Het compleetste woordenboek voor de Spokanische taal. Met regelmatige updates en links naar het Spokanisch Archief. |
Woordenboek |
|
Spokaans—Nederlands A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z Nederlands—Spokaans A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
| |
DICTIO: LEGENDA
Dit woordenboek bestaat uit 2 delen: Nederlands-Spokaans: 26 bestanden (NSA.HTM t/m NSZ.HTM) Spokaans-Nederlands: 26 bestanden (SNA.HTM t/m SNZ.HTM) Deze HTM-bestanden zijn geconverteerde versies van de oorspronkelijke ASCII-bestanden NS*.DIC en SN*.DIC, die gebruikt worden in het speciale woordenboekprogramma DICTIO, waarmee op makkelijke en snelle manier naar trefwoorden gezocht kan worden. Het elektronische woordenboek DICTIO is echter geschreven als MS-DOS-programma, en kan niet in een Windows-omgeving gebruikt worden, laat staan dat een integratie in een HTM-omgeving mogelijk is.
De hier gepubliceerde HTM-versie kan daarom alleen geraadpleegd worden met de instrumenten die in Windows voorhanden zijn. In dit woordenboek zijn in principe opgenomen:
Alle categorieën zijn voor uitbreiding vatbaar. De Spokaanse woordenschat beperkt zich tot de meest frequente woorden, plus alle minder frequente woorden die ergens in het Spokanisch Archief zijn gebruikt. Een "trefwoord" kan ook uit meerdere woorden (door spaties gescheiden) bestaan. Het gaat dan altijd om eigennamen (geografische namen, voor- of achternamen, merknamen, boektitels, namen van organisaties, bedrijven, instanties, en dergelijke). Alle trefwoorden zijn strikt gealfabetiseerd. Hierbij gelden de volgende regels:
Blauwe verwijzingen (bovendien gemarkeerd met ») kunnen aangeklikt worden om naar een ander lemma in dit woordenboek te gaan. Als in het Nederlands-Spokaanse deel een verwijzing naar het Spokaans-Nederlandse deel staat, wordt dit aangegeven met: SN. Als een verwijzing eindigt op drie puntjes (bijvoorbeeld »verw...) wordt er verwezen naar álle woorden die met de letterreeks beginnen (dus hier: verwijzing naar alle woorden die met "verw" beginnen).
Lemma's worden onderverdeeld in 1., 2., enz. indien het trefwoord verschillende betekenissen of grammaticale functies heeft. In het Spokaans-Nederlandse deel zijn identieke trefwoorden die tot verschillende woordsoorten behoren, als aparte lemma's opgenomen. Grammaticale informatie is in summiere vorm te vinden bij trefwoorden die in HOOFDLETTERS zijn geschreven. Bijvoorbeeld: onder het trefwoord meervoud wordt de Spokaanse vertaling van "meervoud" gegeven; onder het trefwoord MEERVOUD wordt beknopt uitgelegd hoe de meervoudsvorming in het Spokaans plaatsvindt. Dit woordenboek is nog geschreven in de oude spelling (dus geen vreemde tussen-n in woorden als "ruggengraat" ed.).
Het is in een HTM-omgeving niet mogelijk om alle Spokaanse lettertekens en symbolen op de juiste wijze weer te geven (dit kan wel in het DOS-programma DICTIO). In onderstaande tabel zien we bij de letters achtereenvolgens: het teken zoals Windows dat
weergeeft - de ANSI-code ervan - het juiste Spokaanse teken.
De meest algemene verkeerd weergegeven tekens zijn:
de d/D met een hacek ("v'tje") wordt een IJslandse eth: ð/Ð
De tekens
ligaturen: (onderstreepte lettergroepen)
De woordenboekbestanden worden voortdurend aangevuld en verbeterd. De bestanden zijn niet geheel vrij van fouten en inconsistenties, en we stellen het dan ook op prijs als u ons op zulke onvolkomenheden wilt wijzen. Ook zijn we bereid om het woordenboek aan te vullen met trefwoorden die u nog mist. Stuur een e-mailtje naar de redactie van het Spokanisch Woordenboek.
Symbolen en tekens < (etymologische verklaring) A < B (woord A is ontstaan/afgeleid uit woord B). > gebruikt in bijvoorbeeld: •iy {SX.add > c}: (het suffix •iy komt achter een additief zodat er een concreet zelfst. naamwoord wordt gevormd). » gebruikt in bijvoorbeeld: »daar (zie bij het trefwoord "daar" - blauwe woord kan aangeklikt worden). ~ gebruikt in bijvoorbeeld: tim C: kaf ~ dur [lees] kaf tim dur. (~ vervangt het trefwoord). - gebruikt in bijvoorbeeld: spar (L. Abies); zilverspar (L. A- alba) [lees] (L. Abies alba). gebruikt in bijvoorbeeld: in- en uitpakken [lees] inpakken en uitpakken. (vervangt een Nederlands of Latijns woorddeel). -- gebruikt in bijvoorbeeld: wik-lup {mv= --lûps} [lees] {mv= wik-lûps} = (trefwoorden) châfâ (= šâfâ) (šâfâ is een gelijkwaardige variant van châfâ). {} grammaticale informatie, zoals woordsoort en syntactische/ morfologisch bijzonderheden, staat achter het lemma-woord tussen {}. Voor de informatie tussen {}, zie hieronder bij Afkortingen. [] [m] [P] letter tussen [] is de transcriptie van een Pegrevisch letter- teken. óst[r]os = óstos OF óstros. do [nert] vende: hij komt [niet] = do vende: hij komt OF do nert vende: hij komt niet. () (trefwoorden) barera (bârera). (bârera is een variant van barera, waarbij barera de voorkeur verdient). gebruikt in bijvoorbeeld: Pjânts N: (mannelijke personificatie vd Honger en Armoede). (omschrijving of verklaring van een Spok. woord). .. gebruikt in bijvoorbeeld: ôrganisere |..ÿje| (.. vervangt deel van eerder genoemd woord; lees in dit geval: |ôrganisÿje|. • gebruikt in bijvoorbeeld: ta• {PX}: mis•. (onscheidbaar aan te hechten prefix). gebruikt in bijvoorbeeld: •ta {SX > rs}; Prio/Priota. (onscheidbaar aan te hechten suffix). •- gebruikt in bijvoorbeeld: •-no {SX.c/n > n}. (scheidbaar aan te hechten suffix, zoals in Gouden-Koets-no). -• gebruikt in bijvoorbeeld: nâs-• PX: her•, re•, over•, opnieuw. (scheidbaar aan te hechten prefix, zoals in nâs-are). ... amifftûros fes ...: veronderstel eens dat .... (... geeft het variabele deel van een idiomatische uitdrukking). || xâmée {Uid}: stijgen||dalen. (|| scheidt beide antonymische betekenissen van een ideoantoniem). |..| tussen || staat de uitspraak volgens de Spokaanse spellingregels. bijv. |Eng.| Engelse uitspraak. |mel/mÿ| twee uitspraken mogelijk (mel OF mÿ). |M| de m in het trefwoord is syllabisch. || bilabiale ("aangeblazen") f. |M| syllabische m. |N| syllabische n. |X| x wordt uitgesproken als th (in Eng. three). (indien de uitspraak van x niet is aangegeven, klinkt deze als kth). |ks| x wordt uitgesproken als ks. (indien de uitspraak van x niet is aangegeven, klinkt deze als kth). |ù| u wordt uitgesproken als in de combinatie qu. |ß| de klank sh in het Engelse ship. |ŋ| de klank ng in het Nederlandse/Engelse long. / gebruikt in bijvoorbeeld: ef ÿtine eft werviy fes sener/ef motrik. [lees] ef ÿtine eft werviy fes sener motrik. [of] ef ÿtine eft werviy fes ef motrik. (gelijkwaardige keuze tussen twee woorden). indien zowel twee Spokaanse woorden als twee Nederlandse woorden door / zijn gescheiden, geldt altijd dat de twee woorden vóór / met elkaar overeen komen, en eveneens de twee woorden áchter /. bijv. fes ef publiyc fara/frópjÿ: bekend als/om. [lees] fes ef publiyc fara: bekend als [of] fes ef publiyc frópjÿ: bekend om " gebruikt in bijvoorbeeld: zvâmp-geranym {C}: "zompige ooievaarsbek". (A is een letterlijke vertaling van een Spok. woord omdat een Nederlands equivalent ontbreekt). ! tussenwerpsel als groet, uitroep, wens. ? tussenwerpsel met vraag-karakter. SN in het Nederlands-Spokaanse deel wordt verwezen naar een lemma in het Spokaans-Nederlandse deel. Afkortingen I bijvoegelijk naamwoord of bijwoord (additief categorie I). II bijvoegelijk naamwoord (additief categorie II). III bijwoord (additief categorie III). 1 eerste persoon (enk/mv). 2 tweede persoon (enk/mv). 3 derde persoon (enk/mv). a abstract (als categorie van zelfst. naamwoord). A zelfstandig naamwoord van de categorie "abstract". abstr abstract (als categorie van zelfst. naamwoord). add, ADD additief (bijvoeg.naamwoord en/of bijwoord). afk afkorting. alg algemeen [gebruik]; de betekenis ve woord waaraan het eerste gedacht wordt bij afwezigheid ve context (zie ook 'ihb'). arch archaïsch, ouderwets. aw, AW aanwijzend voornaamwoord. bel beleefdheidsvorm. bep bepaald. beri (infinitief-markeerder) staat achter werkwoord als dit een infinitief-complement kan krijgen. betr betreffende, wat betreft. bijv bijvoorbeeld (impliceert dat de opgesomde reeks voorbeelden onbeperkt uitgebreid kan worden; zie dan ook desbetreffende lemma's). bt, BT betrekkelijk voornaamwoord. bv, BV bijvoegelijk naamwoord. bw, BW bijwoord. bz, BZ bezittelijk voornaamwoord. c concreet (als categorie van zelfst. naamwoord). C zelfstandig naamwoord van de categorie "concreet". ca circa. caus causatief. chr, Chr Christelijk; term uit Christendom. concr concreet (als categorie van zelfst. naamwoord). cons consonant, medeklinker. def definitieve [tijd]. dial dialect; dialectische vorm. div diverse. dl= dialectische vorm (gevolgd door gebied of naam v dialect waar dit woord [vrnl] voorkomt). dmv door middel van. DOM xx verwijzing naar pag.xx in het boek "Spokanië: Berref" (Dominicus-reeks) dt, DT determinant, partikel. dual dualis. Dui Duits. dwz dat wil zeggen. e, E semi-transitief werkwoord (emmettâlelira). ectrans echo-transitief werkwoord. ed en dergelijke. ef (achter categorie-aanduiding) gebruik van lidwoord of lidw.vervangend pronomen verplicht. eig eigenlijk. emf emfatisch, met nadruk. Eng Engeland, Engels, Engelse uitspraak (bij Engelse leenwoorden). enk enkelvoud; (achter categorie-aanduiding) zelfstandig naamwoord komt (vrijwel) alleen in enkelvoud voor. 1enk eerste persoon enkelvoud (ik). 2enk tweede persoon enkelvoud (jij, u). 3enk derde persoon enkelvoud (hij, zij, het). enz enzovoort. Epr semi-transitief, wederkerend, werkwoord (emmettâlelira). erg, Erg Ergynne; term uit de Ergynne-religie; ergynisch. euf eufemisme. evtl eventueel. f, F familienaam, achternaam. fam familiair, gemeenzaam. fig figuurlijke, overdrachtelijke betekenis. flj flaju ("iets"). flje flajue ("iets": resultatief). Fra Frans, Franse uitspraak. g, G geografische naam. Gar Garosisch, Garosische uitspraak. gen genitief. gen= genitiefvorm is ... gnp genitief van woord dat aan persoon refereert. gnp= genitiefvorm bij referentie aan persoon is ... gnz genitief van woord dat aan zaak of dier refereert. gnz= genitiefvorm bij referentie aan zaak of dier is ... gst grammaticale stam. gst= grammaticale stam is ... his historische term. id (achter categorie-aanduiding) ideoantoniem. ihb in het bijzonder; de betekenis ve woord waaraan pas gedacht wordt als de context hiertoe aanleiding geeft (zie ook 'alg'). IJsl IJslands. improd improductief. impr (achter affix-aanduiding) improductief affix. intrans intransitief werkwoord. inw inwonertal ipv in plaats van. iro ironisch. Ita Italiaans. j, J jongensnaam. jur juridisch; juridische term. k, K transitief werkwoord (kettelira). Kpr transitief, wederkerend, werkwoord (kettelira). L. Latijnse wetenschappelijke naam. Lat Latijn[s]. lett letterlijke betekenis. LW lidwoord. lw lidwoord; (achter categorie-aanduiding) lidwoord of lidwoord- vervangende constructie verplicht. m, M meisjesnaam. mbt met betrekking tot. mbv met behulp van. mnl uitsluitend refererend aan mannelijk geslacht. mt minste trap van vergelijking. mt= minste trap is ... mv meervoud; (achter categorie-aanduiding) zelfstandig naamwoord/eigennaam komt alleen in meervoud voor. mv= meervoudsvorm is ... mv=enk geen speciale meervoudsvorm. 1mv eerste persoon meervoud (wij). 2mv tweede persoon meervoud (u, jillie). 3mv derde persoon meervoud (zij). n, N eigennaam. nav naar aanleiding van. Ned Nederlands. neut neutrale [tijd]. 1niv eerste niveau (van pers. voornaamwoord). 2niv tweede niveau (van pers. voornaamwoord). Noo (Oud)Noors. ntr neutraal (refererend aan zowel mannelijk als vrouwelijk geslacht). oa onder andere. obj object, lijdend voorwerp. obtrans object-transitief werkwoord. ón (echo-markeerder) staat achter werkwoord indien dit een indirect object (echo) kan hebben. onbep onbepaald. ong ongeveer (globale vertaling). onr onregelmatig. onz onzijdig (onbezield: noch mannelijk noch vrouwelijk). oorspr oorspronkelijk. ot overtreffende trap van vergelijking. ot= overtreffende trap is ... ov, OV onbepaald voornaamwoord. p, P persoonsnaam (personen zijn alleen in het woordenboek opgenomen als de naam in een uitdrukking of gezegde voorkomt). 1p eerste persoon (zowel enkelvoud als meervoud). 2p tweede persoon (zowel enkelvoud als meervoud). 3p derde persoon (zowel enkelvoud als meervoud). Peg Pegrevië; Pegrevisch. pej pejoratief, scheldwoord, ongunstig. 1pers eerste persoon enk en mv. 2pers tweede persoon enk en mv. 3pers derde persoon enk en mv. poe poëtisch taalgebruik. pop populaire spreektaal. pr (prap = "zich"; achter categorie-aanduiding) wederkerend werkwoord. pred predikaat, gezegde. prod productief. pv, PV persoonlijk voornaamwoord. 3pv persoonlijk voornaamwoord 3e persoon (enk/mv). px, PX prefix. PX.c prefix dat voor een zn vd categorie "concreet" geplaatst wordt. PXimpr improductief prefix. red reduplicatie. regelm. regelmatig. RK Roomskatholieke term; roomskatholiek. rs (alg) resultatief; ("resultatief": achter categorie-aandui- ding): bij zelfst. naamwoord: resultatiefvorm is gelijk aan basisvorm; bij transitief werkw.: werkw. regeert resultatief object; bij voorzetsel : voorz. regeert resultatief zelfst.naamw. rs= resultatiefvorm is ... rsmv resultatief-meervoud. rsmv= resultatiefvorm in het meervoud is ... rst rast ("iemand"). rste raste ("iemand": resultatief). rster raster ("van iemand; iemands": genitief). S zelfstandig naamwoord van de categorie "stoffelijk". s stoffelijk (als categorie van zelfst. naamwoord). SC zelfstandig naamwoord van de categorie "semi-concreet". sc semi-concreet (als categorie van zelfst. naamwoord). schr (plechtige) schrijftaal. semc semi-concreet (als categorie van zelfst. naamwoord). semtrans semitransitief werkwoord. Spa Spaans, Spaanse uitspraak. Spok Spokanië, Spokanisch, Spokaans. spr spreektaal (liever niet schrijven). sprkw spreekwoord of gezegde. stoff stoffelijk (als categorie van zelfst. naamwoord). subj subject, onderwerp. sx, SX suffix. SX.c suffix dat achter een zn vd categorie "concreet" geplaatst wordt. SXimpr improductief suffix. taalk taalkundige term. tbv ten behoeve van. tdw tegenwoordig deelwoord. tgv ter gelegenheid van. toek toekomende [tijd]. trad traditioneel. trans (vol)transitief werkwoord. tw, TW telwoord. u, U intransitief werkwoord (ularâfelira). UIS xx verwijzing naar pag.xx in het boek "Uit in Spokanië - nooit weg" uitsl uitsluitend. Upr intransitief, wederkerend, werkwoord (ularâfelira). v, V voornaam, zowel jongens als meisjes. v van. vd van de. vdw voltooid deelwoord. vdw= voltooid deelwoord is ... ve van een. verg vergelijking. verl verleden [tijd]. vg, VG voegwoord. vgl vergelijk. vh van het. vlgs volgens. vk verkleinende trap van vergelijking. vk= verkleinende trap is ... vnw voornaamwoord. voc vocaal, klinker. volt voltooide [tijd]. vr, VR vragend voornaamwoord. vrnl voornamelijk. vrw uitsluitend refererend aan vrouwelijk geslacht. vt vergrotende trap van vergelijking. vt= vergrotende trap is ... vulg vulgair, plat. vz, VZ voorzetsel. vz-uitdr voorzetseluitdrukking (idiomatische uitdrukking met het karakter van vz). VZ2n voorzetsel eist pv 2e niveau. w, W naam v weg/straat/plein/steeg ed. wd, WD wederkerig voornaamwoord ("elkaar"). wn, WN wederkerend voornaamwoord ("zich"). wst wortelstam. wst= wortelstam is ... ww, WW werkwoord. zelfst zelfstandig, substantivisch. zg zogenaamd, zogenoemd. zkl zakelijk (noch mnl noch vrw). zn, ZN zelfstandig naamwoord, substantief. zv, ZV zelfstandig voornaamwoord. Zwe Zweeds.
|
© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands