Het compleetste
woordenboek voor de
Spokanische taal.
Met regelmatige updates
en links naar het
Spokanisch Archief.

Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

Home       Legenda       Hoofdmenu SPARC       Taalmenu SPARC


SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z


    h:: (naam vd letter H) haji {C}.
    haag:: (=heg) grs {C}.
    haagbeuk:: Koronalista-vildul {C} (L. Carpinus betulus).
    haagwinde:: hagiy-wsger {C} (L. Calystegia sepium).
    haai:: haje {C}; blauwe ~: blotter haje (L. Prionace glauca); gevlekte gladde ~: Skiyl-haje (L. Mustelus asterias); ruwe ~: pleko-haje [C}, lsiynes-haje {C} (L. Galeorhinus galeus).
    haak:: (alg) nst {C}; (vishaak) klm {C}; (voor telefoonhoorn) vastariyrp {C}.
    haakje:: (vishaak; leesteken: ( of ), ed) klm {C}; hoekig ~ (leesteken: < of >): il {C}; recht ~ (leesteken: [ of ]): krono-klm {C}; (voor schoenveter) mustbentrp |musb..| {C}; tussen ~s (fig: trouwens): ychiys {III}, arvendelira {I}.
    haaks:: (met een hoek v 90) ver {I}.
    haakwerk:: riysnos {C}.
    haal:: (=streep/kras/krab) pps {C}, zjf {C}; ze heeft een ~ van de kat over haar neus: belt nes lelperre eft zjf rifo ef chat; aan de ~ gaan: ef ubere ef rozjep.
    haalbaar:: tamiy {I}.
    haam:: (=halsjuk) (voor trekdieren iha) hamiy {C}; (voor trekpaarden) tvla {C}.
    haan::
    1. (mnl kip) nets {C}.
    2. (v geweer) byt {C}.
    haar::
    1. (pv)
      1. (3enk-vrw)

        1niv {PV} {SX.vz} pass. verbaal
        vrw
        C
        A/SC
        eup
        ef/mittof/k*
        ef/k
        p
        f/miff/k*
        f/k
        pe
        fe
        fe
        eppere
        efere
        efere
        |ep/epp|
        * k/k bij concr zn'n is vrnl spr
        (dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky)

        2niv {PV} rs (modern) rs (arch)
        vrw
        C
        A/SC
        hpsat
        lelp
        k/kt
        hepsatt
        iyffe
        ke
        hpsatt
        lellpre
        ke

        (obj is altijd 2niv indien subj eveneens 3enk-vrw; vgl:) hij ziet ~: do zerfe eup/hpsat; zij ziet ~: eup zerfe hpsat; (rs altijd v 2niv:) Petriy heeft ~ achtergelaten: Petriy hepsatt afnole; (passief pv voor causatief:) ik laat ~ het boek lezen; ik geef ~ het boek te lezen: gress trempe-pe ef mimpit; (gereduceerde vorm bij vz:) aan ~: np = n eup; naar ~ [toe]: 'karap = helkara eup; (concr zaken:) ik kan ~ (= de tekening) niet vinden: gress nert minketec ef/mittof; (abstr/semc zaken:) de neiging om te moorden - ik heb ~/deze (neiging) niet: ef njore-bugos - gress nert lelperre k[t];

      2. (3mv-vrw) hen A.
    2. (bz)
      1. (3enk-vrw) (alg) belt {BZ}, groft {BZ}; (reflexief) sener {BZ} (met [deel v] zinskern als antecedent); ik lees ~ boeken: gress trempe belt/groft mimpits; zij leest ~ [eigen] boek: eup trempe sener mimpit; zij blijft thuis omdat ~ moeder ziek is: eup tinde fesrt, janof sener sientur kinure;
      2. (nominalisatie) (alg) beltiy {Cef; mv=enk}; (reflexief) seniy {Cef; mv=enk}; de/het hare; die/dat van ~: ef beltiy; ef seniy; mijn boeken en de hare: kost mimpits ur ef beltiy; ik lees mijn boek en zij leest het hare: gress trempe sener mimpit ur eup paine ef seniy; zij denkt er het hare van: eup miype ef seniy;
      3. (samentrekking) ~ ene: belt re = belt {BZ}; groft re = groft {BZ}; (als slechts 1 exemplaar bedoeld wordt ve lichaamsdeel/orgaan/kledingstuk waarvan we er meer dan 1 bezitten:) hij knijpt in ~ [ene] arm: do chiype armt groft/belt re mil = ... armt groft/belt mil;
      4. (3mv-vrw) hun B.
    3. (zn) mir {C}; ik kam mijn ~: gress cye sener mirs; ze heeft lang ~: eup lelperre mintepot mirs; van haren gemaakt: miriy {I}; met ~ (harig): lmiror {I}; zijn ~ verliezen (ruien): glare {U}; plek zonder ~ (lichaamsdeel dat onthaard is): idemirtiyn {C}; op een ~ na (nt): jen wlkn; hij miste de lantaarnpaal op een ~ na: do ef mirrtat rytle jen wlkn; dat is er met de haren bij gesleept: ef melde eft hurt lef ten/dur trunns.
    haarband:: (=diadeem) mir-bent {C}.
    haarcrme:: (brillantine) mir-balsem {S}.
    haard:: (vuurplaats) mrt-srt {C}; huis.
    haardroger:: (fhn) mir-kponjer {C}.
    haardscherm:: (=vuurscherm) slitpaaf {C}.
    haardvuur:: (open vuur in huis) lobuti {C}.
    haarfijn:: (nauwkeurig) engfartiy {I}.
    haarknot:: grequgiys {C}.
    haarscherp:: (v foto) kija-klrt {I}.
    haarspeldbocht:: xormkrum {C}; weg met [veel] ~en: siksak-weg {C}.
    haaruitval:: tijglos {C}.
    haas:: (ntr) aa {C} (L. Lepus capensis); (mnl) wandet {C; mv= wandtes}; (vrw: voedster) df {C}; jonge ~: pp {C}; (stuk vlees) lendestuk.
    haast:: (spoed) hurtiyo {C}; ~ hebben: hurtiyre [beri] {U}; ef perke hurtelira {tdw}; ik heb geen ~: gress nert perke hurtelira; ~ achter iets zetten (fig: iets bespoedigen): ef riffe flaju lo vita.
    haasten:: zich ~ [om/met] (met dat wat de infinitief uitdrukt): hurtiyre [beri] {U}; Elsa haast zich met het doornemen van het rapport: Elsa hurtiyre beri zzje ef rapors; we moeten ons ~: kirro hurtiyrs; zich [tevergeefs] ~: fortasse {Upr}; opschieten 4/5.
    haastig:: (=schielijk) tramm {I}.
    haat:: (alg) hatros {A}; (met permanent karakter) qust {C}, quust {C} (arch/poe); (sterk: =nijd) orgt {Aef}.
    haatdragend:: (hatend) hatriy {I}; (met permanent karakter) qustiy {I}, quustiy {I} (arch/poe); (vol nijd) orgt {I}.
    hachelijk:: (=netelig) tel {I}.
    habitat:: habitat {C}.
    haft:: (eendagsvlieg) fisa-harber {C} (L. Ephemera danica).
    hagedis:: flr {C}; levendbarende ~: tinelira flr (L. Lacerta vivipara).
    hagel:: denmos {S}; ~[stenen] (v minstens 1 cm doorsnede): mikt {S}; (om mee te schieten) mnyt {S}.
    hagelbui:: gura {C}.
    hagelen:: (ijsregen) denme {E; gst= denn}; ~ en/of sneeuwen: plurre {E} (dl= Liftka/Brr); het hagelt (met stenen v minstens 1 cm doorsnede): ef denme lo mikt.
    hagelslag:: (=chocoladekorrels) oclatiyns {Cmv}.
    hagelsteen:: hagelstenen (v minstens 1 cm doorsnede): mikt {S}.
    Hati:: Ha'itiy {G}.
    Hatiaan:: Ha'itiyno {Cef}.
    Hatiaans:: (bv) ha'itiy {IIef; mv=enk}; ~e vrouw: Ha'itiyna {Cef}.
    hak::
    1. (v schoen) op {C}; (fig) van de ~ op de tak springen: krose {K}; het van de ~ op de tak springen: krosos {C}.
    2. (=houweel) rit {C}.
    haken:: (aan een haak) klme {K}, nste {K}; (handwerk) riysne {K}.
    hakkelen:: (=stamelen) me'eke {U}.
    hakken:: (omhakken) axe {K}; (=houwen) rie {K}.
    hakmes:: axyfo {C}.
    hal:: (langwerpige gang) tult {C}; (bijna vierkant/rond) hall {C}.
    halen::
    1. (gaan halen) pre {K}; het ~: pros {C};
    2. (fig: examen; financieel; weer beter worden) te {K}; een doel ~: ef te eft pijfty; hij heeft het gehaald (hij is er weer bovenop: na ziekte/operatie): do melde telira {tdw};
    3. (sprong/trein) ste {K};
    4. (idioom) erbij ~ (betrekken): cijazute {K}; uit het water ~ (lett: opdiepen): zefpre {K}; het door elkaar ~ (per ongeluk): noftatsrtos {C}.
    half:: holfe |hofe| {I}; het is ~ negen: ef melde ke ur holfe (afk= 8z30 of 8zh); (alg entiteit met "" (half) als kenmerk; ihb munt v ) aholfe |ahofe| {C}; ~ geld; halve prijs: holfe-smurf |hofe-| {S}; voor ~ geld: fes holfe-smurf.
    halfbloed:: (zn: persoon) toplef {C}.
    halfdood:: (lett: zo goed als dood, stervend; fig: alsof hij/het dood is) poikoffon {I}; hij wil de halfdode bomen rooien: do utavy ef poikoffon vilduls.
    halfjaar:: holfe zemper {C}, serstel {C} (arch).
    halfjaarlijks:: holfe-zempertiy {I}.
    halfrond:: (vd aarde) hemisfero {C}.
    halfslachtig:: (besluiteloos) holfatiy |hof..| {I}.
    halfstok:: lurgiyzor {I}; de vlag ~ hijsen: ef poirare ef fl lo lurgiyzor.
    halfuur:: (tijdsduur) holfarr |hof..| {C; mv=enk} (afk= hrr); ik heb een ~ gewacht: gress quo lf eft holfarr.
    hallo:: ~!: haloe! = haloiy!; tata! (kindertaal: aanstellerigheid).
    halm:: (=aar) hlm {C}.
    halo:: (kring om maan) dro {C; mv= drs}.
    hals:: (lichaamsdeel; v fles) elba {C}; (=nek; v kledingstuk) rk {C}; (fig) de ~ strekken: ef riffe ef nurp lo hardlap.
    halsband:: rk-bent {C}.
    halsdoek:: chrm {C}.
    halsjuk:: (=haam) (voor trekdieren iha) hamiy {C}; (voor trekpaarden) tvla {C}.
    halsoverkop:: (=pardoes) pd {III}.
    halsstarrig:: (=hardnekkig) frokabiy {I}.
    halt:: ~! (=stop!) halt!, stp!; ~ houden: halte {U}; ~ houden bij (stoppen bij): lstpe {K}.
    halte:: (=stopplaats: bus/tram/trein) stpiy {C}; vaste ~ (standplaats: taxi/autobus ed): staon {C}; zie ook Haltes en stations in .
    halvemaan:: stoot {C}.
    halveren:: (door de helft delen) holfsperde |hofs..| {K}.
    halvering:: holfsperdos |hofs..| {C}.
    halverwege:: holfplepiy |hofp..| {VZ} (plaats/tijd); ~ 2008: holfplepiy 2008.
    ham:: chenc {S}; stuk, plak ~: chenciyn {C}; (gemarineerd en gestoofd) wik-knok {C}.
    hamburger:: hmburgiy {C}.
    hamel:: (=weer: gecastreerd schaap) vlk {C}.
    hamer:: hajimo {C}; grote ~ (voorhamer): stfmk |M| {C; rs= stfmkt}.
    hameren:: (=timmeren) hajime {U}; ~ op (fig): ef kette ef ritt kaf.
    hamermeeuw:: hajimo-meve {C} (L. Larus hamatus) (zeldzame meeuwensoort, vrnl langs kusten vd Kjpur-zee).
    hamster:: (knaagdier) hmstro {C} (L. Cricetus cricetus).
    hamsteren:: jzooe {K}.
    hand::
    1. (zn) hent {C}; cria {PX};
    2. (idioom) iemand een ~ geven/de ~ schudden: martije rast {K; gst= martit}; een jongen die graag zijn ~en uit de mouwen steekt: eft car 'jan;
    3. (met "aan") aan de ~ van (fig): luft rliriys rifo (vz-uitdr); (een kind) aan de ~ meevoeren: prte {K}; er is iets aan de ~ met: flaju sen prabare kaf ef kelbra frpj;
    4. (met "bij") bij de ~ (paraat): feng {I};
    5. (met "in") ~ in ~ (lett/fig): lef hent-uzos {C}; in zijn ~[en] houden (lett): hente {K}; in de ~[en] houdend (lett): lhentor {I}; ik sta met de hoed in mijn ~: gress giffe lef ef lhentor rar; hij houdt een boek in zijn ~[en]: do lelperre eft lhentor mimpit; in ~en vallen van: ef tasse fes hents rifo; iets in de ~ werken: ef gyre ef mimpit furt flaju;
    6. (met "met/naar") met blote ~en: nucer-hentiy {I}; iemand naar zijn ~ zetten: ef flectre rast fry ef r spinn;
    7. (met "op/ter") twee ~en op n buik: perdrs lpliyfone r kliqu; ter ~ nemen: paine tukst {Upr}; we moeten het onderzoek ter ~ nemen: kirro sena pains tukst ef qulapp; ter ~ stellen: mdente {K};
    8. (met "van/voor") van de ~ doen (afstoten): ef srte luft ef stovy; voor de ~ liggen: armthate {E}.
    handbal:: (bal om mee te handballen) criabl {C}; (spel) criablmert {C}.
    handballen:: criablmerre {U}.
    handbalspel:: criablmert {C}.
    handbalspeler:: criablmerr {C}.
    handbediening:: criaeleiyos {C}.
    handboei:: criagrp {C}.
    handboek:: lyd'mip {C}.
    handdoek:: kponfsto {C; mv= kponfste; rsmv= kponfstott}.
    handel:: lebet {C}; ~ drijven (handelen): lebete {U}; het ~ drijven: lebetos {C}; (=bedrijf/zaak) rgott {C; mv= ergte}.
    handelaar:: (alg) fol {C}; (=dealer) lebetatjen {C}; (=koopman) lebeter {C}; ~ in effecten: qurs-gvrcer {C} (iro).
    handelbaar:: handelbaar||onhandelbaar: prsa {Iid}; .
    handelen::
    1. (handel drijven) lebete {U};
    2. (in actie komen) kafpaine {E}; ~ zonder na te denken (roekeloos/onverantwoord): ef hanntele lef deff fe ur bliynt eit;
    3. ~ over (gaan over): hanntele kura {U; vdw= hanntel}.
    handeling:: hanntelos {C}; (=daad) car {C/Aef; mv= cre}; alle ~en/maatregelen die voor het bereiken van n doel noodzakelijk zijn ("pakket" maatregelen): clobjiyt {C}.
    handelsbeurs:: burrs {C}.
    handelsmerk:: lebetmrc {C}; mrc {C; mv= merc}.
    handelswaar:: (=koopwaar) lebetiyns {Cmv}.
    handelswijze:: paine-vrk {SC}.
    handenarbeid:: criapain {C}.
    handengeklap:: ttlos {C}.
    handengewring:: criarekkos {C}.
    handenwringen:: criarekke {U}.
    handenwringend:: ~ gebaar (v vertwijfeling/onderdanigheid): criarekkos {C}.
    handgebaar:: hent-duh {C}.
    handgranaat:: criagran {C}.
    handgreep:: handvat.
    handhaven:: zobaquere {K}.
    handhaving:: zobaqueros {A}.
    handicap:: (=lichaamsgebrek) frofle {C}.
    handig:: hents {I}, habilem {I}; hij is erg ~/creatief: do lelperre sers rliriys armt jadk hent.
    handigheid:: (het handig-zijn) habilemiy {A; mv=enk}.
    handlanger:: (=medeplichtige) ralpainer {C}.
    handle:: (=hefboom) pokiy {C}.
    handleiding:: gebruiksaanwijzing.
    handpalm:: plm {C}.
    handrem:: (in auto) criaprams {C}.
    handschoen:: criamust {C}.
    handschrift:: (=manuscript) stindafiy {C}.
    handtekening:: zalo {C; mv= zale; rsmv= zalott}; je ~ zetten: zaloe {K}.
    handvat:: (alg: =handgreep) crialelt {C}; vas {PX.c > c}; (gebogen: =hengsel) criakrum {C}; (in het midden van iets) lurgvas {C}.
    handwerk:: criazen {C}.
    hanekam:: (lett) litt {C}; (lett/fig) nets-hrna {C}.
    hangen:: menkerate {U}; [op]~ (lett): munke {K}; het wasgoed hangt te drogen: ef luktsta kponje ur menkerate; het gordijn hangt in plooien: ef leja menkerate l ftsta; (zo hoog ~/zich bevinden dat je er niet bij kan) trefe {U}; blijven ~ (niet meer uit willen gaan): de bel blijft ~ (blijft doorrinkelen): ef zeft sen colafese; (fig) haar blik bleef ~ aan die gouden ring: belt klt sen fixo zlf dena jl riyn; (half zitten half liggen) felzirde {U}; hij hangt op de bank: do felzirde kura ef bankres.
    hangende:: ~ het onderzoek: fes kobaturos rifo ef crna'echos (vz-uitdr).
    hanger:: (oorhanger ed) menker {C}.
    hangertje:: (voor kleren) munkast {C}.
    hangijzer:: (fig) een heet ~: eft sruttelira hpyja.
    hanglamp:: munktat {C}.
    hangmat:: hamac {C}.
    hangslot:: erg {C}.
    hannesen:: (=rotzooien) ple {E} (pop); (onhandig doen) cramre {U}.
    hanteren:: hanntele {K; vdw= hanntel}.
    hap:: (ook: slok) jx {C}; (eenvoudige maaltijd) tft {C}; een stevige ~: eft miltef tft.
    haperen:: nrenpare {U}; (v machine ed) me'eke {U}.
    hapering:: nrenparos {C}; (gehaper: machine ed) me'ekos {C}; zonder ~en (soepel): wcha {I}.
    happen:: (ook: slok nemen) jxe {K}.
    hard::
    1. (v materiaal) hups {I}; (niet zacht/week) jntiy {I}; ~ zijn: hupse {U}; ~ en hoekig voorwerp: krun {C}; kaas;
    2. (v beweging) hups {I}; ~ zijn: hupse {U}; om het ~st [strijden]: [ef strette] kura ef hupsiy; snel;
    3. (v geluid) hups {I}; (=luid) tarr {I}; ~ zijn: hupse {U};
    4. (sterk: v wind/stroming) mnt {I}; oras {III}; het waait ~: ef omeleche] oras; (algemene versterking) de subsidie is ~ nodig: ef supsiiy nestiye oras;
    5. (v water: kalkhoudend) kolini {I};
    6. (fig: v feiten ed) styp {I};
    7. (bij menselijk gedrag; als bepaling bij intrans ww) oras {III}; we lachen ~/luid: kirro obezjere oras.
    hardbloem:: hups-huron {C} (L. Scleranthus); kleine ~: belt hups-huron (L. S- polycarpos); eenjarige ~: port hups-huron (L. S- annuus); overblijvende ~: quelira hups-huron (L. S- perennis).
    hardboard:: kab-brt {S}; plaat ~: kab-brtiyn {C}.
    harden:: (staal; kind tegen de kou) hupsare {K}; het is niet te ~ van ...: ef ... nert kette sstiy {A; mv=enk}; het is hier niet te ~ van de stank!: ef kusamiss afdrah nert kettelira sstiy!.
    harder:: (vis) jabr-krpiy {C} (in Spok vrnl diklipharder: L. Chelon labrosus).
    hardhandig:: nexents {I}.
    hardheid:: (v materiaal) hupsiy {A; mv=enk}; (v feiten ed) stypiy {A; mv=enk}.
    hardloopwedstrijd:: (v mensen) frajjaos {C}.
    hardlopen:: (=hollen) farte-hups {U}; (=rennen; sneller dan frajjae) frajjaare {U}.
    hardnekkig:: (=halsstarrig) frokabiy {I}.
    hardop:: (=luid: geluid) hups {I}.
    hardvochtig:: (=meedogenloos) klozjenen {I}.
    hardvochtigheid:: (=meedogenloosheid) klosyt {SC}.
    hare:: haar B.
    harig:: (met haar) lmiror {I}; (=behaard) miriy {I}.
    haring:: (alg) hereo {C} (L. Clupea harengus); (bep soort, gevangen ten noorden v Spok) lfo {C; mv= lfft} (L. Clupea kjupurus).
    hark:: klstiy {C}, rstel {C}.
    harken:: rstele {K}.
    harmonica:: (muziekinstrument) yrkabbiy {C}.
    harmonie:: (=overeenstemming) gsl {C}; (muziekgezelschap) hrmoniy {C}.
    harmonieus:: gsliy {I}.
    harnas:: (=pantser) roli {C}; iemand tegen zich in het ~ jagen: ef qume raste (rs!) den quxe lef wps.
    harp:: clrseg {C}.
    harpist:: clrseg-merrer {C}, clrsegmerr {C}.
    harpspeler:: clrseg-merrer {C}, clrsegmerr {C}.
    hars:: hrt {S}.
    hart:: cubu {C}, crdiy {C}, zps {C}; pak 4.
    hartaanval:: cubu-tacos {C}.
    hartelijk:: (lachen ed) kirzpsiy {I}; (gedrag) mip cubus; groet.
    harten:: (v kaartspel) zpsa {C}.
    hartgenoot:: cubu-ralaer {C} (goede vriend[in] die aangewezen wordt om bij een Erg huwelijksplechtigheid te assisteren en voor de mustknyf te zorgen).
    hartstikke:: (=verdomd) buss {I} (pop); ze is ~ aardig: eup melde buss flifados; ~ goed! (uit de kunst!): eft jyma! (pop).
    hartstocht:: (=drift) zel {Aef}.
    hartstochtelijk:: (=verwoed) crx {I}; (=vurig) zel {I}.
    hartverlamming:: cubu-hfaros {C}.
    hasjisch:: hchys {S}; brok ~: rus {C} (pop).
    hatelijk:: qustiy {I}, quustiy {I} (arch/poe); ~e opmerking: quster {C}.
    hatelijkheid:: (gedrag waaruit op te maken valt die iemand een ander haat) quster {A; mv=enk}.
    haten:: hatre {K; gst= hatt}.
    hatend:: (=haatdragend) hatriy {I}.
    haveloos:: grrtiyl {I}; ~ gekleed persoon: krgter {C}.
    haven:: port {C}; zie ook Havens in .
    havenarbeider:: portast {C}.
    havenbuurt:: port-ksanutos {C}.
    havenstad:: porsr {C}.
    haver:: cvoa {S; rs= cvt}.
    havermout:: outisa {S}.
    havermoutpap:: slb {S}.
    havik:: mrca {C} (L. Accipiter gentilis).
    Hawa:: Hawaji {G}.
    hazelaar:: tohslf {C} (L. Corylus avellana).
    hazelip:: aa-tro {C; mv= --tre; rs= --trott}.
    hazelmuis:: hslf-rt {C} (L. Muscardinus avellanarius).
    hazelnoot:: hslf {C}.
    hazelworm:: trunn-ketter {C} (L. Anguis fragilis).
    hazepootje:: (plant) aa-huron {C} (L. Trifolium arvense).
    hazestaart:: (grassoort) aa-trunn {C} (L. Lagurus ovatus).
    hazewindhond:: aa-hurt {C}.
    h:: he.
    he:: h!: we!; h? (is 't niet?: na aftel-vraag, bedoeld om een bevestiging ve vermoeden te krijgen): klojs?; je bent [toch] van plan om een nieuwe auto te kopen, h?: aftel tu ytende beri lorerde eft kleter oto, klojs?; Elsa is gauw moe, h?: aftel Elsa hmbae gesvint, klojs?.
    hebben::
    1. (alg: bezitten) lelperre {K}; hij heeft een auto: do lelperre eft oto; (ook passief:) ik heb het boek dat Jn gestolen heeft (dat door Jn gestolen is): ef mimpit lelperrelije pai gress, Jn t kuntiyre; (situatie:) hij heeft altijd de ramen open: do lelperre riyfain ef miflifs lo tuffes; ze heeft haar jurken in de kelder hangen: eup lelperre sener sproktos[,] menkeratelira fes ef kelr; hij heeft een kind bij die vrouw: do lelperre eft efanty l mittof mosjeus (l alleen mbt de moeder);
    2. (kwaal/ziekte) ik heb het in mijn hoofd (ik heb last van mijn hoofd): kost nurp vnieste; hij heeft het aan zijn maag (hij is maagpatint): groft knt vnieste;
    3. (iets bij zich hebben om het af te geven, maar niet als cadeau) bij zich ~: hole {K}; ik heb een pakje bij me: gress hole eft labiniy; ik heb iets [voor je] meegenomen; ik heb iets bij me [voor je]: gress lelperre eft holos {C}; bij zich ~ (dragen): ef lelperre nsiyn; ik heb geen paspoort bij me: gress nert lelperre ef ps nsiyn;
    4. (ergens over spreken) het ~ over (bedoelen): splnje {K}; waar heb je het over?: tu sle kluft?; hij heeft het altijd over seks: do colafese riyfain fes ef S-cre;
    5. (nodig hebben; kunnen gebruiken) nodig ~ (behoeven): mennirre {K}; nodig ~; het moeten ~ van (niet kunnen missen, er niet buiten kunnen: iets wat je al hebt) nirre {K}; ik heb veel geld nodig: gress mennirre pert smurf; we ~ het geld zo hard nodig: kirro mennirre jazy graviym ef smurf; Alas moet het ~ van het toerisme: Alas nirre ef jola-tupplipos (Alas leeft al v het toerisme, maar zou niet zonder kunnen; vgl) Alas heeft het toerisme nodig: Alas mennirre ef jola-tupplipos (er is nu (nog) geen toerisme in deze stad); iets aan iets ~ (iets goed kunnen gebruiken): ef plge flaju fes ef skrenn; ik heb wel iets aan die goede raad: gress plge ef naxyfolos jazy fes ef skrenn;
    6. (hulpww: tijdsx a, of inversie) hij heeft gefietst: do pitta; hij heeft het boek gelezen: do trempa ef mimpit = do ef mimpit trempe; (emfatisch:) do ef mimpit trempa.
    7. (zn: bezit) zijn hele ~ en houden (al zijn bezittingen): groft noji lef vults ur netsz; met zijn hele ~ en houden: lef blof ur boert; hij komt met zijn hele ~ en houden (helemaal) uit Amerika: do arfine lef blof ur boert rempe ef Ameriy.
    hebberig:: glziy {I; mv=enk}.
    hebzucht:: spkelakin {SC}.
    hebzuchtig:: spkelakinn {I}.
    hecht:: (=sterk) miltef {I}; (=stevig/massief) kiyp {I}; innig.
    hechten:: rye {K}; (v wond) frocjole {K}; zich ~ aan (fig): ibjeffite {K}; geloof ~ aan iets: ef ennte hozvosz fes flaju; waarde ~ aan iets: ef kette la'yc furt/n flaju (n is vz).
    hechtenis:: ularf {C}; iemand in ~ nemen: ef putte rast furt ef ularf.
    hechting:: ryos {C}; (v wond) frocjolos {C}.
    hectare:: (=bunder) hektojak {C} (afk= hj).
    hecto:: hekto {PX}.
    hectogram:: (=ons) hektogrma {C} (afk= hg).
    hectoliter:: hektolitriy {C} (afk= hl).
    hectometer:: hektometer {C} (afk= hm).
    heden::
    1. (zn) ralo {C}; (vandaag, huidige dag, dit etmaal; die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo tof; tot op ~: tukst ef ralo;
    2. (bw) (=nu) ral {I}; (=tegenwoordig) sefa {III}.
    hedenavond:: (vanavond: 17-22 uur; die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo luppor {C}; (afgelopen avond: 17-22 uur) lst luppor.
    hedendaags:: (=huidig) wyzenn {I}, xny {I}; (zoals het nu is) ral {I}; (zoals het de afgelopen tijd heeft plaatsgevonden) ralmeldor {I}.
    hedennacht:: (vannacht: 22-4 uur; die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo kl {C} (schr); (in spr wordt ipv kl ook miskof gebruikt om de gehele nacht v 22-4 uur aan te duiden); vannacht.
    hedenochtend:: (4-11 uur; die nog komen moet, of die reeds aan de gang is) lelmo gurt {C}.
    hederik:: (=herik) miterus jstep-krutt {C/S} (L. Sinapis arvensis); knop~: Brr-flyddere {C} (L. Raphanus raphanistrum).
    heek:: (vis) fyg {C} (L. Merluccius merluccius).
    heel::
    1. (=erg) terat {III} (samen met ki: versterkende bepaling bij add; terat is minder sterk dan oras); een ~ ernstig ongeluk: eft terat graviy ki moplariy;
    2. (ongeschonden/ongebroken) netirdus {I};
    3. ~ wat (ettelijke): xann {II}; ~ wat fouten: ef xann fotels; ~ wat zand: ef xann pleko; (erg goed, vergeleken met iets anders) het is droog, en dat is al ~ wat: ef melde kpony, ur mittof melde eft korfe lef dur chnts; (behoorlijk veel) het is ~ wat, dat hij verdient: ef melde eft qundr peran pai ef gtliy, do rinnelira; (na een lange opsomming) nou nou, dat was ~ wat: we siy, eft hups ludos melde;
      geheel 2.
    heelal:: tolanko {C}; (Erg) gref {SC}.
    heelblaadjes:: gnerm-kbo-huron {C} (L. Pulicaria dysenterica).
    heelhuids:: fes ronter mirs.
    heelkruid:: Ergetex ef krutt {C/S} (L. Sanicula europaea).
    heen:: ~ en weer (vice versa): henntrt {III}.
    heengaan:: (sterven) dote {E}; ef njebope blef ef gppe.
    heenreis:: henntupplip {C}.
    heer:: de ~ (mijnheer): merater {C} (afk= mrt); de Heer (God): ef Rater; de Here Jezus: Rater Jezus; Onze Lieve Heer: Kult Quista Rater; des Heren: Raterex ef ... (Rater wordt als eigennaam behandeld); heren (opschrift op toiletdeur): rater-zip {C}; dame.
    Heer:: heer.
    heerlijk:: (heel lekker/fijn) guriatjof {I}; heerlijk! (dat smaakt!): quistselira!.
    heerlijkheid:: (=pracht) hoggebim {SC}; (iets lekkers) marks {C}.
    heermoes:: (=paardestaart: plant) reve-esa {C} (L. Equisetum arvense).
    heerschappij:: jacispiratso {C}.
    heersen:: jacie {U}; ~ over: jaciare {K}; (v zaken) k'mamelde {U}; in dit land heerst al twee eeuwen vrede: fes dena ark ef bcn k'mamelde pip lf perdr prs.
    heerser:: (alg) jacier {C}; (=vorst) monrgt {C}.
    heersersloos:: jacier-velp {I} (vooral mbt de twee tijdperken in de Spok geschiedenis toen er staatshoofden ontbraken).
    heerszuchtig:: jacikinn {I}.
    hees:: (=schor) crg {I}; ~ spreken (fluisteren: met trillende stembanden): ruvaze {U}.
    heester:: (=struik) srialyot {C}.
    heesterslak:: grs-limaciy {C} (L. Cepaea nemoralis).
    heet:: (erg warm) kjupt {I}; (v peper ed) prola {I}; gloeiend ~: bure-kjupt {I}.
    heetwatertoestel:: (=boiler) boler {C}; (=geiser) hindepip {C; mv= hindepip}.
    hefboom:: (=handle) pokiy {C}.
    heffen:: (lett) jyave {K}; het ~ (lett: heffing): jyavos {C}; (fig: belasting ed) hfe {K}.
    heffing:: (lett: het heffen) jyavos {C}; (fig: belasting ed) hf {C}.
    hefschroefvliegtuig:: (=helikopter) zlft-zelfer |zl-| {C} (afk= ZZ).
    heft:: (v mes) criaryt {C}, vasknyfo {C}.
    heftig:: (=hevig) iy {I; mv=enk}, crx {I}; (=duchtig/flink) n {I}.
    heftigheid:: niy {C}.
    heg:: (=haag) grs {C}; [kunstig] gesnoeide ~: snuos {C}.
    heggedoornzaad:: (plant) fyg-lelder {C} (L. Torilis japonica).
    heggemus:: prats {C} (L. Prunella modularis).
    heggerank:: Neefts-fleter {C} (L. Bryonia dioica).
    heggewikke:: hagiy-vycc {S} (L. Vicia sepium).
    heide:: (begroeiing) mora {S}; (alg: terrein) gruvv {C}; (als Spok landschap) mliy {Cef} (heuvelachtig, veel schapen en weinig mensen; typisch overgangsgebied tussen Spok kusten en bergen); zie ook Heidevelden in .
    heideachtig:: (met het karakter ve mliy) mliy {I}.
    heideanjer:: jamta {C} (L. Dianthus deltoides).
    heideblauwtje:: (vlinder) ifer-ls {C} (L. Plebejus argus).
    heidekartelblad:: mliy-rifiy-almuss {C; mv= --almue} (L. Pedicularis sylvatica).
    heiden:: (persoon) hder {C}.
    heidendom:: hderer {A; mv=enk}.
    heidens:: hderiy {I}.
    heideveld:: heide.
    heidevlinder:: pleko-weatjen {C} (L. Hipparchia semele).
    heikikker:: (hei-kikker) jakm-fors {C} (L. Rana arvalis).
    heil:: (=geluk) geffal {SC}.
    heilbot:: bt {C} (L. Hippoglossus hippoglossus).
    heildronk:: ijerchos {C}.
    heilig:: sinto {I}; (fig) tgitt {I}; hij gelooft ~ in ...: do hozve tgitt fes ....
    Heilig:: Avondmaal.
    heiligen:: (=wijden) (alg) hle {K}; (Erg) drynje {K; gst= drynt; vdw= drynet}.
    heiligheid:: Zijne Heiligheid (paus): Sacrifiser {N} (afk= Scr.).
    heiliging:: (=wijding) (alg) hlos {A}; (Erg) drynjos {C}.
    heilloos:: (=rampzalig) mimiy {I}.
    heilzaam:: (=weldadig) rk {I}.
    heimelijk:: (=stiekem: wat niet verteld kan worden) neprs {I}.
    heimwee:: fesrtelde {C}; ~ naar je vaderland: trimr {SC}; ~ hebben naar: fesrtobare luft {U}.
    heinde:: van ~ en verre: plksiy ur tariy {C}.
    hek:: (alg) barera (brera) {C}; (v gaas; =afrastering) rf {C}; (met scharnieren: om tuiningang af te sluiten) cjola {C}; hij zet een ~ om het weiland (hij rastert het weiland af): do barere kest ef blufk.
    hekel::
    1. (voor vlas) lump {C};
    2. (fig) fespros |fespros| {A}; ~ hebben aan (niet mogen): fespre |fespre| {K}; een ~/afkeer van/aan onbekende dingen of personen ve andere generatie/vreemd ras: nltiyne {I}.
    hekeldicht:: crspoit {C}.
    hekkenrecht:: brera-rigt {C} (het grondrecht v percelen die vr 1667 aan particulieren toebehoorden).
    heks:: groller {C}.
    heksenboleet:: gewone ~: ure-chnt {C} (L. Boletus erythropus).
    heksenkruid:: groot ~: lutt-ardekir {C} (L. Circaea lutetiana).
    hekwerk:: (=balustrade) irre {C; rs= irrete}; (=traliehek: balkon ed) tooche {C}.
    hel:: (=verdoemenis) hely {SC}; (Erg: Hel, Onderwereld) Xamirs {N}; loop naar de ~! (donder op!): mte gert tmp! (vulg).
    helaas:: chf = f {I}; (=ongelukkigerwijze) mniy {I}.
    held:: (alg) pipperes {C}; (vrnl in [wed]strijd) cldn {C}, wign {C}.
    heldendaad:: cldn-painos {C}.
    heldendicht:: (=sage: typisch Spok/Peg) yzlt {C}; (BUITEN Spok/Peg) cldn-poitiyn {C}.
    helder::
    1. (alg) crobben {I}; het ~ste water komt in de Zelze voor: ef crobben oras prusot-knurfel letre fes ef Zelze; licht A;
    2. (v weer) crobben {I; ot= grt; mt= cpiy}; nulobi {I} (dl= Tjemp/Plef); het is ~ (onbewolkt): ef crobbene {U}; de ~ste zonneschijn komt op West-Lomky voor: ef grt kbo-nlos letre fes Wefot-Lomky; op Lomky is de hemel altijd ~, maar op het westelijke deel is het 't minst ~: fes Lomky ef avyro melde riyfain crobben, tur fes ef wefot kanas ef melde cpiy; ~ weer: crobbeniy {C};
    3. (=proper) ming {I}; (v geluid) msliy {I};
    4. (=dun: zeer vloeibaar; v soep/saus ed) znt {I}.
    helderheid:: (helder weer) crobbeniy {C}; (=properheid) minga {C}; (v geluid) msler {C}.
    heldhaftig:: pipper {I}; ~e dood (op slagveld): lemrn {C}.
    heleboel:: een ~ ...: sakos lef ....
    helemaal:: (=compleet) cmplett {I}; ~ niet (volstrekt niet): quista nert/noi; (met zijn hele hebben en houden) lef blof ur boert; hij komt ~ (met zijn hele hebben en houden) uit Amerika: do arfine lef blof ur boert rempe ef Ameriy.
    helen:: (gestolen goed [ver]kopen) silulorerde {K}.
    heler:: (opkoper v gestolen goed) silufol {C}, koffon-niyft-lorerder {C} (pop).
    helft:: holfe |hofe| {Cef}; door de ~ delen (halveren): holfsperde |hofs..| {K}; [in] de tweede ~ van dit jaar: [fes] zemper-holfe ten.
    helikopter:: (=hefschroefvliegtuig) zlft-zelfer |zl-| {C} (afk= ZZ).
    hellen::
    1. (niet horizontaal zijn) plaje {U; gst= plat}; licht ~ (glooien): krye {U; gst= kryt}; het ~ (helling): plajos {C}; ~de weg (helling): plaju {C};
    2. [gaan] ~ (scheef gaan staan): frtse {U}, letge {U; gst= lett}.
    helling:: (steil: v berg ed) remp {C}; lichte ~ (=glooiing): kryos {C}; (hellende weg) plaju {C}; (=afdaling) kjrtos {C}; (het hellen) plajos {C}; klauteren.
    helm:: vantn {C}.
    helmbloem:: rankende ~: avyro-fleter {C} (L. Corydalis claviculata).
    helmgras:: botsiy {S} (L. Ammophila arenaria); (pijlgras: bep soort in Noord-Spok) kroff-kles {S} (L. Ammophila pilata).
    helmstok:: (v scheepsroer) lenkzor {C}.
    help:: ~!: crtiy!.
    helpen:: crtire {K}; iemand met iets ~: crtirare flaju n rast {K}; (fig: ondersteunen/bijstaan) moie {K; gst= moit; vdw= mt}; het niet kunnen ~ dat ...: ef nert ftec, den .../..lira; ik kan het niet ~ dat het regent (als reactie op iemands gezeur over de regen): gress nert ftec, den ef bidale.
    helrood:: koffon-mindefit {I}.
    hels:: (v kabaal) pytoy {I}.
    hem:: (pv; 3enk-mnl)

    1niv {PV} {SX.vz} pass. verbaal
    mnl
    C
    A/SC
    do
    ef/mittof/k*
    ef/k
    d
    f/miff/k*
    f/k
    de
    fe
    fe
    doere
    efere
    efere
    * k/k bij concr zn'n is vrnl spr
    (dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky)

    2niv {PV} rs (modern) rs (arch)
    mnl
    C
    A/SC
    zirrel
    lelp
    k/kt
    ziyrle
    iyffe
    ke
    zirrle
    lellpre
    ke

    (obj is altijd 2niv indien subj eveneens 3enk-mnl; vgl:) zij ziet ~: eup zerfe do/zirrel; hij ziet ~: do zerfe zirrel; (rs altijd v 2niv:) Mariy heeft ~ achtergelaten: Mariy ziyrle afnole; (passief pv voor causatief:) ik laat ~ het boek lezen; ik geef ~ het boek te lezen: gress trempe-de ef mimpit; (gereduceerde vorm bij vz:) aan ~: nd = n do; naar ~ [toe]: 'karad = helkara do; (concr zaken:) ik kan ~ (= de brief) niet vinden: gress nert minketec ef/mittof; (abstr/semc zaken:) de drang om te moorden - ik heb ~/deze (drang) niet: ef njore-forsos - gress nert lelperre k[t].
    hemd:: (=borstrok) kurs {C}; (loshangend: kiel) kames {C}.
    hemel:: (alg, niet Chr) gref {SC}; (alg/Chr) avyro {C}; (Erg: Godenwereld) Heboreta {N}; aan de ~: kaf ef avyro; tavyroe {I} (arch); mijn ~!; hemeltjelief! (zwakke vloek): quist'avyro!.
    hemelbed:: tlafo-sat {C}.
    hemelgewelf:: (=uitspansel) pipavyros {C}.
    hemellichaam:: avyro-tiyn {C}, avyrobl {C}.
    hemels:: (=eterisch) eterise {I}; (heerlijk) rifo ef heboreta.
    hemelsblauw:: avyro-blotter {I}.
    hemelsleutel:: (plant) littit sedym {C} (L. Sedum telephium).
    Hemelvaartsdag:: Avyrovender {N}.
    hen::

    1. (pv; 3mv) (pv "hun" wordt hier aan "hen" gelijkgesteld)

      1niv {PV} {SX.vz} pass. verbaal
      mnl
      vrw
      ntr
      C/S
      A/SC
      ps
      belt
      ps
      tem/efs/ef*
      tem/efs
      ps
      bel
      ps
      tiym/s/f*
      tiym/s
      pse
      biylte
      pse
      tiymme
      tiymme
      psene
      beltene
      psene
      temane
      temane
      * ef/f alleen onbeklemtoond na vz
      (dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky)

      2niv {PV} rs (modern) rs (arch)
      mnl
      vrw
      ntr
      C/S/A/SC
      hifde
      horde/hifde
      hifde
      hifde
      hiyft
      hrt/hiyft
      hiyft
      hiyft
      hifdee
      hordee
      hifdee
      hifdee

      (obj is altijd 2niv indien subj eveneens 3enk-vrw; vgl:) hij ziet ~: do zerfe ps/hifde; zij zien ~: ps zerfe hifde; (rs altijd v 2niv:) Petriy heeft ~ (vrw) achtergelaten: Petriy hrt/hiyft afnole; (concr zaken:) hij heeft porseleinen borden met roze roosjes erop (eig. "op hun"), maar ik vind hen (ze) lelijk: do lelperre minnepirtiyn ttels lef littit belt-rozas kaf ef, tur gress cnsidere tem/efs/hifde lo kariyn; (passief pv voor causatief:) Jn laat ~ (mnl/ntr) het boek lezen; Jn geeft ~ (mnl/ntr) het boek te lezen: Jn trempe-pse ef mimpit; Jn laat ~ (vrw) het boek lezen; Jn geeft ~ (vrw) het boek te lezen: Jn trempe-biylte ef mimpit; (gereduceere vorm bij vz:) aan ~: (mnl/ntr) nps = n ps; naar ~ [toe]: (vrw) 'karabel = helkara belt; op ~ (erop): (concr) kaftiym = kaf tem; kafs = kaf efs.

    2. (zn: kip) hennen {C}.
    Hendrik:: brave ~ (plant): quista-Henrec {C} (L. Chenopodium bonus-henricus).
    hengel:: (om te vissen) zymk {C; mv= ozymk}; (plant) moziy-snep {C} (L. Melampyrum pratense).
    hengsel:: (alg) criakrum {C}; (v emmer) vasamr {C}.
    hengst:: (mnl paard) aerrf |we..| {C}; (gecastreerd: ruin) quilch {C}; jonge ~ (veulen: mnl paard): vyx {C}.
    hennep:: henpe {S}.
    hennepnetel:: gewone ~: Firani-notte {C} (L. Galeopsis tetrahit).
    her:: ~- en der[waarts]: nn {I} (=red v n); van hot naar ~: hne henn {III}.
    herademen:: (opgelucht adem halen) ns-eme {U}.
    herademing:: ns-emos {C}.
    heraldiek:: (=wapenkunde) chutnecur {C}; zie ook Heraldiek in .
    herbeleven:: ns-calare {K}.
    herbeleving:: ns-calaros {A}.
    herberg:: mindistiy {C} (tot 1903, daarna: hotel); (klein restaurant [buiten de stad], vaak met pensionaccommodatie) pntel {C}; zie ook Herbergen in .
    herbergier:: (=waard) pntelat {C}.
    herbergzaam:: srter {I}.
    herbivoor:: (planteneter) kleser {C}.
    herboren:: kleter-zerfelira {I}.
    herdenken:: fesmiype {K}.
    herdenking:: fesmiypos {C}.
    herdenkingsdag:: (=herdenkingsplechtigheid) fesmiypterrat {C}.
    herdenkingsplechtigheid:: (=herdenkingsdag) fesmiypterrat {C}.
    herder:: arko {C; rs= arkout}.
    herdershond:: hpyhurt {C}.
    herderstasje:: (plant) arko-crt {C} (L. Capsella bursa-pastoris).
    herdruk:: (alg) ns-kabi {C}; (nadruk v boek) minkabi {C}.
    Here:: heer.
    hereboer:: (grootgrondbezitter) onba {C}; (rijke boer) hupstkelte |..sk..| = hupskelte {C}.
    heremiet:: (=kluizenaar) ermitiy {C}.
    herenigen:: ns-are {K}, ns-ququlte {K}.
    hereniging:: ns-aros {C}, ns-ququltos {C}.
    herexamen:: trije-eksm = trije-exm |ks| {C}.
    herfst:: (=najaar) mond {C}; merf {C} (arch/dl= Centraal-Berref); in de ~, elke ~: mondtas {III}.
    herfstschroeforchis:: blakker vogily-huron {C} (L. Spiranthes spiralis).
    herfststorm:: riknn {C}.
    herhaalbaar:: (te herhalen) tzjet {I}.
    herhaaldelijk:: (=telkens) het = h-wet {I}.
    herhalen:: (nadoen) fesdragje {K; gst= fesdragg}; (=overdoen) napaine {K}; dat wat herhaald wordt/moet worden: fesdragjer {C}; napainos {C}; te ~ (herhaalbaar): tzjet {I}.
    herhaling:: (alg) tzjet {Aef}; (het nadoen) fesdragjos {C}; (het overdoen) napainos {A}; (heruitzending: ve radio/TV-programma) ns-strlos {C}; voor ~ vatbaar: tzjet {I}; bij ~ (gedurig: met ongeduld, of v iets onaangenaams) ebljot |..bl..| {I}.
    herik:: hederik.
    herinneren:: zich ~: tge {Kpr}; ~ aan (doen denken aan): kette n {K}; die klok herinnert mij/doet mij denken aan een kerktoren: dena kloppa kette eft korda-taris n gress; iemand ~ aan iets: ef kaftge rast n flaju {K} (zorgen dat hij het niet vergeet); je moet hem eraan ~ dat zijn paspoort volgende maand verloopt: tu kaftgt do n ef, groft ps mipiyelira ef pirhertel.
    herinnering:: tgos {A}; ter ~ aan iemand/iets: tgos crtirelira rast/flaju.
    herkauwen:: (lett) ns-yache {K}; (fig: v probleem ed) idemaile {K}; ~d dier: ns-yacher {C}.
    herkauwer:: (herkauwend dier) ns-yacher {C}.
    herkenbaar:: flovustatt {I}.
    herkennen:: flovuste {K}, qufrete {K}.
    herkenning:: flovustos {A}, qufretos {A}.
    herkenningsteken:: flovuste-bltiy {C}, flovustos {C}; (=code) kote {C}.
    herkiezen:: ns-coe {K}.
    herkiezing:: ns-coos {C}.
    herkomst:: arfiniy {C}.
    herkrijgen:: (=terugkrijgen) pnze-trt {K}.
    herleiden:: knve {K}.
    herleiding:: knvos {A}.
    herleven:: ns-poire {U}.
    herleving:: ns-poiros {A}.
    herlezen:: (=overlezen) ns-trempe {K}; het ~ (het overlezen): ns-trempos {C}.
    hermelijn:: (dier) rxmp {C} (L. Mustela erminea); (bont) erminysa {S}; van ~ gemaakt (hermelijnen): erminysiy {I}.
    hermelijnen:: (van hermelijn gemaakt) erminysiy {I}.
    hermelijnvlinder:: grote ~: hupster rxmp-flyddere {C} (L. Cerura vinula).
    hernemen:: (=hervatten) puttare {K}.
    herneming:: (=hervatting) puttaros {A}.
    hernieuwen:: ns-kletere {K}.
    hernieuwing:: ns-kleteros {C}.
    heropname:: (in ziekenhuis) kaf-ns-puttos |kAf-| {C}.
    heropnemen:: (opnieuw opnemen: in ziekenhuis) kaf-ns-putte |kAf-| {K; vdw= --potter}.
    heroveren:: qulpe {K}.
    herovering:: qulpos {A}.
    herrie::
    1. (alg: hard geluid; =lawaai) muts {C}; ~ maken: mutse {U};
    2. (v vechtende/ruzinde mensen ed; =kabaal) rftf {C};
    3. (v voorwerpen; =kabaal) ludosiy {C} (pej) (dit sterk pejoratieve woord wordt niet door katholieken gebruikt, voor wie het luiden v klokken een religieuze betekenis heeft, dit in tegenstelling tot Erg-gelovigen);
    4. (vrnl fig) cyrs {C}.
    herrieschopper:: hiye {C}.
    herroepen:: luftrupke {K}.
    herroeping:: luftrupkos {A}.
    herscheppen:: qummertere {K}; het ~: qummerteros {A}.
    herschepping:: (wat herschapen is) qummerteros {C}; (het herscheppen) qummerteros {A}.
    herschrijven:: (=overschrijven) ns-stinde {K; vdw= --stindas of regelm.}.
    herschrijving:: (=overschrijving) ns-stindos {C}.
    hersenen:: brenk {C}; ("zaagsel") rgitt {S} (pop).
    hersenpan:: (=schedel) brenk-celf {C}.
    hersenschim:: (=luchtkasteel) totjef {C}.
    hersenschudding:: brenk-bmk {C}.
    hersenspinsel:: (=verzinsel) miypperos {A}.
    herstel:: (lett: =reparatie) nios {C}, reparao {C}; (fig) nios {A}, repareros {C}.
    herstelbaar:: (te herstellen) nief {I}.
    herstellen:: (alg) nie {K; gst= nit}; (=repareren) reparere |..je| {K}; (lappen: v schoenen) monche {K; gst= mont}; het ~: nios {C}; reparao {C}.
    hert::
    1. (zoogdier) (mnl/ntr) ka'en {C} (ihb edelhert: L. Cervus elaphus, of sikahert: (L. Cervus nippon); (vrw: hinde) rull {C}; (ntr: jong: = hertekalf) [ka'en-]fulf {C}; (bep soort in Spok) schiqu |siqu| {C} (L. Cervus spocanicus) (schouderhoogte ca 1 m, korte staart, lichtbruine vlekken, kort gewei, donkerbruin tot zwarte spiegel);
    2. (kever) vliegend ~: ka'en-snerf {C}, wiger-snerf {C} (L. Lucanus cervus).
    hertekalf:: (ntr: jong hert) [ka'en-]fulf {C}.
    hertezwam:: gewone ~: presr ply-missis {C; mv= --missisa} (L. Pluteus atricapillus).
    hertog:: vereslytt {C}.
    hertogin:: vereslytta {C; mv= vereslytt}.
    hertrouwd:: ns-marianor {I}.
    hertrouwen:: (met een andere partner dan de vorige) ns-marianare armt {U}; (met de/een vroegere partner) ns-marianare n {U}.
    hertshoornweegbree:: fyg prex-lofa {C} (L. Plantago coronopus).
    heruitzenden:: ns-strle {K}.
    heruitzending:: (herhaling ve radio/TV-programma) ns-strlos {C}.
    hervatten:: (=hernemen) puttare {K}.
    hervatting:: (=herneming) puttaros {A}.
    hervormd:: (bv: =protestant) reformeriy {I}.
    hervormen:: (alg) ns-vobare {K}.
    hervorming:: (alg) ns-vobaros {C}; (vrnl religieus) reformao {C}.
    herwinnen:: quamptnare |..nt..| {K}.
    herwinning:: quamptnaros |..nt..| {A}.
    herzien:: (=wijzigen) ns-zerfe {K}.
    herziening:: (=wijziging) ns-zerfos {C}.
    het::
    1. (pv; 3enk-ntr/zaak)

      1niv {PV} {SX.vz} pass. verbaal
      ntr
      C
      A/SC
      ef
      ef/mittof/k*
      ef/k
      f
      f/miff/k*
      f/k
      fe
      fe
      fe
      efere
      efere
      efere
      * k/k bij concr zn'n is vrnl spr
      (dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky)

      2niv {PV} rs (modern) rs (arch)
      ntr
      C
      A/SC
      lelp
      lelp
      k/kt
      iyffe
      iyffe
      ke
      lellpe
      lellpe
      ke

      (obj is altijd 2niv indien subj eveneens 3enk-vrw; vgl:) hij (persoon) heeft ~ (=ongeluk) veroorzaakt: do ef/mittof qugle; ~ (=noodweer) heeft ~ (=ongeluk) veroorzaakt: ef/mittof lelp qugle; (concr zaak:) wij hebben een voorstel ingediend, maar zij keuren ~ af: kirro eft rtyc fespilde, tur ps baxeske iyffe; (semc zaak:) wij hebben een plan ingediend, maar zij keuren ~ af: kirro eft arpinzol fespilde, tur ps baxeske ke; (passief:) dt is het probleem, maar ~ wordt opgelost: ef mntyos efere, tur blul hchelije fe; (gereduceerde vorm bij vz:) naar ~ [toe]; ernaar toe: 'karaf = helkara ef; 'karamiff = helkara mittof; 'karak = helkara k.

    2. (lw) de.
    heten:: (met naam) pe {K; gst= pet}; hij heet Petriy: do pe Petriy; hoe heet je?: tu pe kluft?; (genoemd worden) pe lo {U; gst= pet}; dat heet een bre: mittof pe lo bre; deze bloem heet/is [een] anjer: dena huron pe lo eft lgiy; het mag een wonder ~ als hij komt: ef tiraniy armtijabie, fara do arfine.
    hetende:: (=genaamd) peiy {III}.
    heterdaad:: iemand op ~ betrappen: ef drabone rast fes ef flecs.
    hetzelfde:: (=gelijk) rlikk {I}; ~ ... als: ef monta ... sv.
    heugen:: het ongeluk heugt me nog: gress fesbarite ef moplariy velk.
    heuglijk:: (=onvergetelijk) iylftuberiy {I}; (=verheugend) gladoelira {I}.
    heulen:: ~ met (samenspannen met: de vijand): kuralfe lef {U}; het ~ (samenspanning): kuralfos {A}.
    heup:: hepfe {C}.
    heur:: haar B.
    heuvel:: kryobiy {Cef}; hoge ~ (=berg): bergo {C}; met bomen begroeide ~: monny {C}; klein ~tje (op mliy): toh {C} (dl= Noord-Liftka/Noord-Brr); zie ook Heuvels in .
    heuvelachtig:: (=heuvelig) kryobiy {I}.
    heuvelig:: (=heuvelachtig) kryobiy {I}.
    heuvelland:: kryobiy-ark {C}.
    heuvellandschap:: kryobiy-ark {C}.
    heuvelrug:: tolrk {C}.
    heuvelsein:: (spoorwegen) lrk-sn {C}.
    heuveltje:: heuvel.
    heuveltop:: lrk {C}.
    hevel:: gyf {C}.
    hevig:: (=heftig) crx {I}, iy {I; mv=enk}; (zwaar: ziekte/straf/misdaad/ademhalen) lotiy {I}; (als bepaling bij intrans ww dat weersgesteldheid of menselijk gedrag uitdrukt) oras {III}; het waait ~: ef omeleche oras.
    hevigheid:: orasten {C}.
    hiaat:: bm {C}; (=leemte) kurafartiy {C}.
    hiel:: (v voet) hyliy {C}.
    hier::
    1. (bw/bv) kusami {I}; k'mi {III} (spr), gy {III} (spr); kijk ~ eens!: zerfe-te k'mi/gy!; ~ zijn, zie ~: k'mije {E; gst= k'mit} (spr); kijk, ~ is/gaat een kameel, zie ~ een kameel: k'mije eft kamo; de boeken moeten HIER zijn/liggen: ef mimpits k'mits; hij mag ~ niet zijn/komen: do k'mitog noi; ~ waar ...: kaf ef srt, kaf t ...; kusamiss, kaf t ...; kusamiss r ... (spr); de takkenbossen liggen ~ waar het ijs dun is: ef grtyliys melde kusamiss, kaf t ef pica melde fyg; Spokanirs komen niet ~ waar trollen wonen: ef Spooksls nert vende kaf ef srt, kaf t ef ratles zre; (in spr ook:) ... kaf ef srt, r ef ratles zre;
    2. (px bij vz) hier (... dit) ... pana {ZV; rs= panae} (enk: contextueel); pann {SX.vz} (gereduceerde vorm v pana; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky); ... panas {ZV; rs= panases of panses} (mv: contextueel); pass {SX.vz} (gereduceerde vorm v panas; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky); hierop: kaf pana = kafpann; kaf panas = kafpass; de kerk met ~naast twee beuken: ef korda lef perdr quitas kusamat pana (kusamatpann); twee huizen, en ~tegenover de school: perdr srts, ur st panas (stpass) ef koles.
    hierbij:: (in verband hiermee: fig) kusamiluft {I}; ~ verklaar ik de tentoonstelling voor geopend: kusamiluft gress declare ef eksposio lo tuffes.
    hierboven:: (in het vorige stuk tekst) kusamifuttof {I}; ~ genoemd[e]: kusami kimor/kimorx/kimorer (afk= k.k.) (vooral jur; in contracten ed); de ~boven genoemde bepalingen: ef qurtosz k.k..; bovengenoemd.
    hierheen:: (hier naar toe) hn {III}.
    hiermee:: (wat betreft het zojuist besprokene): fes pip serten (afk= f.p.s.); [in verband] ~ (hierbij): kusamiluft {I}; ~ verklaar ik de tentoonstelling voor geopend: kusamiluft gress declare ef eksposio lo tuffes.
    hiernaast:: zat {I}.
    hiernamaals:: gref {SC}; het ~: ef lelpiru wertl {C}.
    hierom:: (om deze reden) tenne {I} (refereert aan iets dat onmiddellijk voorafgaand expliciet is genoemd).
    hieronder:: (in het volgende stuk tekst) kusamintof {I}; (wat betreft het zojuist besprokene): fes pip serten (afk= f.p.s.).
    hiervoor:: (voor dit doel, om dit te doen/bereiken) frpj mittof; (desbetreffend) antrn {I}; vraag het formulier ~ (voor dit doel) aan: prme-grse furt ef antrn frmeler.
    hifi:: hifi {C}.
    hij:: (pv; 3enk-mnl)

    1niv {PV} pass. verbaal
    mnl
    C
    A/SC
    do
    ef/mittof/k*
    ef/k
    de
    fe
    fe
    doere
    efere
    efere
    * k bij concr zn'n is vrnl spr

    (idioom) ~ ziet Petriy: do zerfe Petriy; Elsa en ~: do Elsa = Elsa ur do; ~ die aardig is: flifados do; ~ die lacht: obezjerelira do; (als samenvatting v familieleden:) ~, de broer van Elsa: ef do frera rifo Elsa (do is hier een soort add); (passief:) ~ wordt geplaagd: blul vpjelije de; (consideratief/indirecte imperatief:) laat ~ het boek [eens] lezen: trempe-de ef mimpit; (verbalisatie:) ~ was het; dat was ~: ef doero; ~ is de dief: ef zft doere; ~, mijn broer: kost doerelira frera; ~, mijn vroegere baas: kost doeror nurp; (benadrukt:) HIJ wil wel helpen: ef doere, t crtiravy iftam; (algemene bewering, samen met inf:) ~ is er niet voor om zulke karweitjes op te knappen: ef nert doere beri nie sest qundrs; (arch: met object:) ~ met/en zijn vriendin: ef doere sener frinta; (concr zaken:) ~ (= de schuur) moet nodig geschilderd worden: ef/mittof mennirre eft lamir verfutos.
    hijgen:: uffe {E}; hard ~: ulliye {E}.
    hijsen:: (alg) gyfare {K}; (v vlag) poirare {K}.
    hijskraan:: cran {C}; (=bok) gyfe-stipp {C}.
    hijslast:: (dat wat opgehesen wordt) dojelpos {C}.
    hijsvermogen:: dres-gyf {C}.
    hik:: tecc {C}.
    hiking:: hiking |Eng.| {C}; zie ook Hiking in .
    hikken:: tecce {U}.
    hinde:: (vrw hert) rull {C}.
    hinder:: (het hinderen) hindros {C}; (=overlast) jlt {C}; (fig: =stoornis) tygtjauberos {C}; (=last) colrt {C}; ~ ondervinden van: ef cente ef colrt pai.
    hinderen:: hindre {K; gst= hinder}; (vrnl fig) tygtjaubere {K}; niets ~ (niets geven): lke {E}; het hindert niets dat je het boek vergeten hebt: tuex lufegos enn ef mimpit lke.
    hindering:: hindros {C}.
    hinderlaag:: grs-uln {C}.
    hinderlijk:: hindriy {I}.
    hindernis:: (lett: obstakel; iets dat in de weg ligt/staat) nertuitiyn {C}; (fig: =obstakel) zennt {C}; met ~sen (ongebaand): lzenntor {I}.
    Hindi:: (taal in India) indise {C}.
    hinkelen:: kive {U}.
    hinken:: kenje {U; gst= kent}; (mank lopen) blcse {U}.
    hinniken:: hinjece {U}.
    hint:: (=tip/wenk) jx {C}.
    historicus:: historicy {C}.
    historisch:: historise {I}.
    hit:: (=pony) etliy {C}.
    hitte:: (erge warmte) kjuptiy {S}, kjupt {Cef}; verzengende ~: fjros {C}.
    hittegolf:: kjuptek {C}.
    hitteschild:: kjuptiypaaf {C}.
    hobbelen:: tensce {U}; (v wagen/kar) prpe {U}.
    hobbelig:: (oneffen: v terrein) greppiy {I}; (mbt wagen/kar) prpp {I}; een ~e weg: eft prpp weg; een ~e tocht: eft prpp poh.
    hobbelpaard:: rilblof {C} (ondanks deze naam heeft een Spok hobbelpaard meestal meer weg ve kameel).
    hobby:: (=liefhebberij) hby {C}, zebbe {C}.
    hoe::

    1. ([in]directe vraag) kol {VR}; ecco {SX.gst} (vraagsx); ~ behandelt zij haar man?: eup reverte sener merater kol? = eup revertecco sener merater?; ~ lang zijn jouw tenen?: vilt liriys melde kol mintepot? = vilt liriys meltecco mintepot?; hij vraagt ~ ik het verhaal ken: do linne, gress tifft ef stors kol = do linne, gress tiffeco ef stors; ~ heet je?: tu pe kluft?; ~ is uw naam?: gert quanka melde kluft?; ~ is de stand?: ef gifiy meltatf?;
    2. (bijzin: op welke wijze/in welke mate) kol {VG}; syniy {DT}; hij weet niet ~ ik het verhaal ken: do nert tiffe, kol gress tiffe ef stors = do nert syniy tiffe, gress tiffilme ef stors; ik zeg niet ~ duur het boek is: gress nert reppe, kol ef mimpit melde mikar; ik moet nog aan Jn vragen, ~ ik de kapotte stortbak kan repareren: gress linnt velk n Jn, kol gress reparerec ef tirdus sglot = gress syniy linnt velk n Jn, gress kurrilme beri reparere ef tirdus sglot;
    3. (perceptief) l {VG}; ik zie ~ het hangt = ik zie het hangen: gress zerfe, l ef menkerate; hij hoort ~ ze de trap opkomt = hij hoort haar de trap opkomen: do nute l eup arfine-kaf ef mittors;
    4. ~ veel?: kol pert; upe {SX.gst} (vraagsx: samen met obj); ~ veel vriendinnen heb jij?: tu lelperre kol pert frint? = tu lelperrupe ef frint?; hij vraagt ~ veel boeken ik in de vakantie gelezen heb: do linne, gress kol pert mimpits trempe lf ef zirrot = do linne, gress ef mimpits trempupe lf ef zirrot;
    5. ~ langer ~ ...: riyfain {III}; leltiy {III; mv=enk} (arch/dl= Peg); ~ langer ~ groter (steeds groter): riyfain hupster terat = leltiy hupster terat = leltiy hupsterr (rs!); ~ ... ~: o ... je {III}; ~ meer hij eet, ~ dikker hij wordt: do larde o pert, do pnze je kea; ~ sneller je rijdt, ~ groter de kans op ongelukken: tu ufire o vita, je hupster ef moplariy-chnt; ~ dan ook (in ieder geval): nyonami {III}; ~ moeilijker het boek, ~ minder graag het gelezen wordt: ef mimpit melde o diffiyk, stus trempe ef je noi tevi;
    6. ~ vaak, ~ dikwijls: pertt {VR/VG}; ~ vaak ga je naar de bioscoop?: tu quardere ef dokerat pertt?; ze vraagt, ~ vaak ik het boek gelezen heb: eup linne, gress ef mimpit trempt pertt; zij weet niet ~ vaak ik het boek gelezen heb: eup nert tiffe, pertt gress enn ef mimpit trempe; vaak;
    7. ~ ... dan ook: geldre o ...; ~ behulpzaam hij [dan] ook mag zijn, ik vind hem niet aardig: do geldre o crtiriy, gress nert cnsiderelira do lo flifados; ~ dan ook (=sowieso): fara fit truf; ~ dan ook, ~ het ook zij: fara fit meltt; ~ dan ook, ik ben het er niet mee eens: declarelira, gress sen nert vone ef;
    8. (uitroep) ~ is het mogelijk!: syn ef posiblae!.
    hoed:: rar {C; mv= rara}; ~je (kapje: zonder rand): iynts {C}; hoge ~: tp {C}; (naar boven breed uitlopende hoge ~ vd Reel, donkerrood met lila bies) herg {C}; onder n ~je spelen (fig: samenspannen): nos-trekke {U}.
    hoedanigheid:: in de ~ van (op de manier van): zt {VZ} (betrekking).
    hoede:: zr {SC}; onder ~ van: fes ef zr rifo (afk= f.z.r.); op je ~ zijn: qugmare {U}; ef melde luft ef zr; wees op je ~!: wencate ef zr!; onder je ~ hebben (beheren: in opdracht ve ander): stre {K}.
    hoeden:: (weiden v vee) crazare {K}.
    hoedendoos:: rarlot {C}.
    hoedenmaker:: rar-riffent {C}.
    hoedenplank:: (=hoedenrek) rar-srt {C}.
    hoedenrek:: (=hoedenplank) rar-srt {C}.
    hoedje:: (kapje: zonder rand) iynts {C}.
    hoef:: (v hoefdier) huff {C}.
    hoefblad:: groot ~: kiygt-lofa {C} (L. Petasites hybridus); klein ~: huff-lofa {C} (L. Tussilago farfara).
    hoefijzer:: kycve {C}.
    hoefijzerneus:: (vleermuis) kycve-grmiyl {C} (L. Rhinolophus); grote ~: hupster kycve-grmiyl (L. R- ferrumequinum); kleine ~: belt kycve-grmiyl (L. R- hipposideros).
    hoefsmid:: kycver {C}.
    hoek::
    1. (binnenhoek: in de kamer ed) eka {C};
    2. (buitenhoek) koern {C}; afgeronde ~: slaquos {C}; om de ~: blef ef koern;
    3. (hoekje; afgeschermd/beschut plekje) esk {C};
    4. (meetkundig) gonija {SC}; met een ~ van 90 (haaks): ver {I}.
    hoekig:: (=rechthoekig) ekaiy {I}; (met hoeken) koerniy {I}; hard en ~ voorwerp: krun {C}.
    hoeksteen:: (lett/fig: stut) mtos {C}.
    hoekstuk:: (=knik) tegtos {C}.
    hoen:: (alg) jlp {C}.
    hoender:: (alg) jlp {C}.
    hoepel:: kruma {C}.
    hoer:: lofn {C}; tregg {C} (pop); wiff {C} (arch).
    hoera:: ~!: hurr!.
    hoerig:: (=wulps) trege {I}.
    hoes:: (v papier: omhulsel) envlp {C}; (=overtrek) ptempos {C}; (=tui/foedraal) simm {C}.
    hoest:: hiystos {C}.
    hoesten:: hiyste {U}.
    hoeve:: (boerderij) keldus {C}; (grote boerderij) rens {C}; op een ~: luft eft keldus.
    hoeveel:: kolpert {VR/VG}; ~ inwoners heeft Br?: Br lelperre kolpert olimannas?; hij vraagt ~ boeken er in mijn kast staan: do linne, kolpert mimpits melts fes kost feldariy; ik weet niet, ~ boeken ik heb: gress nert tiffe, kolpert gress lelperre ef mimpits = (spr) ..., kolpert mimpits gress lelperre ef; ~ krijg je van me? (mag ik even afrekenen?): kolpert zjol? (pop); ~ keer? (hoe vaak?): t {SX.gst} (vraagsx); ~ keer heeft hij zich vergist?: do errt?.
    hoeveelheid:: rlotiy {C}; een ~ zand: eft rlotiy rifo pleko.
    hoeven::
    1. (nodig zijn) nestiye [beri] {U}; je hoeft niet zo te schreeuwen: tu nert nestiye beri scemre lo k;
    2. (bij ontkenning: moeten) s {SX.gst} (modaal sx bij mv zinskern); we ~ geen belasting te betalen: kirro nert kafts tx.
    hoeverre:: in ~ (in welke mate): ariyg {VR/VG}, plkst {VR/VG};
    1. (directe vraag) in ~ liegt hij?: do merfe ariyg?; in ~ heeft hij gelijk?: do melde preazy plkst?;
    2. (indirecte vraag) ik vraag, in ~ hij liegt: gress linne, do merft ariyg; ik heb gevraagd in ~ hij gelijk heeft: gress linna, do meltt preazy plkst;
    3. (bijzin) ik weet niet, in ~ hij liegt: gress nert tiffe, ariyg do merfe; ik weet niet in ~ hij gelijk heeft: gress nert tiffe, plkst do melde preazy.
    hoewel:: (=ofschoon: positieve toegeving) taufen {VG}, os {VG} (arch), ker {DT}; Elsa doet mee aan de Jareuc-loop, ~ ze haar enkel verzwikt heeft: Elsa paine-ral fes ef Jareuc-fartos, taufen eup lelperre eft stuke-gelp = Elsa ker paine-ral fes ef Jareuc-fartos, eup lelperrilme eft stuke-gelp; Drys maakt alweer een fles sekt open, ~ de eerste nog niet leeg is: Drys ker gyre eft brepwet sekt-liskos, ef rtef tiyn velpilme stre.
    hoezo:: ~ niet? (waarom niet?): brn't {VR} (spr) (= br + nert).
    hof:: (hofhouding) korsamm {C}; aan het ~: korsamr {I}.
    hofauto:: (=hofwagen) kornolac {C}.
    hofdame:: korsjeus {C}.
    hoffelijk:: korsamen {I}; (=beleefd) slamestiy {I}.
    hoffelijkheid:: korsamen {Cef}.
    hofhouding:: (in "instituut") korsamm {C}; (de personen) tokorsamm {C}, korsamm-painos {C} (arch).
    hofmeester:: (=purser: v schip/vliegtuig) korsarater {C}.
    hofwagen:: (=hofauto) kornolac {C}.
    hoger:: hoog 1.
    hogerhand:: van ~: (=officieel) ekmc {I}; (door een instantie) agrutiy {I}.
    hogeschool:: (beperkte universiteit) nefuniversitiy {C}; zie ook Hogescholen in .
    hok:: (ook: =kooi) mlarres {Crs}; (klein kamertje) lme {C}; (voor kolen/hout als brandstof) ruk {C}; hokje.
    hokje:: (=vakje) tromlot {C}; (klein [houten] gebouwtje) keste {C}; iedereen in een ~ plaatsen (op negatieve wijze indelen vd maatschappij): ef miype nltiyne tiyns fes eft biy-korfe.
    hokjespeul:: (plant) boert-plfer {C} (L. Astragalus glycyphyllos); Deense ~: jakm-plfer (L. A- danicus).
    hol::
    1. (zn) (=grot) celf {C}; (v dieren) hola {C}.
    2. (bv) hnto {I}.
    holenduif:: hola-quratjen {C} (L. Columba oenas).
    Holland:: (westelijk deel van Nelandes) Hlandes {G}.
    Hollander:: Hlando {Cef}.
    Hollands:: (bv) hlandes {IIef}; ~e vrouw: Hlanda {Cef}.
    hollen:: (=hardlopen) farte-hups {U}; (=rennen; sneller dan farte-hups) inue (nue) {E; gst= inut (nut)}.
    hologram:: hologramos {C; mv= hologramosz}.
    holpijp:: (plant) msta {S} (L. Equisetum fluviatile).
    holte:: holaiyn {C}.
    holwortel:: tbemt-huron {C} (L. Corydalis bulbosa).
    homeopathisch:: homeopatise {I}.
    homepage:: hoff-prac {C}; zie ook Home-pages in .
    hommel:: lr {C} (L. Bombus).
    homo:: homofiel 1.
    homofiel::
    1. (zn) (mnl) homofyliy {C}; (mnl+vrw) homo {C}; (=nicht) gy {C} (pop), dvf {C} (pej), vult {C} (pej); (vrw) homofyla {C; mv= homofylas};
    2. (bv) homofylo {I}.
    homosexueel:: homofiel.
    homp:: ~ brood: ryx {C}.
    hond:: (ntr) hurt {C}; (mnl: =reu) hst {C}; (vrw: =teefje) myl {C}; jonge ~ (puppy): hnt {C}; klein ~je (klein v stuk, maar niet jong): helk {C} (pop); ~ die veel/hard blaft: heldertos {C} (pop); (sprkw) men moet geen slapende ~en wakker maken: stus nert armtmqut ef verkatos; (sprkw) blaffende ~en bijten niet: scemrelira ebesz sako-zolle ef texo ("schreeuwende vissers houden hun mes op zak").
    hondehok:: hurt-celf {C}.
    hondeleven:: bne-poiros {A}.
    hondenbelasting:: hurt-jabincos {A} (eig hondenvergunning; bestaat niet in Spok); zie ook Hondenbelasting in .
    honderd:: prsa {TW}, tenrn-tenerg {TW} (=72+28); (rekenkundig) prsa {TW}; (in samenstellingen wordt alleen prsa gebruikt); (alg entiteit met "100" als kenmerk; ihb bankbiljet v 100 ): aprsa {C}.
    honderddelig:: (=centesimaal) sentesimalo {I}.
    honderdduizend:: lki {TW}.
    honderdduizenden:: (fig) lkerst {I}.
    honderdduizendtal:: alki {C}; de kosten zijn 200.000 herco (vgl "2 ton"): ef pecc melde ten alkis.
    honderden:: (fig) perst {I}.
    hondeweer:: bne-wnzol {C}.
    hondsbrutaal:: kainelira {I}.
    hondsdol:: [hurt-]lc {I}.
    hondsdolheid:: hurt-lc {Cef}; (jagersterm) knerf {C}.
    hondsdraf:: qulcur {S} (L. Glechoma hederacea).
    hondshaai:: mntrazen-haje {C} (L. Scyliorhinus canicula).
    hondskruid:: mliy-brst {C} (L. Anacamptis pyramidalis).
    hondspeterselie:: fkomm-perselle {S} (L. Aethusa cynapium).
    hondsroos:: [hurt-]paegtan {C} (L. Rosa canina).
    hondsrozenspons:: paegtan-nf {C}; paegtan-nf SN.
    hondstong:: (plant) hurt-ingoch {C} (L. Cynoglossum officinale).
    hondsviooltje:: hurt-vjoly {C} (L. Viola canina).
    Honduras:: Hndurs {G}.
    Hondurees::
    1. (zn: bewoner) Hndurso {Cef};
    2. (bv) hndurs {IIef}; Hondurese vrouw: Hndursa {Cef}.
    honen:: (=smaden) feshustae {K}.
    honend:: (=smadelijk) pmah {I}.
    Hongaar:: Magery {Cef}.
    Hongaars::
    1. (zn: taal) magerise {C};
    2. (bv) mager {IIef}; ~e vrouw: Magera {Cef}.
    Hongarije:: Mager {G}.
    honger:: ~ en/of dorst: verstl {C}; ~ en dorst hebben: verstle {U}; ~/trek hebben: ef perke lardelira {tdw}; de ~ stillen: lardemflute {U}; iemand die ~ heeft (hongerige): verstler {C}.
    hongerig:: lart {II}; zeer ~ en dorstig: blof-verstl {I}.
    hongerige:: (iemand die honger heeft) verstler {C}.
    hongersnood:: famiyn {C}.
    Hongkong:: Hnkn {G}.
    honing:: ylsa {S}, my {S} (dl= Lomky/Garos).
    honingbij:: ylsa-biy {C} (L. Apis mellifera).
    honingdrank:: (=mede) ylsa-slofaro {S}.
    honingklaver:: (alg) ylsa-xejafiy |X| {S}; gele ~: kolaylsa-xejafiy (L. Melilotus altissimus); witte ~: blakylsa-xejafiy (L. M- albus); akker~: [agen-]ylsa- -xejafiy (L. M- officinalis).
    honingraat:: ratiy {C}.
    honingzwam:: [honinggele] ~: ylsa-chnt {C} (L. Armillariella mellea).
    honorarium:: tgtsmurf {S}.
    hoofd::
    1. (=kop) nurp {C}, frobl {C} (vulg); het ~ loopt me om: gress mitapaine ef mrip; de ~en bij elkaar steken: ef are ef nurps; (sprkw) zoveel ~en zoveel zinnen: lo pert ef nurps lo ef mefrs; fitpert tiyns fitpert miyparosz; (met haar bedekte deel) krunn {C};
    2. (=directeur) prest {C}; (=chef; afdelings~) crater {C};
    3. (belangrijkste) menn {PX}; (zie samenstellingen);
    4. (met vz) aan het ~ (aan de kop: vooraan/de baas/boven iedereen ed): nurpaniy {I}; hoog in het ~ hebbend (hoogmoedig): dres-cijazut {I}; uit het ~ (van buiten): kir {I}; niet uit het ~ (maar van een papiertje): fest {I}; hij draagt het gedicht uit zijn ~ (van buiten) voor: do wuxe-furt ef poitiyn lo kir; do nert wuxe-furt ef poitiyn lo fest; uit ~e van: g paine pai (vz-uitdr).
    hoofdambtenaar:: (=commies) mennhut {Crs}.
    hoofdartikel:: mennrtycla {Crs}.
    hoofdcommandant:: (hoge rang bij politie en brandweer) rtef cmendantiy {C}.
    hoofdcommissaris:: (v politie) direkter {C}.
    hoofddoek:: ~[je]: o {C}; (kanten ~, gedragen door een bruid) klziy {C}.
    hoofdeiland:: (in Spok) mennileset {Crs}.
    hoofdelijk:: nurpiy {I}.
    hoofdgebouw:: mennhuflif {Crs}.
    hoofdkussen:: psk {C}.
    hoofdletter:: (=kapitaal) mennroji {Crs}; in ~s: lmennrojior {I}.
    hoofdofficier:: mennofeserr {C} (een na hoogste officiersrang); voor militaire rangen, zie .
    hoofdpijn:: nurp-katle {C}.
    hoofdrol:: (toneel) lyde-rl {C}; de ~ spelen (lett/fig): ef merre ef lyde-rl.
    hoofdrolspeler:: mennstgatjen {Crs}.
    hoofdschudden:: hslebe {U}; het ~ (geschud met je hoofd): hslebos {C}.
    hoofdspoorweg:: mennarnka {Crs}.
    hoofdstad::
    1. (alg) hurdog {C}; ~ (hoofdstedelijk): hurdogme {I};
    2. (bestuurlijke begrippen in Spok) (v land, waar de regering zetelt) tangotsr {C} (de officile hoofdstad v Nederland wordt hurdog genoemd, maar Den Haag kan de tangotsr genoemd worden); (v eiland) mennhurdog {Crs}, hzessr {C}; (v district) suhurdog {C}, leblsr {C}; zie ook Hoofdsteden in .
    hoofdstedelijk:: (hoofdstad) hurdogme {I}.
    hoofdstuk:: vlo {C}; (in roman, of toneelbedrijf) molfti {C}.
    hoofdverkeersweg:: arkweg {C}.
    hoofdweg:: arkweg {C}.
    hoofdwerkwoord:: mennpainer {Crs}.
    hoofdzaak:: jojelkim {C}.
    hoofdzakelijk:: (=voornamelijk) jojelkimiy {I} (afk= jj.); (=overwegend) na miyparos {A} (afk= n.m.).
    hoofs:: korsamiy {I}.
    hoog::
    1. hardlap {I}; (hoger gelegen: geografisch) sat {I}; 3 m ~: lef eft hardlapiy rifo 3m; op zijn ~st (hoogstens): vlt {III}; ~ water (=vloed): fluta {C}; een tafel van 1 m ~: eft kelbra kaf 1m;
    2. hoog||laag: zja {Iid}; .
    hoogachtend:: (onder aan brief) icriyn {I}; (minder formeel) hnclabiy {C}.
    hoogdravend:: (taal) ullt {I}.
    hooggeacht:: miltef-qupp {I}.
    hooggebergte:: hardlap-toberg {C}.
    hooggeboren:: (aanspreektitel) Hooggeboren Heer/Vrouwe X-Y:
    1. (graaf/gravin) rslfer X-Y (afk= rs.); rslfera X-Y (afk= rsa.);
    2. (burggraaf/burggravin) Manter X-Y (afk= Mt.); Mantera X-Y (afk= Mta.);
    3. (markies/markiezin) Marcess X-Y (afk= Mc.); Marcessa X-Y (afk= Mca.).
    hooghartig:: jabiy {I}; (zoals boeren kenmerkend vinden voor stadsbewoners) gt {I} (dl= Peg); (=verwaand) kugt {I}.
    hooghartigheid:: jaber {A; mv=enk}; (zoals boeren kenmerkend vinden voor stadsbewoners) gtiy {A; mv=enk} (dl= Peg); (=verwaandheid) kugtiy {A; mv=enk}.
    hoogheid:: morte {C}; Zijne Koninklijke ~: Mortetarpu {C} (afk= Mt.); Hare Koninklijke ~: Morterepir {C} (afk= Mr.), Mortepir {C} (arch/poe).
    hoogmoed:: dres-cijazutiy {A; mv=enk}; (sprkw) ~ komt voor de val: ef dres-cijazutiy melde futtof ef overcho.
    hoogmoedig:: (hoog in het hoofd hebbend) dres-cijazut {I}.
    hoognodig:: (wat ~ gedaan moet worden) lamir {I}; een ~e schilderbeurt: eft lamir verfutos.
    hoogoven:: smelte-furnako {C}.
    hoogspanning:: (in Spok officieel meer dan 600 volt) elcrf {C}.
    hoogspanningskabel:: rry {Cef}.
    hoogspanningsleiding:: rry {Cef}.
    hoogstaand:: (=edel) yrsmriy {I}.
    hoogstens:: (op zijn hoogst) vlt {III}.
    hoogte:: hardlapiy {C}; een ~ van 3 m: eft hardlapiy rifo 3m; met een ~ van (maat): kaf {VZ}; een tafel met een ~ van 1 m (een tafel van 1 m hoog): eft kelbra kaf 1m; (lett) in de ~: hardlap hogorit {III}; op een ~ van: kaf zja rifo; de stad ligt op een ~ van 400 m: ef srt loctee kaf zja rifo 400m; ter ~ van (geografisch): luft ef pilo rifo (vz-uitdr); tot op zekere ~ (in enige mate): tukst eft qurtiy fini; op de ~ zijn van (bekend zijn met): tgare {K}; op de ~ zijn van iets: crme {U}.
    hoogtepunt:: (fig) luere-ponto {C}; (belangrijke gebeurtenis) plta {C}.
    hoogtevrees:: hardlapiy-baniylos {C}.
    hoogvlakte:: nme {C}.
    hoogwater:: (=vloed: tegengesteld v eb) preiptjek {C}.
    hoogwelgeboren:: (aanspreektitel) Hoogwelgeboren Heer/Vrouwe X-Y:
    1. (baron/barones) Jolarater X-Y (afk= Jl.); Jolasjeus X-Y (afk= Jla.);
    2. (adellijke ridder) Cbln X-Y (afk= Cb.); Cblna X-Y (afk= Cba.);
    3. (jonkheer/jonkvrouw) Ylarater X-Y (afk= Yl.); Ylasjeus X-Y (afk= Yla.).
    hooi:: hsta {S}; balen ~ opstapelen: ziyne {K}; het opstapelen van ~: ziynos {C}.
    hooibeestje:: (vlinder) fiyre-eiter {C} (L. Coenonympha pamphilus).
    hooiberg:: lelk {C}, mare {C}.
    hooikoorts:: hsta-febbe {C}.
    hooiland:: (grasland bestemd voor hooi) hster {C}.
    hooischelf:: ~ neerzetten: ziyne {K}; het neerzetten van schelven (als werk gezien): ziynos {C}.
    hooischuur:: lelk-otp {C}.
    hooivork:: (met 2 tanden: in Y-vorm) yflo {C}; (met 3 of 4 tanden) snat {C}.
    hooiwagen:: (insekt) stipp {C} (L. Phalangium opilio).
    hooizolder:: (v Peg boerderij) kratjo {C}.
    hoon:: (=smaad) pmah {Aef}.
    hoop::
    1. (lett: berg v stenen ed) trovctiyn {C}; (lett/fig: stapel/opeenhoping/berg) tnr {C}; een ~ zand: eft tnr rifo pleko; een ~ (boel) werk: eft tnr rifo rm; een ~ herrie: eft tnr rifo muts; ~je stenen: trovc {C}.
    2. (fig) (=verwachting) chentos {A}; (het hopen) esperos {A}, rajiytos {A}; zijn ~ vestigen op: ef kette ef rajiytos n.
    hoopvol:: esperecc {I}.
    hoorbaar:: nutatt {I}.
    hoorder:: (luisteraar) nuter {C}.
    hoorn::
    1. (punt op dierekop; muziekinstrument) hrna {C};
    2. (materiaal) jlo {Sef}; van ~ gemaakt (hoornen): jlo {I}.
    hoornaar:: (alg: horzel) sms {C} (L. Vespa crabro).
    hoornbloem:: gewone ~: Quper-huron {C} (L. Cerastium fontanum ssp. triviale).
    hoorndrager:: (bedrogen echtgenoot) cucert {C}.
    hoornen:: (van hoorn gemaakt) jlo {I}.
    hoornpapaver:: gele ~: pleko-ppfe {C} (L. Glaucium flavum).
    hoorspel:: nute-stgos {C}.
    hop:: (plant) hp {C} (L. Humulus lupulus).
    hopeloos:: (=wanhopig) nerajiytiy {I}.
    hopen:: rajiyte {U}; ~ [op]: espere |..je| [beri] {K}; ~ op: rajiytare {K}; ik hoop morgen te komen: gress espere beri arfine mas = gress rajiyte, den [gress] arfine mas; ik hoop dat hij morgen komt: gress rajiyte, den do arfine mas; we ~ op goed weer: kirro espere quista wnzol = kirro rajiytare quista wnzol; ik spreek de hoop uit dat ...: gress reppe, rajiytelira den ...; stiekem ~ [op] (stilletjes wensen): liycespere [beri] |..je| {K} (met leedvermaak: plezier beleven aan iets wat anderen niet op prijs stellen); ik hoop stiekem op hevige regen bij de demonstratie: gress liycespere eft graviy bidalos lf ef demonstrao; het ~ (hoop): rajiytos {A}, esperos {A}.
    hopklaver:: hp-durlofa {C} (L. Medicago lupulina).
    horde::
    1. (groep/troep: mensen ed) tizjyr {C}.
    2. (in sport; ook fig) hrdel {C}; een ~ nemen (lett/fig): ef putte eft hrdel; de 400 m ~n voor mannen: ef merater-hrdels lf 400m.
    horeca:: kullarpliyjeren {C}.
    horecavoorzieningen:: lurfel-crbatts n cy-c.
    horen::
    1. (mbt geluid) (luisteren [naar]) nute {K}; tot het einde toe ~ (uithoren): dfo-nute {K}; laten ~ aan: mecce n {K}; ik laat Elsa de nieuwe grammofoonplaat ~: gress mecce ef kleter plata n Elsa; niet goed kunnende ~ (slecht van gehoor): slnutiy {I};
    2. (mbt levensteken/bestaan) iets van je laten ~ (een levensteken geven): lpe {K}; ik zal Jn iets van me laten ~ (ik zal Jn een berichtje sturen): lpe gress Jn; men hoort nooit meer iets van de beroemde schrijver: ef huldufit otr melde sefa mote; ik krijg nooit iets te ~: gress pnze kv eft nute-tiyn n flaju;
    3. (=behoren) bij elkaar ~: fe {Upr}; niet zoals het hoort (niet te pas komend): quazjoelira {I}; het ~ bij (het bijbehoren): rylos {C}; dat hoort niet! (dat is tegen de etiquette/regels!): zafts melde kiriyk!; behoren.
    horizon:: gp {C}, horiznt {C}; (bomen aan de ~; strook land in de verte) runt {C}.
    horizontaal:: likk {I}.
    horloge:: (=polshorloge) criaklop {C}.
    horlogemaker:: (=klokkemaker) klopparif {C}.
    hortsik:: ~! (mars!, vooruit!): hihu! (aansporingsroep, vooral tegen trekdieren).
    horzel:: (alg: hoornaar) sms {C} (L. Vespa crabro); (ihb) schape~ (L. Oestrus ovis); (ihb) runder~ (L. Hypoderma bovis).
    horzelvlinder:: sms-flyddere {C} (L. Sesia apiformis).
    hospita:: nlpa {C}.
    hospitaal:: [militair] ~ (legerziekenhuis): verest-hspitalo {C}.
    hostie:: hstiy {C}.
    hot:: her.
    hotel:: (pension: particulier) hotela {C}; (niet-particulier: aangesloten bij een toeristenorganisatie) mindistiy {C}; zie ook Hotels in .
    hotelwezen:: kulloseren {C}.
    houdbaar:: (v levensmiddelen) wencatamiy {I}; lang ~: liyrswencatamiy {I}.
    houden::
    1. (niet wegdoen, niet verliezen,; situatie onveranderd laten) wencate {K}; ze houdt haar zoon thuis: eup wencate sener waler lo fesrt; je moet de soep warm ~: tu wencatt ef upa lo scrl; woord ~: ef ubere ef mux; zich ~ aan (nakomen): crupjce {K};
    2. (op een bepaalde wijze beschouwen) gehouden worden voor (doorgaan voor): mitaamifftre {K}; iets ~ voor X: ef putte flaju na X; hij houdt het voor gezien: do putte ef na dfo; ik houd het voor gezien: kost ncarolija (mededeling dat je niet langer aanwezig wil zijn of mee wil doen, en vertrekt); iets erop ~: ef ularfe ef t; laten we het erop ~ dat ...: ularfe-kiyro ef t, den ...;
    3. (verwisselen) niet uit elkaar kunnen ~ (verwisselen met: v personen): hdnte n {K}; ik kan jou en Tek nooit uit elkaar ~: gress hdnte tu n Tek riyfain; niet uit elkaar kunnen ~ ([per ongeluk] verwisselen: ook v mensen): noftatsrte {K};
    4. (beminnen) ~ van (alg: beminnen): lye {K}; (beminnen/prettig vinden) affionnose [beri] {K}; ik houd van je: gress lye/affionnose tu; Elsa houdt niet van noga: Elsa nert affionnose noga; we ~ van wandelen: kirro affionnose beri mirre = kirro affionnose ef mirre;
    5. (organiseren; v feest/tentoonstelling/bijeenkomst ed) qugle {K; gst= qugg} (nadruk op het organseren); wencate {K} (nadruk op het faciliteren/gelegenheid geven).
    houder:: (gas-, pen- ed) lelder {C}; (=bezitter) spkln {C}, wencater {C} (v pas, rijbewijs ed).
    houding:: wencatos {C}; (=stand) utiyf {C}; in de ~ staan: hude {U}; het in de ~ staan: hudos {C}.
    house:: open 1.
    hout:: crot {Sef}; (=brandhout) bures {S} (spr); van ~ gemaakt (houten): crot {I}; op ~ lijkend; ~ geworden (zoals een stengel: houtachtig): crotiy {I}; ~ stoken: crotare {U}; een stoomlocomotief die met ~ gestookt wordt: eft crotarelira frads; blok ~: bl {C}; stuk afgezaagd ~: krtstiyn {C}; houtje.
    houtachtig:: (op hout lijkend) crotiy {I}.
    houtbewerker:: prsizatjen {C}.
    houtduif:: vildul-quratjen {C} (L. Columba palumbus).
    houten:: (van hout gemaakt) crot {I}.
    houterig:: ~ persoon: olp {C}.
    houthakker:: axarater {C}.
    houthakkersgeest:: axarater-nf = axarater-ndvotiy {S} (kruidenbitter v bitter gekruide bosbessenlikeur met whisky-aroma).
    houthok:: (ook: kolenhok) ruk {C}.
    houtje:: op eigen ~: na dres kupiy; blef sener r leja[s].
    houtknotszwam:: zjol-quf {C} (L. Xylaria polymorpha).
    houtkrul:: beltpks {C}.
    houtnerf:: crot-nerfiy {C}.
    houtrot:: (vermolmd hout) pesk {S}.
    houtskool:: oiyg {S}; stuk ~: nestebaros {C}.
    houtsnijder:: (beroep) vasulftatjen {C}.
    houtsnijwerk:: vasulftos {C}; ~ maken: vasulfte {K}.
    houtsnip:: nse {C} (L. Scolopax rusticola).
    houtsplinter:: triyt {C}.
    houtvlotter:: rotter {C}, tjkaer {C}, atertatjen {C} (dl= Peg).
    houtvoorraad:: (voor 1 winter, om te stoken) dius {C}.
    houtwesp:: reuzen~: hupster crot-vna {C} (L. Urocerus gigas).
    houtzaagmolen:: krts-mjl {C}.
    houtzagerij:: krts {C}, krts {C}.
    houvast:: (lett: grip) a {C; rs= te}; (fig) uber {C}.
    houw:: ritt {C}.
    houweel:: (=hak) rit {C}.
    houwen:: (=hakken) rie {K}.
    hoveling:: srtob {C}.
    hozen:: (hard regenen) tiyste {U}.
    hu!:: (uitroep v schrik) p!.
    hufter:: (=klootzak; in toenemende vulgariteit:) fk {C}, fras {C}, zestiyc {C}, blof-studer {C}, slf-krler {C}; (zowel mnl als vrw).
    huichelarij:: ltos {A}.
    huichelen:: lte {Upr}.
    huid:: (=vel) (alg) mut {C}; (vrnl v mens) flaros {S}; van ~ gemaakt: mutiy {I}; van de ~ ontdoen (villen): idemute {K}.
    huidarts:: (=dermatoloog) dermatolche {C}.
    huidig:: (=hedendaags) wyzenn {I}, xny {I}; (wat nu ter sprake komt, getoond wordt ed.) wyzenn {I}; de ~e webpagina: ef wyzenn fiyrk-prac (de pagina die nu op het scherm staat).
    huifkar:: xobina-ablg {C}.
    huig:: sfg |svg| {C}.
    huilbui:: (ook lachbui) trg {C}; beginnende ~: tyros {C}.
    huilen:: (alg) arkette {E}; (=wenen) zatyre {U}; (wolven) wale {U}; ~ om: arkettare {K}; ~ om (bewenen): lhle {K}; gauw geneigd tot ~ (huilerig): arkettkinn {I}; op het punt staan te ~; bijna ~: tyre {U}.
    huilend:: ~/snikkend zeggen of vertellen: pvente {K}.
    huilerig:: (v stem/klank) flotars {I}; (gauw geneigd tot huilen) arkettkinn {I}.
    huis:: srt {C}; laag ~ zonder verdiepingen (bungalow): rastobos {C; mv= rastobosz}; klein ~je (hut): jerp {C}; ~ aan de kust: xijesrt {C}; in/naar ~ (thuis): fesrt {III}; het [ouderlijk] ~ verlaten (met de bedoeling niet meer terug te keren): ef jmpre srt; van het ~ (eigengemaakt, eigen specialiteit): srtiy {I}; wijn van het ~ (=huiswijn): srtiy wein {S}; ~ en haard: srt ur flecs; (sprkw) het is niet om over naar ~ te schrijven: eft dragatjen nert ripje sener nng furt ef; zie ook Eenzame huizen in .
    huisbaas:: (=huiseigenaar: iemand die huizen bezit om te verhuren) srt-spkln {C}.
    huisdier:: srtbelp {C}.
    huiseigenaar:: (iemand die het huis bezit waarin hij woont) srtater {C}; (=huisbaas: iemand die huizen bezit om te verhuren) srt-spkln {C}.
    huiselijk:: (in huis) srtane {I}; (=knus) kittianer {I}.
    huiselijkheid:: fesrtindos {C}.
    huishoudbeurs:: srt-farr {C}.
    huishouden::
    1. (zn) korsamm-painos {C};
    2. (ww: te keer gaan: storm ed) fesksenpe {U}.
    huishouding:: (het huishouden) korsamm-painos {C}.
    huishoudschool:: (alg) paine-koles {C}; (gezien als Spok onderwijsinstituut) Paine-Koles {N}.
    huishoudster:: korsamm-painera {C}.
    huisje:: (eenvoudig klein huis) elp {C}.
    huiskamer:: srtmit {C}.
    huisknecht:: (bediende) harber {C}, koryrgt {C}.
    huismoeder:: (vlinder) kolai bof-tiner {C} (L. Noctua pronuba).
    huismuis:: srt-rt {C} (L. Mus musculus).
    huismus:: urzg {C} (L. Passer domesticus); een ~ (ong: iemand die altijd thuis zit/zich nooit in het openbaar vertoont): eft mote veldur.
    huisraad:: (=[in]boedel) srtiynstes {S}.
    huisschilder:: verfuto {C}.
    huisspitsmuis:: srt-nes-rt {C} (L. Crocidura russula).
    huis-tuin-en-keuken:: (dagelijks/heel gewoon) srtsrt {I}.
    huisvader:: korsamm-follus {C} (vader ve gezin; nadruk op eerzaam gedrag).
    huisvesten:: srette {K}; ~ bij/in (onderbrengen bij/in): luftpaine tukst |lufp..| {K}.
    huisvesting:: (=onderdak) srettos {C}; (het verschaffen v onderdak) zraje {C}.
    huiswerk:: koles-togany {C}; je ~ maken: ef paine sener koles-togany.
    huiswijn:: (=wijn van het huis) srtiy wein {S}.
    huiszwaluw:: [jrm-]zvlp {C} (L. Delichon urbica).
    huiveren:: (=sidderen) pakate {U}; (=rillen) laice {U}; ~ voor (fig: terugdeinzen voor): appe {K}.
    huiverend:: (vrnl lett) pakat {I}; (vrn fig) gfren {I}.
    huivering:: (=siddering) pakatos {C}; (=rilling/siddering) laicos {C}; (fig) appos {A}.
    huiveringwekkend:: pakatenniy {I}.
    huizen:: (wonen: v dieren in een nest ed) hoerke {U}.
    huizenbeurs:: zlftiyns-farr {C} (beurs gericht op aankoop/verkoop/onderhoud/financiering/inrichting ed ve eigen huis).
    huizenblok:: tosrt {C}.
    huizenhoog:: (=torenhoog) tary {I}.
    hulde:: tgt {C}, ovos {C}.
    huldigen:: iemand ~: ef qugle tgt n rast.
    hulp:: crtiyr {C}; (=toedoen) painos {A}; ~ inroepen: ef rupke furt crtiyr; met ~ van [iemand]: lef ef crtiyr pai [rast].
    hulpbehoevend:: crtiyrblaff {I}.
    hulpbehoevende:: crtiyrblaffer {C}.
    hulpeloos:: vypljce |vyplce| {I}.
    hulpje:: (=knecht) yrgt {C}, (vrw) yrgtina {C; mv= yrgtinas}.
    hulpmiddel:: crtiros {C}.
    hulpvaardig:: crtire-spontiy {I}; ~e bejegening: armtganos {C}.
    hulpvaardigheid:: crtire-sponter {A; mv=enk}.
    hulpwerkwoord:: nefpainer = supainer {C}; modaal ~ (taalk: "moeten"/"mogen"/"kunnen"/"willen"): vrk-nefpainer = vrk-supainer {C}.
    huls:: (=koker) cocan {C}, beltjns {C}.
    hulst:: trimach {C} (L. Ilex aquifolium).
    human:: ~ resources: veldur-wrtsta {Cmv}.
    humeur:: goed ~: welmut {C}; slecht ~: slmut {C}.
    humeurig:: (aan buien lijdend) rl {I}; (slecht gehumeurd) prtina {I}; (fig: ongenietbaar) epa {I}; ~ zijn (fig: ongenietbaar zijn): epae {U}.
    humor:: humor {C}; gevoel voor ~: humor-mybbe {SC}.
    humoristisch:: humoristise {I}.
    hun::
    1. (pv) hen A.
    2. (bz)
      1. (3mv-mnl/ntr/concr/stoff) hift {BZ}; (3mv-vrw) hort {BZ}, hift {BZ}; (3mv-abstr/semc) ust {BZ}; (reflexief) sener {BZ}, seners {BZ} (arch) (met [deel v] zinskern als antecedent); ik lees ~ (mnl/ntr) boeken: gress trempe hift mimpits; ik lees ~ (=haar: vrw) boeken: gress trempe hort/hift mimpits; zij lezen ~ [eigen] boek: ps/belt trempe sener mimpit; zij blijven thuis omdat ~ moeder ziek is: ps/belt tinde fesrt, janof sener sientur kinure;
      2. (nominalisatie) (mnl/ntr/concr/stoff) hiftiy {Cef; mv=enk}; (vrw) hortiy {Cef; mv=enk}; (abstr/semc) ustiy = usseiy {Cef; mv=enk}; (reflexief) seniy {Cef; mv=enk}, sensiy {Cef; mv=enk} (arch); de/het ~ne; die/dat van ~: ef hiftiy; ef hortiy; ef ustiy; ef usseiy; ef seniy; ef sensiy; mijn boeken en de ~ne: kost mimpits ur ef hiftiy/hortiy; ik lees mijn boek en zij lezen het ~ne: gress trempe sener mimpit ur ps/belt paine ef seniy; zij denken er het ~ne van: ps/belt miype ef sen[s]iy; de stoelen zijn oud - Jn wil ~ zittingen bekleden: ef ferdus melde liftkar - Jn lfstoavy hift felts;
      3. (samentrekking) ~ ene: hift re = hift {BZ}; hort re = hort {BZ}; ust re = ust {BZ} (als slechts 1 exemplaar bedoeld wordt ve lichaamsdeel/orgaan/kledingstuk waarvan we er meer dan 1 bezitten:) hij knijpt in ~ [ene] arm: do chiype armt hift/hort re mils (mv!) = ... armt hift/hort mils (mv!).
    hunebed:: (=dolmen) dlmen {C}.
    hunkeren:: ~ naar: rootame {K}.
    hunkering:: rootamos {A}.
    hunne:: hun B.
    huppelen:: ziylpe {U}.
    huren:: mite {K}; het ~: mitos {C}; te huur! (als opschrift op woning ed): mitaros!.
    hurken:: hke {U}; hij zit op zijn ~ te zingen: do chafoste ur hke; (gehurkt zitten; op je ~ zitten) ef feldre fes hkos {C}.
    hut:: (klein huisje) jerp {C}.
    huur:: (het huren/huurbedrag) mitos {C}.
    huurbedrag:: mitos {C}.
    huurder:: mitatjen {C}.
    huurkazerne:: mitbnk {C}.
    huursubsidie:: mite-jedos {C}.
    huwbaar:: aziy {I}.
    huwelijk:: (alg) marianos {C}; (in Erg-kerk) mariy {C}.
    huwelijksaanzoek:: demandiy {C}.
    huwelijksdag:: mariantof {C}.
    huwen:: ~ met: marianare armt/n {U} (n is dt); gehuwd zijn [met]: mariane [n] {U} (n is vz).
    huzaar:: blofer {C}.
    hyacint:: hyjasent {C} (ihb: L. Hyacinthus orientalis hybride); wilde ~: wuma-ksto {S} (L. Scilla non-scripta); (witte/roze soort) blakker wuma-ksto; (blauwe soort) blotter wuma-ksto.
    hydra:: groene ~ (zoetwaterpoliep): mes hydra {C} (L. Hydra viridissima).
    hydraulisch:: hydrolise {I}.
    hydrologie:: hydroliy {C}.
    hyena:: hijena {C}.
    hygine:: hygienn {C}.
    hypercorrect:: plthudelira {I}.
    hypercorrectie:: pltqufos {C}.
    hypnose:: toessaros {C}; onder ~ zijn (Erg: in trance zijn: ve medium tijdens bep rituelen): ef poire fes ef wlfyccsoliy.
    hypnotiseren:: toessare {K}.
    hypnotiseur:: toessarer {C}.
    hypotheek:: smurflu'ettos {A}.
    hypotheekgarantie:: smurflu'ettos-xmarstos {C} (in Spok: verplichte spaarrekening waarvan de bank geld kan afschrijven als iemand zijn hypothecaire verplichtingen niet nakomt).
    hypothese:: kurazjoffos {A}; als ~ aannemen (poneren): kurazjoffe {K}.
    hysterie:: hysteriy {C}.
    hysterisch:: hysterise {I}.


TOP

© (2000) Rolandt Tweehuysen, Kimswerd, the Netherlands