Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

n::

  1. {SX.ww} (optioneel achter modaal hulpww als hoofdww en hulpww verschillende subjecten hebben) (bijv) do probare[n] gress beri trempe ef mimpit: hij wil dat ik het boek lees; gress nert kurre[n] tu beri prate: ik kan jou niet laten vertrekken.
  2. {SXimpr.ww > add} (drukt uit dat iets gedaan kan worden) baar; is te ...; (bijv) flectre/flectren: buigen/buigbaar; amiy.
  3. {SX.add > mv v add op iy of lira}
    1. (als attributief add een bepaling vormt bij zn met INtern-mv) ef kariy huron/ef kariyn hurons: de lelijke bloem/de lelijke bloemen; ef mltriyn pleko: het klamme zand;
    2. (als subjectief/objectief add een bepaling vormt bij mv) ef xatjesms melde ulljeveliran: de maatregelen zijn ingrijpend; ef chat ur hurt melde doffiyn: de kat en hond zijn [beide] wit.

na::

  1. {I} aldus; op deze wijze; ef ~ mntyosz: de aldus ontstane problemen.
  2. {VZ} (plaats) bij; (alleen in enkele oude namen v kastelen ed:) Seyrt-na-Gran: "Huis bij Gran"; Seyrt-na-Rfta: "Huis bij Rfta"; seyrt.
  3. {VZ} (betrekking)
    1. met [behulp van], door middel van (vooral werktuigen); tu nert rasec ef nacry ~ dena fiys-gros: je kan de spijker niet met die schroevendraaier inslaan; do pre ef crot ~ ef oto: hij haalt het hout met de auto op (met de nadruk op het gebruik vd auto als "werktuig");
    2. volgens; ~ gress ef nert di eftarsu: volgens mij zal het niet lukken;
    3. la (op de wijze van); eft diktaturiy ~ Nutter-Korea: een dictatuur la Noord-Korea;
    4. naar; (alleen in namen v grote wegen die naar een bepaalde plaats leiden:) Mennweg-na-Fonist: "Hoofdweg naar Fonist" (in Amahagge); Mennweg na Amahagge (in Fonist); Aven-na-Aflif: "Avenue naar Aflif, Aflif-avenue" (in Hoggebim); (zulke wegen waren vroeger landwegen buiten de stad, maar tegenwoordig zijn het meestal belangrijke straten door steden heen, of wegen buiten de bebouwde kom met bebouwing, die naar een bepaalde plaats leiden; meestal wordt na met koppelstreepjes verbonden, maar er zijn enkele uitzonderingen).
  4. {VG} (bewering, mededeling ed) ef nert di eftarsu, ~ gress reppo: het zal niet lukken, zoals ik al zei; ..., ~ do rafane: ..., zo/aldus vertelt hij; (niet altijd vertaald) cratiyn meldelira senjos, ~ grs di miypu: allemaal gezeur, zult u denken/zoals u zult denken.

na:: {PX.ww > ww} (nieuwe ww'n); na; na-.

ne:: {PX/SX.zn > zn} (rs= nte indien oorspr zn op voc eindigt: nplekoe/nplekote maar nvildule/nvildulee) gebrek aan, tekort aan; (bijv) eft ncrne: een gebrek aan graan; ef ngekkere: het tekort aan leraren; nforte: tijdgebrek; fara ne melde, dus: bij gebrek aan ... (indien er gebrek is); janof ne melde, dus: bij gebrek aan ... (omdat er gebrek is); nplekoe/nplekote (rs!): gebrek aan zand; n-.

Nabriy-Leev:: |Spok: -l; Peg: -lf/-lƒ| {G} (dorp; gemeente Aflif).

ncarolija:: {C} slotwoord; laatste voorstelling, opdracht ed die iemand geeft/doet; ef ktr kette sener ~ lef mittof st: de acteur houdt zijn laatste voorstelling met dit toneelstuk; dit is het laatste stuk dat de acteur nog speelt; kost ~: ik houd het voor gezien (mededeling dat je niet langer aanwezig wil zijn of mee wil doen[, en vertrekt]).

Nacheufiy::

  1. {F}.
  2. {G} (dorp; gemeente Lift).

Na-Css:: {N}

  1. (bewoond kasteel; gemeente Cs); .
  2. (camping); .

Na-Css-mirra:: {W} .

ncstierpose:: {A} gebrek aan belangstelling; pai ef ~: wegens gebrek aan belangstelling.

nacry:: {C} spijker, draadnagel.

Nades:: {N} (biermerk uit Oneusrt); .

Ndess:: {M}.

Nades-Stoot TC:: {N} (bierbrouwerij te Oneusrt); .

Nora-skn:: {W} .

Nora-seert:: {N} (kasteelrune; gemeente Tr); .

Nadse-ager:: {N} (badstrand; gemeente Lift); .

Na ef Kglanm blaffe:: {N} "Zoals de Gerechtigheid eist" (een vd 2 rechtspraakvormen); .

nf:: {SC} (Erg) ziel; eft ~ fes eft qustiy: een geschikte kerel; iemand op wie je aan kan.

nftalynn:: {S} naftaline.

nfxu:: {I} spontaan, ad rem (geen blad voor de mond nemend).

Ng:: {F}.

Ngalim::

  1. {F}.
  2. {N} (camping); .

Ngalim-huflif:: {N} (groot gebouw in Hirdo, waar oa diverse ministeries en het hoofdkantoor vd SEQU gevestigd zijn); .

Ngalim-Institua furt Tolanko-qulapp {N} (afk= NITOQU) "Ngalim-Instituut voor Heelal-onderzoek" (bij Totiarofe-Leresc); .

Ngalym:: {F}.

Ngalym-plep:: {W} .

Nagel:: {F}.

Na Grgy:: {W} .

Ngtc:: {N} (vuurtoren; gemeente Piroes); .

Ngtc-skn:: {W} .

Ngtc-blufk:: {N} (camping); .

Ngtc-pt:: {W} .

Nahs:: |najs| {F}.

Naiy:: {G} (dorp; gemeente rnajec).

Naiy-belt:: {G} (dorp; gemeente rnajec).

Najec-agru:: {G} (bergtop in Tjokky-gebergte; 730 m hoog); .

Najec-kl:: {G} (bergpas in Tjokky-gebergte; 520 m hoog); .

nk::

  1. {C} klinknagel.
  2. {C; mv= ~a} (stenen torentje, soms met eeuwige vlam, op een grafheuvel; de hoogte kan variren v 50 cm tot 21 m); lemns.
  3. {I} slordig.

nka:: {mv} nk 2.

nakafte:: {K} voorschieten.

nakaftos:: {C} voorschot; jola ~: renteloos voorschot; ef kette eft ~ n flj: (fig) op iets vooruitlopen; anticiperen op.

Nakana:: {F}.

NAKEe:: {afk} Net-aror Kadstralo Eermiyp.

nke:: {K} ef ~ flj zlf: iets vastklinken aan.

nkeh:: {C} sloddervos, slons.

nakirture:: {K} berusten in; zich schikken naar.

nakirturos:: {A} berusting; het zich schikken.

Na Knurfelty:: {W} .

Nko-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Abert); .

nala:: {TW} acht (8).

Nalahusof:: {G} (dorp; gemeente Mnin).

Nalalirrotiy:: {G} (dorp; gemeente Mikentall).

nalalfafiy:: {C} proces-verbaal.

nalalve:: {K}

  1. vaststellen; opnemen (bekijken); peilen (v gedachten);
  2. (tdw) X melde ~lira Y: Y komt door X; ef tild wnzol melde ~lira ef pert moplariys: de vele ongelukken komen door het slechte weer; doex fartos tehaste m kas melde ~lira sener marteltiy ral: omdat hij zonder jas op straat liep is hij nu verkouden; zijn verkoudheid heeft hij te danken aan het feit dat hij zonder jas op straat liep; ef kleter aupross melde ~lira ef hardlap nys: de hoge prijzen komen door het nieuwe beleid; (vgl) ef kleter aupross ~lira ef hardlap nys: het nieuwe beleid is bezig de hoge prijzen vast te stellen.

nalalvos:: {A} vaststelling.

nalalvos-mannatjen:: {C} executeur testamentair.

Nalapnts-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Crevo); .

Nalapnts-weg:: {W} .

Nalaseerts:: {W} (buurtschap); .

Nalstig:: {M}.

Nalataris-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Plenk); .

nalatimiy:: {C} achtvoud.

Nala-weg:: {W} .

Naleemiy:: {W} .

Naleem-plep:: {W} .

nalm:: {I} op je eigen plaats; in eigen land; daar waar je thuishoort; inheems.

nalme:: {U} je eigen land bebouwen; op je eigen grond werken (in tegenstelling tot arbeid op gepachte grond of in dienst van een andere grondbezitter).

nalmer:: {C} inlander.

nalmiy:: {C} grondgebied.

nalmiy-knurfels:: {Cmv} territoriale wateren.

nalm-zerfe:: {U} (fig) thuishoren.

naliycatjen:: {C} verpleegster, verpleger, verpleegkundige.

naliycc:: {I} verzorgd.

naliyce:: {K} verzorgen; verplegen; onderhouden.

naliycera:: {C; mv= naliycer} vroedvrouw.

naliycos:: {A} verzorging; zorg; verpleging; onderhoud.

Naliycseert & Otseert Tolrk:: {N} (gecombineerd verzorgingstehuis en verpleegtehuis in Amahagge); .

naliycsrt:: {C} verzorgingstehuis.

naliyczerfiy:: {I} verzorgd (v uiterlijk, kleding, maaltijd); fraai ogend.

nlmece:: {U} [uit]puilen.

nlmecelira:: {III} krankzinnig (als versterking ve adjectief).

Nalf-plep:: {W} .

nlp:: {C} gastheer.

nlpa:: {C} gastvrouw; hospita.

nlpry:: {C} stamgast.

nltare:: {K} ~ flj/rst: een afkeer hebben van iets/iemand; een hekel hebben aan iets/iemand.

nltiyne:: {I} (een afkeer/hekel hebben van/aan onbekende dingen of personen ve andere generatie, vreemd ras ed); biy-korfe.

nlton:: {C} vooroordeel.

nltoniy:: {I} bevooroordeeld, vol vooroordelen.

Nalyf:: {F/J/M} (Peg).

nma:: {C} (arch) mejuffrouw, ongetrouwde vrouw.

nmbreiy:: {C} anker (v schip).

Nmbreiy:: {N} (uitgeverij in Aflif); .

Names:: {F}.

namibiy:: {IIef; mv=enk} Namibisch (bv).

Namibiy:: {G} Namibi.

Namibiyna:: {Cef} Namibische vrouw.

Namibiyno:: {Cef} Namibir.

Namiyrn:: {G} Namen (stad in Belgi).

Nmpa-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Kneno); .

Nmpa-fresta:: {G} (groot bosgebied tussen Hutnsch en Doe); .

Nmpa-plep:: {W} .

Nmpa-quarest:: {mv} Nmpa-quariy.

Nmpa-quariy:: {C; mv= ..-quarest} "troonrede" (in Spok: de rede die de koning bij de opening vh nieuwe regeringsjaar voorleest, waarin hij het regeringsbeleid uiteenzet zoals hij dat samen met de ministers in grote lijnen overeengekomen is); Nmpa-tof; nmpi.

Nmpa-tof:: {N} (Spok feestdag op 12 mei; opening vh nieuwe regeringsjaar, waarbij de koning de Nmpa-quariy ("troonrede") voorleest; winkels gesloten); ; (DOM 134-135).

nmpi:: {C} afspraak.

nnce:: {K} (lett) [in]pakken (koffer, cadeautje); (fig) bijleggen (ruzie).

nnce-armt:: {K} binnenhalen (oogst).

nnce-kartafiy:: {mv} nnce-kornin.

nnce-kornin:: {C/S; mv= ..-kartafiy} [vel] pakpapier.

nncos:: {C} het [in]pakken.

Nndrec:: {F}.

Nndrec-lirrotiy:: {W} .

Nndrec-mirra:: {W} .

nane:: {I} aangenaam (weer, temperatuur).

nne:: {U} uitrusten, bijkomen, uitblazen; (tdw) ef perke ~lira: moe zijn.

nnk::

  1. {C} [licht]straal.
  2. {I} (alg) uitgerust, ontspannen; (mond) glimlachend; aardig (aanzienlijk, leuk: v bedrag ed).

Nnk:: {F/J}.

nnke:: {U} stralen (licht).

Nnkiy:: {F/M}.

nnkos:: {C} ontspanning, het uitrusten.

naf:: {gst} na'fe.

na'fe:: {Kpr; gst= naf} zich vergissen in.

naoliy:: {I; [mv=enk]} onbeheerd, onbewaakt.

np:: {C} velg (v wiel).

napaine:: {K} overdoen, herhalen, opnieuw doen.

napainos::

  1. {C} dat wat overgedaan wordt/moet worden.
  2. {A} herhaling, het overdoen.

Napoli:: {F}.

Napoliy:: {G} Napels.

Napoll:: {G} (arch) Napels; Napoliy.

Napoll-lirrotiy:: {W} .

Napoll-plep:: {W} .

naponto:: {III} aan/naar de overkant; do svime ~: hij zwemt naar de overkant; (vrnl in de uitdrukking:) do jazy nert lzre ef t, zirdelira ~: hij woont niet bepaald naast de deur; ponta; pontiy.

naponto-:: {PX} eind (tijdsbepaling); ~-1975: eind 1975; lelmo ~-mink: aan het einde van deze week; rifo ~-pr 18: uit eind achttiende eeuw.

nar:: {I} (lett) smal, eng; (fig) bekrompen, benepen.

naracc:: {I} op kleine schaal; kleinschalig; beknopt.

narn::

  1. {C} toer; lastig werk; n.
  2. {SC} verdediging, voorspraak; ef kette ~: verdedigen (rechtspraak); n.

narne:: {K} verdedigen (lett).

narnater:: {C} verdediger (rechtspraak).

narntariy:: {C} pleidooi.

narbrbe:: {C} ringbaard.

Nar Bribbof-mirra:: {W} .

Nar-Cubu-terf:: {W} .

nare:: {K} versmallen, smal[ler] maken.

nareppe:: {K} ~ n: aanbevelen aan.

nareppos:: {C} aanbeveling; fry ~ pai (vz-uitdr): op aanbeveling van.

narer:: {C} versmalling (wat versmald is: weg ed).

narfartiy:: {I} taps [toelopend].

nar-film:: {C} smalfilm.

Nar Flecs-pt:: {W} .

Nar-Grt-mirra:: {W} .

Nar Hildi-fonis:: {G} (smalste (noordelijke) deel vd Hildi-fonis tussen Plef en Munt bij Papije); .

nariy:: {C} engte (het nauw zijn).

Nariy:: {W} .

Nar Knurfel-terf:: {W} .

Nar Korda-plep:: {W} .

Nar Kryobiy-mirra:: {W} .

Nar-Lajc-mirra:: {W} .

Nar Mirnurp-terf:: {W} .

Nar Ool-terf:: {W} .

Nar Servas-plep:: {W} .

Nrst:: {Gmv} (riviertje van Montr-vlakte naar Nrzja-meer); .

Nrst-pnt-weg:: {W} .

Nar Terf:: {W} .

Naru:: {G} Nauru.

Nar Vija:: {W} .

narzerfiy:: {I} kortzichtig.

Nrzja-ses::

  1. {G} (meer in district Flenazjekk); .
  2. {N} (camping); .

Nrzja-ses-aven:: {W} .

ns-:: {PX} her, re, over, opnieuw; ns-...

ns-are:: {K} herenigen.

ns-aros:: {C} hereniging.

ns-calare:: {K} herbeleven.

ns-calaros:: {A} herbeleving.

ns-chftiy:: {A; mv=enk} cassatie.

ns-coe:: {K} herkiezen.

ns-coos:: {C} herkiezing.

ns-crzrg:: {vdw} ns-crzrame.

ns-crzrame:: {K; vdw= ..-crzrg} opwarmen; opnieuw verwarmen (vrnl v voedsel).

ns-drakare:: {K} verwegen (nog een keer wegen).

ns-glnt:: {C} recidivist, misdadiger die in herhaling valt.

ns-helbe:: {K} verkleden, anders kleden.

ns-helbos:: {C} verkleedpartij.

ns-jsperfute:: {K} overspuiten (opnieuw met verf bespuiten).

ns-kabi:: {C} herdruk.

Nskee-gayslue:: {N} (schutsluis in de Trendon; gemeente Mit); .

ns-kletere:: {K} hernieuwen; renoveren.

ns-kleteros:: {C} hernieuwing.

ns-lwumae:: {K} herbebossen (opnieuw bos planten).

ns-lwumae-projecc:: {C} herbebossingsproject.

ns-lwumaos:: {C} herbebossing.

ns-marianare:: {U}

  1. ~ armt: hertrouwen met (een andere partner dan de vorige);
  2. ~ n: hertrouwen met (de/een vroegere partner).

ns-marianor:: {I} hertrouwd.

ns-miypelira:: {VZ} (betrekking) behoudens; met/onder voorbehoud van.

ns-miypos:: {A} lef ~: onder voorbehoud, onder reserve; lef ~ rifo (vz-uitdr): onder voorbehoud van; lef ~ rifo modifysta: wijzigingen voorbehouden.

nac:: {C} woerd, eend (mnl).

naonalistise:: {I} nationalistisch (politieke opvatting).

ns-rganisao:: {C} (alg) reorganisatie; (euf) opheffing, afschaffing.

ns-rganisere:: |..je| {K} (alg) reorganiseren; (euf) opheffen, afschaffen.

ns-poire:: {U} herleven.

ns-poiros:: {A} herleving.

ns-ququlte:: {K} herenigen.

ns-ququltos:: {C} hereniging.

ns-riffe:: {K} overmaken, opnieuw maken.

ns-riffos:: {C} het opnieuw maken.

ns-stindas:: {vdw} ns-stinde.

ns-stinde:: {K; vdw= ..-stindas of regelm.} overschrijven, herschrijven.

ns-stindos:: {C} overschrijving, herschrijving.

ns-strle:: {K} heruitzenden.

ns-strlos:: {C} heruitzending, herhaling van een radio/tv-programma.

ns-srte:: {K} (alg) opnieuw plaatsen; (werk) overplaatsen.

ns-srtos:: {C} (alg) het opnieuw plaatsen; (werk) overplaatsing.

nast:: {I} doeltreffend.

nastae:: {K} (fig) aanpakken, te baat nemen (gelegenheid, zaakje).

nstnn:: {SC} doelloos einde.

nste:: {I} doelloos.

Nster:: {G} (dorp; gemeente Papije).

Nsterhill:: {N} (pension bij Plekotex); .

Nsterhille:: {G} (dorp; gemeente Eon, district Jelafo).

Nsterhille-korda:: {N} (Erg kerk bij het dorp Nsterhille); .

nastiy:: {A; mv=enk} doeltreffendheid.

ns-trempe:: {K} overlezen, herlezen.

ns-trempos:: {C} herlezing, het overlezen.

ns-eme:: {U} herademen, opgelucht adem halen.

ns-emos:: {C} herademing; ef ~ pnte nt gress: het is een pak van mijn hart.

ns-verfute:: {K} overschilderen (reeds geschilderd voorwerp opnieuw v verflaag voorzien).

ns-vobare:: {K} (alg) hervormen.

ns-vobaros:: {C} (alg) hervorming.

ns-vote:: {U} overstemmen, opnieuw stemmen.

ns-votos:: {C} het overstemmen.

n:: {I} (alg) duchtig, heftig, lustig, flink; (grijsaard) kras.

ns-yache:: {K} (lett) herkauwen.

ns-yacher:: {C} herkauwend dier.

niy:: {C} heftigheid.

ns-zerfe:: {K} herzien, wijzigen; terugzien, weerzien.

ns-zerfos:: {C} herziening, wijziging.

nat:: {C} boekdeel.

Natall:: {M} Nathalia, Natalie.

Natarens-fresta:: {G} (bosgebied op Hupster-Hurt); .

nats:: {C} boekbinderij.

Natastiyre-weg:: {W} .

Natastiyre-wuma:: {G} (bos; gemeente Girdesef); .

natatjen:: {C} boekbinder.

Natatjen-mirra:: {W} .

nate:: {K} binden (v boeken).

natorf:: {S} kant[werk]; fijn borduursel.

natorfatjen:: {C} kantklosster.

Natorfatjen-mirra:: {W} .

natorfe:: {K} borduren.

natorfiy:: {I} kanten, van kant gemaakt.

natos:: {C} bindwerk (v boeken).

natrekke:: {K} (alg) betrekking hebben op; (ihb) vallen (tijdstip); Kriysts ~ ef kbotof: Kerstmis valt op zondag.

natriyc:: {S} uitslag, eczeem.

natriyche:: {U} [be]schimmelen.

natriychos:: {C} schimmel.

natriyc-huron:: {C} kleine bevernel (L. Pimpinella saxifraga).

Natrofest:: {J} (Gar).

natrym:: {S} natrium.

Natrym-plep:: {W} .

natumt:: {I} ~ [n] (n is vz): afhankelijk [van]; ef zerfe ~: het hangt ervan af; ef zerfe ~ n flj/rst (n is vz): het hangt af van iets/iemand.

natumt-baso:: {C} excuus, verontschuldigende reden.

natumtiy::

  1. {Aef} afhankelijkheid, onzelfstandigheid.
  2. {I} afhankelijk, onzelfstandig.

Ntyjate:: {F}.

naubere:: {K} behept zijn met.

naurrblufk:: {Crs} slagveld.

naurre:: {E} sneuvelen, omkomen.

naurros:: {C} het sneuvelen.

navigao:: {C} navigatie.

navigaoafiy:: {C} logboek.

navi-systemm:: {C} navigatiesysteem (zoals TomTom).

na-vrk:: (= na-wys) {III} als zodanig.

na-wys:: {III} na-vrk.

nx:: {C} splinter.

nxe:: {U} splinteren.

NAX:: {afk} Nutter-atlntise Xlaja-rganisao.

naxyfole:: {K} ~ flj n rst: iemand iets aanraden.

naxyfoll:: {I} raadzaam.

naxyfolle:: {U} raadzaam zijn.

naxyfolos:: {A} goede raad; advies; frpj ef ~ kura eft empajiy smurflu'ettos, ...: voor advies over een geschikte hypotheek, ....

naxyfolos-zuobiy:: {I} eigenwijs (geen raad v anderen aannemen).

Nayes:: |najes| {G} (stad in Ren).

nazerfe:: {U} toekijken.

nazerfos:: {C} het toekijken.

nazi:: {C} nazi.

nzja:: {C} kenmerk.

nzjae:: {K} kenmerken.

nzjaelira:: {I} kenmerkend, typisch.

nzja-fort:: {III} gedurende geruime tijd.

nzjast:: {I} kenmerkend; ps nert melde ~ n wlkn: ze hebben niets met elkaar te maken; ze staan los van elkaar; ze zijn onafhankelijk van elkaar; ze hebben niets gemeen.

ne:: {PX.add > add} niet, on, loos; (samen met or) zonder, niet voorzien van; (bijv) trat/netrator: spoorboom/zonder spoorbomen; eft netrator kurarels: een onbewaakte overweg (geen spoorbomen, alleen met knipperlichten); ne-.

nealycror:: {I} drassig.

ne'ma:: {III} slechts, louter; (specificeert een ntr mv voor slechts mnl, indien het enk slechts mnl uitdrukt) aftel tu lelperre ~ freras?: heb je broers?; (vgl) aftel tu lelperre freras?: heb je broers en/of zusters?; (de combinatie ne'ma me wordt gereduceerd tot ne'ma of ne'me:) ne'ma/ne'me (= ne'ma me) ef kbo nle, kirro di mirru: alleen als de zon schijnt zullen we gaan wandelen; noi ~: wel; maar liefst (nadruk op grote hoeveelheid); do rinne 1000 noi ~: hij verdient wel (maar liefst) 1000 herco; eup lelperre 13 efantys noi ~: ze heeft wel (niet minder dan) 13 kinderen; brep noi ~: wel zeker; (= nert + me).

ne'me:: {III+VG} (= ne'ma me).

Ney:: {F}.

nebeldor:: {I} ongeschoold.

nebln:: {I} (fig) onbuigzaam, niet gedwee.

nebuce:: {K} kalmeren.

nebuch:: {I} kalm, rustig.

nebucos:: {A} kalmering.

neburatt:: {I} onbrandbaar.

nc:: {C} (arch/poe/dl= Peg) jongeling.

necafyl:: {I} ongeloofwaardig.

necn:: {C} militair kamp; kazerne; n.

Necn-mirra:: {W} .

necheba::

  1. {Aef} vacature.
  2. {I} onbezet (v ruimte); vacant.

nechepp:: {I} wat betreft de belangrijkheid.

Neckar:: {G} Neckar.

Neckar-mirra:: {W} .

Neckar-weg:: {W} .

neclenn:: {I} onrein, niet schoon.

Necoart cvyffs fes spoknda:: {N} (tijdschriftartikel); .

necmplett:: {I} incompleet.

necuratt:: {I} ongeneeslijk.

necrzrg:: {I} onverwarmd.

neaag:: {I} te zwaar om op te tillen, niet optilbaar.

nedirecc:: {I} indirect, zijdelings.

nedlonen:: {I} ontoelaatbaar.

nenosamariy:: {I} enkelvoudig, niet samengesteld.

nedyra:: {C} sjerp, ceintuur (vrnl bij Spok klederdracht); .

Neeato:: {F}.

Neeato-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Pitu); .

Neeato-kiyk:: {W} .

Neee:: {F}.

Neef:: {F}.

Neeferf:: {F}.

Neefts:: {N} (mnl personificatie vd Dood en Ziekte); .

Neefts-fleter:: {C} heggenrank (L. Bryonia dioica).

Neefts-flyddere:: {C} doodshoofdvlinder (L. Acherontia atropos).

Neemt::

  1. {J}.
  2. {G} (rivier van Hajega-gebergte naar de Tiress); .

Neeniy:: {M}.

Neenst-weg:: {W} .

Neepee:: {G} (beek; gemeenten Kurriy en Wens); .

Neest:: {G} (stad in Ziyp).

Neest-mirra:: {W} .

Neest-pt:: {W} .

Neet:: {F}.

n.e.e.t.:: {afk} (= na ef eit tu).

Neee:: {N} (pension; gemeente Lammafin); .

Neee-agru:: {G} (bergtop in Tora-gebergte; 971 m hoog); .

nef:: {LW} (bepaald; optioneel ipv ef bij object, als dit vr het ww staat; oorspr enn + ef) de, het; gress ~ mimpit trempe: ik heb het boek gelezen.

nef:: {PX} bij, neven, ondergeschikt; nef-; menn; su.

nfc:: {C} zeef; ef bidale lo eft gmoliy ~: het regent pijpenstelen.

nfce:: {K} zeven (ww).

nfciy:: {I} doorzeefd (met kogels).

nfc-pn:: {C} vergiet.

nefr:: {C} recreatiepark, pretpark (met kermis ed).

nefardekirs:: {Cmv} onkruid.

nefarmtat:: {C} stadslicht (v auto).

nefartatt:: {I} onbegaanbaar.

nefbelps:: {Cmv} ongedierte.

nefbrd:: {C} onderlaken (op bed).

nefcpitalo:: {C} sucpitalo.

nefdec:: |neftec| {C} tussendek (op schip).

nefesoumiy:: {I} onoverkomelijk.

nefestoroni:: {C} onbepaald voornaamwoord.

nefexiy:: {I} (fig) onbetaalbaar.

nffc:: {I} rauw (ongekookt/ongebakken).

nefhuflif:: {C} aanbouw; (losstaand) bijgebouw; (= suhuflif) dependance (elders gehuisvest deel ve organisatie); (het onderscheid tussen suhuflif en nefhuflif wordt in de praktijk niet altijd gemaakt (wel in een ambtelijke context)); suhuflif.

nefileset:: {C} (in Spok: kleiner eiland dat bestuurlijk onder een vd 7 "hoofdeilanden" ressorteert, ook xijeileset genoemd); vgl mennileset.

nefistjo:: {Aef} bijbetekenis.

nefitt:: {I} joviaal.

nefkanas:: {C} atomerr ~: subatomair deeltje.

nefkolestiymos:: {A} bijscholing.

Nefkolestiymos furt ark-tubsz:: {N} (afk= NT) "Bijscholing voor plattelandsvrouwen" (gemeentelijk initiatief voor vrouwen vh platteland die in de stad kwamen te wonen; in Amahagge); .

Neflam:: {F}.

neflectren:: {I} onbuigbaar.

neflifados:: {I} onaardig (alg); onvriendelijk (v zaken: niet goed voor milieu, niet prettig voor een mens ed); eft ~ wuma: een onvriendelijk bos.

nefliynkiy:: {I} onwelluidend.

neflovustatt:: {I} onherkenbaar.

nefmirra:: {C} ventweg, parallelweg.

nefmittus:: {C} nevenvertrek.

nefmux:: {C} dialect.

nefofeserr:: {C} onderofficier (weinig gebruikelijk; officile term is suofeserr).

nefojeldra:: {I} smetteloos.

nefoluqute:: {rs} nefoluquy.

nefoluquy:: {C; rs= ..oluqute} achterneef.

nefresta:: {C; mv= ~s} vrw vorm v nefrey.

nefrey:: {C} soldaat 3e klasse (luchtmacht); .

nefrs:: {C} benauwdheid, gebrek aan frisse lucht.

nefrsiy:: {I} benauwd, drukkend (lucht).

nefpainer:: {C} hulpwerkwoord.

nefpstsrt:: {C} bijpostkantoor (als gebouw; in stad; de posterijen zelf geven de voorkeur aan de term supstsrt).

nefprest:: {C} onderdirecteur.

nefprodk:: {C} bijproduct.

nefpyz:: {C} achterkleinkind.

nefqurtos:: {A} clausule.

nefrebbe:: {C} zwevende rib.

nefrestiy:: {I} (fig) vlekkeloos.

nefroji:: {C} kleine letter, onderkast.

neffla:: {C} achternicht.

nefsplnjos:: {A} bijbedoeling.

nefstgatjen:: {C} figurant.

nefsrt:: {C} voorstad; [grote] buitenwijk (v stad).

Nefsrt:: {N} "Voorstad" (Bergparel-hotel in Prio); .

nftsiy:: {C} (plechtigheid in Erg kerk na afloop v begrafenis/crematie).

neftreno:: {C} lokaaltrein, stoptrein (liever: sutreno).

nefull::

  1. |nefUll| {C} alikruik (slak) (L. Littorina).
  2. |nEfull| {I} onvoltallig.

nefmper:: {C} ongelovige (iemand zonder geloof).

nefmpiy:: {I} ongelovig, zonder religie.

nefuniversitiy:: {C} hogeschool (vroeger: universiteit met een beperkt aantal vakken).

nefuproje:: {C} zijtak (v familie).

nefsto:: {C} nicht (dochter v broer/zus).

nefwaler:: {C} neef (zoon v broer/zus).

nefozos:: {C} aanvullingsbegroting.

nefrmer:: {C} noodhulp, tijdelijke werkkracht, uitzendkracht.

neftro:: {C} onderlip.

neg:: {C} pit (in vrucht).

negateff:: {I} ontkennend, negatief.

negenunn:: {I} illegaal.

negore:: {K} erven (vlgs Erg regels).

negoriy:: {I} erfelijk (v bezit).

negrg:: {I} onverstandig.

negoros:: {C} erfenis (zoals verkregen/te verkrijgen vlgs Erg regels).

neg-pl:: {I} stompzinnig.

negt:: {I} gulzig.

neguria:: {I} onaangenaam.

nehc:: {I} (arch/poe) ledig, nutteloos.

nehciy:: {A; mv=enk} ledigheid, nutteloosheid; (sprkw) ef ~ melde ef dufjaer sat: ledigheid is des duivels oorkussen.

nehfteriy:: {I} (taalk) Spok irrealis (uitgedrukt met tempus-sx ui).

nehelt:: {I} (fig) ziekelijk, ongezond.

nehnto:: {I} massief, niet hol.

nehozviy:: {I} cynisch.

nehchatt:: {I} onoplosbaar (v vraagstuk).

nehuor:: {I} bandeloos, vrijgevochten.

nehybjiy:: {I} onbetwist.

neit:: {C} [grote] watersalamander (L. Triturus cristatus).

Neja:: {M}.

nejabincor:: {I} ongeoorloofd.

nejelpjevelira:: {I} onlosmakelijk.

nej:: {S} vis en vlees (eetbare dierlijke producten); sipt.

nejchet:: {I} ongewenst.

nejolabare:: {I} onvrijwillig.

nejuftelira:: {I} ongeldig.

NEK:: {N} (grootste grammofoonplatenmaatschappij (tegenwoordig cd-maatschappij) v Spok, gevestigd te Lift); .

nekafkroiy:: {I} achteloos.

nekafpainiy:: {I} werkeloos (zonder iets te doen).

nekaftatt:: {I} (lett) onbetaalbaar.

nekmpa:: {I} onwaar, leugenachtig.

nekimoriy:: {I} ongenoemd, verzwegen.

neknf:: {I} onbekend.

neknfe:: {U} onbekend zijn.

neknfer:: {C} onbekende (zn), onbekend persoon.

neknfo:: {C} onbekende (zn), onbekend ding.

nekof:: {C} boerenwormkruid (L. Tanacetum vulgare); spyntec.

nekofano:: {I} onderhands.

nekroliy:: {C} necrologie.

neksvifiy:: {III} ongetwijfeld.

nektr:: {S} nectar (vocht uit bloemen).

nektarynn:: {C} nectarine (vrucht).

nekvmpaj:: {I} onbillijk, onredelijk.

nel:: {C} punt (typografisch; bij spel/werk ed); ef fenteste nf tild ~s: het scoort niet slecht.

nelabinr:: {I} onzorgvuldig; nonchalant.

nelador:: {I} ongeladen (vuurwapen).

nelmustor:: {I} ongeschoeid; geen schoenen dragend.

Nelanda:: {Cef} Nederlandse vrouw.

nelandes:: {IIef} Nederlands (bv).

Nelandes:: {G} Nederland.

Nelandes-Antilla:: {Cef} bewoonster van de Nederlandse Antillen.

Nelandes-Antillo:: {Cef} bewoner van de Nederlandse Antillen.

nelandes-antills:: {IIef} van de Nederlandse Antillen.

Nelandes-Antills:: {Gmv} de Nederlandse Antillen.

Nelandes-mirra:: {W} .

Nelandjka:: {N} (veerboot); .

Nelando:: {Cef} Nederlander.

nelant:: {C} Nederlands (taal).

nlape:: {K} ingenomen/in zijn nopjes zijn met.

nelatare:: {K} zich zorgen maken over.

nelatiy:: {I} zorgelijk, ongerust; ef qugle ~ n rst: iemand ongerust maken.

nelatiyca:: {I} zorgzaam, attent.

nelatiycmiy:: {C} bedrag dat het budget te boven gaat.

nelatiyce:: {K} zorgen voor.

Nelatiyce-feslosos furt aferses ur Svmsta-armt {N} (afk= NS) "Stichting voor de Zorg van Drenkelingen en Aangespoelde voorwerpen" (in Tosiy); .

nelatiycos:: {A} zorg, beslommering.

nelatiykkett:: {I} zorgwekkend; (= nelatiycos + kettelira).

neldiy:: {I; [mv=enk]} nevelig, mistig.

Nelefges:: {F} (Peg).

neleldatt:: {I} ~ [armt]: onvatbaar [voor].

nelent:: {I} ondoorschijnend, niet transparant.

nel-fentestos:: {A} het scoren; streven naar punten/overwinning.

nelifrostos:: {I} onaanzienlijk.

nelinniy:: {I} ongevraagd.

nelk:: {C} kruidnagel.

nelk-fecc:: {S} piment, Jamaicapeper.

Nelma:: {M}.

Nelmeg-lirrotiy:: {W} .

Nelmeg-Opper:: {N} (tankstation langs de M1; gemeente Tunbas); .

Nelmeg-plep:: {W} .

Nelmeg-Wefot:: {N} (tankstation langs de M1; gemeente Tunbas); .

Nelmo-mirra:: {W} .

Nelmo-seert:: {W} (buurtschap); .

nelogise:: {I} onlogisch.

nelosamer:: {A; mv=enk} onverplaatsbaarheid.

nelosamiy:: {I} onverplaatsbaar.

Nelpra-mirra:: {W} .

Nelquiyf-mirra:: {W} .

Nelty:: {J}.

neluftmiypariy:: {I} onverhoeds.

nem:: {ZV; enk; gnp= ~er; gnz= ~r; rs= ~me} (bepalingaankondigend) degene[n] die, datgene wat; (als nem = zinskern: 3pv of stus in bijzin) ~ paine fitaju, stus arfine fes ef leld'srt: degene die zoiets doet, komt in de gevangenis terecht; ~ westarelije pai do, ef melde nonsens: dat wat door hem beweerd wordt is onzin; (als nem = GEEN zinskern, bt in bijzin) do westare ~, t melde nonsens: dat wat hij beweert, is onzin; eup linne ~, eup nert pnsec t: zij vraagt dat[gene] wat ze niet krijgen kan; do zaare ~er frint, t ef pitter kuntiyre: hij scheldt de vriend uit van degene die de fiets heeft gestolen.

nemainklot:: {I} onzelfstandig.

nemajek:: {I} doelmatig, niet ondoelmatig.

nemann:: {I} onvoldaan, niet betaald.

nemarst:: {I} kleurloos, zonder kleur(en).

nemastiy:: {III} onvoorstelbaar (als bepaling bij adjectief).

nemer:: {gnp} nem.

nemercel:: {I} deugdelijk, solide.

nemerfor:: {I} vol (smaak v witte wijn).

nemessen:: {I} onmeetbaar (getal).

nemikkelel:: {I} onbelangrijk.

neming:: {I} verontreinigd.

nemirt:: {I} ongehoorzaam.

nemiypiy:: {I} gedachteloos.

nemme:: {rs} nem.

nemmiy:: {I; [mv=enk]} lief.

nemontaiy:: {I} ongelijkwaardig.

nemr:: {gnz} nem.

nenaji:: {C} grindbank (in rivier).

Nenaji:: {G} (stad in Plef).

nenalm:: {I} in een vreemde wereld/omgeving (die niet de jouwe is); mittof melde ~: dat is een andere wereld (niet je eigen cultuur of wereld).

nenaliycc:: {I} onverzorgd, zonder verzorging.

nenltoniy:: {I} onbevangen, onbevooroordeeld; onpartijdig.

Nens:: {G} (stad in Tjemp).

nenatumt:: {I} ~ [n] (n is vz): onafhankelijk [van].

nenatumtiy:: {A; mv=enk} onafhankelijkheid.

Nenatumtiy-mirra:: {W} .

nenatumtiy-rutros:: {C} onafhankelijkheidsbeweging.

Nenatumt ark:: {N} (afk= N) "Onafhankelijk Land" (politieke partij); .

nender:: {vdw} nendore.

nendore:: {K; vdw= nender} vernietigen.

nendoriy:: {I} (lett) vernietigend.

nendoros:: {C} vernietiging.

nenruvva:: {I} onfatsoenlijk.

nng:: {C} rijpaard.

nenie:: {K} schaden; de gezondheid schade doen.

nenjebop:: {I} onbevaarbaar.

nenko:: {I} vlot, getapt, geestig.

nenn:: {I} schadelijk; ef melde ~ armt/yargeloh: schadelijk zijn voor.

nenne:: {C} kleindochter.

nenniy:: {C} schade; ef qugle ef ~ kaf: afbreuk doen aan.

nenniy-armtganos:: {A} verhaal, schadevergoeding.

nenniy-qurubo:: {I} onschadelijk.

Neno:: {G} (district op eiland Tigof).

Neno-plotepp:: {N} "Troebelen van Neno" (boerenopstand op Tigof, 1708-1709); ; (DOM 162).

nenrmala:: {I} abnormaal, ongewoon.

nenrmalitiy:: {C} abnormaliteit.

Neno-seert:: {N} (streekmuseum in Manes-Puriy; ; (DOM 34).

nents:: {I} laf (v smaak).

Nent:: {J}.

neo:: {PX} neo; (bijv) liberala/neoliberala: liberaal/neoliberaal.

neoliberala:: (I) neoliberaal.

neotlgt:: {I} mak, tam.

nepainare:: {U} ~ beri/den: ondoenlijk zijn; gress ~ beri arfine kelt: het is mij ondoenlijk om straks te komen; mittof ~ beri paine!: dat is ondoenlijk [om te doen]!.

nepainelira:: {III} ef qugle flj lo ~: iets ongedaan maken; ef menester quggavy ef fesbindosz lo ~: de minister wil de restricties ongedaan maken.

nepainen:: {I} ondoenlijk.

Nepalana:: {Cef} Nepalese vrouw.

Nepalann:: {Cef} Nepalees (bewoner).

nepall:: {IIef} Nepalees (bv).

Nepall:: {G} Nepal.

nepalleflatt:: {I} onomstotelijk, onweerlegbaar (feit); onschendbaar (koning).

nepartatt:: {I} oneven (getal).

neperfecc:: {C} onvoltooide tijd (v werkwoorden).

nepij:: {I} onvolkomen; niet helemaal.

nepjoh:: {I} scherp (niet bot).

nepliyfonamiy:: {I} ondrinkbaar.

nepolity:: {I} onbeleefd.

nepopulerr:: {I} impopulair.

neposibla:: {I} onmogelijk, uitgesloten.

neposiblae:: {U} onmogelijk zijn.

neposiblatiy:: {C} onmogelijkheid.

neprs:: {I} stiekem, heimelijk (lett: "wat niet verteld kan worden"); clandestien.

nepresr:: {I} ongewoon.

neprimit:: {I} onbekwaam, incompetent.

Nepriyk:: {N} (merk v allerlei producten om je tegen muggen te beschermen); .

nepriylltatt:: {I} weerloos.

neproba:: {SC} fes ~: onwillekeurig.

neprltt:: {I} onrein, onkuis, onzedelijk.

nepromisiy:: {I} zijn belofte niet nakomend.

Neptunes:: {N} Neptunus.

Neptunes-mirra:: {W} .

nepurfillor:: {I} onbetoond; niet gebleken.

nequeo:: {I} onbeschaafd.

nequiyralg:: {I} onaanvaardbaar.

nequpp:: {I} ongezien; niet in aanzien.

Nequrre-wuma-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente rb); .

Nequrre-rng-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente rb); .

nequrtiy:: {I} onbepaald; niet vaststaand.

nequrubo:: {I} onveilig.

nequste:: {I} nequstre.

nequstre:: {I} vrijmoedig.

nerajiyter:: {C} wanhopige (zn), wanhopig persoon.

nerajiytiy:: {I} wanhopig; hopeloos.

Nerda:: {N} (wegsrt langs autoweg M2; gemeente Haleu); .

nereal:: {I} onwerkelijk.

nereglefort:: {I} onregelmatig (v tijd; afwijkend v regel).

NerenL:: {afk} Notarrseren-lacs.

nereopatratt:: {I} on[ver]draaglijk.

nerfas:: {C} zenuwstelsel.

nerfiy:: {C} nerf (v blad).

nerikar:: {I} goedkoop.

nerikare:: {U} goedkoop zijn.

nerikariy:: {C} koopje (voordelige aanschaf).

nerisinar:: {I} onvoorzichtig.

nerisinariy:: {A; mv=enk} onvoorzichtigheid.

nriy:: {Iid} droog||nat; eft ~ ityro m jepsz: een droog klimaat; kost ~n korsz melde velk m knurfel: mijn sokken zijn nog droog; tmlek-~ helbi: droge kleren; eft tst-~ srt: een droog huis; eft jeps-~ kas: een natte jas; kost ~n korsz melde lef bidalos: mijn sokken zijn nat door de regen; eft natriyche-~ srt: een nat (erg vochtig) huis; eft flmpe-~ muntiyn: een natte spons.

Nerja:: {F}.

nerkone:: {U} opknappen (v ziekte).

nerkonsrt:: {C} revalidatiekliniek, -centrum; .

nerovret:: {I} lastig, stout, ondeugend.

Ners:: {F}.

nert:: {III} niet; (staat VOOR het predicaat dat ontkend wordt) ~ arfine do: hij zal niet komen; gress ~ trempavy ef quiyrda: ik wil de krant niet lezen; do sen ~ di vel luktu, ...: hij zal zich niet wassen, omdat ...; (als het predicaat een infinitief bevat, ontkent nert dit infinitief) gress ~ trije beri obezjere: ik probeer om niet te lachen (nert als ontkenning bij de infinitief obezjere; (vgl) gress ~ trije, den [gress] obezjere: ik probeer niet om te lachen (nert als ontkenning bij trije); ef ~ melde gulder beri uokke: het is beter om niet te roken; (samen met bep lw ef) geen; do lelperre ~ ef oto: hij heeft geen auto; ~ ef xozjc mimpit melde: dit is geen leuk boek; (enkele idiomatische constructies met nert komen achteraan in de zin) ~ ral tur zuf: van te voren; tu trempt ef rapors ~ ral tur zuf: je moet het rapport van te voren lezen; ~ vluf tur velk (afk= nv/v): voortdurend; eup vpje ef chat ~ vluf tur velk: ze pest de kat voortdurend; X ~ X iftam: om de/het X; tof ~ tof iftam: om de dag.

nert:: {PXimpr} nert; nert-.

Nert n noi, ur pai, enn n n:: {N} (tijdschriftartikel); .

nertflecs:: {C} brandweer.

Nertflecs-lirrotiy:: {W} .

nertflecs-necn:: {C} brandweerkazerne.

Nertflecs-necn:: {N} "Brandweerkazerne" (instantie in Hirdo: brandweerkazerne met museum/tentoonstellingsruimte); ; (DOM 209).

nertiffate:: {rs} nertiffay.

nertiffay:: {SC; rs= nertiffate} gewetensvrijheid; (= nert + tiffay).

nertkltarus:: {C} grondstof.

nert-miypelira:: {I} bespottelijk; onmogelijk, krankzinnig (als versterking).

nert-pliyfonatjen:: {C} (spr) geheelonthouder, niet-drinker (die geen alcohol drinkt).

nertufegtsil:: {C} (bloem) vergeet-mij-nietje (L. Myosotis); (ihb) voetnoot.

nertuie:: {U; gst= nertuit}

  1. ~ luft: beheerd worden door; ef finanos ~ luft gress: ik ga over de financin;
  2. ~ n: (fig) in de weg staan;
(= nert + tuie).

nertuit:: {gst} nertuie.

nertuitiyn:: {C} hindernis, obstakel (iets dat in de weg ligt/staat).

nert-uokkatjen:: |-wo..| {C} niet-roker (iemand die niet rookt).

nertytende:: {E} ~ beri/den: van een plan afzien; ervan afzien om; eup ~ beri prate mas: ze ziet ervan af om morgen te vertrekken.

nerutracc:: {I} onbeweeglijk (niet bewegend).

nerutramiy:: {I} (lett) onbeweegbaar, onwrikbaar (niet in beweging te krijgen).

nruvva:: {I} fatsoenlijk, eerzaam, deugdzaam.

nervoss:: {I} zenuwachtig, nerveus.

nervossiy:: {A; mv=enk} nervositeit, zenuwen.

nervoss-tiyn:: {C} ef tasse fes ~: het op zijn zenuwen krijgen.

neryt::

  1. {I} raak (niet mis).
  2. {III} pal, juist, precies; ~ furt ef argerat: pal voor de deur.

nes:: {C} (alg) neus; (geografisch) landtong (smalle strook land die in het water steekt).

Nes::

  1. {G} (stad in Tjemp).
  2. {N} (klein vliegveld; gemeente Nes); .

neftros:: {A} onschuld.

neampiy:: {I} ongewijzigd, onveranderd.

nesvriy:: {I; [mv=enk]} onzindelijk; niet schoon, niet netjes.

nes-bjelt:: {C} muilkorf; ef piyrste lef ef[t] ~: bekvechten.

nesclne:: {U} de neus snuiten.

Nes-covent:: {N}

  1. (Erg klooster; gemeente Ameronne); .
  2. (Bergparel-hotel in Nes); .

nescriftor:: {I} blanco, oningevuld.

nse:: {C} houtsnip (L. Scolopax rusticola).

nesel:: {I} zoet (v water: niet zout).

neserten:: {I} onzeker.

nesfsto:: {C; mv= ..fste; rsmv= ~tt} zakdoek.

nesfste:: {mv} nesfsto.

nesfstott:: {rsmv} nesfsto.

nes-fisa:: {C} sneep (vis) (L. Chondrostoma nasus).

nes-haje:: {C} neushaai (L. Lamna nasus).

nes-huron:: {C} ratelaar (plant) (L. Rhinantus); belt ~: kleine ratelaar (L. R- minor); presr ~: grote ratelaar (L. R- serotinus).

nes-jk:: {C; mv= ~y} wenkbrauw; ef rdlare ef ~y: de wenkbrauwen doen fronsen.

nes-jky:: {mv} nes-jk.

Neskursuus:: {F}.

nesmotiy:: {I; [mv=enk]} onregelmatig (v leven, gezicht).

nesnep:: {C} doffiy ~: Noordse pijlstormvogel (L. Puffinus puffinus).

nso:: {Iid} licht||donker; poi ~: licht; koffon ~: donker; eft ~ tof fes iynk: een donkere/sombere dag; eft ~ mars lef kbo: een lichte/heldere kleur.

nesos:: {C} nasaal (neusklank: m, n).

nesovsiy:: {I; [mv=enk]} onaangedaan, onbewogen.

nesppiy:: {I} onverdroten.

nesplntiy:: {I} onbedoeld.

nes-rt:: {C} bosspitsmuis (L. Sorex araneus); svimelira ~: waterspitsmuis (L. Neomys fodiens).

nesse:: {U} snuffelen.

nes-sven:: {C} knobbelzwaan (L. Cygnus olor).

Nest:: {J}.

nesta:: {C} nest (vrnl v vogel).

nst:: {C} haak.

Nestafie:: {F}.

Nestafie-huflif:: {N} (cultureel en multifunctioneel centrum in Amahagge); .

Nestafie Korda:: {N} (Erg kerk in Amahagge); .

Nestafie-ffen-koles:: {N} ("overgangsschool" in Amahagge); .

Nes-taris:: {N} (toren; gemeente Ameronne); .

nesta-c-tonut:: {C} moseik (L. Quercus cerris).

neste:: {U} nestelen.

nste:: {K} haken.

nestebar:: {C} verbranding.

nestebare:: {C} verbranden.

nestebaros:: {C} stuk verkoold hout; stuk houtskool.

nestep:: {I} verbrand, afgebrand.

Nester:: {F}.

nstil:: {I} pittig, energiek.

nestin::

  1. {Sef} [geel]koper, messing.
  2. {I} [geel]koperen, van messing gemaakt.

Nestin-kib-terf:: {W} .

Nestin-mirra:: {W} .

nestiy:: {I} nodig, noodzakelijk.

nestiyare:: {U} nodig/noodzakelijk worden.

nestiye:: {U} ~ [beri]: nodig zijn, zaak zijn om; do ~ beri arfine: het is nodig dat hij komt; tu ~ beri crtire-ral: het is nodig dat je meehelpt; je bent nodig om mee te helpen; tu nert ~ beri scemre lo k: je hoeft niet zo te schreeuwen; pert smurf ~: er is veel geld nodig.

nestiyelira:: {III} desnoods, zo nodig.

nestyce:: {U} ~ beri/den: genoodzaakt zijn.

nestyc:: {C} noodzaak.

nestyp:: {I} week, onvast, onstevig.

Nes-weg:: {W} .

nesymetrij:: {C} asymmetrie.

nesymetrise:: {I} asymmetrisch.

neriy:: {I} (fig) onzuiver.

net:: {PXimpr.add > add} (als add met voc begint) niet, on; (bijv) netovapiy: afzijdig; net-; net-.

net-:: {PX.add > add} (alleen productief bij woorden die met voc beginnen, en ook in de constructie har ef tork net-: niet al te ...; har) niet, on; (bijv) net-ani: onplezierig; (soms vervangt net- het productieve ne om de negatie extra nadruk te geven) do nert melde slamestiy tur iftam net-slamestiy: hij is niet beleefd, maar juist ONbeleefd; net-..; ne; net.

net-alp:: {I} onbebouwd.

netabarit:: {I} bewusteloos; ef arfine ~: bewusteloos raken; in onmacht vallen.

net-ani:: {I} onplezierig.

net-p:: {I} ongeschikt.

netpe:: {K} afkeuren (v soldaat).

netapnte:: {K} (fig) opbouwen; doen ontstaan.

netapntos:: {A} (fig) opbouw; het doen ontstaan.

Net-aror Kadstralo Eermiyp:: {N} (afk= NAKEe) "Onverenigde Kadastrale Eenheid" (fiscaal begrip); .

net-rticuleror:: {I} ongearticuleerd (lett/fig).

nets:: {C} haan, kip (mnl).

nets-hrna:: {C} hanenkam.

Nets-terf:: {W} .

nets-tustu:: {C} (spr) nieuwtje (wetenswaardigheid).

net-r:: {I} onoprecht.

net-brbor:: {I} baardeloos.

net-bautoamiy:: {I} onvervreemdbaar.

net-chentamiy:: {I} onverwacht, onvoorzien.

net-dres-oaro:: {I} inconsequent.

net-eaqupper:: {C} buitenstaander.

net-eker:: {I} modern.

net-engfartiy:: {I} onnauwkeurig.

net-entren:: {I} ontoegankelijk.

net-epa:: {I} onbewolkt.

neterpamiy:: {I} onscheidbaar.

neterpiy:: {I} onafscheidelijk.

net-gramp'kurre:: {I} roestvrij, niet kunnende roesten; idegrampor.

net-guldriy:: {I} onverbeterlijk.

net-hc:: {I} nutteloos, onnuttig.

netirdus:: {I} heel, ongeschonden, ongebroken.

net-istjo:: {I} onbeduidend, niet veel betekenend.

net-kat:: {III} helemaal niet, in genen dele.

net-kimoriy:: {I} anoniem.

net-kglanm:: {SC} ongerechtigheid, onrechtvaardigheid.

net-lcror:: {I} onverhard (v wegen: modder, zand, grind, steenslag).

net-luftrupkiy:: {I} onherroepelijk.

net-nenn:: {I} onschadelijk.

net-oaroamiy:: {I} onbespreekbaar; ef qugle eft ~ tiyn n flj: iets onbespreekbaar maken. neto:: {C} stroomgebied, rivierengebied.

net-ojabriy:: {I} onverzettelijk, standvastig.

netokrata:: {I} ongedwongen, ongekunsteld.

netokrataiy:: {A; mv=enk; rs= ..kratate} ongedwongenheid, ongekunsteldheid.

netokratate:: {rs} netokrataiy.

net-olla:: {I} onaangenaam; ongezellig, onplezierig.

net-omberst:: {I} schaduwloos.

net-omifts:: {I} welwillend.

net-semah:: {I} onaantrekkelijk.

net-oskiy:: {I} ongebruikelijk, niet gangbaar.

net-osksompiy:: {I} onwelvoeglijk.

netovapiy:: {I} afzijdig; ef tinde ~ furt: zich afzijdig houden van.

netroja:: {I} onzedig, onzedelijk.

netrojo:: {I} onaangenaam.

nett:: {C} schets, concept, ontwerp.

Nettleton:: {F} (Eng).

nett:: {I} netto.

net-ufiramiy:: {I} onberijdbaar (v weg ed).

net-ma:: {I} ongemakkelijk, oncomfortabel.

netundaratt:: {I} onbreekbaar.

net-uneratt:: {I} onverstaanbaar.

net-uf:: {I} ongebruikelijk.

Network:: {N} (trendy discotheek in Hirdo); .

net-os:: {I} onbezet (niet door een leger bezet).

net-otfa:: {I} reddeloos.

net-ypro:: {C} nadeel.

netyr-clko:: {S} ongebluste kalk.

netyrhor:: {I} ongeblust.

net-rlikfortiy:: {I} onregelmatig (v tijd).

net-rlikjakarsiy:: {I} ongelijk[matig], niet gelijkelijk verdeeld (over een oppervlak).

net-rlikjaiy:: {I} onregelmatig (ruw/bobbelig: v oppervlak).

nettyniy:: {I; [mv=enk]} beperkt, begrensd, gelimiteerd.

ne:: {III} (spr) nee; noft.

neumelle:: {K} (dl= Zuid-Liftka/Tigof) misbruik maken van.

neuver:: {I} neyuver.

nevariy:: {I} onbevreesd.

Nevis:: {G} Nevis.

neviola:: {I} nonchalant; slordig, niet nauwgezet.

nevobaror:: {I} onbeschaafd, onopgevoed.

nevrcc:: {C} karrenspoor; ef lufire eft narfartiy ~: zich in de moeilijkheden werken.

nevyrtosiy:: {I} onhebbelijk.

newapor:: {I} ongewapend.

New City:: {N} (prestigieus nieuw winkelcentrum in Amahagge); .

Newton-mirra:: {W} .

New York:: {G} Nie-York.

nexre:: {I} onaannemelijk, ongeloofwaardig; ongelooflijk.

nexlmp:: {I} praktisch, doelmatig.

nexents:: {I} hardhandig.

nexiy:: {I; [mv=enk]} noodgedwongen.

nexizjiy:: {I} overig, resterend.

nexul:: {I} onvolledig.

neyle:: {K} dempen (v water).

neyuver:: (neuver) {I} (lett) onzuiver.

n.e.z.:: {afk} (= na ef zerfe).

nezrt:: {I} onbewoond.

Neze:: {G} (district op eiland Lomky).

nzare:: {K} bedigen.

nze:: {K} bezweren.

nzor:: {II} (afk= nz.) bedigd.

nzos:: {A} bezwering.

nezerfan:: {I} onzichtbaar.

nezovertiy:: {A; mv=enk} onvrede.

nezvcsiy:: {I} onvoorbereid.

nf:: {afk} nofembry.

ni:: {III} niettemin; wel zo; evenwel; ~ dus niye: al dan niet; ~ dus niye do arfine: ook al komt hij niet.

Nibbe:: {G} (riviertje van Ziffon-gebergte naar de Krk); .

Nicaracana:: {Cef} Nicaraguaanse vrouw.

Nicaracann:: {Cef} Nicaraguaan.

nicaracc:: {IIef} Nicaraguaans (bv).

Nicaracc:: {G} Nicaragua.

Niche Flofarri:: {F}.

Nichtkalas:: |nikkalas| {G} (stad in Bloi).

Ni-terf:: {W} .

nie:: {K; gst= nit} herstellen, repareren (alg); boeten (v netten); (vgl Ned "naaien").

nie:: {PXimpr} nieuw; nie-.

nie-:: Nie-.

Nie-:: {PX} Nieuw- (in geografische namen); nie-..; Nie-...

nie-caledoniy:: {IIef; mv=enk} Nieuw-Caledonisch (bv).

Nie-Caledoniy:: {G} Nieuw-Caledoni.

Nieche Burton:: {F}.

Nieche Comf:: {F}.

Nieche Flofarri:: {F}.

nief:: {I} herstelbaar, te herstellen.

nie-noftate-rels:: {C} terugvalwissel (spoorwegen).

nier:: {C} reparateur.

Nie-Spocann:: {N} (Spok feestdag op 11 aug; herdenking vd Vrede van Mora; winkels gesloten); .

niet:: {rs} nio.

Nie-York:: |-jrk| (New York) {G} New York.

Nie-York-plkom:: {N} (tunnel; gemeente Flipa); .

Nie-Zeelanda:: {Cef} Nieuw-Zeelandse vrouw.

nie-zeelandes:: {IIef} Nieuw-Zeelands (bv).

Nie-Zeelandes:: {G} Nieuw-Zeeland.

Nie-Zeelando:: {Cef} Nieuw-Zeelander.

niezemp:: {C} nieuwjaar.

niezempof:: {C} nieuwjaarsdag.

Nigera:: {Cef} Nigeriaanse vrouw.

nigeriy:: {IIef; mv=enk} Nigeriaans (bv).

Nigeriy:: {G} Nigeria.

Nigero:: {Cef} Nigeriaan.

nigriy:: {IIef; mv=enk} Nigerees (bv).

Nigriy:: {G} Niger.

Nigriyna:: {Cef} Nigerese vrouw.

Nigriyno:: {Cef} Nigerees (bewoner).

nihil:: {II} geen enkele, in het geheel geen; ef ~ spkelke (mv!) = nert r spkelak: geen enkele bezitting; do lelperre ~ smurf = do lelperre pij noi smurf: hij heeft in het geheel geen geld; hij heeft helemaal geen geld.

nii:: {C; rs= nitt} doop; ef qugle ef ~ n rst: iemand dopen.

nii-alstah:: {C} nii-alstrah.

nii-alstrah:: {C} doopvont.

nii-kartafiy:: {mv} nii-kornin.

nii-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} doopakte.

Nijai:: {F}.

nijo:: {I} opvllend; ef qugle ~: opvallen; mittof qugle [kafr] ~ n kirro: dat valt ons [meteen] op.

Nijue:: {G} Niue.

Nikls-ef-Wik:: {N} (mineraalwatermerk uit de Nikls-bron ten zuiden v Lammafin); ; (DOM 93).

Niko:: {J} Nico[laas].

Nikola:: {M} Nicole.

nikotynn:: {S} nicotine.

Nikotynn-mirra:: {W} .

ni'kurre:: {I} nert ~: onherstelbaar.

Nila::

  1. {G} Nijl (rivier).
  2. {N} (bar bij motel Ef Vr Piramitts in Amahagge); .

Nila-plep:: {W} .

nill:: {C} broche, [sier]speld (bij Spok klederdracht); .

nimpf:: {C} nimf.

Ninaber:: {F}.

'nin:: {C} meisje; pirinin.

nink:: {I} (arch/dl= Berref) laag (niet hoog); ninker.

ninker:: {I} laag (niet hoog).

Ninker-blufk-mirra:: {W} .

ninkeriy:: {C} laagte.

ninker-koles:: {C} lagere school, basisschool.

Ninker-Koles:: {N} (ninker-koles, gezien als Spok onderwijsinstituut); .

ninker-kolestiy:: {C} lager onderwijs.

Ninker-Krappa:: {G} (oefengebied vd Landmacht); .

Ninker-Oo-Pazzosti:: {N} (vuurtoren; gemeente Wena); .

ninker-toberg:: {C} laaggebergte.

nino:: {C} (dl= Tigof/Lomky) kind.

nio:: {C; rs= niet} omheining (alg); loge (in theater: duidelijk afgesloten gedeelte).

nios::

  1. {C} (lett) herstel, reparatie, het herstellen.
  2. {A} (fig) herstel.

nirs:: {C} cape; [grote] omslagdoek.

nirr:: {I} loos, vals, niet echt, schijn.

nirre:: {K} nodig hebben, niet kunnen missen, het moeten hebben van, er niet buiten kunnen (iets wat je al hebt); Alas ~ ef jola-tupplipos: Alas moet het hebben van het toerisme (Alas leeft al van het toerisme, maar zou niet zonder kunnen); vgl Alas mennirre ef jola-tupplipos: Alas heeft het toerisme nodig (er is nu [nog] geen toerisme in deze stad).

Nirr-Firani:: {G} (riviertje van de Firani naar de Aflif-straat); .

nirrte:: {K} verdoezelen.

nirrtos:: {C} verdoezeling.

Nisn:: {F}.

Nisrda:: {F}.

nit:: {gst} nie.

NITOQU:: {afk} Ngalim-Institua furt Tolanko-qulapp.

nitratiy:: {S} nitraat.

nitre:: {K; gst= nitt} schandelijk vinden en afkeuren.

nitre-p:: {I} afkeurenswaardig.

nitritiy:: {S} nitriet.

nitrogena:: {I} van stikstof gemaakt; stikstofhoudend.

nitrogenym:: {S} stikstof.

nitros:: {A} afkeuring.

nitt::

  1. {rs} nii.
  2. {gst} nitre.

nittp:: {C} gording (bouwkunde: horizontale dakbalk).

nittpiy:: {Aef} eigenaardigheid.

nittpiy:: {I; [mv=enk]} eigenaardig.

nivi:: {C} naad.

nivo:: {C} niveau; (fig) ef kolestiy melde fes hardlap ~: het onderwijs staat op hoog peil; m ~: mateloos, heel erg.

Nixon:: {F}.

niy:: {III; mv=enk} niye.

niye:: {III}

  1. niet zo; evenmin; gress cnsidere groft dravos lo ~ hord: ik vind zijn tekening niet zo mooi/minder mooi; ni;
  2. (zwakke vorm v noft; men zegt "nee", maar bedoelt eigenlijk "ja");

noft.

niyft:: {C/S} jachtbuit (bestaande uit gedode vogels); eft jelpjevor ~: (pop) uitvlucht, smoesje; ef sivve ef ~ ur krek: erg zuinig zijn; tegen het krenterige aan zijn; ef melde ef ~: "de jachtbuit zijn" (voetbaluitdrukking: gezegd ve speler die na een gemaakt doelpunt bedolven wordt onder zijn medespelers).

Niymt::

  1. {F}.
  2. {N} (uitgeverij in Amahagge); .

niyn:: {I} gaar; goed gekookt.

Niyndi-mjl:: {N} (molen in gemeente Cleft); .

niynece:: {K} gaarstoven, gaarsmoren.

niynecos:: {C} gestoofd gerecht, stoofpot.

niyn-koffon:: {I} morsdood.

Niysriy:: {F}.

niyxe:: {U} met koeien het bos in gaan; ideniyxe.

nja:: {vdw} njame.

njaare:: {K} uit-/afscheiden (v vocht).

njabo::

  1. {Aef} zachtheid, mildheid.
  2. {I} zacht, mild.

njaeot:: {I} wederrechtelijk, illegaal.

njams:: {C} uit-/afscheiding (wat uit-/afgescheiden wordt).

njame:: {K; vdw= nja}

  1. (vloeistof) spuien, lozen, uitscheiden;
  2. (hoeveelheid) schatten, ramen;
  3. (pop: v bier, uit tapkraan in bar) tappen.

njame-jns:: {C} afvoerpijp; riool.

njamos:: {C}

  1. (vloeistof) lozing, uitscheiding;
  2. (hoeveelheid) raming, schatting;
  3. (uitkomst) resultaat; uitslag; ef qugle ef ~: de doorslag geven;
  4. (bij verkiezingen ed) opkomst.

njnte:: {U} proesten (lachen).

njntos:: {C} geproest (lachen).

Njstem-fonis:: {G} (inham bij Abert); .

njata:: {Iid} schuldig||onschuldig; do bloe ef ~: hij is onschuldig; do synne ef ~: hij is schuldig; ~ mip cubu: onschuldig; ~ mip car: schuldig; kost rg'iyc ~e pai xyfolos: mijn ziel is schuldig.

Njeb:: {afk} Njebopiy-benc.

njebobas:: {C} vlootbasis.

njebop:: {C} overtocht.

njebop:: {I} bevaarbaar.

njebopjiy:: {C} bevaarbaarheid.

njebope::

  1. {K} varen (besturen v schip); ef ~ eft tupplip rifo ronter: een rondvaart maken.
  2. {U} varen; vende.

njebope-fes:: {K} binnenvaren, varen in; ef kar ~ [ef port]: het schip vaart [de haven] binnen.

njebope-mip:: {K} (lett) uitvaren, varen uit; ef kar ~ [ef port]: het schip vaart [de haven] uit.

Njeboper:: {F}.

njebope-vendos:: tewaterlating {C}. njebopiy:: {C} scheepvaart.

Njebopiy-benc:: {N} (afk= Njeb) "Scheepvaartbank" (voormalige bank te Br); .

njebopiy-buro:: {C} rederij, rederskantoor.

Njebobiy-buro Sidn Mesdul-Rifo Opper:: {N} Sidn Mesdul-Rifo Opper.

Njebopiy-weg:: {W} .

njebostrt:: {C} schipbreuk.

njebostrter:: {C} schipbreukeling.

njep:: {C} (pop) schuit, boot.

njoma:: {C} maretak, vogellijm (L. Viscum album).

njoratjen:: {C} moordenaar.

njore:: {K} vermoorden, doden, ombrengen.

njore-missis:: {C; mv= ~a} dennenmoorder (paddenstoel) (L. Heterobasidion annosum).

njore-missisa:: {mv} njore-missis.

njoros:: {C} moord.

njort:: {I} moorddadig.

n.m.:: {afk} (= na miyparos).

no:: (= -no) {SX.c/n > n} (onscheidbaar aangehecht bij namen v Spok voertuigen) (bijv) Preettno: De Bliksemschicht; Umynastno: De Mijnwerker (namen v locomotieven); encno: Vehikel; Petriyno: Piet (namen v auto's: bijna elke Spokanir geeft zijn auto/fiets een naam!); (scheidbaar toegevoegd bij namen v niet-Spok voertuigen) Snelheid-no: De Snelheid (naam v eerste Nederlandse locomotief); Gouden-Koets-no: de Gouden Koets; nolac.

-no:: {SX} no.

Noa:: {M}.

nbe:: {K} [in]dopen.

Nck:: {F}.

nocmes:: {C} ramp; luft ef nert hgypalelira ~: tot overmaat van ramp.

nod:: {C} mug (alg); eft blotter ~: dat is niet mis!, dat is geen kattenpis!.

noa:: {C} inoa.

noiy:: {I; [mv=enk]} bar, guur, akelig, krankzinnig.

noo:: {C} inoo.

Noeff-fresta:: {G} (bos; gemeente Stan); .

Noeff-mirra:: {W} .

Noeff-plep:: {W} .

Noezm:: {N} (bekende hippodroom bij Gret); .

nof:: {afk} nofembry.

nfdeln:: {S} rijshout.

nofembry:: {Cef} (afk= nf of nof) november.

Noff:: {G} (riviertje van Az-gebergte naar de Hildi-fonis); .

nff:: {C} spreeuw (L. Sturnus vulgaris).

noft:: {III} nee[n] (ontkennend antwoord); (als adverbiaal add) aftel do melde crtiriy crlo? kirro zjoffecos ef ~: is hij eigenlijk wel behulpzaam? dat kunnen we niet beweren, nee.

nft:: {C} wuiven van graan; zwiepen van een tak (door de wind).

noftatafiy:: {C} wissel (kredietbrief).

noftatare:: {K} om-/verwisselen.

noftataros:: {C} om-/verwisseling.

noftate::

  1. {K} (alg) wisselen; (ihb) overstappen (bus, trein).
  2. {Upr} wisselen.

noftate-p:: {I} verwisselbaar.

noftate-armt:: {K} contact zoeken/opnemen met.

noftate-armt-veldur:: {C} contactpersoon.

noftate-cekiy:: {I} wisseltonig.

noftate-rcel:: {C} Engels wissel (spoorwegen).

noftatelek:: {S} (afk= nok. of NOK) wisselstroom.

noftate-qurs:: {C} wisselkoers.

noftate-rels:: {C} wissel (spoorwegen).

noftate-trt:: {K} teruggeven (v wisselgeld).

noftateurf:: {S} wisselgeld.

noftatos:: {C} (alg) wisseling; (ihb) overstap, het overstappen (bus, trein).

noftatos-trt:: {C} teruggaaf, restitutie (ook fiscale term); .

noftatsrte:: {K} ~ [n]: verwisselen [met]; niet uit elkaar kunnen houden (per ongeluk, ook v mensen).

noftatsrtos:: {C} verwisseling, het door elkaar halen (per ongeluk).

nfter:: {A; mv=enk} onbestendigheid, wispelturigheid, veranderlijkheid, wisselvalligheid.

nftiy:: {I} onbestendig, wispelturig, veranderlijk, wisselvallig.

noga:: {S} noga.

nogatiyn:: {C} stuk noga.

Ngatro-plep:: {W} .

nge:: ~ [armt flj]: {U} vlekken maken [in/op iets]; een slechte naam/reputatie hebben; in een slecht daglicht staan.

ngos::

  1. {C} het maken van vlekken.
  2. {A} slechte reputatie.

noi:: {III} niet (emfatischer dan nert); (mag zowel VOOR als ACHTER het predicaat geplaatst) do arfine ~ = do ~ arfine: hij komt NIET; (noi ipv nf of nert ef indien er een uitbreidende bijzin volgt die de ontkenning tegenspreekt of nader verklaart) do lelperre ~ influnns, melde vlt marteltu: hij heeft geen griep, hij is hoogstens verkouden; (als tegenstelling v iftam = wel) gress vende iftam helkara ef dokerat ur Jn ~: ik ga [wel] naar de bioscoop en Jn niet; (noi vr een ander woord:) ~ curmel: misschien niet; ~ g: stellig niet; onmogelijk; ~ kerru: ook niet; evenmin; gress arfine ~ kerru: ik kom ook niet/evenmin; ~ kva: [nog] niet eerder (het is nog nooit voorgekomen); ~ lilt: niet vaak; (vgl) lilt nert: vaak niet; ~ riyfain: niet altijd; ~ ur quoss: niet of nauwelijks; ~ uss: toch al niet; (noi n een ander woord:) gei ~: over het algemeen niet; quista ~: echt niet, zeker niet, beslist niet; alo ~: meestal niet.

noik'mi:: {I} afwezig, absent.

noimelde:: {U} (lett) afwezig zijn.

noimeldos:: {A} (lett) afwezigheid; lf ~: bij afwezigheid (v tijdelijke aard); langiy ~: bij afwezigheid (permanent).

Nojelder-weg:: {W} .

noji:: {C} [kippen]ren; (ook) doel, goal, "keepershok" (ruimte tussen de doelpalen op een voetbalveld; voetbaluitdrukking); groft ~ lef vults ur netsz: zijn hele hebben en houden; al zijn bezittingen.

nok.:: (= NOK) {afk} noftatelek.

NOK:: (= nok.) {afk} noftatelek.

nk:: {C} (vulg) pik, lul.

Nkaso:: {F}.

Nokkzeetiy:: {N} "Kruisbes" (hotel in Lammafin); .

nokkztiy:: {Crs} kruisbes.

noklah:: {C} tarbot (L. Scophthalmus maximus).

nokt:: {C} sul, lummel (zowel mnl als vrw).

Nola:: {N} (voormalige boerderij; gemeente Asjetto); .

NoLa:: {afk} Noloseren-lacs.

nolac:: {SX > c} wagen, kar, auto; (bijv) slapelnolac: slaaprijtuig; kinnolac: ziekenauto, ambulance; blofnolac: paard-en-wagen; no.

Nolf:: {N} (kasteelrune; gemeente Ef Plkomer); .

noln:: {C} ruziezoeker; strijdvaardig persoon; n.

Noln:: {F}.

Noln-Gragt:: {N} (voormalige uitgeverij in Amahagge); .

nolnt:: {C} vijandschap; het uit zijn op ruzie.

nolare:: {Kid} krijgen||verliezen; ef ~ [quista] flj: iets krijgen; ef ~ flje (rs!): iets verliezen; gress sener rarr ~: ik heb mijn hoed verloren; gress ~ [quista] eft kleter rar: ik krijg een nieuwe hoed; (nolare drukt slechts uit dat iemand in het bezit raakt v iets, dan wel iets kwijtraakt; HOE hij iets kwijtraakt of VAN WIE hij iets krijgt, blijft onuitgedrukt); pnze; perde.

Nola ur Zg:: {W} (stadswijk in Asjetto); .

nolce:: {K} mennen (wagen besturen); putten (v water); ~ ef tiyn helkara: aansturen op (fig).

Nolcos:: {N} (boerderij; gemeente Kitia); .

nole:: {K} [ver]kiezen.

Noleanah:: {F}.

nole-p:: {I} verkiesbaar.

Nolec:: {F}.

nole-jesfs:: |-jest/-jefs| {C} verkiezingscampagne.

nole-njamos:: {C} verkiezingsuitslag.

nole-quarderos:: {C} opkomst (bij verkiezingen).

nlfe:: {U} doorzakken, doorbuigen (v plank, vloer).

Noliyf:: {F}.

Noliyf-ka:: {N} (veerboot); .

nolos:: {C} verkiezingen; prap kette fes ~: zich verkiesbaar stellen.

noloseren:: {C} verkiezingsstelsel.

Noloseren-lacs:: {N} (afk= NoLa) "Verkiezingsstelselwet" (Spok wet); .

nlp:: {C} gans (vrw).

Nlstiy-korda:: {N} (Erg kerk in Zest); .

Nlstiy-lirrotiy:: {W} .

nomde:: (= nomte) {C} nomade, zigeuner.

nomte:: {C} nomde.

Nmbary Tjrco:: {F}.

Nmbary Tjrco-lirrotiy:: {W} .

Nmbary Tjrco-mirra:: {W} .

nme:: {C} hoogvlakte.

Nmer:: {F}.

Nominalization by affixing in Pegrevian and Old Spocanian:: {N} (tijdschriftartikel); .

Nominalization of Spocanian verbs:: {N} (tijdschriftartikel); .

Nonstiy:: {F}.

Noneflek:: {F}.

Nnga:: {F/J}.

Nnga & Parselmiy:: {N} (chemische fabriek in Tanburo); .

Nnga Tufge-mirra:: {W} .

Noniy::

  1. {G} (stad in Flp).
  2. {N} (luchthaven; gemeente Noniy); .

Noniy-ayrport:: {N} (station).

Noniy-Srt:: {N} (station).

nonsens:: {C; mv/rsmv= ~es} onzin, nonsens.

nonsenses:: {mv/rsmv} nonsens.

nnsu:: {I} streperig.

nonte:: {U} mompelen.

nontos:: {C} gemompel.

Nontos fes ef mrg: Tobeldateiy:: {N} (tijdschriftartikel); .

Nose:: {F}.

nopa:: {I} fris, zindelijk (schoon en helder).

npn:: {C} ketting, keten; n.

npne::

  1. {K} ~ zlf: vastketenen aan.
  2. {Upr} ~ zlf: vastgeketend zitten aan.

Npar:: {N} (chemische fabriek in Tanburo); .

Nopt-mirra:: {W} .

nqull:: {I} erbarmelijk; zeer gebrekkig.

nqulo:: {I} slepend (v ziekte).

Noquss:: {F}.

Noquss-mirra:: {W} .

Norata-mliy:: {G} (klein mliygebied bij Amahagge); .

Nrbert:: {J} Norbert.

nrbertino:: {C} norbertijn (mnl lid v RK kloosterorde).

Nrbertino-wlka:: {C} Norbertijner orde; .

Norfolk:: {G} Norfolk.

Nrgana:: {Cef} Noorse vrouw.

nrgnda:: {C} Noors (taal).

Nrgann:: {Cef} Noor.

nrge:: {IIef} Noors (bv).

Nrge:: {G} Noorwegen.

Nrge-korda:: {N} "Noorse kerk" (Erg kerkje in Fesfresta; gemeente Zelzakiy); .

Nrge-mirra:: {W} .

Nrgta-korda:: {N} (Erg kerk te Hier uit ca. 1440); ; (DOM 177).

Nrgta-mirra:: {W} .

nrkriy:: {C} snuit.

nrmala:: {I} normaal; natuurlijk (vlgs de natuur).

Norp-mliy:: {G} (mliy-gebied, globaal de gemeenten Afacha en Yzo); .

nort:: {I} rot, bedorven.

nortatt:: {I} verteerbaar.

norte:: {Krs} verteren, doen vergaan.

norte-p:: {I} gemakkelijk te bederven, lichtbederfelijk.

nort-falus:: {C} fyg ~: kleine stinkzwam (L. Mutinus caninus); kea ~: grote stinkzwam (L. Phallus impudicus).

nortos:: {C} rotting, bederf.

nosiy:: {I; [mv=enk]} baldadig.

nss:: {gst} nzje.

ny:: {C} drank[je] (medisch en/of alcoholisch); borrel.

nt:: {C} noot (voet/eindnoot).

nt:: {C} knoop (in touw); kwast (in hout).

nota:: {C} nota, rekening, declaratie; ef melde furt Jnex ef ~: dat is/komt voor rekening van Jn (lett/fig); ef pecc melde furt gert ~: de kosten zijn voor uw rekening.

ntare:: {K} knopen (v tapijt).

notariela:: {I} notarieel.

notarrs:: {C} notaris; .

notarrs-kt:: |-tt| {C} (mv: |-tts|) notarile akte.

notarrseren:: {C} notariaat.

Notarrseren-lacs:: {N} (afk= NerenL) "Notariaatswet" (Spok wet); .

Notarrs-fesququl {N} "Notarisgenootschap" (in Trondom); .

notatjen:: {C} accountant.

note:: {U} rekenen.

nte:: {U} knopen, een knoop leggen.

note-fotel:: {C} rekenfout.

note-h:: {K} narekenen (ter controle).

note-kaf:: {K} narekenen, opnieuw [be]rekenen (omdat het zeker is dat de berekening niet klopt).

note-ricin:: {C} wortel (wiskundig).

not:: {C} aas, lokvoer.

note-xafolla:: {C} [rekenkundig] vraagstuk, rekenopdracht.

note-zintes:: {I} rekenkundig.

ntica:: {C} aantekening.

Nticas luft Spocanian Grammar:: {N} (boektitel); .

ntice:: {K} (alg) aantekenen, aantekening[en] maken; (pop) stekelige opmerking maken; do ~ ef tiyns: hij heeft altijd rotopmerkingen.

notimip:: {C} aanteken-/notitieboekje.

notos::

  1. {C; mv= ~z} muzieknoot.
  2. {C; mv= notsta} [be]rekening, het rekenen; ef srte lo ~: in rekening brengen.

ntos::

  1. {C} het leggen van een knoop; knooppunt.
  2. {A} ingewikkelde voorstelling/verklaring van iets simpels.

notos-lnt:: {C} notenbalk.

nts:: {I} pittig (v smaak).

notte:: {C} netel.

nov:: {C} novelle.

Nov-plep:: {W} .

nvot:: {C} sikkel.

No-Way:: {N} (bekend restaurant in Hoggebim); .

nziy:: {C} middel, manier.

Noziyk:: {N} (biermerk uit Asjetto); .

nzjare:: {K} mededingen naar.

nzjaros:: {A} mededinging.

nzje:: {K; gst= nss} dingen naar; streven naar; uit zijn op; (v goede naam/stand) ophouden.

nzjos:: {A} aspiratie, ambitie.

NQS:: {afk} Nucleerr Qulape-sentrym.

nrals:: {SC} goedheid; kaf ef ~ pai (vz-uitdr): bij de gratie van.

Nramel:: {F}.

nramyt:: {I} gejaagd.

nramyte:: {K} (lett) opjagen; ef ~ rst/flj fes ef tult: (fig) iemand opjagen; achter iemand/iets heen zitten.

nramytelira:: {I} (fig) stormachtig.

nramytos:: {C} het opjagen.

nrede:: {C} nuf, verwaand meisje.

nreg:: {C} schild (langwerpig).

nreglaes:: {C} schildklier.

nregt::

  1. {Cef} plank; ef efce ef ~s: op de loop gaan.
  2. {I} van planken gemaakt.

nregtrp:: {C} steun/console voor [boeken]plank.

nrelf:: {C} lach.

nrelfiy:: {I} lachwekkend.

nrelf-pitt:: {rsmv} nrelf-py.

nrelf-piye:: {mv} nrelf-py.

nrelf-py:: {C; mv= ..-piye; rsmv= ..-pitt} grapjas; grappig persoon.

nrenpare:: {U} haperen.

nrenparos:: {C} hapering.

nrenpe:: {K} onderbreken; schorsen.

nrenpiy:: {I} ongelijk[matig] (v tijd, beweging ed).

nrenpos:: {A} onderbreking; schorsing.

Nrevve-mirra:: {W} .

nrs:: {S} spelt (wintertarwe).

Nrs-plep:: {W} .

Nrussee:: {F}.

Nruswamel:: {F}.

nrychiy:: {I; [mv=enk]} vaag; onbeduidend; onnozel.

nrte::

  1. {K} mogen, aardig vinden, gesteld zijn op; gress ~ do: ik mag hem wel.
  2. {U} ~ beri: op het punt staan om; gress ~ beri prate: ik sta op het punt te vertrekken.

nr/z:: {afk} (= nert ral tur zuf).

N:: {afk} Nenatumt ark.

NS:: {afk} Nelatiyce-feslosos furt aferses ur Svmsta-armt.

NT:: {afk} Nefkolestiymos furt ark-tubsz.

NTAC:: {afk} Nutter-Tigof-Arnka-Cmpano.

NTr:: {afk} nutter-trn.

nuc:: (nuct) {I} (arch/dl= Brr/Teujan) naakt; nucer.

nucer:: {I} naakt, bloot; puur, louter, enkel; ~ geffal: puur geluk; ~ tetiffuge: blootsvoets; nucer-tiffugiy.

nucerare:: {K} (fig) blootleggen.

nuceraros:: {A} (fig) blootlegging.

Nucerater:: {F}.

nucere:: {K} uitkleden; ~ lo: (fig) ontmaskeren als; stus do ~ lo eft fotter: men ontmaskerde hem als een lafaard.

nucerer:: {I} ongekleed, zonder kleren.

nucer-hentiy:: {I} met blote handen.

nucer-nurpiy:: {I} blootshoofds.

nucersrte:: {K} ~ flj n rst: iemand iets verklappen.

nucer-tiffugiy:: {I} blootsvoets.

Nuchyre:: {F/M}.

nucleerr:: {I} nucleair.

Nucleerr Qulape-sentrym {N} (afk= NQS): "Nucleair Onderzoekscentrum" (in Ies); .

nucless:: {C; mv/rsmv= ~es} celkern.

nuclesses:: {mv/rsmv} nucless.

ncriy:: {I; [mv=enk]} laaghartig.

nuct:: {I} nuc.

nue:: {E; gst= nut} inue.

Nudraniy-plep:: {W} .

ne:: {III} niye.

Nfux:: {F}.

Nfrt:: {G} (dorp; gemeente Monny).

ngte::

  1. {E} verdrogen; ef lelt ~: het gewas verdroogt.
  2. {U} ~ armt: doen verdrogen; ef kbo ~ armt ef lelt: de zon verdroogt het gewas.

Nuliyrt-covent:: {N} (RK klooster; gemeente Korif); .

Nuliyrt-weg:: {W} .

nulobi:: {I} (dl= Tjemp/Plef) helder (v weer).

Numdr-weg:: {W} .

nme:: {U} zoemen.

nmos:: {C} gezoem.

nmp:: {C} aantal; eft ~ rifo tiyns: een aantal dingen; eft hardlap ~: een hoog aantal.

nmpe:: {K} het aantal vaststellen van; tellen; nummeren.

nmpos:: {A} vaststelling van het aantal; nummering.

numpure:: {U} uitlopen (langzaam snelheid verliezen).

nuna:: {C} non (RK).

nuna-almue:: {mv} nuna-almuss.

nuna-almuss:: {C; mv= ..-almue} oude vrijster.

Nuna-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeenten Bref en Plafot); .

nunn:: {C} gazon; sportterrein, voetbalveld.

nupp:: {C} grenssteen, kilometerpaal, (lett) mijlpaal; ef nalalve ef ~s: poolshoogte [gaan] nemen; (sprkw) do ef tenrn-erg-ten ~s arvende: hij heeft met plezier een moeilijke taak volbracht (de 88 mijlpalen langs het 82 km lange, moeilijk begaanbare bergtraject tussen Hirdo en Piroes, tot ca. 1850 de enige verbinding tussen de hoofdstad en de zuidkust); do obiyrecco sener ~s?: wat voert hij in zijn schild?.

nuos:: {C} het rennen (v paarden); (vrnl in de uitdrukking:) ef vende fes ~: op hol slaan.

nuppit:: {C} [reis]gids (boek); (= nupp + mimpit).

Nuppit kura historise seerts fes Spooksoliy:: {N} (boektitel); .

Nupp-pt:: {W} .

Nupp-weg:: {W} .

nr:: {SC} gif, venijn.

nrcus:: {C} pont, [pont]veer.

Nrcus-arbes :: {W} (buurtschap); .

nrcuser:: {C} veerman.

nrcus-fgtexa:: {C} veerdienst.

Nrcus-lirrotiy:: {W} .

Nrcus-pt:: {W} .

Nrcus-pnt:: {N} (brug over de Prek; gemeente Jajes); .

nrcus-port:: {C} veerhaven.

Nrcus-port:: {W} .

Nrcus-port A:: {W} .

Nrcus-port B:: {W} .

Nrcus-port-ofiser:: {N} (gebouw met rederijkantoren aan de veerhaven v Amahagge); .

Nrcus-port-weg:: {W} .

nrcussr:: {C} veer (plaats waar overgezet wordt).

Nrcussr:: {W} .

Nrcus-vender:: {W} .

Nrcus-weg:: {W} .

nriy:: {I} venijnig.

nurolche:: {C} neuroloog.

nuroliy:: {C} neurologie.

nurp:: {C} (alg) hoofd, kop; (persoon) baas, directeur; ef slitue ef ~ fes flj: verdiept zijn in iets; zich intens bezighouden met iets; ef are ef ~s: de hoofden bij elkaar steken; ef colye ef ~s: de koppen bij elkaar steken; ef sen ta'ole kafonn ef ~: op zijn kop staan (fig); (sprkw) lo pert ef ~s lo ef mefrs: zoveel hoofden zoveel zinnen; lef fera ~!: kop op!, moed houden!; ef lelperre eft tjiyk ~: zo eerlijk zijn als goud; ef riffe ef ~ lo hardlap: de hals strekken.

nurpaniy:: {I} aan de kop, aan het hoofd (vooraan, de baas, boven iedereen ed); ef lyde lo ~ kura: voortrekken/begunstigen boven.

nurp-cjolos:: {C} koppakking (in motor).

nurpel:: {I}

  1. (alg) direct, onmiddellijk;
  2. (samen met geredupliceerd add of zn) in n woord, zonder meer; ef melde ~ buchch: het is in n woord uniek; do melde eft ~ zestiyctiyc: hij is in n woord een klootzak.

nurp-garrent:: {C} kopstation, eindstation (v trein).

nurpiy:: {I} hoofdelijk.

nurp-medikiy:: {C} keel-, neus- en oorarts; KNO-arts.

Nurp-mirra:: {W} .

nurp-ponto:: {C} eindpunt (v bus, trein).

Nurp-port:: {N} (een vd havens v Korif); .

Nurp-port-weg:: {W} .

nurp-txus:: {C} knoptaxus (L. Cephalotaxus harringtonia).

nurpte:: {U} (dl= Peg) [los] hoofddeksel opzetten ("het hoofd bedekken"); te; tece.

Nurp-terf:: {W} .

nurp-katle:: {C} hoofdpijn.

nurpzor:: {C} knots, knuppel (met dik uiteinde); hupster ~: grote parasolzwam (L. Macrolepiota procera).

Nurri:: {G} (oorspronkelijk een zijarm vd Krappa, nu een gracht in Gret); .

Nusa:: {F}.

Neety-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Asjetto); .

Neety-pt:: {W} .

Nuser:: {F/J}.

Nuserka:: {N} (veerboot); .

Nuser-ka:: {N} (veerboot); .

Nuser-plep:: {W} .

Nuser-tof:: {N} (theaterdag op 7 december, waarbij het muziekdrama Dufjaex ef Giyrt v Nuser in heel Spok wordt opgevoerd); .

Nust:: {G} (stad in Plef).

Nustiy:: {G} (stad in Bloi).

Nustiy-mirra:: {W} .

Nust-port:: {N} (recreatiehaven aan het Plafot-meer bij Nust); .

Nust-wik:: {N} (watersportcentrum aan het Plafot-meer bij Nust); .

nut::

  1. (arch) nutter.
  2. {gst} nue.

nut::

  1. {C} noot (vrucht).
  2. {Sef} notenhout.
  3. {I} van notenhout gemaakt.

Nut:: {F}.

nut-chnt:: {C} eekhoorntjesbrood (L. Boletus edulis).

nut-lkmtiy:: |M| {C; rs= ~t} appelvink (L. Coccothraustes coccothraustes).

nut-lkmtiyt:: |M| {rs} nut-lkmtiy.

Nut Lemm:: {F}.

nutlot:: {C} notendop.

nut-prer:: {C} Vlaamse gaai (L. Garrulus glandarius).

Nut-prer-plep:: {W} .

nutare:: {K} afluisteren; (jur) horen (wat een advocaat, minister ed te vertellen heeft); ef dekeniy ef lacsater ~: de rechter heeft de advocaat gehoord (dus geluisterd naar het pleidooi om vervolgens zijn conclusies te kunnen trekken).

nutaros:: {C} het afluisteren; afgeluisterd gesprek.

nuts-vildul:: {C} notenboom.

nutatjen:: {C} toehoorder.

nutatt:: {I} hoorbaar.

nute::

  1. {K} horen; luisteren [naar].
  2. {Upr} luiden (weergave ve tekst); ef lacs sen ~ na ...: de wet luidt als volgt ....

nute-clum:: {C} gehoor, toehoorders.

nute-mip:: {K} verhoren.

nute-rgano:: {C} gehoororgaan.

nuter:: {C} hoorder, luisteraar.

nute-ral:: {U} meeluisteren.

nute-stgos:: {C} hoorspel.

nute-tiyn:: {C} gress pnze kv eft ~ n flj: ik krijg nooit iets te horen.

nute-wja:: {C} trommelvlies.

nut'kurre:: {I} nert ~: onhoorbaar.

NutNet:: {N} (internetprovider); .

nutos:: {A} gehoor (vermogen om te horen).

nutos-mip:: {C} verhoor, ondervraging.

nutos-ral:: {C} het meeluisteren.

nutralitiy:: {C} neutraliteit.

nutraliy:: {I}

  1. (alg) neutraal; ef ~ mirra: (fig) de [gulden] middenweg;
  2. (taalk) neutraal geslacht (in Spok taal: zowel mnl als vrw);
  3. (taalk) ongespecificeerde tempusvorm in Spok (uitgedrukt met infinitief-sx e en woordvolgorde SVO).

nutrino:: {C} nutrino.

nutter::

  1. {Aef} noorden; armt ~: in het noorden; Hirdo armt ~ = armt ~ fes Hirdo: in het noorden van Hirdo.
  2. {I} noord[elijk].
  3. {VZ} (plaats) ten noorden van; ~ Hirdo: ten noorden van Hirdo.

Nutter:: {F}.

Nutter Ager-wlj:: {N} (badstrand; gemeente Manes-Pmn); .

Nutter skn:: {W} .

Nutter-atlntise Xlaja-rganisao {N} (afk= NAX): NAVO.

Nutter-Aumynyn:: {W} .

Nutter-Aven:: {W} .

Nutter-Az-plep:: {W} .

Nutter-Caherrte-grg:: {G} (ravijn in het Tora-gebergte); .

Nutterrmiy:: {G} (dorp; gemeente Kolesz).

Nutter-Ellts:: {G} (zijriviertje vd Firani); .

Nutter Ezzrs-fresta:: {G} (bos; gemeente Kles); .

Nutter-Fini-weg:: {W} .

Nutter Finjr-plep:: {W} .

Nutter Gaza-jakm:: {W} .

nutter-hemisfero:: {C} noordelijke halfrond; fes ef ~: op het noordelijke halfrond.

Nutter-Hstanolac-mirra:: {W} .

Nutter Hulaa-wuma:: {G} (bos; gemeente Hirdo); .

Nutter Hurt-xijera:: {G} (zuidkust v Neno); .

Nutter Ierquseert-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeenten Jatty (BF) en Roensa); .

Nutter-ileset:: {W} .

Nutter Isac-fresta:: {G} (bos; gemeente Has-belt); .

Nutter Jaquiy-plkom:: {N} (tunnel in de M8; gemeente Laben); .

Nutter Jeden-pt:: {W} .

Nutterkanas:: {G} (dorp; gemeente Kurriy).

Nutterkeltes:: {F}.

Nutterkents:: {G} (woongemeenschap; gemeente Clat); .

Nutter-klarbr:: {W} .

Nutter Kjstara-pnt:: {N} (brug over de Trendon; gemeente Eon); .

Nutter Koern:: {W} .

Nutterkoles:: {G} (stad in Tjemp); (DOM 77).

Nutterkoles-zuft:: {W} .

Nutter Korda-plep:: {W} .

Nutter Kupn-weg:: {W} .

nutter-kyfaf:: {C} Noorse esdoorn (L. Acer platanoides).

nutter-lango:: {VZrs} (richting) ten noorden langs; kirro ufire ~ Hirdoe: wij rijden ten noorden langs Hirdo; wij rijden Hirdo aan de noordkant voorbij.

Nutter-Laperiy-lirrotiy:: {W} .

Nutter Leresc-wuma:: {G} (bos; gemeente Totiarofe-Leresc); .

Nutter-mrket:: {W} .

Nutter-mrket-terf:: {W} .

nutter-meve:: {C} burgemeester (meeuw) (L. Larus hyperboreus).

Nutter-mirra:: {W} .

Nutter Mojeru-weg:: {W} .

nutter-opper::

  1. {Aef} noordoosten; armt ~: in het noordoosten; Hirdo armt ~ = armt ~ fes Hirdo: in het noordoosten van Hirdo.
  2. {I} noordoost[elijk].
  3. {VZ} (plaats) ten noordoosten van; ~ Hirdo: ten noordoosten van Hirdo.

Nutteros:: {W} .

nutter-ovap:: {III} aan de noordkant.

Nutter-ovap-plep:: {W} .

Nutter-pdra:: {W} .

nutter-pegreviy:: {C} (het Peg dialect v Teujan).

Nutter Pitla-plder-weg:: {W} .

Nutter-plep:: {W} .

Nutter Psiylfo-wuma:: {G} (bos; gemeente Twento); .

Nutter Rivo-pt:: {W} .

Nutter Rulty-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeenten Agramo en Jatty (BF)); .

Nutter-ann-weg:: {W} .

Nutter-seert:: {W} .

nutter-spoknda:: {C} (het Peg dialect v Noordoost-Liftka en Brr, behalve omgeving Tun).

Nutter Swoliy-wuma:: {G} (bos; gemeenten Oofo en Zeone); .

Nuttertaris:: {G} (dorp; gemeente Leba); (DOM 141).

Nutter-tex:: {N} (kasteelrune; gemeente Nutterkoles); .

Nutter-Tigof-Arnka-Cmpano:: {N} (afk= NTAC) (voormalige spoorwegmaatschappij); .

Nutter Tjftr-cet:: {W} .

Nutter Tlal-kl-weg:: {W} .

Nutter-toffik:: {N} (biermerk uit Liyrotyka); .

nutter-trn:: {C} (afk= NTr) noorderbreedte.

Nutter Trymt-fini-weg:: {W} .

nutter-uas:: {C} brandgans (L. Branta leucopsis).

Nutter Uza-bonar:: {W} .

Nutter-vender:: {W} .

Nutter-weg:: {W} .

Nutter Wyndriy-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeente eftaliy); .

Nutter-Yplemeros:: {W} .

nutter-ys:: {C} noordpool.

Nutter-ys:: {N} (populaire ijssalon in Hirdo); .

nutter-zrer:: {C} (bewoner v Teujan, evtl ook vd noordkust v Berref of v Liftka).

Nutter-zee::

  1. {G} Noordzee.
  2. {N} (Bergparel-B&B in Quandep); .

Nutter Zeekoles-weg:: {W} .

nuttiyn:: {C} verhoor (juridisch).

Nuyt:: {F}.

nv/v:: {afk} (= nert vluf tur velk); nert; vluf.

ny:: {DT} (gevolg) zodat niet, zo niet dan, anders; tu ~ hurtiyrt, ef treno di meltilme tij: je moet je haasten, anders (zo niet dan) zal de trein vertrokken zijn.

nyda:: {PX.c > c} donkerblauw (dikwijls tegen het zwarte aan); nyda-.

nydaflyddere:: {C} (bep vlindersoort) (L. Lysandra bellargus).

nydakas:: {C} donkerblauwe jas.

nydames:: {I} blauwgroen (tussen blauw en groen in).

nydamirs:: {Cmv} pikzwart haar (met een donkerblauwe glans).

nydanurp-dlze:: {C} kuifeend (L. Aythya fuligula).

Nydara-korda:: {N} (RK kerk bij Teereso); .

Nydara-srt:: {N} (camping); .

Nydara-weg:: {W} .

Nydriy:: {F}.

nf::

  1. {OV; enk-semc/abstr; stoff; mv} geen (nf ontkent het zinsdeel waaraan het vooraf gaat); do lelperre ~ mimpits: hij heeft geen boeken (maar wl iets anders, bijv cd's; (vgl) do nert lelperre mimpits: hij heeft geen boeken (en hij bezit waarschijnlijk evenmin iets anders); ~ pleko melde fes ef amr: er zit geen zand in de emmer (maar bijv wel water; (vgl) ef pleko nert melde fes ef amr: het zand zit niet in de emmer (maar ligt er naast); er zit geen zand in de emmer (dus de emmer is leeg); do tiffe ~ rovretos[z]: hij kent geen liefde (maar hij kent bijv wel haat); do sen interesere armt ~ tiyns (= armt flj): hij interesseert zich voor niets/nergens voor; ~ effer: geen enkele; niet n; do lelperre ~ effer mimpits: hij heeft niet n boek; lelpiru.
  2. {TW} nul.

nfes:: {rs} nfs.

nfs:: {ZV; mv; gnp= ~er; gnz= ~r; rs= nfes} geen [enkele], niets; aftel tu lelperre CD-s? [gress lelperre] ~: heb je cd's? geen enkele/helemaal niet; ber Amahagge pert entrafers arfine, tur ber Fonist ~: in Amahagge komen veel toeristen, maar in Fonist geen enkele/helemaal niet; (soms refereert nfs aan de afwezigheid v zowel personen als zaken; in dat geval wordt gnz nfsr gebruikt) ef meldo ryje-lirdef, ~r mabysz kettelira nuto: het was doodstil, van niets of niemand was enig geluid te horen; (vgl) ~er mabysz kettelira nuto: van niemand was enig geluid te horen (lett "niemands geluid ..."); ef wyzenn tx-kafpainos ur ~ arfine net-chentamiy: geen enkele belastingverhoging kwam zo onverwacht als de huidige; panas ur ~: geen enkele behalve deze[n]; ~ mip ...: geen van ....

nfser:: {gnp} nfs.

nfsr:: {gnz} nfs.

nyga:: {I} donzig.

nygg:: {S} dons[haartjes]; zacht velletje.

Nyj:: {F/M}.

nyke:: {K} op het punt staan om over de rand te lopen/stromen; ef tjondelira helt ~ [ef pn]: de melk kookt bijna over [de pan].

nyker:: {C} neger.

nykera:: {C} negerin.

nykluft:: {III} anderszins.

nkriy:: {I; [mv=enk]} fel (v handeling); vurig.

nl::

  1. {Cef} licht, lichtval, schijnsel (met nadruk op de wijze waarop het licht [binnen]valt of op iets valt).
  2. {I} licht, oplichtend (door licht beschenen).

nlare:: {U} oplichten, licht[er] worden (weer, vlam ed).

nle:: {E} schijnen, branden (licht, zon).

nle-kerpa:: {C} projectiescherm (v film ed); beeldscherm (v tv/computer ed).

nler:: {C} schijnwerper.

nln::

  1. {Sef} nylon.
  2. {I} nylon, van nylon gemaakt.

nlos:: {C} schijnsel, stralen, licht (v zon/maan ed); groot licht (v auto); eft oto lef nlsta: een auto met groot licht op.

nylt:: {C} arrenslee.

nyle:: {K} ~ n rst: laten slachten door iemand; ef kelte ~ sener pi n ef vlemt: de boer laat zijn kalf door de slager slachten (de Erg verbiedt dat boeren hun eigen vee slachten; dit moet gedaan worden door een slager die de riyts heeft ontvangen).

nyn:: {TW} negen (9).

nn:: {VG} (negatieve voorwaarde) tenzij, indien niet; zolang niet; mits niet; gress repareravy jazy vilt oto, ~ quandro tu giffe tiffelira n ef: ik wil jouw auto best wel repareren, tenzij je er zelf verstand van hebt; ~ ef ksanuters gfque, kirro strle sener lobuti: zolang de buren niet klagen, stoken wij onze open haard.

Nyna:: {M}.

Nyndc-tmp:: {N} (graf; gemeente Stan); .

Nnic:: {F}.

Nynkordas:: {G} (dorp; gemeente Fameto-Toliy).

Nng-mirra:: {W} .

Nynozyrrs:: {G} (dorp; gemeente Halepoai).

nynsa:: {TW} negentig (rekenkundig).

nyntimiy:: {C} negenvoud.

Npo-mirra:: {W} .

Npo-ness:: {W} Nposs.

Nposs:: {W} (ook wel Npo-ness genoemd); .

nr:: {C} maat (muziek); fes ~ [rifo]: in/op de maat [van]; fes ~s, sompelira ...: op de maat/wijs van ...; ef tinde fes ~s: maat houden (in muziek); mip ~: uit de maat; ef melde mip ~: het gaat mis; het loopt verkeerd af.

nriy:: {I} ritmisch.

nyrj:: {C} schim.

Nyrj-clamia:: {G} (moerasgebiedje langs de Firani; gemeente Frezzet); .

nr-lyde:: {K} dirigeren (muziek).

nr-lydres:: {C} dirigent.

nyrne:: {U} neurin.

nyrnos:: {C} geneurie.

nyrge:: {E} er trots op zijn dat je iets moeilijks volbracht hebt.

nrzor:: {C} dirigeerstokje.

nys:: {OV; enk-concr} welke ... dan ook, werkelijk elke, onverschillig welke (emfatischer dan jadk); do lorertec ~ mikar oto: hij kan welke dure auto dan ook kopen; eup hatre ~ tneferdes: ze haat werkelijk elke vreemdeling; jadk.

Ns:: {G} (dorp; gemeente Hoggebim).

nyses:: {OV; enk-semc/abstr; stoff; mv} welke ... dan ook, werkelijk elke, onverschillig welke (emfatischer dan jadk/cradef); Petriy zoverte ~ armtganos: Petriy is tevreden met welke vergoeding dan ook/met het doet er niet toe welke vergoeding; Elsa ~ vilduls fes ef arbe axe: Elsa heeft werkelijk alle bomen in de tuin omgehakt; ~ knurfel fes ef ses melde neming: werkelijk al het water in het meer is verontreinigd; blul rtycelije ~ huarosz luft ef lelpiru deprtemens, noi ecole ef enn ef kolestiy-tiyn: wat er ook aan bezuinigingen bij de andere ministeries worden voorgesteld, het zal dat van Onderwijs niet raken; jadk; cradef.

nyonami:: {III} in ieder geval; in alle gevallen; hoe dan ook.

Ns-plep:: {W} .

Ns-poentel:: {N} (onderhoudswerkplaats spoorwegen; gemeente Hoggebim); .

nyster:: {gst} nystre.

nystre:: {U; gst= nyster} kirren.

nystros:: {C} gekir; aanstellerig gelach.

Nstma-fresta:: {G} (bos; gemeenten Plef en Wens); .

nytre:: {K; gst= nytt} inschenken.

nytt::

  1. {gst} nytre.
  2. {mv} crnytt.

nyxemje:: {K; gst= nyxemm} betrekken (naar binnen gaan).

nyxemjos:: {C} betrekking (het naar binnen gaan).

nyxemm:: {gst} nyxemje.

Nyzer:: {J}.

nzzlene:: {K} looien (v leer).

nzzlener:: {C} leerlooier.

nz.:: {afk} nzor.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO