Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

r:: (naam vd letter R) r {C}.

ra:: (mastdeel) pyk {C}.

raad:: (raadgeving) tnadyrros {C}; ~ geven: tnadyrre {K}; goede ~: naxyfolos {A}; (organisatie met raadgevende personen) mg {C}; (nadruk op de groep personen) ratt {C}; ~ van bestuur: regle-ratt {C}; ~ van commissarissen: cmiserr-ratt {C}; ~ weten met iets: ef tiffe ef painos lef flaju; geen ~ weten met iets: ef tiffe nf painsta lef flaju; ik weet me geen ~!: gress tiffe nf painsta lef ef!; ten einde ~ zijn: ef cho'ate fes ef pr; rade.

raadgevend:: tnadyr {I}.

raadgeving:: tnadyrros {C}.

raadhuis:: (=stadhuis) srsrt {C}.

raadplegen:: spole {K}.

raadpleging:: (=consult) spolos {A}.

raadsel:: cesser {C}, jchtos {C}; ik sta voor een ~: gress melde st ef jchtsta.

raadselachtig:: jchte-p {I}; ~ spreken: ef stinde tjg blakker iynk.

raadsheer:: tnadyrratjen {C}.

raadzaam:: naxyfoll {I}; ~ zijn: naxyfolle {U}.

raaf:: bulf {C; mv= blfe} (L. Corvus corax).

raaigras:: drnel {S} (vrnl in samenstellingen); Engels ~: Enelandes-drnel |Enne..| {S} (L. Lolium perenne); Frans ~: craze-drnel {S} (L. Arrhenatherum elatius); "Spokanisch ~": hpyja-drnel {S} (L. Arrhenatherum ovinum); kweek 2.

raak:: (niet mis) neryt {I}; ~ geschoten (fig: treffend): iy {I}.

raaklijn:: martijos {C}.

raakvlak:: (overeenkomst, snijpunt) sume-ponto {C}.

raam:: (met glas: =venster) miflif {C}; (in de voorgevel) basciflif {C}; (=kozijn) ramiy {C}; (=raamwerk) prft {C}; (ventilatieopening zonder glas maar met luiken en soms ook tralies; voor zolder of schuur) tix {C}; venster.

raamwerk:: (alg) prft {C}; (=kozijn) ramiy {C}.

raap:: (eetbaar) rapa {C} (L. Brassica rapa napifera).

raar:: (=gek) pr {I}, zjut {I}; ~ zijn: pre [beri/den] {U}; het is ~ om ...: ef melde pr beri ...; rare kerel/vent: [to]pak {C}, pjn {C}; ~ mens/rare vrouw: dchmp {C}; het rare (het gekke): zjutiy {C}; ~/vreemd voorwerp (rariteit): sprp-sviba {C}; een rare vertoning: eft prusot-blof fes mariane-tull.

rabarber:: rbabra {S}.

rabarberstengel:: rbabriyn {C}.

rabbijn:: rbiy {C}.

racecircuit:: (voor auto's) [oto-]zyle-vliy {C}.

racisme:: (=rassenhaat) plef-qust {C}, rasesmiy {C}.

racistisch:: rasestise {I}.

rad:: (=wiel) trch {C}; klan {SX > c; mv= klne}.

radar:: radr {C}.

rade:: te ~ gaan (bij zichzelf overleggen): barite {U}; met voorbedachten ~: fes ef wrbior arpinzol.

radeloos:: lef mch {SC}.

radeloosheid:: mch {SC}.

raden:: ~ naar: jchte {K}; cesse fes {U}; het ~: cessos {C}.

raderwerk:: (samenstel van tandwielen) totrch {C}.

radiator:: (v auto) ratiy {C}; (v centrale verwarming) qulf-element {C}.

radiatorkraan:: (v centrale verwarming) element-hek {C; mv= ..-hke}.

radicaal:: (zonder omwegen) ofprg {I}.

radijs:: ~[je]: radie {C}.

radio:: (toestel): rao {C}; zie ook Radio in .

radioactief:: raokteff {I}.

radiobuis:: (=radiolamp) vlf {C}.

radiolamp:: (=radiobuis) vlf {C}.

radiologie:: raoliy {C}.

radiostation:: kipt {C}.

radiostudio:: rlfmit {C}.

radiotoestel:: rao {C}.

radiozender:: strless {C; mv/rsmv= strlesses}.

rafel:: fiymtiyn {C}.

rafelen:: fiymbre {U; gst= fiymet}.

rafelig:: pih {I}.

rafeling:: (gerafelde rand) fiymbros {C}.

rafelrand:: fiymbros {C}.

raffinaderij:: (olie, suiker) fynars {C}.

raffineren:: (olie, suiker) fynare {K}.

raffinering:: (olie, suiker) fynaros {C}.

rag:: (spinrag) slf {S}.

ragfijn:: fojel {I}.

ragout:: (dikke vleessaus) Trendon-ssa {S}.

rail:: (=spoorstaaf) rels-zeff {C}.

rails:: (mv) rels {C} (enk).

raken::

  1. (=treffen) ecole {K}, qurstoxe {K}, sume {K}; het ~: qurstoxos {C};
  2. (=worden: gevolgd door add) pnze {U}; hij raakt gewond: do pnze prylt; hij raakt geheel over zijn toeren: ef pnze pn fes groft cubu; are {SX.add > ww}; (bijv) vermoeid/vermoeid raken: hmba/hmbaare;
  3. (in een bep situatie komen) de auto is van de weg geraakt: ef oto ef weg xolija-kette;
  4. (fig) ~ aan: martije {K; gst= martit}; ~ tot/in: jndre {K; gst= jnter}; ~ in (=terechtkomen in): arfinare armt {U} (fig); ~ tot (vervallen/komen tot): gre helkara {U; gst= gret}.

raket:: (projectiel) rakett {C}; [gewone] ~ (plant): rket {C} (L. Sisymbrium officinale).

rakker:: (=schelm) kle {C}.

ram:: (mnl schaap) qurk {C}, ramiy {C}; (mnl konijn) fljet {C}.

Ram:: (sterrenbeeld) Ramiy {N}, Arjes {N}.

ramen:: (=schatten) njame {K; vdw= nja}.

raming:: njamos {C}.

rammelaar:: (voor baby's) prrer {C}.

rammelen:: (geluid voortbrengend) lrde {U}; (snel heen en weer bewegen) prre {K}; mijn maag rammelt van de honger (ik heb ontzettende trek): gress lartavy veldurtiyse {S}.

rammenas:: doffiy-radie {C}.

ramp:: nocmes {C}; (slag) jftiy {A; mv=enk}; als er een ~ gebeurt: tildyrami; tot overmaat van ~: luft ef nert hgypalelira nocmes.

rampzalig:: (=ellendig) mimiy {I; [mv=enk]}.

rand::

  1. (lett: kader ergens omheen) hm {C};
  2. (bovenkant v emmer; duidelijke afgrenzing ed) brt {C}; de ~ van de vlag is gescheurd: ef brt rifo ef fl melde rftiy; tot de ~ gevuld: brt-rg {I}; over de ~ lopen (verlopen: v vloeistof; minder hevig dan klte-kura): kurabrte {K}; over de ~ stromen (verstromen: heviger dan kurabrte): klte-kura {U};
  3. (richel) brt {C}; scherpe ~: kt {C};
  4. (grens ve vlak) riyg {C}; de ~ van de stad: ef riyg rifo ef srt; (=kant) ryg {SX > c; mv= riyge}; de stads~: ef srtryg; de vier ~en/kanten van de tafel: ef fr kelbrariyge.

randgebied:: (fig) de sociologie en haar ~en: ef sooliy ur ef traiyn tiyns.

rang:: qutt {C}; hoger in ~ (bv: meerdere): vlufa {I}; hij staat hoger in ~ dan ik (hij is mijn meerdere): do melde kost vlufa veldur.

rangeerlocomotief:: rngere-frads |..je-| = rngernolac {C}.

rangeren:: (treinen) rngere |..je| {K}; het ~: rngeros {C}.

ranglijst:: (lijst) quttafiy {C}; (=rangschikking) koffos {C}.

rangnummer:: (=volgnummer) qutt-hor {C}.

rangorde:: teps {C}.

rangschikken:: (ordenen) koffe {K}.

rangschikking:: (=ranglijst) koffos {C}; (=ordening) lkibiros {C}.

rank:: (=slank) wibe {I}; log/plomp||rank/slank: kviddiy {Iid}; .

ransel:: (weitas) crt {C}.

ransuil:: hrna-ojel {C} (L. Asio otus).

rantsoen:: xat {C}, rniyk {C}; op ~ zetten: rniyke {K}.

ranzig:: (sterk: v boter) mitsiy {I; [mv=enk]}.

rap:: (=snel/ras) pf {I}.

rapen:: (v op de grond gevallen fruit/noten ed) lenabe {K}; het ~: lenabos {C}.

rapport:: rapors {C}.

rariteit:: (gek voorwerp) tratiyn {C}; (raar/vreemd voorwerp) sprp-sviba {C}.

ras::

  1. (zn) plef {C}; menselijk ~: frogrup {C}.
  2. (bv: =snel/rap) pf {I}.

rasp:: m {C}, splrk {C}.

raspen:: splrke {K}; hoeveelheid geraspt voedsel: splrkos {C}.

raspend:: ~/schrapend geluid: krgos {C}; ~ geluid maken: krge {U}.

raspsel:: splrkos {C}.

rassenhaat:: (=racisme) plef-qust {C}.

rasterwerk:: kipp {C}.

raszuiver:: plef-prltt {I}.

rat:: rmyj {C} (L. Rattus); zwarte ~: doffiy rmyj (L. R- rattus); bruine ~: miterus rmyj (L. R- norvegicus).

ratel:: (instrument) ybert {C}.

ratelaar:: (instrument) ybert {C}; (plant) nes-huron {C} (L. Rhinantus); grote ~: presr nes-huron (L. R- serotinus); kleine ~: belt nes-huron (L. R- minor).

ratelen:: yberve {U}; het ~ (geratel): ybervos {C}.

ratelpopulier:: (=esp) ps {C} (L. Populus tremula).

ratelslang:: crotalus {C}.

rationeel:: raonela {I}.

rattengif:: (=rattenkruit) rmyj-qurredla {S}, rmqur {S} (pop).

rattenkruit:: rattengif.

rauw:: (ongekookt/ongebakken) nffc {I}; (lett: geschaafde huid/pijnlijke keel; fig: gedrag) knaet {I}; (=grof: opmerking; geluid) wrt {I}.

rauwheid:: (v huid/keel/gedrag) knaetiy {C}.

ravage:: (=verwoesting) tjester {C}.

ravijn:: (=afgrond) grg {C}, wdenn {C}; sermen {C} (dl= Centraal-Liftka); zie ook Ravijnen in .

razen:: (=tieren) che {U}; (=donderen: hard v trap vallen ed) rulte {U}; ~ tegen (tekeergaan tegen): mafure n {U}.

razend:: (=woedend) st[r]kenn {I}, mafurt {I}.

razernij:: mafuros {C}.

re:: (muzieknoot) r {C}.

reactie:: reko {C}, pallewenct {Crs}; (fig: het ingaan op iemands bewering ed) pallesimuos {Ars}; als ~ op (=ingevolge): pallepainelira {VZ}; een ~ op iets: eft reko kaf flaju; antwoord.

reactionair::

  1. (zn: persoon) palleer {Crs};
  2. (bv) palletiy {I}.

reageren::

  1. (alg) reagere |..je| {K}; impulsief ~ (een bevlieging hebben): verkate {E};
  2. ~ op: pallesimue {K}, pallewencate {K}; (op een reactie) pallepallesimue {K}; A geeft een reactie op B's artikel en B reageert op A's reactie: A kette eft pallesimuos kaf B-ex ef rtycla, ur B pallepallesimue A-ex ef pallesimuos.

realiseren::

  1. (=verwerkelijken) realisere |..je| {K}; een doel ~ (halen): ef te eft pijfty;
  2. zich ~: ([plotseling] bedenken) telstje {Kpr; gst= telst; wst= telst; vdw= telsen}; (zich bewust zijn van) zrftje {K; gst= zrft; wst= zrft}.

realisering:: (het zich realiseren) telstjos {A}.

realistisch:: realistise {I}; (met beide benen op de grond) kafsompelira {I}.

realiteit:: crulabos {A}; de ~ onder ogen zien: crulabe {U}; hij verliest de ~ uit het oog: ef crulabosz vende mip ef eits rifo do.

rebel:: (=oproerling) kestkoldrer |..sk..| {C}.

rebels:: kestkoldrelira {I}.

recalcitrant:: ~/onwillig zijn (tegen de draad): tygtjare {U}.

recensent:: quzrzerfafer {C}.

recenseren:: (recensie schrijven over) quzrzerfafiye {K}.

recensie:: quzrzerfafiy {C}; ~ schrijven over (recenseren): quzrzerfafiye {K}.

recensie-exemplaar:: (boek om te bespreken) tyre-eksemplar {C}.

recent:: (=onlangs) resent {I}; (vd laatste datum) datumas-kleter {I}.

recept:: (spijzen) resepp {C}; (voor medicijn) tygtjastint {C}; een ~ voor een medicijn: eft tygtjastint kura eft toraniefa; zie ook Recepten in .

receptie:: (ontvangstbalie: in hotel ed) kettaros {C}; (feestelijke bijeenkomst) klunt {C}, fartos-fes {C}.

rechercheur:: pipgvrcer {C}.

recht::

  1. (zn) rigt {C}; (alle wetsregels bij elkaar) rigteren {C}; (rechtsgeleerdheid; rechtsregels) inchos {A}; ~ geven op: inchekette furt {U}; ~ hebben om: inchare {K}; ~ hebben op: lrigte {K}; (bijv een subsidie) inchare {K}; het ~ hebben op: ef giffe fes ef kjesafiy furt; tot [zijn] ~ komen: lajjefe {E}; met ~ (terecht; met rede): yffjre |wff..| {III}; ~ van opstal: ykelbare-rigt {C}; in ~e optreden: ktere fes rigt ur inchos (jur); hij heeft het ~ om een schutting om zijn tuin te zetten: do inchare ef srtos enn eft rbest kest sener arbe; rechten.
  2. (bv) (niet krom) krono {I}; (niet scheef) mn {I}; ~ toe recht aan; ~ op de man af: pij ; ~ toe recht aan (zonder omwegen; radicaal): ofprg {I}; hij kijkt ~ in de lens: do zerfe ef lense.

rechtbank:: (=gerecht) rigtsrt {C}; militaire ~: militarr-korsamen {C}.

rechtdoor:: (=rechtstreeks) colafesiy {I}.

rechten:: ~[studie]: rigt {C}; (aan de overheid te betalen, wegens gebruik v voorzieningen, zoals rioolrechten) tx {C}.

rechter::

  1. (zn: persoon die recht spreekt) rigttatjen {C} (met nadruk op de persoon), dekeniy {C} (ook abstract); de ~ inschakelen: ef fesjikate ef dekeniy (NIET: ef rigttjen).
  2. (bv: rechts) rikbi {I} (afk= rk. of rbi.).

rechterhand:: kette-hent {C}.

rechterkant:: rikbi {Cef}; aan de ~: kaf ef rikbi.

rechterlijk:: ~e macht: rigt-pr {SC}.

rechteroever:: (de oever aan je rechterhand als je stroomafwaarts kijkt) px-rivo {C}.

rechterzijde:: rechterkant.

rechthoek:: verlaf {C}.

rechthoekig:: koerniy {I}, ekaiy {I}.

rechtlijnig:: (fig) direcc-sompiy {I}.

rechtmatig:: wakklats {I}.

rechtmatigheid:: wakklats {Aef}.

rechtop:: (overeind) kronme {I}; ~ staan (lett: opgericht zijn): ykelbe {U}; ~ zetten (lett: oprichten): ykelbare {K}.

rechts:: (rechter) rikbi {I} (afk= rk. of rbi.); ~ van: rikbi armt; van ~ naar links: ja rikbi rilko; van ~ naar links en weer terug [slingerend]: rikbibi {I}.

rechtsgeleerde:: (=jurist) incher {C}, rigter {C}.

rechtsgeleerdheid:: (=recht) inchos {A}.

rechtsom:: rikbite {III}.

rechtspraak:: rigtt {C}; zie ook Rechtspraak in .

rechtspreken:: rigtte {U}, inche {U}; het ~ (dat wat er tijdens de rigtt gebeurt): rigttos {A}.

rechtsregels:: (rechtsgeleerdheid) inchos {A}.

rechtstandig:: (=loodrecht) mnkronme {I}.

rechtstreeks:: (=direct) direcc {I}; (=rechtdoor) colafesiy {I}, bt {I}; (=onmiddellijk: ergens heen gaan) bt {I}.

rechtszaak:: (=geding) baxes {C}.

rechtszetel:: (plaats met kantongerecht) rigtsrt {C}; zie ook Rechtszetels in .

rechttoe:: ~ rechtaan: recht B.

rechtuit:: (fig: =ronduit) m ulnos {C}.

rechtvaardig:: rigti = rigtioh {I}; rechtvaardig||onrechtvaardig: konae {Iid}; .

rechtvaardigen:: (wettigen) kafmonslenpe {K}; zichzelf ~d: quandro-kafmonslenpelira {I}.

rechtvaardigheid:: rigtess {SC; mv/rsmv= rigtesses}.

rechtvaardiging:: (wettiging) kafmonslenpos {A}.

recidivist:: (misdadiger die in herhaling valt) ns-glnt {C}.

reciteren:: (opzeggen: v les/gedicht) muxare {K}.

reclame:: reklme {C}.

reclamebelasting:: (in Spok: wordt geheven op het maken v buitenreclame in het algemeen) reklme-tx {C}; .

reclameren:: iets ~: ef qugle rhap luft flaju.

record:: sgns {C}.

recreatie:: rekreao {C}.

recreatiegebied:: (parkachtig gebied bij een stad, met water, bos, speelweiden ed) jola-fort-are {C; rs= ..-aret}.

recreatiepark:: (pretpark: met kermis ed) nefr {C}.

rector:: (v academie/klooster) qufaer {C}; (schoolhoofd) kolesnurp {C}.

recyclage:: recycling.

recyclen:: resyclere |..je| {K}, kafchoe-trt {K}.

recycleren:: recyclen.

recycling:: resycleros {C}, kafchoos-trt {C}.

redacteur:: redkterr {C} (afk= red.).

redactie:: redko {C} (afk= red.); onder ~ van: fes redko rifo.

redactioneel:: redkonela {I}.

reddeloos:: net-otfa {I}; niet ~ [verloren] (te redden): otfa {I}.

redden:: otfe {K; gst= ott}; te ~ (niet reddeloos verloren): otfa {I}.

redding:: otfos {C}.

reddingsboot:: moplariy-kar {C}, Flesstka {C/N} (pop/iro).

reddingsgordel:: moplariy-bent {C}.

rede::

  1. (toespraak) spe {C}, quariy {C; mv= quarest}; een ~ houden: ef paine eft quariy; in de ~ vallen: idemuxe {K}; bruusk in de ~ vallen: mite {K}; het in de ~ vallen: mitos {C}; persoon die anderen [altijd] in de ~ valt: miter {C};
  2. (=denkvermogen) rat {C}; met ~ (terecht; met recht): iyziy {I; [mv=enk]}, yffjre |wff..| {III}.

redelijk:: (volgens de rede) rat-p {I}; (=billijk) kvmpaj {I}; (niet goed en niet slecht) yff |wff| {I}; het lijkt ~ weer: ef loke yff wnzol.

redelijkerwijs:: ~ gesproken (menselijkerwijs): iyter-molaiy {III; [mv=enk]} (afk= i.m.).

redelijkheid:: (=billijkheid) kvmpajos {A}; hij is niet tot ~ te brengen: do yntaje sener nekvmpaj morises.

redeloos:: rat-velp {I}.

reden:: baso {C}; om een of andere ~: fes serten baso; ~ genoeg voor hem om niet te komen: hles basos armt do, den nert arfine; om ... ~en: furt ... basos; om ~ van; de ~ is: basoiy {I}; verontschuldigende ~ (excuus): natumt-baso {C}; een ~ hebben om (gemotiveerd zijn om): ilace beri/den {U}; om de simpele ~ dat ...: yargeloh ef simpla baso, ...lira (of den ...); om welke ~ ... (= waarom): yargeloh folarra baso ...; met [goede] ~: lef eft baso; [niet] zonder ~: [nert] m baso.

redenaar:: quariyter {C}.

redeneren:: kvmpe {U}.

redenering:: kvmpos {C}.

reder:: (v schepen) dreumnater {C}.

rederij:: (=rederskantoor) njebopiy-buro {C}; zie ook Rederijen in .

rederskantoor:: (=rederij) njebopiy-buro {C}.

redmiddel:: otfe-tiyn {C}.

reduceren:: ~ [tot]: redusere [tukst] |..je| {K}.

reductie:: reduko {C}.

reduplicatie:: redupliseros {C}.

redupliceren:: reduplisere |..je| {K}.

ree:: (ntr) r {C} (L. Capreolus capreolus); (mnl: =reebok) liyts {C; mv= liytsa}; rter {C} (jagersterm); (vrw: =reegeit) d {C}; (jong: =reekalf) [r-]fulf {C}.

reebok::

  1. (mnl ree) liyts {C; mv= liytsa}; rter {C} (jagersterm);
  2. (antiloop) antelopiy {C}.

reeds:: (=al) pip {III}, rif'al {III} (arch/dl= Centraal-Berref); nu ~ (=nu al): ralpip {III}.

reel:: reela |rewela| {I}; (nuchter/met realiteitszin) kponmiypiy {I}.

reegeit:: (vrw ree) d {C}.

reekalf:: (ntr: jonge ree) [r-]fulf {C}.

reeks:: (=rij) qutva {C}, brft {C} (dl= Peg); (=serie) reks {C}.

reep::

  1. (alg) (band, strook) bent {C}, bjelt {C};
  2. (=strook/strip) (v papier ed) ryf {C}; (v metaal/plastic ed) ryfa {C};
  3. (=baan) (v textiel) l {C};
  4. (=plak) (chocola ed) table {C}; ~ chocolade: ocla-table {C}.

reet::

