Spokanisch Archief

SPREEKWOORDEN EN GEZEGDES
Terug naar
Talen | Dialecten
 
Extern
Spreekwoorden
 
Status: Gegenereerd uit DICTIO (sprkw) (tenzij anders aangegeven).
 

De spreekwoorden en gezegdes zijn alfabetisch geordend op het eerste zelfstandige naamwoord dat erin voorkomt. Ontbreken zelfstandige naamwoorden, dan geldt het (eerste) werkwoord.
Bij elk spreekwoord/gezegde kunnen de volgende dingen genoemd worden:

  1. de originele Spokaanse vorm
  2. "de letterlijke vertaling"
  3. het Nederlandse equivalent (indien dit voorhanden is; "ong." betekent dat het Nederlandse spreekwoord bij benadering een equivalent is, omdat betekenis en context niet identiek zijn aan die van de Spokaanse versie; soms wordt een Engels equivalent gegeven als het Nederlandse ontbreekt)
  4. (eventueel een nadere uitleg)

De spreekwoorden zijn gehaald uit DICTIO (S-N) indien ze hierin gemarkeerd zijn met "(sprkw)". Overige spreekwoorden en gezegdes uit het woordenboek zijn nog niet opgenomen.
Verder zijn een aantal spreekwoorden met betrekking tot vrouwen opgenomen (bron: Mosjeusz âfry mipa-seg ("Spreekwoordelijke vrouwen") van Jenvarina Neflamû-Grâstiy); deze zijn gemarkeerd met [MM]. Deze moeten nog in DICTIO worden opgenomen.
VERDER NOG AANVULLEN!


  1. Rilko ef arfinvelkiy - rikbi ef horit forts.
    "Links de toekomst - rechts de tijd van weleer."

    (Twee strofes uit het gedicht Quanka-velp ("Naamloos") van Ina Zlaje-Ferdu. Deze strofes zijn populair in rouwadvertenties, zeker als het om suïcide gaat (want ook de dichteres heeft voor haar eigen dood gekozen).)

  2. Nert dirte-tûe ef bajuftô, parinnolira luft tu.
    "Vervuil niet de beek die jouw dorst moet lessen."

    (Praat geen kwaad van degene die jou eerst geholpen heeft. Te vinden in de Ergemip, âvlo 4 hym 22.)

  3. Bâr luft tjokâs ur tjokâs luft bâr.
    "Boter bij brood en brood bij boter."

    Soort zoekt soort.

  4. Tsazi ef ÿkurre beri beldos enn flaju, stus finnât beri feskette stus tiffelira ef strâ.
    "Om iets te kunnen leren moet je beginnen te beseffen dat je het nog niet weet."

    (Erken je eigen zwakheden.)

  5. Tu lorgissât bjerr beri pónze sectâ.
    "Je moet bier tappen om wijn te krijgen."

    (ong.) Zoete broodjes bakken.
    (als je iets van iemand gedaan wilt krijgen en je komt via een omweg tot je verzoek)

  6. Âme ef boert lyde ef tebbel, ef fa'i sôge fesdu ef wódenn. [MM]
    "Als de koe de kudde leidt, stort het vee in het ravijn."

    (Het advies van een vrouw leidt tot rampen.)

  7. Joggen, fara ef boerts sena crazare!
    "Schrob de stalvloer als de koeien aan het grazen zijn!"

    Smeed het ijzer als het heet is.

  8. Blul enn ef chénts riffelije niyn ral.
    "De paddestoelen zijn nu gaar gekookt."

    (ong.) De kogel is door de kerk; het ijs is gebroken.
    (als een pijnlijke kwestie op tactvolle wijze tot een oplossing gebracht is)

  9. Lef ef ne'âma cirrôs stus strâ lelperre ef merriyc.
    "Met de knikkers alleen heb je nog geen spel."

    (Als je zelf niets onderneemt komt er ook niets tot stand.)

  10. Ef clalôer rafane ón ef krodûr, kol do krodurât ef tjokâs.
    "De molenaar (die meel maakt) vertelt aan de bakker hoe hij het brood moet bakken."

    De beste stuurlui staan aan wal.

  11. Vilt crot nert lelperre eft ðéryf.
    "Jouw weitas heeft geen riem."

    Spuit elf geeft modder.

  12. Stus nert ufegât ef cvoa luft ef blof.
    "Je moet de haver niet bij het paard vergeten."

    Je moet de kat niet op het spek binden.

  13. Stus rippât tjâg ef cÿrlôfs, stus ularâfelira.
    "Je moet met de teugels mennen, die je vasthoudt."

    Je moet roeien met de riemen die je hebt.

  14. Diô qummertât velk goe toleffyÿs, armtdragjelira goe geffys. [MM]
    "God moet nog perenbomen scheppen die appels voortbrengen."

    (Een kind kan niet anders zijn dan zijn moeder.)

  15. Eft dragatjen nert ripje sener néng furt ef.
    "Een boodschapper ment zijn rijpaard daar niet voor."

    Het is niet om over naar huis te schrijven.

  16. Ef dres-cijazutiy melde futtof ef overcho.
    Hoogmoed komt voor de val.

  17. Scemrelira ebesz sako-zolle ef texo.
    "Schreeuwende vissers houden hun mes op zak."

    Blaffende honden bijten niet.

  18. Eit furt eit, ynt furt ynt.
    "Oog om oog en tand om tand."

  19. Fâr eits, ér zerfos.
    "Vier ogen, één gezicht."

    Twee handen op één buik. Twee zielen, één gedachte.

  20. Ef fenta nert la'yce ef weinô.
    "Het feest is de wijn niet waard."

    De sop is de kool niet waard.

  21. Tu chaquinde mip fianites.
    "Je spreekt alsof je uit een hogere stand komt."

    De beste stuurlui staan aan wal.

  22. Fijânta ðÿm râns melde eft ðiynk šâm frâns.
    "Vlees zonder jus is een stengel zonder veldbloem."

    (Wordt gezegd als er een belangrijk onderdeel van een maaltijd of ingrediënt van een gerecht ontbreekt.)

  23. Ef flâkâs zirde kir.
    "De grijze bakstenen liggen los."

    Er is te veel dak op het huis.
    (Er zijn ongewenste toehoorders, we kunnen niet vrijuit spreken.)

  24. Ef follus nert tiffe, âl ef fisa melde eft hereðo oft eft bakaljô. [MM]
    "De vader weet niet of de vis een haring is of een kabeljauw."

    (Vaders hebben geen invloed op het feit of hun kind al dan niet op de vader lijkt.)
    Vaak nog aangevuld met:
    ... Tur iftam ef sientur tiffe sener fisa.
    "... Maar de moeder kent haar vis wel."

    (Moeders weten wel wie de vader is.)

  25. Ef follus-vildul lelde fes ef fôresta, ef sientur-vildul fes ef ðÿr vuldurtos. [MM]
    "De vaderboom groet in het bos, de moederboom in de eigen boomgaard."

    (Een kind weet wel wie de eigen moeder is, maar niet wie de vader is; iedereen kan je vader zijn, je hebt maar één moeder.)

  26. Stus ef gÿrt jakrose.
    "Men is de brug overgestoken."

    De teerling is geworpen. Er is geen weg terug.

  27. Ef gÿtliy orefantavy dur tims: fes knurfel, dus fes râns, ijâk fes svegt.
    "Vis wil drie keer zwemmen: in water, dan in saus, en nog in wijn."

    Vis moet zwemmen.
    (Bij een visgerecht hoort een goede saus en een goede wijn.)

  28. Mittof melde kÿpony gÿtliy.
    "Dat is droge vis."

    Dat is oude koek.

  29. Noi choše-gôrse ef ielbajiyn tjâg smurf.
    "Kies de rijkdom niet met behulp van geld."

    Geld maakt niet gelukkig.

  30. Ef jabâr kâmpae.
    "De koning spreekt de waarheid."

    Daar gaat een dominee voorbij.
    (Wordt gezegd als er in een gesprek een plotselinge stilte valt.)
    Iemand uit het gezelschap zal dan meestal toevoegen:
    ... ur melde pâstiy.
    "... en hij heeft berouw."

  31. Eft pratelira karé strâ mešana.
    "Een vertrekkend schip is nog niet aangekomen."

    Juich niet te vroeg. Prijs de dag niet voor de avond.

  32. Jôl kés jufte clošor argerats.
    "Gouden sleutels passen op gesloten deuren."

    Stille wateren hebben diepe gronden.
    (In ongunstige zin: zwijgers voeren iets in hun schild.)

  33. Ef kimore strâ melde ef pe.
    "Noemen is nog niet heten."

    (Als je iets beweert is nog niet bewezen dat het waar is. (dit gezegde is een verzoek om met bewijzen voor de dag te komen))

  34. Perdÿrs lâpliyfone ér kliqu.
    "Beiden drinken uit één glas."

    Twee handen op één buik.

  35. Mittof melde ef knociys fes ef frotiyn.
    "Dat zijn de botten in het lichaam."

    Dat is het hele eiereten.

  36. Ef dur kolinis riffe eft rônter.
    "De drie stenen maken een cirkel."

    Driemaal is scheepsrecht. Alle goede dingen bestaan in drieën.

  37. Ef lâpiy rifo eft baby cÿrfûne furt ef sientur fitfara eft nesfâsto lef ardef-knurfel. [MM]
    "De luier van een baby ruikt voor de moeder als een zakdoek met reukwater."

    (Voor een moeder kan haar kind geen kwaad doen.)

  38. Noi koleste-tûe ón sener liftientur, kol eup riffât šupa furt main pyzôs. [MM]
    "Leer je grootmoeder niet hoe ze voor tien kleinkinderen soep moet koken."

    (Als iemand veel ervaring heeft, moet je niet gaan uitleggen hoe het moet.)

  39. Ef leste ef marâtt ðônosef ef iynk-splâkke.
    "Het gebod samen met de inktvlek uitwissen."

    Het kind met het badwater weggooien.

  40. Ef mariyer tibân melde ef maser mân.
    "De kennis van het huwelijk is de mens van morgen."

    (Als mensen trouwen zorgen ze voor nageslacht. (spreuk op een mustknyf))

  41. Byte ef merater, tôrtelira ef hurt, sener tubôs; tytorare ef tubôs, nert miryntelira ef blofs, sener mân. [MM]
    "De man die de hond schopt zal zijn vrouw slaan; de vrouw doe de paarden niet roskamt, zal haar man doen verhongeren."

    (Vrouwen moeten beducht zijn voor wrede mannen; mannen moeten beducht zijn voor luie vrouwen.)

  42. Hôm miprue, stus poire kelot velk.
    "Wie braakt leeft tenminste nog."

    (ong.) Blaffende honden bijten niet.
    (gezegde uit de 15e eeuw)

  43. Ef miptrekkos nert melde ef mipreppos.
    "Uitstellen is geen kwijtschelden."

    Uitstel is geen afstel.

  44. Moestof veše eft quista tiyn.
    "Moestof biedt iets goeds aan."

    (Gezegd als er noodweer op komst is; ironisch bedoeld; Moestof is de personificatie van het Weer.)

  45. Fara eft mosjeus gvârce eft merater, eup kettavy eft arfinvelkiy ón sért ur flecs. Fara eft merater gvârce eft tubôs, do zikore metirus sérts ur kjupt flecsz. [MM]
    "Als een vrouw een man zoekt, wil ze haar huis en haard een toekomst geven. Als een man een vrouw zoekt, let hij op gulle huizen en warme haarden."

    (Vrouwen zijn de verschaffers van geborgenheid en levensbehoeften, mannen zoeken dat.)

  46. Ef nehâciy melde ef dufjaer sat.
    "De ledigheid is het bed van de duivel."

    Ledigheid is des duivels oorkussen.

  47. Do ef tenrân-erg-ten nupps arvende.
    "Hij is de 88 mijlpalen gepasseerd."

    (Hij heeft met plezier een moeilijke taak volbracht: de 88 mijlpalen langs het 82 km lange, moeilijk begaanbare bergtraject tussen Hirdo en Piroes, tot ca. 1850 de enige verbinding tussen de hoofdstad en de zuidkust.)

  48. Lo pert ef nurps lo ef mefrâs.
    "Evenveel hoofden als meningen."

    Zoveel hoofden zoveel zinnen.
    (Neutraal of negatief: meestal gezegd als niemand het met elkaar eens is. Vergelijk ook: Fitpert tiyns fitpert miyparosz.)

  49. Lajâfgre ef ôx ef ÿjalos,
    Uzrare ef ÿjalos Liftkazempex ef agen,
    Narâne ef stajir Kleterzempex ef râsdo.
    "De os zal de ploeg trekken,
    De ploeg zal het veld van Oudjaar omploegen,
    De stier zal de oogst van Nieuwjaar verdedigen."

    (Een populaire spreuk op nieuwjaarskaarten.)

  50. Paine riffe belde.
    "Doen maakt leren."

    Al doende leert men.

  51. Stus mâdriye ef pât mintof ef ÿtassos.
    "Men effent het pad na de val."

    Als het kalf verdronken is dempt men de put.

  52. Ef penens fes ef kyr [t]ur ef blofas farte-tijâ.
    "De penens in de buidel, maar/en de blofas lopen weg."

    (Engels) Penny-wise, pound-foolish.
    (De penen en blofa zijn oude munteenheden: de eerste (vergelijk penning, penny of Pfennig) is weinig waard, de tweede (afgeleid van blof = paard) had een waarde waarmee je een paard kon kopen.)

  53. Eft piâ nert melde eft boert.
    "Een kalf is geen koe."

    Aal is geen paling.

  54. Ef pica jénðe vrust.
    "Het ijs vereist vorst."

    Geen rook zonder vuur.

  55. Pica melde martel ur flecs melde kjupt.
    "IJs is koud en vuur is heet."

    Dat is nu eenmaal zo. Daar helpt geen moedertje lief aan.

  56. Lo kâ ef pica melde martel [ur ef flecs melde kjupt].
    "Zó is het ijs koud [en het vuur is heet]."

    Zó ligt de zaak. Zo zit de vork in de steel.

  57. Eft pirinin tuksof tesen zempers melde ef tašâ, tuksof erg-ten eft ðenc, tuksof tenerg eft wik, tuksof main-hent eft grél ur tillefit eft zârvor maklu. [MM]
    "Een meisje is tot haar twaalfde een kopje, tot haar zestiende een tobbe, tot haar 28e een bad, tot haar 50e een doorwaadbare plaats en daarna een opgedroogde poel."

    (Seksuele toespeling: eerst klein dus onschuldig, daarna wat groter en geschikt om de was te doen, daarna nog groter (een man kan in het bad liggen), vervolgens "loopt het vocht weg" en "gaat iedereen erlangs" (interpretatie onduidelijk), daarna wil geen man haar meer bezitten. Dikwijls wordt alleen één deel van deze lange spreuk geciteerd, afhankelijk van de leeftijd die een vrouw op dat moment heeft.)

  58. Ef értef pómt strâ mefre eft wuma.
    "Het eerste sprietje betekent nog geen bos."

    Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

  59. Ef luberos rifo ef pótâner rist levere-dôe.
    "Als je het zwaard van de gesneuvelde pakt, zal hij opstaan."

    Als je van de duvel spreekt trap je op zijn staart.

  60. Pipar quiste fara dÿfo quiste.
    "Alles is goed als het einde goed is."

    Eind goed al goed.

  61. Ef rélvâs tentecû ef mebare-yclómm rifo ef koffoner.
    "De aanzegger kan het geboortebericht van de dode verkondigen."

    Men kan niet weten hoe een koe een haas vangt.

  62. Do vlemóte ef renðe.
    "Hij heeft het rund geslacht."

    Hij heeft de plaat gepoetst. Hij is 'm gesmeerd.

  63. Ef riffe melde olla, ef ÿtine melde hômber, ef pónze melde mimðer, ef lelperre melde Avyro, colafess Hely mešane. [MM]
    "Maken is fijn, dragen is vermoeiend, krijgen is een ellende, hebben is de hemel, maar daarna komt de hel."

    (De levensloop van een moeder: seks hebben/zwanger zijn/baren/een baby hebben/het kind groeit op.)

  64. Rovretosz qugle bliynt.
    Liefde maakt blind.

  65. Âme tu pruccavy ef roza, kursuuse tu gâšâ ef qurts. [MM]
    "Als je de roos wilt plukken, zul je door de doornen bloeden."

    (Je moet wat over hebben voor je liefde/geliefde.)

  66. Ef omeleche wânta kaf ef rufa dus lango ef stent.
    "Het waait eerder op de trans dan aan de voet [van de toren]."

    Hoge bomen vangen veel wind.

  67. Eft helt rûl fes eft helt liff.
    Een gezonde geest in een gezond lichaam.

  68. Miskofas cradef schiqus melde lo liyt.
    "'s Nachts zijn alle schiqus [bepaald soort hert] even gevlekt."

    Bij nacht zijn alle katten grauw.

  69. Kost sectâ ur kost brûe melde fesért ef viltiy ki.
    "Mijn wijn en mijn stamppot zijn thuis de jouwe."

    (Jij bent bij mij als gast van harte welkom. Deze spreuk hangt in veel huizen ingelijst aan de muur.)

  70. Quista sectâ mennirre nert ef blât.
    "Goede wijn heeft geen uithangbord nodig."

    Goede wijn behoeft geen krans.

  71. Eft sért ðÿm zillepip melde lo eft mân ðÿm nurp.
    "Een huis zonder dak is als een mens zonder hoofd."

    (Dit refereert aan een onafgebouwd/gebrekkig huis en onthoofding als doodstraf: als je huis niet geheel in orde/afgebouwd is, is je leven ook niets waard. Vanuit een positieve focus is dit min of meer equivalent aan het Engelse My home is my castle.)

  72. Fes kost sért nÿf ÿrts clârseg-merrers.
    "In mijn huis geen valse harpspeler."

    (Als je ruzie of moeilijkheden wilt maken doe je dat maar bij jezelf thuis, niet bij mij. Deze uitspraak wordt toegeschreven aan koningin Lindokiy Zabert, die in 1874 kwaad was op de Ieren ("valse harpspelers") omdat zij vän mening was dat de boerenopstand op Liftka door de Ieren aangewakkerd was.)

  73. Eft ne'âma sientur tiffe, lomp ef efanty loke ef. [MM]
    "Alleen de moeder weet op wie het kind lijkt."

    (De vader kan iedereen zijn.)

  74. Ef sienturs rifo roch walers obezjere, óps rifo pipper walers arkette. [MM]
    "De moeders van laffe zonen lachen, zij van heldhaftige zonen huilen."

    (Moeders hebben liever een zoon die thuis blijft en goed voor alles zorgt dan een die op avontuur gaat en zich nooit meer laat zien.)

  75. Ef kariyn sjeusz kette bécân, ef hordâ tiyns idem wÿsÿr. [MM]
    "De lelijke vrouwen geven vrede, de mooie oorlog."

    (Mannen zijn niet geïnteresseerd in lelijke vrouwen, maar zitten de mooie achterna.)

  76. Stus nert pliyfonecû ef slofaro ðÿm sist.
    "Je kan de slofaro [gezegde wijn] niet zonder priestergewaad drinken."

    Wie A zegt moet ook B zeggen. Als je iets doet moet je het goed doen.

  77. Smurf nert eróve.
    Geld stinkt niet.

  78. Huâsen ef spentes, tur spenten furt ef pliffon.
    "Wees zuinig met de uitgaven, maar geef uit voor de ongewisse toekomst."

    Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen.

  79. Ef sûlge ef šupa tjâg eft jôl leftel.
    "De soep met een gouden lepel verorberen."

    Leven als god in Frankrijk.

  80. Stus ÿtinecû eft velp tefârx, tur trije jazy eft ÿrg tiyn.
    "Je kan een lege blusemmer dragen, maar probeer ook eens een volle."

    (Je moet moeite doen om iets nuttigs te bereiken; zonder inspanning kom je nergens.)

  81. Goe mént-ÿrômor terrats quiste ón goe zefa-slapor kÿls.
    "Een hard gewerkte dag is goed voor een diep geslapen nacht."

    (Wordt gezegd tegen iemand die [op zijn werk] klaagt dat hij het zo druk heeft.)

  82. Ef cente [beffe] ef tesmriy.
    "[Even] de zweep voelen."

    Door de zure appel heenbijten.

  83. Fitpert tiyns fitpert miyparosz.
    "Zoveel dingen/wezens zoveel gedachten."

    Zoveel hoofden zoveel zinnen.
    (Positief: meestal gezegd als er een levendige discussie of vrolijke communicatie is (denk ook aan "Hoe meer zielen hoe meer vreugde"). Vergelijk ook: Lo pert ef nurps lo ef mefrâs.)

  84. Ten melde tiyp, dur melde clûma.
    "Twee vormen een paar, drie zijn een menigte."

    (N.a.v. driehoeksverhouding ed.)

  85. Ef arfine mip ef uokk fes ef flecs.
    "Uit de rook in het vuur komen."

    Van de regen in de drup komen.

  86. Pert uokk ur litel flecs.
    "Veel rook en weinig vuur."

    Veel geschreeuw en weinig wol.

  87. Ûstos-mâlp feldre šalo zjoba ef kokmit-kelbra ur ef sienturs-mâlp giffe kaf ef. [MM]
    "Schoondochters zitten meestal onder de keukentafel en de schoonmoeders staan erop."

    (Schoondochters zitten onder de plak van hun schoonmoeder, wat betreft het huishouden.)
    N.a.v. dit spreekwoord wordt er wel gezegd:
    Ef meraterer togany melde, den do ÿrase eft kelbra, meldelira fes hardlap, groft sientur-mâlp (ook: sientur) nert kurrilóme beri fle kafonn ef, ur ðônos na fort fes ninker, groft tubôs nert kurrilóme beri feldre zjoba ef. [MM]
    "Het is de taak van de man om een tafel te timmeren die zo hoog is dat zijn [schoon]moeder er niet op kan klimmen, en tegelijkertijd zo laag, dat zijn vrouw er niet onder kan zitten."

    (De man moet de lieve vrede in huis bewaren als zijn schoonmoeder daar óók woont.)

  88. Kaldo usynn cÿrstyne lo grum terat dus qualostiyor weinoh.
    "Verboden azijn smaakt zoeter dan aangeboden wijn."

    Verboden vruchten zijn de zoetste.

  89. Flâjû venture flâjû lelperre.
    "Niets wagen niet hebben."

    Wie niet waagt die niet wint.

  90. Stus nert armtmôquât ef verkatos.
    "Je moet de bevlieging niet opwekken."

    Men moet geen slapende honden wakker maken.

  91. Azino vilduls, azino geffys.
    "Zure bomen, zure appels."

    De appel valt niet ver van de boom (bij slechte eigenschappen).

  92. Grum vilduls, grum geffys.
    "Zoete bomen, zoete appels."

    De appel valt niet ver van de boom (bij goede eigenschappen).

  93. Xnep vilduls pafyre noi.
    "Kale bomen ruisen niet."

    (Als iemand maar wat zit te babbelen zegt hij feitelijk niets.)

  94. Ef vildul melde furt ef axos.
    "De boom is voor de bijl."

    Het is zover. (ong.) De kogel is door de kerk.

  95. Eft tâkelira vult noi nute ef netâsz.
    "Een kakelende kip hoort de hanen niet."

    (Voordat je allerlei onzin te berde brengt kun je beter eerst naar anderen luisteren. Vooral met betrekking tot vrouwen gebezigd: vrouwen moeten naar mannen luisteren.)

  96. Ef lo ÿrðaage, eft vult [feltilóme] kaf eft tustu.
    "Het is zo duidelijk als een kip op een ei (als een kip die op een ei zit)."

    Het is zo klaar als een klontje.

  97. Ef wefots nert melde ef oppers.
    "West is geen oost."

    (Wordt gezegd tegen iemand die op een domme manier twee zaken of namen met elkaar verwart.)

  98. Liftkar weinô fes kleter ðérlots.
    "Oude wijn in nieuwe zakken."

    (Gebaseerd op Mattheüs 9:17)

  99. Ef ÿksanerer vildul qugle ef omber fes vilt arâbe.
    "De boom van de buurman geeft schaduw in jouw tuin."

    Je moet niet een ander de schuld geven.

  100. Ef ÿlanatjen chaquinde ðârlo.
    "De zwijger spreekt het meest."

    Stille wateren hebben diepe gronden.

  101. Aftel vilt yrgtâ tinde dalotoje?
    "Moet je knecht buiten blijven?"

    Ben je in de kerk geboren?
    (Tegen iemand die de deur achter zich open laat.)

  102. Yrgtâ furt pipar, gekker furt nÿfs.
    "Knecht voor alles, meester voor niets."

    Twaalf ambachten, dertien ongelukken.

  103. Petriy menkerate zléf ef yrmévriy.
    "Peter hangt aan de galg."

    De kogel is door de kerk.

  104. Do zerfe ef ÿrras, tûre ef moftosz.
    "Hij ziet wel de takken, maar niet de wortels."

    Hij heeft de klok horen luiden, maar weet niet waar de klepel hangt.

  105. Eft zlako tyjare fes ef kles.
    "De slang zit verborgen in het gras."

    Er schuilt een adder onder het gras.

© De Twee Hanen v.o.f. • Kimswerd • The Netherlands

DA 00 • SPARC 22 nov 2003