Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

06-nummer:: (mobiele telefoon) 020-hor {C}, zer-tensa-hor {C}.

n:: (naam vd letter N) n {C}.

na::

  1. (plaats: =voorbij) minkr {VZ}; het postkantoor is ~ de derde straat: ef pstsrt melde minkr mirra dur;
  2. (afstand) fes {VZ}; ~ 300 m: fes 300m (op een plek die 300 m verderop ligt);
  3. (tijd: =over) mintof {VZ}; het werk mag n dinsdag klaar zijn: ef rm kltarog mintof ef tratof; ik vertrek ~ (= later dan) Petriy: gress prate mintof Petriy; ~ 3 kilometer (als we dit zien als de periode waarin de 3 km afgelegd wordt): mintof 3 kilometers; ~ een uur rijden zullen we in Trondom zijn: mintof r zurtarr lf lufiros, melde kirro ber Trondom; hij wist het antwoord ~ tien minuten denken: do ef vertaros tiffe mintof main mitarr lf miypos; op 8.

naad:: nivi {C}; (in textiel) slg {C}; losse ~ (torn): pitsos {C}.

naaf:: ast {C}.

naaidoos:: (=naaimandje) miynslot {C}.

naaien:: codre {K; gst= cott}; grof ~ (stikken): codrare {K}; met grote steken ~ (rijgen): tocodre {K; gst= tocott}; (kleren maken/verstellen) taile {K}.

naaikamer:: codrelmit {C} (in groter woonhuis).

naaimachine:: codre-parat {C}.

naaimandje:: (=naaidoos) miynslot {C}.

naaister:: tailer {C}.

naaiwerk:: codros {C}.

naakt:: (=bloot) nucer {I}; nuc = nuct {I} (arch/dl= Teujan/Brr); (alg) xnep {I}; zich ~ bewegen; zich ~ vertonen: xnepe {U}; hij loopt ~ door de kamer: do xnepe nt ef mittus; hij zit/staat ~ in de kamer: do xnepe fes ef mittus.

naaktslak:: blsblac {C}; zwarte ~: doffiy blsblac (L. Arion ater); grote ~: hupster blsblac (L. Limax maximus).

naald:: (om te naaien) eit-priyk {C}.

naaldboom:: qudul {C}, toqurt {C} (poe/dl= Zuid-Liftka).

naaldbos:: (alg) toqudul {C}; (ihb) agen {C} (op regelmatige afstand geplante rechte naaldbomen voor houtproductie, zonder veel overige begroeiing).

naaldhak:: (uitsl de hak) sleg-op {C}; [schoen met] ~: sleg-must {C}; ze draagt ~ken: eup vende fes sleg-musts.

naam:: quanka {C}; goede ~/reputatie: ozzp {C}; slechte ~: ngos {A}; hoe is uw ~?: gert quanka melde kluft?; goede ~ hebben: ozzpe {U}; een slechte ~/reputatie hebben: nge {U}; in ~ van (namens): qun {VZ}; ik wens je geluk in ~ van mijn hele familie: gress jurestiye tu qun sener pij fatasr; onder de ~ van: lestk ef quanka rifo; uit ~ van: mip ef quanka rifo (vz-uitdr) (afk= m.q.r.); (sprkw) je ~ doet er niet toe ("what's in a name"): tu pe lo "Quanka"; vrij op ~: lef ronter lorerdepecc (afk= R/L) (bij prijzen v onroerend goed: notariskosten, kadastrale inschrijfkosten ed zijn voor rekening vd verkoper); op ~ van een ander (iets doen): fry ef entraferiy quanka; name; zie ook Namen in .

naambord:: ~[je]: sinn {C}.

naambordje:: sinn {C}.

naamgenoot:: quanka-ralaer {C}.

naamgeving:: (een officile naam geven: aan persoon, schip ed) lquankaos {C}; zie ook Naamgeving in .

naamkunde:: onomastiyc {C}.

naamloos:: quanka-velp {I}.

naamplaatje:: quankarm {C}; (naambordje) sinn {C}.

naamval:: casus {C}.

naamwoord:: zelfstandig ~ (taalk: substantief): supstantiviy {C}, tiynelder {C}; als zelfstandig ~ (taalk: substantivisch): supstantivise {I}.

naar::

  1. (bv) (=akelig) prylt {I}; (=akelig; beetje ziek) gp {I}; (=vervelend) k {I}; het is ~ om [in het water te vallen]: ef melde k beri [tasse fesdu ef knurfel]; ik voel me ~: gress sen cente gp.
  2. (vz)
    1. (richting) ~ [toe]: helkara {VZ}, 'kara {VZ} (spr); ik fiets ~ Fonist [toe]: gress pitte helkara Fonist; ~ welke: ~ de haven van welke plaats varen we?: kirro njebope fesennr port?; ik weet niet ~ welke haven we varen (naar de haven van welke plaats): gress nert tiffe, fesennr port kirro njebope; daar ~ toe (daarheen): henn {III}; hier ~ toe (hierheen): hn {III}; waar C.2; waar D.2;
    2. (fig: richting) ~ toe (tot): tukst |tust| {VZ}; hij wendt zijn blik ~ mij toe (tot mij): do wente sener klt tukst gress; waar moet dat ~ toe met al die criminaliteit (waar moet dat heen ...): kirro vents rhenn lef tem cradef priytcs?;
    3. (=gelijk aan) fitfara {VZ}; dit verhaal is ~ (gebaseerd op) een oude sage: dena stors melde fitfara eft liftkar yzlt;
    4. (in overeenstemming met) juelira n (vz-uitdr); je moet daar~ handelen: tu kafpaint juelira n pana;
    5. (bij zintuiglijke waarneming) lo {VZ}; dat smaakt ~ zeep: k crstyne lo sep; het water ruikt ~ chloor: ef knurfel crfne lo clor.

naargeestig:: (somber stemmend) frumbiyl {I}.

naargelang:: ~ van (overeenkomstig): fry perke tukst (vz-uitdr); gelang.

naarmate:: (al naar gelang) chg {VG}; hij wordt steeds zenuwachtiger, ~ de examendatum nadert: do melde nervossott, chg ef exm-fort crane; ~ het weer warmer wordt, ...: ef wnzol kjupt terat tinkere arfinelira, ...; ~ van: fry xat rifo (vz-uitdr).

naast::

  1. (bv) (=naastgelegen) kusamatiy {I}; de ~e toekomst: ef haiyrum arfinvelkiy; ten ~e bij: tariy {III}.
  2. (vz)
    1. (plaats) kusamat {VZ}; 'mat {VZ} (spr); ~ de schuur groeien drie eiken: kusamat ef kul dur cs lelde; (=langs) ~ de schuur staat een hek: kusamat ef kul eft barera melde;
    2. (fig) ovapiy {VZ} (betrekking); men spreekt hier ~ het Spokaans ook Pegrevisch: stus chaquinde kusami pegreviy ovapiy spoknda.

naastenliefde:: urpiy {A; mv=enk}; vol ~: urp {I}.

naastgelegen:: (=naaste) kusamatiy {I}.

nabestaande:: (familie v iemand die overleden is) crcher {C}.

Nabije Oosten:: Luft-Opper {G}, Tar-Opper {G}; in het ~: fes Luft-Opper, fes Tar-Opper.

nabijgelegen:: (in de buurt liggend) tar {I; vt= danen; ot= wena}; de ~ brug: ef tar pnt.

nabijheid:: xl |X| {C}; in de ~ van (plaats): xltiy |X| {VZ}; ik woon in de ~ van een postkantoor: gress zre xltiy eft pstsrt.

nablijven:: (alg: nog een tijdje blijven) tinde-blef {U}; (op school: voor straf) txe {U}; het ~ (op school): txos {C}.

nabootsen:: (=namaken) friyovve {K}.

nabootsing:: (=namaak) friyovvos {C}.

nabranden:: (blijven branden nadat vuur geblust is) bure-blef {E}.

naburig:: ksanu {I}.

nacht::

  1. (22-4 uur) kl {C} (schr); afgelopen ~ (hedennacht): lst kl; van~ (die nog komen moet, of reeds aan de gang is): lelmo kl; zo goed als elke ~ ('s nachts): klas {III} (schr); elke ~: riyfain klas; (in spr wordt ipv kl[as] ook miskof[as] gebruikt om de gehele nacht v 22-4 uur aan te duiden);
  2. (22-1 uur) miskof {C}; van~, heden~ (die nog komen moet, of reeds aan de gang is): lelmo miskof; van~, afgelopen ~: lst miskof; 's ~s (zo goed als elke nacht): miskofas {III}; 's ~s (elke nacht): riyfain miskofas {III}; 's ~s (in een bepaalde nacht): fes ef miskof; ze wilden 's ~s in het bos gaan picknicken: ps probara beri piykniyke fes ef fresta fes ef miskof; aanbreken van de ~: miskoffin {C}; gedurende de ~ (nachtelijk): miskofiy {I}; (in spr krijgt miskof[as] wel de uitgebreide betekenis v kl[as]: 22-4 uur);
  3. (1-4 uur) palf {C}; van~, heden~ (die nog komen moet, of reeds aan de gang is): lelmo palf; van~, afgelopen ~: lst palf; 's ~s: (zo goed als elke nacht) palftas {III}; (elke nacht) riyfain palftas {III};
  4. (middernacht: precies om 24 uur) pars {C}; elke ~ precies om 24 uur: riyfain parstas {III}.

nachtduivel:: mara {Cef}.

nachtegaal:: ecr {C}, clynkyrre {C} (dl= Noordwest-Liftka) (L. Luscinia megarhynchos).

nachtelijk:: (gedurende de nacht) miskofiy {I}; nacht.

nachthemd:: (=pyjama) miskofkas {C}.

nachtjapon:: vlurre {C}.

nachtkoekoeksbloem:: kolai hlfer {C} (L. Melandrium noctiflorum).

nachtmerrie:: kslecc {C}.

nachtpauwoog:: grote ~: mikkelel vttiyr-flyddere {C} (L. Saturnia pyri).

nachtpot:: (=piespot) kvlo {C}.

nachtschade:: (plant) miskofif {C} (L. Solanum); zwarte ~: doffiy miskofif (L. S- nigrum).

nachtverblijf:: miskof-meldos {C}.

nachtzwaluw:: Urapas-rolka {C} (L. Caprimulgus europaeus).

nadat::

  1. (natijdigheid) mintof {VG}; ik zal verhuizen ~ ik met vakantie geweest ben (... na eerst met vakantie geweest te zijn): srtare gress, mintof gress venda helkara zirrot;
  2. (=zodra [als]: momentaan, evtl met dt ek in hoofdzin) vel {DT}; het was gezellig ~ Petriy vertrokken was (omdat P. nu weg is, wordt het gezellig): ef vel meldo [ek] olla, Petriy pratilme; Lerdu ging vioolspelen ~ ik binnenkwam (het beginpunt vh vioolspelen valt samen, of direct na, het moment dat ik binnenkom): Lerdu vel finna beri vjolamerre ek, gress arfinilme fes;
  3. (=toen: duratief, evtl met dt ra in hoofdzin) vel {DT}; het was gezellig ~ Petriy vertrokken was (geen relatie tussen P.'s vertrek en de gezelligheid): ef vel meldo [ra] olla, Petriy pratilme; Lerdu speelde viool, ~ ik binnenkwam (geen relatie tussen mijn binnenkomst en het moment dat Lerdu viool gaat spelen): Lerdu vel vjolamerra ra, gress arfinilme fes.

nadeel:: net-ypro {C}; in het ~ van: qu ef achmm rifo (met ideoantoniem karakter); ; ten nadele van iemand: qu raster iyc.

nadelig:: nadelig/onvoordelig zijn||voordelig zijn: lnte {Uid}; .

nadenken:: ~ over: kuramiypare {K}; zonder na te denken (gedachteloos/roekeloos): qufs {I}; zonder ~ (machinaal): mipertosiy {I}; een ogenblik ~: eft miype-tiyn {C}.

nader:: meanelira {I}; ~/bij elkaar brengen (fig): chabre {K; gst= chapp; vdw= chapor}; het ~ brengen: chabros {C}; je moet dit boek ~ bestuderen: tu armtstdert meanelira dena mimpit.

naderen:: (lett) chabrte {K}, brte {K} (arch/poe); (dichterbij komen: terwijl men/het al in de buurt was) tare {U}; (fig) crane {K}; de tijd nadert: ef fort crane.

naderhand:: (=achteraf) blefrs {I}.

nadering:: (lett) chabrtos {C}; (fig) cranos {C}.

nadien:: (=sindsdien) er k; erdo {I} (dl= Liftka/Brr).

nadoen:: (=imiteren) imitere |..je| {K}, kerrpaine {K}; iemands stem ~: kerrpjle {K}; hij doet Elsa's stem na (imiteert Elsa): do kerrpjle Elsa; iemands bewegingen/gebaren ~: kerrutre {K; gst= kerrutt}.

nadraaien:: (machine: nog een tijdje blijven draaien) poire-blef {U}.

nadreunen:: (nog enige tijd blijven dreunen) crubune-blef {U}.

nadrogen:: (nog eens goed [af]drogen) kponje-blef {K; gst= kponn-blef; wst= kpon[j]-blef}; het ~: kponjos-blef {C}.

nadruk::

  1. (herdruk v boek) minkabi {C};
  2. (fig: accent) purfa {C}, armtabaritos {A}; ~ leggen op (betonen): purfille {K}, armtabarite {K}; het ~ leggen: purfillos {A}.

nadrukkelijk:: (=pregnant) purfatiy {I}.

nadruppelen:: (nog enige tijd blijven druppelen) jepse-blef {E}.

naftaline:: nftalynn {S}, ytterhydra {S}.

nagaan:: (lett: volgen) kafsompe {K}; (fig) xnebre {K; gst= xnepp}; kun je ~! (stel je toch eens voor!): bare armt ef cre!.

nagedachtenis:: lemns-mpos {A}.

nagel:: (aan vinger/teen) kl {C}, g {C}.

nagelkruid:: gewoon ~: Benedictiy-krutt {C/S} (L. Geum urbanum).

nageltor:: (soort coloradokever) kl-snerf {C} (L. Leptinotarsa aurata).

nagemaakt:: kratiy {I}.

nagenoeg:: vluf dus holfe (afk= v.d.h.).

nagerecht:: (dessert) dfer {C}.

nageslacht:: minuproje {C}.

naheffing:: (=navordering: v belasting) minhf {C}; voor fiscale termen, zie .

naef:: (=kinderlijk) prlaqut {I}.

najaar:: (=herfst) mond {C}; merf {C} (arch/dl= Centraal-Berref); in het ~, elk ~: mondtas {III}.

najaarsbeurs:: merfsan {C}.

najagen:: (lett: =achternazitten) tukstfarte |..ksf..| {K}; (fig) kuravende {K}.

najaging:: (lett) tukstfartos |..ksf..| {C}; (fig) kuravendos {K}.

nakijken:: (verifiren/opzoeken) zerfare {K}; (controleren [en corrigeren]) queffe {K}; het ~ (controle): queffos {A}; (met de ogen volgen) blefzerfe |..fs..| {K}.

nakomeling:: (erfgenaam) pirzovatjen {C}.

nakomen:: (zich houden aan) crupjce {K}; nakomen||verzaken (plicht ed): rmanne {Kid}; .

nalaten:: (iets niet doen) fesitrre [beri/den] {K; gst= fesitr}; (gewoonte/plicht) mipsrte {K}; het ~ (gewoonte/plicht): mipsrtos {A}; (na overlijden) kurapnze {K}.

nalatenschap:: kurapnzos {C}, tokuramos {C}.

nalatig:: rexu {I}.

nalatigheid:: rexuiy {A; mv=enk; rs= rexute}.

naleven:: cmerre {K}.

naleving:: cmerros {A}.

nalopen:: (lett) farte-minkr {K}; (fig: behartigen, controleren) llate {K}.

namaak:: (=imitatie) imitao {C}; (=nabootsing) friyovvos {C}; ~ (schijn): to {PX.zn/add} (prod bij zn; minder prod bij add, vgl er).

namaken:: (=nabootsen) friyovve {K}.

name:: ten ~ van: fes ef quanka rifo (afk= feqr); met ~ (vooral): messe {III}, kat {I}, kimor {I}; met ~ als (zeker/vooral als): messe fara; met ~ genoemd: kimoriy {I}.

namelijk:: (te weten) tiffelira {III} (afk= t/lira); (ofwel) flge k (afk= f.k.); (met andere woorden) gress-reppe |ges-| {III} (afk= gr.r.).

Namen:: (stad in Belgi) Namiyrn {G}.

namens:: (in naam van) qun {VZ}; ik wens je geluk ~ mijn hele familie: gress jurestiye tu qun sener pij fatasr.

Namibi:: Namibiy {G}.

Namibir:: Namibiyno {Cef}.

Namibisch:: (bv) namibiy {IIef; mv=enk}; ~e vrouw: Namibiyna {Cef}.

Napels:: Napoliy {G}; Napoll {G} (arch).

napraten:: (zeggen wat een ander zei) kurapjle {K}; het ~: kurapjlos {C}; (nog een tijdje blijven [om te] praten) pjle-blef {U}.

nar:: lf {C}.

narcis:: aliy {C}, jerre {C} (L. Narcissus pseudonarcissus); witte ~: blakker aliy (L. N- poeticus).

narcotica:: (verdovende middelen) druge {C}, tomissis {C/S}.

narekenen:: (ter controle) note-h {K}; (opnieuw berekenen omdat het zeker is dat de berekening niet klopt) note-kaf {K}.

narennen:: zyle-minkr {K}.

narigheid:: k {Aef}, pryltiy {A; mv=enk}; (=ellende) pr {C}; (=leed) krsta {SC}; iemand die altijd ~ ondervindt: krsta-slaviy {C}.

nasaal:: (zn; neusklank: m, n) nesos {C}.

naschrift:: (PS) dfo-mux {C} (afk= DM).

naschrijven:: (=overschrijven) kerrstinde {K}.

naslagwerk:: jesmip {C}.

nasleep:: (fig) trunn {C}.

nasmaak:: flge-ls {C}.

naspeuren:: (=onderzoeken) crzvoge {K}.

naspeuring:: (=onderzoek) crzvogos {A}.

nat:: oo {I}; ~ zijn: ooe {U; gst= oo[t]}; het zilte ~ (= de zee): ef sel wik; nat||droog: nriy {Iid}; .

natekenen:: prsizare {K}; (overtrekken: op transparant papier) mitadrave {K}.

natie:: spiratso {C} (gehele bevolking die de staat vormt).

nationaal:: aquonda {I}.

nationaliseren:: (tot staatsbedrijf maken) cmpande {U}.

nationalisering:: (het tot staatsbedrijf maken) cmpandos {A}.

nationalist:: aquondatjen {C}.

nationalistisch:: (politieke opvatting) naonalistise {I}.

nationaliteit:: aquondatiy {C}.

natrium:: natrym {S}.

nattigheid:: ~ voelen (lont ruiken): ef melde mip ef covent.

natura:: in ~: fara ming gaf.

naturaliseren:: zamprare {K}.

nature:: van ~: fry ef ar.

naturel:: (=puur; onvermengd/ongerept) emlot {I}.

natuur:: ar {C}.

natuurbeschermer:: ar-ziller {C}.

natuurgebied:: ar-ternn {C}; zie ook Natuurgebieden in .

natuurgetrouw:: arer {I}.

natuurkunde:: fysika {C}.

natuurkundig:: fysikaiy {I}.

natuurkundige:: fysiker {C}.

natuurlijk:: (vlgs de natuur) ariy {I}; (normaal: vlgs de natuur) nrmala {I}; (vanzelfsprekend) pirandoka {III}, doka {III} (spr); ja ~ (jazeker): fpjf {I}; ~e grens: traiy-fini {C}.

natuurreservaat:: (nationaal park) zille-are {C; rs= ..-aret} (afk= ZA); zie ook Natuurreservaten in .

natuurschoon:: ar {C}, ar-tonn {C}.

natuursteen:: ciykolini {C/Sef}.

natuurstenen:: (v natuursteen gemaakt) ciykolini {I}.

natuurverering:: ar-ergs {C} (zoals de Ergynne voorschrijft).

natuurverschijnsel:: ar-enter {C}; wonderlijk ~ (natuurwonder): ar-tiraniy {C}.

natuurwonder:: ar-tiraniy {C}; zie ook Natuurwonderen in .

Nauru:: Naru {G}.

nauw:: eng {I}.

nauwelijks:: (=amper) quoss {I}.

nauwgezet:: (=stipt) viola {I}; (=serieus) viola {I}; priy {I; mv=enk} (arch/dl= West-Liftka); niet ~ (slordig, nonchalant): neviola {I}.

nauwgezetheid:: (=stiptheid) violl {C}; geen ~ (slordigheid, nonchalance): nevioll {C}.

nauwkeurig:: (=haarfijn) engfartiy {I}; (=secuur) ypramiy {I}; ~ te werk gaan: yprame {U}; (=precies) kvpus {I}.

nauwkeurigheid:: (=accuratesse) ypramos {A}; ~ beogen: yprame {U}.

nauwlettend:: remarciy {I}, rvors {I}.

navel:: lepp {C}.

navelstreng:: qugiys {C}.

navertellen:: (vertellen wat reeds eerder verteld/geschreven is) kurarafane {K}.

navigatie:: navigao {C}.

navigatiesysteem:: navi-systemm {C} (zoals TomTom).

NAVO:: Nutter-atlntise Xlaja-rganisao {N} (afk= NAX); NAX {N}.

navordering:: (=naheffing: v belasting) minhf {C}.

navraag:: mitalinnos {C}, linnaros {C}; ~ doen bij: linnare {K}.

navullen:: (nogmaals vullen) rge-blef {K}.

naween:: (=nawerking) mipquglos {C}.

nawerken:: mipqugle {U; gst= mipqugg}.

nawerking:: (=naween) mipquglos {C}.

nazeggen:: reppe-tzjiy {K}.

nazenden:: blefzlbinase |..fs..| {K}.

nazending:: blefzlbinasos |..fs..| {C}.

nazi:: nazi {C}.

nazingen:: chafoste-tzjiy {K}.

Neckar:: (rivier) Neckar {G}.

necrologie:: nekroliy {C}.

nectar:: (vocht uit bloemen) nektr {S}.

nectarine:: (vrucht) nektarynn {C}.

nederig:: dvren {I}.

nederlaag:: sta'inn {C}, kf {C}.

Nederland:: Nelandes {G}.

Nederlander:: Nelando {Cef}.

Nederlands::

  1. (zn: taal) nelant {C};
  2. (bv) nelandes {IIef}; ~e vrouw: Nelanda {Cef};
  3. ~e Antillen: Nelandes-Antills {Gmv}; (bewoner) Nelandes-Antillo {Cef}; (bewoonster) Nelandes-Antilla {Cef}.

nederzetting:: (alg: bewoonde plek) plas {C}; (=fort) frt {C}.

nee:: noft {III}, ne {III} (spr); (na ontkennende vraag) siy {III; [mv=enk]}; kom je niet? nee (ik kom niet): aftel tu nert arfine? siy.

neef:: (zoon v broer/zus) nefwaler = suwaler (sualer) {C}; (anders dan zoon v broer/zus) oluquy {C; rs= oluqute}.

neen:: nee.

neer:: (naar beneden) cor {III}.

neerbuigend:: (fig: =minachtend) ytra {I}.

neerdalen:: (=afdalen) idexme {U}; dalen.

neerdaling:: (=afdaling) idexmos {C}.

neergang:: achteruitgang.

neerhalen:: (kritiek leveren) flmpe {K}.

neerhaling:: (slechte kritiek) flmpos {C}.

neerkijken:: op iedereen ~d (zichzelf superieur voelend): ytraiy {I}.

neerklappen:: (=neervouwen) folte-tgt {K}.

neerkomen:: ~ op (lett): kaftue {K}; ~ op (fig): yae {K; gst= yat; vdw= pya of regelm.}; dat komt op hetzelfde neer (dat is lood om oud ijzer): ef yae ef t.

neerkrabbelen:: scare {K}.

neerleggen:: pilde {K}; het ~: pildos {C}; (fig) hij heeft de beschuldigingen naast zich neergelegd: do ef rgyrosz paine fesdu ef rofaakora.

neerslaan:: (met knuppel of vuist) knte {K}; (v opstand) corbyte {K}; (vd ogen) pildare {K}, ideese {K}; (v chemische stof) rkfe {U}.

neerslachtig:: riplsa {I}; (=bedrukt) pidde {I}.

neerslachtigheid:: riplsa {Aef}.

neerslag:: (regen/hagel ed) overcho {C}; (chemische afzetting) obiyros {C}; (=afzetting/corrosie/condens) rkf {Sef}; bedekt met ~: rkf {I}.

neersteken:: (met mes) texte {K}.

neerstorten:: (vliegtuig) flfe {U}.

neerstorting:: (vliegtuig) flfos {C}.

neerstrijken:: (lett: vogel) bye {U; gst= byt; vdw= byjet}; het ~ (lett: vogel): byos {C}; (zich vestigen, gaan zitten) kafblfe {U}.

neervallen:: tasse {U}; (op de grond vallen) ef tasse kafonn ef pazzosti; hij valt dood neer: do tasse koffon; hij valt bruusk op de stoel neer: do sge krk kafonn ef ferdu.

neervouwen:: (=neerklappen) folte-tgt {K}.

neerwaarts:: (=omlaag) ryses {III}; tgt {I}; ~e druk: tgtpres | ..gp..| {C}.

neerzetten:: (alg: =plaatsen) srte {K}, obiyre {K}; het ~: obiyros {C}; (op tafel ed) paine-kaf {K}; (opslaan v tent) azere {K}.

negatief:: (zn) tygtjafoto {C}; (bv: =ontkennend) negateff {I}.

negen:: (9) nyn {TW}.

negentig:: tenrn-erg-fr {TW} (=72+14+4); (rekenkundig) nynsa {TW}.

negenvoud:: nyntimiy {C}.

neger:: nyker {C}.

negeren:: co'ifche {Krs; gst= coift; wst= co'if; vdw= co'ifcer}; het ~: co'ifchos {A}; (geen acht slaan op) xliffaene |X| {K}.

negerin:: nykera {C; mv= nyker}.

negering:: xliffaenos |X| {A}.

neigen:: (de neiging hebben om) buge helkara {E}; (fig) ~ tot: bugare {K}.

neiging:: (fig) flectros {A}, bugos {A}; de ~ hebben om: buge helkara {E}, buge beri {U}.

nek:: (=hals) rk {C}.

nemen:: (=pakken) putte {K; vdw= potter}; (v foto) reve {K}; (beschouwen als) werxe {K}; ik neem zijn aantijgingen zeer serieus: gress werxe groft ulotosz lo terat serio ki; ze neemt vaak de trein: eup putte lilt ef treno; tot zich ~ (opnemen): fesubere {K}; uit de zak ~ (vooral uit jaszak ed): idesakoe {K}; het uit de [jas]zak ~: idesakoos {C}; iets voor lief ~: ef putte flaju na quista; het ~: puttos {C}; dat neem ik niet!: gress nert wygce!; hechtenis; vertrouwen.

neo:: neo {PX}; (bijv) liberaal/neoliberaal: liberala/neoliberala.

neoliberaal:: neoliberala {I}.

Nepal:: Nepall {G}.

Nepalees::

  1. (zn: bewoner) Nepalann {Cef};
  2. (bv) nepall {IIef}; Nepalese vrouw: Nepalana {Cef}.

Neptunus:: Neptunes {N}.

nerf:: (v blad) nerfiy {C}.

nergens:: flme {I}; hij interesseert zich ~ voor/voor niets: do sen [nert] interesere armt flj = do sen interesere armt nf tiyns.

nering:: (=bedrijf) saft {C}.

nerts:: Amerikaanse ~: miynkiy {C} (L. Mustela vison).

nerveus:: (=zenuwachtig) nervoss {I}; (=opgewonden) laterelira {I}.

nervositeit:: (=zenuwen) nervossiy {A; mv=enk}.

nest:: (vrnl v vogel) nesta {C}; hij heeft zich in de ~en gewerkt: do melde zlf ef werviy.

nestelen:: neste {U}.

nestgat:: (in boom) tuforp {C}.

nestkastje:: (tegen boom/muur: voor vogels/vleermuizen) horp {C}.

net::

  1. (zn)
    1. (weefsel met mazen) fiyrk {C}, qundr {C};
    2. (visnet) qundr {C}; de ~ten uitwerpen (visser): qundre {U};
    3. (telefoon/spoorwegen ed) fiyrkos {C}.
  2. (bv)
    1. (=juist) r {III}; (op een haar na) jen wlkn; hij miste nt de lantaarnpaal: do ef mirrtat rytle jen wlkn; ~ ... (=vlak ...): ta ... r {III} (samen met vz); ~/onmiddellijk onder de grond: ta zjoba r ef pazzosti; ~ iets (een beetje: voor een trap v verg): vlo {II}; Jns auto rijdt ~ iets sneller dan de mijne: Jnex ef oto ufire vlo vita terat dus ef kostiy paine; net zo'n ... als: eft loiy ... lo; ik heb ~ zo'n/een zelfde broek gekocht als jij aanhebt: gress eft loiy bof lorerde lo tu lelperre-armt; ~ zo als (lijkend op): lo {VZ}; Mariy praat ~ als een politicus (ze is GEEN politicus): Mariy chaquinde lo eft politiycera; evenals; zomin;
    2. (=netjes) (ordelijk/beleefd/verzorgd) tiyt {I}; (=schoon) svriy {I; [mv=enk]}; (keurig/behoorlijk/gepast) pena {I}; ~ aangekleed: por {I}; niet ~ (onzindelijk): nesvriy {I; [mv=enk]}.

netel:: notte {C}.

netelcel:: prola-sel {C}.

netelig:: (=hachelijk) tel {I}, fegg {I}; (=lastig) mltefiy {I}.

netheid:: tiytiy {A; mv=enk}.

netje:: (om iets in te stoppen of te verpakken): qundrlot {C}; een ~ sinaasappels: eft qundrlot lef quariycs.

netjes:: (ordelijk/beleefd/verzorgd) tiyt {I}; (=schoon) svriy {I; [mv=enk]}; (keurig/behoorlijk/gepast) pena {I}; ~ aangekleed: por {I}; niet ~ (onzindelijk): nesvriy {I; [mv=enk]}.

netnummer:: (kengetal: v telefoon) interhor {C}; zie ook Netnummers in .

netspanning:: (officile benaming) elektrisitiy-miltefiy {C}; elmiltefiy {C} (afk= elmil of EM).

nettenboeter:: qundr-nier {C}.

netto:: nett {I}.

netvlies:: (oog) retina {C}.

netwerk:: (relaties/computer ed) tofiyrk {C}.

neuken:: stude {K} (vulg), rke {K} (vulg), esse {K} (vulg; in samenstellingen vaak afgekort tot S, met de betekenis "seks", zoals S-bar = seksclub).

neukpartij:: (=geneuk) studos {C} (vulg), rkos {C} (vulg).

neurin:: nyrne {U}; (zachtjes zingen) mebje {U; gst= mepp}.

neurologie:: nuroliy {C}.

neuroloog:: nurolche {C}.

neus:: nes {C}; de ~ snuiten: nesclne {U}; rode opgezwollen ~ (drank/verkoudheid): slf-nes {C}; iemand bij de ~ nemen (foppen): xozjare rast {K}; ef cye raster gl scl.

neusgat:: wiyft {C}.

neushaai:: nes-haje {C} (L. Lamna nasus).

neushoorn:: rinosers {C}.

neutraal:: nutraliy {I}.

neutraliteit:: nutralitiy {C}.

neutrino:: nutrino {C}.

nevel:: bt {C/S}; (=mist) douba {C/S}; (mistslierten boven moerassen) gc {S}; er hangt een dikke ~: ef doube graviy.

nevelig:: (=mistig) neldiy {I; [mv=enk]}, doubiy {I}.

nevelsliert:: bta {C}; ~en (boven moeras): gc {S}; (beschenen door de [volle] maan) dro {C; mv= drs}.

nevelzwam:: bta-chnt {C} (L. Lepista nebularis).

neven:: (bij/ondergeschikt) nef = su {PX}; (expliciet ernaast) ata {PX}.

nevenschikken:: (taalk) atakoffe {K}; ~d voegwoord: atakoffe-yplemerer {C}.

nevenschikking:: (taalk) atakoffos {C}.

nevenvertrek:: nefmittus = sumittus {C}.

nevenvorm:: (een vorm die naast een andere vorm bestaat) atavobaros {C}.

Nevis:: Nevis {G}.

New York:: Nie-York |-jrk| {G}.

Nicaragua:: Nicaracc {G}.

Nicaraguaan:: Nicaracann {Cef}.

Nicaraguaans:: (bv) nicaracc {IIef}; ~e vrouw: Nicaracana {Cef}.

nicht::

  1. (dochter v broer/zus) nefsto = susto {C}; (anders dan dochter v broer/zus) fla {C};
  2. (homoseksueel) gy {C} (pop); dvf {C} (pej).

nicotine:: nikotynn {S}.

niemand::

  1. (enk) (geen mens) rste {ZV; gnp= rster; rs= rst}; rst {ZV} (dl= Ales/Jelafo); (in spr evtl met extra ontkenning nert); ~ kan zoiets goedkeuren: rste [nert] quistarec fitaju; ~s jas mag in de gang hangen; ~ mag zijn jas in de gang hangen: rster kas menkeratog fes ef tult; ~ behalve/dan Petriy: Petriy ur rste;
  2. (mv) (niets en/of niemand) nfs {ZV; gnp= nfse; gnz= nfsr; rs= nfes}; het was doodstil, van ~ was enig geluid te horen: ef meldo ryje-lirdef, nfser mabysz kettelira nuto; (gnz nfsr wordt ook gebruikt bij referentie aan zowel personen als zaken:) van niets of ~ was enig geluid te horen: nfsr mabysz kettelira nuto.

nier:: (orgaan) snul {C}.

niertjes:: (om te eten) snultiyse {C/S}.

niesbui:: (=genies) estos {C}.

niesen:: este {U}.

nieskruid:: stinkend ~: afdrah-krutt {C/S} (L. Helleborus foetidus).

niet::

  1. (alg) nert {III} (staat VOOR het predicaat dat ontkend wordt:); hij zal ~ komen: nert arfine do; ik wil de krant ~ lezen: gress nert trempavy ef quiyrda; hij zal zich ~ wassen, omdat ...: do sen nert di vel luktu, ...; (als het predicaat een infinitief bevat, ontkent nert dit infinitief:) ik probeer om ~ te lachen: gress nert trije beri obezjere; (vgl) ik probeer ~ om te lachen: gress nert trije, den [gress] obezjere; het is beter om ~ te roken: ef nert melde gulder beri uokke;
  2. (emfatisch) noi {III} (mag zowel VOOR als ACHTER het predicaat geplaatst:) hij komt NIET: do arfine noi = do noi arfine; (als tegenstelling v wel = iftam:) ik ga [wel] naar de bioscoop en Jn ~: gress vende iftam helkara ef dokerat ur Jn noi;
  3. (bepalingen bij "niet") absoluut ~ (geenszins): pasoami {I}; beslist ~ (allesbehalve): pasot {III}; echt ~ (zeker niet, beslist niet): quista noi; helemaal ~ (in genen dele): net-kat {III}; maar ~ (een langdurige/moeizame geschiedenis): nert ... quista liyrs; de verkoop wil maar ~ vlotten: ef pbaros nert pnze quista liyrs eft stala; hij wil het maar ~ vertellen: do nert rafanavy ef quista liyrs; meestal ~: alo noi; misschien ~: noi curmel; ook ~ (evenmin): iygte {I}; noi kerru; over het algemeen ~: gei noi; stellig ~: noi g; toch al ~: noi uss; vaak ~: lilt nert;
  4. ("niet" als bepaling) ~ altijd: noi riyfain; ~ n: nf effer {OV} (enk-semc/abstr; stoff; mv); hij heeft ~ n boek: do lelperre nf effer mimpits; ~ eens: calyje noi; ze voelde het ~ eens: eup orenplo ef calyje noi; ~ of nauwelijks: noi ur quoss; ~ vaak: noi lilt; ~ waar! (welnee!): otse noi! = otse noft! {III}; ~ zo: niye {III; mv=enk}; ik vind zijn tekening ~ zo mooi/minder mooi: gress cnsidere groft dravos lo niye hord;
  5. (idioom) is 't ~? (h?: na aftel-vraag, bedoeld om een bevestiging ve vermoeden te krijgen): klojs?; je bent [toch] van plan om een nieuwe auto te kopen, ~?: aftel tu ytende beri lorerde eft kleter oto, klojs?; Elsa is gauw moe, vind je ~?: aftel Elsa hmbae gesvint, klojs?;
lang 4; maar; meer B; nog; zo 1/4.

niet-drinker:: (=geheelonthouder) (schr) uttjl {C}; (spr) nert-pliyfonatjen {C}.

nietig:: jafayst {I}; (=onbeduidend) prx {I}; (=futiel) fljtiy {I}; ~ zijn (onbeduidend zijn): fitajute {U}.

nietigheid:: (=futiliteit) fljter {C}; (=kleinigheid) fitajutiy {Aef; mv=enk}.

nietigverklaring:: nejuftos-declaros {A}.

nietje:: (in papier) raes {C}.

nietmachine:: raes-parat {C}.

niet-roker:: (iemand die niet rookt) nert-uokkatjen |-wo..| {C}.

niets:: flj {ZV; gnz= fljcr; rs= fljte}; (enk: in spr evtl met extra ontkenning nert) ik zei ~: gress [nert] reppo flj; hij interesseert zich voor ~/nergens voor: do sen [nert] interesere armt flj = do sen interesere armt nf tiyns; ~ zal er overblijven als men iets verwoest: kurame flj, stus di tjestrofilme flajue (rs!); ~ dan narigheid: pryltiy ur flj; het ~ (vacum): fljiy {Aef; mv=enk}; (samen met zelfst gebruikt add) er staat ~ interessants in dit boek: nf mesa tiyns melde fes dena mimpit; er is ~ moeilijks aan: nf diffiyk tiyns melde lef ef; iets voor ~ (of zonder uitwerking) doen (nutteloze handeling verrichten): quze [beri] {U}, quzere {U} (arch); hij maakt zich voor ~ boos: do quze beri vrontese; ik heb de brief voor ~ geschreven: gress ef letra quze beri stinde; dat is ~ voor jou (niet aan jou besteed): ef nert melde n tu; ik geloof er ~ van: gress hozve nf tiyns; ik weet van ~: gress tiffe nf tiyns; helemaal ~: nert r tiyn; nog ~: str ... flj; voor ~ (gratis): yze {I}; voor ~ (tevergeefs): rikorfiy {I; [mv=enk]}; niet voor ~ (terecht): iyziy {I; [mv=enk]}; het is niet voor ~ dat ik ...: ef melde noi furt flj, den gress ... (er is een goede reden waarom ik ...; gn lira-constructie!); niks; niemand 2.

nietsnut:: ts {C}, musl-larder {C}; (onbelangrijk/onbetekenend persoon) vumene {C}.

niettegenstaande:: ~ ... (in weerwil van ...): ... st ef uros = st ef uros frpj ... (vz-uitdr) (afk= .e.u.); ~ het slechte weer ging hij uit: ef tild wnzol st ef uros, do mipvendo = do mipvendo st ef uros frpj ef tild wnzol.

niettemin:: ni {III}.

nieuw:: kleter {I}; klet {I} (arch); nieuw||oud: hops {Iid}; .

nieuwbouw:: clobjiyt {C}.

Nieuw-Caledoni:: Nie-Caledoniy {G}.

Nieuw-Caledonisch:: (bv) nie-caledoniy {IIef; mv=enk}.

nieuweling:: (=beginneling) finnatjen {C}; (iemand die net gekomen is) meaner {C}.

nieuwigheid:: kletera {C}.

nieuwjaar:: kleterzemp {C}, niezemp {C}.

nieuwjaarsdag:: kleterzempof {C}, niezempof {C}.

Nieuwjaarsdag:: Kleterzempof {N} (officile feestdag, winkels beperkt geopend).

nieuws:: (=nieuwsbericht) kletertiyn {C}; (=bericht) tden {C}; in het ~ komen te staan: ef sette kaf ef kletertiyn; zie ook Nieuws in .

nieuwsbericht:: kletertiyn {C}.

nieuwsbrenger:: (=boodschapper) tden-dragjer {C}.

nieuwsbrief:: kleterafiy {C}.

nieuwsgierig:: cryg {I}, piptif |pitif| {I}.

nieuwsgierigheid:: crygiy {A; mv=enk}; ~ met onzekerheid (Erg): tiyffte {S}.

nieuwtje:: (wetenswaardigheid; spr) nets-tustu {C}.

Nieuw-Zeeland:: Nie-Zeelandes {G}.

Nieuw-Zeelander:: Nie-Zeelando {Cef}.

Nieuw-Zeelands:: (bv) nie-zeelandes {IIef}; ~e vrouw: Nie-Zeelanda {Cef}.

Niger:: Nigriy {G}.

Nigerees::

  1. (zn: bewoner) Nigriyno {Cef};
  2. (bv) nigriy {IIef; mv=enk}; Nigerese vrouw: Nigriyna {Cef}.

Nigeria:: Nigeriy {G}.

Nigeriaan:: Nigero {Cef}.

Nigeriaans:: (bv) nigeriy {IIef; mv=enk}; ~e vrouw: Nigera {Cef}.

nihil:: (=nul) zer {TW}.

nijd:: (sterke haat) orgt {Aef}; vol ~ (haatdragend): orgt {I}.

nijdig:: (erg kwaad) aingry {I}; ~e vrouw (ruziezoekend wijf): west-boert {C}.

nijgen:: (lett: buiging maken) roe {E; gst= rot}.

nijging:: (lett: =buiging) roos {C}.

Nijl:: Nila {G}.

nijlpaard:: prusot-blof {C} (L. Hippopotamus amphibius).

nijpend:: (gebrek) chfelira {I}; (gebrek/koude) grpiy {I}.

nijptang:: chiypafex {C}.

nijver:: (=noest) ustut {I}.

nijverheid:: yrnula {C}, dreuteren {C}.

nikkel:: (metaal) vliyto {Sef}; van ~ gemaakt (nikkelen): vliyto {I}.

nikkelen:: (van nikkel gemaakt) vliyto {I}.

niks:: (afkeuring) ik vind dat [helemaal] ~: na gress mittof melde [pij] pinkos; (goedkeuring: dat is heel wat) dat is niet ~: ef melde noi eft velp hon; (het tegendeel blijkt waar) ik dacht dat ik je een plezier deed, maar ~ hoor!: gress miypa, gress joiy quglelira n tu, [t]ur nf scrl hents; niets.

nimf:: nimpf {C}.

nimmer:: (=nooit) kv[e] {III}, bzovy {III}; zoals ~: iyrte {I}; nog.

nippen:: (met kleine slokjes drinken) smege {K}.

nis:: (inham: in muur) mr {C}; een ~ IN de muur: eft mr MIP ef krur.

nitraat:: nitratiy {S}.

nitriet:: nitritiy {S}.

Niue:: Nijue {G}.

niveau:: nivo {C}; van ~ (hoogstaand): yrsmriy {I}; van ~ zijn (gehalte hebben): oare {U}.

noch:: ~ ... ~: tje ... frn {VG} (uitsluiting); ~ Drys ~ Nest kan (enk!) komen: tje Drys frn Nest arfinecos (mv!).

nodeloos:: kvt {I}.

nodig::

  1. (=noodzakelijk) nestiy {I}; [hoog]~ (wat ~ gedaan moet worden): lamir {I}; een hoognodige schilderbeurt: eft lamir verfutos; zo ~ (desnoods): nestiyelira {III};
  2. ~ zijn: (zaak zijn om) nestiye [beri] {U}; het is ~ dat hij komt: do nestiye beri arfine; het is ~ dat je meehelpt: tu nestiye beri crtire-ral; er is veel geld ~ (met nadruk op doel waarvoor het bestemd is): pert smurf nestiye;
  3. ~ zijn: (behoeven) morde {U}; (verplichte kerndeletie in den-zin:) je bent ~ om mee te helpen: tu morde den crtire-ral; er is veel geld ~ (met nadruk op huidig gebrek): pert smurf morde;
  4. ~ hebben: (behoeven) mennirre {K}; (niet kunnen missen; het moeten hebben van; er niet buiten kunnen: v iets wat je al hebt): nirre {K}; ik heb veel geld ~: gress mennirre pert smurf; we hebben het geld zo hard ~: kirro mennirre jazy graviym ef smurf; het huis heeft een schilderbeurt ~: ef srt mennirre ef verfutos; Alas heeft het toerisme ~ (moet het hebben van het toerisme: Alas leeft al van het toerisme, maar zou niet zonder kunnen): Alas nirre ef jola-tupplipos; (vgl) Alas heeft het toerisme ~ (er is nu [nog] geen toerisme in deze stad): Alas mennirre ef jola-tupplipos;
  5. ~ maken: riffe perkos n; het geldgebrek maakt bezuinigingen ~: ef nsmurfe riffe perkos n huarosz;
  6. ~ (noodzakelijk) worden: nestiyare {U};
  7. ~ vinden: (gewenst achten) jche [beri/den] {K; vdw= jchet}.

noemen:: kimore lo {K}; zij noemt haar poes Pluisje: eup kimore sener df lo Pluss; terloops ~ (aanstippen): rlnte {K}; niet ~ (overslaan): psere {K}; Petriy wordt niet genoemd (ze slaan Petriy over): ps psere Petriy; met name genoemd: kimoriy {I}; genoemd.

noemenswaardig:: niet ~: nert rlnt'kurre {I}.

noemer:: (=onderste getal in een breuk) spert-bas {C}.

noest:: (=nijver) ustut {I}.

nog::

  1. (alg) velk {I}; (bovendien) ~ 3 andere mensen: velk 3 lelpiru veldurs; ~ een keer (=nogmaals): h {I}; wil je ~ een pilsje?: aftel tu bladide eft h bjerr?; ~ maar, ~ slechts: velk tuffianto; ~ altijd/steeds: alt {III}; ~ altijd iemand: alt rast = lte rst[e]; ~ altijd iets: alt flaju = lte flj; ~ nooit/nimmer: lt[e] {III}; ~ wel (zo lang als het duurt): stra {III}; de zon schijnt ~ wel (maar het ziet er naar uit dat het spoedig betrekt): ef kbo nle stra; alleen ~ maar: ne'ma velk; hij durft alleen ~ maar met zijn moeder boodschappen te gaan doen: do dare beri pnze lebetjusz ne'ma velk nosef ef sientur; natuurlijk weet ik ~ wel hoe je heet: pirandoka gress tiffe velk jazy, kluft tu pe ef; ook ~, verder ~ (bij een opsomming): kerru fit; een collectie schilderijen en ook ~ wat oude boeken: eft colyos rifo platirane ur kerru fit gopirus liftkar mimpits; niets; straks; veel;
  2. (met "niet"): ~ niet (maar later wl): str[e] {III}; ~ lang niet: pij str[e]; ~ net niet (het scheelt niet veel of ...): hae {III} (arch); ~ [steeds] niet (wat je wel zou verwachten): noi alt {III}; halverwege de wandeling zijn we ~ niet moe: holfplepiy ef promirret kirro melde str hmba (maar wellicht zijn we n de wandeling wel moe); na de lange wandeling zijn we ~ steeds niet moe: mintof ef paqur promirret kirro melde noi alt hmba (we hadden verwacht moe te zijn, maar dat is niet zo).

noga:: noga {S}; stuk ~: nogatiyn {C}.

nogal:: armtzerfelira |andzer..| {I}; har ef tork (afk= h.e.t.); deze auto is ~ langzaam: dena oto melde har ef tork lftquar.

nogmaals:: h {I}.

nok:: (v dak) rstiym {C}.

nokbalk:: (v dak) spinner {C}.

nomade:: (=zigeuner) nomde = nomte {C}.

nominaal:: nominale wortel (taalk: niet-afgeleid en niet-samengesteld substantief, zoals srt = huis): tiyn-moftos {C}.

non:: (RK) nuna {C}; (Erg) rifiy {C}.

non-actief:: idetnror {I}; op ~ stellen: idetnre {K}.

nonchalance:: (=achteloosheid) brenjer {A; mv=enk}; (=onverschilligheid) eargiy {A; mv=enk}; (onzorgvuldigheid) nelabinriy {C}; (slordigheid, geen nauwgezetheid) nevioll {C}.

nonchalant:: (achteloos) brenjiy {I; [mv=enk]}; (onverschillig) earg {I}; (onzorgvuldig) nelabinr {I}; (slordig, niet nauwgezet) neviola {I}.

non-descript:: (moeilijk te beschrijven) holfatiy |hof..| {I}.

nonsens:: (=onzin) nonsens {C; mv/rsmv= nonsenses}.

non-stopprogramma:: emmettle-progrm {C}.

nood:: pk {C; mv= pken}; in ~ verkeren: prap kette kaf pk; geen ~ (er is niets aan de hand): noi perkaliy.

noodgebied:: pk-are: {C; rs= ..-aret} (afk= A) (administratief gebied in Spok waar alle hulp bij calamiteiten centraal gecordineerd wordt); zie ook Noodgebieden in .

noodgedwongen:: nexiy {I; [mv=enk]}.

noodgeval:: perkaliy {C}; in ~len (in geval van nood): pkami {I}.

noodhulp:: (hulp bij nood) pk-crtiyr {C}, perkaliy-crtiyr {C}; (tijdelijke werkkracht) nefrmer = surmer {C}.

noodlanding:: nexiy arkos {Cef}.

noodlijdend:: (=behoeftig) kaba {I}.

noodlot:: fatl {SC}, jftiy {A; mv=enk}.

noodlottig:: (=fataal) jft {I}, bovte {I}, pentaliy {I; [mv=enk]}; ~/fataal ongeluk (met dodelijke afloop): pentaler {A; mv=enk}.

noodoplossing:: nexiy hchos {C}.

noodrantsoen:: (=noodvoorraad) sagag {S}.

noodrem:: moplariy-prams {C}.

nooduitgang:: moplariy-lumb {C}.

noodvoorraad:: (=noodrantsoen) sagag {S}.

noodweer::

  1. (=afweer) devendos {C}.
  2. (hevig onweer) wst {C}.

noodzaak:: nestyc {C}, perkos {A}.

noodzakelijk:: (=nodig) nestiy {I}; ~ (nodig) worden: nestiyare {U}.

noodzaken:: (=verplichten) perkoe {K}; (sterker dan perkoe) perkefe {K; vdw= perkef}.

nooit:: (=nimmer) kv[e] {III}, bzovy {III}; (met nadruk) nert ... kv; zoals ~: iyrte {I}; bijna ~ (heel zelden): pij lendiy; ik heb [nog] ~ zoiets gezien: gress nert zerfa fitaju kv; meer B; nog.

Noor:: (man uit Noorwegen) Nrgann {Cef}.

noord:: nutter {I}.

noordelijk:: nutter {I}.

noorden:: nutter {Aef}, wna {C}; in het ~: armt nutter; fes wna (afk= f/w); in het ~ van Hirdo: Hirdo armt nutter = armt nutter fes Hirdo; ten ~ van: nutter {VZ} (plaats); fes wna (afk= f/w); ten ~ van Hirdo: nutter Hirdo; A ligt ten ~ van B: A melde rifo B fes wna; ten ~ langs: nutter-lango {VZrs} (richting); wij rijden ten ~ langs Hirdo: kirro ufire nutter-lango Hirdoe.

noordenwind:: (die naar het zuiden waait) idener {C}.

noorderbreedte:: nutter-trn {C} (afk= NTr).

noorderlicht:: ysnurptat {C}.

noorderling:: (bewoner v Teujan; evtl ook vd noordkust v Berref/Liftka) nutter-zrer {C}.

noorderzon:: met de ~ vertrekken: ef vende helkara ef budn; ef prate tjg Jl Vogily.

noordkant:: langs de ~: nutter-lango {VZrs} (richting); wij rijden Hirdo aan de ~ voorbij: kirro ufire nutter-lango Hirdoe; aan de ~: nutter-ovap {III}.

Noord-Korea:: Nutter-Korea {G}; Korea- (en afleidingen).

noordoost:: ~[elijk]: nutter-opper {I}.

noordoosten:: nutter-opper {Aef}, jag-wna {C}; in het ~: armt nutter-opper; fes jag-wna (afk= f/jw); ten ~ van: nutter-opper {VZ} (plaats); fes jag-wna (afk= f/jw); A ligt ten ~ van B: A melde rifo B fes jag-wna; in het ~ van Hirdo: Hirdo armt nutter-opper = armt nutter-opper fes Hirdo; ten ~ van Hirdo: nutter-opper Hirdo.

noordpool:: nutter-ys {C}.

Noord-Vietnam:: Nutter-Vietnm {G}; Vietnam- (en afleidingen).

noordwest:: ~[elijk]: wefot-nutter {I}.

noordwesten:: wefot-nutter {Aef}, rikbi-kbotass {C; geen mv}; in het ~: armt wefot-nutter; helkara rikbi-kbotass (afk= h/rkk); ten ~ van: wefot-nutter {VZ} (plaats); helkara rikbi-kbotass (afk= h/rkk); A ligt ten ~ van B: A melde rifo B helkara rikbi-kbotass; in het ~ van Hirdo: Hirdo armt wefot-nutter = armt wefot-nutter fes Hirdo; ten ~ van Hirdo: wefot-nutter Hirdo.

Noordzee:: Nutter-zee {G}.

Noorman:: (=Viking) Viken {C}.

Noors::

  1. (zn: taal) nrgnda {C};
  2. (bv) nrge {IIef}; ~e vrouw: Nrgana {Cef}.

Noorwegen:: Nrge {G}.

noot::

  1. (vrucht) nut {C}.
  2. (voet/eindnoot) nt {C}; (muziek) notos {C}; hij heeft veel noten op zijn zang: do pliyfonavy mip pert wete.

nootmuskaat:: ablbane {S}.

nopen:: ~ tot (noodzaken): perkefe {K; vdw= perkef}; de crisis noopt tot drastische maatregelen: ef crisiy perkefe tnessteriyn xatjesms.

nopens:: betreffend; betrekking 3.

nopje:: in zijn ~s (verguld): kifrelira {I}; in zijn ~s zijn met (ingenomen zijn met): nlape {K}.

nor:: (bak/bajes) qundr {C} (pop), mrt {C} (pop).

norbertijn:: (mnl lid v RK kloosterorde) nrbertino {C}.

Norfolk:: Norfolk {G}.

norm:: rn {C}.

normaal:: (natuurlijk: vlgs de natuur) nrmala {I}; ~ gesproken (normaliter): presr-molaiy {III; [mv=enk]}; gewoon.

normalisatie:: rnos {A}.

normaliseren:: rne {K}.

normalisering:: rnos {A}.

normaliter:: (normaal gesproken) presr-molaiy {III; [mv=enk]}.

normatief:: rnst {I}.

nors:: (=bars) siytine {I}, krem {I}; een ~ gezicht: eft azino-fronta {C}.

nota:: (=rekening) nota {C}; officile ~ (memorandum): tgafiy {C}.

nota bene:: nota bene! (NB): tiffaren! (afk= TFF).

notariaat:: notarrseren {C}.

notarieel:: notariela {I}; notarile akte: notarrs-kt |-tt| {C} (mv: |-tts|).

notaris:: notarrs {C}; zie ook Wetten in .

notenbalk:: notos-lnt {C}; (met noten) telefonos-lftsta {Cmv} (pop/iro) (5 parallelle lijnen; wordt vergeleken met bovengrondse telefoondraden waarop vogels zitten).

notenboom:: nuts-vildul {C}, tonut {C}; Japanse ~: cubu-vildul {C} (L. Ginkgo biloba).

notendop:: nutlot {C}.

notenhout:: nut {Sef}; van ~ gemaakt: nut {I}.

notenwijn:: zoete ~ (van Lomky): svegt {S}; een glas ~: eft svegt {C}.

noteren:: (=opschrijven) kafstinde {K}; (=aantekenen) mue {K}; het ~: muos {C}.

notie:: (=begrip) stint {C}; geen ~ nemen van (negeren): co'ifche {Krs; gst= coift; wst= co'if; vdw= co'ifcer}.

notitie:: (=aantekening) kafstindos {C}, muos {C}, mu {C}.

notitieboekje:: notimip {C}; (=schrift) pnt {C; mv= pntiylo}.

notoir:: (algemeen bekend) kuraknf {I}.

notulen:: tonotit {C}.

nou:: nu.

novelle:: nov {C}.

november:: nofembry {Cef} (afk= nf of nof).

nozem:: bbr {C}.

nu:: (alg) ral {I}; (=thans) it {III}, xlm {I} (arch/poe); ~ eens ... dan weer: xs ... it {VG}; ~ eens regent het, dan weer schijnt de zon: xs ef bidale, it ef kbo nle; zo ~ en dan: rpf fes fort (afk= .f.f.); (met nadere specificatie) vanaf ~ (=heden): hurtos ral ef ralo; (=vandaag) hurtos ral lelmo tof; (=dit ogenblik) hurtos ral rmentos; (=dit jaar) hurtos ral lelmo zemper (enz); ~ al: ralpip {III}; ook ~ weer: al ral; ~ [sinds]: ral er; er ral; ~ hij dood is ...: ral er do melde koffon ...; er ral do melde koffon ...; (=nou: vergoelijkend, afzwakkend) wat doe je nou?: tu paine jazy kluft?; toen 3.

nuchter:: (niet onder invloed v drank/medicijn) mxy {I}; (reel/met realiteitszin) kponmiypiy {I}.

nucleair:: nucleerr {I}.

nuf:: (verwaand meisje) nrede {C}.

nuk:: (=gril) dvrda-lappos {C}.

nul:: nf {TW}, zer {TW}; ~ huizen (gevolgd door ENKELvoud): zer srt; de temperatuur zakt tot 5 graden onder ~: ef plilder monente tukst 5 tjens helkara vrust.

nummer:: (getal) hor {C} (afk= HR of ); ~ van [Spok] identiteitsbewijs: identihor {C} (afk= IH of i.h.); (muziek-/goochel-/dansnummer ed) stgtiyn {C}; ze woont op ~ 13: eup zre fes hor 13.

nummerbord:: (ihb: autokenteken) horm {C}; zie ook Nummerborden in .

nummeren:: nmpe {K}.

nummering:: nmpos {A}.

nut:: hc {Aef}; (=baat) mncros {A}; ~ hebben (=zin hebben): splnje {Upr; gst= splnt}; het heeft geen ~ om te komen: ef sen nert splnje, den tu arfine; ~ hebben om (lonen om): pjge beri/den {U; vdw= pjg}; dat heeft geen ~; het heeft geen ~ om dat te doen: mittof nert pjge beri paine; zijn ~/sterkte/kracht tonen: ofe {U}.

nutteloos:: (=onnuttig) net-hc {I}; (=ijdel/ledig) m hc; nehc {I} (arch/poe); hce {I} (dl= Liftka); nutteloze handeling verrichten (iets voor niets of zonder uitwerking doen): quze [beri] {U}, quzere {U} (arch); hij leidt een ~ (asociaal) leven (hij vergooit zijn leven): groft poiros quze.

nutteloosheid:: (ledigheid) nehciy {A; mv=enk}; (Erg: ijdelheid/ledigheid) quilist {SC}.

nuttig:: hc {I}.

nuttigen:: (gebruiken: vrnl v voedsel/drank) lelde-luft {K}; (drinken v sterke drank) pnte {K/U}.

nylon:: nln {Sef}; van ~ gemaakt: nln {I}.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO