SPARC is de compleetste
website over het Koninkrijk
Spokanië. "Als je het hier
niet kunt vinden, vind je
het nergens."

Spokanisch Archief

Hoofdmenu     Grammatica     Woordenboek     Atlas     Links     Contact     Disclaimer


ERGYNNE-ENCYCLOPEDIE


Gerelateerde bestanden
Godsdienst: ergynne en katholicisme
Ergynne-kalender (inrichting en tabellen)
Kloosterordes en sektes
 
 
Status: Dit bestand is in bewerking. Teksten moeten nog aangevuld worden.


Een mini-encyclopedie met de uitleg van termen met betrekking tot de oorspronkelijke godsdienst van Spokanië, bekend onder de naam Ergynne.


Atrokse
Ergynne-kloosterorde; bloeitijd ca.1760.
.......

Dankplank
In het Spokaans: misse-šolg. zie tekst DOM 25

Ennucoriy
........

Ergemip
"Heilige schrift" van de Ergynne waarin onder meer het ontstaan van het leven en de daden van Erget beschreven worden; beroemdste uitgave dateert uit 1769. ........

Erget
........

Ergetex ef Dâmenaramâ een Mâglosamâ
"Ergets Gebeden- en Zegeningenregister". Een verzameling teksten van gebeden en zegeningen, die bij allerlei religieuze rituelen en gelegenheden gebruikt kunnen worden. Sommige gebeden en zegeningen mogen alleen door officiële geestelijken in het openbaar en/of gericht aan een bepaalde persoon uitgesproken worden. Andere teksten kunnen door iedereen gelezen, gebeden of voorgedragen worden.
De voorloper van het huidige Register is omstreeks 1550 geschreven in het Jannen-covent te Keranôs-sÿrt. In de loop de eeuwen hebben vele kloosters hun eigen versie van het Register gemaakt, waarbij het aantal teksten allengs werd uitgebreid. In 1788 besloot de Reelâ dat er een einde moest komen aan de diversiteit aan registers, en dat er één standaardregister moest komen waarin alle tot dan toe bekende teksten waren opgenomen.
Een speciale commissie is zeker 12 jaar bezig geweest om tot een dergelijk standaardwerk te komen. Men diende alle kloosters te bezoeken, alle teksten en varianten ervan te verzamelen, en uit te maken welke teksten "oorspronkelijk" waren. In 1803 werd het standaardregister gepubliceerd. Er zijn vervolgens 21 drukken verschenen met correcties, wijzigingen en uitbreidingen De laatste druk, uit 1903, wordt tegenwoordig als "definitief" beschouwd, en is al vele keren herdrukt, waarbij alleen alfabet en spelling aan de laatste regels worden aangepast.

Ergynne
Naam van de Spokanische staatsgodsdienst waarbij de aanbidding van de natuur en de individuele vrijheid centraal staan; de Ergynne stoelt op 4 principes ofwel marâts:

  1. Mainkeltiy (Individualisme: de mens is uniek)
  2. Monta tjel sompe ef monta painos (zelfde straf volgt uit dezelfde (mis-)daad, dus het "oog om oog tand om tand" principe)
  3. Leldelira ûlg-ÿrlikkiy (Sociale gelijkheid van man en vrouw, afhankelijk van capaciteiten)
  4. Šaðôr-ergâs (Natuurverering)

Ergynne-filosoof
........

Geesthuisje

Geesthuisje dicht [cr-gees1.gif]   Geesthuisje open [cr-gees2.gif]
In dit geesthuisje vinden we een allegaartje aan spullen: flesjes met drank, botjes,
paardentanden, een Spokanisch vlaggetje en een ijshockeyspeler.
Op de achtergrond hangt een "maanbril" met groene fluorescerende glazen.

Een geesthuisje (kostôsért) ziet er meestal uit als een flink vogelhuisje, met twee deurtjes die opengeklapt kunnen worden. De geesthuisjes zijn te vinden tegen de gevel van een huis, aan een wand van de schuur of op een paal, dikwijls bij de entree van een woning of boerderij. Oorspronkelijk dienden zij als "onderdak" voor kwade geesten, die dan gelokt werden met voedsel, drank en voorwerpen die door zulke geesten op prijs gesteld worden. Als de boze geesten het in hun eigen huisje naar hun zin zouden hebben, zouden ze zich niet nestelen in een menselijk huis, zo veronderstelde men. Op deze wijze bleven mensen gevrijwaard van de plagen die de boze geesten bij mensen thuis zouden kunnen veroorzaken.
In sommige delen van Spokanië hebben de geesthuisjes nog steeds een dergelijke bestemming. Gelovigen leggen er voedsel in en als dit verrot is of door de maden aangevreten, is dat een bewijs dat de geesten zich er te goed aan hebben gedaan.
Men kan er ook allerlei voorwerpen in leggen waar de geesten van houden, zodat ze zich in het hokje echt "thuis" voelen. Dikwijls gaat het om botten, skeletten en schedels van kleine zoogdieren of vogels. Maar ook een meer "naïeve" benadering is mogelijk, zoals een poppenhuis-inrichting met miniatuurmeubeltjes, of zelfs pornografische prentjes. In dat geval gaat de bewoner van het "echte" huis ervan uit dat de geesten voorkeuren hebben die typisch menselijk zijn.

In gebieden waar de Ergynne minder orthodox beleden wordt, kunnen geesthuisjes het karakter krijgen van een rommelkastje, waarin dierbare spulletjes worden bewaard. Sommigen stoppen er alles in wat men niet kwijt wil, maar er zijn ook mensen die hun keuze beredeneren en een band proberen te leggen tussen hun eigen voorkeuren en die van vermeende geesten.

Een unieke collectie geesthuisjes is te bewonderen in het museumkasteel Zobidâ bij Tsjech.

Hebor-therapie
Groepstherapie die tot doel heeft het individualisme en intuïtivisme van de verschillende deelnemers te ontplooien; de therapie is ontwikkeld door professor Lariy Husof van het Ergynne-seminarium in Kruic, en gebaseerd op de oude priestertraining (13e, 14e eeuw) zoals beschreven in de Ergemip.

Gralkrich, Hebor Therapeutisch Centrum [cr-heb31.gif]   Oefenzaal van het Hebor Therapeutisch Centrum in Gralkrich. Op de achtergrond het driepotig altaar, modern van vormgeving. Hier laten de "therapisten" een offer achter, terwijl zij zich uitstrekken op de glimmende vloer, om daar de therapeutische oefeningen en meditatie te ondergaan.
Gralkrich, Hebor Therapeutisch Centrum [cr-heb30.gif]   Gespreksruimte in de tuinzaal van het Hebor Therapeutisch Centrum in Gralkrich. In een grote kring kunnen de "therapisten" hier de ervaringen evalueren die zij tijdens de therapie hebben opgedaan. De "therapeut" loopt onafgebroken rond de centraal opgestelde tafel om de discussie tussen de deelnemers aan te horen en zo nodig bij te sturen.

Heboreta
De "Ergynne-hemel", bevolkt door de "goden". In feite zijn dit personificaties van begrippen die een rol spelen bij de uitoefening van en beroep, of van abstracte eigenschappen. De personificaties worden in de Ergemip beschreven als mensen uit een grote familie. De familieverhoudingen moeten begrepen worden als de concretisering van meer abstracte relaties die de begrippen en eigenschappen onderling vertonen. Zie ook het Overzicht met de belangrijkste goden.

Kadyr
Ritueel om een kind 'aan te nemen' in de Ergynne-kerk. Alle genodigden deponeren sappig fruit, geurende bloemen of verse groente in een marmeren schaal, waarna de inhoud fijngestampt wordt en aangelengd met wijn en honing. Hierin wordt de ontklede aannemeling (meestal zo'n jaar of zes oud) ingewreven. Het arme kind ligt vervolgens van top tot teen onder de kleverige brij op het altaar te rillen, terwijl zijn familie en kennissen de kerkelijke feestelijkheden voortzetten. Tot slot wordt de aannemeling met gekookt rivierwater gewassen, zoals trouwens ook vlak na de geboorte gebeurt.

Marât
Een Marât is een regel of gebod waaraan Ergynne-gelovigen zijn dienen te houden. De meeste zijn als zodanig terug te vinden in de Ergemip, maar er bestaan er ook honderden die in de loop der eeuwen door geestelijken zijn geformuleerd, meestal op basis van andere uitspraken en passages in de Ergemip. Aan gezien de Ergemip niet door iedereen op dezelfde wijze wordt geïnterpreteerd, worden de "gereconstrueerde" marâts evenmin door iedereen erkend.
Zo'n omstreden (en praktisch onuitvoerbare) marât is bijvoorbeeld: "Gij zult niet het groene sprietsel ontluikend uit de aarde pletten". Dit verbod om op gras te lopen is omstreeks 1500 door enkele monniken uit het Jannen-klooster (Keranôs-sÿrt) geformuleerd. Zij destilleerden deze marât uit een passage in de Ergemip, waarin beschreven wordt hoe Neeftôs (personificatie/god van de Dood en Ziekte) door Erget terecht wordt gewezen als hij een spoor van uit de modder getrokken graspollen achterlaat, als gevolg van zijn manke voet die hij over het gras sleept en de twee krukken waarop hij steunt en die hij diep in de modder prikt. Rondom kloosters waar deze marât geëerbiedigd wordt zal men dan ooit nooit gras of andere begroeiing aantreffen waarover men kan lopen.
Er bestaan 4 marâts die als de basis van de Ergynne beschouwd worden. Zij worden de Mennmarâts (Hoofdmarâts) genoemd, zie hieronder.

Mariy
Met mariy wordt de huwelijksplechtigheid in een Ergynne-kerk bedoeld (het algemene woord voor 'huwelijk' is ÿmarianos).
Een Ergynne-huwelijk is alleen mogelijk met een 'bindmiddel' (kalo) tussen de beide partners. Er zijn allerlei kalo's mogelijk: het samen leven in kentsverband, het samen aanvaarden van een heilige opdracht of religieuze taak (bijvoorbeeld een non en een monnik die zich samen voor de verkondiging van de Ergynne zullen inzetten), het samen opvoeden van een kind. Dit laatste is de meest voorkomende kalo buiten de kents. In de praktijk gaat het daarom meestal als volgt: een man en een vrouw willen - omdat ze elkaar liefhebben en/of omdat ze van belastingvoordelen, sociale voorzieningen of goede huisvesting willen profiteren - een huwelijk aangaan. De man zorgt dat de vrouw zwanger raakt en als zij minstens zes maanden zwanger is, of als het kind reeds geboren is, bestaat er een kalo, zodat het huwelijk gesloten kan worden.
Soms maken Ergynne-gelovigen geen haast met het huwelijk. Het is niets bijzonders als een kleuter of tiener de huwelijksvoltrekking van zijn ouders meemaakt. Als het kind, of de kinderen, reeds aangenomen zijn in de Ergynne-kerk (het kadyr-ritueel ondergaan hebben), is het huwelijk van de ouders aanleiding tot grootse feesten. Dan is het bijvoorbeeld de gewoonte dat de kinderen op school op perziken of peren trakteren. Dat hiervoor speciaal sappig fruit gebruikt wordt is niet toevallig: het associeert met het Kadyr-ritueel (zie hierboven).
Wat het ja-woord in het stadhuis is, ook in een Spokanisch stadhuis moeten beide partners 'siy' zeggen, is de hâldrec bij de kerkelijke inzegening. Dit is een enorme cake met honing en bessensap, sponsachtig van samenstelling en bedekt met warme vanillesaus. De cake wordt gebakken door de aanstaande bruid, die geassisteerd wordt door haar moeder of een oudere, in het bakken gespecialiseerde vrouw, want het recept is gecompliceerd en de cake wordt per definitie meestal maar één keer in iemands leven gemaakt. Regelmatig staan er in de krant advertenties van vrouwen die hun diensten als 'hâldrec-bakster' aanbieden!
De aanstaande bruidegom heeft ook een taak: hij moet een mustknyf (schoenmes) zien te bemachtigen. Als hij het niet van zijn schoonouders kan krijgen zal hij een goede vriend (de 'hartgenoot') opdracht geven om voor zo'n mes te zorgen. Dit kan via de geestelijke van de kerk waar het huwelijk gesloten zal worden. Deze geestelijke is overigens met bijna de hele organisatie van het huwelijk belast, hij zorgt voor de klederdrachten, de uitnodigingen, voedsel, drank, muziek, enzovoort. Hiervoor heeft hij een staf ondergeschikten in dienst, de helbiatjens (letterlijk: 'kleders').
Vlag Ales [vl-ales.gif] De mustknyf, ofwel het schoenmes, vinden we ook terug op de vlag van het district Ales.

Mustknyf [cr-mukny.gif]
De punt van de mustknyf eindigt in een sierlijke krul, als van een oosterse pantoffel. Het geheel zit in een houten schede waaruit alleen het gedraaide houten handvat steekt. Mes en schede hangen met een ketting of koord aan de gordel die bij het traditionele kostuum van de bruidegom hoort. Het meest opvallende aan het mes is het zeer botte lemmet. Het is de bedoeling dat de hâldrec met dit mes aangesneden en onder de bruiloftsgasten verdeeld wordt en om de zachtheid van de cake aan te tonen dient het mes bot te zijn. De bruid geeft feitelijk haar ja-woord door de cake inderdaad mals te maken (het recept is zodanig dat de cake keihard wordt als deze maar even te lang in de oven staat) en de bruidegom geeft zijn ja-woord door de cake inderdaad aan te snijden.
Op de schede van een mustknyf staat altijd de volgende spreuk:

Ef mariyer tibân / melde ef maser mân

Letterlijk: "de wetenschap van het huwelijk is de mens van morgen", waarmee bedoeld wordt: door het huwelijk blijft de mensheid voortbestaan.
(UIS 71-73)

Mennmarât
De Ergynne kent vier Mennmarâts; zij vormen "de kapstok waaraan de Ergynne opgehangen is".

Eerste Mennmarât
Het handelen van de mens is gebaseerd op individualisme. Elk mens is vrij in zijn hele doen en laten voor zover een ander er niet bij betrokken raakt, maar hij is ook voor honderd procent aansprakelijk voor de gevolgen van zijn handelen.

Dit religieuze uitgangspunt heeft onder meer de volgende staatkundige consequenties: euthanasie is zowel religieus als juridisch toegestaan, ja wordt zelfs in bepaalde gevallen aangeraden. De wet kan een individu nergens toe verplichten, noch in negatieve zin, zoals het betalen van belasting of verzekeringspremie of het vervullen van dienstplicht, noch in positieve zin zoals het accepteren van een sociale uitkering of het bezitten van een paspoort.
Geen enkele Spokaniër hoeft dus belasting te betalen, maar om toch van een volle schatkist verzekerd te zijn, kent de overheid een hecht koppelsysteem van positieve en negatieve maatregelen. Zo komt een Spokaniër slechts voor een paspoort, rijbewijs of uitkering in aanmerking als hij loonbelasting betaalt. Zo mag een Spokaniër slechts aan een universiteit studeren en ontvangt hij een studiebeurs als hij er minstens tien uur per week bij werkt. Hoe vervelender het bijbaantje, hoe hoger de toegekende beurs. Deze werkplicht maakt "gastarbeiders" overbodig en voorkomt grote werkloosheid.

Een Spokaniër mag slechts op creatieve wijze in zijn levensonderhoud voorzien (kunstschilder, literair schrijver, acteur, e.d.) als hij zich contractueel verplicht om drie procent van zijn creatieve inkomsten te storten in een fonds dat minder succesvolle artiesten ondersteunt.
Spokaniërs die principieel elke verplichting weigeren (en daarom voor geen enkele gunst of hulpverlening in aanmerking kunnen komen), kunnen zich laten "uitklaren". Een uitgeklaarde leeft een vrij leven, hij wordt door anderen vaak als een anarchistische recalcitrant gezien hoewel religieuze overwegingen veel eerder een reden voor de uitklaring zullen zijn. Veel uitgeklaarden wonen in een commune of klooster en zijn op deze wijze verzekerd van hulp als zij door ziekte of werkloosheid dreigen te verkommeren. Zelfs charitatieve instellingen als de I.I. of kerkelijke sociale diensten laten de onverzekerde uitgeklaarden links liggen. Spokanië telt bijna een half miljoen uitgeklaarden, dat is 14% van de totale bevolking.

Tweede Mennmarât
Dezelfde straf volgt uit dezelfde (mis)daad.

Tot het einde van de achttiende eeuw werd dit zeer letterlijk opgevat: als Moffain zijn rivaal wurgt, kan Moffain er zeker van zijn dat ook hijzelf tot de wurgdood veroordeeld wordt. Als Lena haar zuigeling te vondeling legt, in de hoop dat een gewetensvolle voorbijganger zich over het kind ontfermt, zal Lena zelf op de openbare weg aan de paal gebonden worden, waar ze mag hopen door een gewetensvolle voorbijganger verlost te worden. Lijfstraffen zijn in 1863 afgeschaft, maar de doodstraf is gehandhaafd. Tegenwoordig wordt deze Mennmarât in juridische context wat subtieler toegepast. Een automobilist die een boom omverrijdt zal geruime tijd bij de stadskwekerij jonge boompjes moeten planten. Als Lerdu een gepensioneerde zijn net opgehaalde AOW afhandig maakt, kan Lerdu er zeker van zijn later nimmer recht op een AOW-uitkering te hebben.

De strafwerkzaamheden worden onder toezicht uitgevoerd en in iets ernstiger gevallen worden de nachten in een gevangenis doorgebracht. Zware misdadigers kunnen tot langdurige straffen in de gevangenis op het geïsoleerde eiland Rurf (in de zeestraat het Larmin) veroordeeld worden. In tegenstelling tot wat men in een menslievende rechtsstaat als Spokanië zou verwachten, wordt er slechts sporadisch van psychiaters, sociaal werkers of heropvoedingsinrichtingen gebruik gemaakt. Persoonlijke problemen, geestelijke onvolwaardigheid en dergelijke gelden nooit als "verzachtende omstandigheden".

Derde Mennmarât
Persoonlijke ontplooiing van een kind gaat vóór de ontwikkeling van een sociale status.

Interesse en capaciteiten zijn de hoofdvoorwaarden die de ontwikkeling van een individu bepalen. De invloed van de ouders en van hun afkomst op het kind moet zo gering mogelijk blijven. In religieuze kringen worden kinderen dan ook liever in een commune of kostschool opgevoed dan in een gezin met sociale status.
Juridisch (en ook sociaal) gezien bestaat er geen onderscheid tussen kinderen van gehuwde of ongehuwde ouders, tussen hetero- of homofiele relaties of tussen ras en geslacht. Omdat de Ergynne-grondbeginselen en die van het katholicisme niet altijd goed met elkaar te rijmen vallen, maakt het Spokanische recht wél onderscheid tussen een al dan niet katholieke onderdaan!

Vierde Mennmarât
Zoals het water is voor de vis, de lucht voor de vogel, zo is de Natuur voor de mens. Aanbid en eerbiedig haar als uw geliefde.

Voor een Ergynne-gelovige is al het levende bezield. Een bloem plukken of een mug doodslaan beschouwt Erget, wiens geest in al het levende huist, evengoed als moord als het neersteken van je buurman. Elk mens heeft recht op "ontheffingen" of "privileges" en hij kan in bepaalde gevallen door middel van een ritueel vergiffenis krijgen voor zijn moord op een bloem of mug. Specifieke ontheffingen (een riyts) gelden vooral voor degenen die beroepshalve moeten doden, zoals houthakkers, slagers, vissers en beulen. Ook een schapenscheerder of koeienmelker kan een riyts ontvangen: bepaalde passages in de Ergemip kunnen namelijk zo geïnterpreteerd worden dat zelfs de handelingen van scheerders of melkers als tot moord leidend beschouwd worden.

De vierde Mennmarât verplicht ook elke gelovige om de eerste dag na volle maan de door de maan uitgestraalde en door de bomen en planten geabsorbeerde levenskrachten in zich op te nemen, er zich door te laten sterken. Dit gebeurt door in de vrije natuur te wandelen of door bepaalde kerkdiensten (de pakra-diensten) bij te wonen. Op vollemaansnacht geven velen zich over aan het zogenoemde "maanbaden", waarbij men langdurig in de stralen van de volle maan gaat liggen. Hierbij zet men vaak een "maanbril" op, voorzien van heilige symbolen en/of allerlei uitsteeksels die als antennes de maanstraling kunnen opvangen.

Op pakra-dag dienen de lichaamsvochten zo veel mogelijk in het lichaam te blijven en dat schept allerlei verplichtingen zoals seksuele onthouding, matig eten en drinken (om het toiletbezoek te reduceren), niet te veel lichamelijke inspanning (transpiratie!), niet huilen (tranen), spugen, niesen, verwonden (bloedverlies). De pakra-dag is vooral de laatste vijftig jaar uitgegroeid tot een landelijke wandeldag waarop alle Spokaniërs, gelovig of niet, vrij hebben. De massale uittocht uit de steden zorgt elke maand voor een enorme verkeerschaos en de uitgestorven steden zijn een paradijs voor inbrekers. Bij diefstallen buiten de pakra-dagen zal ook de bestolene door de rechter aan de tand gevoeld worden over in hoeverre hij "gelegenheid tot diefstal" gegeven heeft. Maar voor een dief die op pakra-dag zijn misdaad pleegt, zal de rechter geen goed woord over hebben, tenzij de bestolene praktizerend katholiek is, want dan ziet de rechter geen reden waarom het slachtoffer juist op de feestdag van de concurrerende religie zijn huis moest verlaten.

(UIS 52-55) (tekst moet nog aangepast!)

Nâk
Torentje op een grafheuvel........

Pakra
Het woord pakra betekent in eerste instantie "volle maan", een van de schijngestalten van de maan. Het is dus een astronomische term zonder verdere religieuze connotaties. In tweede instantie wordt er het "vollemaansfeest" of de "aanbidding van de volle maan" mee bedoeld. Nu gaat het om een religieus ergynisch begrip.
Omdat in de Ergynne het licht van de volle maan beschouwd wordt als iets dat eigen is aan de maan, en niet een reflectie van de zonnestralen, worden er allerlei krachten aan toegekend. Het vollemaanslicht bevordert gezondheid, geneest diverse kwalen, is goed voor de vruchtbaarheid van vrouwen en gewassen, loutert, reinigt, geeft rust, en ga zo maar door.
Geen wonder dat Ergynne-gelovigen vele rituelen en methoden kennen om dit licht te absorberen of te aanbidden. Veel Ergynne-kerken hebben dan ook een toren met een platform om zo hoog mogelijk de maanstralen te kunnen ervaren. Er worden offers gebracht, men bidt en men kan ook nog "maanbaden". Bij "maanbaden" ga je met je gezicht in de stralen van de maan liggen, niet om bruin te worden zoals bij zonnebaden, maar om de geneeskrachtige en louterende werking van de stralen in je op te nemen. Velen zeten hierbij een "maanbril" op, voorzien van speciaal geslepen glazen om de maanstralen via de ogen het hoofd binnen te kunnen laten dringen. Maanbrillen hebben zich in de loop der tijd ontwikkeld van een simpel hulpmiddel tot ware kunstwerken, met een esthetische of kunstzinnige functie, waarbij allerlei decoratie ook nog beschouwd wordt als een uiting voor respect of een offerteken aan de maankrachten. Over maanbrillen is al veel geschreven, zie onder meer het verhaal De opkomst en verwording van de maanbrillen.

Partes
Een geestelijke, hiërarchisch onder de suryltiy of ryltiy. Terwijl het aantal (su)ryltiys nauwkeurig is vastgesteld (er zijn 41 ryltiys, elk als hoofd van een ryltiyeren, en er zijn 214 suryltiys, meer of min gelijkelijk verdeeld over de 41 ryltiyerens), is het aantal partesz gerelateerd aan het aantal "levende" Ergynische kerkgebouwen (een kerk(gebouw) heet "levend" als er diensten en rituelen worden gehouden; is het buiten gebruik, dan heet het "dood"). Kleinere kerken zullen slechts één partes hebben, maar grotere kunnen er ook twee of meer hebben; in dat geval is een van hen de mennpartes (de hoofd-geestelijke van die kerk). Om partes te worden, begin je als monnik in een Ergynisch klooster. Vervolgens dien je een religieuze studie te volgen, hetzij in dit klooster, hetzij in een ander klooster als het jouwe niet in zo'n studie voorziet. Als je van plan bent om via partes naar (su)ryltiy op te klimmen is een studie aan het Kindisiy Erget-instituša in Lostô de aangewezen weg.

Pôndo
In het algemeen is een pôndo een geheim dat één persoon koestert of samen met een intieme vriend deelt. Het kan een afspraak of wetenswaardigheid zijn, maar ook een (verborgen) voorwerp of schat.
Veel ergynische geestelijken koesteren hun religieus getinte pôndo. Het kan een voorwerp zijn (zoals vaak bewaard in een geesthuisje), maar ook een aan het papier toevertrouwde persoonlijke ontboezeming, een dagboek, een religieuze overpeinzing, enzovoort. Onder meer de geestelijken van de Kinusall-orde bewaren hun pôndo in een knapzak die zij aan een stok over de schouder meedragen.

Prûgt

Prûgts [cr-prug1.gif]
  1. Gewone prûgt met twee schijven en een bol;
  2. Vierkante prûgt met dubbele dwarsarmen en platte schijf, gebruikt als offer-altaar (trull);
  3. Achtkantige prûgt, voornamelijk voorkomend op graven van Ergynne-geestelijken.
     (afb. uit: "Encyclopaedia Spocanica", Hirdo 1948)

Een prûgt is een driedimensionale voorstelling van een crana. Het is meestal een ronde of veelhoekige zuil, met een platte schijf of bol bovenop. Hieronder zitten armen of schijven die de dubbele dwarsbalk van het cranateken moeten voorstellen.
Prûgts staan dikwijls bij een grafheuvel; hoe dichter de prûgt erbij staat, hoe belangrijker de persoon is die hier is begraven. In een zeldzaam geval staat de prûgt bovenop de heuvel.

Quiyrâts
...

Qurharrt-rytos
Het Qurharrt-beginsel is zo genoemd naar een zeventiende-eeuwse geestelijke, en wordt in ongeveer 50 kentsa (communes) aangehangen. Men gaat uit van het idee dat een kind bij de moeder hoort en dat elke kents-man in principe de vader van elk kents-kind kan zijn, zowel in fysiek als in psychologisch opzicht. Maar een intieme relatie tussen twee personen wordt niet verloochend: het verschijnsel 'huwelijk' bestaat wel degelijk, al staat het bezitten van kinderen hier geheel los van (zie hierboven bij mariy).
Het hoofd van een religieuze kents die het Qurharrt-beginsel aanhangt is de sakdos. Deze geestelijke leider wordt geassisteerd door de claecc, die bij de aanhangers van het Qurharrt-beginsel ontdaan is van alle menselijke aspecten. Alle godheden in de Ergynne, inclusief de oppergod Erget, zijn personificaties van abstracte begrippen. Zo'n personificatie is méér dan een persoon, het is de combinatie van een concreet persoon plus een abstract begrip. Het hoofd van de kents, de sakdos, is een persoon. Hij mist dus het abstracte aspect. Om het ideaal van Erget zo veel mogelijk te kunnen benaderen, om zo veel mogelijk op Erget te 'lijken', moet de sakdos dus tevens een abstract aspect bezitten. Dit laatste wordt door de claecc voorgesteld. Dat is een vrouwelijke geestelijke die niet meer als mens beschouwd wordt en daarom ook geen naam heeft. Ze mag geen vaste relaties, vrienden of familie hebben, ze behoort in gelijke mate aan alle kentsbewoners toe. In de praktijk betekent dit dat zij bemiddelaarster of sociaal werkster bij de problemen binnen de commune is, maar ook dat zij bereid moet zijn om open te staan voor typisch menselijke emoties van anderen: zij moet troosten, meelachen, meehuilen en bovendien aan de seksuele wensen van de kentsbewoners tegemoet komen. Want de behoefte aan troost, medeleven, voedsel en drank wordt gelijkgesteld aan de behoefte aan seksuele bevrediging.
Ook buiten het commune-verband speelt het Qurharrt-beginsel een belangrijke rol, hoewel dan niet alle facetten van deze leer in de praktijk gebracht hoeven te worden. Het meest springt het Qurharrt-beginsel bij het huwelijk in het oog. Zowel de meest gangbare interpretatie van de Ergemip als de wetgeving gaan ervan uit dat er slechts een moeder-kind-binding bestaat. Pas als een moeder gehuwd is ontstaat er tevens een vader-kind-binding. Zie verder hierboven bij mariy.

Reelâ
De belangrijkste geestelijke is de Reelâ, hij is het hoofd van de Ergynne-kerk. Hij woont in de Lotândrynne-commune in Jerkô en heeft zijn kantoor in het Herengebouw (Merater-huflif) te Lostô. Wat de Paus is voor de rooms-katholieken, is de Reelâ voor de ergynisten. Bij zijn dood komt een ingewikkelde procedure op gang om zijn dood te verkondigen en een nieuwe Reelâ te kiezen. De 254 hogere geestelijken (ryltiys en suryltiys) moeten elk drie vragen op religieus gebied formuleren, die alle op een geprepareerd lamsvel worden gekalligrafeerd; alle (su)ryltiys moeten daarna alle vragen beantwoorden en degene die dit "examen" het beste volbrengt maakt kans om de nieuwe Reelâ te worden. De 3 x 254 = 762 lamsvellen zijn op het Lammerenfeest (Hôjûfos) geprepareerd en worden sinsdien in de kelders van het Merater-huflif bewaard) (UIS 123-124). .......

Reelâleeftregeert
Lerdu Fôlsa1738-17991782-1799
Krafta1727-18121799-1812
Hôla1760?-18251812-1825
Nyzer Oemâve1777-18521825-1852
Lyndyll Kanea1803-18671852-1867
Tâsto Purâsh1811-18821867-1882
Genoll Monâc1836-18881882-1888
Drômote Halasdre1826-19071888-1907
Moffain Bliymplôf1872-19341907-1934
Hânes Kroeta1881-19551934-1955
Hysa Pano1903-19781955-1978
Javlân Dirr1926-19981978-1998
Uteer Leffef1950-1998-

Tot 1825 deed iemand die Reelâ werd afstand van zijn achternamen; hij droeg alleen nog zijn voornaam. Vanaf 1825 bestaat een nieuwe regeling, waarbij een Reelâ altijd een enkele achternaam heeft. Mocht hij bij zijn geboorte of huwelijk een dubbele naam gekregen hebben, dan dient hij één ervan te laten vallen.
Als een Reelâ van vóór 1825 een dubbele naam heeft, kunnen we ervan uitgaan dat het om een dubbele voornaam gaat, en nooit om een voornaam plus achternaam (dit is bijvoorbeeld het geval bij Lerdu Fôlsa).
De Reelâ is per definitie woonachtig in Lostô. Dit betekent dat hij tot 1894 de Pegrevische nationaliteit had, want tot dat jaar behoorde Lostô bij het Koninkrijk Pegrevië. Pas na de samenvoeging van Pegrevië en Spokanië zijn de Reelâs Spokanisch staatsburger geworden. Maar in tijden dat Pegrevië en Spokanië (tamelijk) vredig naast elkaar konden bestaan, kwam het ook wel voor dat een Spokaniër Reelâ werd, en dan vanwege die functie de Pegrevische nationaliteit kreeg.

Riyts
........

Ryltiy en Ryltiyeren
Een ryltiy is een hoge geestelijke die aan het hoofd staat van een ryltiyeren, een kerkdistrict, te vergelijken met een bisdom bij de rooms-katholieke kerk. Ryltiys worden daarom wel de "bisschoppen van de Ergynne" genoemd. Hoewel hun functies verschillen, hebben zij dezelfde status en worden zij op dezelfde manier bejegend bij officiële gelegenheden.
Spokanië kent 40 "gewone" ryltiyerens (vergelijk dit met de slechts 6 bisdommen) en 1 mennryltiyeren (het bestuurlijke gebied van de Reelâ, het hoofd van de Ergynische kerk, die tevens ryltiy is; vergelijk aartsbisdom). De grenzen van deze gebieden zijn veelal historisch bepaald, maar zijn sinds ca. 1840 wel zo verschoven dat zij altijd samenvallen met de gemeentegrenzen. Hier en daar vallen zij ook samen met districtsgrenzen, maar dat is meer een kwestie van "toeval". In het algemeen geldt: hoe orthodoxer de Ergynne, hoe kleiner de ryltiyeren. Grote ryltiyeren-gebieden zijn te vinden daar waar het katholicisme de overhand heeft. Op Tigof vallen de twee ryltiyerens precies samen met de districten en het eiland Lomky is samen met Garos in zijn geheel één ryltiyeren: hier is het aantal Ergynne-gelovigen zo gering dat het niet de moeite loont om deze eilanden in meerdere ryltiyerens op te splitsen (vergelijk dit met het bisdom Tanbÿr dat enorm groot is omdat er nauwelijks katholieken wonen).

Elke ryltiyeren wordt door een ryltiy bestuurd, en zijn residentie heet ryltiy-rens (vergelijk dit met een bisschoppelijk paleis). Deze residentie bevindt zich in principe in de meest centrale stad van een ryltiyeren, ongeacht de grootte ervan. Sommige onaanzienlijke stadjes hebben daardoor een zeker religieus, cultureel en bestuurlijk prestige, alleen maar omdat ze door hun centrale ligging toevallig in aanmerking kwamen voor de ryltiy-rens. Als geen enkele stad duidelijk in het centrum ligt, wordt voor de belangrijkste (in principe de grootste) plaats gekozen.
In sommige gevallen zijn er kunstgrepen uitgehaald om een bepaalde stad in het centrum van een ryltiyeren te krijgen. Lostô, de zetel van de Reelâ, diende uiteraard een centrale ligging in te nemen. Op basis hiervan zijn de grenzen van de ryltiyeren rondom Lostô zodanig gekozen dat de stad in het centrum ligt (hierbij zijn de historische grenzen tussen de oude koninkrijken Spokanië en Pegrevië verloochend, wat voor velen nauwelijks acceptabel is). Hetzelfde geldt voor Hirdo, Gÿrô en Manes-Sjeny, en globaal ook voor Lammafin. Manes-Sjeny is weliswaar niet een erg grote stad, maar om historische redenen wel belangrijk als geestelijk en cultureel Ergynne-centrum. Vandaar dat het een centrale plaats in de ryltiyeren heeft gekregen. Zie ook de kaarten .

Overzicht van de 40 ryltiyerens (alfabetisch)

 naamdistrict(en)*   naamdistrict(en)*
0Lostô°Ben/Ales (mennryltiyeren)
1AfarcalAles  21LammafinPlefô/Tjemp
2AleritaJelafo  22LankosNeze/Kina/Garos
3ClatôBen  23LapoâTeujan
4CôsBen/Renô  24LassosLitii
5ÐebantiyAles  25LorTeujan
6EntâBloi/Ziyp  26Manes-PuriyNeno
7FloranBen  27Manes-SjenyMunt
8GrlabôBloi  28Manes-ToniysLitii/Flenazjekk
9GÿrôJelafo/Ales/Renô  29MûninûAles
10HajofeseZiyp/Munt  30NayesRenô/Jelafo
11HalarestoFlâp  31OneusÿrtBen
12HalepoaiRenô  32OpjevuRenô
13Has-beltPlefô/Munt  33QuafaiyFlenazjekk
14HierMunt/Ziyp  34ŠempZiyp
15HirdoZiyp  35Sinto-GrojeJelafo
16IesJelafo  36StanôBloi
17ImenalBen  37TuraZiyp
18JentuPlefô  38TuûnFlenazjekk
19KlaeuAles  39XaquaBloi
20KussikTjemp  40ŸrtanûTjemp
 
* Het district waar de zetel zich bevindt, wordt het eerst genoemd.
   Als er geen districten zijn wordt het eiland genoemd.
°  Lostô als mennryltiyeren wordt altijd apart van de rest genoemd.

Suryltiy
Hoge geestelijke, in rang tussen de ryltiy en de partes. Qua religieuze functie is er nauwelijks verschil tussen een ryltiy en een suriyltiy; het belangrijkste onderscheid is administratief: een ryltiy staat aan het hoofd van een ryltiyeren (kerkelijk district) en een suryltiy niet. Er zijn formeel 41 ryltiyerens en even zovele ryltiys; er zijn 214 suryltiys, min of meer gelijkelijk verdeeld over de 41 ryltiyerens. In het dagelijks taalgebruik wordt altijd van 40 ryltiyerens gesproken, waarbij de ryltiyeren van Lostô wordt buitengesloten (dit is de mennryltiyeren waar de Reelâ als ryltiyeren fungeert). Zodra een Reelâ overlijdt, wordt het (administratieve) onderscheid tussen ryltiys en suryltiys genegeerd en heten ze allen ryltiy. Dan zijn er dus 254 ryltiys (namelijk 40+214, waarbij de 41e niet meetelt, want dat is de overleden Reelâ). Als deze 254 geestelijken via een ingewikkelde procedure uit hun midden een nieuwe Reelâ hebben gekozen, wordt het onderscheid ryltiy vs. suryltiy weer gehanteerd. Maar aangezien één van hun nu Reelâ is, zijn er dus nog maar 39 ryltiys, danwel 253 suryltiys. In het eerste geval zal een suryltiy uit de ryltiyeren van de nu verdwenen ryltiy gekozen worden als nieuwe ryltiy. Een lagere geestelijke (een partes) van elders zal nu de nieuwe suryltiy in dit ryltiyeren worden. Ook in het tweede geval komt een partes van elders in aanmerking voor de functie van suryltiy in de ryltiyeren.

Trisâgo
Ergynische "drieëenheid", gesymboliseerd door geesten (= bedreiging), paddestoelen (= beschermende krachten) en vogelnesten (= bescherming, afweer tegen de bedreiging). Hoewel deze drie elementen reeds in de Ergemip een belangrijke rol spelen, zijn zij in ca.1650 als drieëenheid" verklaard, als een soort parodie op de christelijke pendant; het idee van de "drieëenheid" is waarschijnlijk afkomstig van enkele monniken in het Brÿro-klooster bij Metie.

Trull

Plôme, trull [cr-trull.gif]   Offertafel. Meestal een platte steen, ergens onder een heilige boom, of op een andere gewijde plek in de natuur, waar lammeren geslacht en geofferd kunnen worden. Ook meer symbolische offerrituelen zijn hier mogelijk.
Trulls vinden we overal langs wegen, paden en oevers in de Ergynne-streken.

 

Deze trull bevindt zich langs weg 30, bij het dorp Plôme (gem. Cÿrÿrtina, district Renô).

Uitklaren
Spokaniërs die principieel elke burgerlijke verplichting weigeren, zoals het betalen van belasting, kunnen zich laten "uitklaren". Zij worden feitelijk statenloos, en komen daarom evenmin in aanmerking voor alle gunsten of hulpverlening die verbonden zijn aan de Spokanische nationaliteit, zoals het recht op een paspoort of een rijbewijs, actief en passief stemrecht, het recht op uitkeringen, AOW of pensioen.
Een uitgeklaarde leeft in principe een vrij leven, maar het wordt natuurlijk steeds moeilijker om je weg te vinden in een maatschappij die doordrenkt is van bureaucratie en regelgeving. Daarom zal een uitgeklaarde al gauw huisvesting zoeken in een commune of klooster, waar hij verzekerd is van onderdak en verzorging. Veel mensen laten zich om religieuze redenen uitklaren, en zijn automatisch al aangesloten bij een sekte of kloosterorde die zich isoleert van de reguliere Spokanische maatschappij. Het land telt bijna een half miljoen uitgeklaarden, dat is 14% van de totale bevolking.
Kinderen die in communes geboren worden waar het uitgeklaard-zijn een voorwaarde is, zijn per definitie bij hun geboorte al uitgeklaard. Als zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt (volwassenheid), kunnen zij bij het Ministerie van Justitie een verzoek tot "inklaring" indienen. Daarmee worden zij een normale Spokanische ingezetene, met alle rechten, plichten en voorrechten van dien. In de praktijk betekent dit tevens dat men afstand doet van de sektarische principes waarmee men is opgegroeid.

Ÿrtôlle
Zie ook in het bestand Kloosterordes en sektes.
........


TOP © De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 22 nov 1998