Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

w:: (naam vd letter W) we {C}.

waadvogel:: steltloper.

waag:: (gebouw) drak {C}.

waaghals:: pyrotiyer {C}.

waagschaal:: het leven in de ~ stellen: meorthe {U; gst= meortt; vdw= meortef}; ef obiyre ef poiros kaf ef ponto.

waagstuk:: ofcar {C}.

waaien:: (vd wind) omeleche {U}; (v zachte gelijkmatige maar koele wind) chyse {U}; (door de wind in beweging gebracht) pollere {U}; de appels ~ van de boom: ef geffys pollere rempe ef vildull (rs!); ergens vanaf ~: pollerne {U}; de appels waaien (van de boom) af: ef geffys pollerne; doen ~ (blazen v wind): lpollere {K}.

waaier:: msoll {C}.

waakzaam:: istrecc {I}.

waakzaamheid:: istrecc {Cef}.

Waal:: (bewoner) Wales {Cef}.

Waals::

  1. (zn: taal) walenlant {C};
  2. (bv) walenlandes {IIef}; ~e vrouw: Walesa {Cef; mv= Walesas}.

waan:: dislostra {SC}; (=verbeelding) plftos {A}; in een ~ verkerend: dislostriy {I}.

waanzin:: herotiyx {C}.

waanzinnig:: herotiyx {I}; (=verschrikkelijk/ongehoord: als versterking bij een ww of ander add) herotiyxiy {III}; de storm gaat ~ tekeer: ef mns herke herotiyxiy; een ~ goed boek: eft herotiyxiy quista mimpit.

waar::

  1. (zn) slechte ~ (bocht): towtriyn {C}.
  2. (bv) (=juist) truf {I}; ~ zijn: trufe {U}; (=werkelijk) kmpa {I}; niets is minder ~: ef kmpaiy ilbaje tar; zijn verhaal is niet ~ (hij staat te liegen): groft stors melde furt ef knok; niet 4; wel B.1.
  3. (vr)
    1. (vragen naar plaats) r {VR; gnz= rcr}; ra {SX.gst} (vraagsx); ~ woont hij?: do zre r? = do zrra?; ~ heb je Elsa ontmoet?: tu Elsa mtra?; hij vraagt ~ ik woon: do linne, gress zrt r = do linne, gress zrra; ~ is het parkeerterrein ~ de auto staat (op welk parkeerterrein staat de auto)?: ef oto melde rcr garage-srt? (met het accent op de PLAATS waar het parkeerterrein zich bevindt, niet op het SOORT parkeerterrein); (vgl) ef oto melde kaf folarra garage-srt? (hierbij heeft de vraagsteller een aantal parkeerterreinen op het oog, waaruit de antwoordgever een keuze moet maken);
    2. (vragen naar richting) ~ naar toe? (waarheen?): rhenn {VR}; fesenn {VR; gnp= fesenner; gnz= fesennr}; enniy {SX.gst} (vraagsx); ~ ga je heen?: tu vende rhenn/fesenn? = tu ventenniy?; ~ holt Elsa naar toe?: Elsa frajjaenniy?; hij vraagt, ~ ik naar toe loop: do linne, gress fartt rhenn/fesenn = do linne, gress fartenny; naar wiens/wier huis gaan we heen?: kirro vende fesenner srt?;
    3. (vragen naar een voorzetsel) (~ op/onder/bij/...?) riy {VR}; ligt het boek op/onder/bij/naast/... de tafel? ("waar ligt het boek met betrekking tot de tafel?"): ef mimpit melde riy ef kelbra?; (als antwoord wordt een vz genoemd: kaf [ef] = erop); ga je met of zonder je vrouw? zonder haar: tu vende riy sener tubs? m eup.
  4. (vg)
    1. (voor plaats) r {VG; gnz= rcr}; tp {DT}; ik weet ~ hij woont: gress tiffe, r do zre = gress tp tiffe, do zrilme; weet je ~ Jn woont?: aftel tu tiffe, r Jn zre? (vraagsteller wil het adres weten en verwacht dat gevraagde hem kan helpen; het antwoord kan dus zijn "nee" of het adres); (vgl) weet jij ~ Jn woont?: aftel tu tp tiffe, Jn zrilme? (vraagsteller weet het zelf wel, maar verifieert of gevraagde het ook weet); Elsa zoekt in de krant, ~ de voorstelling gehouden wordt: Elsa tp gvrce fes ef quiyrda, blul wencatilomije ef stgos; ~ dan ook (overal): n fes arr; daar A.1;
    2. (voor richting) fesenn {VG; gnp= fesenner; gnz= fesennr}; ik weet niet ~ ze heen gaan: gress nert tiffe, fesenn ps vende.
  5. (bt)
    1. r {BT} (spr); het parkeerterrein ~ ik mijn auto parkeer: ef garage-srt, r gress garage sener oto; (beter is:) ef garage-srt, kaf t gress garage sener oto); (beweging, samen met vz:) het station ~ de trein naar toe rijdt: ef garrent, r helkara ef treno ufire; (beter is:) ef garrent, helkara t ef treno ufire; (als de plaatsaanduiding zo vaag is dat het juiste vz moeilijk te bepalen is, kan r ook in de schr gebruikt worden:) de plaats ~ de tekening zich bevindt: ef ws, r ef dravos melde (indien niet duidelijk is of met ws een kast ("in"), tafel ("op"), wand ("aan") enz. bedoeld wordt);
    2. waar (samen met vz); de tafel ~op het boek ligt: ef kelbra, kaf t ef mimpit melde; de bomen ~in de kinderen klimmen: ef vilduls, fes mit ef efantys fle (plaats: de kinderen zitten al in de boom en klimmen tussen de takken); (vgl) de bomen ~ de kinderen in klimmen: ef vilduls, fesdu mit ef efantys fle (richting: de kinderen staan op de grond en van daaruit gaan ze de boom in); dat C; die C.

waarachtig:: real {I}, tfiy {I; [mv=enk]}.

waarbij:: (fig) ur kusamiluft; de l wordt stom, ~ de r verlengd wordt: ef l tinkere koffon, ur kusamiluft ef r sen mintepote; waar E.2.

waarborg:: (=garantie) xmarstos {C}.

waarborgen:: (=garanderen) xmarste {K}.

waard::

  1. (zn: herbergier) pntelat {C}.
  2. (bw) ~ zijn: la'yciye {K}; dit schilderij is veel geld ~: dena platiranu la'yciye pert smurf; het ~ zijn: la'yce {K}; dit boek is zijn prijs dubbel en dwars ~: dena mimpit la'yce sener ny fes jadk loin; je bent geen knip voor je neus ~: tu nert la'yciye goe tmlek; moeite.

waarde:: (zn) la'yc {C}; ~ hechten aan: ef kette la'yc furt/n (n is vz); laycache {K; gst= laycacc}; op zijn ~ schatten: ef obiyre ump la'yc; tot een ~ van: tukst eft la'yc rifo; de toegevoegde ~: ef painor-luft la'yc.

waardeloos:: lyce {I}.

waarderen:: tarpenne {K}.

waardering:: tarpennos {A}; (het gewaardeerd worden) mikkelos {C}.

waardevermindering:: slompos {A}.

waardevol:: (=kostbaar) la'ymr {I}.

waardig:: korslayc {I}.

waardigheid:: korslayciy {A; mv=enk}.

waardigheidsstaf:: (=scepter) sproa {C; rs= sprt}; (gehanteerd door een priester tijdens een Erg-ritueel) ennucoriy-sproa {C; rs= ..-sprt}.

waardoor::

  1. (vr/vg) mitulanis {VR/VG} (ook "waarom"); ~ loop je mank?: tu farte krupel mitulanis?; ik weet niet ~ hij mank loopt: gress nert tiffe, mitulanis do farte krupel; waarom 1;
  2. (vg v gevolg: zodat) fittof {VG}; fes = fs {DT}; het regent, ~ ik geen zin heb om de hond uit te laten: ef fes/fs bidale, gress nert affionnosilme beri brade ef myl;
  3. (bt: "door wat"); waar E.2.

waarheen:: waar C.2; waar D.2.

waarheid:: xo'et {SC}, kmpaiy {A; mv=enk; rs= kmpate}; de ~ spreken: kmpae {U}; achter de ~ komen: ef fenteste crulabos.

waarlijk:: (=wezenlijk) kmeste {I}.

waarmerk:: (lett) kmpaafiy {C}; (=zegel) sgg {C}.

waarneembaar:: (met zintuigen) iemzatt |wem..| {I}.

waarnemen:: (met zintuigen) woiyste {K}, iemze {K; vdw= piemze}; het ~ (waarneming: met zintuigen): iemzos {A}; dat wat [met zintuigen] waargenomen is/wordt: iemzos {C}; ([tijdelijk] iemands plaats innemen) ziympaine {K}; [tijdelijk] ~ (v baan ed): giffe-fortos {K}.

waarnemer:: iemzatjen {C}; (die [tijdelijk] iemands plaats inneemt) ziympainatjen {C}.

waarneming:: (het waarnemen: met zintuigen) woiystos {A}, iemzos {A}; ([tijdelijk] innemen v iemands plaats) ziympainos {A}.

waarom::

  1. mitulanis {VR/VG}; anis {SX.gst} (vraagsx); ~ huil je?: tu arkette mitulanis? = tu arkettanis?; ~ zegt hij niets?: do reppanis flj?; ik vraag ~ je huilt: gress linne, tu arkettt mitulanis = gress linne, tu arkettanis; ik weet niet ~ hij huilt: gress nert tiffe, mitulanis do arkette = gress nert tiffe, do arkettanis; (spr: alleen in directe vragen, vooraan de zin) br {VR} (spr); ~ blijf je thuis?: br tu tinde fesrt?; ~ niet? (hoezo niet?): brn't {VR} (spr) (= br + nert);
  2. (=want: reden) br {DT}; ~ ik thuisblijf, is omdat het regent: gress br tinde fesrt, ef bidalilme;
  3. (bt: "[rond]om wat"); waar E.2.

waarschijnlijk:: prchk {I}, txiy {I}.

waarschuwen:: vrne {K; vdw= vart}, fesrupke {K}.

waarschuwing:: vrnos {C}, fesrupkos {C}.

waarschuwingsbord:: vrnrm {C}.

waarvan::

  1. (genitief v bt) de opmerking ~ ik het nut (welks nut) niet begrijp: ef rviy, gress nert unere semr hc; dat; die;
  2. (bt: "van wat"); waar E.2.

waarvandaan:: vandaan.

waarzeggen:: pjake {E}; het ~: pjakos {C}.

waarzegster:: pjakatjena {C; mv= pjakatjen}.

waas:: ol {C}.

wacht:: (groep personen die de wacht houdt) togert {C}; (in samenstelling) gert {SX > c}; (bijv) kustwacht: xijegert; paleiswacht: korgert; de ~ houden: qukette {U}.

wachten:: ~ [op]: que {K; gst= qut}; iemand laten ~ (laten staan, niet ophalen): xrbe rast {K}; hij wacht al rokende; hij staat/zit rokend te ~: do uokke ur que; iedereen altijd lang laten ~ (een verschrikkelijke laatkomer zijn): ef zlbinase-furt sener koffon blofs omelech-hyber; wat je nog te ~ staat (toekomstig): pliffon {I}; dat wat je nog te ~ staat ([onzekere] toekomst): pliffon {Aef}; ik weet niet wat me morgen bij het examen te ~ staat: gress nert tiffe sener mas pliffon frpj ef eksm; niet zitten te ~ op iets (iets niet wensen): nert feldre jelp furt flaju.

wachter:: (=waker) qutt {C}.

wachthuisje:: (bus/tram) isqu {C}.

wachtkamer:: qumit {C}.

wachtmeester:: (alg) serent {C}; voor militaire rangen, zie .

wachtpost:: putiy {C}.

wachtstand:: (stand-by: gereed voor direct gebruik) que-gifiy {C}.

wachttijd:: que-fort {C}.

wachttoren:: kipt {C}.

wachtwoord:: (=parool) quiyr {C}; parola {C} (arch).

waden:: (te voet door water) zrpe {U}.

waf:: woef.

wafel:: rts {C}.

wagen::

  1. (zn) (alg: =kar/wagon) wagen {C}; nolac {SX > c}; (=auto) oto {C}; (met 4 kleine wielen, door 1 of 2 paarden getrokken) ablg {C}; (met 2 grote massief houten wielen) est {C}; gemende ~ (jur: getrokken door een trekdier, met een bestuurder op de bok): lydor wagen {C}; zie ook Weggebruikers in .
  2. (ww: =durven) mrne [beri] {K; vdw= mrnet}; (=riskeren) riskere |..je| {K}; (risico nemen) pyrotiye {K}; hij waagt de sprong: do mrne ef jump; het leven ~: meorthe {U; gst= meortt; vdw= meortef}; een man die iets durft te ~: eft efrm merater; (sprkw) wie niet waagt die niet wint: flj venture flj lelperre.

wagenpark:: (alle vrachtwagens ve bedrijf) tonolac {C}.

wagenspoor:: chanert {C}.

wagenvoerder:: (bestuurder v trein/tram) cndekterr {C}.

wagenwiel:: wagenklan {C; mv= wagenklne}.

wagenwijd:: ~ open: esacr {I}.

waggelen:: (=wankelen) wispele {U}; (=wiebelen/schommelend lopen) nkle {U; gst= nk}.

waggeling:: wispelos {C}.

wagon:: wagen {C}.

wak:: (in ijs) miy {C; mv= ms}.

waken:: (wakker zijn) kainote {E}; (wakker blijven) vagce {U}; ~ over: marestje {K; gst= mareset}, wge rifo {U}.

waker:: (=wachter) qutt {C}.

wakker:: kainot {I}; ~ blijven (alert blijven): kainotne {U}; hij heeft de hele nacht ~ gelegen: do zirda kainot lf ef pij kl; ~ maken (=wekken): kaine {K}; ~ zijn (=waken): kainote {E}; ~ roepen/schreeuwen: trcte {K}; ~ schudden (fig): kaine-pte {K}; het ongeluk heeft de bewoners ~ geschud: ef moplariy ef zreldurs kaine-pte.

wakkerschuddend:: (de aandacht trekkend; verrassend) kaine-ptelira {I}.

wal:: (=kade) tnt {C}; (=walkant/slootkant) texiy {C}; (=muur: om kasteel of stad) uln {C}; van ~ steken over iets (gesprek beginnen): ef ubere ef rist g flaju; van ~ steken (alg: met iets gaan beginnen) ef wuxe ef bjiyc; (sprkw) de beste stuurlui staan aan ~: tu chaquinde mip fianites; (fig) aan lager ~ raken: ef farte sum ef gratyliy.

Wales:: Welse {G}; Wel; Wels.

walgelijk:: (misselijk[makend]) nnafy {I}; (ook als versterking) hij is ~ rijk: do melde nnafy adoriy.

walgen:: ~ van: ulfte lef {U}; rbe {K}.

walging:: ulftest {C}, rbos {C}.

walkant:: (=slootkant) texiy {C}.

Wallis en Futuna:: Wallis ur Futuna {G}.

Walloni:: Walenlandes {G}.

walm:: wial {S}.

walmen:: (kaars ed) wialale {U}.

walnoot:: (vrucht) snebbe-nut {C}; zwarte ~ (boom): doffiy snebbe-tonut {C} (L. Juglans nigra).

walrus:: rs {C} (L. Trichechus rosmarus).

wals::

  1. (om te pletten) ([machine met] rollen) olos {C}, roff {C}; (voertuig om [asfalt] te pletten) rofnolac {C}.
  2. (dans, muziek) vls {C}.

walsen::

  1. (pletten met wals) rofe {K}.
  2. (wals dansen) vls-dane {U; vdw= ..-dnsen}.

walserij:: (v metaal) roff {C}, roffs {C}.

walstro:: echt ~: trts {C; mv= trtsa} (L. Galium verum); blauw ~: agen-trts {C; mv= ..-trtsa} (L. Sherardia arvensis).

walstropijlstaart:: (vlinder) Aitromba-flyddere {C} (L. Hyles gallii).

walvis:: kval {C} (L. Odontoceti).

wambuis:: (=kiel) doyt {C}.

wan:: (verkeerd; slecht; niet zoals het hoort) ta {PX}; wan-.

wanbegrip:: tauneros {A}.

wanbeheer:: tachikonos {C}.

wand:: (=muur) krur {C}; taty {C} (dl= Liftka); (v darm/doos/buis ed) mt {C}; zie ook Steile wanden in .

wandaad:: faliyno {C}.

wandcontactdoos:: (=stopcontact) lydoslot {C}.

wandelaar:: mirratjen {C}.

wandelen:: (in de stad) mirre; (in de natuur) ple {U}; ~ in/op/over: lmirre {K}; zie ook Wandelen in .

wandeling:: promirret {C}, mirros {C}; ~etje met de hond: brt {C}.

wandelschoen:: ~en: sle-tomust {C}.

wandelstok:: mirrzor {C}.

wandeltocht:: (lang) forn {C}.

wandelweg:: brede ~ met bomen: pola {C}.

wandluis:: krur-less {C; mv= ..-lessa} (L. Cimex lectularius).

wandmeubel:: (hele kamerwand bedekkend) feldariy-krur {C}; klein ~ (kastje): plriy {C}.

wandschildering:: krur-platiranu {C; mv= ..-platirane; rsmv= ..-platirane}.

wandtegel:: plciy {C}.

wanen:: zich ~ (zich verbeelden): plfte {K}.

wang:: frojitu {C}.

wangedrag:: taocrma {C}.

wanhoop:: cho'at {Aef}.

wanhopen:: cho'ate {U; gst= choat}.

wanhopig:: cho'at {I}; ~ zijn: cho'ate {U}; (=hopeloos) nerajiytiy {I}.

wanhopige:: (zn: wanhopig persoon) nerajiyter {C}.

wankel:: (lett/fig: =labiel/wankelbaar) ojabriy {I}.

wankelbaar:: (lett) wispelen {I}; (lett/fig: =labiel) ojabriy {I}.

wankelen:: (=waggelen) wispele {U}; doen ~, aan het ~ brengen: (lett) aolane {K}; (lett/fig) ojabrare {K}; (op het punt staan om om te vallen) ojabre {U; gst= ojaber}.

wankelmoedig:: ojap {I}.

wanklank:: tagrr {C}, tamabys {C}.

wanneer::

  1. (vr) hojelka {VR}; elka {SX.gst} (vraagsx); ~ vertrek je?: tu prate hojelka? = tu pratelka?; ~ schrijf je de brief?: tu stinde ef letra hojelka? = tu stintelka ef letra?; ik vraag, ~ je vertrekt: gress linne, tu pratt hojelka = gress linne, tu pratelka; ~ heb je de tijd?: tu lelperre folarra fort?;
  2. (vg) hojelka {VG}; ka {DT}; ik weet niet, ~ hij vertrekt: gress nert tiffe, hojelka do prate = gress nert ka tiffe, do pratilme; als B; zolang;
  3. (bt) (tijdsbepaling: =als/dat) den/fara {BT}; (mv) dens/faras {BT} (arch); de dag ~/als hij vertrekt: ef tof, den/fara do prate; alle dagen ~/dat hij vertrekt: mics terrats, dens/faras do prate (arch); als C.

wanorde:: (=rotzooi) qu'x {C}; (=rotzooi/bende) hiye {C}; in ~ (wanordelijk): qu'xiy {I}.

wanordelijk:: (=ongeregeld) ploteppa {I}; (in wanorde) qu'xiy {I}.

wansmaak:: tals {C}.

wanstaltig:: (=mismaakt) tavobar {I}.

wanstaltigheid:: tavobaros {C}.

want:: (reden) br {VG/DT}; ik blijf thuis, ~ het regent: gress tinde fesrt, br ef bidale = gress br tinde fesrt, ef bidalilme ze zijn arrogant ~ stinkend rijk: ps melde kafovelira br somn ielba.

wantrouwen:: (zn) kuramiypos {A}; ~ hebben tegen (niet vertrouwen): kuramiype {K}.

wantrouwend:: (=wantrouwig) kuramiypiy {I}.

wantrouwig:: (=wantrouwend) kuramiypiy {I}.

wanverhouding:: taglistipros {A}.

wapen:: wp {C}; (heraldisch) chutn {C}; ~[s] dragen: wape {U} (arch/poe); zie ook Wapens in .

wapendrager:: (vlinder) rska-flyddere {C} (L. Phalera bucephala).

wapenen:: lwpe (lpe) {K}, gne {K}.

wapenindustrie:: wprif {C}.

wapeningsijzer:: (n staaf) betnzeff {C}; (gehele constructie) betnzeffs {Cmv}.

wapenkunde:: (=heraldiek) chutnecur {C}; zie ook Heraldiek in .

wapenspreuk:: chutn-hln |-hln/-hn| {C}.

wapenstilstand:: (=bestand) spero-stjoft {C}.

wapperen:: latere {U}; ~ met; laten ~: ene {K}.

wapperend:: (v mantel/vlag) latriy {I} (arch/poe).

war:: (lett) in de ~: zmpr {I}; in de ~ maken (=verwarren): zmpe {K}; in de ~ zijn: zmpae {E}; in de ~ raken: zmpaare {E}; uit de ~ kammen (uitkammen): cyare {K}.

ware:: als het ~: na ef zerfe (afk= n.e.z.); kurrelira trufe (afk= k.tr.).

waren:: (=goederen) totiyns {C}.

warenhuis:: misansrt {C}; filiaal van een ~ (alg): stami {C}.

warhoofd:: drter {U}; hij is een ~ (erg verstrooid): do farte tjg ef hent ur ubere tjg ef tiffug.

warkruid:: groot ~: hupster zmpr-riyne {S} (L. Cuscuta europaea).

warm:: scrl {I}; ~ zijn: scrle {U}; erg ~ (=heet): kjupt {I}; ~ houden (op temperatuur houden): hinde {K}; ik heb het ~: gress melde scrl; deze jas houdt je lekker ~; met deze jas heb je het lekker ~: dena kas hinde quista tu; (verandering in temperatuur) het warm||koud worden: to'eff {Cid}; .

warmpjes:: er ~ bij zitten (in goeden doen zijn): ef zirde fes eft wvet sat.

warmte:: scrlos {C}; erge ~ (=hitte): kjuptiy {S}.

warmwaterkan:: derser {C}.

warrelen:: lore {U}; ~ van (wemelen van): welme {K}.

warrig:: (=confuus/verward) werf {I}; (spreken, praten) dazen {I}; ~ praten: tiylvle {E; gst= tiylf}.

Warschau:: Vrsofa {G}.

wartaal:: dazen-mux {C}; iemand die ~ uitslaat: drter {U}.

was::

  1. (boenwas, bijenwas) fst {S}.
  2. (mbt het wassen)
    1. (het wassen) luktos {C};
    2. (=wasgoed) (dat nog gewassen moet worden) toluktos {C}; (dat reeds gewassen is) luktsta {Cmv}; de ~ doen: ef paine ef toluktos.

wasautomaat:: luktotomat {C}.

wasbak:: lukt {C; mv= lukten}.

wasbeer:: (mnl/ntr) lukte-pytut {C} (L. Procyon lotor).

wasbeerhond:: raqun-hurt {C} (L. Nyctereutes procyonoides).

wasecht:: lukte-p {I}.

wasem:: ropp {S}.

wasemen:: roppe {E}, waseme {U}.

wasgoed:: (dat nog gewassen moet worden) toluktos {C}; (dat reeds gewassen is) luktsta {Cmv}.

washandje:: (in Spok een driehoekige lap) luktfsto |lutf..| {C; mv= luktfste; rsmv= luktfstott}.

waskaars:: fst-ak |fs-| {C}.

wasknijper:: chiyper {C}.

waskom:: lukte-knuf {C}.

waslijn:: luktsta-jeiy {C}.

wasmachine:: luktparat {C}.

wasmiddel:: lukte-tiyn {C}.

wassen:: lukte {K}; het ~ (de was): luktos {C}; (v vaat) clene {K}; de maan wast (het wordt volle maan): ef luna uenge.

wassenbeeldenmuseum:: fst-veldur-srt {C}.

wasserij:: lukts {C}; chemische ~ (=stomerij): gemisluktos {C}.

wastafel:: lukt {C; mv= lukten}.

wastobbe:: lukte-enc {C}.

wasvrouw:: luktatjen {C}, luktasjeus {C} (arch).

wat::

  1. (zn: =watje) wattiyn {C}; watten.
  2. (ov)
    1. (=enig[e]/een beetje/een paar) eftofpira {OV} (enk/stoff); gopirus {OV} (mv/stoff); er ligt ~/enig zand op de vloer: eftofpira/gopirus pleko melde kaf ef flor; hij heeft ~/enige problemen: do lelperre gopirus mntyosz; ik ken ~ van zulke sprookjes: gress tiffe gopirus sest cofiys; ~ minder/groter (enz): effekluft oiba/hupster terat (enz); ik heb ~ oude boeken voor je: gress lelperre gopirus liftkar mimpits furt tu; enig; heel 3;
    2. ~ voor: nyses {OV; enk-semc/abstr; stoff; mv}; ~ er ook aan bezuinigingen bij de andere ministeries worden voorgesteld, het zal dat van Onderwijs niet raken: blul rtycelije nyses huarosz luft ef lelpiru deprtemens, noi ecole ef enn ef kolestiy-tiyn.
  3. (vr)
    1. kluft {VR; gnz= kluftecr; rs= kluft of kluffte (arch)}; quli {VR) (pop); ~ doet hij?: do paine kluft?; (pop) do paine quli?; ~ ratelt daar?: kluft yberve ta?; aan ~ (waaraan) denk je?: tu miype armt kluft?; hij vraagt, aan ~ (waaraan) ik denk: do linne, gress miypt armt kluft; van ~ (waarvan) is dit deksel?: kluftecr decs melde?;
    2. ~ van de: (met substantief) kolpol {VR} (samen met enk); ~ van het diner heb je gegeten?: tu kolpol dinelo larde?; ik vraag ~ van het diner hij gegeten heeft: gress linne, do kolpol dinelo lartt; (anders dan een substantief) kluft mip ...; ~ heb jij ervan gegeten?: tu kluft mip ef larde?; welk 3;
    3. ~ voor [een]: folarkluft {VR}; ~ voor een soort boek is dat?: folarkluft frenvu rifo mimpit melde ef?; ik vraag ~ voor boek hij leest: gress linne, do trempt folarkluft mimpit; ~ zijn dat voor insecten?: folarkluft roli-belps melde mittof?.
  4. (vg)
    1. kluft {VG; gnz= kluftecr; rs= kluft of kluffte (arch)}; quli {VG} (pop); ik weet ~ hij denkt: gress tiffe, kluft do miype ef; (pop) gress tiffe, quli do miype ef; hij vertelt in ~ (waarin) hij zijn soep gekookt heeft: do rafane, fes kluft do enn sener upa riffe; ik vermoed, ~ hem bang maakt: gress vraboe, kluft qugle nkest n do; ik weet niet van ~ (waarvan) dit deksel is: gress nert tiffe, kluftecr decs melde;
    2. ~ van de: (met substantief) kolpol {VG} (samen met enk); ik weet ~ van het diner hij gegeten heeft: gress tiffe, kolpol dinelo do enn ef larde = (arch/schr) gress tiffe, kolpol do enn ef dinelo larde; (anders dan een substantief) kluft mip ...; ik weet niet ~ jij ervan hebt gegeten: gress nert tiffe, kluft mip ef tu larda ef; welk 3;
    3. ~ voor [een]: folarkluft {VG}; ik weet niet, ~ daar voor een man loopt: gress nert tiffe, folarkluft merater farte kusama; ik weet niet, ~ daar voor mannen lopen: gress nert tiffe, folarkluft meraters farte kusama; ik weet niet ~ voor een boek hij leest: gress nert tiffe, folarkluft mimpit do trempe enn ef = (arch/schr) gress nert tiffe, folarkluft do trempe enn ef mimpit.
  5. (bt)
    1. (refererend aan gehele zin of [deel van] predicaat) wn {BT} (schr) (iha wordt nevenschikking met pv mittof gebruikt); de nieuwe bewoner hakt de schaduwrijke eik om, ~ (= het omhakken [van de eik] niet op prijs gesteld wordt door het dorp: ef kleter zreldur axe ef omberst c, ef zeces nert strfe wn = ..., ur ef zeces nert strfe mittof; Petriy heeft de hele taart opgegeten, ~ heel stout is: qu Petriy ef pij omi larde-tij, qu wn melde oras xg ki (qu ... qu markeren de gehele hoofdzin, resp. het feit dat wn aan deze hoofdzin refereert) = ..., ur qu mittof melde oras xg ki; Elsa zwemt en duikt in het ijskoude water, wat (= het duiken, NIET het zwemmen) haar moeder gevaarlijk vindt: Elsa svime n ki plnse fesdu ef picaiy knurfel, sener sientur cnsidere wn lo kviksiy (ki markeert het antecedent van wn) = ..., ur sener sientur cnsidere mittof lo kviksiy;
    2. (abusievelijk ipv "dat", of samen met vz) dat C;
    alles.
  6. (uitroep) ~ verlang ik naar de zomer!: gress lamirelira [jazy] n ef kormond!; syn gress lamire n ef kormond!.

water::

  1. (zn: vloeistof) knurfel {S}; (zee, rivier, meer ed) knurfel {C}; (meestal in mv) de Spokanische ~en: ef spooksoliy knurfels; territoriale ~en: nalmiy-knurfels; een glas ~ (om te drinken): eft knurfel-kliqu {C}; ~ dat in het zonlicht schittert: tlette {C/S}; zie ook Wateren in ;
  2. (bv mbt "water") onder ~: knurfel-chucern {I}; vol ~, rijk aan ~ (=waterrijk): lknurfelor {I};
  3. (idioom met ww) ~ geven (=begieten: v planten): lardare {K}; het ~ geven (v planten): lardaros {C}; ~ [gaan] halen: ef farte furt knurfel; wil je ~ halen?: aftel tu fartavy furt knurfel?; een schip te ~ laten: ef kette eft wikaros n eft kar; het schip wordt te ~ gelaten (loopt van stapel): ef kar vende njebope; onder ~ staan: plite {Upr}; onder ~ staand (blank): plita {I}; in het ~ vallen (fig): eksplodere |..je| {U}; het in 't ~ vallen; iets wat in het ~ gevallen is (fig): eksploderos {C}; op ~ en brood zitten: ef zirde lef pjns ur bjlns;
  4. (sprkw'n) ~ naar de zee dragen (nutteloos werk verrichten): ef treske corqug; stille ~en hebben diepe gronden: (neutraal: er zit meer achter het zwijgen dan je denkt) ef lanatjen chaquinde rlo; (ongunstig: zwijgers voeren iets in hun schild) jl ks jufte cloor argerats.

wateraardbei:: (plant) clamia-tomentusar {C} (L. Potentilla palustris).

waterafvoer:: knurfjamos {C}.

waterbekken:: (=bassin/meer) wik-lup {C; mv= ..-lps}, hy {C} (dl= Peg).

waterbies:: gewone ~: Blizer-st {S} (L. Eleocharis palustris); (bep soort) kviylt-st {S} (L. Eleocharis turbida).

waterbouw:: knurfel-lbosiy {A; mv=enk}.

waterbouwkunde:: knurfel-tegniyc {C}.

waterbouwkundig:: knurfel-tegnise {I}.

watercipres:: (=metasequoia) fsyll-sypress {C; mv/rsmv= ..-sypresses} (L. Metasequoia glyptostroboides).

waterdamp:: knurftmp {S}.

waterdicht:: knurfel-fest {I}.

waterdrieblad:: clamia-durlofa {C} (L. Menyanthes trifoliata).

wateremmer:: (emmer water) hon {C}.

watereppe:: (plant) fendy {S} (L. Sium); kleine ~: hardlap fendy (L. S- erectum); grote ~: svenk fendy (L. S- latifolium).

waterereprijs:: blauwe ~: prusot-veronica {C/S} (L. Veronica anagallis aquatica).

water-ereprijs:: waterereprijs.

waterfiets:: knurfpitter {C}.

watergebed:: (Erg: gebed voor Bytset) knurfel-dmena {C}.

watergeul:: (=goot) knurt {C}.

waterhoen:: lrg {C} (L. Gallinula chloropus).

waterhond:: Portugese ~: Portagelg ebeshurt {C}.

waterig:: knurfeliy {I}.

waterjuffer:: (alg: kleinere libel met naalddun lichaam) quda-zler {C}, hubbriyt {C}; (ihb) rode ~ (L. Pyrrhosoma nymphula).

waterkan:: hylxta |X| {C}.

waterkant:: (smal deel vd oever, direct aan het water) tras {C}.

waterkers:: zlnt {S} (L. Rorippa); gele ~: kolai zlnt (L. R- amphibia); echte of witte ~: larde-zlnt {S} (L. Nasturtium officinale); "Spokanische ~": presr zlnt (L. R- spocanica).

waterkoud:: (v weer) ropja-martel {I}.

waterkracht:: knurfgjlen {C}.

waterkruik:: lores {C} (met 2 handvaten, zoals afgebeeld in Spok wapen).

waterkruiskruid:: zvmp-pazzozirdos {C/Srs} (L. Senecio aquaticus).

waterleiding:: knurflftos {C}.

waterlelie:: (alg: =plomp) rixp {C}; roze ~: littit rixp (L. Nymphaea rubra); witte ~: blakker rixp (L. Nymphaea alba).

waterloop:: (alg: =beek) bajuft {C}; (door een moeras) wena {C}.

Waterman:: (sterrenbeeld) Knurfelater {N}, Aquarys {N}.

watermassa:: knurfel-praji {C}.

watermolen:: (om water te verwijderen) echuh-mjl {C}; (door water aangedreven) knurfel-mjl {C}; zie ook Watermolens in .

watermunt:: knurfel-mennt {C/S} (L. Mentha aquatica).

waternavel:: (plant) knurfel-lepp {C} (L. Hydrocotyle vulgaris).

waternimf:: bruine ~: miterus tyvj {C} (L. Aeshna grandis).

waterpas:: (instrument) kerposiy-messer {C}; (bv) kerposiy {I}.

waterpest:: rar {S} (L. Elodea); brede ~: hupster rar (L. E- canadensis); smalle ~: fyg rar (L. E- nuttallii).

waterplant:: knurfel-ardekir {C}.

waterpostelein:: knurfel-pepliys {S} (L. Peplis portula).

waterrad:: knurfel-trch {C}.

waterral:: (vogel) ritt-prex {C} (L. Rallus aquaticus).

waterranonkel:: (gewone ~) kbo-eit {C} (L. Ranunculus aquatilis).

waterrijk:: (rijk aan water) lknurfelor {I}.

watersalamander:: [grote] ~: neit {C} (L. Triturus cristatus); kleine ~: dvrt-neit {C} (L. Triturus vulgaris).

waterschap:: (in Spok: de instanties die gaan over de rivieren en kanalen met bijbehorende oevers en bruggen) knurfel-ratt {C}.

waterscheerling:: qurrediy fendy {S} (L. Cicuta virosa).

waterskin:: knurfel-skifarte {U}.

watersnip:: (vogel) knurfel-nse {C} (L. Gallinago gallinago).

watersnood:: (=overstromingsramp) plite-nocmes {C}.

waterspiegel:: [knurfel-]kerpos {C}.

waterspin:: brfter {C} (L. Argyroneta aquatica).

waterspinazie:: liyefto {S} (een variant vd Ipomoea aquatica die ook in koelere streken gedijt).

waterspitsmuis:: svimelira nes-rt {C} (L. Neomys fodiens).

watersport:: knurfsport {C}.

waterstof:: hydrogenym {S}; van ~ [gemaakt] (waterstofhoudend): hydrogena {I}.

waterstofhoudend:: (van waterstof [gemaakt]) hydrogena {I}.

watertanden:: ynt-prpe {Upr}; doen ~: ynt-prpare {K}.

watertoren:: knurfel-taris {C}.

waterval:: knurftas {C}; zie ook Watervallen in .

waterverf:: tinta {S}.

waterviolier:: Klinnr-star {C} (L. Hottonia palustris).

watervleermuis:: knurfel-grmiyl = prusot-grmiyl {C} (L. Myotis daubentonii).

watervogel:: (elke vogel die kan zwemmen en/of waden) knurfel-vogily {C}; ndre {C} (arch/poe/dl= Peg).

watervrees:: (bang om te zwemmen) svime-baniylos {C}; met ~: svime-baniyl {I}.

waterweegbree:: grote ~: rivo-alisma {S} (L. Alisma plantago-aquatica).

watje:: wattiyn {C}.

watten:: (zn-mv) wat {S}; van ~ gemaakt; met ~ gevuld: wata {I}; prop ~: wattiyn {C}.

WA-verzekering:: (Wettelijke Aansprakelijkheid) Clmos-fry-ef-Lacs-insrnsos {A} (afk= CL[-insrnsos]).

wazig:: s {I}, rn {I}; (=mat) diym {I}.

wc:: (=toilet) zibblippir {Crs} (afk= zip), zip {C} (spr/pop); (=privaat) beltmit {C}; (als opschrift op een deur wordt altijd de afkorting zip gebruikt; in [populaire] spreektaal kan zip ook gezegd worden).

wc-bril:: (=toiletbril) zip-riyn {C}.

wc-papier:: ([velletje] toiletpapier) zip-kornin {C/S; mv= ..-kartafiy}.

wc-pot:: (=toiletpot) ziplot {C}.

we:: wij.

web:: ilchae {C}.

website:: fiyrk-ws {C; mv= ..-wsa} (afk= Ws.); op een ~: fes eft fiyrk-ws; zie ook Websites in .

wecken:: (=inmaken: v voedsel) tfire {K; vdw= tfira}; geweckt/ingemaakt voedsel/fruit: tfiros {C}.

wed:: (drinkplaats voor paarden) cert {C}.

wedden:: (weddenschap aangaan) tire {U}; ~ om: tire furt {U}, ltire {K}.

weddenschap:: tiros {C}; ~ aangaan (wedden): tire {U}.

wede:: (plant) wyda-huron {C} (L. Isatis tinctoria); (blauwe verfstof uit die plant) wyda {S}.

weder::

  1. (zn); weer A.
  2. (bv); weer B.

weder:: (=terug) palle {PX}; (bij zn: rs=basisvorm); weder-; weer-.

wederdienst:: niyk {C}.

wederhelft:: palleholfe {Crs}.

wederik:: iylfaciy {C}; gewone ~: presr iylfaciy (L. Lysimachia vulgaris).

wederkeren:: het recht keert weder: ef inchos revente luft ef efaiy.

wederkerend:: (taalk: =reflexief) quandroiy {I}; ~ voornaamwoord ("zich"): hannteloroni {C}.

wederkerig:: palle'ovapiy {I}; (=wederzijds) perdrovapiy {I}; ~ voornaamwoord (taalk: "elkaar"): ketteroni {C}.

wederkerigheid:: palle'ovaper {Ars; mv=enk}.

wederliefde:: pallerovretos {Ars}.

wederom:: (en weer; maar weer) urr = ur h {III}.

wederrechtelijk:: (=illegaal) njaeot {I}.

wedervaren:: hftersta {Cmv}.

wederwaardigheid:: wederwaardigheden (=perikelen): zefarsta {Cmv}.

wederzijds:: (=wederkerig) perdrovapiy {I}.

wederzijdsheid:: wlkniy {Aef; mv=enk}.

wedijver:: luftplios |lufp..| {A}.

wedloop:: wedren.

wedren:: (=wedloop) strett-fartos {C}; (paarden) strett-rtos {C}; (hardloopwedstrijd v mensen) frajjaos {C}.

wedstrijd:: (=concours) tojesfs |..jest/..jefs| {C}.

weduwe:: trkiy {C} (afk= trk.); Mevr. Elsa Metrusse-Heelfer (~ van de Heer M.-H.): msj Elsa trk. Metrusse-Heelfer; (indien de vrouw haar eigen achternaam weer voert) msj Elsa Heelfer trk. Metrusse.

weduwnaar:: trko {C} (afk= trk.); De Heer Petriy Metrusse-Heelfer (~ van Mevr. M.-H.): mrt Petriy Metrusse trk. Heelfer.

wee::

  1. (zn) weh {C}; (=barenskramp) myzlos {C}.
  2. (bv) (v geur/smaak) jib {I}; ~ geur: drah {C}.

weed:: (=wiet) krutt {C/S}.

weefgetouw:: veve-stent {C}.

weefsel:: (geweven stof) vevos {C}; (biologisch) tiss {C}.

weefspoel:: lafron {C}.

weegbree:: prex-lofa {C} (L. Plantago); grote ~: hupster prex-lofa (L. P- major); ruige ~: utfin prex-lofa (L. P- media); smalle ~: [presr] prex-lofa (L. P- lanceolata).

weegbreemelitaea:: (vlinder) Lajate-zler {C} (L. Melitaea cinxia).

weegbrug:: drakare-pnt {C}.

weegschaal:: (alg) draker {C}; grote ~ (balans met arm en 2 schalen): drak-tiyn {C}.

Weegschaal:: (sterrenbeeld) Drak-tiyn {N}, Libra {N}.

week::

  1. (zn) (in de christelijke tijdrekening 7 dagen: de 1e dag op maandag; in de Erg tijdrekening 9 of 10 dagen) mink {C}; de hele ~: minkpip {III}; deze ~: lelmo mink (week die aan de gang is); een dezer weken: effer mink; elke ~ (wekelijks): minktiy {I}; in de laatste ~ van maart: fes ef aiyk mare-mink; om de ~: mink nert mink iftam; volgende/komende ~: ef pirmink {C}; vorige/afgelopen ~: ef furtmink {C}; hij woont [pas] twee weken in ons dorp: do zre [amii] ten minks fes kult zeces.
  2. (bv) (=zacht) plurtiy {I}; (=zacht) mrve {I}, vjent {I}; (=onvast: v bodem) nestyp {I}; (=teerhartig) cubu-wvet {I}; ~/zacht/soepel voorwerp (klomp deeg, kwal ed): jitu {C}; in de ~ leggen (v wasgoed): ef paine fes plurtos {C}.

weekblad:: minkafiy {C}; (vrnl met roddel, seks en criminaliteit) tablt {C}.

weekdier:: mlsc {C}.

weekeinde:: (in Spok: zaterdagmiddag, zondag en eventueel maandagochtend) mink-dfo {C}.

weekheid:: (=zachtheid) vjentiy {A; mv=enk}.

weeklacht:: eott {C}.

weeklagen:: ef kette eott {C}; het geweeklaag: ef eotts {Cmv}.

weekloon:: (officile term) mink-wagy {C}; (spr) bjln-smurf {S}.

weekmarkt:: ark-mrket = ark-stovy {C} (traditioneel Spok, zoals in veel plaatsen gehouden wordt en waarbij de boeren uit de omtrek hun waren verkopen en de dorpsraden vergaderen).

weelde:: verres {C; mv/rsmv= verresres}.

weelderig:: (overvloedig) lekirt {I}; (luxueus) verresiy {I}.

weemoed:: zl {Aef}.

weemoedig:: zl {I}, zlel {I}; rist {I}.

weer::

  1. (zn)
    1. (meteorologisch) wnzol {C}; mooi/helder ~: crobbeniy {C}; op een ogenblik met mooi/helder ~; als het mooi/helder ~ is: crobbementos {III};
    2. (gecastreerd schaap: =hamel) vlk {C}.
  2. (bv) (=opnieuw) wet {I}; en ~; maar ~ (wederom): urr = ur h {III}; hij is altijd druk in de ~: groft palett lelperre riyfain oo lc; (met ook) hoe heet hij ook [al] ~?: do pe kluft crlo kva? (een herinnering terugroepen); zo'n sufferd ben ik nou ook ~ niet: gress nert melde tek hmatjen tjg ef somp (het is minder erg dan je denkt); erg veel scheelt het nou ook ~ niet: ef farte roffott noi pert af al (het valt wel mee).

weerbaar:: hybjen {I}.

weerbaarheid:: hybjeniy {A; mv=enk}.

weerballon:: wnzol-balna {C}.

weerbarstig:: (fig: =dwars) jag {I}.

weerbericht:: wnzol-tden {C}.

weerga:: palleholfe {Crs}; zonder ~ (weergaloos): m palleholfe.

weergaloos:: (zonder weerga) m palleholfe {Crs}.

weergave:: (=vertolking) ugkeos {C}.

weergeven:: (=vertolken) ugkee {K}.

weergod:: (Erg) wnzolatjen {C}.

weerhaak:: tygtjaklm {C}.

weerhaan:: (=windwijzer: op toren) taris-pra {C}.

weerhouden:: iemand ~ van iets: kafe rast n flaju {K}; (=verhoeden voor) tygtjae rast furt flaju {K}.

weerhouding:: (=verhoeding) tygtjaos {A}.

weerkaatsen:: (lett/fig) stte {U}; (lett: =terugkaatsen) pallesimue {K}.

weerkaatsing:: (lett/fig) sttos {C}; (lett: =terugkaatsing) pallesimuos {Crs}; (=galm) denon {C}.

weerklank:: (=echo) palletariy {Crs}.

weerklinken:: (=echon) palletariye {U}.

weerleggen:: (weerlggen) pallefle {K}; trachten te ~ (fig: aanvechten): pallefarte {K}.

weerlegging:: palleflos {Ars}.

weerlicht:: (in de verte) kirtonnos {C}.

weerlichten:: (bliksemen) kirtonne {U}.

weerloos:: nepriylltatt {I}.

weerschijn:: palletat {Crs}.

weerschijnvlinder:: [grote] ~: palletat-flyddere {C} (L. Apatura iris).

weersgesteldheid:: [sty]wnzol (stynzol) {C}.

weerskant:: weerskanten.

weerskanten:: aan ~: perdrovap {III}; aan/ter ~ van/langs: perdrovap {VZ} (plaats/richting); aan ~ van de grens: -perdrovap ef fini; het water stroomt aan ~ langs het rotsblok: ef knurfel vende perdrovap ef lb; van ~ (beiderzijds): ovap-perdr {III}.

weerspannig:: vondr {I}.

weerspiegeld:: ~ worden ([zich] weerspiegelen): mirrere {U}.

weerspiegelen:: [zich] ~ (weerspiegeld worden): mirrere {U}; [doen] ~: mirrore {K}.

weerspiegeling:: mirreros {C}.

weerstand:: pallegiffos {Ars}.

weersverwachting:: wnzol-dxos {A}.

weerszijden:: weerskanten.

weerwil:: in ~ van ... (niettegenstaande ...): ... st ef uros = st ef uros frpj ... (vz-uitdr) (afk= .e.u.).

weerzien:: (ww: =terugzien) ns-zerfe {K}; (zn) trtzerfos |trdz..| {C}; het ~ (zn: ontmoeting, na een lange tijd): rynn {C} (dl= Bloi/Ziyp).

weerzin:: kafos {C}; ~ tegen: kafos piti.

weerzinwekkend:: kafelira {I}.

wees:: (=weeskind): orycc {C}.

weeshuis:: oryccsrt {C}.

weeskind:: orycc {C}; (vlinder) bof-tiner {C}; blauw ~: blotter bof-tiner (L. Catocala fraxini); rood ~: mindefit bof-tiner (L. Catocala nupta).

weet:: ~ hebben van: tiff-pre kaf {U}.

weetgierig:: tiffabariy {I}.

weg::

  1. (zn) (lett) weg {C}; (straat) mirra {C} (afk= mra); doodlopende ~: sterdaros {C}; kortste ~ (=afsteek): sto'efy {C}; driebaans ~: prdova-weg {C} (waarbij de middenbaan afwisselend door de ene of de andere richting als inhaalstrook gebruikt mag worden); secundaire ~: tiffugweg |tiffueg| {C} (in Spok vaak onverhard); ~ die men al [af]dwalende heeft afgelegd: pinnosiy {C}; op de ~: kaf ef weg; tewegga {I}; op de openbare ~: kaf ef kofano weg; (fig: bijv v producten) zijn ~ vinden naar/in: ef qutse ef skn helkara/fes.
  2. (zn) (fig) in de ~ staan: (lett) ef melde armt ef pl; (fig) nertuie n {U; gst= nertuit}; op ~ zijn: ef melde kaf ef mirra; zich op ~ begeven: ef vende kaf ef mirra; naar de bekende ~ vragen (fig): ef linne ef knf mirra; uit de ~ gaan: rpune {K}; (fig) er is geen ~ terug: nf trt-skns melde; via de wettelijk voorgeschreven ~: fry ef lacsiy mirra.
  3. (bw)
    1. (=verdwenen) tij {I}, iliy {I; [mv=enk]}; het boek is ~/verdwenen: ef mimpit melde tij/iliy; ~ zijn (verdwenen zijn: niet meer kunnen vinden): tije {U};
    2. (vz-bep: plaats) ~ van (vanaf): trk {VZ} (vrnl horizontale richting); ik sla de muggen van hem ~/af: gress byte ef nods trk do; ~ van (uit de buurt van): tij {VZ}; je moet het schilderij ~ van de kachel hangen (niet te dicht bij de kachel): tu munkt ef platiranu tij ef warmohit;
    3. (vz-bep: richting) ~ van (van ... vandaan): trk {VZrs} (horizontaal); hij rent ~ van de vuurzee: do frajjae trk ef qulle (rs!); de vogel vliegt [~] vanaf de torentrans: ef vogily zle [tij] trk ef rufae (rs!); ~ van (weg bij ...): tij {VZrs}; ik ga bij mijn vriendin ~: gress vende tij sener frintae (rs!); vandaan.

wegarbeider:: (=stratenmaker) hastrif {C}.

wegbeheerder:: mirra-chikonatjen {C}.

wegbergen:: simaje-tij {K; gst= simat-..; vdw= simer-..}.

wegberm:: mrg {C}.

wegblijven:: restere |..ere/..je| {U}.

wegbreken:: tijterfte {K}.

wegbrengen:: holare-tij {K}.

wegdek:: mirra-caribos {C}.

wegdenken:: miype-tij {K}.

wegdistel:: pprr-frcc {C} (L. Onopordum acanthium).

wegduiken:: ~ voor (lett: ontduiken): plnse-tij furt {U}.

wegedoorn:: r-qurter {C} (L. Rhamnus catharticus).

wegen:: (lett) drakare {K}; (bepaald gewicht hebben) drake lo {U}; hij weegt 62 kg: do drake lo 62kg; hoeveel ~ deze stenen?: melde lelmos kolinis drakiyn?; het ~: drakaros {C}; licht B.2.

wegenbelasting:: (motorrijtuigenbelasting: in Spok ook voor bromfietsen en paarden) kfs-tx {C} (afk= kt), kt {C}; zie ook Wegenbelasting in .

wegens:: (=vanwege) g {VZ} (betrekking); ik ben laat ~ de files: gress melde kiygt g ef ototos; (in verband met) fes ef situao g; ~ ziekte gesloten: ilba fes ef situao g kin.

wegenwacht:: weg-repareros {C} (afk= WR); zie ook Hulp bij pech en ongelukken in .

wegflikkeren:: wte {K} (vulg).

weggaan:: (=vertrekken) rba'eke {U; gst= rbaek}; hij gaat al zingende weg (hij vertrekt terwijl hij zingt): do chafoste ur/wn vende; het ~ (vertrek): rba'ekos {C}; (=opstappen) giffe {U}.

weggebruiker:: kfs-painer {C}; (jur: persoon, voertuig, rij- of trekdier dat zich op de openbare weg bevindt) weg-keldatjen {C}; zie ook Weggebruikers in .

weggedeelte:: (deel ve weg) rutt-kanas {C}.

weggehaald:: (=verwijderd) crtxiy {I}.

weggeroest:: geheel ~ (geheel tot roest vergaan): zagrampa {I}.

weggetje:: smal ~ (=pad): pt {C}.

weggetrokken:: (=voorbij; niet meer aanwezig: donderbui/dreiging/persoon ed) ora {SX > c}.

weggevreten:: ~ plek (wegvreting): genxos |X| {C}.

weggooien:: (=wegwerpen) koldre-tij {K; gst= kolt-..; wst= kold-..; vdw= koldr-..}, ebe {K; gst= ebet; vdw= pebe}.

weghalen:: (=verwijderen) crtxe {K}.

weghaling:: (=verwijdering) crtxos {C}.

weging:: (lett: het wegen) drakaros {C}.

wegjagen:: (=verjagen) ierquare {K}; het ~ (verjaging): ierquaros {C}.

wegjatten:: (=pikken) grtare {K} (vulg).

wegkijken:: (onbeleefd lang aanstaren) kestprule |..sp..| {K}; (lett: iemand net zo lang aanstaren tot hij werkelijk weggaat) zakestprule {K}.

wegkomen:: maak dat je wegkomt! (schertsend tegen mens): brt?.

wegkwijnen:: (=wegsterven: fig) sgerre {E}; doen ~: lfesype (lfsype) {K}; (=verpieteren, in kwaliteit achteruitgaan) vrimale {U}.

wegkwijning:: lfesypos (lfsypos) {A}.

weglaten:: (alg) kirturare {K}, paine-tij {K}.

weglating:: painos-tij {C}; (coupure) ba'efrnos {C}.

weglopen:: farte-tij {E}, k'safarte {U}; het ~: k'safartos {C}.

wegmier:: zwarte ~: doffiy miyrs {C} (L. Lasius niger).

wegnemen:: (alg: ontvreemden) mipputte {K}; (v tafellaken) mipputtare {K}.

wegneming:: (ontvreemding) mipputtos {C}.

wegnummer:: weg-hor {C}; zie ook Wegnummers in .

wegomlegging:: devijate {C}.

wegraken:: (=zoekraken) lse {U}.

wegredeneren:: idekvmpe {K}.

wegrestaurant:: (alg: restaurant langs [snel]weg) kfs-lurfel {C}; (als onderdeel v groter complex langs snelweg) wegsrt {C}; zie ook Wegrestaurants in .

wegschuiven:: efcare-tij {K}.

wegsleuren:: almpe |ampe| {K}.

wegslingeren:: (met een zwaai wegwerpen) sgrne {K}.

wegsluipen:: tlemme-tij {E}, k'satlemme {U}; het ~ (wegsluiping): k'satlemmos {C}.

wegsluiping:: (het wegsluipen) k'satlemmos {C}.

wegsmelten:: smelte-tij {K}.

wegsmelting:: smeltos-tij {C}.

wegsodemieteren:: wte {K} (vulg).

wegspoelen:: (intrans) smlme-tij {Upr}; (trans) smlme-tij {K}.

wegsterven:: (=[weg]kwijnen: fig) sgerre {E}.

wegstoppen:: rijee-tij {K}; dat wat weggestopt is (wegstopping): rijeos-tij {C}.

wegstopping:: (dat wat weggestopt is) rijeos-tij {C}.

wegstromen:: (=uitstromen: water) vendne {U}.

wegsturen:: rtrjmpe |..trmpe| {K}.

wegteren:: langzaam ~ (verweren): pyqule {U}.

wegtering:: (verwering) pyqulos {C}.

wegvagen:: wle {K}.

wegvaging:: wlos {C}.

wegval:: idefartos {C}.

wegvallen:: (fig: verdwijnen) idefarte {U}; het radiosignaal valt telkens weg: ef rao-synl idefarte plji.

wegvegen:: brste-tij {K}.

wegvoeren:: vure {K}; (=afvoeren) gabane-tij {K; vdw= tijgabent}; met zich ~ (medevoeren): idevure {K}; (=deporteren: ook dieren naar het slachthuis) deportere |..je| {K}.

wegvoering:: vuros {C}; (=deportatie) deportao {C}.

wegvreten:: (lett/fig) genxe |X| {K}.

wegvreting:: (weggevreten plek) genxos |X| {C}.

wegwaaien:: pollerne {U}; de parasol waait weg: ef lagitofbo pollerne.

wegwerpen:: infre {K; gst= infer}; (=weggooien) koldre-tij {K; gst= kolt-..; wst= kold-..; vdw= koldr-..}; met een zwaai ~ (wegslingeren): sgrne {K}.

wegwijs:: iemand ~ maken in iets: ef kette eft pra n rast frpj flaju.

wegwijzer:: srtrm {C}, mirrarm {C}.

wegzakken:: (scheefzakken) kelle {U}; (geheel verdwijnen, bijv in de modder) zakelle {U}.

weide:: blufk {C}; (klein en omheind) frex {C}.

weidechampignon:: blufk-champenn |blufcha..| {C} (L. Agaricus campester).

weidekringzwam:: kles-ziccer {C} (L. Marasmius oreades).

weiden:: (hoeden v vee) crazare {K}.

weiding:: (het laten grazen) crazaros {C}.

weids:: zgem {I}; (uitgestrekt) paqur {I}.

weidsheid:: zgem {Aef}.

weifelaar:: henntrt-farter {C}.

weifelen:: weifelen||doortastend zijn: pre {Uid}; .

weifelend:: (=besluiteloos) hndr {I}.

weigeren:: ~ te: revuse beri/den {U}; (=afwijzen) revuse {K}; iemand iets ~: hintare flaju n rast {K}.

weigering:: hintaros {A}; (=afwijzing) revusos {A}.

weiland:: [ark]blufk {C}; (klein en omheind) frex {C}.

weinig::

  1. litel {I/OV; vt= oiba; ot= tom; vk= crm; mt= bil}; de ~e bakkers in ons dorp staken morgen: ef litel krodrs fes kult zeces dfie mas; de ontwikkelingen geven ~ hoop: ef wlfa'ecosz kette litel rajiytos; hij drinkt ~ bier en eet ~ appels: do pliyfone litel bjerr ur larde litel geffys; Jn verdient minder ~ dan ik (we verdienen beiden weinig, maar J. verdient toch nog iets meer): Jn rinne crm dus gress; wij hebben ~ boeken maar Lerdu heeft het minst ~ boeken (= heeft nog een paar boeken meer): kirro lelperre litel mimpits tur Lerdu lelperre ef bil tiyns; ik kom hier ~: gress arfine litel lilt kusami;
  2. te ~ [van] (te kort [aan]): beritel {I/OV}; (nominalisatie:) beriteliy {Cef; mv=enk}; het te ~e; het tekort: ef beriteliy; de olielamp heeft te ~ olie/te kort aan olie: ef mataar lelperre beritel ool; er heerst hier te ~ eensgezindheid: beritel rmiyp jacie kusami; er stoppen te ~ treinen in ons dorp: beritel trenos verge fes kult zeces; (vgl rs-add litell = te weinig:) de te ~e treinen die in ons dorp stoppen, zijn nog overvol ook: ef litell trenos, vergelira fes kult zeces, melde kerru pltrg; ik heb te ~ rode verf en te veel groene; misschien kan ik de te vele [verf] ruilen voor de te ~e [verf]: gress lelperre beritel mindefit verfu ur bertert mes tiyn; curmel gress kurakettec ef bertertiy helkara ef beriteliy; er zijn te ~ telefooncellen in ons dorp: ef telebsz melde ef beriteliy fes kult zeces;
  3. ~e[n]: litels {ZV; gnp= liteleser; gnz= litelsr; rs= litelses}; ~en kennen de gedichten van Quggernees: litels tiffe Quggerneesex ef poitiyns; ik heb veel boeken, maar ik herinner me de inhoud van ~e: gress lelperre pert mimpits, tur sen tge litelsr rtruba;
  4. een ~ (een beetje): eft vloja {C}; een ~ suiker: eft vloja [rifo] sucro.

weit:: wilde ~ (plant): flm-nurp {C} (L. Melampyrum arvense).

weitas:: (=ransel) crt {C}.

wekelijks:: (elke week) minktiy {I}; uitbetalen.

weken:: (zacht maken) plurte {K}.

wekenlang:: minksot {I}.

wekken:: (wakker maken) kaine {K}; [op]~ (v verwachtingen): hagyre {K}.

wekker:: (klok) mipslap {C}.

wel::

  1. (zn: =bron) riff {C; mv= riffs}, plezuvyty {C}.
  2. (bv/bw)
    1. (zeker: vaak als tegenstelling van noi = niet) iftam {III}; ik ga [wel] naar de bioscoop en Petriy niet: gress vende iftam helkara ef dokerat ur Petriy noi; ~ waar! (welja!): otse siy! {III};
    2. (nadruk op een grote hoeveelheid) hij verdient ~ 1000 herco: do rinne 1000 noi ne'ma; ze heeft ~ 13 kinderen: eup lelperre 13 efantys noi ne'ma; ~ zeker: brep noi ne'ma;
    3. dan ~ (een tweede mogelijkheid): kerru iftam; het is niet bekend of de minister het voorstel goedkeurt, dan ~ of het hele plan niet doorgaat: ef nert knfe l ef menester quistare ef rtyc, kerru iftam l ef pij arpinzol nert sen wencate;
    4. (berusting, toegeving) fit {III}; (=inderdaad: toegeving, vaststelling) jazy {III}; ik wil de kast ~ schilderen: gress verfutavy fit ef feldariy (bereidheid om het te doen); hij moet de moordenaar ~ zijn: do perke beri melde jazy ef njoratjen (conclusie op basis v feiten);
    5. en ~ (nadere opmerking): ur fit; u moet een formulier aanvragen, en ~ vr 5 juli: grs prmt furt eft frmeler, ur fit futtof 5 jul;
    6. ~ eens: (ooit) [jazy] kva {III}; (soms) iftams'ter {III}; (~ een keer) jazy rpf {III}; (heel graag) jazy tevi {III}; ooit ~ eens: jazy kva; (contrast) hij durft niet te parachutespringen, maar ik zou dat wl eens willen doen: do noi dare beri merre parachutos, tur iftam tajone beri paine gress ef rpf;
    goed; maar; nog; zozeer.

Wel:: (bewoner v Wales) Welsann {Cef}.

welbehagen:: (=lust) lustos {A}; (=goedvinden) xrfanos {A}; met uw ~: luft gert xrfanos.

welbekend:: rlve-knf {I}.

welbeschouwd:: (=uiteraard/tenslotte) lef uss {Aef} (wat als vanzelfsprekend/bekend verondersteld mag worden); uiteraard.

welbespraakt:: lijaniy {I}.

welbewust:: (=vastberaden) quander {I}.

weldaad:: (goede daad) quistacar {C}.

weldadig:: (=heilzaam) rk {I}.

weldoener:: quistapainer {C}.

weldra:: (=aanstonds) dra {I}; (=straks) kelt {III}.

weledel:: de Weledele Heer Stoot-Metrusse: Stoot-Metrusse Ylamo Merater (afk= Y.M.); Mevrouw Stoot-Metrusse: Stoot-Metrusse Ylamo Mosjeus (afk= Y.M.); (daar het hier titulatuur in meer officile correspondentie betreft, is het niet juist om ook de voornaam toe te voegen).

weleens:: wel B.6.

welgedaan:: taljiy {I}.

welgelegen:: (idyllisch [gelegen]) syl-srtiy {I}.

welgemeend:: riy {I}.

welgeschapen:: pijvobar {I}.

welgesteld:: (=gegoed) plior {I}; ~/draagkrachtig persoon (jur: die geen leningen hoeft te sluiten of afhankelijk is van uitkeringen of andere financile hulp) quandrokafter {C}.

welgesteldheid:: rtanst {C}.

welgevallen:: zich laten ~: fesrce |..stj..| {Kpr}.

welhaast:: (=bijna) pordel {I}.

welig:: (vruchtbaar) taljiy {I}.

weligheid:: taljer {C}.

weliswaar:: y {III}; ~ ... maar toch: is ... tur lich; hij is ~ gierig, maar toch ben ik op hem gesteld: do melde is jif, tur lich gress affecte do; toch.

welja:: ~! (wel waar!): otse siy! {III}.

welk::

  1. folarra {VR/VG}; ompiy {SX.gst} (vraagsx in functie v bezield obj; ook "wie"); ~e boom hebben ze omgehakt?: ps folarra vildul axe?; ~ poesjes heeft ze gekocht?: eup folarra pps lorerde? = eup ef pps lorertompiy?; ik vraag ~e boom ze omgehakt hebben: gress linne, ps folarra vildul axs; ik weet niet ~e auto de zijne is: gress nert tiffe, folarra oto melde ef groftiy; ik weet niet ~e boeken je gelezen hebt: gress nert tiffe, folarra mimpits tu enn ef trempe = (arch/schr) gress nert tiffe, folarra tu enn ef mimpits trempe;
  2. (met nadruk op de PLAATS) rcr (gnz v r {VR/VG}); op ~ parkeerterrein staat de auto (waar is het parkeerterrein waar de auto staat)?: ef oto melde rcr garage-srt? (met het accent op de PLAATS waar het parkeerterrein zich bevindt, niet op het SOORT parkeerterrein); (vgl) ef oto melde kaf folarra garage-srt? (hierbij heeft de vraagsteller een aantal parkeerterreinen op het oog, waaruit de antwoordgever een keuze moet maken);
  3. (keuze uit aantal) ~[e] van de: (met substantief) kolpol {VR/VG} (samen met enk) ..., ~ van de voorstellen haalbaar is: ..., kolpol rtyc melde tamiy; (samen meer mv) ..., ~e van de voorstellen haalbaar zijn: ..., kolpol rtycs melde tamiyn; ~e van de boeken heb je gelezen?: tu kolpol mimpits trempe?; ik vraag ~e van de boeken hij gelezen heeft: gress linne, do kolpol mimpits trempt; (enk) ik weet ~ van de boeken hij gelezen heeft: gress tiffe, kolpol mimpit do enn ef trempe = (arch/schr) gress tiffe, kolpol do enn ef mimpit trempe; (anders dan een substantief) folarra mip ...; ~e van deze (bijv boeken) heeft hij gelezen?: do folarra mip panas do trempe?; wat C.2;
  4. (het doet er niet toe welk) ~ ... dan ook; onverschillig ~ (werkelijk elke): nys {OV} (enk-concr); nyses {OV} (enk-semc/abstr; stoff; mv); hij kan ~e dure auto dan ook kopen: do lorertec nys mikar oto; Petriy is tevreden met ~e vergoeding dan ook: Petriy zoverte nyses armtganos; (idioom:) op ~ moment dan ook: folarra rmentos;
  5. (nadruk op bezit) van ~: kluftecr (gnz v kluft {VR/VG} "wat"); de staart van ~ dier (van wie) is krom? (welk dier heeft een kromme staart?): kluftecr trunn melde flectriy?; van ~ ding (van wat) is dit deksel? (waar is dit deksel van?): kluftecr decs melde?; ik vraag, van ~e auto (waarvan) Lena het reservewiel gestolen heeft: gress linne, Lena kluftecr que-trch kuntiyrt; ik vermoed, van ~e auto (waarvan) Lena het reservewiel gestolen heeft: gress vraboe, kluftecr que-trch Lena kuntiyro ef;
  6. (nadruk op richting NAAR iets) naar ~: fesennr (gnz v fesenn {VR/VG} "waarheen"); naar de haven van ~e plaats varen we?: kirro njebope fesennr port? (lett: "naar wat zijn haven"); ik weet niet naar ~e haven we varen (naar de haven van ~e plaats): gress nert tiffe, fesennr port kirro njebope;
  7. (nadruk op richting VANAF iets) van ~: mipennr (gnz v mipenn {VR/VG} "waarvandaan"); van de boerderij in ~e plaats is hij afkomstig?: do melde mipennr keldus? (lett: "van wat zijn boerderij"); ik weet niet van ~e boerderij hij afkomstig is (van de boerderij van ~e plaats): gress nert tiffe, mipennr keldus do melde.

welkom::

  1. (zn) (hartelijke ontvangst) quistarfinner {A; mv=enk}; (=welkomstgroet) hla {C}; iemand ~ heten: vbe furt rast {U}; ~ hetend (gastvrij): hoff {I};
  2. (bv) quistarfinniy {I}; ~ thuis!: quistarfinniy fesrt!; u bent ~: grs melde rfotiy.

welkomstgroet:: (=welkom) hla {C}.

welks:: dat C; die C.

wellen:: (bijv gedroogde pruimen in water) plezue {K}.

wellicht:: frpj {I}; (=misschien) curmel {III}; (als een suggestie gezegd) mitamoris {III}; ~ dat we hem kunnen helpen: kirro crtirecos mitamoris do; ~ niet: noi curmel.

welluidend:: fliynkiy {I}.

wellust:: voluptiy {SC} (pej); (Erg: materile luxe en aardse genoegens: als positief ervaren) zeruzze {SC}.

wellustig:: (=uitdagend: vrouw) trege {I}.

welmenend:: splnjelira {I}.

welnee:: ~! (niet waar!): otse noi! = otse noft! {III}.

welnu:: fit {III}; welnu, dat is dan gebeurd!: ef hftero fit dus!.

welopgevoed:: hfrue-serten {I}; ~ volk: samm {C} (arch) (nog terug te vinden in korsamm (hof, hofhouding)).

weloverwogen:: (na rijp beraad) empajiy {I}.

welp:: (jonge leeuw) kvlp {C}.

welriekend:: crfniy {I}; ~e stof: mrunala {C}.

Wels::

  1. (zn: taal v Wales) welsnda {C};
  2. (bv: uit Wales) welse {IIef}; ~e (bewoonster v Wales): Welsana {Cef}.

Welsh:: Wels.

welslagen:: het welslagen||het mislukken: stek {Cid}; .

welsprekend:: chaquinde-p {I}; (=overtuigend) klatt {I}.

welstand:: rtanst {C}.

welstandscommissie:: (in Spok ong) still-ratt {C}; (gezien als officile Spok instantie) Still-Ratt {N}.

welterusten:: ~!: quista-slape!.

welvaart:: (=voorspoed) rm {C}.

welvarend:: rm'k {I}.

welven:: (lett: =overkoepelen) helme {K}.

welving:: (ronding) ronteros {C}; (lett: =overkoepeling) helmos {C}.

welvoeglijk:: osksompiy {I}.

welwillend:: net-omifts {I}, probarelira {I}; (=inschikkelijk) tizjyrelira {I}; (=genadig) giynattiy {I}.

welwillendheid:: (=clementie) werxiy {Aef; mv= werxiys}, giynatt {SC}.

welzijn:: quistos {A}.

welzijnszorg:: quistatiycos {C}.

wemelen:: ~ van: (warrelen van) welme {K}; (krioelen van) mizzae pai {U}; op straat wemelt het van de mensen: ef mirra welme veldurs; de tuin wemelt van de muggen: ef arbe mizzae pai ef nods.

wenden:: (=omkeren) wente {K}; zich ~ tot: wentare armt {Upr}; hoe je het ook wendt of keert ... (van welke kant je het ook bekijkt): stus zerfec ef preipovap ur stus zerfec ef tgtovap, tur ....

wending::

  1. (lett) (=draai) gros {C}; (=omdraaiing) wentos {C};
  2. (fig) wentos {A} (ook mbt hereniging BRD en DDR).

wenen:: (=huilen) arkette {E}; arkette {Epr} (arch); zatyre {U}; (=schreien) hle {U}.

Wenen:: (in Oostenrijk) Vjenne {G}.

wenk:: (vrnl lett: het wenken/wenkend gebaar) iyinka |wi..| {C}; (=tip/hint) jx {C}.

wenkbrauw:: nes-jk {C; mv= ..-jky}; de ~en doen fronsen: ef rdlare ef nes-jky.

wenken:: iyinke |wi..| {K}.

wennen:: ~ aan: qugme {K; gst= qugg}.

wens::

  1. (gelukwens) bladidos {A}; mijn beste ~en: kost ubfta quista bladidosz;
  2. (toewensing: gelukkig nieuwjaar enz) blaveos {A};
  3. (Erg: verlangen naar het onbereikbare; associaties met onbereikbare dingen) lg {SC}; mijn liefste ~ is om een reis om de wereld te maken (maar daar zal het wel nooit van komen): kost lg melde, den riffe eft kuraclaba tupplip.

wenselijk:: bladider {I}; ~ zijn: bladidere {E}.

wenselijkheid:: (het gewenst-achten) jchos {A}.

wensen::

  1. (het beste, gelukkig nieuwjaar enz) blavee n {K}; ik wens je een prettige vakantie!: gress blavee eft olla zirrot n tu!;
  2. ~ te (willen): probare [beri/den] {U}; bladide [beri/den] {K}; avy/aves {SX.gst} (modaal sx bij enk/mv zinskern); (bladide heeft sterkere emotionele waarde dan probare:) ik wens niet te komen: gress nert probare/bladide beri arfine = gress nert arfinavy; hij wenst het boek te lezen: do trempavy ef mimpit;
  3. ~ [te hebben]: zecofe {K}; bladide [beri/den] {K}; (bladide heeft sterkere emotionele waarde dan zecofe:) hij wenst een nieuwe auto: do zecofe/bladide eft kleter oto; ik wens koffie (heeft u koffie?; als bestelling in restaurant): gress zecofe cafer; (de sterkere uitdrukking: gress bladide cafer is niet beleefd als bestelling); Elsa wenst een papegaai: Elsa bladide eft papiygoe; ik wens geen koffie: gress nert bladide cafer; (verplichte kerndeletie in den-zin:) hij wenst te komen: do zecofe den arfine;
hopen.

wentelen:: (=kantelen) ta'ole {K}; (v molenwieken) mje {U; gst= mt}.

wenteling:: (=kanteling) ta'olos {C}.

wentelteefje:: (ong) rulf {C} (in Spok: brood, gedrenkt in eiwit en room, en gebakken; opgediend met jam).

wenteltrap:: gre-mittors {C}.

wereld:: wertl {C}; (=aarde/aardbol) claba {C}; uit de oude ~ (westers): opperiy {I} (uit landen ten oosten v Spok, maar binnen Europa); in de [hele] ~: wertlane {I}; om de ~: kuraclaba {I}; een reis om de ~: eft kuraclaba tupplip; over de hele ~: kura ef pij claba; voor de genoegens der ~ (werelds): zerusstiy {I}; de wijde ~: ef utfin wertl; een vreemde/andere ~ (die niet de jouwe is): nenalm {I}; dat is een andere ~: mittof melde nenalm (niet je eigen cultuur of wereld).

Wereldbank:: Wertl-benc {N}.

wereldbeeld:: (zoals je de wereld ziet) wertl-tjef {C}.

wereldberoemd:: wertl-huldufit {I}.

wereldbol:: claba {C}; ze hebben een ~ op de kast staan: ps lelperre eft claba, giffelira kaf ef feldariy.

werelddeel:: wertl-part {C}.

wereldlijk:: wertlte {I}; (RK: werelds/niet geestelijk/niet kerkelijk) profaniy {I}.

Wereldoorlog:: Wertl-wsr {N}; de Eerste/Tweede ~: Wertl-wsr Eer/Ten.

wereldrecord:: wertl-sgns {C}.

werelds:: wertlte {I}; (voor de genoegens der wereld) zerusstiy {I}; (Erg: niet-geestelijk) clabaiy {I}; (RK: wereldlijk/niet geestelijk/net kerkelijk) profaniy {I}.

wereldstad:: (behoeft niet beslist een hoofdstad te zijn) wertl-hurdog {C}.

wereldvreemd:: (onbekend met het leven en de wereld) ... vesta ef poiros-tiff; een ~e jongen: eft 'jan vesta ef poiros-tiff.

wereldwijd:: kuraclaba {I}.

weren:: zich ~ tegen: hybje qu {E; gst= hypp}.

werf:: (scheepswerf) tek {C}.

wering:: (=afwending) tijgros {C}.

werk:: (=arbeid) rm {C}; (artistiek: dicht-/kunst-/schilderwerk) qummertiyn {C}; lastig ~ (=toer): narn {C}; (arbeid op het land[goed] ve ander) entrafos {C}; zwart ~ (zonder belasting te betalen): doascvzos {C}; op mijn/jouw/zijn/... ~: kaf ef rm; [maar] niet aan het ~ kunnen komen ([rond]lummelen): clmle {U; gst= clmm}; ~ van iets maken: ef paine ef tiyns n flaju (n is vz); in het ~ stellen: ef obiyre fes painos; aan het ~ zijn/gaan: ef melde/vende lef rm; twee uren ~: perdr zurtarr lo rm; hij is naar zijn ~: do melde helkara sener rm; verrichten.

werkbank:: luf {C; mv= lufa}.

werkdag:: rmtof {C}.

werkelijk:: (niet gesuggereerd) real {I}; (=waar) kmpa {I}; (=metterdaad) lef ef kmpaiy (afk= l.e.k.) {A}; (=inderdaad: toegeving) jazy {III}; alle B.2; elk 4.

werkelijkheid:: (=realiteit) crulabos {A}; de ~ onder ogen zien: crulabe {U}; hij verliest de ~ uit het oog: ef crulabosz vende mip ef eits rifo do; in ~ (cht): crulabiy {I}.

werkeloos:: (zonder iets te doen) nekafpainiy {I}; werkloos.

werken::

  1. (arbeid verrichten) (alg) rme {U}; met tegenzin ~: rm-trte {U}; op het land van iemand anders ~ (arbeid hebben): entrafe {U}; op het dek van een schip ~ (aan het werk zijn): storiyvve {U};
  2. (v machine) (draaien, het doen) farte {U}; minder goed ~/bevallen (dan het vorige ding; dan men verwachtte): trt[w]encatare {U}; de nieuwe kachel werkt/is minder goed [dan de oude/dan ik verwacht had]: ef kleter warmohit trtwencatare;
  3. (v materiaal) (krimpen/uitzetten/verzakken: v hout/muur) trelpe {U};
  4. (beweging v schip) (=stampen) tramte {U}; (stampen en slingeren tegelijk) rilke {U};
  5. (uitwerking/effect hebben) (alg fig) [in]~ op: merre armt {U}; (v maatregel/medicijn) efekte {U}.

werker:: maatschappelijk ~: cmpano-crtyrher {C}.

werkgelegenheid:: rmeren {C}.

werkgever:: emploer {C}.

werkgroep:: rme-grup {C}.

werking:: (alg) rmos {C}; (uitwerking/effect) efektos {C}; (v machine) fartos {C}; in ~: armt fartos; in ~ zijn (actief zijn: v apparaat): kteffe {U}; buiten ~: mip fartos; (uitzetten/krimpen door vocht/droogte) de ~ van het hout: ef crot wiyrk[os] {C}.

werkkamer:: rme-mittus {C; mv= ..-omittus} (thuis of op universiteit ed, waar een beperkt aantal mensen werkt).

werkkleding:: (kleding die bij het werk gedragen wordt; soms ook: =overall) helbim {C}.

werkkracht:: (=werknemer) rme-crtiyr {C}; tijdelijke ~ (uitzendkracht, noodhulp): nefrmer = surmer {C}.

werkkring:: are {C; rs= aret}.

werkloos:: (zonder werk/baan) mrmiy = mrmiy {I}; werkeloos.

werkloosheid:: mrmelde = mrmelde {C}.

werkloosheidsuitkering:: mrmiy-mipzlbinasos {C} (afk= M); (gekoppeld aan de verplichting om werk te zoeken) rm-gvrce-mipzlbinasos {C} (afk= GM |gem|); hij heeft een ~ (hij zit in de WW): do melde lef eft GM.

werkloze:: (persoon zonder werk) mrmm = mrmm {C}.

werklozenraad:: (instantie die zich met arbeidsbemiddeling en uitkeringen bezighoudt; combinatie v arbeidsbureau en sociale dienst) mrmiy-mg {C}; (gezien als officile Spok instantie) mrmiy-Meeg {N}; (de variant mrmiy-mg wordt niet gebruikt).

werkman:: (=arbeider) rmer {C}.

werknemer:: emplo {C; rs= emplott}; (=werkkracht) rme-crtiyr {C}.

werkpaard:: (=trekpaard) rt {C}.

werkpak:: (=overall) frohullos {C}.

werkplaats:: (klein) rifsrt {C}; (groot) fabriyk {C}; (=atelier; v artiest/ambachtsman) p {C}.

werkster:: (ook bijen) mingatra {C; mv= mingatras}.

werkstraf:: (=taakstraf) rme-tjel {C}.

werkstuk:: rm-tiyn {C}.

werkterrein:: (alle betekenissen) fshc {C}.

werktijd:: tnr {C}.

werktuig:: ([stuk] gereedschap) rmrtira {C}; (=instrument) dreut {C}.

werktuigkunde:: (=mechanica) meganyka {C}.

werkweek:: rme-wlka {C}.

werkwijze:: rme-vrk {SC}.

werkwoord:: (taalk) painer {C}.

werkzaam:: (uitwerking hebbend) miprmiy {I}.

werkzaamheid:: werkzaamheden: rms {Cmv}.

werpen:: (alg: =gooien) koldre {K; gst= kolt; wst= kold; vdw= koldr}; (met kracht: smijten) simue {K}; (v schaduw/lichtstralen) zope {K}; (bevallen ve jong dier) pjnte {K}.

wervel:: (in rug) spinntiyn {C}; (draaibaar houtje) tk {C}.

wervelen:: crle {U}; (=kolken) me {U; gst= mt}.

werveling:: crlos {C}.

wervelkolom:: (=ruggengraat) spinn {C}.

wervelstorm:: gremns {C}.

wesp:: vna {C} (L. Vespula); (alg: die een plantengal vormt) zviyf-lber = zviyft-lber {C}.

wespendief:: (vogel) biy-maquijy {C} (L. Pernis apivorus).

wespenorchis:: syller {C} (L. Epipactis); breedbladige ~: littit syller (L. E- helleborine); moeras~: blakker syller (L. E- palustris).

west:: wefot {I}.

westelijk:: wefot {I}.

westen:: wefot {Aef}, kl-gp {C}; in het ~: armt wefot; armt kl-gp (afk= a/kg); in het ~ van Hirdo: Hirdo armt wefot = armt wefot fes Hirdo; ten ~ van: wefot {VZ} (plaats); armt kl-gp (afk= a/kg); ten ~ van Hirdo: wefot Hirdo; A ligt ten ~ van B: A melde B armt kl-gp; ten ~ langs: wefot-lango {VZrs} (richting); wij rijden ten ~ langs Hirdo: kirro ufire wefot-lango Hirdoe; (idioom:) buiten ~ (flauwgevallen): dalotoje ef skn.

westenwind:: (wind die naar het oosten waait) rutslech {C}, gurt-gper {C}.

westerlengte:: wefot-efc {C} (afk= We).

westers:: (uit landen ten oosten v Spok, maar binnen Europa: in de oude wereld) opperiy {I}; (in Europa of Verenigde Staten) wefot-wertlane {I}.

West-Europa:: Wefot-Urapas {G}.

West-Falen:: Wefot-Faln {G}.

westkant:: (ten westen langs) wefot-lango {VZrs} (richting); wij rijden Hirdo aan de ~ voorbij: kirro ufire wefot-lango Hirdoe; aan de ~: wefot-ovap {III}.

West-Samoa:: Wefot-Samoa {G}.

West-Spokaans:: (taal) wefot-spoknda {C}; Spokaans.

wet:: lacs {C; mv= lacsz; (jur) mv= lacses}; iemand de ~ voorschrijven: lacs-fixe rast {K}; tegen de ~ handelend: ulpt {I} (arch/jur); zie ook Spokanische wetten in .

wetboek:: qudex {C}; Wetboek van Strafrecht: Tjel-armtmquos-qudex {N} (afk= TAQ); zie ook Wetboeken in .

weten:: (alg; ook =kennen) tiffe {K}; ik weet dat je hem kent: gress tiffe, den tu tiffe do; hij weet ervan (is ervan op de hoogte): do tgare ef; het allemaal ~ (op de hoogte zijn van iets): crme {U}; nog ~ (=onthouden): halefiytje {K; gst= halefiytt}; zeker ~: brpiffe {K}; zeker ~! (uitroep: dat weet ik zeker!) serten ngiys! (pop); (voor elkaar krijgen) ove helkara {U}; het is verbazingwekkend hoe hij weet te reageren: ef melde azeludi, kol do ove helkara ef rreageros; hij weet van niets (hij is niet op de hoogte): do tiffe nf tiyns; hij weet van niets (maar doet net alsof hij zeer snugger is): do nert meane; hij weet er alles van (vaak ook iro: hij is eigenwijs): do tiffe pipar tiyns; te ~ (=namelijk): tiffelira {III} (afk= t/lira), gress-reppe |ges-| {III} (afk= gr.r.); het ~ (kennis): tiff {C}, tiffos {A}; tegen beter ~ in: m helt tiffos; te ~ komen (kennis nemen van): tiffare {K}; ik wil van hem ~, waar het geld gebleven is: gress tiffaravy l do, r ef smurf mrtare.

wetenschap:: tibn {C}; (dat wat men weet of zal weten) tiffos {A}.

wetenschappelijk:: zintes {I}; ~e bezigheid (ook in tegenstelling tot amateurisme): zintes {Aef}.

wetenschappelijkheid:: zintes {Aef}.

wetenschapsman:: (=geleerde) tibner {C}.

wetenschapsvervalsing:: tibn-flsos {C}.

wetenswaardig:: tiffe-p {I}.

wetenswaardigheidje:: (leuke anekdote om te onthouden) quiyrda-texos {C}.

wetgevend:: qudex-mannelira {II}.

wetgeving:: toqudex {C} (ook: wet- en regelgeving); zie ook Wet- en regelgeving in .

wethouder:: (in Spok gemeente) wethuder {C}; college van ~s (in Spok gemeente): wethuder {C}.

wetmatig:: (volgens de regels der natuur) arala {I}.

wetsartikel:: (in een wet) lacs-manta {C}, manta {C} (afk= Mt); (in een wetboek: bestaande uit subartikelen) qudex-hym {C}, hym {C} (afk= Hm); (subartikel in een wetboek) rtycla {C; mv= rtycele} (afk= rt).

wetsvoorstel:: lacsplan {C}.

wettelijk:: (=wettig) lacsiy {I}.

wettig:: (=wettelijk) lacsiy {I}; (=legaal) genunn {I}; ~ maken (=wettigen): lacsriffe {K}.

wettigen:: (=rechtvaardigen) kafmonslenpe {K}; (wettig maken) lacsriffe {K}.

wettiging:: (=rechtvaardiging) kafmonslenpos {A}; (het wettig-maken) lacsriffos {A}.

weven:: veve {K}; ze zit te ~ (aan weefgetouw): eup efce ef lafron.

wever:: vevatjen {C}.

weverij:: vevs {C}.

weverskaarde:: (plant) pr plos {C; mv= plse} (L. Dipsacus sativus).

wezel:: xmp {C} (L. Mustela nivalis); zo bang als een ~: xmp-queff {I}.

wezelrussula:: miterus verkt {C} (L. Russula mustelina).

wezen::

  1. (zn) (=individu) uchah {C}; (=grondoorzaak) iyc {SC}; (in samenstellingen: stelsel/systeem/organisatie ed) eren = jeren {SX.c > c}; (bijv) seinwezen (bij spoorwegen: systeem/stelsel v seinen): sneren.
  2. (ww); zijn A.

wezenlijk:: (=waarlijk) kmeste {I}.

wezenloos:: nert lef km {SC}.

Wezer:: (rivier) Weser {G}.

whiskey:: whiskey {S} (Iers en Amerikaans); een glas ~: eft whiskey {C}, eft wisk {C} (pop).

whisky:: whisky {S} (alg); een glas ~: eft whisky {C}, eft wisk {C} (pop).

wie::

  1. (vr) lomp {VR; gnp= lomper; rs= lomp of lommpe (arch)}; ompiy {SX.gst} (vraagsx in functie v bezield obj; ook: welke); ~ bedriegt hij?: do ustjge lomp? = do ustjgompiy?; ~ bedriegt hem?: lomp ustjge do?; ik vraag ~ hij bedriegt: gress linne, do ustjgt lomp = gress linne, do ustjgompiy; ik vraag ~ hem bedriegt: gress linne, lomp ustjgt do; van ~ is de/die auto?, wiens/wier auto is dat?: lomper oto melde?; wiens/wier auto is groen?, ~ heeft er een groene auto?, van ~ is die groene auto?: lomper oto melde mes?; hij vraagt van ~ de auto is: do linne, lomper oto meltt; ~ zal jij ontmoeten?: tu di mtompiy?; hij vraagt ~ ik gisteren gezien heb: do linne, gress zerfompiy hols;
  2. (vg) lomp {VG; gnp= lomper; rs= lomp of lommpe (arch)}; ik weet ~ hem bedriegt: gress tiffe, lomp ustjge do; ik weet niet ~ hij bedriegt: gress nert tiffe, lomp do ustjge ef (dummy-obj = ef, omdat ik niet weet aan welk geslacht "wie" refereert); ik weet ~ hij bedriegt: gress tiffe, lomp do ustjge eup (dummy-obj = eup, omdat ik weet dat "wie" aan enk-vrw refereert); ik weet aan ~ Mariy de boeken gegeven heeft: gress tiffe, lomp Mariy enn ef mimpits kette n ps (dummy-obj = ps, omdat ik weet dat Mariy de boeken aan meer dan 1 (mnl) persoon gegeven heeft); ik weet niet, van ~ de auto is: gress nert tiffe, lomper oto melde; Petriy weet niet, wiens/wier boek hij aan het lezen is: Petriy nert tiffe, lomper mimpit do trempelira ef (dummy-obj = ef, omdat Petriy het geslacht v "wiens/wier" niet kent);
  3. naar ~ toe? (richting): fesenn {VR/VG; gnp= fesenner; gnz= fesennr}; enniy {SX.gst} (vraagsx); naar ~ holt Elsa toe?: Elsa frajjae fesenn? = Elsa frajjaenniy?; Petriy vraagt naar ~ ze toe gaan: Petriy linne, ps vents fesenn; ik weet niet naar ~ ze heen gaan: gress nert tiffe, fesenn ps vende;
  4. ~ van de?: (met substantief) lompol {VR/VG}; ~ van mijn broers hebben jou ontmoet?: lompol kost freras tu mte? (meerdere broers); ~ van mijn broers heeft jou ontmoet?: lompol kost frera tu mte? (n broer); ik vraag ~ van de mannen jij gezien hebt: gress linne, tu lompol merater zerft (je hebt n man gezien); ik weet ~ van de mannen jij gezien hebt: gress tiffe, lompol meraters tu enn ef zerfe = (arch/schr) gress tiffe lompol tu enn ef meraters zerfe (je hebt meerdere mannen gezien); ik weet ~ van de mannen jou gezien heeft: gress tiffe, lompol meraters enn tu zerfe; (anders dan een substantief) lomp mip ...; ~ van hen is ziek?: lomp mip ps kinure?; hij beslist morgen ~ van jullie moeten helpen: do falede mas, lomp mip tu crtirs; ik ben benieuwd ~ van ons hij zal uitnodigen: gress mvare, lomp mip kirro do di invbu ef;
  5. al ~; ~ dan ook: hm {ZV; rs= hmme} (enk); het kan me niet schelen dat ~ dan ook beweert, dat ik lieg: gress nert wkorare, den hm reppe, gress merfelira; ~ dan ook kan zich vergissen (een vergissing is menselijk): hm errec; ze klampt ongeacht ~ aan: eup fnche hm;
  6. (enk: bepalingaankondigend: degene die) hm {ZV} (als hm = zinskern: 3pv of stus/jadk in bijzin:) ~ zoiets doet wordt door de wet gestraft: hm paine fitaju, stus/jadk tjelfelije pai ef lacs (stus is archascher dan jadk); (als hm = GEEN zinskern: bt in bijzin:) aan ~ Elsa [het] ook vraagt, men/hij weet geen oplossing: Elsa linne n hm, t nert tiffe eft hchos;
  7. (bt) (samen met vz) die C; dat C.

wiebelen:: (=waggelen) nkle {U; gst= nk}; doen ~ (lett): aolane {K}.

wieden:: (v onkruid) trekke {K}; onkruid ~: ideklese {U}.

wiedes:: nogal ~!: logise lo k!.

wiedeweerga:: als de ~ (een-twee-drie): letters {III}; je moet als de ~ naar bed!: tu slapelsatt letters! (als aansporing, vrnl tegen kinderen).

wieg:: (voor baby: op poten) vg {C}; (aan plafond hangend) jurft {C; mv= jrfte}.

wiegen:: (zachtjes schommelen) krikbe {U; gst= krikk; wst= krik}.

wiek:: (molen) zlft {C}.

wiel:: (=rad) trch {C}; klan {SX > c; mv= klne}; (v voertuig) ufirklan {C; mv= ufirklne}.

wielbasis:: trch-bas {C}.

wieldop:: trch-decs {C}.

wielrenner:: pitter-zyler {C}.

wielrijder:: (=fietser) pittatjen {C}.

wiens:: dat C; die C; wie 2.

wier::

  1. (zn: alg[en]) dyek {C/S}.
  2. (gen v wie); dat C; die C; wie 2.

wierook:: lemt {S}.

wierookceder:: grum-tfiy {C} (L. Calocedrus decurrens).

wiet:: (=weed) krutt {C/S}.

wig:: tvet {C}; (=spie) weg {C}.

wij:: (pv-1mv)

1niv {PV} pass. verbaal
standaard-Spok
Tigof/Lomky
kirro
kirros
kiyroe
kiyrose/kiyross
kirrane
kirrose

(idioom) ~ zien Petriy: kirro zerfe Petriy; (als samenvatting v familieleden:) ~, de broers [en zusters] van Petriy: ef kirro freras rifo Petriy (kirro is hier een soort add); (pluralis majestatis:) Wij Huron Herco Loefe IV: Do Huron Herco Loefe 4; (arch: pluralis modestiae, in brieven ipv gress om bescheidenheid uit te drukken:) ~ (= ik) zien uw offerte met belangstelling tegemoet: kirro fesdxe spontiym gert qualostiy; (passief:) ~ worden geplaagd: blul vpjelije kiyroe; (consideratief:) laten ~ het boek [eens] lezen: trempe-kiyroe ef mimpit; (verbalisatie:) ~ waren het; dat waren ~: ef kirrano; ~ zijn haar zusters; dat zijn ~, haar zusters: belt sours kirrane; ~, jouw ouders: vilt kirranelira fosies; ~, zijn vroegere buren: groft kirranor ksanuters; (benadrukt:) WIJ willen wel helpen: ef kirrane, t crtiravy (enk!) iftam; (algemene bewering, samen met inf:) ~ zijn er niet voor om jouw karweitjes op te knappen: ef nert kirrane beri nie vilt qundrs; (arch: met object:) ~ met/en onze vriendinnen: ef kirrane sener frint; (comitatief: ik en mijn partner) kf {PV} (arch); (alleen nog gebruikelijk in hskf = bij ons thuis).

wijd:: (=ruim) pjo {I}; het ~ zijn (wijdte): pjoiy {C; rs= pjote}; ~er maken (verwijden): pjoare {K}; (lett/fig; uitgestrekt: v land) paqur {I}; de ~e wereld: ef utfin wertl.

wijdbeens:: tuffes-bonariy {I}.

wijden::

  1. ~ aan: late n {K}, wyje tukst {K; gst= wyjer}; zich ~ aan: wcce {K}; Yvonn wijdt alle dagen aan de studie: Yvonn late cradef terrats n ef stos; Yvonn wijdt zich alle dagen aan de studie: Yvonn wcce ef stos lf cradef terrats;
  2. (=heiligen) (alg) hle {K}; (Erg) drynje {K; gst= drynt; vdw= drynet}.

wijding:: (=heiliging) (alg) hlos {A}; (Erg) drynjos {C}.

wijdte:: (het wijd zijn) pjoiy {C; rs= pjote}; (=tussenruimte) jarumpstj |jarumst| {C}.

wijf:: (onaangenaam vrouwmens) deft {C} (pej); ruziezoekend ~: west-boert {C}.

wijk:: (=stadsdeel; ook administratief) oftian {C}; (=stadsdeel: groter deel vd stad) srt-kanas {C}; kleine ~ (buurt: groepje huizen bij elkaar): ksanutos {C}; de ~ nemen: bake {U}.

wijken:: (lett) ~ voor iets/iemand: bake pai flaju/rast {U}; ~ voor (fig: toegeven aan): rslompe piti {U}; het ~: rslompos {A}.

wijkplaats:: wygcos {C}.

wijlen:: (alg) meldor {I}; (bij katholiek) fes avyro (afk= F.A.); (bij Erg-gelovige) luft Erget (afk= L.E.); ~ mevrouw Elsa Kvnder: msj Elsa Kvnder F.A.; msj Elsa Kvnder L.E..

wijn:: (stofnaam) wein |wen| {S}; (soortnaam) weinoh |wenoh/wen| {C}; (rood) mindawein |minndaen| {S}, mindaweinoh |minndaenoh/..en| {C}; (wit) blakwein |blakken| {S}, blakweinoh |blakkenoh/..en| {C}; (droog, wit/rood van Tigof/Oost-Lomky) sect = sekt {S}; een glas ~: eft weinoh; (rood) eft mindaweinoh; (wit) eft blakweinoh; (sprkw) goede ~ behoeft geen krans: quista sect mennirre nert ef blt; (sprkw) oude ~ in nieuwe zakken: liftkar wein fes kleter rlots; zie ook Wijnen in .

wijnberg:: (=wijngaard) finjr {C}.

wijnboer:: finjratjen {C}.

wijnbouw:: (=druiventeelt) piylsos {C}.

wijnbouwersgilde:: sect-ylm-grup = sekt-.. {C}.

wijngaard:: (=wijnberg) finjr {C}.

wijngaardslak:: finjr-limaciy {S} (L. Helix pomatia).

wijngilde:: sect-ylm-grup = sekt-.. {C}, sect-toylmos = sekt-.. {C} (soort vakbond voor wijnbouwers).

wijnhandel:: sectfol = sektfol {C}.

wijnhandelaar:: sectfol = sektfol {C}.

wijnkaart:: (in restaurant) sectram = sektram {C}; (pop) weinram {C}; (een weinram kan ook een simpele prijslijst zijn, bijvoorbeeld op een schoolbord geschreven).

wijnkelder:: adegiy {C}.

wijnkenner:: secttiffer = sekttiffer {C}.

wijnmaker:: weinrif {C}.

wijnstok:: wyne {C}.

wijnzak:: (v leder) rlot {C}.

wijs::

  1. (zn)
    1. (muziek) ~[je]: chatiyn {C}; op de ~ van: fry ef chatiyn rifo; fes nrs, sompelira ...; (fig) van de ~ raken: ef jelpjeve ef ver;
    2. (taalk) aanvoegende ~: uengepainn {C}, cnjunktiviy {C}; gebiedende ~: perkepainn {C}.
  2. (bv) (=knap) viss {I}; (=geleerd: v persoon) beldate {I}; (niet stom) ach {I}, ach {I} (arch).

wijselijk:: ach {I}.

wijsgeer:: (=filosoof) oltakinner {C}.

wijsgerig:: oltakinn {I}.

wijsheid:: achiy {C}.

wijsje:: wijs A.1.

wijsmaken:: iemand iets ~: qufrate flaju n rast {K}; kestrmete flaju n rast {K}.

wijsneus:: prabarer-tiffer {C}.

wijsvinger:: prabarer {C}.

wijten:: ~ aan: tafesmanne kaf {K}; te ~ zijn aan (de oorzaak zijn van): liyrshe {K; gst= liyrres; wst= liyrs}; datgene wat te ~ is aan (de oorzaak is van): liyrshos {A}; wijten aan||danken aan: fesmanne kaf {Kid}; .

wijting:: (vis) blakstk {C} (L. Merlangius merlangus).

wijvont:: doopvont.

wijze::

  1. (=manier) vrk {SC}, wys {C}; op deze ~: fes mittof vrk; op [een] rare ~: fes zjut vrk/wys (enz); op verrassende ~: fes spriysa-vrk; bij ~ van (bij manier van): fara frenvu rifo (vz-uitdr);
  2. (=anders) op een andere ~: kf {III}; je moet het op een andere ~ doen: tu paint kf ef;
  3. (z, aldus) op deze ~: na {I}, qus {III} (schr); tu-vrk = tu-wys {III}; de op deze ~ ontstane problemen: ef na mntyosz; ef qus arfinor mntyosz;
  4. (identiek) op dezelfde/gelijke/identieke ~: montrk {III}; deze behandeling gebeurt bij katten op dezelfde ~ als bij mensen: dena revertos crchof'te montrk luft chats, fitfara s veldurs; op dezelfde ~ (ook zo): al {I};
  5. (hoe) op welke ~[n]: kol-vrk = kol-wys {VR/VG}; syniy {DT}; de belastinginspecteur vraagt op welke ~ Jn gefraudeerd heeft: ef blaffoser linne, Jn idevlasstt kol-vrk; de belastinginspecteur weet op welke ~ Jn gefraudeerd heeft: ef blaffoser tiffe, kol-vrk Jn ef idevlazze; ik moet nog aan Jn vragen, op welke ~ ik de kapotte stortbak kan repareren: gress syniy linnt velk n Jn, gress kurrilme beri reparere ef tirdus sglot; hij weet niet, op welke ~ ik het verhaal ken: do nert syniy tiffe, gress tiffilme ef stors; op welke [enige] ~ (expliciet enk): fes folarra buch vrk/wys; op welke ~n (expliciet mv): fes folarra vrks/wysz;
  6. (zoals; in de hoedanigheid van) op de ~ van: zt {VZ}; hij leeft op de ~ van een miljonair (maar is het niet): do poire zt eft miljonarr;
  7. [op] een of andere ~: [fes] eft serten wys/vrk; op geen enkele ~: fes nf vluquos wysz; op twee ~n: fes ten vrks.

wijzen:: (lett) ~ naar/op: prabare {K}; (fig) ~ op/naar: kette na {U}; iemand op iets ~ (duiden): prae flajue n rast {Krs}; [met klem] ~ op iets: oze tu flaju {K}; ik wijs Jn [met klem] op zijn verplichtingen: gress oze Jn tu groft perkefsta; (vgl ook zinspelen).

wijzer:: (v klok) pra {C}.

wijzerplaat:: (ronde schaal met verdeling in uren, kilometers ed) daqujess {C}.

wijzigen:: ~ [in] (=veranderen): ampe [helkara] {K}; (=herzien) ns-zerfe {K}, modifye {K}.

wijziging:: (=verandering) ampos {C}; (=herziening) ns-zerfos {C}, modifyos {C}; een ~ in het beleid: eft modifyos armt ef aupross.

wikke:: (plant) vycc {S} (L. Vicia).

wikkelen:: lkre {Kpr; gst= lkret}; ~ [in]: kre [fes] {K; gst= kret}.

wikkeling:: (het in iets wikkelen) kros {C}.

wil:: probaros {A}; ter ~le van: ber ef probare rifo (vz-uitdr) (afk= b.p.r.); ter ~le van mij (=om mijnentwil): ber ef probare rifo gress/tsil; b.p.r. gress/tsil.

wild::

  1. (zn) (in het wild levende dieren) gm {S}; stuk ~ (wildbraad): gmtiyn {C}; wat het ~ betreft: gmiy {I}.
  2. (bv) (=woest) otlgt {I}; otlg {I} (arch/poe); wild||tam: rgip {Iid}; .

wildbraad:: (stuk wild) gmtiyn {C}.

wildernis:: mistlikoe {C; rs= mistlikte}.

wilderozenstruik:: topaegtan {C}.

wildstand:: togm {C}.

wilg:: (boom) iext {C} (in Spok vooral amandelwilg (L. Salix triandra) en kraakwilg (L. Salix fragilis)).

wilgenhoutvlinder:: iext-flyddere {C} (L. Cossus cossus).

wilgenroosje:: littit mintepot-lofa {C/S} (L. Chamaenerion angustifolium); harig ~: zvmp-colrt {C} (L. Epilobium hirsutum).

wille:: wil.

willekeur:: flemp {Aef}.

willekeurig:: flemp {I}.

willekeurigheid:: flemp {Aef}.

willen::

  1. probare [beri/den] {U}; bladide [beri/den] {K}; avy/aves {SX.gst} (modaal sx bij enk/mv zinskern); ik wil niet komen: gress nert probare beri arfine = gress nert arfinavy; hij wil het boek lezen: do trempavy ef mimpit; hij wil dat ik het boek lees: do probare[n] gress beri trempe ef mimpit; (zonder infinitief:) ik wil niet!: gress nert probare!;
  2. graag ~ [hebben]: zecofe {K}; bladide [beri/den] {K}; (bladide heeft sterkere emotionele waarde dan zecofe:) hij wil [graag] een nieuwe auto: do zecofe/bladide eft kleter oto; ik wil graag koffie (heeft u koffie?; als bestelling in restaurant): gress zecofe cafer; (de sterkere uitdrukking: gress bladide cafer, is niet beleefd als bestelling); ik wil graag koffie bestellen: gress bladide beri ojelste cafer; ik wil geen koffie: gress nert bladide cafer; Elsa wil graag een papegaai [hebben]: Elsa bladide eft papiygoe;
  3. zouden graag ~ (indirecte vraag): tajone beri {U}; wij zouden graag ~ komen (= mogen wij komen?): kirro tajone beri arfine; (voorzichtige wens; in de toek tijd) ik zou graag ~ parachutespringen: tajone beri merre gress parachutos; kunnen 4.

wilskracht:: probare-os {A}.

wimpel:: (=vlag) vmn {C}; lange smalle ~: fyrt {C}; (witte ~ die tgv koninklijke feestdag samen met de Spok vlag uitgehangen wordt) hnk {C}; rouwwimpel.

wimper:: mfty {C}.

wind::

  1. (luchtstroom) omelech {C}; zuchtje ~ (windvlaagje): vydre {C}; tegen de ~ in: omelech-hyber {I}; van de ~ af; uit de ~: dg {I}; ik krijg het koud vanwege de ~: ef omelech lpollere gress lo martel; met zeer weinig of geen zeil voor de ~ varen: toierque {U}; (fig) voor de ~ (zonder tegenslag): m tr; (fig) van de ~ leven: ef poire na fotest;
  2. (=veest/scheet) (klein) flts {C}; (groot; stinkend) rts {C}; een ~ laten: fltse {U}; ef eue eft flts/rts.

windas:: (=lier) zlofer {C}.

windbuks:: bx |ks| {C}.

winde:: (plant) wsger {C} (vrnl in samenstellingen zoals agen-wsger = akkerwinde).

windeik:: (klein soort eikenboom) fenx-c |X| {C} (L. Quercus maritima).

winden:: (=spoelen) gmule {K}, zlofe {K}.

windepijlstaart:: (vlinder) llntor vogily-flyddere {C} (L. Agrius convolvuli).

winderig:: omelecht {I}.

windhond:: winter {C}.

windhoos:: rsk {C}.

winding:: zlf {C}; (=spoel/klos) bobynn {C}; (n keer rond) gmulos {C}; (de gehele opgewonden draad) gmulosos {C} (red v gmulos).

windje:: wind 2.

windkracht:: (=windsterkte) omelech-crf {C}, mntiy {C}.

windmolen:: (alg) zlft-mjl |zlf-| {C}; (ihb: om elektriciteit op te wekken) elek-mjl {C}; zie ook Windmolens in .

windrichting:: (richting waar de wind VANDAAN komt) omelech-toffik {C}; (waar de wind HEEN gaat) omelech-praba {C}.

windroos:: (op kompas) ztoffik-daqujess {C}.

windsterkte:: (=windkracht) omelech-crf {C}, mntiy {C}.

windstil:: dgtiy {I}.

windstilte:: dgter {C}.

windstreek:: (v kompas) ztoffik {C}.

windsurfen:: sail-surfe {U}.

windsurfplank:: sail-surfe-olg {C}, SS-olg {C}.

windtunnel:: mntiy-plkom {C; mv= ..-plkomer}.

windturbine:: (windmolen: om elektriciteit op te wekken) elek-mjl {C}.

windvlaag:: fenx |X| {C; mv= fences}, poll {C}; ~je (zuchtje wind): vydre {C}.

windwijzer:: (=weerhaan: op toren) taris-pra {C}.

windzijde:: (=loef) renn {I}.

wingerd:: vine {C}.

winkel:: misan {C}; exclusief ~tje (=boetiek): butycc {C}; rijdende ~ (winkelauto): misannolac {C}; zie ook Weggebruikers in .

winkelauto:: (rijdende winkel) misannolac {C}; zie ook Weggebruikers in .

winkelbediende:: (=winkelier) misaner {C}.

winkelcentrum:: lorerde-sentrym {C}.

winkeleigenaar:: (=winkelier) misan-spkln {C}.

winkelhaak:: kafc {C}.

winkelhuis:: misan-zros {C} (waar zowel de winkel als de woning zich bevindt).

winkelier:: (=winkeleigenaar) misan-spkln {C}; (=winkelbediende) misaner {C}.

winkeljuffrouw:: plurrs {C}, misanera {C}.

winkelketen:: misan-siyclo {C}.

winkelopschrift:: (uithangbord van winkel) misanrm {C}.

winnaar:: quamptner |..nt..| {C}.

winnen:: (v prijs; vrnl lett) mapyre {U}; (v prijs; ook fig) quamptne |..nt..| {K}; (v wedstrijd) ejelife {K}; (v erts/olie/honing ed) kafchoe {K}; (=verwerven) zute {K}; voor zich ~: zute {K}; het ~ (gewin): quamptnos |..nt..| {A}.

winning:: (v erts/olie/honing ed) kafchoos {C}; (=verwerving) zutos {C}.

winst:: (=rendement) quamp {C}; (=nut) mncros {A}; het bedrijf maakt veel ~: ef rgott riffe pert quamps.

winstbejag:: quamp-envanos {A}.

winstgevend:: quamp-kettelira |..mk..| {tdw}; ~ zijn: quamp-kette |..mk..| {U}.

winter:: kolof {C}; elke ~ ('s winters): koloftas {III}.

wintereik:: Bloi-c {C} (L. Quercus petraea).

wintergroen:: klein ~: mesmes {S} (L. Pyrola minor).

winterhanden:: slf-hents {Cmv}.

winterjas:: kolof-kas {C}, sn-kas {C}.

winterkoning:: (vogel) tiytiyriyt {C} (L. Troglodytes troglodytes).

winterlinde:: (kleinbladige linde) martel-yvp {C} (L. Tilia cordata).

winters:: kolof-kettelira {I}.

wintersport:: kolafaros {C}; ~ beoefenen, naar de ~ gaan: kolafare {U}; naar de ~ gaan: ef vende fes gran-sn; zie ook Wintersport in .

wintertaling:: (eend) martel-krek {C} (L. Anas crecca).

wintertarwe:: (ihb spelt) nrs {S}.

wintertijd:: (wintermaanden) kolof-fort {C}; (tijd waarbij het in de winter 1 uur vroeger is dan in de zomer) rn-fort {C}; zie ook Tijdrekening in .

wintervlinder:: kleine ~: lofa-maquijy {C}, belt mond-flyddere {C} (L. Operophtera brumata); grote ~: hupster mond-flyddere {C} (L. Erannis defoliaria).

wintervoeten:: slf-tiffugs {Cmv}.

wip:: wypa {C}; (=wipplank) wyper {C}; in een ~: lo hihu.

wipneus:: wype-nes {C}.

wippen:: wype {U}; aan komen ~ (binnenlopen): farte-fes {U}; het ~ (gewip): wypos {C}.

wipplank:: wyper {C}.

wirwar:: een ~ van: eft zmpos furt.

wiskunde:: (=mathematiek) mtematyka {S}.

wispelturig:: (=wisselvallig) nftiy {I}.

wispelturigheid:: (=wisselvalligheid) nfter {A; mv=enk}.

wissel::

  1. (rails) noftate-rels {C}; Engels ~: noftate-rcel {C};
  2. (pad waarlangs het wild gaat) gm-ren {C}, esterulr {C};
  3. (kredietbrief) noftatafiy {C}.

wisselen:: (alg) noftate {K/Upr}; onderweg ~ van paard[en]: mjinde {E} (dl= Peg).

wisselgeld:: noftateurf {S}, todrur {C}.

wisseling:: noftatos {C}.

wisselkoers:: noftate-qurs {C}; zie ook Wisselkoersen in .

wisselstroom:: noftatelek {S} (afk= nok. of NOK).

wisseltonig:: noftate-cekiy {I}.

wisselvallig:: (=veranderlijk) nftiy {I}.

wisselvalligheid:: (=veranderlijkheid) nfter {A; mv=enk}.

wisselwerking:: pallekrab {Crs}; een ~ tussen A en B: eft pallekrab jen A jen B.

wissen:: (=uitvegen) leste {K}; het ~: lestos {C}.

wit:: blakker {I}; blak {PX.c > c}; het ~: blakkeren {C} (witte kleur); zwart.

witbol:: (grassoort) jqu-botsiy {S} (L. Holcus); echte ~: presr jqu-botsiy (L. H- lanatus); gladde ~: wvet jqu-botsiy (L. H- mollis).

witje::

  1. (onbespeeld stukje band; onbelicht stukje film) kurafartiy {C};
  2. (vlinder op Spok berghellingen) gras~: kles-rutrer {C} (L. Pieris herbigrada).

witlof:: (groente) sprcto {S}.

Wit-Rusland:: Blakker-Rua {Gef}; Rus-.

Witte Huis:: het ~: ef Blakker Seert {N}.

wodka:: vodka |vtka| {S}; een glas ~: eft vodka {C}.

woede:: colrt {C}; (=drift) korsta {Aef}; vol ~: lkorstaor {I}; niet-~: lark {C} (woedend 1); wel||niet woede: mif {Cid}; ; tot 5.

woedend::

  1. (erg boos) korst {I}, mafurt {I}; ~ zijn op: mafurte n {U}; ik ben [helemaal] niet ~ op je: gress lelperre eft lark n tu;
  2. (=driftig) korsta {I}; ~ zijn: korste {E};
  3. (=razend/vertoornd) st[r]kenn {I}, lkorstaor {I}.

woede-uitbarsting:: (=uitvaring) fesdrmos {C}; woede.

woef:: (=waf!; geluid v blaffende honden) (grote hond) ww {!}; (middelgrote hond) ww {!}; (kleine hond) wewe {!}.

woeker:: illegalrent {C}; ~ plegen (=woekeren): ef manne illegalrent.

woekeraar:: illegalrenter {C}.

woekeren:: (welig tieren) afdrke {U}; (woeker plegen) ef manne illegalrent {C}; ~ met (fig: met ruimte ed): qubre {K; gst= qupp}.

woekering:: (het welig tieren) afdrkos {C}; (vegetatie) afdrk {C}.

woekerplant:: afdrker {C}.

woelig:: surdiy {I}; ~e zee: otser {C}.

woelmuis:: rosse ~: mindefit mofrt {C} (L. Clethrionomys glareolus).

woelrat:: mofrmyj {C} (L. Arvicola terrestris).

woensdag:: wetestof {Cef} (afk= wt of wet).

woerd:: (mnl eend) nac {C}.

woest:: (=wild) otlgt {I}; otlg {I} (arch/poe); (=onontgonnen) ketat {I}; ~ begroeid (=ruig: vrnl v land): krch {I}; ~ dier: hbrciy {C}.

woesteling:: (onbehouwen persoon) wiltro {C}.

woestenij:: ketatert {C}.

woestijn:: (alg: =zandvlakte) opp {C}; (zoals de Sahara ed) (lett) dester {C}; (lett/fig) wusl {Cef}.

woestijnachtig:: wusl {I}.

wol:: (alg) wola {S}; gekaarde ~: rterx {S}; van ~ gemaakt (wollen): woliy {I}; (fig) door de ~ geverfd zijn (veel seks- of reiservaring hebbend, en hierover opscheppend): ef tine ef wertl-bof {C}; geschreeuw.

wolboer:: wola-kelte {C} (boer die schapen houdt [en in wol handelt]).

wolf:: (ntr) cvf {C} (L. Canis lupus); (mnl: =rekel) milbo {C}; (vrw) xyp {C}; een ~ in schaapskleren: Zvoety pelira lo Xeber.

wolfskers:: koffon-miskofif {C} (L. Atropa bella-donna).

wolfsklauw:: (varenfamilie) cvffug {C/S} (L. Lycopodiaceae); grote ~: pleko-cvffug (L. Lycopodium clavatum).

wolfsmelk:: (plant) dufja-helt {S} (L. Euphorbia); kleine ~: jakm-dufja-helt (L. E- exigua).

wolfspin:: zyle-bzaer {C} (L. Pisaura mirabilis).

wolfspoot:: (plant) zvmp-vriylber {C} (L. Lycopus europaeus).

Wolga:: Volga {G}.

wolk:: epe {C}, epa {Cef}; (beschenen door de volle maan) dro {C; mv= drs}; de ~en trekken langs de hemel: ef epes/epas sena efce lango ef avyro.

wolkbreuk:: ruch {C}.

wolkeloos:: (=onbewolkt) net-epa {I}, pae {I} (dl= Liftka).

wolkendek:: epa-atyje {C}; een dicht ~: eft ihyt epa-atyje.

wollen:: (van wol gemaakt) woliy {I}.

wollig:: wolt {I}.

wolpoet:: wola-pt {C} (hondenras: grijs/zilverkleurig schapendoes-achtig).

wond:: qulos {C}; pijnlijke ~: katos {C}.

wonder:: tiraniy {C}.

wonderlijk:: tiraner {I}.

wonderlijkheid:: tira rifo ef lanes (tira {SC}).

wonderolie:: ricin-ool {S}.

wondklaver:: kolai flomatjen {C} (L. Anthyllis vulneraria).

wondvocht:: lst {C}.

wonen::

  1. (alg) zre {U}; ~ in/op (bewonen): lzre {K}; hij woont in Hirdo: do zre ber Hirdo = do lzre Hirdo; hij woont in een oud kasteel: do zre fes eft liftkar husof = do lzre eft liftkar husof; zie ook Wonen in Spokani in ;
  2. (met [geografische] locatie) buiten/op het platteland ~: districa-zre {U}; in een stad ~: burge {U}; het ~ in een stad: burgos {C}; op het platteland ~: districa-zre {U}; op het land v iemand anders ~: entrafe {U}; aan een beek/rivier ~: xe {U}; op een mliy/in de duinen ~: uylle |wylle| {U}; bij iemand in huis ~d (inwonend): jupaniy {I};
  3. (idioom) zeer afgelegen ~: ef zre fes eft smyl; in een zeer oud [verwaarloosd] huis ~: ef monchare ef huch kaf ef krur;
  4. gaan ~ bij (intrekken bij: de persoon met wie men zojuist getrouwd is) feschebae {K}; ze gaat bij haar man, die visser is, in zijn hutje ~: eup feschebae eft kratoer smyl;
  5. (=huizen: v dieren in een nest ed) hoerke {U}.

wonend:: (=woonachtig) zrelira {II}.

woning:: zros {C}.

woningbouw:: zros-lbosiy {A; mv=enk}.

woningfonds:: (=bouwfonds) zros-fnts {C; mv= ..-fntses}; .

woningnood:: zre-pk {C; mv= ..-pken}.

woonachtig:: (=wonend) zrelira {II}.

woonboot:: zrka {C}.

woongedeelte:: ~ van een boerderij: kelsrt {C}; srtkanas {C} (dl= Zuid-Liftka).

woongemeenschap:: (commune op Spok platteland, meestal met Erg-ideologie) kents {C; mv= kentsa}; (bewoner ve kents) kentser {C}.

woonhuis:: zre-srt {C}; (=woongedeelte; v boerderij) srtkanas {C} (dl= Zuid-Liftka).

woonkamer:: srtmit {C}; (groot: =salon) salonn {C}; (woongedeelte in boerenwoningen, als de begane grond alleen uit ~ en keuken bestaat, en een gang of hal ontbreekt) zrtiy {C}.

woonkelder:: chucernuflif {C}.

woonplaats:: zre-srt {C}; vaste ~ (domicilie): rigt-melde-srt {C} (afk= rms).

woonplek:: ([deel ve] woning) zros {C}.

woonruimte:: zre-rumpstj |-rumst| {C}; woonkamer.

woontoren:: zre-taris {C}.

woonwagen:: (huisvesting voor zigeuners ed) zrnolac {C}.

woonwagenbewoner:: (=kamper) zrnolacer {C} (in Spok een onbekend begrip).

woonwagenkamp:: zrnolac-kmpos {C} (in Spok onbekend).

woonwijk:: (groter deel v stad) zre-oftian {C}; (klein deel v stad; groepje woonhuizen bij elkaar) zre-ksanutos {C}.

woord:: wufta {C}, lgs {C}; gevleugelde ~en: slofaro-mux {C}; iets onder ~en brengen: ef riffe flaju rifo lngr; ~ houden: ef ubere ef mux; geen ~ kunnen uitbrengen: ef jytae cradef wuftases (rs!); het ~ voeren: ef rate ef wufta; iemand te ~ staan: ef kette wuftas n rast; iemand aan het ~ laten: ef kirture ef wuftas n rast (ook fig); met/in andere ~en: fes lelpiru wuftas (afk= f.l.w.); in n ~ (zonder meer): nurpel {I} (samen met geredupliceerd add of zn); het is in n ~ uniek: ef melde nurpel buchch; hij is in n ~ een klootzak: do melde eft nurpel zestiyctiyc; ze zegt geen stom ~: nf tiyns arfine cupp eup.

woordelijk:: lgsiy {I}.

woordenboek:: wufmip {C}; zie ook Spokanisch woordenboek in .

woordenkeus:: wufta-cos {C; mv= ..-cosz}.

woordenwisseling:: wufta-strett {C}.

woordspeling:: wufta-merros {C}.

woordvoerder:: reppe-rlvs {C}.

woordvolgorde:: (taalk) wufta-koffos {C}; .

worden::

  1. (met adj: raken, gaan) pnze {U}; are {SX.add > ww}; ziek/ziek ~: kinur/kinurare; zulke honden ~ vals: sest hurts rtsare/pnze rts; hij wordt oud: do pnze liftkar; (vt wordt uitgedrukt met syliy als de genoemde eigenschap al aanwezig was:) de wegen ~ drukker (de wegen waren al druk): ef centys mirras pnze syliyn; (vgl) de wegen ~ druk/drukker (ze waren nog niet druk): ef mirras pnze centys/centys terat; Jn spuit zijn auto paars, maar deze wordt er niet mooier van/op: Jn jsperfute sener oto lo brr, tur hord mittof nert pnze syliy (hord als bv bij mittof); (de betekenissen "worden" en "krijgen" kunnen ook samengaan:) de stations ~ schoner en krijgen betere verlichting: ef garrents pnze svriy terat ur gulder armtatos;
  2. (met zn) tinkere {K}; hij wordt leraar: do tinkere [eft] gekker; Petriy wordt de dokter die wij in ons dorp zo hard nodig hebben: (ook in passief) ef medikiy tinkerelije pai Petriy, kirro mennirre jazy graviym t fes sener zeces; (bij dagdelen/seizoenen kan ook pnze gebruikt worden:) het wordt lente/winter/nacht: ef tinkere/pnze lof/kolof/kl = lof/kolof/kl tinkere (echter NIET: lof/kolof/kl pnze);
  3. (totale metamorfose, bij zn) qugle {K; gst= qugg}; de rups wordt een vlinder: ef ljl qugle eft flyddere; de dag wordt nacht: ef tof qugle ef kl;
  4. (passief; obj is zinskern) lije {SX.ww} (achter hoofdww); ik lees het boek/het boek wordt door mij gelezen: gress trempe ef mimpit/ef mimpit trempelije pai gress; de bloem wordt geplukt: blul pruccelije ef huron; (nominalisatie obj-passieve vorm) lijos {SX.ww}; het boek wordt door hem gelezen/het lezen van het boek door hem: ef mimpit trempelije pai do/ef mimpitex trempelijos pai do; (bij inanimaat obj: soms met wn sen (enk) of sena (mv):) de boom wordt omgehakt: ef vildul sen axe; er wordt hier veel onzin verteld: pert nonsenses sena rafane kusami; onze auto is er om gebruikt te ~ (we hebben nu eenmaal een auto om te gebruiken): kult oto sen efere beri kelde; deze auto wordt d.m.v. een knop gestart i.p.v. d.m.v. een sleuteltje: dena oto sen slitare na eft cn ziym s eft k; de hemel wordt/is met sterren bedekt: ef avyro sen caribe tjg stars; (tdw met passieve interpretatie indien inanimaat:) het boek dat gelezen wordt: ef sen trempelira mimpit; (zie ook er 1 voor gebruik v blul);
  5. (passief: echo is zinskern) lit {SX.ww} (achter hoofdww); ik spreek tegen Petriy/tegen Petriy wordt door mij gesproken: gress chaquinde n Petriy/Petriy chaquindelit pai gress; aan Elsa wordt niets gegeven: blul kettelit Elsa enn flj; (nominalisatie echo-passieve vorm) lits {SX.ww}; aan Mariy wordt het boek door Petriy gegeven/het geven van het boek aan Mariy door Petriy: Mariy kettelit ef mimpit pai Petriy/Mariyex kettelits enn ef mimpit pai Petriy; (zie ook er 1 voor gebruik v blul).

wording:: tinkeros {A}; in ~: tinkerelira {I}.

wordingsgeschiedenis:: tinkere-pirmer {C}.

worm:: fer {C}; (alg: die een plantengal vormt) zviyf-lber = zviyft-lber {C}.

wormstekig:: fer-zror {I}.

worp:: (=gooi) kolt {C}; (met kracht) simu {C}.

worst:: soza {C}; (bep soort gekruide ~, soort salami) kruttsoza {C}.

worstelaar:: vrestatjen {C}.

worstelen:: (sport) vreste {U}; (fig) vrestare {U}; (bepaald soort ~, Oud-Noors "glima") klimm {C} (arch) (betekent tegenwoordig judo).

worsteling:: (sport) vrestos {C}; (fig) vrestos {C}, vrestaros {A}.

worstelpartij:: (sport) vrestos {C}.

wortel::

  1. (v boom) ricin {C}, moftos {C; mv= moftosz}; bovengrondse ~ (=luchtwortel): prvs {C};
  2. (plantennaam) moftos {C; mv= moftosz} (zoals: adderwortel = wss-moftos);
  3. (groente: =peen) pjn {C};
  4. (wiskundig) note-ricin {C};
  5. (taalk) nominale ~: tiyn-moftos {C} (niet-afgeleid en niet-samengesteld substantief, zoals srt = huis).

wortelen:: moftose {E}.

wortelstam:: moftos-stemm {C} (taalk: n vd twee stammen ve Spok ww: de px-vorm ve infinitief zonder e, waarbij soms ook de laatste cons wegvalt).

woud:: wlta {S}; (=bos) fresta {C}, wuma {C; mv= wumaa; rsmv= wumatt}.

wouw:: (plant) wldiy {C} (L. Reseda luteola).

wraak:: oggo {C}.

wraakzucht:: oggokin {SC}.

wraakzuchtig:: oggokinn {I}.

wrak::

  1. (zn) (alg) brt {C}; (boot ed) arfjetiyn {C};
  2. (bv) brta {I}, arfjet {I}; (=gammel) kinn {I} (pop); ~ voorwerp (ihb boot kar, auto ed): arfjetiyn {C}; een ~ autootje: eft kinn belt-oto.

wrakkig:: wrak 2.

wrang:: (alg: =bitter) yst {I}; (=bitter: v smaak) trte {I}.

wrat:: mle-eit {C}.

wreed:: juvel {I}.

wreedheid:: juvel {Aef}.

wreef:: tiffug-pls {C}.

wreken:: zich ~ op: ogge {Kpr}.

wrevel:: kniyzjos {A}.

wrevelig:: ~ zijn: kniyzje {E; gst= kniyss}.

wrijfpaal:: (=schurkpaal: voor vee) olp {C}.

wrijfwas:: (=boenwas) glntre-fst {S}.

wrijven:: gleche {K}; het ~ (wrijving): glechos {C}.

wrijving:: (het wrijven) glechos {C}; (weerstand v bewegend deel) glec {C}.

wrikken:: (=wringen) rekke {K}.

wringen:: (=wrikken) rekke {K}; (=[om]buigen) futsie {U}.

wringing:: (=[om]buiging) futsios {C}.

wroeging:: rpxos {A}.

wroeten:: ~ [in]: krle {K}.

wroetneus:: snuivende ~ (v varken of miereneter): forntiy {C}.

wrok:: pakaqust {C}; ~ koesteren: ef plge pakaqust.

wrongel:: (soort kwark/yoghurt) griyt {S}.

WTO:: (Wereldhandelsorganisatie) Wertl-lebet-rganisao {N} (afk= WL).

wuft:: (=lichtzinnig) querretmiyp {I}.

wuiven:: (alg) ave |wave| {U}; het ~ van graan: nft {C}.

wulk:: (slak) Aitromba-hrna {C} (L. Buccinum undatum).

wulp:: piti {C; mv= pitiye; rsmv= pititt} (L. Numenius arquata).

wulps:: (=hoerig) trege {I}; (met sensuele ronde vormen) zjc {I}.

wurgen:: pjare {K}, vrje {K; gst= vrt}.

wurger:: vrjatjen {C}.

wurging:: pjaros {C}, vrjos {C}.

WW-uitkering:: werkloosheidsuitkering.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO