Spokanisch Archief

INKOMSTENBELASTING: reis- en beroepskosten
Terug naar
Inkomstenbelasting
Overkoepelend bestand
Belastingen (algemeen overzicht)
 

Let op: onderstaande uitleg geeft de regels in grote lijnen weer. Voor meer gedetailleerde informatie wordt verwezen naar de vele brochures die de Belastingdienst uitgeeft (in het Spokaans; meestal is de tekst ook op diverse websites te raadplegen). (stand: 1 sep 2004)


Reiskosten

De kosten die een werknemer moet maken om van zijn huis naar zijn werk te reizen (en terug) worden werkreiskosten genoemd. Elke belastingplichtige werknemer mag een bepaald bedrag voor de gemaakte werkreiskosten van zijn bruto inkomsten aftrekken. Het gaat hierbij niet om de daadwerkelijk gemaakte kosten, maar om de zogenoemde "fictieve werkreiskosten". Zelfstandigen die belastingplichtig zijn worden geacht hun beroep uit te oefenen op de plek waar zij wonen, of in de buurt hiervan; zij kunnen werkreiskosten nooit aftrekken.

Om de hoogte van de aftrekbare fictieve werkreiskosten te bepalen, hanteert de Belastingdienst de volgende criteria:

  1. Reisweg: de kortste verbinding tussen woon- en werkplek die met het openbaar vervoer (trein, bus, tram, veerboot) te maken is. Indien een langere verbinding een reisduur geeft die minimaal 10% korter is dan de kortste verbinding, mag via de langere verbinding gereisd worden.

  2. Vervoermiddel: in principe de trein; indien de afstand tussen woonplek en station, of tussen werkplek en station, groter is dan 4 km, mag er van of naar het station (de stations) voor aanvullend vervoer gekozen worden (bus, metro en/of tram). Indien er geen treinverbinding is, of indien deze qua frequentie, reisduur en/of afstand te problematisch is, mag er voor ander vervoer gekozen worden.

  3. Tarief: in principe de prijs van een standaard-maandabonnement, vermenigvuldigd met 11 (bij een voltijdbaan wordt ervan uitgegaan dat men 11 maanden per jaar werkt). Bij een deeltijdbaan wordt dit bedrag aangepast aan het deel dat men per jaar werkt. Indien de vervoermaatschappij(en) niet in standaard-maandabonnementen voorziet/voorzien, dient er voor het goedkoopste tarief gekozen te worden. Tussentijdse prijsverhogingen mogen naar rata verrekend worden.

  4. Bijzondere gevallen: de belastingplichtige kan in alle gevallen de Belastingdienst verzoeken om een alternatieve reis tussen woon- en werkplek goed te keuren. Denk hierbij aan gehandicapten die letterlijk van deur tot deur moeten reizen, of aan die gevallen waarin openbaar vervoer geheel afwezig is. In zulke gevallen kunnen ook de kosten van een taxi of van de eigen auto als aftrekpost gebruikt worden.

  5. Reisbewijs Woon-werkverkeer (Tupplipe-kornin furt Z‚re/ˇrŰme-kŻfŰs = TZˇk): de belastingplichtige dient dit bewijs aan de Belastingdienst te tonen, en wordt door de werkgever afgegeven (vergelijk de "Openbaarvervoerverklaring" in Nederland). De werkgever dient alle reisbiljetten en/of andere documenten waaruit de reisgewoontes van de werknemer blijken, te verzamelen, bewaren en eventueel aan de Belastinginspecteur te tonen.

  6. Werkgeversaandeel: indien de werkgever de vergoeding van de reiskosten van een werknemer geheel of gedeeltelijk op zich neemt, dient dit te vergoeden bedrag afgetrokken te worden van de aftrekbare fictieve werkreiskosten. Het kan gebeuren dat het werkgeversaandeel hoger is dan de fictieve werkreiskosten (bijvoorbeeld omdat de werkgever de werkelijke kosten van duur openbaar vervoer berekent, in plaats van de goedkoopste reismogelijkheid). In dat geval wordt het verschil tussen het werkgeversaandeel en de fictieve werkreiskosten bij het bruto inkomen opgeteld!

  7. Mindering: indien de aftrekbare fictieve werkreiskosten minder dan 1,3% van het bruto jaarloon bedragen, wordt er niet vergoed. Indien het bruto jaarloon meer is dan 11000 herco, wordt slechts een deel van de reiskosten vergoed, en wel:
    jaarloon 11001-23000 herco: 86% vergoed
    jaarloon 23001-47000 herco: 72% vergoed
    jaarloon 47001-81000 herco: 58% vergoed
    jaarloon 81001-102000 herco: 44% vergoed
    jaarloon meer dan 102001 herco: 32% vergoed

  8. Privť-vervoer: indien een werknemer gebruikt maakt van privť-vervoer (auto, fiets ed.), zal altijd een bedrag afgetrokken worden dat gebaseerd is op het openbaar vervoer, tenzij de werkgever kan aantonen dat het gebruik van eigen vervoer onvermijdelijk (omdat het openbaar vervoer ontbreekt, of "aanzienlijk" meer tijd kost dan wel een "aanzienlijk" grotere afstand inhoudt).
    In de praktijk houdt dit dus in dat iemand die met de fiets naar zijn werk gaat, een bedrag mag aftrekken dat overeenkomt met het bedrag dat hij had moeten besteden als hij het openbaar vervoer had gebruikt. De werkgever moet bewijzen dat de werknemer daadwerkelijk de weg tussen woon- en werkplek heeft afgelegd.


Beroepskosten

Zelfstandigen kunnen een bepaald bedrag aftrekken dat besteed is aan zaken die nodig zijn voor de uitoefening van het beroep. In principe mag er altijd een bedrag worden afgetrokken dat 2,4% bedraagt van de bruto inkomsten. Zijn de werkelijk gemaakte kosten hoger, dan dienen die gespecificeerd te worden. De Belastinginspecteur zal bepalen of de aftrekbare kosten daadwerkelijk verband houden met de uitoefening van het beroep. Hiervoor bestaan richtlijnen, per beroep gedefinieerd (zie de brochure Slojet ur –Űpecc (Beroep en Kosten)). Maar er wordt altijd rekening mee gehouden dat sommige ondernemers andere, meer specifieke kosten, hebben, of juist bepaalde kosten niet hebben.

Ook de kosten die de aanschaf, het gebruik en het onderhoud van vervoermiddelen met zich meebrengen, kunnen als beroepskosten worden aangemerkt. Een zelfstandige taxichauffeur kan de meeste kosten van zijn auto als beroepskosten opvoeren maar zal zijn fiets zelf moeten betalen. Een zelfstandige fietskoerier kan de aanschaf en het onderhoud van zijn fiets als beroepskosten opvoeren, maar dient zijn auto zelf te betalen. Zulke principes kunnen problemen geven.

Voorbeeld uit de praktijk
Een inwoner uit Hoggebim wilde in de hoedanigheid van "fietskoerier" alle kosten met betrekking tot zijn bestelfiets als beroepskosten opvoeren, terwijl hij reeds alle kosten met betrekking tot het gebruik van een bestelauto als beroepskosten opvoerde, omdat hij buiten het centrum van Hoggebim zijn fiets liet staan en zijn auto gebruikte.
De Belastingdienst had grote moeite met deze dubbele beroepskostendefinitie, omdat er, volgens de richtlijnen, feitelijk sprake was van twee beroepen, en het onduidelijk was hoeveel procent van de tijd deze persoon aan het ene beroep besteedde en hoeveel aan het andere.
Na een langdurige gerechtelijke procedure kwam een rechter tot de conclusie dat een particulier koeriersbedrijf zowel een fiets als een bestelauto kon gebruiken, en dat het onzinnig was om het gebruik ervan te onderscheiden in percentages.
De rechter vergeleek deze situatie met twee eerder behandelde gevallen:

  1. Een kopieerinrichting heeft zowel enkele zwart/wit-kopieerapparaten als kleurencopiers in gebruik. Het is dan ondoenlijk en ook weinig reŽel om bij de uitoefening van de kopieerwerkzaamheden een percentueel onderscheid te gaan maken tussen de verschillende kopieerapparatuur, en dus feitelijk uit te gaan van twee aparte ondernemingen: een die zwartwit-kopieŽn maakt en een die kleurenkopieŽn maakt.

  2. Een vertaler/redacteur wil de aankoop van enkele woordenboeken in zijn geheel als aftrekpost opvoeren, maar de Belastingdienst wil slechts drie vijfde deel van de aanschafkosten als aftrekpost accepteren omdat deze van mening is dat de persoon drie vijfde deel van zijn tijd aan vertalen besteedt, en twee vijfde aan redigeren, en bij dat laatste "heb je geen woordenboeken nodig". Uiteindelijk accepteert de Belastingdienst dat het hier om ťťn beroep gaat waarbij vertalen en redigeren niet als "afzonderlijke, opzichzelf staande beroepscomponenten" beschouwd kunnen worden.

Kortom: ook een eenmansbedrijf dat valt onder de categorie "koeriersbedrijf" mag zowel zijn fiets als zijn bestelauto voor 100% opvoeren als beroepskosten. Want, aldus de rechter, de ene wijze van bezorgen kan niet bestaan zonder de andere.

© De Twee Hanen v.o.f. ē Kimswerd ē The Netherlands

DA 00 ē SPARC 13 dec 2014