  1. (=kier/spleet) ajer {C};
  2. (=kont) brs {C} (pop), stgt {C} (pej), xk {C} (vulg).

referendum:: (=volksstemming) referendym {C} (in Spok een gebruikelijk middel voor politieke beslissingen; of liever gezegd, als de politiek zelf geen beslissing kan/wil nemen).

referentie:: (=verwijzing) wios {C}.

refereren:: ~ aan: wie {K}.

reflexief:: (taalk: =wederkerend) quandroiy {I}.

reformeren:: reformere |..je| {K}.

reformisme:: (streven naar hervorming) reformesmiy {C}.

refrein:: tiner {C}; (in een traditioneel Spok vers) driycah {C}.

regeerakkoord:: rtness-lu'ettos {A} ([globale] afspraken die aankomende ministers bij de kabinetsformatie met elkaar maken over het te voeren beleid).

regeerder:: tangrt {C}.

regel::

  1. (=voorschrift) vlass {C; mv= vlassa}, regliss {C; mv= reglie}; de ~s opvolgen: reglisse {E}; hier gaat alles volgens de ~s: kusami eft heft melde; dat is tegen de ~s/etiquette! (dat hoort niet!): zafts melde kiriyk!; volgens de ~s der natuur (wetmatig): arala {I}; als ~ (gewoonlijk): hito {I}; zie ook Regels en wetten in ;
  2. (orde[ning]) vlazzos {C}, hyder {C} (arch/poe);
  3. (in gedicht) seg {C}.

regelaar:: (persoon die regelt) reglatjen {C}; (werktuig) regloi {C; rs= regloe}.

regelen:: (=organiseren) vlazze {K}; (regels geven) regle {K; gst= regg}; (=stellen) xuriyme {K}.

regelgeving:: wetgeving.

regeling:: xuriymos {C}; (het regels-geven) reglos {C}; (=ordening) vlazzos {C}.

regelmaat:: (v leven) smoter {A; mv=enk}; (=orde) petsquts {C}.

regelmatig:: (=gelijkmatig)

  1. (alg: niet afwijkend ve regel/gewoonte) reglefort {I}, rlikjakarsiy {I};
  2. (v oppervlak) rlikjaiy {I};
  3. (v tijd) rlikfortiy {I}, reglefort {I};
  4. (v leven: zonder veel opwinding; v gezicht: met ~e trekken) smotiy {I; [mv=enk]}; een ~/saai leven: eft ritmise poiros;
  5. (=geregeld; met vaste tussenpozen terugkerend) kaf forts {III}.

regelrecht:: (=rechtstreeks) colafesiy {I}.

regen:: bidalos {S}; bij ~: lf ef bidalos; in geval van ~: bidalami {I}; in geval van ~ gaat het feest niet door: eft bidalami fenta sen nert wencate; zure ~: asittbidalos (asittbidalsta) {C}; (sprkw) van de ~ in de drup komen: ef arfine mip ef uokk fes ef flecs.

regenachtig:: bidal {I}.

regenboog:: avyro-rc {C}.

regenboogforel:: avyro-rc-drt {C} (L. Salmo gairdneri).

regenbui:: gura {C}.

regenen:: bidale {E}; hard ~ (hozen): tiyste {U}; mocht het gaan ~ (in geval van regen): bidalami {I}; mocht het gaan ~, dan gaat het feest niet door: eft bidalami fenta sen nert wencate.

regenjas:: bidale-kas {C}.

regenpijp:: jrm-jns {C}.

regenscherm:: (=paraplu) lagitofidal {C}; lada {C} (pop).

regent:: (regnt: =bestuurder) lydatjen {C}.

regenval:: tobidalos {C}.

regenwater:: bidale-knurfel {S}.

regenworm:: kles-fer {C} (bep soort: L. Allolophora longa); blauwe ~: blotter fer {C} (L. Octolasium cyaneum); rode ~: mindefit fer {C} (L. Lumbricus rubellus); grote ~: bidale-fer {C} (L. Lumbricus terrestris).

regenwulp:: hardlap-piti {C; mv= ..-pitiye} (L. Numenius phaeopus).

regeren:: tangodame {U}.

regering:: (=bewind) tangodm {SC}; met afgezette ~ (regeringsloos): flepsa {I}; de ~-Obama: ef Obama-tangodm.

regeringsgebouw:: tangotsrt {C}.

regeringsloos:: (met afgezette regering) flepsa {I}.

regie:: vlazzos {C}.

regio:: manta {C} (vaak in een samenstelling met een nadere geografische bepaling: ef Tsjok-manta: de Tsjok-regio); landstreek.

regionaal:: distrykalo {I} (kan ook verwijzen naar een Spok distrycc, met nadruk op het bestuur ervan).

regisseren:: vlazze {K}.

regisseur:: vlazzatjen {C}.

register:: (v orgel; taalk) register {C}; (=catalogus) ram {C}, ram = am {SX.c > c}.

registratie:: rchiysos {C}.

registreren:: rchiyse {K; vdw= rchiys}.

reglement:: (alg: regels) toregliss {C}; (statuut/verordening) tukstblaffos |..ksbl..| {C}.

rehabilitatie:: rehabilitao {C}.

rehabiliteren:: rehabilitere |..je| {K}.

rei:: (koor: zanggroep) lmpa {C}.

reiger:: ocantm {C} (in Spok ihb rode reiger: L. Ardea rubida); [blauwe] ~: ryje {C} (L. Ardea cinerea).

reigersbek:: gewone ~: [presr] ryje-snebbe {C} (L. Erodium cicutarium).

reiken:: ~ tot (zich uitstrekken tot): lfe {K}; het gordijn reikt vanaf het plafond tot (aan) de plint: ef leja lfe ef flor-lnt rempe ef tlafo; het reikt van A tot B: ef lfe rempe A hiycce B (altijd rempe en hiycce, nooit trk of resultatief).

reikhalzen:: ~ naar: luftubere {K}.

reikwijdte:: lfos {A}.

reilen:: het ~ en zeilen: ef vergos ur upk; zoals het reilt en zeilt: fes ef vergos ur upk.

rein:: (=schoon) clenn {I}; (=proper) ming {I}; (=louter/onbedorven) prltt {I}.

reinheid:: (=properheid) minga {C}.

reinigen:: (=schoonmaken) minge {K}; chemisch ~ (stomen): gemislukte {K}.

reiniging:: mingos {C}.

reinigingsdienst:: minge-harbos {A}.

reis:: (alg) tupplip {C}; kort ~je (uitstapje): belt-tupplip {C}; (tocht te paard) phatos {C}; enkele ~: (alleen heenreis) rt {Cef}; (treinkaartje alleen geldig voor de heenreis) rt {Cef}, henn ({Cef}; een enkele ~ Hirdo: eft rt furt Hirdo; goede ~! (vaarwel!: klassieke afscheidswens): eft hupster poh lef kbo!; voorbereidingen voor een ~: kotupplip {C}; voorbereidingen voor je ~ maken: ef melde fes ef kotupplip; op ~ gaan: ef vende fes tupplip.

reisbureau:: tupplipofiss {C; mv= tupplipofiser}.

reisdeken:: (=plaid) ple {C}.

reisdevies:: reisdeviezen: tupplipe-fespildsta {Cmv}.

reisdoel:: (=bestemming) destinao {C}, poh-col {C; mv= ..-cle}.

reisgenoot:: tupplip-ralaer {C}.

reisgids:: (boek) nuppit {C}; (persoon) giyt {C}.

reiskosten:: tupplip-pecc {C}.

reisverzekering:: tupplip-insrnsos {A}.

reizen:: (alg) tupplipe {E}; (per schip) karte {U}; (trekken: te voet) sle {U}; te paard ~ (met een paard rondtrekken): phate {U}.

reiziger:: (alg) tuppliper {C}; (op schip) karter {C}; (te voet) sler {C}; (te paard) phater {C}.

rek:: (=rooster) rc {C; mv= rec}; (elk voorwerp dat uit een soort traliewerk bestaat) wochos {C}; (boekenrek) kronm {C}; (veerkracht) gvnar {C}.

rekbaar:: (lett: elastisch) olijatt {I}; (fig: op veel manieren uit te leggen) pertpryl {I}; een ~ begrip: eft pertpryl xros.

rekbaarheid:: (lett: elasticiteit) olijatiy {C}.

rekel:: (mnl vos) zlga {C}; (mnl wolf) milbo {C}.

rekenen:: note {U}; het ~: notos {C}; opnieuw ~ (narekenen omdat het zeker is dat de berekening niet klopt): note-kaf {K}; ~ op/met: lahje {K; gst= lahs of laht}; ~ tot: quppe n {K} (n is dt/vz); in de statistieken wordt de veeteelt tot de industrie gerekend: fes ef statistiycs blul quppelije ef fa'ileld n ef fabrokaliyto; zie ook Rekenen in .

rekenfout:: note-fotel {C}.

rekening:: (=nota/factuur) nota {C}, fesnotos {C}; (het rekenen) notos {C}; in ~ brengen: ef srte lo notos; ~ houden met: yte {K}; de kosten zijn voor uw ~: ef pecc melde furt gert nota; het is/komt voor ~ van Jn: ef melde furt Jnex ef nota (lett/fig).

rekenkundig:: note-zintes {I}.

rekenopdracht:: ([rekenkundig] vraagstuk) note-xafolla {C}.

rekenschap:: zich ~ geven van: lalve furt {U}.

rekken:: olije {K; gst= olit}; (uit~; langer maken) gvnare {K}; de tijd ~: ef miptrekke forts.

rekking:: (lett) olijos {C}.

rekruut:: (aankomend soldaat) jzger {C}.

rekstok:: ufne-zor {C}.

rel:: (=oploop/opschudding; alg) lav {C}; wast {C; mv= wste}; grote ~ (=opstand/opschudding, ook politiek): rel {C}; ~letje (=opstootje/straatruzie): pla {C}, trert {C} (pop); ~ schoppen: ef tesemre plas; op ~len belust (=opstandig): reliy {I}.

relaas:: (=verhaal) stors {C; mv= storsa}.

relais:: (elektrische schakeling) reless {C; mv/rsmv= relesses}.

relateren:: ~ aan: cijazare n {K}; gerelateerd zijn aan: cijaze n {U}.

relatie:: relao {C}; (=betrekking) cijazutos {A}; een ~ tussen A en B: eft relao jen A jen B.

relatief:: cijazut {I}; cijazut- {PX}; (verhoudingsgewijs) glistippiy {III}; er is ~ veel vraag naar aardbeien: ef mentusars giffe glistippiym pert fes ef linnos; hij is ~ rijk: do melde cijazut-ielba.

relativiteitszin:: relativitiy-centos {C}.

relaxed:: (ontspannen) pps {I}.

relevant:: (=betekenisvol) istjo {I}.

relevantie:: cstierpse {Aef}.

relif:: jekos {C}.

reliekschrijn:: (Erg) urt {C}.

religie:: (=godsdienst) religio {C}; zie ook Religie in .

religieus:: (=godsdienstig) religiela {I}.

relikwie:: reliciy {C}; (Erg) iylft {C}.

reling:: (op schip) tobar {C}, vnts {C; mv= vntsa}.

relletje:: rel.

relmuis:: glisse {C} (L. Glis glis).

relschopper:: pla-baer {C}.

rem:: prams {C}.

rembours:: trofiy-nakaftos {C} (afk= tro/na); trona {C} (spr); iets onder ~ verzenden: ef zlbinase flaju luft trofiy-nakaftos (luft tro/na) = ef zlbinase flaju fara trofiy-nakaftos (f/tn).

remise:: (loods) gara |gAra/garA| {C; mv= garaes}; (bij schaken) festmer {C}.

remlicht:: (=stoplicht: achterop auto) stptat {C}, pramstat {C}.

remmen:: pramse {K}.

remming:: (lett) pramsos {C}; (fig) xfu {SC}.

ren:: (voor kippen) noji {C}; (het rennen) zylos {C}.

renbaan:: zyle-vliy {C}, zyle-lirrotiy {C}.

rendabel:: zutelira {I}; ~ maken (exploiteren/ontginnen): opjge {K; vdw= opjg}.

rendement:: (nuttig effect) iyc-quglos {A}; (=winst) quamp {C}.

rendier:: (mnl/ntr) rn {C} (L. Rangifer tarandus); (vrw) rna {C}.

rendiermos:: rn-kles {S} (ihb: L. Cladonia rangiferina).

rennen:: (sneller dan frajjae = hardlopen) frajjaare {U}; (=hollen; v mensen) inue (nue) {E; gst= inut (nut)}; (zeer snel; ook v dieren) zyle {E}; het ~ (ren): zylos {C}.

renoveren:: ns-kletere {K}.

renpaard:: ver {C}.

rensport:: zyle-sport {C}.

rente:: (=interest) rente {C}.

reorganisatie:: ns-rganisao {C}.

reorganiseren:: ns-rganisere |..je| {K}.

reparateur:: nier {C}.

reparatie:: (lett: =herstel) nios {C}, reparao {C}.

repareren:: (alg: =herstellen) nie {K; gst= nit}, reparere |..je| {K}; (=maken/herstellen) riffe {K} (spr); het ~: reparao {C}.

repel:: (=vlaskam) drtj {C}.

repertoire:: meggafiy {C}.

repeteren:: repetere |..je| {K}; (instuderen: toneel ed) jymazzje {K; gst= jymazss}.

repetitie:: repetio {C}; (toneel ed) jymazzjos {C}; generale ~: mennmerros {Crs}.

repliek:: quzr-kratiyn {C}.

reportage:: (vrnl op tv ed) reprta |reprta/reprtA| {C; mv= reprtaes}; (=verslag) fi'onos {C}.

reporter:: (=verslaggever) fi'onatjen {C}.

reppen:: ~ over/van iets tegen iemand: lpjle flaju n rast {K}.

reproduceren:: reprodusere |..je| {K}.

reproductie:: reproduko {C}; (afdruk) kabitiyn {C}; (v schilderij) platiranu-tjefos {C}.

reptiel:: blacroer {C}.

republiek:: republic {C}.

Republikein:: Republicer {C} (in Amerika).

republikeins:: republiciy {I}.

reputatie:: reputao {C}; (=vermaardheid) yell |well| {C}; goede ~/naam: ozzp {C}; een goede ~ hebben: ozzpe {U}; slechte ~/naam: ngos {A}; een slechte ~ hebben: nge {U}; in ~ achteruitgaan (verlopen): tiympe {U}; verlies van ~ (verloop/achteruitgang): tiympos {A}; zijn ~ verliezen: ef perde ef yell.

reseda:: [wilde] ~: reseda {C} (L. Reseda lutea).

reserve:: (=noodvoorraad) sagag {S}; (=reserveonderdeel) que-parte {C}; (in sport) quer {C}; (voorbehoud) reserf {SC}; in ~ houden: xlacate {K}; onder ~ (onder voorbehoud): lef ns-miypos {A}.

reservefonds:: pkolsmurf {S}.

reserveonderdeel:: que-parte {C}.

reserveren:: reservere |..je| {K}; (=bespreken) kaffane {K}; de minister heeft 15.000 herco gereserveerd voor ...: ef menester 15.000 herco kaffane furt ....

reservering:: reservao {C}; (=bespreking) kaffanos {C}.

reservewiel:: que-trch {C}.

reservoir:: wencater {C}; (=tank) tenk {C}.

resetknop:: (op computer ed) nie-cn {C}.

resetten:: (v computer ed) nie {K; gst= nit}.

residentie:: resideno {C}.

respect:: respecc {SC}.

respectabel:: respekteramiy {I}.

respecteren:: respektere |..je| {K}.

respectievelijk:: arfinelira {II} (afk= a/lira); respekteffiy {I; [mv=enk]}.

respectvol:: respecciy {I}.

ressorteren:: ~ onder: rylare {K}; het dorp Kverdehille ressorteert onder de gemeente Amahagge: ef zeces Kverdehille rylare ef zomar Amahagge.

rest:: (wat over[ig] is) lak {C}; de ~ van (overig): lakiy {I}; voor de ~ (verder, overigens): furt ef lak (spr).

restant:: (overschot) lakos {C}; (overgehouden voorraad) lak-jzooos {C}; (wat nog betaald moet worden) blefchy {Aef}.

restaurant:: (in stad) lurfel {C}; (herberg [buiten de stad], vaak met pensionaccommodatie) pntel {C}; hij heeft in het ~ De Drie Torens gegeten: do larda fes ef Ef Dur Tarisz-lurfel (let op het dubbele lw!); zie ook Restaurants in .

restauratie:: (v gebouwen/oude kunst) poerteros {A}.

restauratiewagen:: (in trein) leferaknolac {C}.

restaureren:: (v gebouwen/oude kunst) poertere {K}.

resten:: ons rest nog de vraag: ef linnos lake velk n kirro; nu rest de vraag ...: ral ef linnos kurame ....

resteren:: (over zijn) lake {U}.

resterend:: (overig) nexizjiy {I}.

restitutie:: (=teruggaaf) noftatos-trt {C}; voor fiscale termen, zie .

restrictie:: fesbindos {A}.

restrictief: (v beleid) fesbindelira {I}.

resultaat:: njamos {C}, resultt {C}.

resultatief:: (taalk) resultativiy {C}; .

RESULTATIEF VAN ENKELVOUDIGE SUBSTANTIEVEN
eindigend op
(beginnend met)
variabel accent gefixeerd accent
monosyllabisch polysyllabisch
Fonetisch uitgangspunt
-V
-VV(V)
-V'V
-C
-CC(C)
-h
-r
-rC
-x
-Cx
-ch
-Cch
-Ve *


-2Ce *
-CC(C)e *
-he
-re
-rCe
-xe *
-Cxe
-che
-Cche
-Ve *
SN *
-V'Ve
-2C *
-2CC(C) *
-he
-re
-rCe
-xe *
-Cxe of -2Cx
-che
-Cche of -2Cch
-Ve *
SN *
-V'Ve
-Ce *
-CC(C)e *
-he
-re
-rCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
Syntactisch uitgangspunt
-os
(menn-)
(palle-)
(pazzo-)
-liy
-Viy nom.
-Va fem.
(to-)-V
(n-)-Ve
PG syll.m/n
PG -n
-ot








-t
-ot



-liyt
-
-Vat
(to-)-Ve
(n-)-Vte
-t
-ot
-
-
-
-liyt
-
-Vat
(to-)-Ve
(n-)-Vte
-t
-
-VV(V)eindigend op twee of meer vocalen
-V'Veindigend op vocaalglottisslagvocaal
-CC(C)eindigend op twee of meer consonanten
-2Cconsonantverdubbeling
-eparagogische e (klinkt als schwa; voorafgaande vocaal lang)
-esuffix -e
*relevant voor rs-vorming v zn'n met onregelmatig meervoud (zie ook schema hieronder)
behoudens de uitzonderingen die ongemarkeerd blijven (SN)
behoudens de uitzonderingen die (anders) gemarkeerd zijn (SN)
abstr zn'n blijven ongemarkeerd ()
SNvoor onregelmatige vormen, zie desbetreffende lemma's in Spokaans-Nederlandse deel van Dictio
-ongemarkeerd
nom.nominalisatie v add'n
fem.feminiserend
PGPegrevische leenwoorden

RESULTATIEF VAN MEERVOUDIGE SUBSTANTIEVEN
eindigend op concr.subst.n abstr.subst.n
-s (hoofdregel)
-es
-sta
-aa
-cet
-set
-sz
-C fem.
-V fem.
FR -aes
-
-osz
onregelmatig mv op -s
overig onregelm. mv
-ses

-stat
-aat
-ceste
-seste
-ste
-Ce
-Ve
-aeste of -aese


-ses
ZIE ENKELVOUD
-set
-eset of -et








-s
-oste

ZIE ENKELVOUD
behoudens de uitzonderingen, zie desbetreffende lemma's (SN)
SNvoor onregelmatige vormen, zie desbetreffende lemma's in Spokaans-Nederlandse deel van Dictio
-ongemarkeerd
fem.feminiserend
FRFranse leenwoorden op -age in het Frans
ZIE ENKELVOUD
De res.vorming van onregelmatige mv'n is identiek aan de rs-vorming van enkelvoudige zn'n: zie schema hierboven, waarin de met * gemarkeerde gevallen relevant zijn voor de rs-vorming van zn'n met een onregelmatig mv.

RESULTATIEF VAN ADDITIEVEN
eindigend op
(beginnend met)
variabel accent gefixeerd accent
monosyllabisch polysyllabisch
Fonetisch uitgangspunt
-V
-VV(V)
-V'V
-C
-CC(C)
-h
-r
-rC
-x
-Cx
-ch
-Cch
-Ve


-2Ce
-CC(C)e
-he
-re
-rCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
-Ve
-te
-V'Ve
-2C
-2CC(C)
-he
-re
-rCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
-Ve
-te
-V'Ve
-Ce
-CC(C)e
-he
-re
-rCe
-xe
-Cxe
-che
-Cche
Syntactisch uitgangspunt
-att add.ww.
-lira lex.
(nert +)-'kurre
-er
-ine
-Viy add.ww.
(te-)-Ve
(te-)-Va
cat.III
geogr.naam
(plt-)
(us[e]-)
-ott
-te
met redpl.








-
-





-lirat

-ert (-erte*)
-inet (-inete*)
-Vte
(te-)-Vte
(te-)-Vte
-
-
-
-

-
-
-attiy (-atte*)
-lirat
-'kurrete
-erte (-ert*)
-inete (-inet*)
-Vte
(te-)-Vte
(te-)-Vte
-
-
-
-
-
-
-
-VV(V)eindigend op twee of meer vocalen
-V'Veindigend op vocaalglottisslagvocaal
-CC(C)eindigend op twee of meer consonanten
-2Cconsonantverdubbeling
-eparagogische e (klinkt als schwa; voorafgaande vocaal lang)
-esuffix -e
*spreektaalvorm
-geen resultatief
add.ww.additivering van ww'n
add.zn.additivering van zn'n
lex.gelexicaliseerd vdw

retour:: (=terug) trt {III}.

retourbiljet:: (=retourtje) henntrt {Cef} (afk= h/t), tert {C}.

retourneren:: (=terugzenden) zlbinase-trt {K}.

retournering:: (=terugzending) zlbinasos-trt {A}.

retourtje:: (=retourbiljet) henntrt {Cef} (afk= h/t), tert {C}.

reu:: (mnl hond) hst {C}; (gecastreerde hond) prlt {C}.

reuk:: (geur) zviylfos {A}; (=reukzin) zviylf {C}.

reukgras:: ardef-kles {S} (L. Anthoxanthum odoratum).

reukloos:: mrg {I}.

reukstof:: (essence) ls-izardos {C}.

reukwater:: ardef-knurfel {S}.

reukzin:: zviylf {C}.

reumatiek:: rumatiyc {C}.

reumatologie:: rumatoliy {C}.

Runion:: Reunin {G}.

Runions:: (bv) reunin {IIef}; ~e man: Reuniny {Cef}; ~e vrouw: Reunina {Cef}.

reus:: frcc {C}.

reusachtig:: ~ [groot] (kolossaal): gran-hupster {I}; (immens) frcciy {I}; ~ groot (onmeetbaar): nert quimetselira {I}.

reutelen:: cnure {U}.

reuzel:: zvuk {S}; mijts {S} (dl= Cheetuc).

reuzenhaai:: haje-draca {C} (L. Cetorhinus maximus).

reuzenhoutwesp:: hupster crot-vna {C} (L. Urocerus gigas).

reuzenkluifjeszwam:: o'icr stiyjp-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Gyromitra gigas).

reuzenknotszwam:: mitraquf {C} (L. Clavariadelphus pistillaris).

reuzenpaardestaart:: (plant) kea reve-esa {C} (L. Equisetum telmateia).

reuzenstropharia:: roodbruine ~ (paddenstoel): Plsten-rafeo {C; rs= ..-rafette} (L. Stropharia rugosoannulata).

reuzenzilverspar:: frcc-le {C} (L. Abies grandis).

revalidatiecentrum:: nerkonsrt {C}.

revalidatiekliniek:: nerkonsrt {C}.

revaluatie:: smurfpjaqurros {A}.

revalueren:: ef kette smurfpjaqurriy {I}.

revers:: ozrtiy {C}.

revisionisme:: (socialistisch streven naar Evolutie geen REvolutie) revionesmiy {C}.

revival:: ns-poiros {A}.

revolutie:: (vrnl politiek) revoluo {C}.

revolutionair:: (zn: persoon) grequglatjen {C}; (bv) grequgler {I}.

revolver:: grerefjns {C}; (=pistool) refjns {C}.

revue:: revu {C}.

Rhne:: Ronn {G}.

riant:: stjech {I}.

rib:: (in borstkas; ribstuk/kotelet) rebbe {C}; zwevende ~: nefrebbe {C}; (v kubus) kt {C}; (v schip) krum {C}.

ribbel:: zryn {C}.

ribfluweel:: zryn-manceste {Sef}; van ~ gemaakt (ribfluwelen): zryn-manceste {I}; fluwelen.

ribstuk:: (=kotelet) rebbe {C}.

richel:: (=rand) brt {C}; rand.

richten::

  1. (alg: in een rechte lijn/bepaalde richting brengen) loine {K}; langzaam te gronde ~/doen gaan: lfesype (lfsype) {K};
  2. (plaatsen/stellen/regelen/rechtmaken) xuriyme {K}; het ~: xuriymos {C};
  3. ~ [op] (op een doel: v geweer/aandacht ed): lone [kaf] {K}; het ~: lonos {C};
  4. ~ [aan] (v brief/woord): kuberre [n] {K; vdw= kuberros of regelm.}; het ~ (v brief/woord): kuberros {C};
  5. (reflexief) zich ~ tot iemand: ef prap kuberre n rast {Upr}; zich ~ naar (als voorbeeld nemen): ieme {K}; we moeten ons ~ naar de omstandigheden: kirro iems ef glistiys; zich ~ op (zich concentreren op): gazete {K; vdw= gazet}.

richting::

  1. (alg) loin {C}; in alle ~en: helkara cradef loins; de globale ~; de ~ ongeveer: ef utfin loin;
  2. (waar iemand/iets vandaan komt) toffik {C}; (waar iemand/iets heen gaat) praba {C};
  3. in de ~ van: loiniy {VZ2n}; fes ef loin helkara; we lopen in de ~ van het station (maar niet met de bedoeling om ook NAAR het station te gaan): kirro farte loiniy ef garrent; hij kijkt in de ~ van mij/in mijn ~ (maar niet met de bedoeling om mij te zien): do zerfe loiniy tsil.

richtingaanwijzer:: (op auto) oto-pra {C}.

richtlijn::

  1. (lett) (mbt grond-/metselwerk) ry {C};
  2. (mbt het richten v vuurwapens) loner {C};
  3. (fig) (aanwijzing ve te volgen gedrag) ry {C}, loner {C}; (juridisch: bindend voorschrift) directeff {SC}.

richtsnoer:: (=leidraad) lyde-lft {C}; (=grondbeginsel) fyrah {SC}; (vgl ook richtlijn).

ridder:: (alg) cbln {C}.

ridderlijk:: (galant) giensta {I}.

ridderorde:: kniturt {C}, wlka {C}.

ridderzaal:: cbln-zalas {C}.

ridderzwam:: gele ~: kolai clali-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Tricholoma flavovirens); grote paarse ~: brr tre-chnt {C} (L. Lepista nuda).

rieken:: ~ naar/als: (lett/fig: ruiken naar/als) crfne lo {U}; (fig) crstyne lo {E}; dat riekt naar chantage: ef crfne lo eft ymastjof; ef crstyne lo eft ymastjof.

riem::

  1. (strook/band) lederen ~ (strook): ryf {C}; (=ceintuur) roffot {Cef}; (koppel: v leer) telc {C}.
  2. (=peddel) rozjep {C; mv= rozjep}.

riet:: (alg) ritt {S}; [gewoon] ~: zvmp-ritt {S} (L. Phragmites australis); "moeras~" (Spok rietsoort): clamia-ritt {S} (L. Phragmites palustris); van ~ gevlochten (rieten): rittiy {I}; met ~ bedekken (dak): ziyne {K}.

rietdekken:: het ~: ziynos {C}.

rieten:: (van riet gevlochten) rittiy {I}; ~ dak: ziyner {C}.

rietgans:: ritt-uas {C} (L. Anser fabalis).

rietgors:: doffiy bnt {C} (L. Emberiza schoeniclus).

rietgras:: ritt-kles {S} (L. Phalaris arundinacea).

rietstengel:: fyt {C}.

rietsuiker:: ritt-grum {S}.

rietveld:: ritt-blufk {C}; (langs oever) tue {C} (dl= Noord-Liftka).

rietvoorn:: (=ruisvoorn) rue {C}, (soms) roes {C} (L. Scardinius erythrophthalmus).

rif:: riyf {C}.

rij:: (=reeks) qutva {C}, brft {C} (dl= Peg); (=serie) reks {C}.

rijbaan:: weg-tult {C}.

rijbewijs:: ufire-kornin {C; mv= ..-kartafiy}; zie ook Rijbewijzen in .

rijbroek:: brug {C}.

rijden::

  1. (alg: mbv wielen voortbewegen) ufire {K/U}; (met nadruk op zich voortbewegen) fle {U}; heel/te hard ~ (sneller dan verwantwoord is): ufirzyle {E}; Jn/de auto rijdt slecht: Jn/ef oto ufire tild; hij rijdt terwijl hij zingt; hij zingt onder het ~ (lett "hij rijdt te zingen"): do chafoste ur ufire; ik rijd/breng Petriy's auto naar huis/thuis: gress ufire Petriyex ef oto LO fesrt; (vgl) ik rijd IN Petriy's auto naar huis: gress ufire fesrt Petriyex ef oto; Elsa rijdt Lerdu naar huis: Elsa ufire Lerdu lo fesrt; verder ~ (doorrijden): mufire {U}; af komen ~ op (aanrijden op): lufire na {U}; hij komt hard op me af~: de lufire hups na gress; het landbouwverkeer rijdt de weg kapot: ef kfsukr ufire ef mirra lo tirdus; ze zijn aan het [auto]rijden; ze zijn met de auto gekomen: ps ufirelira;
  2. ~ in/op (berijden: =besturen v auto/paard ed): ufirare {K}; ~ in (in de auto ve ander): ufire {K}; ik rijd in Lerdu's auto: gress ufire Lerduex ef oto (die auto heb ik dus te leen); zij rijdt in een blauwe Peugeot: eup ufirare blotter Peugeot;
  3. ~ op/over/door (berijden: v weg/brug/tunnel ed): lufire {K} (obj bij lufire kan GEEN rijdier/vervoermiddel zijn); de trein rijdt door/in de tunnel: ef treno lufire ef plkom = ef treno ufire mitai/nt ef plkom;
  4. ~ tegen iets aan: lufire {K}; de auto rijdt tegen de boom: ef oto lufire ef vildul; (vgl) de auto rijdt de boom omver/kapot: ef oto lufire ef vildull (rs!);
  5. ~ op (dienst hebben op): lufire {K}; deze trein rijdt niet op Gret (gaat volgens de dienstregeling niet naar Gret): dena treno nert lufire Gret;
  6. (ve schip tegen de wal) grylmde {U}.

rijdier:: rte-belp {C}; zie ook Weggebruikers in .

rijdraad:: (trein/tram) rry-drat {C}.

rijexamen:: ufire-eksm = ufire-exm |ks| {C}.

rijgen:: (kralen) sterne {K}; (met grote steken naaien) tocodre {K; gst= tocott}.

rijk::

  1. (zn) (alg) stat {C}; (ve machtig vorst) empiyr {C}.
  2. (bv)
    1. (veel geld) ielba {I}; stinkend ~: somn ielba; rijk||arm: herpsa {Iid}; ;
    2. (veel bezittingen hebbend) adoriy {I; [mv=enk]};
    3. ~ aan (vol van): peran pai {III}; ~ aan grote rivieren (rivierenrijk): kltt {I} (kan ook voor een situatie in Spok gebruikt worden); het eiland Liftka is ~ aan rivieren: Liftka melde eft kltt ileset.

rijkdom:: (veel geld) ielbajiyn {C}; (fig) monys {Cmv}; een ~ aan antieke boeken: eft monymit lef ntikiyn mimpits.

rijkelijk:: (=overvloedig) palefiy {I; [mv=enk]}; ~ voorzien van: peran pai {III}.

rijkleding:: rtmhls {C}.

rijksambtenaar:: stat-hut {C}.

rijksbegroting:: ark-ozos {C}.

rijksdaalder:: riyx-daler {C}.

rijkspolitie:: stat-polio {C}.

rijksstudietoelage:: (studiebeurs) garenta {C}.

rijkswaterstaat:: (ong) arkiffos {C} ([instantie die belast is met het] beheer v waterwegen/bruggen/sluizen/dijken ed); (als Spok overheidsinstantie, vgl Rijkswaterstaat) arkiffos {N}.

rijlaars:: pirzr {C}.

rijles:: oto-belasto {C}.

rijm:: cmlt {C}.

rijmen:: cmlte {U}.

Rijn:: Renn {G}.

rijp::

  1. (zn: bevroren water) ssk {S}.
  2. (bv)
    1. (v fruit) aziy {I; [mv=enk]}; ~ worden (rijpen: fruit ed): vere {U}; ~ doen worden (doen rijpen): verare {K}; ~ voor de sloop: yrdp {I}; na ~ beraad: mintof eft zovert jrstos; de tijd is ~ (het is zover: om iets belangrijks te gaan doen): ef fort melde aziy;
    2. rijp||onrijp: pitlo {Iid}; .

rijpaard::

  1. (alg: paard om op te rijden) nng {C};
  2. (kostbaar rijpaardenras) (grijs, soms met witte bles) mynall {C}; (bruin, oorspr uit fokkerij te Opjevu) opjever {C}.

rijpen:: (rijp worden: fruit ed) vere {U}; doen ~: verare {K}; de kazen liggen te ~: ef tosrfs lzirde ef grty; de kaas is 180 dagen gerijpt: ef blars melde 180 terrats kaf ef grty; wijn die [lang] in houten vaten is gerijpt: wein kaf ef grty.

rijpheid:: azer {C}.

rijping:: (fruit ed) veros {C}.

rijsbes:: moerasbes.

rijschool:: (auto) ufire-koles {C}; (paarden) rte-koles {C}.

rijshout:: (alg) brym {C/S}, nfdeln {S}; gevlochten ~: brym {C/S}.

rijst:: prrgy {S} (tussen 1750 en 1850 wettelijk verboden in Spok vanwege de "religieuze besmetting" v dit voedsel).

rijstebrij:: prrgy-molarriy {S}.

rijstrook:: weg-ryf {C}.

rijtuig:: (=koets) quts {C}; (bepaald soort open ~ in Peg) mortk {C}.

rijverkeer:: trch-kfs {C}; (vlgs Spok wet vallen voetgangers, rolschaatsers, ruiters en fietsers onder het "loopverkeer" = tiffug-kfs {C}).

rijzen:: (alg) crsge {U}; (deeg) rge {U}.

rijzig:: iyst {I}.

rijzweep:: kylk {C}.

rijzweepje:: kylk {C}.

rillen:: pryle {U}; het ~ (geril): prylos {C}; (=huiveren) laice {U}.

rilling:: pryl {C}; (=huivering) laicos {C}.

rimpel:: frest {C}; (=plooi) ftos {C}.

rimpelen:: (=plooien) fte {K}.

rimpelig:: (=gerimpeld) frestiy {I}; (ruw en bobbelig) sfrkiy |sr..| {I}; ~ worden (verschrompelen): orae {U}.

rimpeling:: (=plooiing) jos {C}.

ring:: (alg) riyn {C}; (=lus) plyt {C}.

ringbaard:: narbrbe {C}.

ringboleet:: gele ~: roffiy large-chnt {C} (L. Suillus grevillei).

ringelwikke:: pleko-vycc {S} (L. Vicia hirsuta).

ringmus:: urzg-helk {C} (L. Passer montanus).

ringslang:: riyn-zlako {C} (L. Natrix natrix).

ringweg:: rnter-weg {C} (om grote stad, zoals Hirdo).

rinkelen:: rencle {U; gst= renc}; de telefoon rinkelt/gaat: ef telefonos rupke.

riolering:: (alg) tojns {C}; (met nadruk op afvoer v toilet/gootsteen) tobajk {C}.

riool:: (alg: =afvoerpijp) njame-jns {C}; (met nadruk op afvoer v toilet/gootsteen) bajk {C}.

rioolheffing:: (=rioolrechten) bajk-tx {C}.

rioollucht:: bajk-mrgos {C}.

rioolrechten:: (=rioolheffing) bajk-tx {C}.

rioolwaterzuiveringsinstallatie:: (=RWZI) bajk-knurfel-reverts {C} (afk= BKR).

risico:: riskao {C}; pyrotiyos {A}; ~ nemen (wagen): pyrotiye {K}; op eigen ~: furt sener dres riskao/riskaa (mv indien gerefereerd wordt aan meerdere personen).

riskant:: riskabliy {I}.

riskeren:: (=wagen) riskere |..je| {K}.

rit:: (alg: tocht) poh {C}; (tocht te paard) plep {C}, spujos {C} (dl= Centraal-Berref).

ritme:: ritme = ritmiy {C}.

ritmeester:: cpytenn {C}; voor militaire rangen, zie .

ritmisch:: nriy {I}, ritmise {I}.

ritselen:: ritsle {U; gst= ritsel}, tjse {U}; (dorre bladeren) tsste {U}.

ritssluiting:: yntclos {C; mv= yntclosz}.

ritueel:: (zn: =ritus) rites {C}, (Erg) fjeg {C}; (bv: volgens de ritus) rituela {I}; rituele slacht: rites-vlemtos {C}; zie ook Godsdienstvrijheid in .

ritus:: (zn: =ritueel) rites {C}; volgens de ~ (bv: ritueel): rituela {I}.

rivaal:: (=medeminnaar) strettn-mlp {C}.

rivier:: (alg) prusot {C}; ondergrondse ~ (of beek): quntiyst {C}; [brede] ~, ~ die door meer dan n land stroomt: klt {C} (nooit een Spok rivier!); ~tje: belt-prusot {C}; (=beek) bajuft {C}; kort ~tje dat in vlak kustgebied ontspringt (ipv in bergen): xijeprusot {C}; vol ~en (rivierenrijk): prusott {I}; rijk B.3; zie ook Rivieren in en Onderaardse rivieren in .

rivierdal:: cliyn {C}.

rivierdelta:: trejaniy {C}.

rivierengebied:: (=stroomgebied) neto {C}.

rivierenrijk:: (vol rivieren) prusott {I}; (rijk aan grote rivieren) kltt {I} (kan ook voor een situatie in Spok gebruikt worden); Liftka is een ~ eiland: Liftka melde eft kltt ileset.

rivierkreeft:: (alg) krefet {C}, pyrao {C} (L. Astacus astacus); (ihb bep Spok soort: L. Astacus occidentalis).

riviermonding:: tan = tn {C}.

rivierparelmossel:: prusot-perlemit {C} (L. Margaritifera margaritifera).

rivierprik:: (vis) [prusot-]lbslg {C} (L. Lampetra fluviatilis).

riviertje:: belt-prusot {C}; (=beek) bajuft {C}; kort ~ dat in vlak kustgebied ontspringt (ipv in bergen): xijeprusot {C}.

Robertskruid:: mindakrutt {C/S} (L. Geranium robertianum).

robijn:: rbinn {C/S}; van ~ gemaakt; met ~en bezet: rbinna {I}.

robijnen:: (van robijn gemaakt; met robijnen bezet) rbinna {I}.

robot:: otorater {C}.

rochel:: sgrger {C}.

rochelen:: cnure {U}, sgrfe {U}, sgrge {U}; iemand die [veel] rochelt: sgrger {C}.

rocheling:: cnuros {C}.

rock:: (muziek) rkiy {C}.

Rocky:: de ~ Mountains: Lb-grans {Gmv/ef}.

roddelblad:: (tijdschrift) alpit {C}.

roddelen:: ~ over iets/iemand tegen iemand: ale flaju/rast n rast {K}; (lasteren tegen iemand over iets) blefrupke rast kura flaju {K}; Mariy roddelt tegen Elsa over Petriy: Mariy ale Petriy n Elsa.

roddelpraat:: al {C}, alpjl {C}; (=geroddel) rmt {S} (dl= Peg).

rodekoolzwam:: brr cn-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Laccaria amethystina).

rododendron:: rododendrn {C}.

roe:: hedls {C}.

roede:: hedls {C}.

roedel:: (herten ed) dkiy {C}.

roef:: (kajuit: in schip) hc {C}.

roeibaan:: stle-rutt {C}.

roeiboot:: (alg) rozjepstl {C}; (klein: voor vissers, met spitse stevens; oa op Tsjok-meer) joriyk {C}; (met hoge stevens) vellmpn {Crs}.

roeien:: stle {K}; (sprkw) je moet ~ met de riemen die je hebt: stus rippt tjg ef crlfs, stus ularfelira.

roek:: glyl kaja {C} (L. Corvus frugilegus).

roekeloos:: apat {I}; (gedachteloos/zonder na te denken) qufs {I}; ~ handelen (zonder na te denken/onverantwoord): ef hanntele lef deff fe ur bliynt eit.

roem:: (=lof) lsan {C}.

Roemeen:: Rumeno {Cef}.

Roemeens::

  1. (zn: taal) rumenos {C};
  2. (bv) rumeniy {IIef; mv=enk}; ~e vrouw: Rumena {Cef}.

roemen:: (=loven) lsane {K}.

Roemeni:: Rumeniy {G}.

roemrijk:: lsaniy {I}.

roep:: (=schreeuw) scerm {C}; (=geroep) rupkos {C}.

roepen:: ~ [tegen]: rupke [n] {K}; (=ontbieden: vragen of iemand wil komen) tukstrupke |..ksr..| {K}; ~ om (te doen komen): rupkare {K}; (v uil) hue {U; gst= hu; vdw= regelm}.

roeping:: rupkos {A}.

roer:: (v schip) loin-rozjep {C; mv= ..-rozjep}.

roerdomp:: plnziy {C} (L. Botaurus stellaris).

roeren:: hentse {K}.

roerloos:: hmpaji {I}.

roes:: rus {C}.

roest:: grampa {Sef}; zonder ~ (roestvrij): idegrampor {I}.

roesten:: grampe {U}.

roestig:: (=verroest) grampa {I}; ~ zijn (geroest zijn): grampae {U}.

roestvrij:: (zonder roest) idegrampor {I}; (niet kunnende roesten) net-gramp'kurre {I}.

roet:: ot {S}; ~ in het eten gooien: ef dirtare ef kupn.

roffelen:: (met de vingers) pinke {U}.

rog:: (vis) zru'on {C} (L. Raja).

rogge:: quija {S}.

roggebrood:: quijatustr {C/S}.

rok:: (voor vrouwen) blift {C}; (voor mannen) cott {C}.

roken::

  1. (tabak) uokke |wo..| {K/U}; iets te ~ ("rokertje": sigaret ed): uokkos |wo..| {C} (pop);
  2. (ham/worst/vis ed) uokkare |wo..| {K};
  3. (v schoorsteen: rook uitstoten) uokjame {U}.

roker:: (iemand die tabak rookt) uokkatjen |wo..| {C}; (beroep: iemand die vis of vlees rookt) uokkaratjen |wo..| {C}.

rokerig:: (vol rook: v vertrek) uokkiy |wo..| {I}.

rokerij:: (waar vlees of vis gerookt wordt) uokkars |wo..| {C}.

rol::

  1. (rond en langwerpig voorwerp) zlefa {C}; (opgerold voorwerp) rlos {C};
  2. (in toneelstuk) rl {C};
  3. (fig) pan {C}; welke ~ heeft hij in de zaak?: do lelperre folarra pan fes ef tiyn?; een ~ spelen bij: kanase luft {U}.

rolgordijn:: rlclos {C}.

rolklaver:: (alg) lotus {C} (L. Lotus); gewone ~: pleko-lotus {C} (L. L- corniculatus); (bep soort op Teujan en Brr: "bosrolklaver") wuma-lotus {C} (L. L- sylvestris).

rollade:: (vlees) rl-fijnta {C}.

rollen::

  1. (intrans) rle {U}, tylpe {Upr}; de bal rolt over [de] straat: ef gumbl rle kura ef mirra = ef gumbl sen tylpe kura ef mirra; klauteren;
  2. (intrans: vrnl om een as) bo'estre {U; gst= boest}; het ~ (gerol): bo'estros {C};
  3. (trans) [doen] ~: tylpe {K}; hij rolt de bal over straat: do tylpe ef gumbl kura ef mirra;
  4. (v deeg, gras) fjoje {K; gst= fjot};
  5. (=buitelen) spege {U};
  6. (iets uit iemands zak stelen) oajare {K}.

rollend:: ~ materieel: ufire-materialo {S}.

rolletje:: op ~s (gesmeerd): m tr.

rolluik:: rle-lugk {C} (mv: |-luks|).

rolschaats:: trch-cheltiy {C}.

rolstoel:: trch-ferdu {C}.

roltrap:: poimittors {C}.

romaans:: (bep stijl) romaniy {I; [mv=enk]}.

