Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

o:: {C} (naam vd letter O).

o::

  1. {PXimpr.ww} (oorspr toegevoegd aan ww'n die een rs echo of instrumentalis eisten; nu dikwijls gelexicaliseerd) (bijv) ajare/oajare: aangetast zijn (door vocht)/invreten (vocht, zuur); pjge/opjge: nut hebben; lonen/exploiteren, ontginnen; a; y.
  2. {PXimpr.c > mv} (oorspr Peg lw) (bijv) mittus/omittus: kamer/kamers; ; r.
  3. {PXimpr} (gereduceerde vorm v of); o-.

:: o.

o::

  1. {SX.wst} (achter hulpww, tenzij dit ontbreekt of op lira eindigt, dan achter hoofdww);
    1. (geeft aoristus; drukt onherroepelijkheid uit) (bijv) Jn doto hols: Jn is gisteren gestorven (hij kan niet ng een keer sterven; (vgl) pert veldurs dota tjg knks: er zijn veel mensen aan kanker gestorven (NIET onherroepelijk, want er sterven nog altijd veel mensen aan kanker);
    2. (geeft ondergeschikte def; drukt verl/volt binnen een andere verl/volt uit) (bijv) do reppa, do trempolira ef mimpit: hij zei, dat hij het boek gelezen had; eft koffon hurt zirda kusamat ef weg, t trijo beri krose: er lag een dode hond langs de weg, die geprobeerd had over te steken (de gebeurtenis in de bijzin speelde zich nog af VOOR de gebeurtenis in de hoofdzin).
  2. {SXimpr} (in geografische namen) bodem, grond; (gereduceerde vorm v bo; de weggevallen begin-b zorgt nog voor stemhebbendheid vd eindklank vh eerste lid); (bijv) hirt + o = Hirdo; ; (DOM 22).

o:: {C; rs= ot} hoofddoek[je].

oajare:: {K} (alg) invreten; etsen; (ihb) rollen (iets uit iemands zak stelen).

oajaratjen:: {C} etser (iemand die etsen maakt).

Oajaratjen-mirra:: {W} .

oajaros:: {C} ets; misgewas; zakkenrollerij.

oajat:: {I} geraakt, gestoord, verstoord.

oaji:: {S} corrosie; erosie (door wind/water).

Oaji:: {J}.

Oak Tree Award:: {N} (tweejaarlijkse filmprijs); .

Oalec-mirra:: {W} .

Oalec-plep:: {W} .

apuc:: {C} intensiteit.

apuqu:: {I} intensief.

apuqu-naliycos:: {A} (afk= N) intensive care; do zirde/melde fes N: hij ligt op de intensive care.

oare:: {U} gehalte hebben, van niveau zijn.

oare:: {I} middelmatig.

oaroamiy:: {I} bespreekbaar.

oaroe::

  1. {U; gst= oarot; vdw= poaro} overlggen; [met elkaar] bespreken.
  2. {rs} oaroi.

oaroi:: {C; rs= oaroe} overleg, bespreking.

oaros:: {A} gehalte, allooi.

oarot:: {gst} oaroe.

oasiy:: {C} oase.

Oasiy rifo ef Lmbe-muts:: {W} (buurtschap); .

ot:: {rs} o.

ave:: |wave| {U} (alg) wuiven.

avelira-Lofa:: {G} (dorp; gemeente Gaquggee).

ba:: {C} (dichtvorm voor lyrische natuurbeschrijvingen in sagen; 10-20 regels, 4 hoofdaccenten per regel, minstens 2 alliteraties en 2 assonanties per regel; veel bas symboliseren een liefdesverklaring; een vd bekendste is Hym 212 in de Sage van Grurve en ncarram, de beschrijving ve zonsondergang).

obrs:: {C} (vrnl lett) prikkel.

obre:: {K} prikkelen, inspireren, inspiratie geven.

obros:: {A} (fig) prikkel.

obe:: {PXimpr.ww} (gereduceerde vorm v ubfta); obe-.

obeptse:: {U} in looppas lopen.

obeptsos:: {C} looppas.

Oberiy:: {F}.

obezjere:: {U} lachen; ~ kura rst/flj: lachen om iemand/iets; arkette; vrlk.

obezjerkinn:: {I} lacherig.

obezjerludi:: {I} lachlust opwekkend, om te lachen.

obezjeros:: {C} (lett) lach, het lachen; (fig) aanfluiting.

obezjerne:: {K} uitlachen; ~ rst kura flj: iemand uitlachen om iets.

Objeelf:: {N} (camping); .

OBL:: {afk} Opper-Brr-Lnts TC.

Oblemiy:: {G} (dorp; gemeente Flento).

Oblemiy-seert:: {N} (paleis; gemeente Penenen); .

Oblemiy-vender:: {W} .

oblsek:: {gst} oblskre.

oblsk:: {wst} oblskre.

oblskre:: {K; gst= oblsek; wst= oblsk} ~ [fara]: opvatten, beschouwen [als]; do ~ A meldelira B: hij vat A als B op; ~ lo (spr): beschouwen als; do ~ eup fara/lo sener sour (lo is vz en spr): hij beschouwt haar als zijn zuster; (vgl) do ~ eup lo terat pl ki (lo is dt bij objectief add): hij beschouwt haar als erg dom.

oblskre-erros:: {A} misverstand.

oblskros:: {A} opvatting; fitfara kost ~: naar mijn mening/idee.

oblet:: {S} ouwel.

Obliy-Sinto-Mariy:: {G} (dorp; gemeente Sinto-Slef).

OB Nnkos TC:: {N} (onroerendgoed-exploitatiemaatschappij te Gret); .

Obrekt ef Helmy:: {G} (dorp; gemeente Manes-Puriy).

Obrekt ef Lb:: {G} (dorp; gemeente Manes-Puriy).

Observations in Spocanian:: {N} (jaarlijkse uitgave met artikelen gebaseerd op de lezingen gehouden tijdens het Congres voor Spokanistiek (elk jaar in mei in Asjetto); .

obula:: {I} (Erg) onsterfelijk.

obulate:: {K} vereeuwigen.

obulatos:: {C} vereeuwiging.

Obn:: {J}.

Obn ator-Granes-weg:: {W} .

c:: {I}

  1. idem, dito;
  2. (vervangt een deel v scheidbare samenstelling als dit herhaald wordt) tyu-ierqu ur quft-~: konijnen- en vossenjacht; pear-upa oft ~-bre: erwtensoep of [erwten]-stamppot; (c kan mv -s krijgen); (vgl) mars-fote ur doffiyn-blakker-cs (2 verschillende soorten foto's, uitgedrukt met ur en cs): kleuren- en zwart-witfoto's; lurfel-crbatts n cy-c (1 soort voorzieningen, uitgedrukt met n en c): restaurant- en cafvoorzieningen; (bij ONscheidbare samenstellingen kan c niet gebruikt worden: lardanomit ur srtmit: eet- en zitkamer);
  3. (herhaalt een bv) ef mimpits lelperre kleter caribsta ur ~ utyketts: de boeken hebben nieuwe kaften en [nieuwe] etiketten.

ocantm:: {C} reiger (in Spok ihb rode reiger; L. Ardea rubida).

Ocantm-mirra:: {W} .

oceskiy:: {S} ijzerhard, ijzerkruid (L. Verbena officinalis).

Och:: {F}.

Och-Molza:: {N} (boekhandel in Fonist); .

Ochert-dlze:: {C} smient (L. Anas penelope).

Ochert-xijera:: {G} (noordkust v Ales); .

Ochestlop::

  1. {F}.
  2. {N} (uitgeverij in Knolbol); .

Ochy:: {M}.

ocirre:: {K} ~ n (n is dt/vz): uitwisselen tegen.

ocirros:: {A} uitwisseling.

Ocki:: {G} (riviertje van Krappa-gebergte naar de Mora); ; (DOM 138-139).

Ocki-wlj-weg:: {W} .

Ocki-weg:: {W} .

ocko:: {afk} ocrme-kornin.

oclarese:: {S} (dl= Tjemp/Plef) brandstof.

O'Connor:: {F} (Eng).

CP:: {afk} rganisao furt ef Covent-poiros.

ocrma:: {C} gedrag.

ocrme:: {Epr} zich gedragen.

ocrme-kartafiy:: {mv} ocrme-kornin.

ocrme-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} (afk= ocko) Verklaring Omtrent het Gedrag (bewijs van goed gedrag).

oeno:: {C} audintie.

Oder:: {G} Oder (rivier).

oerhynna:: {C; mv= ~s} (vrw lid vd Oerhynner-orde).

oerhynnas:: {mv} oerhynna.

Oerhynne-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Mone); .

Oerhynner:: {N} (Erg kloosterorde); .

Oerhyzze:: {N} (heilige boom zoals afgebeeld in Spok wapen: met 5 takken, waarvan er 2 naar links en 3 naar rechts wijzen); (ihb: dit wapen zelf).

Oerhyzze-aven:: {W} .

Oerhyzze-hspitalo:: {N} (ziekenhuis in Hirdo); .

Oerhyzze-lirrotiy:: {W} .

Oder-mirra:: {W} .

Oder-weg:: {W} .

dis:: {C; mv= diyse} stalknecht.

oiteff:: {I} auditief.

diyse:: {mv} dis.

Odlen:: {J}.

ooliy:: {C} audiologie.

Odray:: {M}.

Odray Justa-plep:: {W} .

Oedren:: {F}.

EW:: |eEt-we| {N/afk} OESO; rganisao furt Ekonomise nosrmos een Weelfa'ecos.

OeFGN:: {afk} Oepiyre-harbos furt Fa'i, Gtliy een Nej.

oefler:: {C} Oefler.

Oefler:: {N} fler.

oeg:: {SX} g.

Oeglura-lemns:: {N} (grafheuvel; gemeente Opjevu); .

Oelfiy:: |ojelfiy| {F}.

Oemar-weg:: {W} .

Oemve:: {F}.

Oemave-grmiyl:: {C} "Oemave's vleermuis" (alleen in Krappa-gebergte waargenomen) (L. Myotis oemavii).

Oemerka-weg:: {W} .

Oepiyre-harbos furt Fa'i, Gtliy een Nej:: {N} (afk= OeFGN) "Keuringsdienst voor Vee, Vis en Vlees" (in Gralkrich); .

Oes:: {G}

  1. (rivier van Tuckr-meer naar Vmpiyass-straat); ; (DOM 164).
  2. (rivier van Kulano-gebergte naar de Bermt); .

Oesete:: {M}.

Oes-nurp:: {G} (heuveltop op Krupel-blof-vlakte; 307 m hoog); .

Oeve:: {J}.

Oevyra:: {M}.

of:: {PX} (geeft versterking) (bijv) hmba/ofhmba: vermoeid/uitgeput; of-; af.

of:: {SXimpr > vz} (drukt tijd uit); (bijv) furt/futtof: voor (algemeen)/vr (tijdstip).

f::

  1. {S} (plant vd russenfamilie, vrnl in samenstellingen als hyg-~ = greppelrus); Iylmeene-f.
  2. {PV} (arch); fe.

ft:: {LW} (passieve afleiding v eft; arch) een; (causatief subj) Menda larde ~ slaviyta ef tlc = (modern) Menda larde-pe, meldelira eft slaviyta, ef tlc: Menda laat een slavin de giftige zwam eten.

ofcar:: {C} waagstuk.

ofe:: {U} zijn sterkte/nut/kracht tonen.

fe::

  1. {PV} (passieve afleiding v ef) hij, zij, het, hem, haar; blul keldelije ~: het wordt gebruikt; (causatief) ef lup vende-velp/Jn vende-fe-velp: het vat loopt leeg/Jn laat het leeglopen; ef; ex.
  2. {PV} (spr/minder formele schr: passieve afleiding v tem/efs) ze, hen; ef korninlots: blul velpelije ~ lendiym: de prullenbakken: ze worden zelden geleegd; (schr: blul velpelije tiymme lendiym). efs; tem.
  3. {LW} (passieve afleiding v ef; arch) de, het; (causatief subj) Menda larde ~ slaviyta ef tlc = (modern) Menda larde-pe, meldelira ef slaviyta, ef tlc: Menda laat de slavin de giftige zwam eten; ef.

ofk::

  1. {Aef} gruwel.
  2. {I} gruwelijk.

Ofenhefer:: {F}.

Oferdun:: {F}.

ofeserr:: {C} (alg) officier; ninker ~: subalterne officier (een na laagste officiersrang); hardlap ~: opperofficier (land- en luchtmacht), vlagofficier (marine) (hoogste officiersrangen); .

Ofeserr-weg:: {W} .

offerte::

  1. {K} ~ flj n rst: iets aanbieden aan iemand.
  2. {Upr} zich aanbieden; aangeboden worden, leverbaar zijn; ef prodk sen ~ fara belt iyicels ur s hupster tiyns: het product wordt in kleine en grote verpakkingen aangeboden (is leverbaar); ef kta sen ~ luft ...: de brochure is verkrijgbaar bij ...; eup sen ~ fara mingatra: ze biedt zich aan als werkster; eup sen ~: ze biedt zich aan als hoer, ze is een hoer.

offertos::

  1. {C} offerte (als document).
  2. {A} aanbieding, aanbod; fara ~: in de aanbieding.

ofhmba:: {I} uitgeput.

fim:: {C} duinpan.

fim-mirra:: {W} .

fim-zuft:: {W} .

ofisejo:: {C} loket.

ofiser:: {mv} ofiss.

ofiss:: {C; mv= ofiser} kantoor, bureau.

ofisser:: {C} klerk, kantoorbediende, medewerker op kantoor.

Ofiss-weg:: {W} .

fler:: {C} (mythologisch dier dat oa het Spok wapen omflankt: leeuw met vleugels en arendsnavel; kan alleen door een lid vh voldersgilde gedood worden, nl. door de fler onder te dompelen in een vollerskuip met zeep en vollersaarde; vandaar het rode gildeteken met S (= stotatjen "volder") boven het Spok wapen; zie Ergemip (hym 654)); stotatjen; .

oforts:: {C} vermogen.

ofortsiy:: {I} bemiddeld.

ofos:: {C} krachtmeting; zijn sterkte/nut/kracht tonen.

ofprynt:: {C} harde stomp, harde duw.

oft:: {VG} (uitsluiting) of; Petriy ~ Lerdu arfinecos (mv!): Petriy of Lerdu kan komen; tu stintt eft letra n Mx ~ [tu] krst do: je moet Mx een brief schrijven of hem opbellen.

ftachare:: {K} doen bedaren, sussen.

ftache:: {U} bedaren, tot rust komen.

ftacher:: {A; mv=enk} bedaardheid, bezadigdheid.

ftachiy:: {I} bedaard, bezadigd.

Oftehynne:: {F}.

ftellef-wuma:: {G} (bos; gemeenten Fonist en Fraja); .

oftian:: {C} (alg) stadswijk; (his) garnizoensplaats (plaats die ontstond en stadsrechten verkreeg omdat er een kazerne gevestigd was).

Oftian 280:: {N} (winkeliersvereniging in Amahagge); .

oftiane:: {K} inkwartieren.

Oftiane-pt:: {W} .

oftianos:: {C} (personen/leger) inkwartiering; (geografisch) uitbreiding van een stad.

oftian-stamelef:: {C} "wijkafgevaardigde" (afgevaardigde uit een stadswijk in het gemeentebestuur; alle steden met meer dan 200.000 inwoners zijn in dergelijke wijken onderverdeeld, te vergelijken met dorpen); zeces-stamelef.

Oftian-teatriy:: {N} (theater in Amahagge); .

ftiy-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Reo); .

ofuxrt:: {A} hevige smart.

og:: {afk} ogust.

og:: {SX.gst} (modaal sx bij enk zinskern) mogen, toestemming hebben om; (bij ontkenning ook) moeten; (bijv) gress nert arfinog: ik mag niet komen; tu nert wempog lo k: je moet niet zo zeuren; t.

g:: {SX.n} (geeft aanduiding v soort/ras/type; bij geografische naam) (bijv) Leideng blars: Leidse kaas (hoeft echter niet uit Leiden te komen); Opjevug blofs: "Opjevu'se" paarden (paarden v bepaald ras, zoals oorspr gefokt in Opjevu; opjever); (als een geografische naam op -o eindigt, wordt de combinatie -og vaak samengetrokken tot -gg (dus met de klemtoon op de ); bijv) Kulano/Kulangg; Hirdo/Hirdgg; (veel geografische namen die gesuffigeerd zijn met g zijn deel v eigennaam; in dat geval wordt dit sx gespeld als oeg; bijv) empoeg Fisa-clup: "empse Visclub"; Ef Kleter Hirdoegg: "De Nieuwe Hirdo'se [Courant]" (naam ve landelijk dagblad; Hirdoegg is ontstaan uit Hirdog).

og:: {VG} (reden; oorzaak) doordat niet, omdat niet; ef ialefs melde jejn, ~ ef bidala nzja-fort: de oogsten zijn schraal, doordat het geruime tijd niet geregend heeft; eup rofone, ~ kettelit pai Jn enn ef mimpit: zij is boos, omdat Jn haar het boek niet geeft.

ga:: {J/M}.

ge:: {K} (alg) aanbieden en adviseren; (ihb) bieden (bij kaartspel).

ogt:: {C} kwast (om muur/plafond te schilderen).

ogge:: {Kpr} zich wreken op.

oggo:: {C} wraak.

oggokin:: {SC} wraakzucht.

oggokinn:: {I} wraakzuchtig.

gjeeliy-Kriyst:: {G} (dorp; gemeente Vlel).

gjl:: {I} krachtig; machtig; talrijk.

gjle::

  1. {K} sterken, kracht geven.
  2. {Upr} op krachten komen.

gjlen:: {C} kracht; fes ~!: vooruit!, ga maar!, kom op! (aansporing om te gaan/iets te beginnen/moed te houden).

gos:: {C} aanbod met advies.

ogpetare:: {K} ~ flj piti rst: iemand iets influisteren.

ogpete:: {U} fluisteren.

ogpetos:: {C} gefluister.

Ogrist:: {J}.

Ogrist Gajener TC:: {N} (fabriek v verpakkingsmaterialen te Sinto-Leraquen); .

grylmde:: {U} rijden (v schip tegen de wal).

ogu:: {afk} ogust.

ogust:: {Cef} (afk= og of ogu) augustus.

ogustina:: {C; mv= ~s} augustines (vrw lid v RK kloosterorde).

ogustinas:: {mv} ogustina.

ogustino:: {C} augustijn (mnl lid v RK kloosterorde).

Ogustiy:: {N} Augustus (keizer).

Ogust-weg:: {W} .

O'Gylfiy:: {F}.

Oherre:: {F}.

oiba::

  1. {I; =vt v litel} minder; gress rinne ~ dus Petriy: ik verdien minder dan Petriy (en we verdienen beiden weinig); (absoluut) mintof ef mns ~ pleko melde fes ef fonis: na de storm ligt er minder zand in de baai (er lag toch al weinig zand; (vgl) klt pleko: minder [veel] zand (er lag eerst veel zand); ps melde lef 12 zempers ur ~: ze zijn jonger dan 12 jaar; vluf ur ~ (afk= v.u.o.): min of meer; fet; litel.
  2. {DT} (achter [geverbaliseerd] add: drukt vk uit) ef hord ~ hurons: de minder mooie bloemen; Elsa melde honesty ~ dus Yne: Elsa is minder eerlijk dan Yne; Lerduex ef helten tildare ~ dus Elsaex ef tiyn: Lerdu's gezondheid verslechtert minder dan die van Elsa; ef horde ~: het is minder mooi; terat.

oibacrker:: {A; mv=enk} minderwaardigheid.

oibacrkiy:: {I; [mv=enk]} minderwaardig.

oibaniy:: {C} ef melde ~: in de minderheid zijn.

oibniy:: {C} korting; 15% ~ kaf flj: 15% korting op iets; 15% lo ~: 15% korting.

oibevender:: {C} mindere, ondergeschikte (persoon).

o'icr:: {I} oker[kleurig].

oimetere:: {K} (obj = persoon) aankleden (kleding aantrekken/aandoen); (obj = kledingstuk) aantrekken, aandoen (v jas); ef sientur ~ sener sto: de moeder kleedt haar dochter aan; ef sientur ~ ef kas: de moeder trekt haar jas aan.

oimeteros:: {C} aankleding (v feest ed).

oiyg:: {S} houtskool.

oiyge:: {U} verkolen (tot [houts]kool worden).

ojaber::

  1. {I} misselijk, onpasselijk.
  2. {gst} ojabre.

ojabrare:: {K} aan het wankelen brengen; destabiliseren.

ojabre:: {U; gst= ojaber} wankelen; op het punt staan om om te vallen.

ojabriy:: {I} (lett/fig) wankel, labiel, onvast, wankelbaar.

ojabriy-muliy:: {I} (alg) topzwaar; (pop) dronken, aangeschoten.

ojap:: {I} onvast (v slaap, karakter); wankelmoedig.

Ojsner-fresta:: {G} (groot bosgebied op Zuid-Brr); .

ojel:: {C} uil.

ojel-eit:: {C} uilenoog; (vrnl in:) na ~s: met argusogen.

ojel-flyddere:: {C} grasworteluil (nachtvlinder) (L. Apamea monoglypha).

Ojel-fresta:: {N} (begraafplaats; gemeente Manes-Laer); .

Ojel-mirra:: {W} .

Ojel-nesta:: {N} (badstrand; gemeente Fjer); .

ojelste:: {K} bestellen.

ojelste-p:: {I} bestelbaar.

ojelste-tij:: {K} afbestellen.

ojelstos:: {C} bestelling; ef prap srte kaf ef ~: aan bod komen.

ojelstos-tij:: {C} afbestelling.

ojic:: {I} schitterend, prachtig, luisterrijk; (= of + jikat).

Ojic:: {F}.

jif::

  1. {Aef} gierigheid.
  2. {I} gierig.

OjU:: {afk} Ool-jakms ur Umyns.

jt::

  1. {Aef} smaak (esthetisch gevoel).
  2. {I} smaakvol, keurig.

OK:: {afk} otokafter.

k:: {afk} ktobry.

Okerrtem:: {F}.

okkleft:: {C} (Erg geestelijke, onder de partes, die vrnl de Absorptie leidt); Stleeos.

okklefte:: {K} verzekeren (zeker maken; verklaren).

okkleftos:: {A} verzekering (zekerheid).

okoe:: {U} (lett) tuimelen; (fig) vallen (stilte); mislukken (toneelstuk); afgaan (artiest).

okoos:: {C} mislukking, fiasco; afgang (toneelstuk, artiest).

Okrana-weg:: {W} .

okrech:: {I} spectaculair, zeer opzienbarend.

okrm:: {mv} krm.

ksidere:: |..yje| {U} oxideren.

ksigena:: {I} zuurstofhoudend, van/met zuurstof.

ksigenym:: {S} zuurstof.

ksita:: {I} oxidehoudend, met oxide.

ksitt:: {S} oxide; (onscheidbaar aangehecht in chemische samenstellingen) aluminymksitt: aluminiumoxide, aluinaarde.

kt:: {afk} ktobry.

ktaviy:: {C} octaaf (muziek).

ktaviy-plep:: {W} .

ktobry:: {Cef} (afk= k of kt) oktober.

ol:: {C} waas.

Ola:: {G} (dorp; gemeente Sinto-Leraquen).

Ola-belt:: {G} (dorp; gemeente Sinto-Leraquen).

Olf:: {J} Olaf, Olof.

Olf Jiyl-Metrusse:: {N} (bouwkundig bureau in Fonist); .

olane:: {U} (lett) in balans zijn, in evenwicht zijn, stabiel zijn (niet omvallen).

olaniy:: {I} (lett) in balans, in evenwicht, stabiel; (fig) evenwichtig; uitgebalanceerd.

Olpba:: |olppa| {F}.

ldis:: {C; mv= ~a} brievenbus (op straat).

ldisa:: {mv} ldis.

Old Spocanian Grammar:: {N} (boektitel); .

ole::

  1. {K} (alg) pletten, vlak maken, plat slaan; afvlakken.
  2. {K; vdw= pole} scheren (v heg/struik).
  3. {U} loeien (v sirene ed; NIET v koe).
  4. {U} in elkaar duiken (v persoon).
  5. {Upr} pletten (vlak/plat worden); ef kles sen ~ zjoba groft tiffugs: het gras plet onder zijn voeten.

le:: {K} aan elkaar binden, met elkaar verbinden.

Oleema:: {F}.

oleg:: {I} (arch) uitgekozen, uitgelezen.

olegiy:: {A} mip ~: van de beste keuze; wat je het beste kunt kiezen; uitverkoren; kult sect melde mip ~!: onze wijn is de beste keuze; er is geen betere wijn dan de onze!

Olevy:: {F}.

Olevy + Gilltc TC:: {N} (fabrikant van sigaretten en pijptabak te Tunbas); .

le-weg 'kara Trobensta:: {W} .

lgt:: {C} plag, zode (gras, turf ed).

olija:: {C/S} elastiek.

olijaiy:: {I} elastieken, van elastiek gemaakt (en rekbaar).

olijaparorr:: {C/S} rubber; elastieken band.

olijaparorriy:: {I} rubberen, van rubber gemaakt.

olijatiy:: {C} (lett) elasticiteit, rekbaarheid.

olijatt:: {I} (lett) elastisch, rekbaar.

olije:: {K; gst= olit} [uit]rekken.

olijos:: {C} [uit]rekking.

olimanna:: {C} inwoner, ingezetene.

olimanna-mg:: {C} "bewonersraad" (in Spok: bestuur in een dorp of commune dat verantwoording aan de gemeenteraad schuldig is); zeces-mg; kents-mg.

olit:: {gst} olije.

Olivier:: {J} (Fra).

Olivy:: {M}.

Oliyi:: {F/M}.

Oliyst:: {N} (wegsrt langs autoweg M2; gemeente Crnt); .

oljyvo:: {C} olijf.

oljyvojel:: {S} olijfolie.

oljyvos-vildul:: {C} olijvenboom.

lkst:: |lst| {I} kommerlijk.

lkstiy:: |lstiy| {A; mv=enk} kommer (armoede).

olla:: {I; vt= vzr; ot= trotiy; vk= lgt; mt= qury} fijn, aangenaam, gezellig; (iro, zelfgenoegzaam) lekker, fraai; ef melde ~ beri [svime]: het is fijn om te [zwemmen]; ~ melde den mte tu: leuk om je te ontmoeten (vaste frase); kirro melde wet ~ kiygt: we zijn weer lekker [te] laat; ~ wnzol meldelira!: lekker weertje! (als het noodweer is).

ollae:: {K} genieten van.

ollfts:: {I} met genoegen, met plezier.

llene:: {K} met tegenzin doen/werken.

ollerami:: {I} in een vrolijk geval, als er iets plezierigs gebeurt.

ollstovy:: {C} kermis, lunapark.

ollstovyer:: {C} kermisexploitant.

Ollstovyer-Ququl:: {N} "Vereniging van Kermisexploitanten" (in Feuni); .

Ollstovy-prc:: {N} (naam v diverse grote attractieparken); .

Olm:: {J}.

lm:: {F}.

lmaris:: {F}.

lmeensten:: {F} (Peg).

lmenst:: {F/J}.

lmensten::

  1. {F/J} (Peg).
  2. {N} (voormalige uitgeverij in Lor); .

lmensten TC:: {N} (bierbrouwerij te Kwg); .

lmer-dunje:: {G} (duintop in Jele-duinen; 102 m hoog); .

lmer-fresta:: {G} (bos; gemeente Nutterkoles); .

Olmes:: {J}.

Olf:: {F}.

Olonys-maklu:: {G} (bosmeertje bij het dorp Hpyjasta; gemeente Hoggebim); .

olor:: {I} in elkaar gedoken (v persoon); droog en fruitig (smaak v witte wijn: niet zuur of zoet).

olos:: {C}

  1. plat[je] (plat dak); plat voorwerp; stomp[je].
  2. het pletten; het afvlakken.
  3. wals (om te pletten).
  4. (geluid) geloei (v sirene).

olosiy:: {I} stomp (zonder punt: v neus).

olp:: {C} (alg) schurkpaal, wrijfpaal (voor vee); (ihb) stijf/houterig persoon.

OLT:: {afk} Opper-Liftka Totryfter.

oltake:: {K} [be]studeren; [iets] leren; studie maken van; ef ~ pgen/lngr: medicijnen/taal studeren.

oltakinn:: {I} wijsgerig.

oltakinner:: {C} wijsgeer, filosoof.

oltakiy:: {C} lessenaar.

oltakiymit:: {C} studeerkamer.

oltakos:: {A} studie; bestudering; (ihb) [muziek]studie (muzikale compositie bedoeld om later uit te werken tot groter geheel); eft ~ furt vjolensell n pjano: een studie voor cello en piano (bij diverse componisten zijn zulke "studies" volwaardige muziekstukken, en zijn ze nooit verder uitgewerkt).

oluqute:: {rs} oluquy.

oluquy:: {C; rs= oluqute} neef (anders dan zoon v broer/zus).

o-lyk:: {C} (naam vd letter ; in dit woordenboek en verder in het Spokanisch Archief geschreven als /); lyk 2.

olympise:: {I} olympisch (mbt Olympische Spelen).

Olyna:: {F/M}.

Olyna-Kents:: {G} (voormalige Erg commune; gemeente Monanee); .

Olyva:: {M}.

Olyva Hirata-Liskos-plep:: {W} .

om:: {C} (pop/kindertaal) oma.

m:: {SX.zn} industrie, werk; (bijv) arnkam: industriespoorweg; helbim: werkkleding, overall.

oman:: {IIef} Omanitisch (bv).

Oman:: {G} Oman.

Omana:: {Cef} Omanitische vrouw.

Omany:: {Cef} Omaniet.

oms:: {C} duisternis.

Oms-plep:: {W} .

mass:: {N} (internetcaf in Amahagge); .

omstte:: {rs} omsty.

omsty:: {C; rs= omstte} film (in bioscoop).

Omsty-ps:: {N} "Filmpas" (kortingspas voor bioscoopbezoek); .

omsty-wulparos:: {C} filmdebuut.

omber::

  1. {C} schaduw; fes ef ~ rifo: (fig) onder de rook van (in de nabijheid ve stad).
  2. {Aef} achterdocht.
  3. {I} achterdochtig.

mber:: {W} .

mber-fes-ef-Fresta:: {G} (dorp; gemeente Liyrotyka).

omber-kartafiy:: {mv} omber-kornin.

omber-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} "schaduwbewijs" (iha kopie ve officieel document dat iemand op een veilige plaats moet bewaren, zoals de kopie ve eigendomsbewijs v onroerend goed (het origineel ligt bij een notaris), of de kopie ve kentekenbewijs (het origineel dient de bestuurder bij zich te hebben)); ~ furt ef horm-lajjefos: "schaduwbewijs voor de kentekenadministratie" (officile naam); .

omberst:: {I} lommerrijk, schaduwrijk.

omber-zop:: {I} schaduwwerpend, schaduwgevend.

ombre:: {K; gst= omp} (fig) overschaduwen, overtreffen.

ombros:: {A} (fig) overschaduwing, overtreffing.

mbus:: {C} (arch) omnibus, [auto]bus.

mdente:: {K} overreiken, toereiken; ter hand stellen.

mdentos:: {C} terhandstelling, overreiking.

omelech:: {C} wind.

omelech-crf:: {C} windsterkte, windkracht.

omeleche:: {U} waaien (v wind); (sprkw) ef quare mipenn ef ~: de kat uit de boom kijken.

omelech-hyber:: {I} tegen de wind in.

omelecht:: {I} winderig.

omelech-praba:: {C} windrichting (waar de wind HEEN gaat); omelech-toffik.

omelech-toffik:: {C} windrichting (richting waar de wind VANDAAN komt); omelech-praba.

omene:: {III; =vt v tevi} liever ("meer graag"); gress pliyfone ~ cafer dus miyna: ik drink liever koffie dan thee (maar ik drink het allebei graag; (vgl) gress pliyfone strt cafer dus miyna: ik drink liever koffie dan thee = ik drink koffie met minder tegenzin dan thee (maar ik drink beide niet graag); tevi.

omnka::

  1. {Cef} verlatenheid.
  2. {I} verlaten, zonder mensen; eft ~ fabriyk: een verlaten fabriek (niet meer in bedrijf zijnd); eft ~ zeces: een verlaten dorp (niet meer bewoond).

mer:: {C} zeil (v schip, molen).

meren:: {C} industriewezen (alles wat met de industrie te maken heeft).

merfsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} zeildoek.

merfste:: {mv} merfsto.

merfstott:: {rsmv} merfsto.

Omeriy:: {F}.

merka:: {C} zeilschip.

merrif:: {C} zeilmaker.

merrifs:: {C} zeilmakerij.

Omeriy:: {F}.

Omerstiy:: {F}.

mfer:: {C} merel (L. Turdus merula).

mfer-hoggebim:: {N} "Merellust" (voormalig kasteel in Aflif); .

mfer-hoggebim-mirra:: {W} .

mfer-mirra:: {W} .

mfer-plep:: {W} .

mhls:: {C; mv= ~en} gewaad; [deftig] kledingstuk.

mhlsen:: {mv} mhls.

omi:: {C} gebak, cake, taart.

micleh:: {S} ochtendnevel (boven moeras/weiland).

omifts:: |..fs| {I} onwelwillend.

omittus:: {mv} mittus.

ommon:: {I} stotend (lett); gebroken (stem); schril (tegenstelling).

ommone:: {K} verstoten.

ommonecole:: |ommnecole/regelm.| {E} stoten.

ommonecoliy:: |ommnecoliy/regelm.| {C} stoot, duw.

ommon-kolini:: {C} steen des aanstoots.

ommon-zru'on:: {C} presr ~: gewone sidderrog (L. Torpedo nobiliana).

omts:: {mv} mts.

omp:: {gst} ombre.

mpac:: {C} manier; quista ~s: goede manieren (gedrag).

ompiy:: {SX.gst} (vraagsx in functie v bezield obj) wie?, welke?; tu di mtompiy?: wie zal jij ontmoeten?; eup ef pps lorertompiy?: welke poesjes heeft ze gekocht?; do linne, gress chaquintompiy hols: hij vraagt met wie ik gisteren gesproken heb.

mpste:: |mste| {U} zich vermeien.

Omvs:: {G} (riviertje van Az-gebergte naar de Hildi-fonis); .

Omvs-mittor:: {G} (kleine waterval in de Omvs; gemeenten Kros en Trejasu); .

n:: {VZ/DT} (markeert echo, tenzij deze zinskern is) aan, tegen, tot; gress kette ef mimpit ~ Petriy: ik geef het boek aan Petriy; ik geef Petriy het boek; do nert pjle ~ gress: hij praat niet tegen me; ef nert melde ~ tu: dat is niets voor jou; dat is aan jou niet besteed; ef mimpit nert melde ~ tu: het boek is niet voor jou [bedoeld/bestemd] (de spreker is niet van plan om het boek te geven); ef melde olla ~ do: dat is fijn voor hem (met de nadruk dat dit de mening vd spreker is; vgl armt b.). lilepiy; piti.

N:: {afk} apuqu-naliycos.

Ona:: {G} (riviertje van Ziffon-gebergte naar Sinto-Merlen-meer); .

onfxu:: {I} brutaal.

onba:: {C} herenboer; grootgrondbezitter.

ondro:: {C} gloeilamp.

ondro--gre-lelder:: {C} bajonetfitting.

ondro-lelder:: {C} fitting, lamphouder.

ndul:: {N} (fabriek van golfplaten te Mollefin); .

O'Neill:: {F} (Eng).

Onent:: {G} (stad in Jelafo).

onst:: {C} "mondsjaal" (sjaal die een Erg geestelijke om zijn mond gebonden krijgt als hij het Absorptie-ritueel leidt); Stleeos.

Oneta:: {G} (stad in Kina).

Oneusrt:: |oneusrt| {G} (stad in Ben).

Onisim:: {J} (Rus).

niyk:: {C} wederdienst; folarra ~?: hoe kan ik dat goedmaken? (als reactie op bewezen hulpvaardigheid).

nks:: {G} (dorp; gemeente Oneusrt).

nlets:: {mv} nlett.

nlett:: {C; mv= nlets} omelet (eiergerecht met groente).

online:: {I} online; (meestal als samenstelling) eft online-misan: een online-winkel.

onn:: {SXimpr > vz} (drukt richting uit); (bijv) blef/blefonn: achter; kaf/kafonn: op, over/bovenop (richting).

nnafy:: {I} misselijk[makend], walgelijk; do melde ~ adoriy: hij is walgelijk rijk.

Onneck:: {F}.

on:: {C} kabbelend golfje.

onomastiyc:: {C} naamkunde.

onones:: {C} blacroelira ~: kruipend stalkruid (L. Ononis repens); giffelira ~: kattendoorn (L. Ononis spinosa).

Ons:: |onos| {Gmv} (rivier van Az-gebergte naar de Plafot); ; (DOM 100).

Ons-pnt-weg:: {W} .

nsiyn:: bij zich (= n + siyn); (meestal met lelperre) gress nert lelperre ef ps ~: ik heb geen paspoort bij me.

On Spocanian traces:: {N} (tijdschriftartikel); .

ont:: {C} gloed.

ntare:: {E} in orde zijn, niets mankeren.

onte:: {U} gloeien.

nte:: {E} vrijuit gaan, onschuldig zijn.

ntjiyc:: {I} lastig, vervelend.

ontro:: {C; rs= ~t} matras; ef prap binde zlf ef ~: aan het ziekbed gekluisterd zijn.

ontrot:: {rs} ontro.

nulliy:: {C} dobber, drijver (v hengel); ef koldre ef ~ furt flj: (fig) een gooi doen naar iets.

On variable word order in Spocanian:: {N} (tijdschriftartikel); .

oofe:: |wofe| {K} bewerken (v grond).

oofiy:: |wofiy| {C} karaf.

Oofo:: |wofo|

  1. {F}.
  2. {G} (stad in Ziyp).

Oofo-Bloi:: |wofo-..| {G} (dorp; gemeente Moninaa).

Oofo-mirra:: {W} .

oofos:: |wofos| {C} bewerking, het bewerken (v grond).

ool:: {S} olie.

oola:: {I} oliehoudend, met/van olie.

oolare:: {U} [met] olie stoken; eft ~lira frads: een stoomlocomotief die met olie gestookt wordt.

oole:: {K} olin; doorsmeren (v auto).

Ool-jakms ur Umyns:: {N} (afk= OjU) "Olievelden en Mijnen" (branchevereniging voor de olie- en kolenwinningsindustrie; in Mollefin); .

Ool-kah:: {W} .

ool-lc:: {S} olieverf.

ool-latimissis:: {C} zwartgroene glibberzwam (L. Leotia atrovirens).

Oolmerater:: {F}.

Ool-mirra:: {W} .

oolos:: {C} het olin; doorsmering, doorsmeerbeurt (v auto).

ool-platirane:: {rsmv} ool-platiranu.

ool-platiranu:: {C; mv= ..-platirane; rsmv= ..-platirane} olieverfschilderij.

ool-platirane:: {mv} ool-platiranu.

ool-prvs:: {C} smeerwortel (L. Symphytum officinale).

ool-taris:: {C} boortoren (om olie uit de grond te halen).

Ool-taris-weg:: {W} .

Ool-terf:: {W} .

Ool-weg:: {W} .

ool-zeff:: {C} peilstok (voor olieniveau in motor).

ool-zolle-srt:: oliedepot.

Ool-zolle-srt::

  1. {W} .
  2. {N} (handel in stookolie in Amahagge); .

ool-zvellemissis:: {C} groene glibberzwam (L. Leotia lubria).

ontaratjen:: {C} geneesheer.

ontare:: {U} geneeskunde beoefenen; diagnose stellen; ziekte vaststellen.

ontare-stgos:: {C} "geneeskunde-voorstelling" (gegeven door rondtrekkende kwakzalvers, waarzegsters en andere kermisgasten, hoogtepunt eind 19e eeuw, vgl Amerikaanse medicine shows); ; (DOM 87-88).

ontaros:: {A} diagnose, vaststelling van een ziekte.

onte:: {U} genezen, beter worden.

Oopare::

  1. {G} (stad in Ben).
  2. {N} (Bergparel-B&B in Oopare); .

Oopariy:: {N} (arkdomenn bij Crobela; district Ben); .

op:: {C} (pop/kindertaal) opa.

opala:: {S} opaal (materiaal).

Opala-mirra:: {W} .

palef:: {C} overvloed.

palefer:: {A; mv=enk} overvloedigheid.

palefiy:: {I; [mv=enk]} overvloedig, volop, rijkelijk.

opaliy:: {I} opalen, van opaal gemaakt; met opalen bezet.

opaliyn:: {C} opaal (steen); voorwerp van opaal gemaakt.

pall:: {C} braspartij; drink- en eetfestijn.

pall:: {G} (dorp; gemeente Floma).

opanot:: {mv} panot.

oprg:: {C} originaliteit.

oprga:: {C} inboorling, inlander; autochtoon.

oprgiy:: {I} origineel (bv); autochtoon (bv).

Oparigel:: {F}.

opast:: {C} (lett/fig) vertakking; (ihb) delta (v rivier); (fig) tak; ~ rifo jao: zenuwstelsel.

pae:: {I} (dl= Liftka) onbewolkt, wolkeloos.

opent:: {C} (Erg) preek; religieus getinte toespraak.

Opeck:: {F}.

peft:: {F}.

opera:: {C} opera; .

Opera-mirra:: {W} .

operao:: {C} operatie (militair).

perdeniy:: {G} (dorp; gemeente Moques).

operett:: {C} operette.

Operhenyll:: {F}.

o-pira:: {C} (naam vd letter ); pira.

piy:: {I; [mv=enk]} grazig.

piye:: {C} keuring (v producten).

piyr:: {C} (alg) nauwgezet onderzoek, nauwgezette controle; (ihb) keuring (v personen: voor militaire dienst ed).

piyrare:: {K} keuren (v personen: door bedrijfs-/legerarts).

piyre:: {K} (alg) keuren.

piyr-grup:: {C} lichting (soldaten).

piyros:: {C} (alg) keuring, het keuren.

pjecc:: {C} (alg) object; (taalk) lijdend voorwerp, object.

pjekteff:: {I} (taalk) objectief, wat betreft het object.

opjever:: {C} (kostbaar bruin rijpaardenras, oorspr uit fokkerij te Opjevu).

Opjevu:: {G} (stad in Ren); (DOM 127).

opjg:: {vdw} opjge.

opjge:: {K; vdw= opjg} exploiteren, ontginnen, rendabel maken.

opjgos:: {C} exploitatie, ontginning; colonjer ~: kolonialisme (neutraal); vgl toopjgos.

ply:: {N}

  1. (vrw personificatie vd Overvloed); .
  2. (restaurant in Trondom); .

plybr:: {S} (speciaal soort vette boter in het voorjaar).

ply-mirra:: {W} .

ply-missis:: {C; mv= ~a} presr ~: gewone hertezwam (L. Pluteus atricapillus).

ply-missisa:: {mv} ply-missis.

ply ur Eunnes:: {N} (groente- en fruitkwekerij in Xals); .

oprto::

  1. {C} glaasje port (wijn).
  2. {S} port (wijn).

portunesmiy:: {SC} opportunisme.

posio:: {C} oppositie (ook: deel vd volksvertegenwoordiging dat niet meeregeert).

opp:: {C}

  1. woestijn; zandvlakte.
  2. (arch) opper.

oppelepe:: {III} grotendeels, voor het grootste deel.

opper::

  1. {Aef} oosten; armt ~: in het oosten; Hirdo armt ~ = armt ~ fes Hirdo: in het oosten van Hirdo; wefot.
  2. {I} oost[elijk].
  3. {VZ} (plaats) ten oosten van; ~ Hirdo: ten oosten van Hirdo.

Opper-Bloi TC:: {N} (grote verzekeringsmaatschappij te Gret); .

Opper-Brr-Lnts TC:: {N} (afk= OBL) "Oost-Brr-lijnen" (particuliere spoorwegmaatschappij in Jareuc); .

Opper Canaz-wuma:: {G} (bos; gemeente Fach); .

Opper-cap:: {N} (vuurtoren; gemeente Edprof); .

Opper-cx:: {W} .

Opper-Cheetucj:: {G} (rivierarm in de Cheetucj-delta); .

Opper-Cheetucj-fonis:: {G} (kleine inham bij de Cheetucj-delta); .

Opper Clamia-wuma:: {G} (bos; gemeente Sinto-Manta (LA)); .

Opper-Coett:: {G} (zijriviertje vd Bermt); .

opper-cuennt:: {C} Turkse lelie (L. Lilium martagon).

Opper Driysty-pt:: {W} .

Opper-Eka:: {W} .

Opper Energiy-weg:: {W} .

Opper Ertos:: {W} .

Opper-Fetu:: {G} (zijriviertje vd Fetu); .

Opper-Gerf-nes:: {N}

  1. (camping; gemeente Reven-Paille); .
  2. (pension; gemeente Reven-Paille); .

Opper-Girdes:: {G} (oefengebied vd Luchtmacht); .

Opper-gmolt:: {G} (rivierarm in de Plafot-delta); .

Opper-Grt-mirra:: {W} .

Opper-Hgtsa:: {G} (nauwe zeestraat tussen het eilandje Hgts en het vasteland v Liftka; feitelijk onderdeel vd zeestraat Ef Moefiy); .

Opper Hgts-pnt:: {N} (verkeersbrug over de Opper-Hgtsa; gemeenten Sinto-Manta (LA) en Swein); .

Opper Halepoes-klemk:: {N} (klemk; gemeente Halepoai); .

Opper-Hra-fresta:: {G} (bos; gemeente Akm); .

opperiy:: {I} (uit landen ten oosten v Spok, maar binnen Europa); westers; uit de oude wereld.

Opper-Jiynk:: {G} (beek; gemeenten Mena en Tona a/e Grt); .

opper-ka'en:: {C} sikahert (L. Cervus nippon).

Opper-kah:: {W} .

Opperkanas:: {G} (dorp; gemeente Kurriy).

Opper Keldus-weg:: {W} .

Opper-Kjoep:: {G} (riviertje van Hajega-gebergte naar de Kjoep); .

Opper-klarbr:: {W} ; (DOM 208).

Opper-klta:: {G} ef ~: het Oostblok.

Opper Koern:: {W} .

Opper Korda:: {N} (Erg kerk in Amahagge); .

Opper Korda-mirra:: {W} .

Opper-Krappa:: {G} (rivier van Krappa-gebergte naar Krappa-meer); .

Opper-Krur:: {W} .

Opper-Kryobiy:: {W} .

Opper Kryobiy-weg:: {W} .

Opper Kryos-plep:: {W} .

opper-lango:: {VZrs} (richting) ten oosten langs; kirro ufire ~ Hirdoe: wij rijden ten oosten langs Hirdo; wij rijden Hirdo aan de oostkant voorbij.

Opper-Laperiy-lirrotiy:: {W} .

Opper Lebet-mirra:: {W} .

Opper Leije:: {G} (rivierarm; gemeente Balier); .

Opper Leresc-wuma:: {G} (bos; gemeente Totiarofe-Leresc); .

Opper-Liftka Totryfter:: {N} "Opper-Liftka Pakhuisonderneming" (in Hoggebim); .

Opper-lirrotiy:: {W} .

Opper Lofipana-mes:: {G} (bos; gemeente Troebasrt); .

Opper Mrket-mirra:: {W} .

Opper Milt-plep:: {W} .

Opper-mirra:: {W} .

Opper Mras-kah:: {W} .

opper-ovap:: {III} aan de oostkant.

Opper-ovap-plep:: {W} .

Opperpdra:: {G} (dorp; gemeente Yzo).

Opper Palamiy-fresta:: {G} (bosgebied in de Krappa-vallei); .

Opper Pitla-plder-weg:: {W} .

Opper-Prek-fresta:: {G} (bos; gemeente Hafonis); .

Opper-Priyfiy-fresta:: {G} (bos; gemeenten Doe en Mena); .

Opper Prusot-mirra:: {W} .

Opper-quiyrda:: {N} (regionaal ochtenddagblad in Ben en Ren, en op Teujan en Brr); .

Opper Rao:: {N} (afk= Opra) "Oost Radio" (regionale radio-omroep voor Pegrevi); .

Opper-Rne:: {G} (zijrivier vd Klinnr); .

Opperseert-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Jejoa); .

opper-efc:: {C} (afk= Oe) oosterlengte.

Opper-siyclo:: {W} .

Opper Slit-mirra:: {W} .

Opper-Spooksoliy Kelte-smurf:: {N} (afk= OSKS) "Oost-Spokanische Boerengeld" (voormalige bank te Mollefin); .

Opper-Strettka:: {N}

  1. (veerdienst); .
  2. (stoomveer); .

Opper Tlp-weg:: {W} .

Opper Taris-terf:: {W} .

Opper Terpa-mirra:: {W} .

Opper-Timr:: {G} Oost-Timor.

Opper-toffik:: {N} (biermerk uit Liyrotyka); .

Opper Uza-bonar:: {W} .

Opper-Wefot-Yplemersta:: {N} (afk= OWY) (voormalige spoorwegmaatschappij); .

opper-wertlane:: {I} oosters (ten oosten v Europa).

opper-wertlaner:: {C} oosterling (Aziaat).

opper-zrer:: {C} (bewoner v Brr; evtl ook vd oostkust v Liftka).

Opper-zee:: {G} Oostzee.

opper-zutter::

  1. {Aef} zuidoosten; armt ~: in het zuidoosten; Hirdo armt ~ = armt ~ fes Hirdo: in het zuidoosten van Hirdo.
  2. {I} zuidoost[elijk].
  3. {VZ} (plaats) ten zuidoosten van; ~ Hirdo: ten zuidoosten van Hirdo.

Opra:: {afk} Opper Rao.

ps:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v ps; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) nps = n ps: aan hen; 'karaps = helkara ps: naar hen [toe].

ps:: {PV; 1niv-3mv-mnl/ntr} zij, hun, hen; ~ zerfe Petriy: zij zien Petriy; Petriy zerfe ~: Petriy ziet hen; ~ Petriy = Petriy ur ~: Petriy en zijn gezin (indien er buiten P. nog meer mnl personen deel v zijn gezin uitmaken: P. heeft dus minstens n zoon); ~ Elsa = Elsa ur ~: Elsa en haar gezin; (als soort add bij familietitel) ef ~ walers rifo Petriy: zij, de zonen [en dochters] van Petriy; zij, de zoon en dochter van Petriy; gress nert tiffe ef ~ vilt ne'ma freras: ik ken hen, jouw broers, niet; ne'ma; ex.

psene:: {U} (verbale afleiding v ps) ef ~: zij zijn het; dat zijn zij; kost freras ~: dat zijn mijn broers [en zusters]; dat zijn mijn broer en zuster; kost ~lira freras: zij, mijn broers [en zusters]; zij, mijn broer en zuster; ef ~, t crtirt (enk!): ZIJ moeten helpen; kost psenor ksanuters: zij, mijn vroegere buren; (algemene bewering) ef meraters ~ beri rme hups: de man is er om hard te werken; (arch: met object) ef ~ sener tubsz: zij met/en hun vrouw[en].

pservatorym:: {C} observatorium; (ihb) sterrenwacht.

ptiker:: {C} opticien (in Spok: gediplomeerd persoon met hbo-opleiding).

ptimesmiy:: {SC} optimisme.

ptimistise:: {I} optimistisch.

opygtuh:: {SC} tegenspoed.

oquarre:: {K} ~ flj n rst: iemand iets kwalijk nemen.

oquarros:: {A} dat wat je iemand kwalijk neemt.

Oqula:: {F}.

oqulme:: {K} uitkammen (doorzoeken).

oqulmos:: {C} uitkamming, het uitkammen (doorzoeking).

or::

  1. {SX.wst > adjectivisch vdw} (bij trans ww: vdw bepaalt oorspr obj) ef bytor hurt: de geslagen hond; (bij intrans ww: vdw bepaalt oorspr subj) ef vreor stdents: de geslaagde studenten; ef arkettor 'nin: het meisje dat gehuild heeft.
  2. {SX.wst > add} (met idiomatische betekenis) (bijv) vobare/vobaror: vormen/beschaafd; blfe/blfor: [af]zakken/asociaal; (zie de desbetreffende lemma's).
  3. {SX.zn > add} (samen met px l).

Ora:: {M}.

ora:: {SX > c} voorbij; weggetrokken; niet meer aanwezig (v donderbui/dreiging/persoon ed).

oracha:: {C} uitstaande melde (plant) (L. Atriplex patula).

oraliy:: {I} oraal.

Orana:: {M}.

Orana-fresta:: {G} (bos; gemeente Knolbol-belt); .

Orana-knurfel:: {G} (riviertje van Az-gebergte naar Ef Laboh); .

Orana-riff:: {N} "Orana-bron" (herberg bij Adskorda); .

Orana-staon:: {N} (voetbalstadion bij Knolbol); .

Orana-weg:: {W} .

Orana-wik:: {N} (openluchtzwembad; gemeente Blumarr); .

Orange:: {N} (voormalige internationale internetprovider); .

oras::

  1. {III}
    1. (als bepaling bij intrans ww dat weersgesteldheid of menselijk gedrag uitdrukt) erg, hevig, hard; ef omeleche ~: het waait hard; ef kbo nle ~: de zon schijnt fel; kirro obezjere ~: we lachen luid;
    2. (samen met ki: versterkende bepaling bij add) zeer, erg, hevig; eft ~ graviy ki moplariy: een zeer ernstig ongeluk; eup melde ~ slamestiy ki: ze is heel erg beleefd; (oras is sterker dan terat);
    3. (algemene versterking) erg; ef supsiiy nestiye ~: de subsidie is erg/hard nodig;
    4. (versterkende bepaling bij vt) veel; eft ~ hupster terat srt: een veel groter huis.
  2. {DT} (achter [geverbaliseerd] add: drukt ot uit) ef hord ~ hurons: de mooiste bloemen; vilt mirs melde mintepot ~: jouw haar is het langst; groft srt horde ~: zijn huis is het mooist.

orasten:: {C} hevigheid.

ort:: {mv} ret 2.

rbe:: {K} walgen van.

rbos:: {C} walging.

ordytliyx:: {C} verstekeling.

O'Reesh:: {F} (Eng).

orefani:: {C; rs= ~t} zwembad (openbaar/in de natuur).

Orefani-nrcus:: {N} (voetveer op de Leije); .

orefanit:: {rs} orefani.

orefante:: {U} zwemmen, baden (in open water).

oregann:: {S} (als specerij) oregano; presr ~: wilde marjolein (L. Origanum vulgare).

orenpel:: {gst} orenple.

orenple:: {K; gst= orenpel} voelen (vrnl lett: met zintuigen waarnemen).

orenplos:: {C} gevoel.

ressrt:: {C} kazerne.

resta:: {C; mv= ~s} soldate, vrw soldaat; rey.

rey:: {C} (alg) soldaat; presr ~: soldaat 2e klasse (luchtmachtrang); hupster ~: grote groene sabelsprinkhaan (L. Tettigonia viridissima); .

Orey:: {F}.

rey-agens:: {Gmv} (akkerbouwgebied; gemeente Amejo); .

rey-skn:: {G} (dorp; gemeente Amejo).

rey-doazler:: {C} zwarte soldatenvlieg (L. Hermetia illucens).

reyy:: {C} militaire colonne; (=red); rey.

rey-weg:: {W} .

rey-xlah:: {C} legerkorps.

rfdrg:: {I} ongelukkig (mens, liefde); (= rf + drg).

rfoes:: {N} Orpheus.

rfoes-mirra:: {W} .

organ:: {C} orgel.

rganesmiy:: {C} organisme.

rganisao:: {C} organisatie (met de nadruk op het bedrijf/instelling/instituut); vlazzos.

rganisao furt ef Covent-poiros:: {N} (afk= CP) "Organisatie voor het Kloosterleven" (behartigt en cordineert de commercile belangen v kloosters, zoals pension-accommodatie voor gasten; in Tunbas); .

rganisao furt Ekonomise nosrmos een Weelfa'ecos:: {N} (afk= EW) Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

rganise:: {I} organisch.

rganiseratjen:: {C} organisator.

rganisere:: |..je|

  1. {K} organiseren.
  2. {Upr} georganiseerd zijn; ef kurahendros sen ~ quista: het evenement is goed georganiseerd.

organmerr:: {C} organist.

rgano:: {C} orgaan.

rge:: {I} (pop) snugger.

rgec:: {I} ~ [luft]: bedreven [in], ervaren [in].

rgid:: {C} orchidee.

rgiy:: {C} orgie.

orgt::

  1. {Aef} nijd; sterke haat.
  2. {I} haatdragend; vol nijd.

origiy:: {C} oorsprong; mip ~: oorspronkelijk; ef buros lelperre eft velk neknf ~: de oorzaak van de brand is nog onbekend.

origiy-toquanka:: paaftor ~ (afk= POT) beschermde oorsprongsbenaming (BOB) (officieel keurmerk).

Orion:: |orjon| {N} Orion (sterrenbeeld).

Orion-ka:: |orjonka| {N} (veerboot); .

rm:: {SX.c > c} bord, opschrift, wijzer; (bijv) kfsrm: verkeersbord.

orore:: {K} [af]zagen.

ororos:: {C} gezaag, het zagen; zaagsnede.

ororne:: {K} afzagen; in stukken zagen.

orp:: {I} plechtig.

Orpellut-fonis:: {G} (kleine inham bij de Cheetucj-delta); .

orpoe:: {rs} orpoi.

orpoi:: {C; rs= orpoe} plechtigheid.

rs:: {J}.

ort::

  1. {C/S} (plantennaam, ihb in de samenstelling fors-~ = kikkerbeet); orter.
  2. {VZ} (betrekking) voor, pro; kirro melde ~ ef demokrao: we zijn vr de democratie; we staan achter de democratie; ~ ef qu ef: erop of eronder (fig).

ortc:: {C} beet.

ortare:: {K} (alg) snakken naar.

orte:: {K; vdw= porte} bijten.

ortelira:: {III} ~ fes: belust op.

orter:: {C} hpyja-orter.

ortiy:: {I} snerpend (pijn).

rtografise:: {I} orthografisch.

rtoliy:: {C} orthologie.

ortos:: {C} gebijt, het bijten.

rvo:: {J}.

rvo Jstiy-mirra:: {W} .

orycc:: {C} wees[kind].

orycc-kas:: {C} colbertjasje.

Orycc-pt:: {W} .

Oryccseert:: {N} (rangeerterrein in Br); .

Oryccseert-arbe:: {W} .

Oryccseert-lirrotiy:: {W} .

Oryccseert-mirra:: {W} .

Oryccseert-plep:: {W} .

Oryccseert-terf:: {W} .

Oryccseert-weg:: {W} .

oryccsrt:: {C} weeshuis; ef wente ef ~: de boel op stelten zetten.

rympiy:: {F}.

rympiy-mirra:: {W} .

rympiy-plep:: {W} ; (DOM 211).

rr-mirra:: {W} .

os::

  1. {VZ} (betrekking) ondanks; ~ ef vrust ps flecse str: ondanks de vorst stoken ze nog niet; ~ mittof = ~ k: desondanks.
  2. {VG} (positieve toegeving; arch) ondanks dat, hoewel, ofschoon; taufen.

os:: {SX.wst > c/a}

  1. (een zn op os drukt nooit de feitelijke handeling vh ww uit (hiervoor dienen los of os); (vgl) ef ptos kaf ef argerat: het geklop op de deur (met de gedachte aan het geluid dat dit kloppen teweegbrengt); Petriyex ptos: het geklop van/door Petriy (met de gedachte aan de handeling die P. verricht); ef lardaos rifo ef belps = ef belpsecr lardaos: het voederen van de dieren (met de gedachte aan het voedsel); ef belp-gertex lardaos: het voederen door de dierenoppasser (met de gedachte aan de handeling die de oppasser verricht); ef telebsecr kainos: de vernieling van de telefooncel (de cel bevindt zich in vernielde staat);
  2. (veel afleidingen op os zijn gelexicaliseerd: ze drukken vaak het resultaat vh ww uit) spsage/spsagos: optellen/optelling, opgeteld bedrag; gge/ggos: zegelen/zegel[afdruk];
  3. (soms is de relatie tussen ww en zn minder hecht) axe/axos: hakken/bijl; farte/fartos: lopen/cursus; skreje/skrejos: gillen/sirenegeloei; envane/envanos: opeisen/overwicht;
  4. (met os kan soms een vdw vermeden worden) ef lecuma, zlnk (vdw!) lef qurredla = ef lecuma lef qurredla-zlnkos: de met gif bespoten groente;

(zie verder desbetreffende lemma's); os.

Osagenis:: {F}.

oann:: {C} oceaan.

oanografos:: {C; mv= ~z} oceanograaf.

Oe:: {afk} opper-efc.

sel:: {F}.

om:: {I} goed gelukt; geslaagd, succesvol.

semah:: {I} aantrekkelijk.

ome:: {U} geslaagd zijn, succesvol zijn; succes boeken.

osk:: {C} gewoonte, gebruik.

oskare:: {K} ~ [beri/den]: gewend raken om/aan.

oske:: {K} ~ [beri/den]: gewend/gewoon zijn om/aan.

oskiy:: {I} gewend, gewoon; gewoontegetrouw.

skiye:: {I} ongebruikelijk, zonder dat het de gewoonte is.

OSKS:: {afk} Opper-Spooksoliy Kelte-smurf.

osksompiy:: {I} welvoeglijk.

slo:: {G} Oslo.

slo-mirra:: {W} .

oo:: {I} nat.

ooe:: {U; gst= oo[t]} nat zijn.

soe:: {K; gst= sot; vdw= pso} aandrijven (machine).

soe-crf:: {C} drijfkracht.

soe-spil:: {C} [aan]drijfas.

soe-zeff:: {C} drijfstang.

oo-fendy:: {S} melkeppe (plant) (L. Peucedanum palustre).

oo-klesjumper:: {C} kustsprinkhaan (L. Chorthippus albomarginatus).

Oo Mazyll-pt:: {W} .

soos:: {C} aandrijving.

oot:: {gst} ooe.

sot:: {gst} soe.

sp:: {VZ} (betrekking) en, plus (bij optellen); dur ~ ten kette hent: drie plus twee is vijf.

sp.:: {afk} spsagiy.

spsage:: {K} optellen.

spsagiy:: {I; [mv=enk]} (afk= sp.) totaal; ef ~m 12 kraters: de in totaal 12 kunstenaars; furt ~ effers 200 tiyns: in totaal zon 200 stuks.

spsagos:: {C} optelling, het optellen, opgetelde bedrag.

osque:: {E} rondtrekken (met een bepaald doel).

oss:: {I} karig.

Ossagenis-plep:: {W} .

sta:: {SX.c > mv v os; oh; uh} (bijv) ojelstos/ojelststa: bestelling/bestellingen; kostoh/koststa: geest/geesten; duh/dsta: gebaar/gebaren.

sta:: {I} sarcastisch.

ostf:: {C} ostrf.

ostal:: {C} ostral.

ostaliatan:: {I} ostraliatan.

oste:: {K} (dl= Tigof/Lomky) afdoen, afzetten (kleding, hoed ed).

ste:: {Krs} stre.

osteoliy:: {C} osteologie.

ster:: {gst} stre.

ostinre:: (= ostinrre) {K} verbrassen.

ostinros:: (= ostinrros) {A} verbrassing.

ostinrre:: {K} ostinre.

ostinrros:: {A} ostinros.

stommente:: {U} strommente.

stos:: {A} stros.

ostrf:: {C} veer (v metaal).

ostral:: {C} (pop) stakker, zielenpoot.

ostraliatan:: {I} zielig, aandoenlijk.

ostralyja:: {IIef} Australisch (bv).

Ostralyja:: {G} Australi.

Ostralyja-mirra:: {W} .

Ostralyjana:: {Cef} Australische vrouw.

Ostralyjany:: {Cef} Australir.

stre:: {Krs; gst= ster} ondermijnen.

strommente:: {U} van belang zijn.

stros:: {A} ondermijning.

ostryja:: {IIef} Oostenrijks (bv).

Ostryja:: {G} Oostenrijk.

Ostryja-mirra:: {W} .

Ostryjana:: {Cef} Oostenrijkse vrouw.

Ostryjany:: {Cef} Oostenrijker.

Ostuca-prc:: {W} .

oume:: {K} ~ lo: beoordelen als; (vaak in vraag: mening hebben over iets) vinden; tu ~cco kost musts?: hoe vind je mijn schoenen?.

oumos:: {A} beoordeling.

Oyff::

  1. {G} (dorp; gemeente Crobela).
  2. {N} (Bergparel-hotel in Grotjagt (Crobela)); .

Oyff ur Teta:: {F}.

osz:: {SX.a > mv v os} (bijv) oblskros/oblskrosz: opvatting/opvattingen.

ot:: {S} roet.

ot:: {SX.c > rs v os} (bijv) ojelstos/ojelstot: bestelling.

t:: {SX.c/s > add} vol van/met; voorzien van/met; rijk (bij stoff minder productief dan bij concr); (bijv) prusot/prusott: rivier/rijk aan rivieren; doorsneden met rivieren; pleko/plekt: zand/vol zand; zanderig; st.

t:: {SX.gst} (vraagsx) hoeveel keer?, hoe vaak?; tu quardert ef koifur?: hoe vaak ga je naar de kapper?; do errt?: hoe veel keer heeft hij zich vergist?; do linne, gress dena mimpit trempt: hij vraagt, hoe vaak ik dat boek gelezen heb.

Otaniy:: {F}.

Otnocki:: |otnki|

  1. {F}.
  2. {N} (vuurtoren; gemeente Lift); .

otariy:: {C} altaar.

tauc:: {C} bestanddeel, ingredint.

tek:: {I} vrijgevochten.

tel:: {I} hachelijk, netelig, gewaagd.

Oten:: {F}.

otistise:: {I} autistisch.

tlass:: {gst} tlazre.

tlaz:: {wst} tlazre.

tlazre:: {Krs; gst= tlass; wst= tlaz} bestrijden; (= + tlazre).

tlazros:: {C} bestrijding.

otlg:: {I} (arch/poe); otlgt.

otlgt:: {I} wild, woest.

otlgte:: {U} verwilderen.

otlgtiy:: {I} (alg) verwilderd.

otlgtos:: {C} verwildering.

oto:: {C} auto[mobiel].

oto:: {PX} automatisch; machinaal, machine; (bijv) stinde/otostinde: schrijven/typen; rater/otorater: man/robot; oto-.

oto-belasto:: {C} rijles.

otoer:: {C} autodealer, autohandelaar (v nieuwe auto's).

oto-frads:: {C} trekker (trekkend deel v vrachtautocombinatie); .

oto-gaza:: {S} LPG, autogas.

otokafter:: {C} Otokafter.

Otokafter:: {N} (afk= OK) postgiro (sinds 1974 beheerd door de PTT; in 1998 gewijzigd in een "echte" bank); BenCm.

oto-lenker:: {C} automobilist.

otomat:: {C} automaat.

otomatisao:: {C} automatisering (in gebruik nemen v computers).

otomatise:: {I} automatisch.

otomatisere:: |..je| {K} automatiseren.

otomatiseros:: {C} (alg) automatisering.

oto-mirra:: {C} autoweg (elke weg waarop langzaam verkeer verboden is).

Oto-mirra:: {W} .

Otomitt:: {N} (grootste autoverhuurbedrijf in Spok); .

oto-nrcus:: {C} autoveer.

otom:: {C} geautomatiseerde industrie, fabriek waar alles geautomatiseerd is (bijv robotten die een auto in elkaar zetten).

otp:: {C} schuur.

oto-pntel:: {C} tankstation, benzinepomp (verkooppunt v brandstof, met extra auto-service, zoals kleine reparaties, doorsmeren, onderdelenverkoop ed).

oto-pra:: {C} richtingaanwijzer (op auto).

toquak:: {I} onkwetsbaar.

Oto-Qur:: {N} (autoverzekeringsbedrijf in Fonist); .

otr:: {C} auteur, schrijver.

otra:: {C} schrijfster.

otorater:: {C} robot.

Otoraters: clegjes oft cnkuratjens?:: {N} (titel ve rapport); .

otoriterr:: {I} autoritair (bv).

otoritiy:: {C} autoriteit.

oto-rozjep:: {C; mv= oto-rozjep} stuurwiel.

Otr-plep:: {W} .

ots:: {C} bos, bundel.

otosrt:: {C} (iro: huis[houden] waarin overmatig veel elektrische apparaten aanwezig zijn).

oto-srt:: {C} kampeerauto, camper, motorhome; .

oto-siyclo:: {C} autobranche.

tosmatjen:: {C} slijper (iemand die stenen/diamanten slijpt).

tosme:: {K; gst= toss} slijpen, scherp maken; ~-te ef knyfos!: geef 'm van katoen!; zet 'm op!.

tosmos:: {C} geslijp, het slijpen.

toss:: {gst} tosme.

otstare:: {K} spioneren.

otste:: {U} spieden.

otster:: {C} spion.

otstezerfi:: {C} spionnetje (spiegel aan raam); buitenspiegel (v auto).

otostindatjen:: {C} typist.

otostindatjena:: {C} typiste.

otostinde:: {K} typen, machineschrijven.

otostinde-cfoliy:: |cvo..| (= otostinde-cvoliy) {C} velletje schrijfmachinepapier; ~s (mv): schrijfmachinepapier.

otostinde-cvoliy:: {C} otostinde-cfoliy.

otostinder:: {C} schrijfmachine.

ototariy:: {C} autotelefoon.

oto-tx:: {C} "autobelasting" (geheven bij de aankoop ve nieuwe auto gebruikt voor priv-doeleinden); .

oto-tegnicy:: {C} autoreparateur, automonteur.

ototo:: {C; =red v oto} file (v auto's); oto.

oto-treno:: {C} autotrein.

oto-rozjep:: {mv} oto-rozjep.

Oto ur rlat:: {N} "Auto en automobiel" (museum in Aflif); .

otozolle-nota:: {C} (afk= OZN) (bankrekening waarvan de periodieke posten automatisch worden afgeschreven).

oto-zyle-vliy:: {C} racecircuit (auto's).

oto-zylos:: {C} autoracen.

tre:: {K; gst= tt} (lett) afbrokkelen; (fig) tornen.

otrefare:: {Kpr} zich verzetten tegen.

otrefe:: {E} opgang vinden; opkomen.

otreff:: {C} schoffel (tuingereedschap).

Otreff:: {G} (dorp; gemeente Reven).

Otreffa-clamia:: {G} (his: voormalig moerasgebied langs de Reven-fonis); .

otreffe:: {K} schoffelen.

otreffos:: {C} het schoffelen; schoffelwerkzaamheden.

trert:: {C} (pop) oploop, relletje, opstootje, straatruzie.

tros:: {C} afbrokkeling.

Otryff:: {F}.

ts:: {I} (lett/fig) stekelig.

otse:: {III} ~ noi! = ~ noft!: welnee!; niet waar!; ~ siy!: welja!; wel waar!.

ott:: {SX.add > add} (drukt een toename uit) (bijv) ef rofonos merater/ef rofonosott merater: de boze man/de steeds bozer wordende man; ef hupster praf/ef hupsterott praf: de grote armoede/de alsmaar groter wordende armoede; de voortdurend toenemende armoede; Petriy melde stryniyott: Petriy wordt steeds stugger; ef wnzol tinde hordott: het weer blijft steeds mooier worden; te.

tt:: {gst} tre.

Otto:: {J} (Dui).

Ottosson:: {F}.

otse:: {U} spoken (op zee).

otser:: {C} woelige zee.

ot:: {C} zuster, verpleegster, verpleegkundige (vrw).

ote:: {K} verplegen.

oter:: {C} broeder, verpleger, verpleegkundige (mnl).

oteren:: {C} ziekenverpleging.

Ot-mirra:: {W} .

otsrt:: {C} verpleegtehuis.

Otze:: |odze| {F/J/M}.

oume:: {K} ontvluchten.

os:: {C} kelk, beker, glas; do pliyfone jazy sener ~z: hij lust wel een glaasje; aftel tu zerfe ef ~ hsill/hskf?: kom je bij mij/ons een glaasje drinken?.

outisa:: {S} havermout.

output:: |ottput| {C} output.

ovap::

  1. {Cef} zijde, zijkant; fes ef ~: aan de zijkant; ef melde kaf ef ~: het is van de baan; mip ef ~ rifo (vz-uitdr): van de kant/zijde van (fig).
  2. {I} opzij, terzijde; ~ yss [dus]!: ga eens opzij!.

ovap-:: {PX.pv-1niv > III} zijds; voor zover het ... betreft; (bijv) ef ovap-do hupster mntyosz = ef hupster mntyosz ovap-do: de zijnerzijds grote problemen; de problemen die voor zover het hem betreft groot zijn.

ovapa:: {III} van opzij, terzijde.

ovape:: {K} partij kiezen voor; staan achter.

ovapiy::

  1. {I} zijdelings.
  2. {VZ} (betrekking) naast (fig); stus chaquinde kusami pegreviy ~ spoknda: men spreekt hier naast het Spokaans ook Pegrevisch.

ovap-mirra:: {C} ventweg (parallelweg langs een hoofdweg).

Ovap-mirra:: {W} .

ovapnolac:: {C} zijspan (aan motorfiets); .

ovap-omelech:: {C} zijwind; fes ~: met zijwind.

ovapos:: {C} het partij kiezen voor; solidariteit.

ovap-perdr:: {III} van weerskanten; beiderzijds; ovap-.

Ovap-Plafot:: {G} (rivierarm in de Plafot-delta); .

Ovap-terf:: {W} .

Ovap-utfiniy:: {W} .

ovapr:: {I} zijwaarts.

ovap-rra:: {C} zijtak (v spoorlijn, rivier ed).

ovariy:: {C} eierstok.

vn:: {I} sjofel.

Oveo:: {G} (stad in Bloi).

Oveo-lirrotiy:: {W} .

Oveo-mirra:: {W} .

overcho:: {C} neerslag (regen, hagel ed).

overare:: {K} medelijden hebben met.

overiy::

  1. {Aef} medelijden; ef ~ armt rst: medelijden met iemand; ef ~ lef flj: medelijden met iets.
  2. {I; [mv=enk]} vol medelijden; medelijden tonend.

oves:: {C} (dl= Lomky) schaap (ntr), ooi (vrw schaap).

Ovezynte:: {N} (eerste sage die in 1712 als muziekdrama in Hirdo opgevoerd werd; drama heette Hyra Liskos).

Ovjaliy-weg:: {W} .

Ovoeta:: {F}.

Ovrayll:: {J} (Peg).

Ovrest-plep:: {W} .

OWY:: {afk} Opper-Wefot-Yplemersta.

x:: {C; mv= ax} os (gecastreerde stier).

x-ingocher:: {C} biefstukzwam (L. Fistulina hepatica).

oxodde:: {K} bepleiten.

oxoddos:: {A} bepleiting; fara ~ (afk= f.o.): bijvoorbeeld.

x-rgtiyn:: {C} ossenhaas.

x-wagen:: {G} (dorp; gemeente Frk).

oss:: {I; =ot v ubfta} [het] echtst, allerergst; ~ hupster: allergrootst (sterker dan ot: hupster oras); ubfta.

Ozaneto armt ef Leije:: {G} (stad in Ziyp).

Ozaneto armt ef Prek:: {G} (stad in Jelafo).

Ozaneto-helmy:: {G} (grot; gemeente Glave); .

oze:: {K} ~ tu flj: [met klem] wijzen op iets; gress ~ Jn tu groft perkefsta: ik wijs Jn [met klem] op zijn verplichtingen.

Ozerte:: {N} (camping); .

Oziy:: {G} (dorp; gemeente Aschen).

Oziy-weg:: {W} .

Ozjgty:: {N} (kasteelrune; gemeente Krappa); .

OZN:: {afk} otozolle-nota.

Ozora-plep:: {W} .

Ozora-siyclo:: {W} .

Oz-fonis:: {G} (nauwe inham in zuidkust v Kina bij Poriy); .

ozymk:: {mv} zymk.

ozyr:: {C} (arch); ozyrr.

ozyre:: {K} bieden; bod doen.

ozyre-kaf:: {K} opbieden.

ozyros:: {C} bod.

Ozyrpo:: {N} (internetveiling); .

ozyrpbare:: {K} veilen; per opbod verkopen.

ozyrpbaros:: {C} veiling.

ozyrr:: {C} pacht; (oorspr rs v ozyr).

ozyrrkette:: {K} verpachten.

ozrtiy:: {C} manchet; kraag; revers.

ozrtiy-mfer:: {C} beflijster (L. Turdus torquatus).

Oz-ses:: {G} (meer in Lamk-gebergte; district Kina); .

Oz-woedenns:: {Gmv} (steile zuidkusten v Lomky); .

Ozzepiyle:: {F}.

ozzp:: {C} goede naam/reputatie.

ozzpe:: {U} goede naam/reputatie hebben.

Ozzpiyle:: {F}.

Ozzpiyle-plep:: {W} .

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO