ervan te overtuigen dat deze unieke moerasgebiedjes een beschermde status dienen te krijgen, en wellicht tot een groter geheel uitgebreid moeten worden.
-
Ergânt-clamiða (district Bloi)
• {G 04/05}
Belangrijkste plaatsen: Andel, Wena, Manes-Tolâ.
Groot kustmoeras op Noordoost-Berref; stroomgebied van de Kôlâk. Hierin zijn veel hondenmummies gevonden. Enkele delen, zoals langs de spoorlijn en rondom de drie genoemde plaatsen, zijn drooggelegd. Aan de westzijde gaat het moeras geleidelijk over in een drassig gebied dat wel Ergânt-vlakte wordt genoemd, en deze sluit aan op de heuvels van Honnemeg. (DOM 147-148)
-
Fakliy-clamiða (district Ales)
• {H 03}
Aan de zuidrand van het Ÿrofly-meer.
-
Ferâgt-clamiða (district Ben)
• {J 04}
Rond de samenloop van de Ÿrlaâgchÿ en de Kjoep. Het hoogst gelegen moeras van Spokanië.
-
Firani-delta (district Jelafo)
• {I 09}
Belangrijkste plaatsen: Flivoti, Haÿe.
a. In enge zin: moerasgebied rondom de monding van de Ubâfta-Firani, overlopend in droogvallende platen in de Aflif-strett.
b. In meer algemene zin: moerasgebied als genoemd onder a., plus de moerassen langs de oevers van de Ubâfta-Firani en de Nirr-Firani (de twee takken waarin de Firani zich in de benedenloop verdeelt).
Het langgerekte deel tussen Haÿe en Flivoti is in de 19e eeuw ingedijkt en drooggelegd.
-
Girdestiy-delta (district Flenazjekk)
• {L 09}
Belangrijkste plaatsen: Girdes, Mippar.
Moerasgebied bij de monding van de Girdestona. Overgangsgebied tussen de kust en de zee-inham Ef Girdestiy.
-
Hazâcki-pôlder (district Renô)
• {J 06/07}
Belangrijkste plaatsen: Tjulle-belt, Crybba-ef-Hazâck.
Oorspronkelijk Hazâcki-meer; kwam droog op
05.08.1914; de drooglegging gebeurde in opdracht van de landheer
Bertel Olâf Cristo Clermont de Fontaigny (1863–1943), en onder leiding van de Nederlandse ingenieur Joseph Keijzerswaard.
De Hazâcki-polder en de Pitla-polder zijn de 2 grootste polders van Spokanië.
-
Kjutiy-šark (district Litii)
• {M 04}
Voormalig moerasgebied tussen Xoless en Kjutiy, rondom en ten noorden van de monding van de Lassos. Omstreeks 1900 drooggelegd, en sindsdien een landbouwgebied. Het huidige Kjutiy-kanaal is nog een gevolg van deze droogleggingen. Door de drooglegging werden spoorlijn- en wegverbindingen naar de noordoostelijke uitloper van Brÿr mogelijk; de ontsluiting van dit gebied was een grote stimulans voor de ontwikkeling van de industrie en mijnbouw aldaar.
-
Klinnÿr-delta (district Ales)
• {H 02/03}
Moerassig mondingsgebied van de Klinnÿr. Het maakt onderdeel uit van het Racôn-moeras.
-
Mora-Ocki-clamiða (district Bloi)
• {E 02}
Belangrijkste plaats: Mora-fes-Dunjes.
Drassig duingebied aan de monding van de Ocki.
-
Otreffa-clamiða (districten Ales en Ben)
• {I 02}
Voormalig moeras langs de Reven-fonis op het grensgebied van Ben en Ales. Sinds 1850 een bosgebied, en tegenwoordig bekend als het Natuurreservaat Ef Ûcsz).
-
Pitla-pôlder (district Ziyp)
• {F 09/10}
{G 09}
Belangrijkste plaats: Âmquff.
Tussen 1880-1885 ingedijkt en drooggelegd (zie ook de
kaarten
). Tot 1880 lag Minde op het eilandje Âmquffa, dat door de Pitla-fonis van het vasteland van Berref was gescheiden. De Pitla-fonis was in de loop der eeuwen zo ver dichtgeslibt dat deze inham bij eb voor de helft droog lag. Daarom heeft de eilandsregering van Berref in 1875 besloten om deze inham in te dijken en droog te pompen. De droogmaking van de Haarlemmermeer (droog in 1851) heeft als voorbeeld gediend voor die van de Pitla-fonis: zo loopt ook om de Pitla-polder een ringvaart (de Pitla-siyclo), hoewel enkele Nederlandse ingenieurs die omstreeks 1890 een kijkje kwamen nemen hoe de onervaren Spokaniërs de klus hadden geklaard, constateerden dat zo'n ringvaart hier helemaal niet nodig was, want het weg te pompen water kan immers direct op zee geloosd worden. Daarentegen vonden de Nederlanders de ringdijk veel te laag; zij voorspelden dat de polder bij een flinke storm en extreem hoogwater weer vol zou kunnen lopen - dat is tot op heden (nog) niet gebeurd.
In 1903 is er een spoorlijn over de zeedijk bij Uofiten naar Minde aangelegd. In 1912 volgde de spoorlijn van Berezze naar Minde. De Pitla-polder is tegenwoordig een vruchtbaar landbouwgebied waar voornamelijk tarwe en haver verbouwd wordt. In het centrum van de polder is in 1922 het dorp Âmquff verrezen (nu 460 inwoners).
De 6 stoomgemalen die tussen 1882 en 1885 de inham hebben drooggemaakt zijn alle omstreeks 1900 gesloopt, maar in het Pôlder-museem te Ozaneto a/e Leije worden nog enkele onderdelen van de stoommachines bewaard; vanuit Minde kan men met een antieke
autobus excursies naar deze polder maken. In 1989 is de Stichting Vrienden van het Stoomgemaal (Feslosos furt ef Frints rifo ef Tâmp-echuh-kipt) opgericht die zich beijvert om tenminste één gemaal in oorspronkelijke staat te herbouwen (het liefst aan de noordkant). Vooralsnog ontbreekt het aan financiële middelen, en ook de autoriteiten lijken niet direct genegen om vergunning voor deze bouwplannen te verlenen.
De Pitla-polder en de Hazâcki-polder zijn de 2 grootste polders van Spokanië. (DOM 154)
-
Plafotô-delta (district Plefô)
• {C 08}
Belangrijkste plaatsen: Brym, Ker-Brym.
Moerasgebied aan de monding van de Plafotô. Een ontoegankelijk gebied, tegenwoordig een Natuurreservaat, dat je met een excursie kunt bezoeken. Het oostelijke deel is tussen 1920 en 1950 stukje bij beetje drooggelegd om ruimte te scheppen voor de westelijke stadsuitbreidingen van Korif. Een zijtak van de Plafotô stroomt tegenwoordig tussen betonnen dijken door de stad. (DOM 96)
-
Qulboech-clamiða (district Neze)
• {I 12}
Belangrijkste plaats: Pitu.
Moerasgebied langs de benedenloop van de Qulboech, tussen kust en Tuckrâ-meer.
-
Racôn-clamiða (district Ales)
• {H 02/03}
Belangrijkste plaats: Šil (monding Klinnÿr).
Groot moerasgebied rondom de Klinnÿr-delta, met enkele fraaie meren en stroomversnellingen.
-
Tysðamiy-clamiða (district Tjemp)
• {B 01}
Belangrijkste plaatsen: Tys, Zee-taris.
Drassig duingebied langs de Atlantische kust.
-
Victer-clamiða (districten Tjemp en Plefô)
• {C 03}
Aan de monding van de Caherrte; loopt over in droogvallende platen in de Kjûpur-zee.
-
Ympacc-clamiða (district Tjemp)
• {B 02/03}
Belangrijkste plaatsen: Môras-Wuma, Ÿrbas.
Drassig gebied langs de Pâlst.
-
Ÿpse-clamiða (district Plefô)
• {C 04/05}
Belangrijkste plaatsen: Empecho, Ef Kolini.
Aan de benedenloop van de Trendon. Het grootste deel valt tegenwoordig onder het Natuurreservaat Ef Ÿpse-clamiðas.
|