Romaans:: (mbt Romaanse talen) romanise {I}.

roman:: romn {C}.

romanschrijver:: romnstin {C}.

romanticus:: romntiycer {C}.

romantiek:: romntiyc {C}.

romantisch:: romntise {I}.

romantiserend:: romntiyc-plgelira {vdw}.

romantisering:: romntiyc-plgos {A}.

Rome:: Rom {G}.

Romein:: Romer {C}.

Romeins:: romiy {I}; het ~e Rijk: Romiy Empiyr {G}.

Romeo:: Romee {N}; ~ en Julia: Romee ur Juliy.

romig:: (saus ed: met room of boter bereid) jazar {I}.

rommel:: (=troep) jegaches {Cef}; (=rotzooi) tiynstes {S}, tiyns-ur-tiynstes {Cmv}.

rommelen:: (v geluid; ongeordend bezig zijn) brmpe {U}.

rommelig:: (slordig, onverzorgd) gtrs {I}.

romp:: (=lijf) zena {C; mv= zenos}; (v schip) lup {C; mv= lps}.

rond::

  1. (bv) ronter {I}; (vol en zacht v smaak: v goede rode wijn) lo wata fes ef motrik; in het ~ (lett: rondom): daqu {I}; in het ~ (erom heen): roffott {III}; ~ en langwerpig voorwerp (rol): zlefa {C};
  2. (vz) rondom; omstreeks; gedurende.

rondborstig:: (onverholen) m kerly = m kerly {Cef}.

rondcirkelen:: (vogel/vliegtuig) sque {U}.

rondcirkeling:: squos {C}.

ronddelen:: berrare {K}.

ronddeling:: berraros {C}.

ronddolen:: iple {U}; (=rondwaren) jerbye {U}; (v geesten: spoken) tjfe {E}.

ronddraaien:: (trans) grete {K}; (intrans) grete {Upr}.

ronde:: (zn) rnt {C}.

rondgaan:: (v gerucht) jerbye {U}.

rondhangen:: ([rond]lummelen) clmle {U; gst= clmm}.

ronding:: (=welving) ronteros {C}; (=bocht) krum {C}.

rondkijken:: zerfgre {U; gst= zerfgret}.

rondkomen:: ~ met (uitkomen met: geld): embarae {K}; het ~ (met geld): embaraos {A}.

rondleiden:: lyde-mitai {K}.

rondleider:: (persoon: =gids) giyt {C}.

rondleiding:: lydos-mitai {C}; (excursie) tupplip rifo ronter.

rondlopen:: farte fes ronter {U}; de terrorist loopt vrij rond: ef teroristiy farte jola fes ronter.

rondlummelen:: (=rondhangen) clmle {U; gst= clmm}.

rondom::

  1. (bv) (lett: in het rond) daqu {I}; (alom) famelira {I};
  2. (=omheen: plaats) roffott {VZ}; ~ de boom is een bank: roffott ef vildul eft bankres melde;
  3. (=omheen: richting) roffott {VZrs}; de auto rijdt (met een boogje) ~ het obstakel: ef oto ufire roffott ef nertuitiynn (rs!).

rondomgelegen:: (=omliggend) roffot {I}.

rondreis:: (=excursie) tupplip rifo ronter; (=tour/excursie) ronter {Cef}.

rondschrijven:: (zn: =circulaire) ronterafiy {C}.

rondslenteren:: slentare {U}.

rondstrooien:: (v praatjes) mipjiyxe {K}; het ~: mipjiyxos {A}.

rondstrooiing:: (v praatjes) mipjiyxos {A}.

rondtollen:: pylxe {U}, wvle {U; gst= wff}.

rondtrekken:: (met een bepaald doel) osque {E}; (vrnl v kooplui) fyrge {U}; (met een paard: te paard reizen) phate {U}.

ronduit:: (fig: =rechtuit) m ulnos {C}.

rondvaart:: een ~ maken: ef njebope eft tupplip rifo ronter.

rondventen:: stovyje {U; gst= stovys}.

rondvertellen:: ~ aan: rafanare n/piti {K}.

rondvliegen:: (in het rond vliegen: v vogels ed) zle fes ronter {U}; (v brokstukken ed) mipzle {U}.

rondwaren:: (=ronddolen) jerbye {U; (v geesten: spoken) tjfe {E}}.

rondzwerven:: trottare {U}, slentare {U}.

rondzwerving:: slentaros {C}.

rondzwiepen:: (trans) ypgre {K; gst= ypgret}; (intrans) ypgre {Upr; gst= ypgret}.

ronken:: (=gonzen) vze {U}, mveme {U}; (zwaar brommend geluid: v vliegtuig ed) grrte {U}; (hevig snurken; in diepe slaap liggen) zorsnge {U}; ~de reclametaal: ludelira reklme-mux.

ronselen:: (soldaten ed) tochoe {K}.

ronseling:: (soldaten ed) tochoos {A}.

rntgenfoto:: rntgenty |rnt..| {C; rs= rntgentte}.

rntgenologie:: rntgenoliy |rnt..| {C}.

rntgenstralen:: rntgen-nnks |rnt..| {Cmv}, X-nnks |ks-| {Cmv}.

rood:: mindefit {I}, minda {PX.c > c}; het ~: ef mindefiten {C}, ef mindaen {C} (de rode kleur).

roodachtig:: mindefiter {I}; (=rossig) roa {I}.

roodborstje:: (vogel) mindabasc {C} (L. Erithacus rubecula).

roodharig:: mindefit-miriy {I}.

roodkeelduiker:: (vogel) mindajrm-plnsatjen {C} (L. Gavia stellata).

roodkoper:: cupra {Sef}; van ~ gemaakt (roodkoperen): cupra {I}.

roodkoperen:: cupra {I}.

roodstaart:: gekraagde ~ (vogel): mindatrunn {C} (L. Phoenicurus phoenicurus).

roodvonk:: mindafebbe {C}.

roof:: (=roverij) maquijl {C}.

roofbouw:: mipgfje-kingoh {S}.

roofdier:: lelbelp {C}.

roofmoord:: maquijlos {C}.

roofoverval:: krto {C}.

rooftocht:: (=strooptocht) maquipoh {C}.

roofvis:: lelfisa {C}.

rooien::

  1. (v aardappels) lenabe {K}; het ~: lenabos {C};
  2. (v bomen/struiken ed) ute {K}; utje {K; gst= uts} (dl= Peg);
  3. dode bomen/dood struikgewas ~ of opruimen (GEEN levende bomen/struiken): rqubre {E; gst= rqupp}.

rooilijn:: wfer {C}, traiy-lnt {C}.

rook:: (zn) uokk |wokk| {S}; ~ uitstoten (roken: v schoorsteen): uokjame {U}; (fig) onder de ~ van (in de nabijheid ve stad): fes ef omber rifo = fes ef zviylfos rifo; (sprkw) geen ~ zonder vuur: ef pica jne vrust.

rookafdeling:: (in trein/wachtkamer/restaurant ed) uokke-kanas |wo..| {C}.

rookcoup:: (rookafdeling in trein) uokke-kanas |wo..| {C}.

rookgordijn:: uokk-leja |wo..| {C}.

rookhuisje:: (apart gebouwtje met oven, bij oudere boerderijen) frioiy {C; rs= frit}.

rookwaren:: (sigaretten, sigaren, pijptabak ed) uokke-tiyns |wo..| {Cmv}.

rookwolk:: uokk-epe {C}.

room:: (vloeibare substantie, niet opgeklopt) romya {S; rs= romyte}.

roomboter:: br {S}.

rooms:: (pej) popa {I}.

roomsaus:: jazaru {S}.

rooms-katholicisme:: romise-ctoliysmiy {C}.

rooms-katholiek:: (zn: persoon) romise-ctoliycer {C}; (bv) romise-ctoliyc {I} (afk= RC).

roos::

  1. (struik/bloem) roza {C} (L. Rosa); Gelderse ~: Lajate-kyfaf {C} (L. Viburnum opulus); wilde ~ (alg): paegtan {C};
  2. (haarziekte) lsty {S}.

rooskleurig:: (=veelbelovend) fesrepp {I}.

rooster:: (=rek) rc {C; mv= rec}.

roosteren:: (braden) knocire {K/Upr}; ik rooster het vlees: gress knocire ef fijnta; het vlees roostert/ligt te roosteren: ef fijnta sen knocire.

ros:: (=paard) lat {C} (arch/poe).

rosbief:: rosbyf {S}.

ros:: (zn: wijn) rosa {S}; (bv; kleur/smaak v wijn) rosa {I}; een glas ~: eft rosa {C}; roswijn.

roswijn:: rosawein |rossaen| {S}, rosaweinoh |rossaenoh/..en| {C}; een glas ~: eft rosa {C}.

roskam:: mirynt {C}.

roskammen:: (met een roskam behandelen) mirynte {K}.

rossig:: bilys {I}; (=roodachtig) roa {I}.

rot:: (=bedorven) tval {I}, nort {I}; ~ worden (bederven): klstjyne {U}.

rot:: (heel vervelend) per- {PX.zn > zn}; (=klote; spr) cht- {PX.zn > zn}; (=klote; vulg) missis- {PX.zn > zn}; een rotboek: (vervelend boek) eft per-mimpit; (spr: kloteboek) eft cht-mimpit; (vulg: kloteboek) eft missis-mimpit; (missis- wordt vulgairder gevonden dan cht-, behalve in de samenstellingen met "rot" die hieronder zijn opgenomen).

rotauto:: missis-oto {C}.

rotgans:: grmp {C} (L. Branta bernicla).

rotjongen:: missis-'jan {C}.

rotonde:: (=verkeersplein) rnter {C}.

rots:: (rotsblok) klyk {C}, lb {C}; (steenmassa) lb {S}; vooruitstekende ~ (rotspunt): haj {C}; van ~ gemaakt: lbtiy {I}; een uit ~blokken gebouwd huis: eft lbtiy srt; vol ~en: lbst {I}; kust met veel ~en (scherenkust): csijera = xijera |ks| {C}; (bij eb droogvallend) eba-kelbra {C}.

rotsachtig:: (v rots gemaakt) lbtiy {I}; (met veel rotsen) lbst {I}; een ~e kust: eft lbst xijera.

rotsblok:: lb {C}.

Rotsgebergte:: het ~: Lb-grans {Gmv/ef}.

rotsmassa:: tolb {C}.

rotspunt:: (=klip) cs = x |ks| {C; mv= cs of x}; (=kaap: aan zee) cap {C}; (vooruitstekende rots) haj {C}.

rotswand:: tolb {C}.

rotten:: (=ontbinden) tre {U}; (=bederven) tvale {K}.

rotting:: (=ontbinding) tros {C}; (=bederf) tvalos {A}; (het rotten) nortos {C}.

rotwijf:: (vrw: =loeder) helk {C}.

rotzooi:: (=rommel) tiynstes {S}, tiyns-ur-tiynstes {Cmv}; (enorme troep) toficc {C} (pop); (wanorde, bende) hiye {C}; (=wanorde) qu'x {C}; (=bende) kverf {C}.

rotzooien:: (=klooien) ple {E} (pop).

rotzooitrapper:: hiye {C}.

rouleren:: rle {U}.

route:: rutt {C}.

rouw:: ro {C}; in de ~ zijn (rouwen): roe {U; gst= rot}.

rouwbeklag:: (=deelneming) ro-painos {C}.

rouwen:: (in de rouw zijn) roe {U; gst= rot}.

rouwkleding:: doffiyen {C}; zwart.

rouwkwikstaart:: trunn-teper {C} (L. Motacilla alba yarrellii).

rouwmantel:: (vlinder) drfy {C} (L. Nymphalis antiopa).

rouwwimpel:: (donkerbruin: bij Spok vlag tgv koninklijke rouwdag) roe-hnk {C}.

roven:: maquijle {K}.

rover:: maquijy {C}.

roverij:: (=roof) maquijl {C}.

royaal:: (gul) rrfiy {I; [mv=enk]}; (=kwistig) jiyxelira {I}; (ruim: v afmeting) miproit {I}; het ~-zijn (gulheid): rrfer {A; mv=enk}.

royeren:: gre {K}.

roze:: (lichtrood) littit {I}.

rozemarijn:: rosmarin {S} (L. Rosmarinus officinalis).

rozenbottel:: lryt {C}.

rozenkrans:: (lett: krans van rozen) roza-prs {C}; (gebed) rosariy {C}; (ketting) roskryva {C}; de ~ bidden: ef sterne ef roskryva.

rozenkransje:: (plant) pipper-krutt {C/S} (L. Antennaria dioica).

rozenstruik:: toroza {C}.

rozijn:: rosino {C}; ~en (krenten): quilart {S}.

rubber:: gum {Sef}, olijaparorr {C/S}; van ~ gemaakt (rubberen): gum {I}, olijaparorriy {I}.

rubberen:: (van rubber gemaakt) gum {I}, olijaparorriy {I}.

rubriek:: tolnt {C}, quzros {C}.

ruchtbaar:: ~ maken: wertknfe {K}; ~ worden: wertknfe {Upr}.

rug:: temp {C}; (v boek) mimpitblef {C}.

ruggengraat:: (=wervelkolom) spinn {C}.

rugleuning:: (v stoel) ferdublef {C}.

rugstreeppad:: fle-hyg {C} (L. Bufo calamita).

rugtitel:: (v boek) blef-tytle {C}.

rugzak:: temp-ytiyf {C}.

rugzwemmen:: (zn) temp-svimos {C}; (ww) ef manne ef temp-svimos.

Ruhr:: (Duitse rivier) Rurr {G}.

ruien:: (zijn haar verliezen) glare {U}.

ruif:: (=etensbak) ubaralot {C}, ruff {C}.

ruig:: (v haar) grva {I}; (woest begroeid: vrnl v land) krch {I}; een ~ behaarde borst: eft krch basc.

ruiken:: ~ [aan]: zviylfe {K}; ~ naar/als (lett/fig: rieken naar): crfne lo {U}; lekker ~ (lekkere geur verspreiden): ardefne {U; gst= ardeff}; vies ~ (stinken): erve {U}.

ruil:: (=omruiling) kurakettos {C}; in ~ voor: lo kurakettos armt (vz-uitdr).

ruilen:: ~ A tegen B: kurakette A helkara/ump B {K}; ~ A voor B: kurakette A helkara B {K}.

ruilhandel:: kuralebet {C}.

ruilverkaveling:: kuraketkanas {C}.

ruim::

  1. (zn: v schip) karlot {C}.
  2. (bv)
    1. (=royaal: v afmeting) miproit {I};
    2. (wijd) pjo {I}; (lett/fig) paqur {I};
    3. (v uitzicht/veld) plakos {I}; het ~e sop: ef trn z;
    4. (bij hoeveelheid/maat) pltiy- {PX}; ~ 3 meter: 3 pltiy-meters; ~ herco 12,50: 12 pltiy-herco 50; (direct voor tw) ~ tweehonderd mensen: pltiy-ten-prsa veldurs; ~ voldoende: pltiy-hles {OV}.

ruimen:: het veld ~ voor: ef vende fes z tjg.

ruimte:: (alg: =armslag) rumpstj |rumst| {C}; (heelal) avyro {C}.

ruimtecapsule:: tenk {C}.

ruimtelijk:: rumpstjy |rumsty| {I}; ~e ordening: planoliy {C}.

ruimteschip:: avyrkar {C}.

ruimtevaart:: avyrgvrc {C}.

ruin:: (gecastreerde hengst) quilch {C}.

rune:: (=bouwval) qux {C}, ruinn {C}; quil {C} (arch); tot ~ worden (in verval geraken): fiynte {U}; zie ook Runes in .

runeren:: ruinne {K}.

ruisen:: (alg) pafe {U}; (v beek/gebladerte ed) pafyre {U} (poe); het ~ (geruis): weza {C}.

ruisvoorn:: (=rietvoorn) rue {C} (L. Scardinius erythrophthalmus).

ruit::

  1. (glazen plaat) (doorzichtig) wjo {C}; (matglas) diymjo {C}; ingeslagen ~: frkossa {C};
  2. (vierkant figuur) rut {C}.

ruiten:: (in kaartspel) ruta {C}.

ruitensproeier:: (v auto) miflif-zlnker {C}.

ruitenwisser:: (v auto) miflifcln {C}.

ruiter:: (paardrijder) (als hobby, in vrije tijd) rtatjen {C}; (als beroep) rter {C}; (vrw: amazone) spuja {C; mv= spujas}.

ruiterpad:: blof-kiyk {C}.

ruk:: ryvos {C}, ymatos {C}.

rukken:: pance {U}; ~ aan: ymate {K}; ~ [aan]: ryve {K}; hij rukt de struik uit de grond: do ryve ef srialyot cupp ef pazzosti; de koetsier rukt aan de teugels: ef qutser ryve ef crlfs; ~ uit (lett: uitrukken): ryve-mip {K}; hij rukt de struik uit: do ryve-mip ef srialyot; ~de bewegingen maken: pance {U}.

rukkend:: ~e bewegingen maken: pance {U}.

rukwind:: bessa {C}.

rul:: (=mul) plekoiy {I}.

rum:: rm {S}; een glas ~: eft rm {C}.

rumoer:: ([feest]gedruis) dazenne {C}; (=lawaai) choff {C}.

rumoerig:: choffiy {I}.

rund:: (ntr) rene {C}; (kalf: ntr, jong) klf {C}.

runderhorzel:: [boert-]sms {C} (L. Hypoderma bovis).

rundvee:: toren {C}.

rundvlees:: renetiyse {C}.

rune:: (teken/letter) qukos {C}, runiy-roji {C}.

runenschrift:: runiy {C}.

runenteken:: qukos {C}, runiy-roji {C}.

rups:: ljl {C}.

rupsband:: blacroe-trch {C}.

rupsendoder:: (wesp) pleko-delperrerer {C} (L. Ammophila sabulosa).

rus:: (plantenfamilie) f {S} (vrnl in samenstellingen als hyg-f = greppelrus).

Rus:: (man uit Rusland) Ruy {Cef}.

Rusland:: Rua {Gef}.

Russin:: Rua {Cef}.

Russisch::

  1. (zn: taal) rusos {C};
  2. (bv) rua {IIef}; ~e vrouw: Russin.

russula:: eetbare ~ (alg): verkt {C} (L. Russula); paarse ~: brr verkt (L. R- amoena); purperrode ~: littit pkdreg {C} (L. R- queletii); ruwe groene ~: mes verkt (L. R- virescens); stinkende ~: o'icr afdraher {C} (L. R- foetens); wezel~: miterus verkt (L. R- mustelina).

rust:: (alg) lirde {C}; (stilte) liry {C}; (geregelde toestand) heft {C}; in alle ~: fes sener lirys; met ~ laten: latiyce {K}; tot ~ komen (bedaren): ftache {U}.

rusteloos:: liyrdefe {I}.

rusten:: crste {U}; laten ~ (er niet [meer] mee bezig zijn): ef lelde fes ef limmern; hij ruste in Vrede: do crstte/arfinte fes Px.

rusthuis:: liftkasrt |..fk..| {C}.

rustig:: (niet wild, niet rumoerig) lirdef {I}; (=ontspannen) iess {I}; (=kalm) clm {I}, nebuch {I}; [het] ~ aan [kunnen] doen ([het] gemakkelijk hebben): tmpente {E}.

ruw::

  1. (alg: niet glad) ruu {I}; ~ en bobbelig (rimpelig): sfrkiy |sr..| {I};
  2. (lett: geschaafde huid/pijnlijke keel) knaet {I};
  3. (=onbewerkt: v materiaal/land/hout) rklah {I};
  4. (=scherp) ras {I}; (v wind) wrt {I};
  5. (fig: v gedrag) knaet {I}; het ~ zijn (ruwheid: geen manieren kennen en/of geen opvoeding gehad hebben): rjer {A; mv=enk}; hij is erg ruw/onbeschaafd/onbehouwen: do lelperre eft hupster rjer {A}.

ruwheid::

  1. (alg: het niet-glad zijn) ruutiy {C};
  2. (v huid/keel/gedrag) knaetiy {C};
  3. (v onbewerkt materiaal/land/hout) rklat {C}; ruw 5.

ruzie:: gurnus {C}; slaande ~: oe-gurnus {C}; uit op ~ (ruziezoekend): gurnusludi {I}; het uit zijn op ~ (vijandschap): nolnt {C}; ze krijgen ~: ef tinkere gurnus; ~ hebben met iemand: ef melde fes gurnus lef rast; ze krijgen ~: ps pnze gurnus; het draait straks nog op ~ uit: ef tinkere velk kelt gurnus; ze hebben altijd ~ thuis: ps rge ef srt tjg gurnusz.

ruziezoeken:: gurnuse {U}; ~d wijf (nijdige vrouw): west-boert {C}.

ruziezoekend:: (uit op ruzie) gurnusludi {I}; ~ wijf (nijdige vrouw): west-boert {C}.

ruziezoeker:: noln {C}; (=probleemmaker) wolaji {C}; hij is de ~ in zijn familie (is altijd uit op ruzie): do melde ef hendoec fes ef fatasr (naar Hendoec = ruziezoekende tolgaarder uit de Sage van de Verdronken vissers).

Rwanda:: Runda {G}.

Rwandees::

  1. (zn: bewoner) Rundany {Cef};
  2. (bv) runda {IIef}; Rwandese vrouw: Rundana {Cef}.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO