Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

m:: {SX.add > mv v add op iy of lira}

  1. (als add bepaling vormt bij predicaat in mv) do chaquinde choffiy ps chaquinde choffiym: hij spreekt rumoerig zij spreken rumoerig; do sen ocrme simajelira ps sena ocrme simajeliram: hij gedraagt zich achterbaks zij gedragen zich achterbaks; ef knurfel vende lmiym minkr ef jakmses: het water stroomt dromerig langs de velden;
  2. (als add bepaling vormt bij een attributief add, dat op zijn beurt een bepaling vormt bij zn in mv) ef graviy flifados efanty/ef graviym flifados efantys: het zeer aardige kind/de zeer aardige kinderen;
  3. (als attributief add een bepaling vormt bij een genitief in mv) ef zliym efantyser gmbl: de bal van de verwende kinderen; ef kluriym knurfelecr mabys: het geluid van het kabbelende water.

:: (= [m]) {afk} myle.

:: ([m] = ) {afk} myle.

m.:: {afk} monentink.

ma::

  1. {DT} (reden/oorzaak) doordat, omdat, daar, aangezien; ef oto ~ sliyso, ef mirras ooilme: de auto slipte doordat de straten nat waren; ef oto ~ sliyse, ef mirra meltilme kol dus?: als de auto slipt, hoe moet de weg dan wel niet zijn?; gress ~ tinde fesrt, ef bidalilme: ik blijf thuis omdat/daar het regent.
  2. {afk} mai.

mabys:: {C} geluid; klank.

mabysare:: {K} overstmmen (meer geluid maken).

mabyslot:: {C} knaldemper, knalpot (aan auto).

mabyspaaf:: {C} geluidsscherm (langs [spoor]wegen).

mabys-riff:: {C; mv= ..-riffs} geluidsbron.

mabys-riffs:: {mv} mabys-riff.

mabysta:: {C} geluidssterkte, volume.

mabys-uln:: {C} geluidsbarrire; n.

mabys-tin:: {C} geluidssterkte.

macau:: {IIef} Macaus (bv).

Macau:: {G} Macau.

Macauna:: {Cef} Macause vrouw.

Macauny:: {Cef} Macauer.

MacCawly:: {F} (Eng).

macett:: {C} maquette, model op verkleinde schaal.

Macett-arnkas:: {N} "Modelspoorwegen" (maandblad voor de treinhobbyist); .

mache:: {K} aanbevelen, aanprijzen (alg); voordragen (v persoon).

mache-p:: {I} aanbevelenswaardig.

macher:: {C} voorvechter, aanbeveler.

macheram:: {C} voordracht[slijst] (lijst met aanbevolen personen).

machiyg:: {C} (lett) kerfstok.

macho:: |mato| {I} (bv) macho (overdreven stoer/mannelijk).

machoer:: |matower| {C} (zn) macho (man die zich overdreven stoer gedraagt).

machoos:: |matowos| {C} macho-gedrag.

machos::

  1. {C} specialiteit, aanbevolen gerecht (in restaurant).
  2. {A} aanbeveling, aanprijzing; voordracht; voorspraak; fes groft ~: op zijn voorspraak; fes ef ~ rifo rst (vz-uitdr): op voorspraak van iemand; fry ~ pai (vz-uitdr): op aanbeveling van.

Mclajoh::

  1. {F}.
  2. {G} (eilandje voor de Kina-kust, in de Hurt-straat); Beltsrt; .
  3. {W} .
  4. {N} (vuurtoren; gemeente Ekkrey); .
  5. {N} (badhotel op gelijknamige eilandje); .
  6. {N} (camping); .

Macr:: {F}.

madagsker:: {IIef} Malagassisch (bv); van/uit Madagaskar.

Madagsker:: {G} Madagaskar.

Madagskera:: {Cef} Malagassische vrouw.

Madagskero:: {Cef} Malagassir.

Maderra:: {G} Madeira.

mdre:: {K; gst= mtt} (lett) gladstrijken; (fig) vereffenen.

Madrid:: |madrit| {G} Madrid.

Madrid-mirra:: |madrit-| {W} .

mdriy:: {I} effen, vlak, glad; sluik (v haar); vlak, weinig uitgesproken (v smaak).

mdriye:: {K} (lett) vlak maken, effen maken, afvlakken, effenen.

madriy-zlako:: {C} gladde slang (L. Coronella austriaca).

mdros::

  1. {C} het gladstrijken.
  2. {A} (fig) vereffening (ook fiscale term); .

Mastjiy-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Tejho); .

me:: {K; gst= mt} aanduiden.

mer:: {C} (taalk) determinant.

Mfelazytteh:: {F}.

Mff:: {F}.

mfty:: {C} wimper; lef blfor ~s: met geloken ogen.

mafure:: {U} ~ n: razen tegen, tekeergaan tegen.

mafuros:: {C} razernij.

mafurt:: {I} razend, woedend.

mafurte:: {U} ~ n: woedend zijn op.

mgazynn:: {C} tijdschrift.

Mgazynn furt ubara n ubara-crbatt:: {N} "Tijdschrift voor voedsel en voedselvoorziening"; .

Mgdalena:: {M} Magdalena.

Mgdalena-greel:: {N} (doorwaadbare plaats in de Mgdalena-knurfel); .

Mgdalena-knurfel:: {G} (beekje); .

Mgdalena-piylgrem-poh:: {C} "Mgdalenabedevaart" (bedevaart naar de Mgdalena-bron, elk jaar op 15 mei); .

Mgdalena-plezuvyty:: {N} Mgdalena-riff.

Mgdalena-riff:: {N} (heilige bron tussen Mena en Tona armt ef Grt); .

mgel:: {gst} mgle.

Magelhas:: {F}.

mager:: {IIef} Hongaars (bv).

Mager:: {G} Hongarije.

Magera:: {Cef} Hongaarse vrouw.

magerise:: {C} Hongaars (taal).

Mager-mirra:: {W} .

Magery:: {Cef} Hongaar.

mgg:: {gst} mgle.

magise:: {I} magisch.

mgle:: {K; gst= mgel of mgg} (Erg) zegenen.

mgle-sproa:: {C; rs= ..-sprt} ennucoriy-sproa.

mgle-sprt:: {rs} mgle-sproa.

mglos:: {A} (Erg) zegen, zegening.

magnesym:: {S} magnesium.

mgnetise:: {I} magnetisch.

mgnett:: {C} magneet.

mgnoll:: {C} gewone magnolia (L. Magnolia X soulangeana).

Mgnoll-mirra:: {W} .

Magrapy-weg:: {W} .

Mgynne:: {F}.

Mhhe:: {F}.

mahonje::

  1. {Sef} mahoniehout.
  2. {I} mahoniehouten, van mahoniehout gemaakt.

mai:: {Cef; rs= matt} (afk= ma) mei.

mai-cnp:: {C} zomerklokje (L. Leucojum aestivum).

maile:: {K} malen (met een molen).

mailos:: {C} het malen, gemaal; hoeveelheid koren die in n keer gemalen kan worden.

main:: {TW} tien.

main:: {PX} alleen; eenzaam; main-.

mainko:: {C} eenmansactie.

mainer:: {C} tiener, teenager.

mainer:: {I} tiental; kaf ~ locts: op een tiental locaties.

main-hent:: {TW} vijftig; ~-r: eenenvijftig (enz).

Main-hent-rsen:: {N} (motel; gemeente Lelko); .

mainjacispiratso:: {C} alleenheerschappij.

mainka:: {C} solo (in muziek); do stge fara ~: hij treedt solo op.

mainkel:: {C} kluizenaar.

mainkeler:: {C} solist (muziek).

mainkelot:: {I} alleen; eenzaam.

mainkelta:: {C; mv= ~s} soliste (muziek).

mainkeltiy:: {SC} individualisme (vrnl Erg: het alleen-zijn en je niet bemoeien met anderen, zoals de Ergemip voorschrijft; dit is de 1e mennmart).

mainkloitoh:: {C} zelfstandige, iemand met een vrij beroep.

mainkloitoh-glfiy:: {C} particulier bedrijf, privonderneming.

mainklot:: {I} zelfstandig.

mainklotiy:: {A; mv=enk; rs= mainklottt} zelfstandigheid.

Mainklotiy ur Jolaiy:: {N} (afk= MaJo) "Zelfstandigheid en Vrijheid" (politieke partij); .

mainklottt:: {rs} mainklotiy.

Mainkul:: {G} (dorp; gemeente Tustia).

mainlozstjemm:: {C} (persoon) alleenvertegenwoordiger; (zaak) alleenvertegenwoordiging.

mainmeldiy:: {I} alleenstaand.

Mainnurps:: {G} (dorp; gemeente Michen).

main-prsa:: {TW} duizend.

main-perst:: {I} (fig) duizenden.

mainrigt:: {C} alleenrecht.

mainstovy:: {C} alleenverkoop.

main-vr:: {TW} vijftien (rekenkundig).

Ma'itte:: {F}.

majek:: {I} ondoelmatig.

majekiy:: {A; mv=enk} ondoelmatigheid.

Majer:: {J}.

majesna:: {S} mazena.

majiys:: {S} mas.

Majiys-plep:: {W} .

majiystiyn:: {C} maskolf.

Majn:: {G} Main (Duitse rivier).

Majn-mirra:: {W} .

Majn-weg:: {W} .

MaJo:: {afk} Mainklotiy ur Jolaiy.

majolica:: {I} majolica.

majoness:: {S} mayonaise.

majr:: {C} majeur (muziekterm).

majora:: {C; mv= ~s} vrw majoor (ook: majoriya); majoriy.

major::

  1. {Cef} volwassenheid.
  2. {I} volwassen (ook fig; bij mensen: voor de Spok wet vanaf 19 jaar).

majoriy:: {C} majoor (land- en luchtmacht); .

majoriy-generala:: {C; mv= ~s} vrw vorm v majoriy-generalo.

majoriy-generalo:: {C} generaal-majoor; .

Majott:: {G} Mayotte.

Makaber:: {F}.

Makedoniy:: {G} Macedoni.

maklu:: {C} poel; ef wlfa'ecos nert wro fes eft verg ~: de ontwikkeling heeft niet stil gestaan.

maklu-fors:: {C} poelkikker (L. Rana lessonae).

maklu-limaciy:: {C} poelslak (L. Lymnaea peregra).

maklutiy:: {I} ondrinkbaar, te vies om te drinken.

mako:: {C} misdrijf.

makosoliyn:: {C} slecht voorbeeld (dat niet het navolgen waard is).

makrel:: {C} makreel (L. Scomber scombrus).

makroniy:: {S} macaroni.

mksm:: {I} maximum (bv); lo ~: maximaal.

mksmiy:: {C} maximum (zn).

makurf:: {C} monster, eng wezen.

makurfiy:: {I} monsterachtig.

mala:: {C} banket, feestmaal.

Malfta-mirra:: {W} .

Malst:: {F}.

malavi:: {IIef} Malawisch (bv).

Malavi:: {G} Malawi.

Malavina:: {Cef} Malawische vrouw.

Malaviny:: {Cef} Malawir.

mlde'uss:: {I} armzalig.

maldiviy:: {IIef; mv=enk} Maldivisch (bv).

Maldiviy:: {G} de Maldiven.

Maldiviyna:: {Cef} Maldivische vrouw.

Maldiviyny:: {Cef} Maldivir.

Mldreevve-mirra:: {W} .

Mldreevve Umyn-Fabrokaliytos:: {N} (afk= MUFa) "Mldreevve Mijn-industrien" (kolen- en pyrietmijn bij Hr-Mldreevve); .

Malek-grg:: {W} .

Males:: {F}.

malesise:: {C} Maleis (taal).

Maless:: {J}.

Malessa:: {Cef} Maleisische vrouw.

malessiy:: {IIef; mv=enk} Maleisisch (bv).

Malessiy:: {G} Maleisi.

Malesso:: {Cef} Maleisir.

Malett::

  1. {M}.
  2. {N} (Bergparel-B&B in Prio); .

mali::

  1. {C} vetzucht, neiging om dik/vet te worden.
  2. {IIef} Malinees (bv).

Mali:: {G} Mali.

Malina:: {Cef} Malinese vrouw.

Maliny:: {Cef} Malinees (bewoner).

maliy:: {C} lunch, koud middageten.

Maliy::

  1. {F/J}.
  2. {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Riysbo); .

maliy-bar:: {C} lunchroom (zelfbedieningszaak).

Maliy Cofert-bibliotekke:: {N} (gecombineerde Universiteits- en Stadsbibliotheek te Zest); .

Maliy Cofert-plep:: {W} .

maliy-cnserto:: {C} lunchconcert.

Maliyster:: {F/J}.

Maliyster Cats TC:: {N} (uitgeverij in Hirdo); .

Mlm:: {F}.

malo:: {C} maillot; panty.

Malo:: {G} (dorp; gemeente Hier); (DOM 157).

malod:: {C} muziek, melodie; ef riffe ~: stemmen (v muziekinstrument); eup riffe ~ fes sener vjola: ze stemt haar viool.

malodatjen:: {C} componist.

malod-bjiyc:: {C} stemvork.

malode:: {K} componeren (muziek schrijven).

Malodeeatjen-kah:: {W} .

Malodeeatjen-mirra:: {W} .

Malodee-lirrotiy:: {W} .

Malodee-teatriy:: {N} (beroemd concertgebouw uit 1861 in Hoggebim); .

Malodee-weg:: {W} .

malodlot:: {C} jukebox.

malod-entf:: {C} accompagnement.

malodtiy:: {I} muzikaal.

Maloryn:: {M}.

-mlp:: {SX.c > c} schoon; aangetrouwd; familielid/vriend/relatie van de andere huwelijkspartner; (bijv) frera-mlp: zwager; frint-mlp: vriend van iemands echtgenoot/echtgenote; sientur-mlp: schoonmoeder; strettn-mlp: rivaal, medeminnaar.

mlta:: {IIef} Maltees (bv).

Mlta::

  1. {G} Malta (eiland).
  2. {N} (pakhuis in Hoggebim); .

Mltana:: {Cef} Maltese vrouw.

Mltany:: {Cef} Maltees (bewoner).

mltefe:: {K} bemoeilijken, moeilijk[er] maken.

mltefiy:: {I} moeilijk, lastig, ingewikkeld, netelig.

mltefos:: {A} bemoeilijking.

Mltes-mirra:: {W} .

mltise:: {C} Maltees (taal).

mlva:: {C} [groot] kaasjeskruid (L. Malva sylvestris); presr ~: klein kaasjeskruid (L. M- neglecta).

mlva-flyddere:: {C} aardbeivlinder (L. Pyrgus malvae).

Mamet:: {N} Mohammed.

mameter:: {C} mohammedaan.

Mamstara-ark:: {G} (beschermd natuurgebied; gemeente Troebasrt); .

mmp:: {C} kwinkslag, geestige opmerking.

mmpa:: {I} geestig, grappig.

maml:: {C} zoogdier.

mn::

  1. {C} (poe) mens; man.
  2. {DT} mniy.

mnal:: {C} dorsmachine, mangel.

mncer:: {gst} mncre.

manceste::

  1. {Sef} fluweel.
  2. {I} fluwelen, van fluweel gemaakt.

Manceste:: {G} (arch) Manchester.

mancestefsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} fluwelen lap/stof.

mancestefste:: {mv} mancestefsto.

mancestefstott:: {rsmv} mancestefsto.

Manceste-plep:: {W} .

manceste-tiffug:: {C} fluweelpootje (eetbare paddenstoel) (L. Flammulina velutipes).

mncre:: {E; gst= mncer} baten.

mncros:: {A} het baten; baat, nut, winst; ef putte flj fara ef ~: iets te baat nemen; (financieel ook vaak in enk:) ef mul melde hupster terat dus ef ~: de lasten zijn groter dan de baten.

mncros-ur-mul:: {C} baten en lasten.

mncros-ur-mul-analyses:: {mv} mncros-ur-mul-analyss.

mncros-ur-mul-analyss:: {C; mv= ..-analyses} (afk= MuMA) kosten-batenanalyse.

mandarina:: {C} mandarijn (vrucht).

mandatiy:: {C} mandaat.

Mnderfit:: {F}.

Mandiyffa:: {G} (beek; gemeente Ozaneto a/e Leije); .

mandolynn:: {C} mandoline.

Mndyra:: {J}.

mner:: {C} bedrijfsleider, manager (v filiaal ed).

Mner:: {J}.

Mner Rigt:: {N} (Bergparel-hotel in Amentlestu); .

manerst:: {I} (fig) tientallen.

manes:: {C} oord, burcht (ook v dassen); (in eigennamen ook wel) domein, landgoed; Manes-.

Manes-:: {PX} (afk= Ms.) (tot 1668: toevoeging voor Spok plaatsnaam als deze plaats stadsrechten krijgt); (bijv) Manes-Pmn, Ms.Sjeny; manes.

Mnes::

  1. {F}.
  2. {J} Manus.

manesater:: {C} (in Spok: adviseur in het adviserend lichaam vh gemeentebestuur; maness.

Manes-Bec:: {G} (stad in Flenazjekk).

Manes-Bnr:: {G} (stad in Tjemp).

Manes-Craje:: {G} (dorp; gemeente Manes-Fer).

Manes-Frg:: {G} (dorp; gemeente Klalb); (DOM 133).

Manes-Fer:: {G} (stad in Jelafo).

Manes-Fija:: {G} (stad in Ales).

Manes-Half:: {G} (stad op Teujan).

Manes-Hll::

  1. {G} (dorp; gemeente Bref).
  2. {N} (klein vliegveld; gemeente Papije); .

Manes-Laer:: {G} (stad in Neze).

Manes-Laer-Pnt::

  1. {W} (buurtschap); .
  2. {N} (station).

Manes-Pjeufiy:: {G} (stad in Tjemp).

Manes-Pmn:: {G} (stad in Ziyp); (DOM 181).

Manes-Puriy:: {G} (stad in Neno).

Manes-Rafille:: {G} (dorp; gemeente Hafonis).

Manes rifo ef Knurfel-mjl:: {N} Ef Manes rifo ef Knurfel-mjl.

Manes-Seftiyla:: {N} "Kerktoren" (Bergparel-hotel in ors); .

Manes-erbn-belt:: {G} (dorp; gemeente Gasky).

Manes-Sjeny:: |-eny| {G} (stad in Munt).

Manes-Slit:: {G} (dorp; gemeente Knolbol); (DOM 95).

maness:: {C} (in Spok: adviserend lichaam binnen de ytstostenlen ("gemeentebestuur"), bestaande uit 20 tot 50 manesaters ("adviseurs"), waarvan de monerc ("burgemeester") voorzitter is).

Manes-Tol:: {G} (stad in Bloi).

Manes-Toniys:: {G} (stad in Litii).

Manes-Tts:: {G} (stad in Munt).

Manes-Uoff:: |-woff| {G} (dorp; gemeente ebantiy).

Manes-rcas:: {G} (stad in Neze).

Manetaler:: {F}.

Manetaler TC:: {N} (uitgeverij in Conityje); .

Manet-mirra:: {W} .

Manfiyne-weg:: {W} .

mngo:: {C} mango (vrucht).

Manhattan:: {N} (internationale disco in de Gca-wijk te Hirdo, in 1999 en 2000 volgens velen de hipste zaak vd hoofdstad); ; (DOM 36).

manifestao:: {C} manifestatie.

manifestiy:: {C} manifest (voor lading op schip).

mniy:: (= mn) {DT} (reden/oorzaak) doordat niet, omdat niet; ef ialefs ~ melde jejn, ef bidalilme nzja-fort: de oogsten zijn schraal, doordat het geruime tijd niet geregend heeft; eup ~ rofone, eup kettilomit pai Jn enn ef mimpit: zij is boos, omdat Jn haar het boek niet geeft.

mann:: {vdw} manne.

mannare:: {K} vervullen (v ambt/functie).

mannaros:: {A} ambtsvervulling.

mannt:: {C} terechtstelling.

mannte:: {K} terechtstellen; (obj evtl in rs-vorm om extra dramatisch aspect aan de terechtstelling te geven).

mannatjen:: {C} uitvoerder, executeur; maker (uitvoerder ve kunstwerk).

manne:: {K; vdw= mann} uitrichten, uitvoeren, volbrengen, verrichten; betalen, voldoen (v rekening); ef ~ eft spe: (deftig) een speech houden; ef ~ ef molfit-svimos: borstzwemmen (ww); ef ~ ef temp-svimos: rugzwemmen (ww); ef ~ ef loff: borrelen, borrel drinken.

mannos:: {C} uitrichting, uitvoering, volbrenging, verrichting; betaling, voldoening.

manof:: {C} volbrenging (v zware taak).

Manf:: {F/J}.

manofer:: {C} (afk= Mf.; semi-officile titel) (iemand die het universitaire pre-kandidaatsexamen afgelegd heeft; na 1-2 jaar).

manofera:: {C; mv= manofer} (vrw "manofer"); (iro) verpleegster die haar eerste lijk heeft afgelegd.

Manf Hrta-Jateuvi-mirra:: {W} .

Manf Jstiy-Makaber-mirra:: {W} .

Mnpees:: {J}.

Mnpees Spyndre-weg:: {W} .

Mnsti-woedenn:: {G} (ravijn bij Flipa); .

Mnt:: {G} (stad in Bloi).

manta:: {C}

  1. (geografisch) gewest, regio, landstreek (als economische/historische eenheid, niet administratief); (vaak in een samenstelling met een nadere geografische bepaling) ef Tsjok-manta: de Tsjok-regio; ef opper-zutter ~: de zuidoosthoek;
  2. (afk= Mt) (juridisch) paragraaf, lid (v wetboek ed).

manta-aptoppat |-ato..|:: {Crs; mv/rsmv= ..-aptoppest} streekmuseum.

manta-aptoppest:: {mv/rsmv} manta-aptoppat.

manta-gert:: {C} (his) veldwachter; (nu) politie[agent] op het platteland.

manta-gert-srt:: {C} politiebureau[tje] op het platteland of in dorp.

Mantahynne:: {G} (eilandje in Ef Tragam); .

mantaiy:: {I} gewestelijk; provinciaal.

Mantaka:: {N} (autoveer); .

Manta-museem rifo Crelco:: {N} (museum in Crelco); .

manta-musm:: (= manta-muzm) {C} streekmuseum.

manta-muzm:: {C} manta-musm; muzm.

Manta-pt:: {W} .

manta-prodk:: {C} streekproduct.

Manta-strett:: {G} (zeestraat tussen Mantahynne en Bloi); .

Manta-strettka:: {N} (autoveer); .

manter:: {C} burggraaf.

Manter:: {C} (afk= Mt.) ~ X-Y: Hooggeboren Heer X-Y (aanspreektitel burggraaf; als adellijke titel).

mantera:: {C} burggravin.

Mantera:: {C} (afk= Mta.) ~ X-Y: Hooggeboren Vrouwe X-Y (aanspreektitel burggravin; als adellijke titel).

Mantiyc:: {F}.

Mnt-mirra:: {W} .

Mantsjoks:: |manoks| {F}.

Mantsjks:: |manks| {F}.

Mantsjx:: |manks| {G} (dorp; gemeente Hildi); (DOM 119).

Mantsjx-vender:: |manks-| {W} .

manuhynne:: {IIef} van het eiland Man; Manks.

Manuhynne:: {G} Eiland Man.

mos:: {C} (alg) aanduiding; (ihb) sleutel (in muziek).

Mpberiy-plep:: {W} .

mapyre:: {U} (vrnl lett) winnen, de overwinning behalen.

Maquarta:: {F/M}.

Maquerta:: {M}.

Maquerta-kl:: {G} (bergpas in Ziffon/Lafter-gebergte; 672 m hoog); .

maquijl:: {C} roverij; roof.

maquijle:: {K} roven.

maquijlos:: {C} roofmoord.

Maquijlos:: {N} (boektitel); .

maquijy:: {C}

  1. (persoon) rover.
  2. (vogel) kiekendief (L. Circus); blotter ~: blauwe kiekendief (L. C- cyaneus); grist ~: grauwe kiekendief (L. C- pygargus); miterus ~: bruine kiekendief (L. C- aeruginosus).

maquipoh:: {C} strooptocht, rooftocht.

maqulira:: {I; mv=enk} berooid (geen geld/bezittingen); (-lira is GEEN tdw-sx!).

maqurfiy:: {C} baker, babyverzorgster.

maqute::

  1. {K} verzorgen; een dienst verlenen mbt tot iets; kirro ~ ef pij terrafanos: wij verzorgen de gehele begrafenis.
  2. {U} dienst verlenen; een bepaalde service geven.

maqutnolac:: {C} dienstvoertuig (jur: brandweer, ambulance, leger, politie, vuilniswagen enz); .

maqutos:: {A} dienstverlening: bepaalde service geven; verzorging.

maqutos-siyclo:: {C} dienstverlenende sector.

mar:: {afk} mare 2.

mara::

  1. {Cef} nachtduivel.
  2. {I} duivels, duivelachtig.

Marafaniy:: {G} (stad in Ales).

mara-mut:: {C} schurft (huidziekte).

mars:: {C} (alg) kleur; (mbt papier) kantlijn, marge; (ihb) toon (v stem).

marseren:: {C} coloriet, kleurstelling, kleursysteem.

marsiy:: {I} gekleurd (met n [hoofd]kleur).

-marsiy:: {SX.zn > add} kleurig, in de kleur van; (bijv) jstep-marsiy: mosterdkleurig, mosterdgeel; kursuus-marsiy: bloedrood.

Mars-oftian:: {W} (stadswijk in Hirdo); .

marst:: {I} kleurig, vol kleuren.

Mars-plep:: {W} .

marstate:: {K} schakeren (kleuren).

marstatos:: {C} schakering (v kleuren).

marsttzerfi:: |..dzerfi| {C} caleidoscoop (lett/fig).

mars-teatriy:: {C} kleurenspel.

mars-televio:: {C} (afk= M-TV) kleurentelevisie.

Marsz:: {N} (boektitel); .

mart:: {C} (gebod of conclusie zoals omschreven in de Ergemip; de 4 belangrijkste marts worden mennmart genoemd); (sprkw) ef leste ef ~t (rs!) nosef ef iynk-splkke (rs!): het kind met het badwater weggooien; .

Mart:: mart.

Maravyll:: {F}.

Marazze:: {J}.

mrc:: {C; mv= merc} merk, handelsmerk ; [goede/slechte] aantekening.

marcat::

  1. {Sef} brokaat.
  2. {I} brokaten, van brokaat gemaakt.

mrce:: {K} merken, van een merk voorzien.

Mrces:: {N} (hippodroom bij Br); .

marceses:: {mv} marcess.

marcess:: {C; mv= marceses} markies (adellijk persoon).

Marcess:: {C} (afk= Mc.) ~ X-Y: Hooggeboren Heer X-Y (aanspreektitel markies; als adellijke titel).

marcessa:: {C} markiezin.

Marcessa:: {C} (afk= Mca.) ~ X-Y: Hooggeboren Vrouwe X-Y (aanspreektitel markiezin; als adellijke titel).

mrcos:: {C} merking, het van een merk voorzien.

Mrant:: {F}.

Mare:: {F}.

Mrelso-korda:: {N} (Erg kerk bij Prusotpnt; gemeente Jajes); .

Mareo:: {F/J/M}.

Mares:: {F/J}.

mareset:: {gst} marestje.

marest:: {III} ef tinde ~: opblijven, niet naar bed gaan.

marestje:: {K; gst= mareset} waken over.

marestjer:: {C}

  1. (persoon) bode; dienaar; vazal.
  2. (vlinder) page; brr ~: eikenpage (L. Quercusia quercus); roffiy ~: berkenpage (L. Thecla betulae).

mrg:: {C} (alg) marge; (ihb) [weg]berm.

Margareth:: {M} (Eng).

mrgarynn:: {S} margarine.

Margem:: {G} (dorp; gemeente Leffy).

Mrgra:: {M} Margaretha.

Mrgret:: {M} Margriet.

mrgretta:: {C} margriet (L. Chrysanthemum leucanthemum).

mrg-roji:: {C} kanttekening (fig); ef obiyre ~s: kanttekeningen zetten.

-mari:: {SX.c > c} (spr) echtgenoot/echtgenote ve familielid; kost waler-mari: mijn zoon en zijn vrouw; hift nenne-mari: hun kleindochter en haar man.

Maria::

  1. {F/M}.
  2. {N} (Bergparel-hotel in Fietso); .

Maria-mirra:: {W} .

marianare:: {U} ~ armt/n: trouwen, huwen met.

mariane:: {U} ~ [n] (n is vz): getrouwd zijn [met].

mariane-kartafiy:: {mv} mariane-kornin.

mariane-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} trouwboekje.

marianer:: {C} bruidegom; ef ~s (mv!): het bruidspaar.

mariane-tull:: {C} bruidssluier.

Marian-ilesets:: {Gef/mv} Marianeneilanden.

marianor:: {I} getrouwd, gehuwd.

mariansty:: {C} bruid.

mariant:: {C} echtgenoot, gemaal.

marianten:: {C} echtpaar.

marianto:: {C} echtgenote, gemalin.

mariantof:: {C} huwelijksdag, trouwdag, bruiloft.

Mari-belk:: {S} gedroogde vruchten.

Mari-helmy:: {G} (grot; gemeente Alas (TF)); .

mariiy'ass:: {C; mv= mariiy'aster} echtscheiding.

mariiy'aster:: {mv} mariiy'ass.

Mari-mliy:: {G} (ontgonnen heidegebied op Oost-Tigof, tussen Blizer-moeras en Tjokky-gebergte; nu tuinbouwgebied); .

Marina::

  1. {M}.
  2. {N} (Bergparel-B&B in Staef); .

mariner:: {C} marinier.

Mariner-srt:: {W} (buurtschap); .

marimhls:: {C} trouwjapon.

mrip:: {SC} onbewuste/niet bedoelde daad; gress mitapaine ef ~: het hoofd loopt me om.

Maristo:: {N} (uitgeverij in Amahagge); .

mariy:: {C} huwelijk, verbintenis (in de Erg kerk gesloten); (sprkw) ef ~er tibn melde ef maser mn: de kennis van het huwelijk is de mens van morgen (spreuk op een mustknyf).

Mariy::

  1. {F}.
  2. {M} Maria, Marie.

Mariy-Dunjes:: {G} (vogel- en natuurreservaat in de Jele-duinen; gemeente Lenano); .

mariyer:: {C} bruidspaar.

mariyer-sat:: {C} bruidssuite.

Mariy-fonis:: {G} (inham; gemeente Tloer); .

mariy-gien-vassos:: {A} echtbreuk.

mariymit:: {C} trouwzaal (in stadhuis).

Mariy-mliy:: {N} (camping); .

Mariy-neezeeos:: {N} (religieuze huwelijksbezwering); .

Mariy-nes:: {G} (landtong; gemeente Tloer); .

Mariy-nes-mirra:: {W} .

Mariy-nes-wik:: {N} (openluchtbad bij Tloer); .

mariyte:: {I} echtelijk.

Marje:: {M} Marja.

Mrje::

  1. {F}.
  2. {M} Marja.

marjere:: {K} blazen.

marjeros:: {C} geblaas.

mrjft::

  1. {Aef} droefenis, droefheid, mistroostigheid.
  2. {I} droevig, mistroostig.

Marjte-plsj:: {W} .

Mrkalanda:: {Cef} Duitse vrouw.

mrkalandes:: {IIef} Duits (bv).

Mrkalandes:: {G} Duitsland.

Mrkalandes-mirra:: {W} .

Mrkalando:: {Cef} Duitser.

mrkalant:: {C} Duits (taal).

marks:: {C} heerlijkheid, iets lekkers.

mrket:: {C} (lett) markt; marktplein; (fig) afzetgebied; ef binde rst kaf ef ~: iemand voor gek laten staan.

Mrket:: {W}

  1. (in Tanburo); ; (DOM 82).
  2. (elders); .

mrket-ny:: {C} verkoopprijs.

Mrketeren-buro:: {N} "Bureau voor het Marktwezen" (belangenbehartiging voor de marktbranche; in Blumarr); .

Mrket-koern:: {W} .

Mrket-Kveer-mirra:: {W} .

Mrket-lirrotiy:: {W}

  1. (in Tona a/e Grt); ; (DOM 171).
  2. (elders); .

Mrket-mirra:: {W}

  1. (in Trunschen); ; (DOM 124).
  2. (elders); .

mrket-offerte:: {K} lanceren; op de markt brengen.

Mrket-oftian:: {W} (stadswijk in Zest); .

Mrket-seert:: {N}

  1. (museum in Tlbyre; gemeente Amahagge); .
  2. (restaurant in Tlbyre; gemeente Amahagge); .

Mrket-srt:: {W} .

markiyn::

  1. {Cef} gulzigaard, veelvraat (mens).
  2. {I} gulzig; ~ frints: onafscheidelijke vrienden.

markiyne:: {K} (lett) [op]schrokken; (fig) aanbinden (strijd).

markiyner:: {C} gulzigaard, veelvraat (mens).

mrksistiy:: {C} marxist.

Marlieze:: {M} (Ned).

Mrne:: {G} Marne (Franse rivier).

Mrne-mirra:: {W} .

mrnet:: {vdw} mrne.

Mrne-weg:: {W} .

mrns:: {C} post (bedrag v boekhouding).

mrne:: {K; vdw= mrnet} ~ [beri]: durven, wagen; do ~ ef jump: hij waagt de sprong.

Marocana:: {Cef} Marokkaanse vrouw.

Marocann:: {Cef} Marokkaan.

marocc:: {IIef} Marokkaans (bv).

Marocc:: {G} Marokko.

Mrpen:: {W} (stadswijk in Amahagge); .

Mrpen Arbe-mirra:: {W} .

Mrpen Ef Belt Siyclo:: {W} .

Mrpen Ef Hupster Siyclo:: {W} .

Mrpen Flecs-mirra:: {W} .

Mrpen Husof:: {W} .

Mrpen Knurfel-mirra:: {W} .

Mrpen Koles-siyclo:: {W} .

Mrpen Kolini-mirra:: {W} .

Mrpen Korda-mirra:: {W} .

Mrpen Korda-siyclo:: {W} .

Mrpen Mrket-lirrotiy:: {W} .

Mrpen-mirra:: {W} .

Mrpen Zeces-weg:: {W} .

Marre:: {M} Marieke.

Marre:: {F} (Fra).

Marron:: {F} (Fra).

Marron-mirra:: {W} .

mrs:: {C} mars (muziekstuk).

Mrs:: {N} Mars (planeet).

mrsne:: {K} lachend zeggen, lachend vertellen.

mare::

  1. {C} hooiberg.
  2. {Cef} (afk= m of mar) maart.

Mrsell:: {J} Marcel.

mrere:: {U} marcheren.

Marshall-ilesets:: {Gef/mv} Marshalleilanden.

mrsipann:: {S} marsepein.

mrsipann-missis:: {C; mv= ~a} wortelende vaalhoed (L. Hebeloma radicosum).

mrsipann-missisa:: {mv} mrsipann-missis.

Mrs-mn:: {C} marsmannetje.

Mrs-mirra:: {W} .

Mrs-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeente eftaliy); .

Mrs-plep:: {W} .

Mrst:: {G} (beek; gemeenten Mozent en Quandep); .

Mrst-pt:: {W} .

mart:: {C}

  1. bok (op rijtuig).
  2. lid, schakel (onderdeel v iets).

Marte::

  1. {F}.
  2. {M} Maartje.

Mrte:: {M} Maartje.

martel:: {I} koud; gress melde ~: ik heb het koud.

martelcryr:: {C} diepvries[product].

Martel Delfenn-ager:: {N} (badstrand; gemeente Akm); .

Martel Delfenn-pt:: {W} .

martel-krek:: {C} wintertaling (eend) (L. Anas crecca).

marteltiy:: {C} koude (zn).

marteltiy:: |..l..| {C} verkoudheid; ef mippre ~: een verkoudheid oplopen; ef lelperre ~: verkouden zijn.

marteltu:: |..l..| {I} verkouden (bv).

martel-yvp:: {C} kleinbladige linde, winterlinde (L. Tilia cordata).

Marten:: {N}

  1. (wegsrt langs autoweg M65; gemeente Krsitsi); .
  2. (kasteelrune; gemeente Trents); .

Marten-lemns:: {N} (grafheuvel; gemeente Trents); .

mrtep:: {C} getier, geraas; m ~ = m ~: vanzelf, automatisch, zonder er iets aan te hoeven doen.

martije:: {K; gst= martit} (fig) raken aan; ~ rst: (lett) iemand een hand geven/de hand schudden.

martijos:: {C} raaklijn.

martinec:: {IIef} Martinikaans (bv).

Martinec:: {G} Martinique.

Martineca:: {Cef} Martinikaanse vrouw.

Martineco:: {Cef} Martinikaan.

martit:: {gst} martije.

Mrtsen:: {M}.

mrve::

  1. {Aef} zwakheid, flauwheid.
  2. {I} flauw, zwak[jes] (v licht, stem, bocht); week, zacht (ook v kleuren: niet fel).

mrveare:: {K} [doen] verflauwen, [doen] verzwakken.

mrvelek:: {S} zwakstroom (tot 24 volt).

Marynte-mirra:: {W} .

Marys:: {J}.

Maro-fresta:: {G} (bos; gemeente Twento); .

Maro-klemk:: {N} (klemk; gemeente Twento); .

Marysta-weg:: {W} .

Marzec:: {F} (Fra).

Marzec-lirrotiy:: {W} .

mas:: {III} (alg; schr) morgen, volgende dag; (spr) de dag grenzend aan vandaag (dus gisteren of morgen); ~ trempe gress ef mimpit: morgen zal ik het boek lezen; ~ gress enn ef mimpit trempe: gisteren heb ik het boek gelezen (oorspr was mas een ideoantoniem).

mas-:: {PX} morgen (samen met "deel van de dag"); (bijv) mas-gurt: morgenochtend (4-11 uur); mas-fittas: morgenmiddag (11-17 uur).

ms:: {C} massa.

msalo:: {I} massaal.

ms-medyms:: {Cmv} massamedia.

msce:: {U} pruilen.

mscos:: {C} gepruil.

maecc:: {C} slachtoffer.

Maecc:: {F}.

maecca:: {C} vrw slachtoffer.

mecce::

  1. {K} ~ n: laten horen aan; gress ~ ef kleter CD n Elsa: ik laat Elsa de nieuwe cd horen.
  2. {U} ~ tu flj: iets ten gehore brengen (v lied ed).

mseratjen:: {C} masseur.

msere:: |..je| {K} masseren.

mseros:: {C} massage.

Maert-Opper:: {N} (tankstation langs de M47; gemeente Kreozy); .

Maert-Wefot:: {N} (tankstation langs de M47; gemeente Kreozy); .

masi:: {S} foelie (specerij).

Masipo:: {N} (conservenfabriek in Marafaniy); .

Msiyll-museem:: {N} (gemeente Lasy).

mas-kura:: {III} overmorgen, over twee dagen.

mas-kura-:: {PX} overmorgen (samen met "deel van de dag"); (bijv) mas-kura-gurt: overmorgenochtend (4-11 uur); mas-kura-fittas: overmorgenmiddag (11-17 uur).

maste:: {K} denkbaar zijn, voor te stellen zijn; gress ~ ef tupplip: voor mij behoort de reis tot de mogelijkheden; do nert ~ ef moplariy: hij kan zich het ongeluk niet voorstellen.

mast:: {C} onbewogen persoon, iemand die zich niet van zijn stuk laat brengen.

mst:: {C} mast (op schip).

msta:: {S} holpijp (plant) (L. Equisetum fluviatile).

mast:: {C} degen, dolk.

mstek:: {S} stopverf.

msteksrf:: {C} stuk/homp stopverf.

Mst-mirra:: {W} .

mastro:: {C} chef[kok]; zeer goede kok.

Msyll:: {N} (sieraden gemaakt v kralen, vrnl afkomstig uit Lasy).

Msyll-museem:: {N} (museum in Lasy); .

'mat:: {VZ} (spr); kusamat.

mt::

  1. {C} vlam.
  2. {gst} me.

mataar:: {C} petroleumlamp, olielamp; ef zoverte eft velp ~: blij zijn met een dode mus.

Mataaree-weg:: {W} .

matn:: {C} (arch) vriend; (= matere + mn 1.).

mtape:: {E} slagen (in zaken; in het leven); ~ frpj: slagen voor (examen).

mtapos:: {A} het slagen (in zaken; in het leven; voor examen).

matarija:: {C} tafeltje (klein blad en hoge poten).

Matarija:: {G} (stad in Jelafo).

Matarija/Aflif:: {N} (klein vliegveld; gemeente Matarija); .

mtat:: {C} flakkering (v vlam).

mtt:: {C} (Spok variant v ruwe Gaelic voetbal; verboden geweest 1912-1977); .

mte:: {C} mat, kleed.

mtematyka:: {S} wiskunde, mathematiek.

matere:: {K} (arch) kennis maken met; matere.

materiala:: {I} materieel (bv).

materialo:: {C/S} materiaal, materieel (zn).

materiy:: {S} materie.

mterp:: {vdw} mterpe.

mterpe:: {K; vdw= mterp} afbranden (met branden verwijderen: verf, stoppels, heide ed).

Materrl:: {M} (Peg).

Materrl-plep:: {W} .

Materrl Poji-fresta:: {G} (bosgebied; gemeente Adv; arkdomenn Ef Sinto-Aa); .

Matest:: {J} (Peg).

Mateus-nrcus:: {N} (autoveer op de Caherrte); .

matie:: {K} metselen.

matie-ilba:: {K} dichtmetselen.

matier:: {C} metselaar.

Matilda:: {F/M}.

matios:: {C} metselwerk.

Matisoff:: {F}.

Matisse-mirra:: {W} .

Mtjs:: {J} Matthias.

matliy:: {C} lucht.

Mat:: {F}.

matox:: {I; =mt v trag} [het] minst traag (v begrip); trag.

Mat-Zyu Kveer-mirra:: {W} .

mtrfe:: {E} volharden, doorzetten.

mtrfiy:: {I} volhardend, onverdroten; (niet willen wijken/overgaan) hardnekkig.

mtrfos:: {A} volharding, doorzetting.

mtrs:: {C} matroos.

mts:: {C} vloerzeil, linoleum.

matt:: {rs} mai.

mtt:: {gst} mdre.

Matteriy:: {F}.

Matteus:: {N} (bijbel) Mattheus.

Matyss:: {F}.

Matyss:: {J} Mathijs.

Matyss & Lyna:: {N} (voormalig zangduo); .

m'ne:: {U} zachtjes snurken.

Mavy:: {M}.

Mx:: {J} Max.

Maximylen:: {J} Maximiliaan.

Mx Kerido:: {N} (verf- en glashandel in Amahagge); .

Mazini-lirrotiy:: {W} .

Mazini-mirra:: {W} .

Maziy:: {J}.

Mazu:: {F/J}.

Mazu Chale:: {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Polefi-Jarilo); .

Mazu-plep:: {W} .

Mazyll-fresta:: {G} (bos; gemeente Halaresto); .

Mazyll-lirrotiy:: {W} .

Mazyll-mliy:: {G} (dorp; gemeente Halaresto).

Mazyll-plep:: {W} .

Mazyll-weg:: {W} .

Mazynne-plep:: {W} .

MB:: {afk} Milbo-benc.

M&B:: {afk} Mittus ur Brakest.

Mc.:: {afk} Marcess.

Mca.:: {afk} Marcessa.

McAfee:: {F} (Eng).

McCane:: {F} (Eng).

mch:: {afk} mobile crane hire.

McLowen:: {F} (Eng).

McQuown:: {F} (Eng).

M:: {afk} mul-obiyros.

Meadow:: {N} (discotheek in Asjetto); .

meande:: {C} plas (op straat ed).

Meate:: {M}.

Meaue:: |mue/meuhhe| {G} (stad in Munt); (DOM 47).

Meaue-mirra:: {W} .

meb.:: {afk} mebaror.

mebafa:: {C} geboorte.

mebafa-terrats:: {mv} mebafa-tof.

mebafa-tof:: {C; mv= ..-terrats} geboortedag.

mebare:: {U} geboren worden; gress mebara fes 1966 (= gress melde mebaror fes 1966): ik ben in 1966 geboren.

mebare-kartafiy:: {mv} mebare-kornin.

mebare-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} geboorteakte.

mebare-srt:: {C} geboorteplaats.

mebare-yclmm:: {C} geboortebericht.

mebaror:: {I} (afk= meb.) geboren; gress melde ~ fes 1966 (= gress mebara fes 1966): ik ben in 1966 geboren.

mebarsat:: {C} kraambed.

mebarsjeus:: {C} kraamvrouw.

mebartiy:: {I} jarig.

mebartof:: {C} verjaardag; ef lelperre ef ~: jarig zijn; eft pamel frpj ef ~: een cadeautje voor je verjaardag.

mebartoftas:: {I} op alle verjaardagen.

mebje:: {U; gst= mepp} neurin, zachtjes zingen.

mebjos:: {C} geneurie, zacht gezang.

mcare:: {K} omvatten; geheel omringen (lett).

mcar:: {C} omvang; volume (hoeveelheid ve bepaald product).

mecc:: {gst} mecre.

mecet:: {mv} mech.

mech:: {SX > c; mv= mecet} plas; (bijv) knurfelmech: waterplas, plas water; iynkmech: plas inkt.

Meche:: {J}.

mecher:: {A; mv=enk} onverdraagzaamheid.

mechiy:: {I; [mv=enk]} onverdraagzaam.

mecrn:: {C} (spr) aambeeld; (mecrn is contaminatie v mecre en hecrn); n.

mecrs:: {C} smederij.

mecratjen:: {C} smid.

Mecratjen-mirra:: {W} .

mecre:: {K; gst= mecc} smeden.

mecrequl:: {S} smeedijzer.

mecrequliy:: {I} smeedijzeren, van smeedijzer gemaakt.

Mecrequliyn brjerrs:: {N} (boektitel); .

Mecrequl-museem:: {N} "Smeedijzermuseum" (museum in Laffenet); .

medajiy:: {C} medaille.

medajonn:: {C} medaillon.

medikiy:: {C} dokter, arts; stafiy ~: huisarts.

medise:: {I} medisch.

mediseer:: {I} paramedisch.

medisentrym:: {C} medisch centrum, polikliniek (veelal in ziekenhuis); vgl Medise Sentrym.

Medise Ratt:: {N} (afk= MR) "Medische Raad" (controlerende instantie voor artsen en ziekenhuizen; in alle eilandshoofdsteden; vgl Medisch Tuchtcollege); .

Medise Sentrym:: {N} "Medisch Centrum" (door de gemeente of het district ingestelde groepspraktijk waar men terecht kan voor huisarts, tandarts en apotheek; let op: een Medise Sentrym is altijd een simpele versie ve medisentrym, maar lang niet elk medisentrym heeft de status v Medise Sentrym); ; (DOM 211).

Medise Universitiy:: {N} "Medische Universiteit" (in Ies); .

Mediterann:: {G} Middellandse Zee.

medler:: {C} eentonigheid.

medliy:: {I} eentonig.

mdo:: {S} mede, honingdrank.

medriy:: {S} modder, slijk; ef simue ~ sum rst/flj: kankeren op iemand/iets; ef tinde fes ef ~ [furt gress]: het ontgaat me; het wordt/is me niet duidelijk.

medriye:: {K; gst= medriyt} bemodderen.

medriy-fors:: {C} meerkikker (L. Rana ridibunda).

medriy-hksa:: {C} modderstroom.

Medriy-mirra:: {W} .

medriy-nse:: {C} poelsnip (vogel) (L. Gallinago media).

medriypaaf:: {C} spatbord (v auto); medriy-rpaaf.

medriy-rbity:: {C} bermpje (vis) (L. Noemacheilus barbatulus).

medriyt:: {gst} medriye.

Medriy-tanko:: {G} (duinmeertje; gemeente Titeref); .

Medriy-woes:: {N} (voormalige boerderij; gemeente Puty); .

medriy-ycher:: {C} [grote] baggermolen (op zee).

medriy-rpaaf:: {C} spatbord (v auto); medriypaaf.

Medusa:: {N} (bekend sigarettenmerk); .

medusa-mir:: {C} slingerworm (L. Tubifex tubifex).

medym:: {C} medium (zn).

medyms:: {Cmv} media (radio, tv, kranten, websites ed).

me:: {U; gst= mt} wervelen, kolken.

Meeder:: {J}.

Meejoa Kostoh-plep:: {W} .

me'eke:: {U} (spraak) hakkelen, stamelen; (machine ed) haperen.

me'eke-zlf:: {U} blijven zitten (op school); do me'eko-zlf fes crt dur: hij is in de derde klas blijven zitten.

me'ekos:: {C} (spraak) gehakkel, gestamel; (machine ed) gehaper, hapering.

Me'ekos:: {N} (populair caf in Amahagge); .

Meelfert:: {G} (voormalig dorp, het restant is nu bekend onder de naam Zeces-ksanutos, en is een wijk v Zest).

Meelfert-mirra:: {W} .

Meen:: {G} (stad op Teujan).

Meeniy:: {N} (wegsrt langs autoweg M2; gemeente Milbo); .

Meeniy-pt:: {W} .

Meen/Lapo:: {N} (klein vliegveld; gemeente Meen); .

Meenst:: {F}.

Meer::

  1. {F}.
  2. {G} (stad in Bloi).

Meerca-mirra:: {W} .

Meer-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Manes-Sjeny); .

Meerdr:: {F}.

Meert:: {F}.

Meert:: {N} (camping); .

Meert-weg:: {W} .

Meertiy:: {F}.

Meesmn:: {F}.

Meezem-mirra:: {W} .

Mefa::

  1. {F/M}.
  2. {N} Metaloriff Mefa.

meff:: {gst} mefre.

mefr:: {C} mening; eft ~ kura flj: een mening over iets; ef lelperre querdo ~s: van mening verschillen.

mefr-lodatjen:: {C} opiniepeiler.

mefr-querd:: {C} meningsverschil.

mefre::

  1. {K; gst= meff} betekenen, beduiden, inhouden.
  2. {U; gst= meff} ~ luft: zin krijgen/hebben in.

mefrelira:: {I} (afk= mf.) dat wil zeggen; of te wel.

mefros:: {A} betekenis; fes ef ~ fara: in de betekenis van.

Mefterna:: {F}.

meg:: {afk} megagrma.

mg:: {C} raad (organisatie met raadgevende personen); ef kette ~ n: bevoorrechten.

megagrma:: {C} (afk= meg) ton (1000 kg; eig "megagram").

meganise:: {I} mechanisch.

meganyka:: {C} mechanica, werktuigkunde.

megaprojecc:: {C} megaproject (heel groot).

megg:: {C} opvoering, uitvoering (v toneel, ballet, concert ed); voorstelling (vertonen v film, dia's ed); eft dia-~: een diavoorstelling.

meggafiy:: {C} repertoire.

meggatjen:: {C} speler, uitvoerder (toneel, ballet, concert ed).

megge::

  1. {K} opvoeren, uitvoeren (v toneel, ballet, concert ed).
  2. {Upr} uitgevoerd worden (muziek, toneel ed); ef st sen ~ mas: het stuk wordt morgen uitgevoerd.

meggor:: {I} geforceerd, gewild, gezocht, aanstellerig, krampachtig.

megiycecros:: {A} schroom.

megiye:: {K; gst= megiyt} vrezen, duchten, ontzien.

megiyt:: {gst} megiye.

Megt:: {J}.

Megtert:: {J}.

Megt Kalis-Fandare-pt:: {W} .

Megt Kondor-Gemell-trsrt:: {N} (marien proefstation op Belt-Hurt); .

m.e.h.:: {afk} (= mip ef hent).

mehan:: {C} overloop, balustrade, galerij.

mehn:: {C} (dl= Peg; mehn onder invloed v sx n); mehan.

Mehan-plep:: {W} .

mehiy:: {I; [mv=enk]} gedenkwaardig.

mehiytafiy:: {C} mmoires.

mehiyte:: {C} gedenkteken.

mehiyte-drur:: {C} medaille, gedenkpenning.

Mehiyte-mirra:: {W} .

Mehratjen:: |merratjen| {F}.

Meijer:: {F}.

Mein-lirrotiy:: {W} .

Mej:: {F}.

mjoa:: {SC; rs= mjte} kwade, boze (zn); eft nestiy ~: een noodzakelijk kwaad.

mejje:: {C} "eilandsgouverneur" (in Spok: hoofd ve eilandsbestuur); hzesy.

Mejje:: {C} mejje.

Mejje-weg:: {W} .

mjomiyp:: {I} malafide.

Mejor:: {F}.

mjte:: {rs} mjoa.

Melanja:: {M}.

Melbech:: |melbek|

  1. {F}.
  2. {G} (dorp; gemeente Eterctiy-srt).

Melbech-Kents:: |melbek-| {G} (Erg commune; gemeente Eterctiy-srt); .

Melbech-prc:: |melbek-| {N} (begraafplaats; gemeente Ef chis); .

Melck:: {F}.

meldare:: {K} kosten, bedragen.

melde::

  1. |m/me| {K} (alg) zijn; ef smurf ~ fes eft sanoprof benc: het geld staat op een Zwitserse bank; fara fit meltt: hoe dan ook; (met tdw: geeft eigenschap v persoon/dier aan:) do ~ tokasselira: hij is treiterig/heeft de gewoonte om te treiteren; (vgl) do tokasselira: hij is [op dit moment] aan het treiteren; ps ~ pittelira: ze hebben de gewoonte alles fietsend te doen; (vgl) ps pittelira: ze zijn aan het fietsen; ze zijn met de fiets [gekomen]; ps ~ pittelira wn arfine: ze hebben de gewoonte altijd met de fiets te komen.
  2. |melde| {K} (voorwerp) kosten, bedragen.
  3. |melde| {U} (persoon) verblijven.
  4. |m/me| {U} ~ qu: schelen, mankeren; flj ~ qu gress: ik scheel niets; ~ tsazi: liggen aan (de oorzaak zijn van).
  5. (tdw); meldelira.

Melde:: {F}.

meldelira:: |meldelira/melira| {tdw} (geeft speciale constructie)

  1. vluf ... ~: des te ...; ef tupplip ma melda vluf olla ~, ef kbo nlilme: de reis was des te fijner, omdat de zon scheen; do ma rme vluf ~, do zerfilme ef perkos: hij werkt nu des te meer, omdat hij de noodzaak ervan inziet; fara tu ne ef kapa, eup farte vluf lftquar ~: als je de jonge merrie aanspoort, loopt zij des te langzamer; melde;
  2. ef ~ n ... (n is vz): het gaat om ...; nute-te quista, ef ~ n vilt yjfiy: luister goed, het gaat om je belang; ef ~ n ef kaftaros: het is [nu] te doen om het opletten; het is opletten geblazen;
  3. fitfara ~ (vz-uitdr): op het punt van; qua;
  4. (bij uitroep) wat!; martel ~!: wat is het koud!; pert veldurs ~!: wat een hoop mensen!; (ook in de verl/volt tijd:) pert veldurs meldalira!: wat een hoop mensen waren er!; ~ noi!: dat is niet zo!.

melde-srt:: {C} verblijfplaats.

melde-velp:: {U} leegstaan.

meldor:: {I} verleden, vorig; geweest; gewezen; wijlen.

Meldor Pleko-mirra:: {W} .

meldos:: {C} verblijf, het verblijven.

Meldy:: {N} (keten van cd-winkels); .

Melfes-plep:: {W} .

Melger::

  1. {F/J}.
  2. {N} (supermarktketen); .

melika-kles:: {S} eenbloemig parelgras (L. Melica uniflora).

melkari:: {I} eindelijk, ten slotte.

mel'kurre:: {I} nert ~: onwerkelijk, onwaarachtig.

melle::

  1. {K} (fig) bereiken.
  2. {S} zetmeel.

meln:: {TW} miljoen.

melne:: {C} meloen.

melnerst:: {I} (fig) miljoenen.

melt::

  1. {S} mout.
  2. {I} afgeschaft, afgedankt (eig vdw v melde).

Melter:: {F}.

mltriy:: {I; [mv=enk]} klam, klef.

mem:: {C} mamma.

Memp:: {F}.

mmts:: {C} stut; steunbeer.

mmtser:: {A; mv=enk} stoutmoedigheid.

mmtsiy:: {I} boud, stoutmoedig.

Men:: {G} (stad in Neze).

mn:: {I} recht (niet scheef).

Mena:: {G} (stad in Ziyp).

menah:: {C} kwaliteit (met de nadruk op het product zelf); gress lorertavy eft quista ~: ik wil [een product van] een goede kwaliteit kopen; wtriyn.

Men-belt:: {G} (stad in Neze).

Mendelssohn-mirra:: {W} .

Mender:: {F/J}.

Mender-mirra:: {W} .

Mendoriy:: {F}.

Mendra:: {M}.

menee:: |..ewe|

  1. {K; gst= menet} (fig) uitbuiten, een goed/intensief gebruik maken van; do ~ sener jola forts: hij buit zijn vrije tijd uit; hij besteedt zijn vrije tijd zeer nuttig.
  2. {Upr; gst= menet} goed besteed zijn; ef supsiiy sen ~ furt ef: de subsidie is er goed aan besteed.

meneos:: {A} (fig) uitbuiting; goede besteding; ps ove smurf-meneosz: ze hebben veel geld te besteden.

Menerre:: {J}.

menester:: {C} minister; rtef ~: minister-president.

Menester Fyndyndo-plep:: {W} .

menestert:: {C} (spr/vulg) minister; menester.

menester-tp:: {C} (hoge hoed zoals ministers die dragen); ; (DOM 118).

menester-wlca:: {C} ministertop (topontmoeting v ministers).

menestery:: {C} ministerie (in Spok wordt het kantoor vd minister, zonder alle ambtenaren, bedoeld; een menestery maakt deel uit ve deprtemen).

menet:: {gst} menee.

Megu:: {J} (Gar).

mniy:: {I; [mv=enk]} helaas, ongelukkigerwijze.

menjem:: {S} menie.

menk:: {C} (alg) stuk blik; blikje, busje; (pej/pop) lesbienne, pot (mannelijk type).

menker:: {C} [oor]hanger.

menkerate:: {U} hangen; ef luktsta kponje ur ~: het wasgoed hangt te drogen.

menkerate-berkiy:: {C} ruwe berk (L. Betula pendula).

menk-plyp:: {C} blikopener.

mnkronme:: {I} rechtstandig, loodrecht.

menn:: {PX} hoofd, belangrijkste; menn-; nef; su.

menna:: {I} bedaard.

mennpippol:: {Crs} commissaris van politie.

Mennpipseert:: {N} "Hoofdbureau van Politie" (als instantie); ; (DOM 211).

mennpipsrt:: {C} hoofdbureau van politie (als gebouw).

mennarnka:: {Crs} hoofdspoorweg.

mennarber:: {C} butler (hoofd vd huisbedienden); (verbastering v mennharber). mennarmtat:: {Crs} koplamp (v auto).

mennrtycla:: {Crs} hoofdartikel.

menntmerall:: {Crs} viceadmiraal; .

mennbiyp:: {Crs} aartsbisschop.

mennblaffos:: {A} opperbevel.

menndi:: {Crs} oppergod.

menneg:: {Crs} mennweg.

mennfamyl:: {Crs} vorstenhuis; (= menn + famyliy).

mennfsatt:: {Crs} voorgevel (fraai bewerkt).

menngarrent:: {Crs} (afk= MG) centraalstation.

Menngarrent-lirrotiy:: {W} .

Menngarrent-mirra:: {W} .

mennheborettof:: {Crs} (Erg tijdrekening: feestdag, als zerusstof samenvalt met 1e dag vd maand).

mennhuflif:: {Crs} hoofdgebouw.

mennhurdog:: {Crs} "eilandshoofdstad" (in Spok: de hoofdstad ve mennileset ("hoofdeiland"), waar de hzessy ("eilandsbestuur") zetelt); hzessr.

mennhut:: {Crs} commies, hoofdambtenaar.

mennileset:: {Crs} "hoofdeiland" (in Spok: een vd 7 grotere eilanden die een eigen bestuur hebben en (behalve Teujan en Garos) onderverdeeld zijn in distryccs); vgl nefileset.

mennirre:: {K} behoeven, nodig hebben; gress ~ pert smurf: ik heb veel geld nodig; kirro ~ jazy graviym ef smurf: we hebben het geld zo hard nodig; ef srt mennirre ef verfute: het huis is aan een schilderbeurt toe; fes ef ~ rifo (vz-uitdr) (afk= f.m.r.): ten behoeve van.

mennirre-misan:: {C} seksshop.

mennirros:: {C} behoefte; ef lelperre eft ~ furt: behoefte hebben aan.

mennkerna:: {Crs} hoofdgerecht.

mennkrprell:: {Crs} sergeant, bootsman (marinerang); .

mennlngr:: {Crs} [officile] landstaal.

Mennlirrotiy:: {W} .

Mennlozstjemm:: {N} (voormalige instantie waaronder alle Spok diplomatieke vertegenwoordigingen in het buitenland ressorteerden); .

mennmart:: {Crs} (Erg: een vd 4 belangrijkste marts ("geboden") waarop de religie en de wetgeving rusten: (1) mainkeltiy; (2) ef monta tjel sompe ef monta painos; (3) leldelira lg-rlikkiy; (4) ar-ergs); mart; .

mennmtrs:: {Crs} matroos 2e klasse (marinerang); .

mennmenester:: {Crs} minister-president.

mennmerros:: {Crs} generale repetitie.

mennmiflif:: {Crs} voorruit (v auto).

Mennmirra:: {W}

  1. (in Lift); ; (DOM 136).
  2. (elders); .

Mennnertflecs:: {N} "Centrale brandweerkazerne" (gemeentelijke organisatie in Amahagge); .

mennnurp:: {Crs} mennurp.

Menn:: {G} (stad in Flp).

mennofeserr:: {C} hoofdofficier (een na hoogste officiersrang); .

Menn-Port:: {G} (de haven v Menn).

mennrey:: {Crs} soldaat 1e klasse (luchtmacht); soldaat 2e klasse (landmacht); .

mennornatiy:: {Crs} (meest officile dracht ve Erg geestelijke, vrnl de Reel).

mennpainer:: {Crs} hoofdwerkwoord.

Mennpstseert:: {N} "Hoofdpostkantoor" (als instantie); ; (DOM 211).

mennpstsrt:: {Crs} hoofdpostkantoor (als gebouw; in stad).

mennprisa:: {mv} mennpriss.

mennpriss:: {Crs; mv= mennprisa} hoofdprijs (in loterij ed).

mennpyjel:: {C} (pyjel langs de bovenrand ve vensterpartij).

mennqutt:: |mennqut| {Crs} parterre (in theater: gelijkvloers achter stalles).

mennroji:: {Crs} hoofdletter, kapitaal.

mennrovret:: {I} allerliefst.

mennryltiyeren:: {C} (de ryltiyeren waar de Reel als ryltiy fungeert (zetel te Lost)).

Mennsail-mirra:: {W} .

mennseminarym:: {C} grootseminarie.

mennserent:: {Crs} sergeant-majoor, opperwachtmeester (land- en luchtmacht); .

mennspta:: {Crs} (fig) mijlpaal.

mennstgatjen:: {Crs} hoofdrolspeler.

mennstgos:: {Crs} premire.

mennsrtencater:: {Crs} 1e luitenant (landmacht); .

mennt:: {C/S} munt (plant) (L. Mentha).

menntreno:: {Crs} (afk= MT) (alg) luxe sneltrein; (in Spok) comfortabele intercity; (max. snelheid hier en daar 170 km/u; tussen de grote steden; toeslag op basistarief; voorzien v restauratie; tot 1984 reden er ook nachttreinen met slaaprijtuigen; sinds 1992 heten deze treinen intercity).

mennurp:: (mennnurp) {Crs} opperhoofd.

mennweg:: (menneg) {Crs}

  1. (alg) autosnelweg; ;
  2. (als straatnaam: naam ve hoofdweg door een kleinere plaats, zonder de status v "autosnelweg"); Mennweg-.

Mennweg:: {W} .

Mennweg kusamat ef Ager:: {W} .

Mennweg-na-Adreev:: {W} .

Mennweg-na-Aequet:: {W} .

Mennweg-na-Akom:: {W} .

Mennweg na Amahagge:: {W} .

Mennweg-na-Amahagge:: {W} .

Mennweg-na-Bejo-Mariy:: {W} .

Mennweg-na-Ben:: {W} .

Mennweg-na-Chrg:: {W} .

Mennweg-na-Daba:: {W} .

Mennweg-na-Doe:: {W} .

Mennweg-na-Eeneteree:: {W} .

Mennweg-na-Empecho:: {W} .

Mennweg-na-Famon:: {W} .

Mennweg-na-Feuni:: {W} .

Mennweg-na-Folates:: {W} .

Mennweg-na-Fonist:: {W} .

Mennweg-na-Gaquggee:: {W} .

Mennweg-na-Gran:: {W} .

Mennweg-na-Gras:: {W} .

Mennweg-na-Hcr:: {W} .

Mennweg-na-Halaresto:: {W} .

Mennweg-na-Hier:: {W} .

Mennweg-na-Hoggebim:: {W} .

Mennweg-na-Holare:: {W} .

Mennweg-na-Iji:: {W} .

Mennweg-na-Jent:: {W} .

Mennweg-na-Knolbol:: {W} .

Mennweg-na-Krnien:: {W} .

Mennweg-na-Kurriy:: {W} .

Mennweg-na-Kussik:: {W} .

Mennweg-na-Lankos:: {W} .

Mennweg-na-Laer:: {W} .

Mennweg-na-Lemp:: {W} .

Mennweg-na-Lift:: {W} .

Mennweg-na-Lijerc-srt:: {W} .

Mennweg-na-Manes-Bnr:: {W} .

Mennweg-na-Mntariy:: {W} .

Mennweg-na-Moques:: {W} .

Mennweg-na-Mosefi:: {W} .

Mennweg-na-Plenk:: {W} .

Mennweg-na-Puty:: {W} .

Mennweg-na-Qula:: {W} .

Mennweg-na-Sinto-Jeny:: {W} .

Mennweg-na-Stant:: {W} .

Mennweg-na-Teent:: {W} .

Mennweg-na-Titeref:: {W} .

Mennweg-na-Tolm:: {W} .

Mennweg-na-Trendon:: {W} .

Mennweg-na-Trents:: {W} .

Mennweg-na-Trondom:: {W} .

Mennweg-na-Tsjech:: {W} .

Mennweg-na-Tura:: {W} .

Mennweg-na-Vel:: {W} .

Mennweg-na-Xcramiy:: {W} .

Mennweg-na-Xolije:: {W} .

Mennweg-na-Ziytre:: {W} .

mennwja:: (mennja) {Crs} deklaag.

mennja:: {Crs} mennwja.

menntro:: {Crs} bovenlip.

mennzurtarr:: {Crs} spitsuur.

menokka:: {III} soms.

menonitise:: {I} doopsgezind.

Mn-plsj:: {W} .

Menscherr:: |menserr| {G} (stad in Munt).

menstrubiyne:: {C} maandverband.

ment:: {III} vaak, dikwijls.

mnt:: {I} sterk, hard (v wind).

Mental Health Enhancement:: {N} (instituut voor geestelijke gezondheid, in Lammafin); .

mentalitiy:: {C} mentaliteit.

mntiy:: {C} sterkte (v wind), windkracht.

mntiy-plkomer:: {mv} mntiy-plkom.

mntiy-plkom:: {C; mv= ..-plkomer} windtunnel.

mentos:: {SXimpr > add III} (gereduceerde vorm v momentos) op het ogenblik dat ..., op een ... ogenblik; (bijv) quistamentos: op een geschikt ogenblik; crobbementos: op een ogenblik met mooi weer; (zie de desbetreffende lemma's).

mentsiy:: {I; [mv=enk]} eigenaardig.

mentusar:: {C} aardbei.

Mentusar-mirra:: {W} .

ment:: {wst} mentje.

mentje:: {K; gst= mentt; wst= ment} verwaarlozen.

mentjos:: {A} verwaarlozing.

mentt:: {gst} mentje.

menuiy:: {C; rs= menute} spijskaart, menu[kaart]; zeer smakelijk voedsel.

menuiy-maqutos:: {A} catering (leveren en verzorgen v voedsel en drank op feest ed).

menute:: {rs} menuiy.

Mn-weg:: {W} .

mnyte:: {I} funest.

Mepr:: {F}.

mepp:: {gst} mebje.

Mequ:: {G} (stad in Jelafo).

Mequs:: {F}.

Mequs-Irren:: {N} (banketbakkerij en broodwinkel in Fonist); .

Mequs-Ran:: {N} (recycling- en afvalverwerkingsbedrijf bij Korif); .

Mequss:: {F}.

mr:: {C} nis, inham (in muur).

merater:: {C} man (alg); (afk= mrt): mijnheer, de heer; ef ~s: de mannen; de heren; eertef/rtef ~: Merater; (= mor + rater).

Merater:: {C} Eertef = rtef ~: (afk= .M. of Ee.M of .m.): excellentie (aanspreektitel minister; ook als het een vrouw betreft).

meratere:: {K} bemannen.

Merater-huflif:: {N} "Herengebouw" (het kantoor vd Reel; het administratieve centrum vd Erg kerk; in Lost); .

merater-hrdel:: {C} hrdel.

Merater Krden-wuma:: {G} (bos; gemeente Doe); .

merateros:: {C} bemanning.

Merater Snpert:: {N} (titel toneelstuk); .

Merbiyts:: {F}.

Merbiyts-gerlas:: {N} (busonderneming uit Trendon); .

merblufk:: {C} speelweide; sportveld (met gras, maar NIET voor voetbal); merre-nunn.

Merblufk-aven:: {W} .

Merblufk-plep:: {W} .

merbku:: {C} boef.

merc:: {mv} mrc.

mrca:: {C} havik (L. Accipiter gentilis).

mrce:: {U} smeken.

mercele:: {E} nergens voor deugen (vooral v personen).

Merces:: {F}.

Mercinne:: {M}.

mrciy:: {I} smekend.

Mercu:: {F/J}.

Mercurys:: {N} Mercurius.

Mercurys-mirra:: {W} .

Mercurys-plep:: {W} .

Merdec-museem:: {N} (museum in Plenk); .

Merdec-tmp:: {N} (graf; gemeente Astiy); .

merdiof:: {I} dankbaar (voor wat een ander voor je doet/gedaan heeft); ~ indsom: alstublieft (bij accepteren); (oorspr: merdiof indse melde = ik ben uw dankbare ondergeschikte); aftel grs zecofe eft cafer-ta? ~ indsom: wilt u een kopje koffie? alstublieft (ja graag); ef [nert] putte-armt flj lo ~: iets [niet] in dank afnemen.

merdiofe:: {K} met plezier doen.

merdlk:: {C} zeepaling (L. Conger conger); ef stge lo eft tinelira ~: [er] een scne [van] maken; tekeergaan.

merdom:: {!} (pop) alstublieft, alsjeblieft! (bij accepteren); merdiof.

Meretuy:: {J}.

Merf:: {F}.

merf:: {C} (arch/dl= Centraal-Berref) herfst, najaar.

merfare:: {K} jokken.

merfarer:: {C} jokkebrok (iemand die jokt).

merfsan:: {C} najaarsbeurs.

merfe:: {K} liegen; trufe.

merfender:: {C} (dl= Cheetuc) leugenaar.

merfer:: {C} leugenaar.

merfe-xo'et:: {SC} ef kette ef ~ fes hents rifo: logenstraffen.

merfe-chisros:: {C} leugentje om bestwil.

merfos:: {C} leugen.

Merft-ses:: {G} (meer op Teujan waar de Eent door stroomt); .

Merft-ses-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Cerobiy); .

Merfnn:: {F}.

Merg:: {G}

  1. (stad in Tjemp).
  2. (riviertje van Plsten-gebergte naar de Caherrte); .

Merge:: {F}.

mergrup:: {C} orkest (groep musici).

Mergrup-mirra:: {W} .

Merja:: {M} Marja.

Merja-kaf-ef-Agru-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Tuniy); .

Merje:: {M} Marja.

Merjen:: {F/J}.

Merlen:: {J}.

Merlen Zelzer:: {F}.

Merlynn:: {N} (Bergparel-hotel in Xarebafiy); .

merr:: {SX.c > c} speler, ist (bespeler ve muziekinstrument, of in een sport); (bijv) vjolamerr: violist; tiffugblmerr: voetballer.

merraner:: {A; mv=enk} speelsheid.

merraniy:: {I} speels.

merrare:: {K} spelen (spel beoefenen).

merrat:: {Iid} diep||ondiep; plks ~: diep; tar ~: ondiep; mitai ef ~ oras armiys fes btmo: door de diepste dalen; ef luna plnsa graviy ~ fesdu ef knurfel-kerpos: de maan dook diep in de waterspiegel; eft farte-~ grl: een ondiepe doorwaadbare plaats; eft ~ kra lef btmo-zerfos: een ondiepe put.

merrate:: {K} (lett) uitdiepen, verdiepen.

merratfartos:: {C} diepgang (v schip).

merratjen:: {C} speler (beoefenaar v spel).

merratos:: {C} (lett) uitdieping, verdieping; verlaagd gedeelte; (ihb) vaargeul.

merraty:: {C} diepte; eft ~ rifo 400m: een diepte van 400 m; eft plks ~: een grote diepte.

merrx:: {C} ledikant.

merre::

  1. {K} spelen (v muziek, toneelstuk ed); draaien (muziek, cd); lyde-rl;
  2. {U} (alg) spelen (met speelgoed); (fig) uithangen (ergens zijn); aftel tu tiffe, r Elsa ~lira?: weet jij waar Elsa ergens uithangt?; ~ armt flj/rst: (fig) [in]werken op iets/iemand.

merre-nunn:: {C} sportterrein, voetbalveld.

Merre-nunns rifo Stesst:: {N} (sportcomplex; gemeente Hirdo); .

merre-tiyn:: {C} speelgoed.

merriyc:: {C} spel (om te spelen; ook fig).

merros:: {C} spel, het spelen (v spel); ef fixe flj fes ef ~: iets op het spel zetten.

mert:: {SX.c > c} spel (op muziekinstrument, of als sport); (bijv) vjolamert: vioolspel; tiffugblmert: voetbalspel.

merte::

  1. {K} inhalen (v auto).
  2. {U} (lett) oprukken (troepen); uit de achterhoede naar voren komen; (fig) zich doen gelden; van zich doen spreken.

merte-armt:: {U} aanrukken.

mertos:: {C} (lett/fig) inhaalmanoeuvre, het inhalen; het oprukken; het naar voren komen uit de achterhoede.

Merunaka:: {N}

  1. (veerdienst); .
  2. (autoveer); .

merunu:: {C} (Erg ritueel voor de vrouw die haar eerste kind gebaard heeft).

merunu-koffona:: {SC} (de dood ve vrouw tijdens de geboorte v haar eerste kind).

Merunu-nrcus:: {N} (autoveer op de Girdestona); .

Merunu-port:: {N} (veerhaven v Merunu-srt); .

Merunu-srt:: {G} (stad in Flenazjekk).

Mervyll:: {J} (Peg).

Meryl:: {J}.

Merysse:: {F/M}.

Mes:: {afk} Meser.

ms:: {mv} miy.

mes:: {I} groen.

-mes:: {SX.c > c} bos (alleen in namen v bossen); (bijv) Lemns-mes {G}.

Mes:: {F/M}.

mes-ng-missis:: {C; mv= ~a} groenbultige vezelkop (paddenstoel) (L. Inocybe corydalina).

mes-ng-missisa:: {mv} mes-ng-missis.

Mes-doffiy BC:: {N} (voetbalclub in Minde); .

mesdul:: {C} altijd groene boom.

Mesdul:: {F}.

mesen:: {C} groen; groene kleur groen gebladerte; groene kleding; eup farte fes ~s: ze gaat in het groen gekleed.

Mesens rifo Xeest:: {G} (bos; gemeente Trendon); .

meser:: {C} (vogel) groenling (L. Carduelis chloris); (vlinder) groentje (L. Callophrys rubi).

Meser:: {N} (afk= Mes) "Groene" of "Groenling" (politieke partij); .

Meser-mirra:: {W} .

meser:: {I} groenig.

mes-helter:: {C} groenkleurige pepermelkzwam (L. Lactarius pergamenus).

mes-huron-krutt:: {C/S} akkerleeuwenklauw (L. Aphanes arvensis).

mesmes:: {S} klein wintergroen (L. Pyrola minor).

meanare:: {K} aankomen bij, arriveren bij.

meane:: {U} [aan]komen, arriveren; ef ~ fitfara eft chycos: het komt als een schok (fig); do nert ~: hij weet van niets; hij snapt niets (maar doet net alsof hij zeer snugger is).

meanelira:: {I} nader; tu armtstdert ~ dena mimpit: je moet dit boek nader bestuderen.

meaner:: {C} nieuweling (iemand die net gekomen is).

meann:: {C} afkomst.

mean:: {VZ} (betrekking) afkomstig uit/van; do melde ~ Amahagge: hij komt uit Amahagge; hij is uit Amahagge; dena yelles melde ~ do: dit gerucht komt van hem.

meanos:: {C} aankomst.

mes-pici:: {I} (spr) stomdronken, strontlazerus.

Mes-plep:: {W} .

Mes Prta:: {G} (heuvelrug tussen Klalb en Monny, dwars over de Cjoefen-mliy); ; (DOM 133).

Mes rifo Pamiyraty:: {G} (bos; gemeenten Akm en Noniy); .

Mes Rivo:: {W} .

mestat:: {C} groen licht; (vrnl in de uitdrukking:) ef kette ef ~ n rst/flj: iemand/iets het groene licht geven (iets toestaan).

Mes-weg:: {W} .

mes-ry:: {C/S} groene kool.

Mescita:: {F}.

mesen:: {vdw} mese.

meortef:: {vdw} meorthe.

meorthe:: {U; gst= meortt; vdw= meortef} het leven wagen; het leven in de waagschaal stellen.

meortt:: {gst} meorthe.

mespiyl:: {C} mispel (vrucht); tomespiyl.

messa:: {C} mis (RK).

messat:: (= mezzat) {C} bank, canap (gestoffeerd met achter- en zijleuningen); (= mezze + sat 1).

messatjen:: {C} meter (persoon die [op]meet).

messe::

  1. {K} [af]meten.
  2. {III} vooral, met name; temeer; ~ fara: zeker/vooral/met name als; noi ~: zeker niet; gress nert arfinec ral, ur noi ~ mas: ik kan nu niet komen, en zeker niet morgen.

messen:: {I} meetbaar.

messer:: {C} (lett) meter, meetinstrument; (fig) criterium; maatstaf.

mest:: {S} mest.

Mesta:: {F}.

Mesterhynne:: {N} (kasteelrune; gemeente ebantiy); .

Mesterhynne-mirra:: {W} .

Mestiy-mirra:: {W} .

Mesturia:: |mesturja| {M}.

Mesturia-mirra:: |mesturja-| {W} .

Mesturia Ploji:: |mesturja| {F}.

mesa:: {I} interessant; ef melde ~ beri [tupplipe pert]: het is interessant om [veel te reizen].

mese::

  1. {K; gst= mest; vdw= regelm.} ~ flj n rst: iemand voor iets interesseren.
  2. {U; gst= mest; vdw= mesen} ~ furt: zich interesseren voor; ef mesen lutterafatjens: de genteresseerde toeschouwers.

Meyf:: {F}.

mesor:: {vdw} mese.

mest:: {gst} mese.

met:: {C} slag, zet (kaarten, schaken ed).

Met:: {G} (dorp; gemeente Aflif).

mt::

  1. {C} boeg, voorsteven.
  2. {gst} me.

metaforiy:: {SC} metafoor.

metala:: {I} metalen, van metaal gemaakt.

metalo:: {S} metaal; ihyt ~: zware metalen.

Metalo-mirra:: {W} .

metalo-quola:: {C; mv= ..-quole; rs= ~tt) metalen kast, kist.

metalo-quole:: {mv} metalo-quola.

metalo-quolatt:: {rs} metalo-quola.

metaloriff:: {C} metaalfabriek, metaalwarenfabriek.

Metaloriff Mefa:: {N} (metaalfabriek in Amahagge); .

mts:: {C} pleegzoon; pleegbroer (als oudste v zijn echte broers en zusters).

metatesiy:: {C} metathesis.

mte::

  1. {K; vdw= mts} (trans) ontmoeten, aantreffen, tegenkomen.
  2. {Upr; vdw= mts} elkaar ontmoeten; ef mts clegjes: de collega's die elkaar ontmoet hebben.

metel:: {C} beurt.

metel:: {I} om de beurt, ieder op zijn beurt.

meteoritiy:: {C} meteoriet.

Meteoritiy-krater:: {N} (natuurwonder; gemeente Tjokkyt); .

meteorologise:: {I} meteorologisch.

Meteorologise Institua:: {N} (afk= Met-In) "Meteorologisch Instituut" (vgl KNMI; in Blort); ; (DOM 66-67).

meteoroliy:: {C} meteorologie.

meter:: {C} (afk= m) meter (lengtemaat).

meterjeren:: {C} metrieke stelsel.

meter-krain:: {C} (afk= m-kr) kubieke meter (m).

meter-trom:: {C} (afk= m-tr) vierkante meter (m).

Metie:: {G} (stad in Ren).

Met-In:: {afk} Meteorologise Institua.

metirus:: {I} gul.

metodise:: {I} methodisch, stelselmatig.

metoiy:: {C} methode.

mtos:: {C} ontmoeting.

mt-quiysta:: {C} boegbeeld (zowel mnl als vrw).

mt-riygt:: {C} boegspriet.

metropoliy:: {C} metropool.

Metropoliy:: {N}

  1. (winkelcentrum bij Piroes); .
  2. (station).

Metruss:: {F}.

Metrusse:: {F}.

Metrussekabi:: {N} (uitgeverij in Trondom); .

mts:: {vdw} mte.

metter:: {III} (arch) in alle opzichten.

metteraf:: {OV}

  1. {mv} allerlei; gress feszolle ~ mimpits: ik spaar allerlei [soorten] boeken; do lelperre ~ rozzermosz: hij heeft allerlei voorrechten;
  2. {stoff} syl;
(= metter + af).

Meuniy:: {G} (dorp; gemeente Kanea).

m'uss:: {C; mv= m'usta} (lett) draaikolk, maalstroom.

m'usta:: {mv} m'uss.

meve:: {C} meeuw (L. Larus; Rissa).

Meve-jakm-weg:: {W} .

Meve-mirra:: {W} .

Meve-plep:: {W} .

Meve-zeccs:: {N} (luchtvaartmaatschappij); .

Mexachyn:: {N} (bestrijdingsmiddel tegen insecten, met name tegen coloradokevers en nageltorren); .

Mexikana:: {Cef} Mexicaanse vrouw.

Mexikann:: {Cef} Mexicaan.

mexiko:: {IIef} Mexicaans (bv).

Mexiko:: {G} Mexico.

mezju:: {C} (afk= MU) (Spok eenheid voor snelheid: 1 mezju = 1MU = 20 ft/uur = 5,015 km/uur; zoveel als een mens in 1 uur kan lopen; 1 uur gaans); .

mezzat:: {C} messat.

mezze:: {K} liggen/zitten op een ZACHT voorwerp; crgte.

mf.:: {afk} mefrelira.

Mf.:: {afk} manofer.

mg:: {afk} miligrma.

MG:: {afk} menngarrent.

MI:: {afk} missistel.

mialiy:: {I; [mv=enk]} ijzig, ijzingwekkend.

min:: {C} zwoerd.

mi'n:: {I} ten minste, minstens.

Mivve:: {F} (Peg).

Mibleeza-fresta:: {G} (bos bij ran en no-Zeanu); .

Mibleeza-srt:: {N} (manege en paardenfokkerij; gemeente Hirdo); .

micaami:: {I} in ieder geval; in alle gevallen; in geval van ...; lf ~ vrust ef nrcus nert njebope: in geval van vorst vaart de veerboot niet; nert ~: niet in alle gevallen.

micc:: {OV; enk} (arch) ieder, elk.

Michael:: {J} (Eng).

Micelonn:: {G} Miquelon.

Michemm:: {F/J/M} (Peg).

Michen::

  1. {J}.
  2. {G} (stad in Ziyp); (DOM 145).

Michequandro:: {F}.

Michta::

  1. {G} (stad in Jelafo).
  2. {N} (camping); .

Micronesiy:: {G} Micronesia.

mics:: {OV; mv} (arch) alle, al de.

Mia-kabi TC:: {N} (drukkerij in Conityje); .

mif:: {Cid} wel||niet woede; wel||niet plaag, last; eft graviy ~: een woede-uitbarsting; eft quista ~: niet geneigd in woede uit te barsten; een goed humeur; ef luftkoldrelira ~: de overlast; eft tild ~: een last, een plaag; eft rt-~: een muizenplaag; ef Prussa-asitt eft koffon rt-~ riffe fes ef kar: het blauwzuurgas heeft de muizenplaag in het schip opgeheven/een einde gemaakt aan ....

mifle:: {K} slingeren (v honing); centrifugeren (v wasgoed).

miff:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v mittof 1; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) 'karamiff = helkara mittof: naar het [toe], ernaar[toe].

miffe:: {E} ~ beri: (causatief met toekomstig aspect, of "van plan zijn"; zonder causatief subj) [zullen] laten; gress ~ beri queffe ef oto: ik zal de auto laten nakijken; (drukt dikwijls dreiging uit) gress dira ~ beri rupke ef polio, tu di koltilme qurredla fesdu kost kupn: ik zal de politie op je afsturen (lett: laten roepen) als je gif in mijn drinkwaterput gooit; (soms overschaduwt de dreiging het toekomstige causatieve aspect) gress ~ beri jiyme tu!: ik klaag je aan! (als dreiging); kirture.

miflif:: {C} raam, venster.

miflifcln:: {C} ruitenwisser (v auto).

Miflifcloer:: {F}.

miflif-glaza:: {S} vensterglas.

Miflif-mirra:: {W} .

miflif-nregt:: {C} vensterbank (binnen; in Peg is dit ook werkelijk een bank om op te zitten); eup feldre kaf ef ~: ze zit op de vensterbank (= de zitbank onder het venster); eup feldre fes ef ~: ze zit in de vensterbank (= de plank onder het raam).

Miflif-terf:: {W} .

miflif-zlnker:: {C} ruitensproeier (v auto).

mifts:: |..fs..| {I} ongenspireerd, zonder zin/enthousiasme.

Migge:: {M}.

migmax:: {C} besloten en/of exclusieve club/vereniging; Migmax.

Migmax:: {N} Militerr Gmafae-Xlah.

migt:: {I} smakeloos (zonder gevoel voor verhoudingen); scherp (v gehoor, gezicht, bocht); knel, klem (tussen twee dingen).

migte:: {U} knellen, drukken.

migte-nos:: {K} samenpersen.

migtiy:: {I} in de knel.

mige:: {K} inhouden, achterhouden (v geld/iets v waarde); niet uitbetalen.

migos:: {A} inhouding, het niet-uitbetalen (ook fiscale term); frpj ef ~ rifo (vz-uitdr): na inhouding van; .

mijts:: {S} (dl= Cheetuc) reuzel.

mikar:: {I} duur, veel geld kostend.

Mike:: {J} (Eng).

Miken:: {N} (plasticfabriek in Mikentall); .

Mikentall::

  1. {G} (stad in Ales).
  2. {N} (vuurtoren; gemeente Mikentall); .

mikkelel:: {I} belangrijk.

mikkelele:: {U} belangrijk zijn; ~ luft: in het belang zijn van; ef ~ luft ef velduros: het is in het belang van de mensheid; ~lira luft: in het belang van.

mikkeleliy:: {C} belangrijkheid.

Mikkelel-mirra:: {W} .

mikkele:: {U} aanslaan; gewaardeerd worden.

mikkelos:: {C} het aanslaan; waardering, het gewaardeerd worden.

Mikkon::

  1. {F}.
  2. {W} (stadswijk in Hirdo); .
  3. {G} (eilandje in de Trendon, in het centrum v Hirdo); .

Mikkon-mirra:: {W} ; (DOM 208).

Mikkon-museem:: {N} (museum op Mikkon in Hirdo; hier is tegenwoordig de Leporello-ftafiy te bezichtigen); ; (DOM 24-25).

Mikkon-terf:: {W} ; (DOM 209).

Miko:: {J} Michal.

Mikoe:: {F}.

Miko-rens-gart:: {W} .

Miko-rens-siyclo:: {W} .

Miko-rens-uln:: {W} .

Miko-rens-wees:: {W} .

mikt:: {S} hagel[stenen] (v minstens 1 cm doorsnede); ef denme lo ~: het hagelt (met stenen v minstens 1 cm doorsnede).

mikrofonos:: {C; mv= ~z} microfoon.

mikro-hitt:: {C} magnetron.

mikroskopiy:: {C} microscoop.

mikroskopiy-belt:: {I} microscopisch klein.

mil:: {PX > c} (dl= Centraal-Berref/Tjemp) arm, pols (cria); mil-.

Mila:: {M}.

mil:: {C} arm (lichaamsdeel).

Mil:: {J}.

milfsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} mitella.

milfste:: {mv} milfsto.

milfstott:: {rsmv} milfsto.

Milano:: {G} Milaan; Milenc.

Milano-krum:: {W} .

milos:: {C} vadem (lengtemaat, komt in Spok niet voor).

Milas:: {F/M}.

milat:: {C} successierechten; (oorspr afk v mipzurrere-la'yc-tx).

mil-uzos:: {C} lef ~: gearmd, arm in arm.

milbent:: {C} (dl= Centraal-Berref/Tjemp) armband; criabent.

Milber:: {J}.

milbo:: {C} wolf, rekel (mnl).

Milbo:: {G} (hoofdstad v Litii).

Milbo-benc:: {N} (afk= MB) "Milbo-bank" (bank te Milbo); .

Milbo-fonis:: {G} (baai langs noordkust v Litii bij Milbo); .

Milbo-MG:: {N} (station).

Milbo-mirra:: {W} .

Milbonolac:: {N} (afk= MN) (gemeentelijk vervoerbedrijf v Milbo); .

Milbo-Port::

  1. {W} .
  2. {N} (station).
  3. {G} (havenbekken in Milbo); .

Milbo-upa:: {C/S} (bep soort kruidige bonensoep met vlees).

Milenc:: {G} Milaan; Milano.

Milenc-ry:: {C/S} savooiekool.

Milenn:: {J}.

milerrt:: {TW} miljard.

milerrterst:: {I} (fig) miljarden.

milertarr:: {C} miljardair.

mili:: {PX} milli; deka.

miligrma:: {C} (afk= mg) milligram.

mililitriy:: {C} (afk= ml) milliliter.

milimeter:: {C} (afk= mm) millimeter.

militarr:: {C} militair (zn).

militarr-korsamen:: {C} "militaire rechtbank"; .

militarr-mennkorsamen:: {C} "hoogste militaire gerechtshof"; .

militerr:: {I} militair (bv).

Militerr Gmafae-Xlah:: {N} (afk= Migmax) "Militair Ontspannings Korps" (besloten en exclusieve club voor hoge militairen en hun partner; hoofdkantoor in Berezze); .

Militerr Uza:: {N} "Militaire Kruis" (koninklijke onderscheiding voor militairen); .

militerrer:: {I} semi-militair, paramilitair (bv).

miljonarr:: (= milonarr) {C} miljonair.

milju:: {C} milieu.

milklop:: {C} (dl= Centraal-Berref/Tjemp) polshorloge; criaklop.

milonarr:: {C} miljonarr.

milt:: {C} zoom (in textiel); ef riffe eft ~ armt flj: iets mzomen; een zoom leggen in iets.

milte:: {K} omzmen; zomen.

miltef:: {I} sterk; hecht; stevig; eft ~ tft/upa/bre: een stevige hap/soep/stamppot.

miltefare:: {K} (fig) opvoeren, opdrijven, verhevigen, vergroten.

miltefaros:: {C} opvoering, opdrijving, verheviging, vergroting.

miltefe:: {K} (lett) versterken, sterker maken.

miltefe-armt:: {U} aansterken.

miltefelek:: {S} sterkstroom.

Miltef-fes-Crana-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Sinto-Oaji-Quzo); .

miltefiy:: {A; mv=enk} sterkte.

miltefos:: {C} versterking.

miltef-qupp:: {I} hooggeacht.

Mil:: {afk} Minde-lnts.

mimer:: {C} ellende.

mimiy:: {I; [mv=enk]} ellendig, rampzalig, heilloos.

mimpit:: {C} boek; ef gyre ef ~ furt flj: iets in de hand werken.

Mimpit-aptoppat:: {N} "Boekenmuseum" (museum in Gralkrich); .

mimpitblef:: {C} rug van een boek; do lelperre eft utfin ~: hij gaat prat op zijn belezenheid; hij loopt te koop met zijn culturele kennis.

mimpiterfe:: {U} boekhouden.

mimpiterfer:: {C} boekhouder.

mimpiterfos:: {C} boekhouding; het boekhouden.

mimpitfol:: {C} boekhandel[aar].

mimpitlot:: {C} boekenkast.

Mimpit-mirra:: {W} .

mimpit-nregt:: {C} boekenplank.

Mimpit-plep:: {W} .

Mimpit-sentrym TC:: {N} (boekhandel in Gralkrich); .

mimpit-sivvos:: {C} antiquariaat.

mimpit-stunns:: {C} boekensteun.

min:: {VZ} (arch); mintof; minkr.

min:: {PXimpr} (gereduceerde vorm v vz minkr of mintof) na; min-.

MINF:: {afk} Mittus-nlp-feslosos.

Min-nutter:: {G} (stad in Plef).

Min-zutter:: {G} (stad in Plef).

minda:: {PX.c > c} rood; minda-.

Mina:: {M}.

Mindabankres-lirrotiy:: {W} .

mindabrbe-huron:: {C} slanke duingentiaan (L. Gentianella amarella).

mindabasc:: {C} roodborstje (vogel) (L. Erithacus rubecula).

Mindabasc-mirra:: {W} .

mindaen:: {C} rood; rode kleur; rode kleding; eup farte fes ~s: ze gaat in het rood gekleed.

mindafebbe:: {C} roodvonk.

mindajrm-flech:: {C} dodaars (vogel) (L. Tachybaptus ruficollis).

mindajrm-plnsatjen:: {C} roodkeelduiker (vogel) (L. Gavia stellata).

mindakasera:: {C} (vrw lid vd Erg kloosterorde Mindakaser-wlka).

Mindakaser-wlka:: {C} (Erg kloosterorde); .

Mindaklafas-agru:: {G} (bergtop in het rc-gebergte; 1380 m hoog); ; (DOM 175).

Mindakbo-seert:: {N} (verzorgingstehuis in Teereso); .

mindakrutt:: {C/S} Robertskruid (L. Geranium robertianum).

mindanurp-dlze:: {C} tafeleend (L. Aythya ferina).

Mindarater-ark:: {W} (stadswijk in Amahagge); .

mindrr:: {C} spectrum (alle kleuren vd regenboog); (= minda + brr).

mindasnep-meve:: {C} zilvermeeuw (L. Larus argentatus).

mindatrunn:: {C} gekraagde roodstaart (vogel) (L. Phoenicurus phoenicurus).

mindawein:: |minndaen| {S} rode wijn.

mindaweinoh:: |minndaenoh/..en| {C} rode wijn; eft ~: een glas rode wijn.

mindawyger:: (mindayger) {C} [echte] knoopkruid (L. Centaurea jacea).

mindayger:: {C} mindawyger.

mindazelfer:: {C} koperwiek (vogel) (L. Turdus iliacus).

mindazjuta:: {C/S} rood guichelheil (L. Anagallis arvensis arvensis).

Minde:: {G} (hoofdstad v Ziyp); (DOM 153-154).

Mindee:: {N} (kasteelrune; gemeente Minde); .

Mindee-cap:: {G} (kaap op zuidoostpunt v Berref; 84 m hoog); .

mindefit:: {I} rood.

Mindefit:: {F}.

mindefit-bloer:: {C} hord ~: avondrood (vlinder) (L. Deilephila elpenor).

mindefite:: {U} blozen.

mindefiten:: {C} rood; rode kleur; rode kleding; eup farte fes ~s: ze gaat in het rood gekleed.

mindefiter:: {I} roodachtig.

Mindefit Ingoch:: {N} "Rode Tong" (Bergparel-hotel in Kulano-zeces (Mozent)); .

Mindefit Kbo-weg:: {W} .

mindefit-miriy:: {I} roodharig.

mindefitos::

  1. {C} blos (op wangen).
  2. {S} menie (rode verf).

Mindefit Uza:: {N} Het Rode Kruis (Spok vestiging in Amahagge); .

mindefit-c:: {C} Amerikaanse eik (L. Quercus rubra).

mindefit-ry:: {C/S} rode kool.

Minde-fonis:: {G} (baai tussen oostkust v Ziyp en Pmnhynne bij Uofiten); .

Minde-lnts:: {N} (afk= Mil) (gemeentelijk vervoerbedrijf v Minde); .

Minde-MG:: {N} (station).

Minde-Pola:: {N} (station).

Minde-Port:: {N} (station).

Minde-Tergycc:: {N} (station).

mindistiy:: {C} (tot 19e eeuw) plaats (poststation) waar paarden gewisseld konden worden; (tot 1903) herberg, hotel; (na 1903) niet-particulier hotel dat aangesloten is bij een toeristenorganisatie; mjinde; hotela.

Mindistiy Zverosta:: {N} (redelijk luxueus hotel op gelijknamige eilandje); .

mindoh:: {I} leuk, aardig.

minerala:: {I} mineraal (bv).

mineralo:: {C} mineraal (zn).

Minerva:: {N} (hotel op Mikkon in Hirdo); .

minfjy:: {C} (pop) close-up; minteffat-fjy.

ming:: {I} helder, proper, rein.

minga:: {C} helderheid, properheid, reinheid.

mingatra:: {C; mv= ~s} werkster (ook bijen).

minge:: {K} schoonmaken, reinigen.

minge-harbos:: {A} reinigingsdienst.

mingos:: {C} reiniging.

minhf:: {C} naheffing, navordering (v belasting); .

minipizza:: {C} minipizza.

Minjatr:: {F}.

mink:: {C} week (in de christelijke tijdrekening 7 dagen, de 1e dag op maandag; in de Erg tijdrekening 9 of 10 dagen); ~ nert ~ iftam: om de week; effer ~: een dezer weken; fes ef aiyk mare-~: in de laatste week van maart; do zre [amii] ten ~s fes kult zeces: hij woont [pas] twee weken in ons dorp.

minkabi:: {C} nadruk, herdruk (v boek).

minkafiy:: {C} weekblad.

mink-dfo:: {C} weekeinde (in Spok: zaterdagmiddag, zondag en eventueel maandagochtend).

minkeda:: {C} (lett) vondst, gevonden voorwerp.

minkede:: {K} vinden, aantreffen.

minkede-efanty:: {C} vondeling.

minkede-trt:: {K} terugvinden.

minkede-ws:: {C; mv= ~a} vindplaats.

minkede-wsa:: {mv} minkede-ws.

minkedos:: {A} (fig) vondst; uitvinding.

Minkedos-afstoen:: {N} "Tempel der Vindingen" (tempel bij Montr-Plaju; gemeente Quafaiy); .

minker:: {OV}

  1. (= pes) {enk-concr} menig (aanzienlijk meer dan n); ~ srt mennirre ef verfute: menig huis is aan een schilderbeurt toe; pes;
  2. {enk-semcr/abstr; stoff} menig; een [flink] deel van; ~ jolaiy melde eft ilusy: menige vrijheid is een illusie; ~ knurfel melde neming: een flink deel van het water is verontreinigd;
  3. (mv/stoff): verscheidene, sommige; een deel van; ~ srts mennirre ef verfute: verscheidene/sommige huizen zijn aan een schilderbeurt toe; ~ jolaiy melde goe ilusys: sommige vrijheden zijn illusies/een illusie; (minker voor een enk drukt uit: "zeker meer dan de helft"; voor een mv: "een beperkt aantal, maar minder dan de helft").

minkers:: {ZV; mv; gnp= ~er; gnz= ~r; rs= ~es} verscheidene[n], sommige[n]; ef fls latere fes ef omelech, ~r brts melde rftiyn: de vlaggen wapperen in de wind, de rand[en] van sommige is/zijn gescheurd; rstor ~: sommige die versleten zijn.

minkerser:: {gnp} minkers.

minkerses:: {rs} minkers.

minkersr:: {gnz} minkers.

mink-holfe:: {C} [fes] ~ ten: in de tweede helft van deze week.

minkpip:: {III} de hele week.

minksot:: {I} wekenlang.

minktiy:: {I} wekelijks, elke week.

mink-wagy:: {C} weekloon.

minkr::

  1. {VZ} (plaats) voorbij, na; ef pstsrt melde ~ mirra dur: het postkantoor is voorbij de derde straat.
  2. {VZrs} (richting) voorbij, langs (terzijde); ef mns che ~ ef jakmses (rs!): de storm raast over de velden.

minkrcralf:: {C} plaatsvervanger.

minkrrm:: {C} overwerk.

minn:: {C} mijn (ontplofbaar).

minnepirt:: {C} porseleinen voorwerp.

minnepirta:: {S} porselein.

Minnepirta-weg:: {W} .

minnepirtiy:: {I} porseleinen, van porselein gemaakt.

minnks:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v minkers; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) 'karaminnks = helkara minkers: naar sommige[n] [toe].

minn-prer:: {C} mijnenveger.

minr:: {C} mineur (muziekterm).

mint:: {VZ} (arch); mintof; minkr.

minte:: (= minto) {PXimpr} lang; minte-.

minteffat:: {C} voorgrond; (= minkr + teffat).

minteffat-fjy:: {C} close-up.

minteffatiy:: {I} (lett/fig) op de voorgrond; eft ~ veldur: een op de voorgrond tredend persoon.

Mintefit:: {F}.

mintepot:: {I} lang; eft ~ stors: een lang verhaal (= een verhaal dat vele pagina's beslaat); (vgl) eft liyrs stors: een lang verhaal (= een verhaal waarvan het vertellen lang duurt); eft ~ promirret: een lange wandeling (lang in afstand); (= minte + pot).

Mintepot Agen-weg:: {W} .

Mintepot Ager-weg:: {W} .

Mintepot Arnka-mirra:: {W} .

mintepotare:: {U} lengen, langer worden.

mintepotaros:: {C} lenging, het langer worden.

Mintepot Blof-pt:: {W} .

Mintepot Burg:: {W} .

Mintepot Chat-fresta-plep:: {W} .

mintepote:: {K} verlengen; doortrekken (v leiding, weg); sluiten (v gordijnen).

Mintepot Egypp-mirra:: {W} .

mintepoter:: {C} verlenging, iets wat verlengd is.

mintepoter:: {I} langwerpig.

Mintepot Goenerm-pt:: {W} .

Mintepot Grent-mirra:: {W} .

Mintepot Huftroes-pnt:: {N} (spoorwegviaduct; gemeenten Balier, Ozaneto a/e Leije en Teereso); .

Mintepot Husof-weg:: {W} .

Mintepot Hst-weg:: {W} .

Mintepot Jeden-pt:: {W} .

Mintepot Kindis-weg:: {W} .

Mintepot Kleter-mirra:: {W} .

mintepot-lofa:: {C/S} littit ~: wilgenroosje (L. Chamaenerion angustifolium).

Mintepot-mirra:: {W} .

Mintepot Mirra:: {G} (dorp; gemeente Ponune).

Mintepot-Moffain-sentrym:: {N} (winkelcentrum in Zest); .

Mintepot Mjl-plep:: {W} .

Mintepot Mjl-weg:: {W} .

Mintepot Mliy-weg:: {W} .

Mintepotor Kindista-weg:: {W} .

mintepotos:: {C} verlenging, het verlengen.

Mintepot Pleko-weg:: {W} .

Mintepot Plep:: {W} .

Mintepot-plep:: {W} .

Mintepot Prusot-pt:: {W} .

Mintepot Sparot-weg:: {W} .

Mintepot Srt-weg:: {W} .

Mintepot Tlp-pt:: {W} .

Mintepot Taris-mirra:: {W} .

Mintepot Tex:: {W} .

Mintepot Vildul-plep:: {W} .

Mintepot Vildul-weg:: {W} .

Mintepot Wlj:: {W} .

Mintepot mann-plep:: {W} .

mintgrum:: {C} pepermunt[je] (snoepgoed).

minto:: {PX} minte.

mintof::

  1. {VZ} (tijd) na, over; ef rm kltarog ~ ef tratof: het werk mag n dinsdag klaar zijn; gress prate ~ Petriy: ik vertrek na (= later dan) Petriy; ~ dur terrats: over drie dagen; ~ 3 kilometers: na 3 kilometer (als we dit zien als de periode waarin de 3 km afgelegd wordt); ~ fort: te laat (onherroepelijk); ~ r zurtarr lf lufiros, melde kirro ber Trondom: na een uur rijden zullen we in Trondom zijn; do ef vertaros tiffe ~ main mitarr lf miypos: hij wist het antwoord na tien minuten denken.
  2. {VG} (natijdigheid) na[dat]; srtare gress, ~ gress venda helkara zirrot: ik zal verhuizen nadat ik met vakantie geweest ben (... na eerst met vakantie geweest te zijn); Lerdu vjolamerra, ~ gress arfina fes: Lerdu speelde viool, nadat ik binnenkwam (Lerdu was al bezig met spelen en toen kwam ik binnen; of: Lerdu begon met spelen toen ik binnenkwam).

mintofess:: {III} achteraf, uiteindelijk; lich ~: alsnog.

mintohs:: {C} kaplaars.

mintokas:: {C} lange jas.

mintokors:: {C} [lange] kous.

mintokul:: {C} "langschuur" (feitelijk een zeer lang en smal woonhuis, zoals in Munt gevonden wordt; .

mintotrekkiy:: {I} langdradig.

mintoxolijiy:: {I} ongenaakbaar (mens).

minm:: {I} minimum (bv); lo ~: minimaal; tot een minimum.

minmiy:: {C} minimum (zn); armt eft ~: tot een minimum.

minuproje:: {C} nageslacht.

mile:: {U} miauwen.

milos:: {C} gemiauw.

mip:: {VZ}

  1. (plaats) uit, buiten; ~ Spooksoliy: uit/buiten Spokani; (bij openingen, gaten ed) in; eft klafas ~ ef amr: een gat in de emmer; eft mr ~ ef krur: een nis in de muur;
  2. (tijd) uit; ~ pr 12: uit de 12e eeuw;
  3. (betrekking) uit, van; do melde/arfine ~ Spooksoliy: hij is/komt uit Spokani; hij is uit Spokani afkomstig; eft kelbra ~ crot: een tafel van hout (uit hout gemaakt); ef armtat ~ ef litalu: het licht van de lamp;
  4. (bij een "deel" of na hoeveelheid) van; dur ~ ef mimpits: drie van de boeken; do di invbu lomp ~ kirro?: wie van ons zal hij uitnodigen?; 30% ~ ef mrmms: 30% van de werklozen; eft grup ~ fr veldurs: een groep van vier personen; ef holfe ~ kult vults melde koffon: de helft van onze kippen is dood; eft hupster kanas ~ ef arbe: een groot gedeelte van de tuin;
  5. (na ot) ef hupster oras ~ ef wertl srt: het grootste huis van de wereld; tu melde ef guld ~ ef crt bellart: jij bent de beste leerling van de klas; tukst;
  6. (breuken) dur ~ hefergtef: drie zevende; r ~ frtef: een vierde, een kwart;
  7. (situatie) ~ dena aupross gress nert hozve, den ...: met dit beleid geloof ik niet dat...; ~ dena urrvu stus zjoffec nert, ef meldelira kormond: met deze sneeuwstorm zou je niet zeggen dat het zomer is; ~ tek beder do pnze kv ef jobiy: met zo'n grote bek krijgt hij de baan nooit.

mip:: {PX.ww > ww} (nieuwe ww'n); mip; mip-.

mip:: {SX > c} boek; (bijv) skomip: zakboekje; csmip: kasboek; Ergemip: ("het boek van Erget").

mipa:: {C} uiting (uitspreken; creatief); visuela ~: visualisatie (iets visueel uitdrukken).

miparat:: {C} uitmonding (v rivier).

mipare:: {U} uitmonden (rivier).

mipare:: {C; rs= ~t} buitengebied (gebied buiten de bebouwde kom waar mensen wonen).

miparet:: {rs} mipare.

miparfine:: |miparfIne| {K} onthutsen, verbijsteren.

mip-arfine:: |mIparfine| {U} (lett) uitkomen; eft r mip-arfinor striym: een pas uitgekomen kuikentje; ef terf ~ fesdu ef Korda-mirra: de steeg komt uit in de Kerkstraat.

miparfinn:: {I} onthutst, verbijsterd.

miparfinos:: |miparfInos| {A} verbijstering.

mip-arfinos:: |mIparfinos|

  1. {C} (lett) het uitkomen; plaats waar iets uitkomt.
  2. {A} (fig) afloop, uitkomst.

mipa-seg:: {C} spreekwoord.

mipayr:: {S} buitenlucht; ef klahere mip ef ~: van de buitenlucht afsluiten.

mipbautoe:: |mipa..|

  1. {K} (fig) schiften; afzonderen.
  2. {Upr} (alg) uitwerken; uitwerking hebben (v medicijn); (ihb) klaarkomen; orgasme hebben (seksueel).

mipbautoos:: |mipa..| {C} (alg) schifting, afzondering; (medicijn) uitwerking; (seksueel) het klaarkomen; orgasme.

mipblfe:: |mipl..| {U} uitvallen (niet meer meedoen: voetballer, soldaat ed).

mipcolye:: {K} sorteren, schiften, uitzoeken.

mipcolyos:: {C} sortering, schifting; het uitzoeken.

mipare:: {U} ontsnappen (lucht, stoom ed).

mipare-gaza:: {S} uitlaatgas[sen].

mip:: {I} middendoor (gebroken).

mipobiyre:: {K} afleveren, opleveren (v opgedragen werk: aannemer, schilder ed).

mipobiyros:: {C} aflevering, oplevering (v opgedragen werk: aannemer, schilder ed).

mipdreute:: {K} ontwikkelen (v foto).

mipe:: {U} piepen (v dier).

Mip Ef Covents:: {W} .

Mip Ef Knurfel:: {F}.

mipende:: (mipvende) {K} gaan uit, uitgaan.

mipenn::

  1. {VR; gnp= ~er; gnz= ~r} vanwaar?, waarvandaan?, bij wie vandaan?; tu arfine ~?: waar kom je vandaan?; bij wie kom je vandaan?; do linne, gress arfint ~: hij vraagt waar ik vandaan kom/bij wie ik vandaan kom; tu arfine ~er srt?: van wiens huis kom je vandaan?; do melde ~r keldus?: van de boerderij in welke plaats is hij afkomstig? (lett: "van wat zijn boerderij").
  2. {VG; gnp= ~er; gnz= ~r} (richting) vanwaar, waarvandaan, bij wie vandaan; gress nert tiffe, ~ do arfine: ik weet niet waar/bij wie hij vandaan komt.

mipenner:: {gnp} mipenn.

mipennr:: {gnz} mipenn.

Mipermen:: {F}.

miperte:: {E} talent hebben.

mipertelira:: {tdw} talent hebbend, talentvol.

miperten:: {C} de aanwezigheid van talent.

miperter:: {C} genie, talent, talentvol persoon.

mipertos:: {A} aanleg, talent.

mipertosiy:: {I} machinaal, zonder nadenken.

mipfartatjen:: {C} emigrant.

mipfarte:: {U} emigreren.

mipfartos:: {C} emigratie.

mipfiniiy:: {I} extreem.

mipfiy:: {C} (alg) uitgang (v kamer, gebouw); (taalk) achtervoegsel, suffix.

mipfiytof:: {C} vervaldag.

mipfrenvue:: {K} ~ [helkara]: verbasteren [tot].

mipfrenvuor:: {I} ~ helkara: verbasterd tot.

mipfrenvuos:: {C} verbastering.

mipgf:: {wst} mipgfje.

mipgff:: {gst} mipgfje.

mipgfje:: {K; gst= ..gff; wst= ..gf} uitteren.

mipgfje-kingoh:: {S} roofbouw.

mipgfjos:: {C} uittering.

mipgei:: {I} buitenissig; excentriek, zonderling.

mipgyr:: {I} volstrekt.

mipiy::

  1. {Cef} uiterste (zn).
  2. {I} verlopen, niet meer geldig.

mipiye:: {U} verlopen zijn, niet meer gelden.

mipjarros:: {A} uittreding (parapsychologisch: ziel uit lichaam).

mipjepse:: {E} druipen.

mipjepsos:: {C} gedruip.

mipjikate:: {K} (fig) uitschakelen.

mipjikatos:: {A} uitschakeling.

mipjiyxe:: {K} uitstrooien (alg); rondstrooien (v praatjes).

mipjiyxos::

  1. {C} uitstrooiing, het uitstrooien (v zand ed).
  2. {A} rondstrooiing, het rondstrooien (v praatjes).

mipkafte:: {K} verrekenen (betalen).

mipkaftos:: {A} verrekening.

mipkett:: {C} deposito.

mipkette:: {K} verstrkken, afgeven; aanbesteden.

mipkettos::

  1. {C} afgifte, verstrekking.
  2. {A} aanbesteding.

mipkirture:: {K} schuwen.

mipkirturos:: {A} het schuwen.

mipkrur:: {C} buitenmuur, buitenwand.

miplade:: {K} ontladen; afschieten (v wapen).

miplados:: {C} ontlading; het afschieten (v wapen).

miplango:: {VZ} buiten langs; langomip.

miplorerde:: {K} opkopen.

miplorerdos:: {C} opkoop.

miplydos:: {C} ontzet (bevrijding door leger).

mipmerre:: {K} overtroeven.

mipmerros::

  1. {C} troef (speelkaart met de hoogste waarde).
  2. {A} overtroeving.

mipmerte:: {U} uitrukken (leger, brandweer).

mipmertos:: {C} uitrukking (v leger, brandweer).

mipmte:: {K} (lett) buitensluiten; niet binnenlaten; voor de deur laten staan.

mipmtos:: {C} (lett) buitensluiting; het buiten laten staan.

mipmue:: {K} afzien van.

mipnjebopiy:: {C} zeescheepvaart.

Mipnjebopiy-ofiss:: {N} "Zeescheepvaartkantoor" (instantie te Amahagge); .

mipnoftate:: {U} zich onthouden.

mipnoftatiy:: {I} zich onthoudend; niet-doende.

mipnoftatos:: {C} onthouding.

mipnutare:: {K} ~ n: overhren.

mipnutaros:: {C} overhring.

mipnzzel:: {I} ongenietbaar (v boek, voedsel, drank).

mipoggoe:: {K} vergelden.

mipoggoos:: {A} vergelding.

mipoiyste:: {K} mipwoiyste.

mipoiystos:: {A} mipwoiystos.

mipojelstos:: {C} consumptie, gelag (in caf).

mipole:: {K} uitbreiden.

mipolos:: {C} uitbreiding (meestal: het uitbreiden).

mipoume:: {K} deserteren.

mipoumer:: {C} deserteur.

mipoumos:: {C} desertie.

mipovap:: {C} buitenkant, buitenzijde.

mippainos:: {C} overheid; gezaghebbend lichaam.

mippainos-siyclo:: {C} overheidssector (tegenover marktsector).

Mippar:: {G} (dorp; gemeente Girdes).

mippre:: {K} uitdagen (voor wedstrijd ed); oplopen (v ziekte/vertraging ed).

Mippar-Girdestona:: {G} (oostelijke tak vd Girdestona in de Girdestiy-delta); .

Mippar-nrcus:: {N} (autoveer op de Girdestona); .

mippros:: {C} uitdaging (voor wedstrijd ed).

mipper:: {C; mv/rsmv= ~per} zuil, kolom.

Mipper-mirra:: {W} .

mipperper:: {mv/rsmv} (=red); mipper.

mippes:: {III} uit elkaar, uiteen.

mippildos:: {A} lezing (wijze v voorstellen).

mippitste:: {K} uitvissen, uitzoeken.

mippitstos:: {C} het uitvissen, het uitzoeken.

mipplae:: {K} uitbesteden.

mipplaos:: {C} uitbesteding.

mip-pliyfon:: {C} afdronk (wijn).

mippnze:: {K} getuigen van.

mippnzelira:: {VZ} getuige (vz).

mippote:: {K} ~ n: misgunnen (met wraakgevoelens, leedvermaak, ed); idemonslenpe.

mipprabare:: {U} ~ hogorit: uitsteken boven (fig); ef mrmelde ~ hogorit ef miytjiy: de werkloosheid steekt boven het gemiddelde uit.

mippurfille:: {K} seinen; tekens geven.

mippurfillos:: {C} gesein; het geven van tekens.

mipputtare:: {K} afhalen (v bed); wegnemen (tafellaken); ef ~ smurf rifonn eft zolle-nota: geld van een bankrekening afschrijven; (vgl ook mipputte).

mipputte:: {K} wegnemen, ontvreemden.

mipputtos:: {C} wegneming, ontvreemding.

mipqufrate:: {K} afdingen op.

mipqufratos:: {C} afdinging.

mipqugg:: {gst} mipqugle.

mipqugle:: {U; gst= ..qugg} nawerken.

mipquglos:: {C} nawerking, naween.

mipquistuxe:: {K} afstompen.

mipquistuxos:: {A} afstomping.

mipqurstoxe:: {K} ~ armt: uitsluiten van.

mipqurstoxos:: {A} uitsluiting.

mipreppe:: {K} kwijtschelden.

mipreppos:: {A} kwijtschelding (ook fiscale term); .

mipreve:: {U} overslaan (brand, ziekte).

miprevos:: {C} overslag, het overslaan (brand, ziekte).

miprif:: {C} factor; omstandigheid.

mipriffare:: {K} (lett/fig) teren op.

mipriffos:: {C} ontlasting, feces.

miproit:: {I} royaal, ruim (v afmeting).

miprue:: {U} braken, overgeven; (sprkw) hm ~, stus poire kelot velk: wie braakt leeft tenminste nog (gezegde uit de 15e eeuw; ong: blaffende honden bijten niet).

mipruos::

  1. {C} het braken, het overgeven.
  2. {S} braaksel, kots.

miprutse:: {K} ontbinden, opheffen (v commissie ed).

miprutsos:: {A} ontbinding, opheffing (v commissie ed).

mips:: {C} mond[ing] (v rivier, kanon ed).

miparcess:: {I} buitenlands, uit het buitenland; (= mip + arcess).

mipark:: {C} buitenland.

miparkiy::

  1. {I} buitenslands; ef ~n entrafers: de buitenslands vertoevende toeristen; de toeristen die naar het buitenland gaan.
  2. {VZ} (plaats) buitenslands; ~ ef entrafer-ares: in de toeristengebieden buitenslands; in de buitenlandse toeristengebieden.

Mipark-Ofiss:: {N} "Buitenland-Bureau" (onderdeel vh Ministerie van Buitenlandse Zaken dat de belangen vd vertegenwoordigingen in het buitenland behartigt en cordineert); .

Mip Seert:: {F}.

mipsrtiy::

  1. {I} buitenshuis; do rme ~: hij werkt buitenshuis.
  2. {VZ} (plaats) buitenshuis; ~ ef bidalos: buiten in de regen.

mipsivve:: {U} zich afscheiden; ~ trk: afscheiden van (lett).

mipsivvos::

  1. {C} afscheiding, het zich afscheiden.
  2. {S} uitwerpselen.

mipslap:: {C} wekker (klok); ef ~ kirre kva den ...: er komt [ooit] een moment/ogenblik dat ....

mipovos:: {C} bestek, bouwtekening.

mipspuriy:: {I} onnavolgbaar.

mipsrte:: {K}

  1. lossen (v lading).
  2. nalaten (v gewoonte, plicht); ~-te ef uokke!: laat dat roken!; rook toch niet!.

mipsrtiy:: {I} uitstedig.

mipsrtos::

  1. {C} lossing, het lossen.
  2. {A} het nalaten (v gewoonte, plicht).

miptaffe:: {K} ~ luft: afhouden van; do ~ Pyt luft groft rm: hij houdt Pyt van zijn werk af; do ~ eup luft belt kalmba: hij leidt haar aandacht af.

miptarpenne:: {K} vrij zijn van.

mipter:: {I} buitenste, uiterlijke.

Mipter Jakm-plep:: {W} .

Mipter Korda-pt:: {W} .

Mipter Rnter:: {W} .

miptiyn:: {C} afval[stof].

miptiynlot:: {C} afvalcontainer.

miptiyn-tx:: {C} afvalstoffenheffing.

miptrekke:: {K} schorsen, verdagen; ~ armt: uitstellen tot, opschorten tot, verlengen tot; ef ~ forts: de tijd rekken.

miptrekke-naliycos:: {A} achterstallig onderhoud.

miptrekkos:: {A} uitstel, respijt; schorsing (v vonnis); opschorting (fiscale term); (sprkw) ef ~ nert melde ef mipreppos: uitstel is geen afstel; .

miptrempe:: {U} ~ [furt]: afstuderen [in].

miptremper:: {C} afgestudeerde (iemand die zijn (universitaire) studie heeft afgerond maar (nog) geen baan heeft).

miptreske:: {Upr} ~ n: zich uitsloven voor.

miptrije:: {K; gst= ..trit} experimenteren met.

miptrit:: {gst} miptrije.

mipufire:: {K} uitrijden (uit garage ed).

mipur:: {I} onbesuisd.

mipvende:: {K} mipende.

mipvendelira:: {I} smakeloos (afkeer inboezemend, tactloos: v vertoning ed).

mipwoiyste:: (mipoiyste) {K} (fig) afwikkelen, afhandelen.

mipwoiystos:: (mipoiystos) {A} (fig) afwikkeling, afhandeling; transactie.

mipxolije:: |X| {K; gst= ..xolit} afstand doen van.

mipxolit:: |X| {gst} mipxolije.

miprm:: {C} (fig) sleutel (v code ed).

miprme:: {K} uitwerken.

miprmelira:: {I} uitvoerig.

miprmer:: {C} samensteller, schrijver (v boek).

miprmiy:: {I} werkzaam; uitwerking hebbend; impactvol, effectvol.

miprmos:: {C} uitwerking; arrangement (bijv geheel verzorgde reis).

miprs:: {C} uiterlijk (zn), aanzien.

miprsane:: {U} eruitzien (een bepaald uiterlijk hebben); eft per-snerf ~ kol?: hoe ziet een mestkever eruit?.

miprs-tiyn:: {C} toiletartikel.

mipzlbinase:: {K} uitkeren.

mipzlbinasos:: {C} uitkering.

mipzle:: {U} rondvliegen; in het rond vliegen (brokstukken ed).

mipzurrere:: {U} overblijven (nog leven als anderen dood zijn).

mipzurrere-la'yc-tx:: {C} (afk= milat) successierechten; .

mir:: {C} haar; gress cye sener ~s: ik kam mijn haar; eup lelperre mintepot ~s: ze heeft lang haar; fes ronter ~s: heelhuids.

Miras:: {F}.

Mirstriymiy:: {G} (dorp; gemeente Acaratsa).

mir-balsem:: {S} haarcrme, brillantine.

mir-bent:: {C} haarband, diadeem.

miriy:: {I} harig, behaard; van haren gemaakt.

mir-kles:: {S} tandjesgras (L. Sieglingia decumbens).

mir-kponjer:: {C} haardroger, fhn.

mir-mut:: {C} behaard vel, vacht (v levend dier).

mir-noftate:: {U} verharen.

mir-noftatos:: {C} verharing.

Mirnurp:: {F}.

mir-quzr:: {C} kapsel.

mirra:: {C} (afk= mra) straat, weg; kaf/fes ef ~: op straat; ef melde kaf ef ~: op weg zijn; ef vende kaf ef ~: zich op weg begeven; ef nutraliy ~: (fig) de middenweg; ef linne ef knf ~: (fig) naar de bekende weg vragen; fry ef lacsiy ~: via de wettelijk voorgeschreven weg.

Mirra:: {F}.

mirra-caribos:: {C} wegdek.

mirra-chikonatjen:: {C} wegbeheerder.

mirra-ef-ovap:: {C} zijstraat.

Mirra furt ef Jabr:: {W} .

Mirra helkara ef Cladesz:: {W} .

mirra-ileset:: {C} vluchtheuvel.

Mirra Ja Ef Jakms:: {W} .

Mirra kusamat ef Afstoen:: {W} .

Mirram:: {W} .

mirrarm:: {C} wegwijzer.

Mirra P1:: {W} .

Mirra P2:: {W} .

Mirra P3:: {W} .

Mirra P3 Opper:: {W} .

Mirra P3 Wefot:: {W} .

Mirra P4:: {W} .

Mirra P5:: {W} .

Mirra P6:: {W} .

Mirra P7:: {W} .

Mirra P7 Opper:: {W} .

Mirra P7 Wefot:: {W} .

Mirra P8:: {W} .

Mirra P9:: {W} .

Mirra Q1:: {W} .

Mirra Q2:: {W} .

Mirra Q3:: {W} .

Mirra Q4:: {W} .

Mirra Q5:: {W} .

Mirra Q6:: {W} .

Mirra Q7:: {W} .

Mirra Q8:: {W} .

Mirra Q9:: {W} .

Mirra Q10:: {W} .

mirra-quanka:: {C} straatnaam.

Mirra R1:: {W} .

Mirra R2:: {W} .

Mirra R3:: {W} .

Mirra R4:: {W} .

Mirra R4/R5:: {W} .

Mirra R5:: {W} .

Mirra R6:: {W} .

Mirra R7:: {W} .

Mirra R7-A:: {W} .

Mirra R7-B:: {W} .

Mirra R7-C:: {W} .

Mirra R7/R6:: {W} .

Mirra R8:: {W} .

Mirra R9:: {W} .

Mirra rifo Blys:: {W} .

Mirra rifo Koffon rmyll:: {W} .

Mirra rifo Mintepot Moffain:: {W} .

Mirra rifo Neze:: {W} .

Mirras helkara ef Arfinveliy:: {N} (titel ve rapport); .

mirrtat:: {C} lantaarnpaal.

Mirrtat-weg:: {W} .

mirratjen:: {C} wandelaar.

mirraukr:: {C} boerenweggetje, landweggetje.

mirre:: {U} wandelen (vrnl in de stad).

mirre-kros:: {C} mobiele telefonie.

mirrere:: {U} [zich] weerspiegelen; weerspiegeld worden.

mirreros:: {C} weerspiegeling.

mirre-telefonos:: {C} mobiele telefoon, mobieltje; (portariy).

mir-rimm:: {C} scheiding (in haar).

mirrof:: {C; mv/rsmv= mirrfe} (afk= mrf.) afzender.

mirrfe:: {mv/rsmv} mirrof.

mirrofsmurf:: {S} lef ~ (afk= l/ms): franco.

mirrr:: {C} spiegel.

mirrore:: {K} [doen] [weer]spiegelen (ook fig).

mirrre:: {K} spiegelen.

mirros:: {C} wandeling.

mirrovap:: {C} berm.

mirrzor:: {C} wandelstok.

Mirsen:: {J}.

mirt:: {I} gehoorzaam, braaf; ef kette ~ armt rst/flj: iemand/iets gehoorzamen.

mirtmp:: {C} baardstoppel.

Mir-terf:: {W} .

mirtiy::

  1. {Aef} gehoorzaamheid.
  2. {I} gehoorzaam.

mirynt:: {C} roskam.

mir-zieo:: {C; rs= ..-ziet} badmuts.

mir-ziet:: {rs} mir-zieo.

misan:: {C} winkel.

misaner:: {C} winkelier, winkelbediende.

misanera:: {C} winkeljuffrouw.

Misan-mirra:: {W} .

misannolac:: {C} winkelauto, rijdende winkel; .

misanrm:: {C} winkelopschrift; uithangbord van winkel.

misansrt:: {C} warenhuis, grote zelfbedieningszaak.

misan-siyclo:: {C} winkelketen.

misan-spkln:: {C} winkelier, winkeleigenaar.

misan-zros:: {C} winkelhuis (pand waarin zowel de winkel als de woning zich bevindt).

mise:: {K} missen, ontberen (vooral v iemand op wie men gesteld is).

Mie:: {G} (dorp; gemeente Gran).

miskn:: {I} dankbaar, erkentelijk.

miskniy:: {A; mv=enk} dankbaarheid, erkentelijkheid.

miskof:: {C} nacht (22-1 uur); lelmo ~: vannacht, hedennacht (22-1 uur: die nog komen moet, of reeds aan de gang is); lst ~: vannacht, afgelopen nacht (22-1 uur); fes ~!: goedenacht! (bij komen); (in spr krijgt miskof wel de uitgebreide betekenis v kl = nacht v 22-4 uur); fes ef ~: 's nachts (in een bepaalde nacht); ps probara beri piykniyke fes ef fresta fes ef ~: ze wilden 's nachts in het bos gaan picknicken.

miskofas:: {III} 's nachts (22-1 uur: zo goed als elke nacht); riyfain ~: elke nacht (22-1 uur); (in spr krijgt miskofas wel de uitgebreide betekenis v klas = 's nachts v 22-4 uur).

miskoffin:: {C} aanbreken van de nacht.

miskofif:: {C} nachtschade (plant) (L. Solanum); brr ~: bitterzoet (L. S- dulcamara); doffiy ~: zwarte nachtschade (L. S- nigrum).

miskofiy:: {I} nachtelijk, gedurende de nacht.

miskofkas:: {C} pyjama, nachthemd.

miskof-meldos:: {C} nachtverblijf.

miskofojel:: {C} koperuil (nachtvlinder) (L. Diachrysia chrysitis).

Miskof-tof:: {N} (titel toneelstuk); .

mion:: {C} missie.

misos:: {A} gemis, het missen (vooral v iemand op wie men gesteld is).

miss:: {!} (pop) dank u wel (als men iets krijgt); missjeff!.

miss.:: {afk} missjeff!.

missafiy:: {C} bedankbrief[je].

misse:: {K} ~ rst frpj flj: iemand [be]danken voor iets; ef kettelira ~ frpj: te danken zijn aan; (tdw) ~lira rst/flj: met dank aan iemand/iets.

misse-olg:: {C} "dankplank" (houten bord met een dankwoord, meestal versierd met bloem- of landschapsmotieven; werden door dankbare Erg gelovigen aan een priester of kerk geschonken; typisch Berrefs gebruik); ; (DOM 25).

misse-stgtiyn:: {C} toegift (bij muziekuitvoering).

missis:: {C; mv= ~a} zwam, paddenstoel (ihb zonder duidelijke steel en hoed, zoals koraalzwam of varkensoor; dikwijls ook giftig).

missis-:: {PX.zn} (vulg) rot, klote, klere; (bijv) missis-'jan: rotjongen; missis-oto: rotauto, klote-auto.

missisa:: {mv} missis.

Missis-mirra:: {W} .

missistel:: {Cef} (afk= MI) "paddenstoelmaand" (6e maand v Erg tijdrekening).

missjeff:: {!} (afk= miss.) dank u wel, bedankt (als men iets krijgt); ~ furt gert crtiyr!: bedankt voor uw hulp!.

missna:: {Iid} mager||vet; eft ~ knociy-efanty: een mager kind; eft ~ rsiy-merater: een vette man; ef boerts melde ~ lef lent muts: de koeien zijn mager (vel over been); ef knoks melde ~ lef beldrast-muts: de varkens zijn vet; ef ~ zempers m ges: de magere jaren; ef ~ zempers lef hat Steufima (of: Koronalista) ur ef cs lef idem Pjnts: de vette en de magere jaren.

missos:: {A} dank.

misst:: {C} briket.

misstere:: {U} briketten stoken; eft ~lira frads: een stoomlocomotief die met briketten gestookt wordt.

mistlikoe:: {C; rs= mistlikte} wildernis.

mistlikte:: {rs} mistlikoe.

Mistot Vraigne:: {F} (Fra).

Mistr:: {F}.

Mistr & Segt:: {N} (ijzergieterij in Knolbol); .

mit::

  1. {C} minuut (tijdsaanduiding); ef melde dur zurt ur ke ~s: het is acht minuten over drie; grat.
  2. {BT; gnp= ~ex; gnz= ~r; rs= ~te; mv/stoff} die, dat; ef hurts, ~ helderte: de honden die blaffen; ef strosz, ~ melde rtjulltt: de ondermijningen die onvermijdelijk zijn; ef pleko, ~ smlme-tij: het zand, dat wegspoelt; ef meraters, ~ex tubsz rms: de mannen wier vrouwen moeten werken; ef vrkyrs, kirro ~te afnole: de koffers die we achtergelaten hebben.

mit:: {SX > c} kamer, vertrek; (bijv) (met de archasche infinitief slapel) slapelmit: slaapkamer; (met wst qu) qumit: wachtkamer; (de archasche infinitief op -el wordt gebruikt bij ww'n met een variabel accent: slapelmit, codrelmit; bij gefixeerd accent vervalt de -l: kullemit, plettemit).

mita:: {PXimpr.ww > ww} (nieuwe ww'n; gereduceerde vorm v mitai); mitai; mita-.

Mit:: {G} (stad in Plef).

mitaamifftre:: {K} gehouden worden voor; doorgaan voor; gelden als.

mitablacroelira:: {I} gestaag, aanhoudend (met de nadruk op het ononderbroken/langzame karakter); eft ~ damarte: een gestage neergang.

Mit-Bref-vjadk:: {N} (spoorwegviaduct; gemeenten Bref en Mit); .

mitachos:: {C} opname (v foto, film, geluid ed).

mitachoe:: {K} opnemen (v foto, film, geluid ed).

mitachoer:: {C} taperecorder.

mitachoos:: {C} opname, het opnemen (v foto, film, geluid ed).

mitacolye:: {K} schudden (v kaartspel).

mitacolyos:: {C} [de beurt van het] het schudden (v kaartspel).

mitadrave:: {K} overtrekken, natekenen (op transparant papier).

mitadravos:: {C} overtrek (tekening op transparant papier).

mitaente:: {K} mitawente.

mitagre:: {K; gst= ..gret} ontzetten; uit zijn verband brengen (v machine, muur, as ed).

mitagreiy:: {I} ontzet (uit zijn verband: v muur ed).

mitagret:: {gst} mitagre.

mitaholare:: {K} overbrengen.

mitaholaros:: {C} overbrenging, het overbrengen.

mitahue:: {K} afschrijven (waardevermindering).

mitahuos:: {A} afschrijving (waardevermindering).

mitai::

  1. {VZ}
    1. (plaats/beweging binnen grenzen) door; ef zeff melde ~ ef krur: de ijzeren stang zit door de muur [heen]; do farte ~ ef fresta: hij loopt door het bos (hij komt dus niet buiten het bos);
    2. (maat) met een lengte van; eft plkom ~ 10km: een tunnel van 10 km lengte.
  2. {VZrs} (richting) door; ef xlegs forse ~ ef krurre (rs!): de kogels dringen door de muur [heen].

mitakafte:: {K} overmaken, verschrijven (geld, bedrag).

mitakafte-scrift:: {C} overschrijvingsformulier (om geld vd ene bankrekening naar de andere over te maken).

mitakaftos:: {A} overmaking, verschrijving (geld, bedrag).

mitakltos:: {C} omloop, kringloop.

Mitakltos-plep:: {W} .

mitalinnos:: {C} navraag.

mitaloine:: {K} banen (v weg); de weg vrijmaken voor.

mitaloinos:: {C} het vrijmaken van de weg.

mitamoris:: {III} wellicht (als een suggestie gezegd); kirro crtirecos ~ do: wellicht dat we hem kunnen helpen.

mitamorise:: {K} suggereren.

mitamorisos:: {C} suggestie.

mitaste:: {U} mitastre.

mitaster:: {gst} mitastre.

mitastre:: {U; gst= ..ster} overlopen, deserteren.

mitapaine:: {K} bezig zijn met.

mitapainos:: {C} het [druk] bezig zijn; [drukke] bezigheid.

mitaperke:: {K} ~ flj: iets als plicht beschouwen.

mitapilde:: {K} storten (v geld op rekening).

mitapildos::

  1. {C} gestort bedrag (op een bankrekening ed).
  2. {A} storting, het storten (v geld op rekening).

mitaratjen:: {C} verhuurder.

mitare:: {K} verhuren.

mitarepp:: {C} gemachtigde.

mitareppafiy:: {C} schriftelijke machtiging.

mitareppe:: {K} machtigen.

mitarepp-hut:: {C} procuratiehouder.

mitareppos:: {A} machtiging; mandaat.

mitariffe:: {K} (fig) opstellen.

mitariffos:: {A} (fig) opstelling.

mitaros::

  1. {C} verhuur, het verhuren.
  2. {!} te huur! (als opschrift op woning ed).

mitarr:: {C; mv=enk} (afk= mrr) minuut (tijdsduur); gress quo lf dur ~: ik heb drie minuten gewacht; ef lelperre prsa ~ fes r zurtarr: tijd zat hebben; ja ~s: van minuut tot minuut.

Mitrt:: {J}.

Mitrt Huliy-mirra:: {W} .

mitas:: {I} open (niet op slot).

mitap:: {C} filmstudio (= mitachoe + p).

mitatjen:: {C} huurder.

mitatjyme:: {K} bepraten.

mitaubere:: {K} (lett) opvangen.

mitawente:: (mitaente) {K} ineendraaien, ineenstrengelen.

mitazerfe:: {K} doorzn, doorgronden; doorhebben; gress ~ do jazy: ik heb hem wel door.

mitazerfiy:: {I} schrander, intelligent.

mitazerfos:: {A} doorgronding; het doorzn.

mitbnk:: {C} huurkazerne; (= mite + bnk).

mite:: {K} huren.

mite-jedos:: {C} huursubsidie.

miterus:: {I} bruin.

miteruser:: {I} bruinig.

miterus-lgyne:: {K} [aan alle kanten] bruin braden (v vlees).

mitex:: {gnp} mit 2.

Mitja:: {M}.

mitlfe:: {E} er de pest in hebben.

mito:: {C} mot (L. Tinea).

mitfami:: {I} in dit/dat geval (contextueel).

mito-flyddere:: {C} peper-en-zoutvlinder (L. Biston); doffiy ~: donkere peper-en-zoutvlinder (L. B- carbonaria); grist ~: lichte peper-en-zoutvlinder (L. B- betularia).

mitforty:: {I} in die tijd, toentertijd (contextueel).

mitos:: {C} huur, het huren; huur[bedrag].

Mitos:: {N} (boektitel); .

mitra:: {PX.c > c} bruin, okerkleurig, donkergeel.

mitraare:: {E} tanen, gelig worden.

Mitrameesta-pola:: {W} .

mitrat-missis:: {C} mitrawt-missis.

mitrat-missisa:: {mv} mitrawt-missis.

mitraquf:: {C} reuzenknotszwam (L. Clavariadelphus pistillaris).

mitratustr:: {S} (lichtbruin roggebrood in ronde vorm, uit Zuidoost-Jelafo); .

mitrawt-missis:: (mitrat-missis) {C; mv= ~a} bleekbruine bekerzwam (L. Peziza repanda).

mitrawt-missisa:: {mv} mitrawt-missis.

mitrazjol:: {S} bruinkool.

mitr:: {C; mv= ~ja of ~je} bok, geit (mnl).

mitrja:: {mv} mitr.

mitrje:: {mv} mitr.

Mitrje:: {N} (boektitel); .

mitr-krutt:: {C/S} streepzaad (L. Crepis); presr ~: klein streepzaad (L. C- capillaris); rg ~: "vol streepzaad" (alleen op Berref) (L. C- plena).

mitr-lofa:: {C} kamperfoelie[struik] (L. Caprifolium).

miterft:: {I} treurig.

miterfte:: {U} treuren.

miterftos:: {A} treurnis.

mitsiy:: {I; [mv=enk]} ranzig, sterk (v boter).

mitsot:: {I} (poe) minutenlang.

mittc:: {C} muurkrant; aangeplakte mededelingen (vooral burg. stand, straffen ed).

mittarener:: {Crs} schoolbord.

Mittarener-weg:: {W} .

mitte:: {rs} mit 2.

mittof::

  1. {PV; 1niv-3enk-zkl} hij, zij, het, dat, hem, haar; (refererend aan voorwerp; emfatischer dan ef) ~ melde hupster: het/dat/hij/zij is groot; gress nert zerfec ~: ik kan het/dat/hem/haar niet zien; (refererend aan gehele zin) Petriy ef pij omi larde-tij ur ~ melde oras xg ki: Petriy heeft de hele taart opgegeten, en dat is heel stout [van hem]/wat heel stout is; Elsa arfine hojelka? gress nert tiffe ~: wanneer komt Elsa? dat weet ik niet; (voorlopig subj, refererend aan erop volgende uitspraak; arch) ~ melde gulder, den tu tinde: het is beter dat je blijft; ef); ex.
  2. {AW}
    1. {concr/semc/stoff} (contextueel) die, dat, deze, dit, bovengenoemde, bedoelde; ~ ... fitfara: zodanige/zo'n ... dat; lef ~ upk, fitfara do tassa: met zodanige snelheid dat hij viel; ~ groft remarcos: die/bovenbedoelde opmerking van hem;
    2. {abstr} (contextueel; dl= Tjemp/Plef); k; ks;
    3. mittofs.

mittofs:: (= mittof) {AW}

  1. {mv-concr/semc/stoff} (contextueel) die, deze, bovengenoemde, bedoelde; ~ ... fitfara: zodanige/zulke ... dat; do lelperre ~ fts, fitfara tasse do fes dfosmurfiy: hij heeft zulke schulden dat hij failliet zal gaan; ~ groft remarcsta: die/bovenbedoelde opmerkingen van hem;
  2. {mv-abstr} (contextueel; dl= Tjemp/Plef); ks.

Mittof & Pij-kf:: {N} "Dit & Iets-heel-anders" (stichting om winkels in Asjetto te promoten die telkens twee uiteenlopende producten verkopen: ongebruikelijke combinaties die op een grappige manier met elkaar in verband gebracht worden); .

mittor:: {C; mv/rsmv= mittre} trap (met enkele treden; korter dan mittors).

mittre:: {mv/rsmv} mittor.

mittors:: {C} trap (tussen verschillende verdiepingen; langer dan mittor).

mittors-bar:: {C} trapleuning.

mittors-taris:: {C} trappenhuis.

Mittors-taris:: {N} (toren; gemeente Trofy); .

mittus:: {C; mv= o~} kamer; ~ ur brakest: "bed and breakfast"; Mittus ur Brakest.

Mittus armt ef Cheetucj:: {G} (voormalig gehucht met kasteelrune; sinds ca. 1900 onbewoond); ; (DOM 65).

Mittus armt ef Fetu:: {G} (dorp; gemeente Tearo); (DOM 63-64).

Mittus armt ef Krappa:: {G} (dorp; gemeente Stan).

Mittus-Fetu:: {G} (rivier; deel vd Fetu); .

Mittus-klarbr-weg:: {W} .

Mittus luft nhe:: {G} (voormalig dorp; sinds 1951 een spookdorp); ; (DOM 65).

Mittus-nlp-feslosos:: {N} (afk= MINF) "Kamer-gastheer-stichting" (overkoepelende Bed & Breakfast-organisatie; hoofdkantoor in Liyrotyka); .

mittus-'nin:: {C} kamermeisje.

Mittus ur Brakest:: {N} (afk= M&B) "Kamer en Ontbijt" (Spok variant v Bed & Breakfast (B&B); vooral in minder welvarende streken bij boeren).

mitulanis:: {VR} waarom?, waardoor?; tu arkette ~?: waarom huil je?; gress linne, tu arkettt ~: ik vraag waarom je huilt.

mitulanis:: {VG} waarom, waardoor; gress nert tiffe, ~ do arkette: ik weet niet waarom hij huilt.

mitr:: {gnz} mit 2.

miva:: {I} lelijk, boos, slecht.

mivaiy:: {A; mv=enk; rs= mivatt} lelijkheid, boosheid, slechtheid.

mivatt:: {rs} mivaiy.

mix:: {C} scheikundige verbinding.

miy:: {C; mv= ms} wak (in ijs).

miyk:: {C} prop.

miylk:: {C} milkshake.

miym:: {C} [vrouwen]borst; ef wencate eft efanty n ef ~ (n is vz): een kind de borst geven.

miyna::

  1. {C} kop [kruiden]thee.
  2. {S} [kruiden]thee; aftreksel van kruiden; t.

miyna-cne:: {C} theepot.

Miyna-cluzs:: {N} (uitspanning in Amahagge); .

miyne:: {K} trekken (v koffie, thee).

miynkiy:: {C} Amerikaanse nerts (L. Mustela vison).

miynos:: {C} "trektijd" (tijd die koffie/thee moet trekken).

miyns::

  1. {Cef} garen, dun draad.
  2. {I} geweven, van garen/dun draad gemaakt.

miynslot:: {C} naaidoos, naaimandje.

Miynt:: {F}.

miynte:: {K} (alg) [be]sprenkelen; (ihb) pekelen (v gladde weg).

miyntos:: {C} (alg) besprenkeling; (ihb) pekeling (v gladde weg).

miyp:: {C} gedachte (het denken aan iets).

miypp:: {I} lichtgelovig.

miypar:: {C} aandenken, souvenir; eft ~ armt flj/rst: een aandenken aan iets/iemand.

miyparloper:: {III} bij nader inzien; (= miypare + loper).

miypare::

  1. {K} overdnken; denken aan (rekening houden met).
  2. {U} ~ beri/den: er veel voor voelen om; gress nert ~ beri lutterafe ef stgos: ik voel er niet zo veel voor om de voorstelling te gaan zien.

miypare-fort:: {C} bedenktijd.

miyparelira:: {VZ} denkend aan; gedachtig.

miyparos:: {A} gedachte, denkbeeld, mening; na ~ (afk= n.m.): overwegend, hoofdzakelijk; kost ~ nert kaine, den ...: het komt niet in me op om ...; ef drme fes ef ~z: in gedachten verzonken zitten.

miype::

  1. {K} (alg) denken; (niet zeker weten) denken, geloven; aftu tinde fesrt? siy[,] gress miype: blijf je thuis? ik denk van wel; gress nert ~ den do paina ef: ik denk niet dat hij het gedaan heeft; ~ n: toeschrijven aan.
  2. {U} ~ armt: denken aan.

miypelira-armt:: {I} achterdochtig.

miype-cht:: {C} souvenir.

miype-prtt:: {C} inval; plotselinge [goede] gedachte.

miypera:: {I} bedenkelijk.

miypere:: {K} bedenken, uitdenken.

miyperos::

  1. {C} bedenksel.
  2. {A} bedenking.

miypertiy:: {I} bedachtzaam.

miype-tij:: {K} wegdenken.

miype-tiyn:: {C} een ogenblik nadenken.

miype-tval:: {I} liederlijk.

miype-tvalos:: {A} liederlijkheid.

miype-vrk:: {SC} denkwijze.

miypfjy:: {SC} zinnebeeld.

miyp'kurre:: {I} nert ~: fabelachtig, ongeloofwaardig.

miypos::

  1. {C} gedachte (het denken aan iets); tu melde riyfain fes kost miypsta: jij bent altijd in mijn gedachten; jij bent nooit uit mijn gedachten.
  2. {A} het denken; m ~: onverwijld; op staande voet; do pnzo koffon m ~: hij was op slag dood.

miypos-armt:: {A} achterdocht.

miyppere:: {K} verzinnen.

miypperos:: {A} verzinsel, hersenspinsel.

miypres:: {C} gedachtegang.

miyqu:: {I} leep, slim.

miyr::

  1. {C/S} muur (naam v diverse planten; vrnl in samenstellingen zoals eit-~ = grootbloemige muur, of Kulano-~ = vogelmuur).
  2. {VZ2n} (betrekking) dankzij, om; ~ vilt boea blul ef mntyos hchelije: dankzij jouw slagvaardigheid is het probleem opgelost.
  3. {III} (arch/poe) desondanks.

miyrare:: {K} in bedwang houden.

miyre:: {K} ~ tukst: dwingen tot.

miyrer:: {C} dwangarbeider.

miyros:: {A} dwang; ef melde fes ef ~ furt ...: gedwongen zijn om/tot ....

miyrtiy:: {I; [mv=enk]} kloek, fiks.

miyrs:: {C} mier (insect); doffiy ~: zwarte wegmier (L. Lasius niger); mindefit ~: rode knoopmier (L. Myrmica ruginodis); ef lelperre ~z fes sener brenk: (pop) duizelig zijn.

miyrrm:: {C} dwangarbeid.

miytj:: {I} gemiddeld, doorsnee.

miytj-:: doorsnee; eft miytj-familij: een doorsneegezin; eft miytj-Amero: een doorsnee-Amerikaan.

miytjiy:: {C; rs= miytjte} gemiddelde (zn); eft arcess ~: een landelijk gemiddelde.

miytjte:: {rs} miytjiy.

mizzae:: {U} ~ pai: krioelen van, wemelen van; ~lira pai: krioelend/wemelend van.

mje:: {!} miauw! (geluid v miauwende katten).

mjah:: {I} vraatzuchtig.

mjkin:: {SC} vraatzucht.

Mjanmr:: {G} Myanmar (Burma).

mjst:: {S} leem, klei.

mjsta:: {I} lemen, van leem gemaakt; met leem besmeurd.

mjinde:: {E} (dl= Peg) (onderweg wisselen v paard[en]).

mjocc:: {C} (fig) snotneus, snotjongen.

mjochare:: {K} adopteren (v kind).

mjocharos:: {C} adoptie (v kind).

mjoche:: {K} aannemen (v naam; wetsvoorstel ed); (fig) voor schut zetten; voor gek laten staan; ef ~ rst n flj (n is dt/vz): iemand onderwerpen aan iets; ef prap ~ n ef fts: zich in de schulden steken.

mjochor:: {I} aangenomen (naam); (fig) voor schut gezet; ef melde ~ fes: onderworpen zijn aan.

mjochos:: {A} onderwerping.

Mjochos:: {G} (dorp; gemeente Frezzet).

Mjogt:: {F}.

mjrter:: {A; mv=enk} onschuld.

mjrtiy:: {I; mv=enk} onschuldig.

m/K:: {afk} (= mintof Kriyst).

m-kr:: {afk} meter-krain.

ml:: {afk} mililitriy.

mlesende:: {K} verachten.

mlesendos:: {A} verachting.

mlesentiy:: {I} verachtelijk.

Mlex:: {N} (restaurant aan de Larmin-kust; gemeente Manes-Pmn); .

Mlex-ager:: {N} (badstrand; gemeente Manes-Pmn); .

mlobe:: {S} kwijl.

mloberre:: {U} kwijlen.

mloberros::

  1. {C} (alg) gekwijl; (ihb) kwijlend dier (vrnl hond).
  2. {S} kwijl.

Mlggee-kapela:: {N} (kapelletje aan het Mlggee-stuwmeer); .

Mlggee-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Daba-Chrg); .

Mlggee-ses:: {G} (stuwmeer in de Gp; district Neno); .

mlopp:: {C} (vulg) lul, lummel (persoon; zowel mnl als vrw).

mlch:: {C} voorteken.

mm:: {afk} milimeter.

MN:: {afk} Milbonolac.

MNaS:: {afk} morg-noftate-armt-sentrym.

MO:: {afk} mondtel.

mo.:: {afk} monentink.

mbriy:: {C} monument.

Mbriy furt Beecn:: {N} "Monument voor de Vrede" (monument; gemeente Teta); .

Mbriy-plep:: {W} .

Mbriy-ratt:: {N} (afk= MR) "Monumenten-Raad" (vgl Monumentenzorg; hoofdkantoor in Gret); .

Mbriy-weg:: {W} .

mobile crane hire:: {N} (afk= mch) (hijswerktuigverhuurbedrijf in Amahagge); .

mobilofonos:: {C; mv= ~z} mobilofoon.

moch:: {C}

  1. knokkel (v vinger).
  2. magazijn (v geweer).

Mcla:: {F}.

Modderfyne:: {F}.

mde:: {U} brullen.

modell:: {C} model.

Modesta:: {J/M}.

modifye:: {K} wijzigen.

modifyos:: {C} wijziging; eft ~ armt ef aupross: een wijziging in het beleid.

modiste:: {C} modeontwerpster.

mit:: {C} grendel.

mite:: {K} (lett) [af]grendelen; (fig) bruusk in de rede vallen; afkappen, afbreken (v gesprek).

miter:: {C} (iemand die anderen [altijd] in de rede valt).

mit-fest:: {I} vergrendeld.

mitiy:: {I} abrupt.

mitos:: {C} (lett) [af]grendeling; (fig) afkapping (v gesprek); het in de rede vallen.

mdos:: {C} gebrul.

mduh:: {C} slecht bericht.

Mofinex ef Blufk:: {N} (golfterrein; gemeente Kles); .

Mofint:: {N} (herberg in Munu; gemeente Lapo); .

Molehhe:: {F} (Peg).

Moeni-knurfel:: {N} "Bronwater" (Bergparel-hotel in Afacha); .

Moeni-lirrotiy:: {W} .

Moeni-mirra:: {W} .

Moeni-oftian:: {W} (stadswijk in Amahagge); .

Moeni-weg:: {W} .

Moenon:: {F}.

Moens:: {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Tulnn); .

Moens-eka:: {G} (droogvallende kustwateren langs noordwesthoek v Tjemp bij Nutterkoles); .

Moens-ilesets:: {Gmv} "Stormeilanden" (de eilandjes Mota, Lokaren, Eiy, Pls en Pl-ileset langs de noordkust v Tjemp); ; (DOM 79-80).

Moens-karees TC:: {N} (rederij, hoofdkantoor in Pl (TJP)); .

Moens-mirra:: {W} .

Moens-wuma:: {G} (bos; gemeente Mosento); .

moerf:: {III} blijkbaar, klaarblijkelijk.

Moerfty-korda:: {N} (Erg kerk; gemeente Abert); .

m'es:: {VZ} (betrekking; meestal abstract) tezamen met, in combinatie met; gress kaftavy ef wagx ~ ef kadster-tx: ik wil de loonbelasting tezamen/tegelijk met de onroerendezaakbelasting betalen; (vgl) gress kaftavy ef wagx nosef sener tubs: ik wil de loonbelasting tegelijk met mijn vrouw betalen (= op hetzelfde tijdstip betalen als mijn vrouw haar belasting betaalt).

m'ee:: {E} voorwaarden stellen.

m'eos:: {A} voorwaarde; na ~: voorwaardelijk; onder voorwaarden; ef ~ na sem ...: de voorwaarde waaronder ...; na folarra ~ [gress stintec-fes]: onder welke voorwaarden [kan ik me inschrijven].

Moestof:: {N} (mnl personificatie vh Weer); (sprkw: iro) ~ vee eft quista tiyn: "Moestof biedt iets goeds aan" (gezegd als er noodweer op komst is); .

Moestof-lnts:: {N} (voormalige rederij, hoofdkantoor was in Husta); .

Moestof-plep:: {W} .

Moetsa::

  1. {J}.
  2. {N} (dienares v Erget die Nalatenschappen beheert en de dood verkondigt); .

Moett:: {F}.

mof:: {PX} onderaards (maar VLAK onder de oppervlakte); mof-; chucern.

mf::

  1. {Aef} verbod.
  2. {I} verboden.

Mofain:: {F}.

Mofainaler:: {F}.

Mofawyn:: {F}.

mfe:: {U} ~ [beri]: verboden zijn [om].

Moffain::

  1. {F/J}.
  2. {N} (mnl personificatie vd Zee); .
  3. {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Vlament); .

Moffain Cwrden-mirra:: {W} .

Moffainer:: {F}.

Moffain-fresta:: {G} (bos; gemeente Kwg); .

Moffain Gerlas-mirra:: {W} .

Moffain Gerneert-plep:: {W} .

Moffain Laterafe:: {F}.

Moffain Laterafe-weg:: {W} .

Moffain Leeter:: {N} (Bergparel-B&B in Gran); .

Moffain-Lerdu:: {J}.

Moffain Lerf-mirra:: {W} .

Moffain Pertres:: {N} (Bergparel-B&B in ors); .

Moffain-plep:: {W} .

Moffain Pmacr-Nolec-mirra:: {W} .

Moffain-seert:: {N} (boerderij; gemeente Festruna); .

Moffain-taris-weg:: {W} .

Moffainu:: {F}.

Moffain lanos-Pahoj-mirra:: {W} .

Moffayn:: {F}.

mfiy:: {Aid; mv=enk} gezondheid||ziekte; ef plariy ~: gezondheid; eft graviy ~: een ziekte; eft terat graviy ki ~: een ernstige ziekte; eft ~, Neefts nert tiffelira: een onbekende ziekte; ef lelperre ef ~ furt ef Heboreta-tupplip: zo fris als een hoentje zijn.

mofkelr:: {C} onderaardse schuilkelder.

mofknurfel:: {S} grondwater (vlak onder de oppervlakte); chucern-knurfel.

mofla:: {C} zaaisel; la.

moflabiy:: {C/S} zaad.

moflftos:: {C} grondkabel, ondergrondse leiding.

Mofla-lirrotiy:: {W} .

moflare:: {K} (lett) bezaaien.

mofla-skt:: {C} zaadkorrel, zaadje.

moflatiyn:: {C} zaadkorrel, zaadje.

moflatjen:: {C} zaaier.

mofle:: {K; gst= ~t}

  1. zaaien.
  2. (arch) durven.

moflet:: {gst} mofle.

mofliy:: {I} gedurfd (gewaagd).

moflos:: {C} zaaiing.

moflr:: {C} aardhommel (L. Bombus terrestris).

mofminkeda:: {C} vondst in de aarde (meestal archeologisch).

mofminn:: {C} landmijn.

mofrt:: {C} mindefit ~: rosse woelmuis (L. Clethrionomys glareolus).

mofsnerf:: {C} presr ~: tuinschallebijter (L. Carabus nemoralis).

moftos:: {C; mv= ~z} (alg) [boom]wortel; (ihb: plantennaam zoals in wss-~ = adderwortel).

moftos-ba'efros:: {C} zwendel.

moftose::

  1. {E} wortelen.
  2. {U} kunnen aarden; gress nert ~ k'mi: ik kan hier niet aarden; ik zal me hier nooit thuis voelen.

moftose-mip:: {K} ontwortelen.

moftos-stemm:: {C} (taalk) wortelstam (n vd twee stammen ve Spok ww: de prefix-vorm ve infinitief zonder e, waarbij soms ook de laatste cons wegvalt); (bijv) sptre/sptr; melde/meld; feldre/feld.

Moftos, Zn & Cra:: {N} (afk= MZC) "Wortel, Stam & Tak" (meubelfabriek bij Hirdo); .

moftult:: {C} mollengang.

mofster:: {C} [zomer]truffel (paddenstoel) (L. Tuber aestivum).

mofrmyj:: {C} woelrat (L. Arvicola terrestris).

mg:: {C} brede baai, brede inham.

Mogesta-plep:: {W} .

MoHa TC:: {N} (steengroeve bij Amentlestu); .

Mohr:: {F} (Dui).

moi:: {I} (lett) dragend; ondersteunend; sterk genoeg om te ondersteunen.

moie:: {K; gst= moit; vdw= mt} (lett) stutten, ondersteunen; (fig) ondersteunen, bijstaan (helpen); helpen (effect hebben); ef xatjesm nert ~ pert: de maatregel helpt niet veel.

moilokinit:: {C; mv= ~a} zanger (vrnl v trad Spok liederen).

moilokinita::

  1. {C} zangeres (vrnl v trad Spok liederen).
  2. {mv} moilokinit.

Moilokinit-mirra:: {W} .

moios:: {C} (lett) stut, ondersteuning; (fig) bijstand (hulp).

moire:: {K} verdenken.

moiriy:: {I} verdacht.

moiros:: {A} verdenking.

moirter:: {C} verdachte (zn).

moit::

  1. {SC} bijstand.
  2. {gst} moie.

moita:: {C} onderstel.

moja:: {C} soort bosanemoon (wit, op vochtige grond onder loofbomen) (L. Anemone nitida).

Moja:: {G} (stad in Ren).

Mja:: {F}.

mojs:: {vdw} moje 1.

Moja-tolemns:: {N} (groep v 7 grafheuvels; gemeente Moja); .

moje::

  1. {K; gst= mojet of mot; vdw= mojs} maaien.
  2. {K; gst= mot; vdw= regelm.} afleggen (v dode).

mje:: {U; gst= mt} wentelen (v molenwieken); draaien (v watermolenrad).

mojel:: {C} muildier (vrw/ntr).

mojel-dvrda:: {C; mv= ..-dvrdas} muilezel (vrw).

mojeler:: {C} muildier (mnl).

mojel-esne:: {C} muilezel (ntr).

mojel-florta:: {C} muilezel (mnl).

Mojen:: {F}.

mojeru:: {C} schaapskooi.

Mojeru-mirra:: {W} .

mojeruot:: {rs} mojeruo.

mojeruo:: {C; rs= mojeruot} schaapherder.

Mojeru-pt:: {W} .

Mojeru-plep:: {W} .

Mojeru-poentel:: {N} (herberg bij Kochg; gemeente Jejoa); .

Mojeru-weg:: {W} .

mjesiye:: {I} onvoorwaardelijk.

mojet:: {gst} moje 1.

mjl:: {C} molen; (sprkw) ef blkere eft grelira ~: een spaak in het wiel steken.

Mjl:: {F}.

mjla:: {C} molenaar (ook vrw).

mjla-upa:: {S} erwtensoep, snert.

Mjl-fresta:: {G} (bos in de Kolai-dunjes); .

Mjl-greel:: {N} (doorwaadbare plaats in de Krk); .

Mjl-Grt:: {N} "Molenbrug" (Bergparel-hotel in Gran); .

Mjl-kah:: {W} .

Mjl-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Tren); .

Mjl-lirrotiy:: {W} .

Mjl-mirra:: {W} .

Mjl-pt:: {W} .

Mjl-plep:: {W} .

Mjl rifo Prummiy:: {N} (beroemde stenen korenmolen aan de Grt; gemeente Doe, bekend om de jaarlijkse wiekklimwedstrijden); ; (DOM 171).

Mjl-siyclo:: {W} .

Mjl-terf:: {W} .

Mjl-zeces::

  1. {G} (dorp; gemeente Hirdo).
  2. {N} (molencomplex in gemeente Jannen; 5 molens (3 korenmolens en 2 oliemolens), oorspr in bezit vd Erg kerk te Lost); .

mjl-zelf:: {C} molenwiek (ietwat ongebruikelijk woord); zlft.

mkestafiy:: {C} dreigbrief.

mkeste::

  1. {K} dreigen; ps ~ do lef ef ymazers: ze dreigen hem met geweld.
  2. {Upr} ~ [beri]: dreigen; ef kviksi sen ~: er dreigt gevaar; ef vildul sen ~ beri tassare: de boom dreigt om te vallen.

mkestos:: {A} dreigement; dreiging.

Mktiy:: {G} (waterstroom in Ergnt-moeras); .

ml:: {S} bloem, fijn meel.

molfit:: {C} buik.

molfit-svimos:: {C} borstzwemmen; ef manne ef ~: borstzwemmen (ww).

molfit-synner:: {C} iemand met een dikke buik ("bierbuik").

molfitte:: {U} (dl= Peg) broek/rok/ondergoed aantrekken ("het onderlijf of de buik bedekken"); te; tece.

Molfit-terf:: {W} .

molfti:: {C} hoofdstuk; toneelbedrijf.

molaiy:: {I; [mv=enk]} beredeneerd, met overleg.

mlarres:: {Crs} kooi, hok.

mlarrese:: {K} ophokken (in hok of kooi opsluiten).

mlarrese-duet:: {SC} ophokplicht.

molarriy:: {S} pap, brij; or fes ~ = or-fes-~: verstoord (kijken ed).

Molarriycp:: {F}.

Mlastiy:: {J/M}.

Mlastiy Lerdu:: {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Mnin); .

Mlastiy-plep:: {W} .

Mlda:: {G} Moldau.

Mlda-mirra:: {W} .

Mldaviy:: {G} Moldavi.

Mlda-weg:: {W} .

molef:: {Iid} uitgebreid||beknopt, niet uitgebreid; ef storsecr ~ rifo ef lanes: de uitgebreidheid van het verhaal; het uitgebreide verhaal; eft ~ fi'onos lef pert wuftas: een uitgebreid verslag; eft ~ stors m wuftas: een beknopt verhaal; eft survjos lef ~-nariy: een beknopt overzicht.

Moleije:: {G} (stad in Ales).

Moleije-Sinto-Peeter:: {N} (station).

molekull:: {C} molecule.

Molen:: {G} (stad in Jelafo).

Molen-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Molen); .

Molen-Kolini:: {N} (station).

Molen-MG:: {N} (station).

Molerre:: {G} (stad in Tjemp).

Molerre-belt:: {G} (dorp; gemeente Molerre).

Molest:: {F}.

Molest:: {F}.

Molire:: {F} (Fra).

Molit:: {J}.

mliy::

  1. {Cef} (heuvelachtig terrein, begroeid met stug gras en boomgroepjes; veel schapen en weinig mensen; typisch overgangsgebied tussen Spok kusten en bergen).
  2. {I; [mv=enk]} (met het karakter ve mliy; "mliy-achtig").

mliy-gt:: {C} schapenzuring (L. Rumex acetosella).

mliy-ng-ra:: {C} rossige melkzwam (L. Lactarius rufus).

mliy-brst:: {C} hondskruid (L. Anacamptis pyramidalis).

Mliygvrcer:: {G} (dorp; gemeente ac).

Mliy-gvrcer::

  1. {W} .
  2. {N} (rangeerterrein bij Hirdo); .

Mliy-idecjolos-weg:: {W} .

Mliy-mirra:: {G} (dorp; gemeente Amejo).

mliy-miyr:: {C/S} zandmuur (plant) (L. Arenaria); presr ~: [gewone] zandmuur (L. A- serpyllifolia); fyg ~: tengere zandmuur (L. A- serpyllifolia tenuior).

Mliy-plep:: {W} .

mliy-plier:: {C} bontbekplevier (L. Charadrius hiaticula).

mliy-rt:: {C} veldmuis (L. Microtus arvalis).

mliy-rifiy-almue:: {mv} mliy-rifiy-almuss.

mliy-rifiy-almuss:: {C; mv= ..-almue} heidekartelblad (L. Pedicularis sylvatica).

mliy-rista:: {C/S} vogelkers (L. Prunus padus).

Mliysrt:: {G} (dorp; gemeente Pipia).

Mliysrt-Korda:: {G} (dorp; gemeente Pipia).

Mliy-vildul-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Abert); .

Mliy-weg:: {W} .

mliy-ypriy:: {S} Engelse veldiep (L. Ulmus procera).

mlk:: {C} (vulg) kut.

Molle:: {J}.

Mollefin:: {G} (hoofdstad v Ben).

Mollefin-MG:: {N} (station).

Mollefin-Nutter:: {N} (station).

Mollefin-Port:: {N} (station).

Mollefin-Reee-pnt:: {N} (station).

Mollefin-sentraliy:: {N} (elektriciteitscentrale; gemeente Mollefin); .

Mller:: {F}.

Molliy:: {F/J}.

Mlsta-fonis:: {G} (inham bij de Girdestona-delta); .

mlt:: {C} (alg) kolom, pilaar; (ihb: verticale balk in een vakwerkconstructie); trajiy.

Mlt-mirra:: {W} .

mlsc:: {C} weekdier.

Mly:: {F}.

Molza:: {F}.

momentos:: {C; mv= ~z} (poe) moment, ogenblik; mentos.

M-mirra:: {W} .

mmiy:: {III} kynne.

mmiye:: {Kid} verontrusten||geruststellen; do ~ gress luft Pelres: hij stelt me gerust; ef ~ eup lo eft quistacar: het stelt haar gerust; ef ide~ gress: het verontrust me; ef wsr ~ kirro lo quenniy: de oorlog verontrust ons.

mmiyos:: {Aid} geruststelling||verontrusting; ~ luft Pelres: geruststelling; quenniy-~: verontrusting.

mmiyptai:: {I} levendig.

mmm:: {C} (dl= Tigof/Lomky) mamma.

Mompef-mirra:: {W} ; (DOM 211).

Mompef-prc:: {W} ; (DOM 209).

Mompef-pavelonn:: {N}

  1. (paviljoen in Hirdo: muziektent, restaurant, volire en expositieruimte).
  2. (restaurant in gelijknamig paviljoen, met imposante wijnkaart); ; (DOM 209).

mon:: {I} lager gelegen (geografisch).

Mn:: {F}.

Mona:: {F}.

Monc:: {F}.

monako:: {IIef} Monegaskisch (bv), van/uit Monaco.

Monako:: {G} Monaco.

Monakyna:: {Cef} Monegaskische vrouw.

Monakyno:: {Cef} Monegask.

Monanee:: {G} (stad in Ziyp).

monrgtt:: {I} vorstelijk.

monrgstat:: {C} vorstendom.

monrgt:: {C} vorst, heerser; ef ~s: de vorsten [en vorstinnen].

monrgta:: {C} vorstin.

monrgtiy:: {C} monarchie.

Monce:: {G} (stad in Ziyp); (DOM 178).

monchare:: {K} eren; vieren (feest/verjaardag ed); do sener mebartof 86 ~: hij heeft zijn 86e verjaardag gevierd; ~ rst tjg flj: iemand eren met iets.

monche::

  1. {K; gst= mont} (lett) lappen, herstellen (v schoenen); (fig) optoveren.
  2. {U; gst= mont} feestvieren.

monche-glyda:: {C} erelid.

monchos:: {C} feestviering; optovering; (v schoenen) oplapping.

monde:: {U} (arch/dl= Lomky) vallen.

mond:: {C} herfst, najaar.

Mond-bjerr:: {N} "Herfstbier" (biermerk uit Oneusrt); .

mond-flyddere:: {C} belt ~: kleine wintervlinder (L. Operophtera brumata); hupster ~: grote wintervlinder (L. Erannis defoliaria).

Mond-ialef:: {N} (titel dichtbundel); .

mondtas:: {III} in de herfst, elke herfst.

mondtel:: {Cef} (afk= MO) "herfstmaand" (4e maand v Erg tijdrekening).

Mondriaan-mirra:: {W} .

mone:: {U} (arch) vallen.

Mone:: {G} (stad in Jelafo).

Moneetass:: {N} (biermerk uit Asjetto); .

Moneetass-cap::

  1. {G} (kaap op zuidoostpunt v Lomky; 92 m hoog); .
  2. {N} (vuurtoren; gemeente Gasky); .

Moneetasska:: {N}

  1. (veerdienst); .
  2. (autoveer); .

Moneetass-lirrotiy:: {W} .

Moneetass-pola:: {W} .

Moneetass Rifo Ef Hupster Agrus:: {F}.

monentare:: {E} ~ lo: ontaarden in; verworden tot.

monentariy:: {I} ontaard.

monentaror:: {I} ~ lo: ontaard in; verworden (vdw) tot.

monente:: {U} (alg) [af]dalen; (ihb) zakken (v water/temperatuur); (= mon + vente).

monentink:: {C} (afk= m. of mo.) "daalweek" (3e en laatste week v 10 dagen in Erg tijdrekening).

monerc:: {C} burgemeester; (in Spok: tevens voorzitter vd maness).

Monerc Bliyrstry-lirrotiy:: {W} .

Monerc Friynds-plep:: {W} .

Monerc-lirrotiy:: {W} .

Monerc-mirra:: {W} .

Monerc Mirra-Uvinas-lirrotiy:: {W} .

Monerc-oftian:: {W} (stadswijk in Hirdo); .

Monerc-pt:: {W} .

Monerc Reee-Napoli-mirra:: {W} .

Monerc Rifo Ef Vola-plep:: {W} .

Monert:: {F}.

monet::

  1. {C/S} Monet.
  2. {I} bemind, geliefd.

Monet:: {N} (frisse, ros-achtige wijn vd Javes-mliy; snobistische Spokanirs spreken de naam op zijn Frans uit).

Monet-zeces:: {W} (stadswijk in Asjetto); .

mngoliy:: {IIef; mv=enk} Mongools (bv).

Mngoliy:: {G} Mongoli.

Mngoliyna:: {Cef} Mongoolse vrouw.

Mngoliyny:: {Cef} Mongolir.

mni:: {C} [geneeskrachtige] bron.

Moni:: {G} (stad in Tjemp).

Moniciy:: {M} Monique.

Moninaa:: {G} (stad in Bloi).

Monincro:: {F/J/M}.

Moniynfyndre:: {F}.

Monja:: {M}.

monny:: {C} met bomen begroeide heuvel.

Monny:: {G} (stad in Bloi).

Monny-cet:: {W} .

Monny-mirra:: {W} .

monogre:: {C} fiets met n zadel (als tegenstelling tot duogre = tandem).

Monomasiy-Adreev:: |Spok: -adr: Peg: -adrf/-adr(| {G} (dorp; gemeente Hajofese).

monopoliy:: {C} monopolie.

monrater:: {C} (arch) de heer, mijnheer; merater.

Mns:: {F}.

mns:: {C} storm; eft ~ nt eft upttel: een storm in een glas water; gress nert mebaro fes ef aiyk ~: ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen.

mnse:: {E} stormen.

mnsgura:: {C} slagregen.

mns-hyber:: {I} tegen de storm in; ef erve calyje ~: een uur in de wind stinken.

mnsiy:: {I} stormachtig.

Mns-Jobleempiyt-weg:: {W} .

monsl:: {SCid} afgunst||bewondering; ef lelperre ~ qu rst: afgunst hebben tegen iemand; jaloers zijn op iemand; ef lelperre ~ ort rst: bewondering hebben voor iemand; ef merater lef eft kinur ~: de afgunstige man; ef efanty lef eft helt ~: het kind dat [voor alles] bewondering heeft; ef merater lef eft helt ~ frpj vilt jikat: de man die bewondering heeft voor jouw prestatie.

monslenpe:: {K} ~ flj piti rst: iemand iets gunnen.

monslenpos:: {A} het gunnen.

Mon Sparot-kryos-plep:: {W} .

mns-vloda:: {C} vloda.

mont:: {gst} monche.

Mont:: {G} (stad in Flenazjekk).

monta::

  1. {I} zelfde, gelijk (niet een ander exemplaar); ps kelde ef ~ motrikfsto: zij gebruiken hetzelfde servet (er is dus n servet); ef lejas fes ef salonn melde ef ~ tiyns pip lf main zempers: de gordijnen in de salon zijn al tien jaar dezelfde (er zijn geen andere gordijnen gekomen); ef boros, tu kettelira-trt n gress, nert melde ef ~ tiyn: de boormachine die je me teruggeeft, is niet dezelfde (is een andere dan ik aan jou uitgeleend had); ef ~ ... sv: hetzelfde/dezelfde ... als; do trempe ef ~ mimpit sv gress: hij leest hetzelfde boek als ik (hetzelfde exemplaar); fraji; rlikk; loiy.
  2. {!} ef ~!: insgelijks! (als antwoord op een groet of wens).

mnta:: |mnta/mntA| {C; mv= ~es} montage.

montaer:: {A; mv=enk} gelijkwaardigheid.

mntaes:: {mv} mnta.

montaiy:: {I} equivalent, gelijkwaardig; ~ kaf: gelijkwaardig aan/met.

montaiye:: {K; gst= montaiyt} gelijkwaardig zijn aan.

montaiyt:: {gst} montaiye.

Mntare:: {F} (Fra).

Mntariy:: {G} (stad in Ben).

monte:: {U} ~ beri: (arch) gelieven; folarra zurt grs ~ beri lejonye?: hoe laat gelieft u te dineren?

mntere:: |..je| {K} monteren; vastmaken.

mnteros:: {C} het monteren.

mnterr:: {C} monteur, mecanicien.

montiy:: {I} identiek; ~ kaf: identiek aan.

mntrazen:: {C} tijger (mnl/ntr).

mntrazen-haje:: {C} hondshaai (L. Scyliorhinus canicula).

Mntrazen-mirra:: {W} .

mntrazina:: {C; mv= ~s} tijgerin.

Mont-Rensa:: {N} (station).

Montr:: {F}; Helfef.

Montr-jakm:: {G} (mliy-gebied in district Flenazjekk); .

montrk:: {III} op gelijke wijze; dena revertos crchof'te ~ luft chats, fitfara s veldurs: deze behandeling gebeurt bij katten op dezelfde wijze als bij mensen.

Montr-knurfel:: {N} (badstrand; gemeente Girdesef); .

Montr-mirra:: {W} .

Montr-mliy:: {G} Montr-jakm.

Montr-Plaju:: {G} (dorp; gemeente Quafaiy).

Montr ur Montr:: {F}.

Montr-weg:: {W} .

Montserrat:: {G} Montserrat.

mntye:: {E} een probleem zijn, problematisch zijn.

mntyelira:: {I} oneindig, onnoemelijk, buitengewoon.

mntyos:: {A} probleem; ef melde fes ~ lef flj: een probleem hebben met iets; problemen hebben met iets; gress melde fes ~ lef sener oto: ik heb problemen met mijn auto; gress melde fes ~ lef do: ik heb problemen met hem (ik kan niet goed met hem overweg; ik begrijp hem niet); ik heb een probleem met hem (ik heb een meningsverschil met hem).

mntyos-velp:: {I} probleemloos.

monumentala:: {I} monumentaal.

monumentos:: {C; mv= ~z} standbeeld; eft ~ kura X: een standbeeld van X (X voorstellende).

Monumentos-mirra:: {W} .

mony:: {C} schat, kostbaarheid.

monylot:: {C} safe, kluis.

monymit:: {C} schatkamer; (fig) rijkdom; eft ~ lef ntikiyn mimpits: een rijkdom aan antieke boeken.

mnyt:: {S} hagel (om te schieten).

mos:: {VZ2n} (betrekking) in het bijzijn van, in tegenwoordigheid van; ten overstaan van; kirro zalos ef cntrakt ~ ef notarrs: we moeten het contract ten overstaan van de notaris tekenen; klm ~: (fig) verheven boven.

Moosa-uza:: {C; mv= ..-z} "Moosa-kruis" (meestal groen kruis met lange horizontale en kortere verticale balk; 1 vrnl voorkomend op wapens en vlaggen vh geslacht Klea-Moosa; 2 als een vd Spok ridderordes).

Moosa-z:: {mv} Moosa-uza.

mp:: {I} koddig, komisch.

mopn:: {C} knipmes; n.

Mopr:: {J}.

Mopra:: {M}.

mpeh:: {C} bosbouw.

mpeh-rpoer:: {C} bosbouwer.

mper:: {C} komiek (zn).

mopju:: {C} dweil.

mopla:: {I} per ongeluk.

moplare:: {U} een ongeluk krijgen/hebben.

moplariy:: {C} ongeluk, ongeval (met schade/letsel); lef ~: per ongeluk; lo ~ (afk= l.m.): ongelukkigerwijs; eft huresent ~: een geluk bij een ongeluk.

moplariy-bent:: {C} reddingsgordel.

moplariy-kar:: {C} reddingsboot.

moplariy-lumb:: {C} nooduitgang.

moplariy-prams:: {C} noodrem.

moplariy-vantn:: {C} valhelm; n.

M-plep:: {W} .

mopp:: {C} kus, zoen.

moqubut:: {I} oplosbaar (in vloeistof).

moqubute:: {K} (alg) oplossen (in vloeistof); (fig) vervliegen.

moqubute-tiyn:: {C} oplosmiddel.

moqubutos:: {C} oplossing (in vloeistof).

mque:: {U} smoren; het benauwd hebben.

Moques:: {G} (stad in Jelafo).

Moques-Kliyft:: {N} (station).

Moques-MG:: {N} (station).

mquos:: {C} gesmoor, het smoren.

mor:: {I} (arch) gerespecteerd, [hoog]geacht (v personen); merater; mosjeus.

mora:: {S} heide.

Mora:: {G} (dorp; gemeente Tunbas).

Mora-fes-Dunjes:: {G} (dorp; gemeente Lift); (DOM 136).

Mora-museem:: {N} (streekmuseum in Lift); ; (DOM 136).

Mora-Ocki-clamia:: {G} (moeras bij monding vd Ocki bij Lift); .

Mora-Peoll:: {G} (dorp; gemeente Lift).

Mora-Perdell-Kents:: {G} (voormalige Erg commune; gemeente Kjutiy); .

Mras:: {G}

  1. (dorp; gemeente Flemeuni).
  2. (kanaal tussen Ef Plks Krg en Plst); ; (DOM 76).

Mras-port:: {G} (havenbekken bij Tanburo); .

Mras ur Plst:: {N} (golfterrein; gemeente Flemeuni); .

Mras-Wuma:: {G} (dorp; gemeente Flemeuni).

Mora-teatriy:: {N} (theatertje in Lift, veel muziekuitvoeringen); ; (DOM 136).

Mora-xijera:: {G} (deel vd noordkust v Bloi, bij Lift); .

Mora-Zjoba-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Lift); .

mrc:: {C} gekringel (v rook uit een schoorsteen).

morde:: {U} behoeven, nodig zijn; (verplichte kerndeletie in den-zin:) tu ~ den crtire-ral: je bent nodig om mee te helpen; pert smurf ~: er is veel geld nodig; ef melde ber ~: dienst doen; ten dienste staan; [mittof] ~ nert!: niets te danken!; graag gedaan! (nadat iemand bedankt heeft).

More about Spocanistics:: {N} (boektitel); .

morela:: {I} moreel (bv).

morelo:: {C} moraal, moreel (zn).

morer:: {C/S} struikheide (L. Calluna vulgaris).

moretann:: {IIef} Mauritaans (bv).

Moretann:: {G} Mauritani.

Moretanna:: {Cef} Mauritaanse vrouw.

Moretanny:: {Cef} Mauritanir.

mrfemiy:: {C} morfeem.

Mrfemiys ur mrfemiy-finis:: {N} (tijdschriftartikel); .

mrfoliy:: {C} morfologie.

Mrfoliy:: {N} (boektitel); .

mrfynn:: {S} morfine.

morg:: {C} (alg) klant, clint; afnemer; (ihb) begunstiger.

morg-noftate-armt-sentrym:: {C} (afk= MNaS) klantcontactcentrum.

moris:: {C; mv= ~es} idee, denkbeeld; m ~: in principe; ef ~ blef flj: het idee achter iets; gress miype ef quista ~, den ...: ik denk dat het goed is dat/om ...; ps lelperre ef ~ den arfine: ze hebben het idee om te komen (minder sterk dan "van plan zijn"); gress lelperre nf belt ~es, hojelka do arfine: ik heb geen idee wanneer hij komt; ef lelperre nf prx ~es: geen flauw idee hebben; prap kette ef ~: op het idee komen.

morises:: {mv} moris.

Morisot-mirra:: {W} .

moritus:: {IIef} Mauritiaans (bv).

Moritus:: {G} Mauritius.

Moritusa:: {Cef} Mauritiaanse vrouw.

Morituso:: {Cef} Mauritiaan.

Mrrden:: {J} (Peg) Maarten.

Morris:: {F}.

morrt:: {C} moerbei (vrucht); tomorrt.

morrts-vildul:: {C} moerbeiboom (L. Morus); doffiy ~: zwarte moerbei (L. M- nigra); blakker ~: witte moerbei (L. M- alba).

morte:: {C} hoogheid.

Morte:: {C} Excellentie (aanspreektitel hoofd-, opper- en vlagofficieren; ook voor vrouwen gebruikt); .

Mortepir:: {C} (arch/poe); Morterepir.

Morterepir:: {C} (afk= Mr.) Hare Koninklijke Hoogheid; repir.

Mortetarpu:: {C} (afk= Mt.) Zijne Koninklijke Hoogheid; tarpu.

morte:: {K} (fig) afwegen.

mrte:: {K} aanhitsen, ophitsen; opruien; ef ~ rst ump rst: iemand ophitsen tegen iemand.

mortos:: {A} (fig) afweging.

mrtos:: {C} aanhitsing, ophitsing.

mortk:: {C} (bepaald soort open rijtuig in Peg).

Mosafeto:: {G} (stad in Munt); (DOM 118-119).

mosaycc:: {C} mozaek.

mscata:: {C} muskaatboom (L. Myristica fragrans).

Mosefi:: {G} (stad in Jelafo).

Mosefi-pt:: {W} .

Mosel:: {G} Moezel.

Mosel-mirra:: {W} .

Mosel-weg:: {W} .

Mosemm-fresta:: {G} (bos; gemeenten Korif en Tulnn); .

Mosemm-plep:: {W} .

Mosento:: {G} (stad in Ziyp).

Moses:: {N} Mozes.

Moses-mimpit Perdr:: {N} Exodus.

mosjeus:: |mo..| {C} vrouw (alg); (afk= msj) mevrouw; (= mor + sjeus).

mosjeus-hrdel:: |mo..| {C} hrdel.

mosjeuspt:: |mo..| {C} vrouwengedaante, vrouwengestalte.

Mosjeus Viylder-mirra:: {W} .

Mosjeusz fry mipa-seg:: {N} (boektitel); .

Mskva:: {G} Moskou.

Mskva-plep:: {W} .

msky:: {C} moskee.

mslem:: {C} moslim.

msler:: {C} helderheid (v geluid).

msliy:: {I; [mv=enk]} hel[der] (v geluid).

moo:: {C} motie.

moss:: {C} miss (als "titel" bij verkiezingen ed); Moss Claba: Miss World; mosjeus; Moss.

Moss:: {C} Miss (als deel ve "titel" bij verkiezingen ed); ~ Claba: Miss World; ~ Sucrolse: Miss Suikerbiet (verkiezing bij de feesten tijdens de bietencampagne); ; (DOM 74-75); moss.

Mostam:: {F}.

mostasse:: {U} vervallen, in verval raken.

mostassos:: {C} verval.

mot:: {gst} moje.

mt:: {gst} mje.

mt::

  1. {C} gebrul.
  2. {vdw} moie.

Mota:: {G} (eilandje aan de noordkust v Tjemp); ; (DOM 79).

motate:: {Krs} beetnemen, voor de gek houden.

mote:: {I} onder de grond levend (zoals mol, worm ed); eft ~ veldur: (ong) een huismus (iemand die altijd thuis zit/zich nooit in het openbaar vertoont); ef huldufit otr melde sefa ~: de beroemde schrijver vertoont zich tegenwoordig nooit meer in het openbaar; men hoort nooit meer iets van de beroemde schrijver; ef ~ treno: (pop) metro, ondergrondse.

mt:: {I} jolig, opgewekt, lustig.

moteff:: {C} motief.

motela:: {C} motel.

Motela-weg:: {W} .

moter:: {C} motor, machine.

moter-krta:: {C} motorzaag.

moterlot:: {C} motorkap (v auto).

moter-rpaaf:: {C} dashboard (in auto); instrumentenpaneel.

mto:: {C} frase; zinsdeel.

mtos:: {C} (lett/fig) stut, hoeksteen.

motrik:: {C} mond, bek (alg); monding (v kanon); ef riffe eft ~: een officieel/ernstig gezicht zetten; ef pjle minkr sener ~k (rs!): zijn mond voorbij praten.

Motrik:: {F}.

motrikfsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} servet.

motrikfste:: {mv} motrikfsto.

motrikfstott:: {rsmv} motrikfsto.

Motrik-fonis:: {G} (inham in kust bij Ucjyfe-zee, noordoostelijke hoek v Litii bij Prus); .

motrik-mars:: {C} lippenstift.

motrikos:: {C} mondstuk.

motrikpaaf:: {C} mondkapje.

motrik-stylf:: {I} smakeloos, zonder smaak; niet te proeven.

motrik-tiffug-kin:: {SC} mond- en klauwzeer.

mts:: {C; mv= o~} (dl= Peg) vacht.

Moulardie:: {F} (Fra).

Moulle:: {F}.

mveme:: {U} gonzen, ronken.

mvemos:: {C} gegons, geronk.

Mozart-mirra:: {W} .

Moze:: {G} (stad in Plef).

Moze-Lpran:: {G} (stad in Ales).

mozembec:: {IIef} Mozambiquaans (bv).

Mozembec:: {G} Mozambique.

Mozembeca:: {Cef} Mozambiquaanse vrouw.

Mozembeco:: {Cef} Mozambiquaan.

Mozent:: {G} (stad in Ales).

Mozent-seert:: {N} "Mozent-huis" (Bergparel-pension in Mozent); .

Moze-Srt:: {N} (station).

Moze-vildul-Kents:: {G} (voormalige Erg commune; gemeente Moze-Lpran); .

moziy:: {C} bosrand.

moziy-fleter:: {C} bosrank (L. Clematis vitalba).

moziy-rek:: {C} singel (buitenrand v bos; veelal beplant met ander soort bomen of struiken).

moziy-snep:: {C} hengel (plant) (L. Melampyrum pratense).

m.q.r.:: {afk} (= mip ef quanka rifo).

MR:: {afk}

  1. Medise Ratt.
  2. Mbriy-ratt.

Mr.:: {afk} Morterepir.

mra:: {afk} mirra.

mr:: {VZ} (betrekking) in het kader van, inzake; ~ ef huarosz: in het kader van de bezuinigingen; ~ mittof: zodoende.

Mradfregs:: {F}.

mrasiyg:: {SC} voorstellingsvermogen.

mra:: {I} beklemmend.

mrtare::

  1. {K} (lett/fig) passen in; in het kader blijven van.
  2. {U} (fig) passen; ef nert ~ fes ef aupross: het past niet in het beleid; (samen met r) blijven; gress nert tiffe, r do ~: ik weet niet waar hij blijft; ef smurf ~ r?: waar is het geld gebleven?.

mre'in:: {C} sluwheid, list.

mre'ine:: {I} sluw.

mre'iniy:: {A; mv=enk} sluwheid (het sluw zijn).

mre'inniy:: {C} complot, samenzwering; ef kette ~: samenzweren.

mrest:: {C} adolescent, puber.

mrf.:: {afk} mirrof.

mrg:: {I} stinkend.

mrge:: {U} ~ [lo]: stinken [naar].

mrg:: {I} reukloos.

mrge-hurt:: {C} kleine zeehond (L. Phoca hispida).

mrge-koibrer:: {C} stinksatijnzwam (L. Entoloma sinuatum).

mrge-notte:: {C} bosandoorn (L. Stachys sylvatica).

mrgos:: {C} stank, vieze lucht.

mrr:: {afk} mitarr.

mrt:: {afk} merater.

mrunala:: {C} parfum; welriekende stof; odeur.

Ms.:: {afk} Manes-.

m:: {afk} mare 2.

msj:: {afk} mosjeus.

MS-meeg:: {N} (controle-instantie voor de Medische Centra in Amahagge); .

Mt:: {afk} manta.

MT:: {afk} menntreno.

Mt.:: {afk}

  1. Manter.
  2. Mortetarpu.

Mta.:: {afk} Mantera.

m-tr:: {afk} meter-trom.

M-TV:: {afk} mars-televio.

MU:: {afk} mezju.

m:: {!} boe! (geluid v loeiende koeien).

mubtol:: {C} (fig) overspanning.

mubtolmo:: {I} (fig) gespannen, overspannen.

Mcr::

  1. {G} (dorp; gemeente Zrf).
  2. {N} (camping); .

mu:: {C} notitie, aantekening.

muafiy:: {C} [schriftelijk] verslag, verhandeling.

mureppos:: {C} [mondeling] verslag.

mue:: {K} noteren, aantekenen.

muos:: {C} aantekening, notitie; het noteren, het aantekenen.

Mue:: {F}.

Mun:: {F} (Peg).

Mues:: {J}.

Mus:: {J} (Peg).

MUFa:: {afk} Mldreevve Umyn-Fabrokaliytos.

mufire:: {U} doorrijden, verder rijden.

mufiros:: {C} het doorrijden.

muflo:: {C} mof (kledingstuk).

mufln:: {C} moeflon, muffeldier (L. Ovis ammon musimon).

mul:: {C}

  1. schijf.
  2. (gewicht, financieel) last; ef nert dragje ef ~ helkara flj/rst (1niv!): lak/maling hebben aan iets/iemand; (financieel ook vaak in enk) ef ~ melde hupster terat dus ef mncros: de lasten zijn groter dan de baten.

mulbiy:: {C} lastdier.

mul-obiyre:: {K} (lett) belasten, verzwaren.

mul-obiyros:: {C} (lett) belasting, verzwaring; (afk= M) [maximum] toelaatbaar gewicht; M: 3meg: max. belasting 3 ton (opschrift op vrachtauto bijv).

mule:: {K} bevrachten.

mle::

  1. {K} op het punt staan te vertrekken naar; do ~ Hirdo: hij staat op het punt naar Hirdo te gaan.
  2. {C} mol (graafdier) (L. Talpa europaea).

muleafiy:: {C} cognossement.

mle-bas:: {C} uitvalsbasis.

mle-bliynt:: {I} stekeblind.

mle-eit:: {C} wrat.

mle-tnr:: {C} molshoop.

mule-wolter:: {C} cargadoor.

mulk:: {C} achting.

mulkare:: {K} [op]passen [op], opletten [op] (in de gaten houden: v kind); ~ gress ef efantys jazy: ik zal wel op de kinderen passen; aftel tu mulkaravy?: wil jij oppassen?.

Mulls-mirra:: {W} .

Mller:: {F} (Dui).

mul-letra:: {C} cognossement, vrachtbrief.

mulos:: {C} bevrachting.

muls:: {C} expresgoed.

mlst:: {C; mv= ~a} karkas.

mlsta:: {mv} mlst.

Mlta-pt:: {W} .

Mlta-Racn:: {N} (wegsrt langs weg 2; gemeente Swein); .

MuMA:: {afk} mncros-ur-mul-analyss.

mumiy:: {C} mummie.

Mumiy-weg:: {W} .

mmse:: {K} in slaap zingen.

Mnin:: {G} (stad in Ales).

munkast:: {C} [kleren]hangertje.

munke:: {K} (lett) [op]hangen; (fig) zich voornemen; ef ~ ef tiyns frpj: opzien tegen; frpj ef tupplip gress ~ ef tiyns: ik zie tegen de reis op.

munke-chenc:: {S} gerookte/gedroogde ham.

munke-fes:: {U} zich voornemen.

munke-nej:: {S} (gerookte of gedroogde vis- en vleesproducten).

munkos::

  1. {C} ophanging, het ophangen.
  2. {A} voornemen (zn), plan, gedachte.

munktat:: {C} hanglamp.

munmirs:: {Cmv} manen (nekhaar).

munt:: {C/S} spons.

Munt:: {G} (district op eiland Berref).

munter:: {C} sponzigheid.

muntiy:: {I} sponzig, sponsachtig.

muntiyn:: {C} spons (voorwerp).

munt-oo:: {I} doornat, drijfnat.

Munt-plep:: {W} .

Munt-vender:: {W} .

munt-vildul:: {C} morielje (in Spok ihb gewone morielje (L. Morchella esculenta) of loofminnende morielje (L. Morchella frondea)).

Munu:: {G} (dorp; gemeente Lapo).

Mundra:: {G} (dorp; gemeente Aboris-Sinto-Jenu).

murnpe:: {E} (lett) oren spitsen (v roofdieren).

muriy:: {I} ingelegd (vloer); met mozaek[motief]; vgl murt.

Muriy:: {F}.

muriye:: {K} inleggen (v vloer); mozaek maken.

muriy-flyddere:: {C} dambordje (vlinder) (L. Melanargia galathea).

muriyos:: {C} parketvloer.

muriy-pildos:: {C} stramien.

muriyta:: {S} (alg) gele korstmos (L. Rhizocarpon); (ihb) landkaartmos (L. R- geograplicum).

murk:: {I} dik, lijvig.

murmunt:: {C} [Alpen]marmot (L. Marmota marmota).

Muron-seert:: {N} (cultureel centrum in Tsjech: bioscoop en theater); .

Murr:: {F}.

Murre:: {M}.

Murrtes:: {F}.

Murrto:: {G} (waterstroom in Ergnt-moeras); .

mre:: {K} ~ [n]: voorbereiden [op].

mros:: {C} voorbereiding.

murt:: {C} schering; lafro; vgl muriy.

Murt-plep:: {W} .

Muryhille::

  1. {F}.
  2. {G} (dorp; gemeente Trobensta).

MU:: {afk} Deprtemen furt Milju ur ar.

musa:: {C; mv= ~s} muze.

Museem ef Gjonett:: {N} "Museum de Bult" (museum in Amahagge); .

Museem furt Sports:: {N} "Museum voor de Sport" (museum in Trofy); .

Museem-husof rifo Beeckbergh:: {N} (museumkasteel; gemeente Fnk); .

Museem-husof rifo Brahf-berg:: {N} (museumkasteel bij Vrustiy; gemeente Dreumn); .

Museem-husof rifo Cltehynne:: {N} (museumkasteel); .

Museem-husof rifo fty-hove:: {N} (museumkasteel bij Pla (BLO)); .

Museem-husof rifo Dunjes-hove:: {N} (museumkasteel bij Wena); .

Museem-husof rifo Dunjes-Zerfos:: {N} (museumkasteel bij Floran); .

Museem-husof rifo Huron-Seyrt:: {N} (museumkasteel bij Crelco); .

Museem-husof rifo Kara-Zrvve:: {N} (museumkasteel bij X ja ef Prusots); .

Museem-husof rifo Plk:: {N} (museumkasteel bij Plk); .

Museem-husof rifo Reven-cap:: {N} (museumkasteel bij Reven); .

Museem-husof rifo Seyrt-Toesro:: {N} (museumkasteel bij Hajequ); .

Museem-husof rifo Sinto-Tona:: {N} (museumkasteel bij Tona a/e Grt); .

Museem-husof rifo cforest:: {N} (museumkasteel bij Tura); .

Museem-husof rifo Zutter-jakm:: {N} (museumkasteel bij Lost); .

Museem Kra & Criazen:: {N} "Museum Kunst & Handwerk" (museum in Hoggebim); .

Museem rifo Haj-fiysdiy:: {N} "Museum Haj-fiysdiy" (museum in Hajofese); .

Museem rifo Palequeo Kra:: {N} "Museum voor Moderne Kunst" (museum in Amahagge); .

musm:: (= muzm) {C} museum (de vorm muzm wordt als ouderwets of dialectisch (Centraal-Berref) beschouwd; in eigennamen komt de z-vorm alleen voor in Liftkar Muzeem ("Oude Museum", te Hirdo)).

Musmukr:: {N} "Landbouwmuseum" (museum in am); .

Musica:: {N} (kamermuziekgezelschap uit Amahagge); .

musicer:: {C} musicus, muzikant.

Musicer-plep:: {W} .

Music on the Track:: {N} (groot muziekfestival in Sinto-Berc-Leras, 1e week v augustus); .

Musifonn:: {N} (cd-label voor volksmuziek); NEK; .

musikoliy:: {C} musicologie.

musiyc:: {C} muziek.

musiyce:: {U} musiceren, muziek maken.

musiyce-srt:: {C} orkest[bak] (plaats v musici).

musiyc-miprmos:: (C) arrangement (muziek).

Musiyc-mirra:: {W} .

musker:: {C} muskusrat (L. Ondatra zibethicus).

muskla:: {C} spier.

musklaiy:: {I} gespierd (met zichtbare spierbundels).

muskla-crf:: {C} spierkracht.

musl:: {C} [eetbare] mossel (L. Mytilus edulis).

Muslee-mirra:: {W} .

musl-krpiy:: {C} bittervoorn (L. Rhodeus sericeus amarus).

musl-larder:: {C} nietsnut.

msoll:: {C} (alg) waaier; (bloemen) boeket.

msoll-palm:: {C} belt ~: dwergwaaierpalm (L. Chamaerops humilis).

Msoll-prc:: {W} .

Muss:: {G} Maas (rivier).

Muss-mirra:: {W} .

musstasiy:: {C} snor.

Muss-weg:: {W} .

must:: {C} schoen.

Must:: {N} (machinefabriek in Flemeuni); .

mst:: {C} most.

Mst:: {F}.

mustbent:: |muzb..| {C} schoenveter.

mustbentrp:: |muzb..| {C} haakje/oogje voor schoenveter.

mustknyf:: |muskn..| {C} (trad mes in houten schede, gedragen bij Spok klederdracht, vooral door bruidegoms, en door hoge militairen bij hun gala-uniform); eft ~ ryle: boter bij de vis; contant betalen; .

Must-mirra:: {W} .

must-misan:: {C} schoenwinkel.

must-nurp:: |musn..| {C} leest.

must-psta:: |musp..| {C} schoensmeer.

must-raddyf:: {Crs} leest (v schoenmaker).

mustrif:: {C} schoenmaker.

must-riffent:: {C} schoenmaker; -riffent.

Mustrif-mirra:: {W} .

Mustrif-terf:: {W} ; (DOM 113).

Must-terf:: {W} .

must-uste:: {U} je voeten vegen.

Mstyes-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Grejala); .

mut:: {C}

  1. huid, vel; ef nlmece mip ef ~: uit zijn vel springen (v woede ed).
  2. [stekel]brem (L. Genista anglica).

mt:: {C} wand (v darm, doos, buis ed).

mutiy:: {I} van huid/vel gemaakt.

mut-krgos:: {C} ontvelling.

mutlek:: {C} schelp.

mutlek-burs:: {C} schelpenbranderij (om kalk te maken).

mutlek-buratjen:: {C} schelpenbrander (beroep).

mutlek-missis:: {C; mv= ~a} blakker ~: stekeltrilzwam (L. Pseudohydnum gelatinosum); miterus ~: oesterzwam (L. Pleurotus ostreatus).

mutlek-missisa:: {mv} mutlek-missis.

mutlekos:: {A} (fig) geborgenheid.

mtmo:: {C} pompoen.

mut-noftate:: {U} vervellen.

mut-noftatos:: {C} vervelling.

mut-rapa:: {C} presr ~: grote bremraap (L. Orobanche rapum-genistae).

muts:: {C} lawaai, herrie.

mutse:: {U} lawaai maken.

mutsiy:: {I} lawaaierig.

mux:: {C} taal, spraak; uitspraak, gezegde; mondelinge communicatie; ef ubere ef ~: woord houden.

muxare:: {K} opzeggen, reciteren (v les, gedicht).

mux-choos:: {C} taalverwerving.

muxe:: {E} spreken, zich in taal uitdrukken; ~ kura: spreken over/van (iets in taal uitdrukken); do ~ kura "kost kyls" fara do splnje sener hurts: hij spreekt over "mijn poppetjes" als hij zijn honden bedoelt.

Muxelira Wuftas:: {N} (uitgeverij in Tsjech); .

muxiy:: {I} bespraakt.

muxkettos:: {A} lef ~ (afk= l.mk.): omstandig, uitgebreid; met veel omhaal.

mux'kurre:: {I} nert ~: sprakeloos.

mux-tibn:: {C} taalwetenschap, taalkunde.

Mux-tibn ber Br:: {N} (voormalig tweemaandelijks tijdschrift over taalkunde; in 1990 opgeheven); .

mux-tibner:: {C} taalgeleerde, taalkundige.

Mux-tibn ur Mosjeusz:: {N} (tijdschriftartikel); .

MUM:: {afk} Feslosos furt ef Moios rifo Undxiyn n rkamr Miperters.

muzm:: {C} (muzm wordt als ouderwets of dialectisch (Centraal-Berref) beschouwd; in eigennamen komt de z-vorm alleen voor in Liftkar Muzeem ("Oude Museum", te Hirdo); musm.

Muzja:: {M} (Gar).

M.V.:: {afk} (= mksm viteo).

my::

  1. {C} mi (muzieknoot).
  2. {S} (dl= Lomky/Garos) honing.

m::

  1. {C} rasp.
  2. {C} knol (paard).
  3. {!} zo! (voldaanheid); ~, mittof melde quf!: zo, dat is geregeld!.

Myatlev:: {F} (Rus).

mybbe:: {SC} intutief gevoel; lef ~: intutief.

mybber:: {I} lyrisch.

mybbe-tin:: {C} gevoelswaarde.

Mybbe-tin rifo spooksoliy wuftas:: {N} (tijdschriftartikel); .

mch:: {SC} radeloosheid; lef ~: radeloos.

mych:: {S} mirre.

mchef:: {C} paniek.

mchefe:: {U} in paniek raken; ps itrre ~lira cradefovap: ze vluchten in paniek alle kanten op.

mchefiy:: {I} panisch.

mfto:: {S} groene peper (vers).

Mh:: {G} (dorp; gemeente Trendon-belt).

Myhhen:: |myjen| {F}.

Myhhen-Corona:: |myjen-| {N} (slagerij in Amahagge); .

Myja:: {J}.

myj:: {C} bever (L. Castor fiber).

Myj-weg:: {W} .

myl:: {C} teefje, hond (vrw).

Myla:: {M}.

myle:: {C} (afk= of [m]) (Spok lengtemaat: 1 myle = 1 = 925,472 meter; na 1953 alleen nog in enkele beroepen en bij de spoorwegen; sinds 1989 officieel bij de spoorwegen afgeschaft, met als gevolg dat het woord myle in vakjargon nu voor "kilometer" gebruikt wordt); tp; .

Myna::

  1. {F}.
  2. {M} Mina.

mynall:: {C} (duur, beroemd rijpaardenras, uit de fokkerijen v Sinto-Leerb; de dieren zijn grijs (soms met een witte bles) en zo goed als doof, en hebben chronische diarree); eft lart ~: een doorn in het oog; .

Mynall-aven:: {W} .

Mynall-elder:: {N} "Mynall-zuilengang" (historisch bouwwerk bij rbas); .

Mynall-glk:: {N} "Mynall-fokkerij" (naam v fokkerij v mynall-paarden in Sinto-Leerb); .

mynallnolac:: {C} (eig: kar, getrokken door een mynall); ef melde eft ~: dat staat als een vlag op een modderschuit; dat is geen gezicht.

mynall-nurp:: {C} neusje van de zalm; van de bovenste plank; de beste soort; uitverkoren.

Myndriy:: {J}.

Mn:: {G} (stad in Tjemp).

Myntriy:: {G} (dorp; gemeente Manes-Toniys).

Mynzer:: {J}.

Myrgrn::

  1. {G} (dorp; gemeente Quober).
  2. {N} (Bergparel-pension in Myrgrn (Quober)); .

Myrjm:: {M} Miriam.

mrre:: {K} lonken [naar].

mrros:: {C} gelonk.

mrt:: {C} schoorsteen (op dak); (pop) bak, nor.

Mrt:: {N} (website voor aanbod v onroerend goed); .

mrtcln:: {C} schoorsteenveger (beroep).

mrt-srt:: {C} haard, vuurplaats.

mysena:: {C} (paddenstoel: L. Mysena); grampa ~: vlokstelige mycena (L. M- zephirus); littit ~: roze elfenschermpje (L. M- pura var. rosea).

myss:: {I} belachelijk, te gek om los te lopen.

Myss:: {G} (dorp; gemeente Tarina).

myssa:: {C} deugniet, schelm.

mysse:: {U} (te) gek zijn, (te) zot zijn; ef ~!: het is te zot voor woorden; het is van de gekke!.

mysticiy:: {I} mystiek (bv).

mystiyc:: {SC} mystiek (zn).

mytoliy:: {C} mythologie.

mytt:: {C} mythe.

Myt:: {F}.

mvare:: {K} benieuwd zijn naar.

mve:: {U} (met indirecte vragende zin) benieuwd zijn [of]; gress ~, l do arfint: ik ben benieuwd of hij komt.

mxy:: {I} nuchter.

myzlare:: {K} ~ mip: verlossen van (een baby).

myzlaror:: {I} ~ mip: verlost van (fig); melkari kirro melde ~ mip dena iftormt hnc: eindelijk zijn we verlost van die vervelende vent.

myzlaros:: {C} verlossing (baby).

myzle:: {K} baren.

Myzle:: {F}.

myzle-ontarer:: {C} verloskundige.

myzle-ontaros:: {C} verloskunde.

myzlos:: {C} wee, barenskramp.

myzlsrt:: {C} baarmoeder.

mzer:: {C} aanzoek.

Myzo:: {J}.

Myzoder:: {J}.

MZC:: {afk} Moftos, Zn & Cra.

m/zf:: {afk} (= mintof zemperas-finne); zemperas-finne.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO