Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

v:: (naam vd letter V) ive {C}.

vaag:: nrychiy {I; [mv=enk]}, xog {I}; zich op een vage manier uiten: ef stinde tjg blakker iynk.

vaak:: (=dikwijls) lilt {I}, ment {III}; Lerdu slacht zijn koeien ~ zelf (het is vaak Lerdu die slacht, niet zijn broer): lilt Lerdu vlemte sener boerts quandro; Lerdu slacht ~ zijn koeien zelf (koeien slacht hij vaak, andere dieren niet zo vaak): Lerdu vlemte sener lilt boerts quandro; niet ~: noi lilt; ~ niet: lilt nert; hoe ~? (hoeveel keer?): t {SX.gst} (vraagsx); hoe ~ heeft hij zich vergist?: do errt?; hoe ~ ga je naar de kapper?: tu quardert ef koifur?; hij vraagt, hoe ~ ik dat boek gelezen heb: do linne, gress dena mimpit trempt; dat gebeurt [wel] vaker: mittof hftere [velk] vluf; ik heb dat ~ genoeg gezegd: gress reppa ef plentiy lilt; hoe 6.

vaal:: (=bleek) plf {I}; (zeer bleek) fal {I}; ~ zijn: fale {U}; het ~-zijn: falos {C}.

vaalheid:: falos {C}.

vaalhoed:: (paddenstoel) kleine ~: plf-chcer {C} (L. Hebeloma mesophaeum); wortelende ~: mrsipann-missis {C; mv= ..-missisa} (L. H- radicosum).

vaandel:: (=blazoen) jndra {C}.

vaandrig:: fanreg {C}; voor militaire rangen, zie .

vaardig:: priy {I; mv=enk}.

vaargeul:: (vaarwater tussen twee zandbanken) merratos {C}; (dieper gedeelte ve rivier/kanaal) towks (toks) {C}.

vaart::

  1. (=kanaal) (groot) kanol {C}; (klein) vija {C}; (vaarwater) wks {C};
  2. (=snelheid) upk {C; mv= upka}.

vaarwater:: (alg: water waarin men vaart; ihb vaart/kanaal) towks (toks) {C}; vaargeul.

vaarwel:: ~! (goede reis!: klassieke afscheidswens): eft hupster poh lef kbo!.

vaas:: (alg; maar NIET voor bloemen) rlft {C}; (voor bloemen) vasa {C}.

vaat:: (=afwas: om te wassen) toknuf {C}, tiyns-ur-tiynstes {Cmv}; de ~ doen (afwassen): toknufe {U}.

vaatdoek:: luffsto {C; mv= luffste; rsmv= luffstott}.

vaatje:: (v zout/peper ed) rslot {C}; (klein vat) belt-lup {C; mv= ..-lps}; houten ~: krimm {C}.

vacant:: (=onbezet: v ruimte/betrekking) necheba {I}.

vacature:: necheba {Aef}.

vacht:: (v levend dier) mir-mut {C}; (geprepareerde huid) cress {C; mv= cresses}; (gevild) mts {C; mv= omts} (dl= Peg).

vacum:: (zn) (luchtledig) vakum {C}, velpane {C}; (=leegte) velpiy {C}; (het niets) fljiy {Aef; mv=enk}.

vadem:: (lengtemaat) milos {C} (komt in Spok niet voor).

vader:: (alg) follus {C}; de ~s (slechts mnl): ef follusz; (van een zoon) serr {C}; hij heeft een zoon/zonen: do melde eft serr; ~ (of oudste broer) van een vrouw (in Spok: de man die een ongehuwde moeder bijstaat bij de opvoeding ve dochter): pomiy {C}.

vaderland:: hym {C}.

vaderlijk:: folluser {I}.

vadsig:: grelfel {I}; (dik en lui) pll {I}.

vagebond:: poh-farter {C}.

vagevuur:: purgatorym {C}.

vak::

  1. (op school/ambacht) ylm {C}; een ~ geleerd (geschoold): kolesmy {I};
  2. (op schaakbord ed) quung {C}; vakje.

vakantie:: zirrot {C}; drie dagen ~: dur gestriys lo zirrot; met/op ~ gaan: ef vende helkara zirrot; wij hebben ~: kirro lelperre zirrot; ik heb op ~ tien boeken gelezen: gress main mimpits trempe lf ef zirrot; ze komen morgen van ~ terug: ps revente mas rifoliy ef zirrot; zie ook Vakantie in .

vakantiehuisje:: (=zomerhuisje) kbo-smyl {C; mv= ..-smiyle}; zie ook Vakantiehuisjes in .

vakantiekolonie:: zirrot-kmpos {C}, zik {C} (ihb voor groepen kinderen).

vakblad:: gillt-fortpit {C}.

vakbond:: togillt {C}; (in namen v vakbonden) bnt {C}.

vakhandel:: (gespecialiseerd bedrijf) criazen-rgott {C; mv= ..-ergte}.

vakjargon:: ure-mux {C}.

vakje:: (=hokje) tromlot {C}.

vakkennis:: gillt-tiff {C}.

vakkundig:: gillt-kr {I}.

vakman:: criazen-merater {C}.

vakvereniging:: gillteren {C}.

vakwerk:: (bouwconstructie met een houten frame) trajiygrde {S}; (deze wijze v bouwen) trajiygrdos {S}.

val::

  1. (het vallen) tassos {C}; harde ~ met veel kabaal: rultos {C}; (arch) overcho {C}; hoogmoed;
  2. (om dieren te vangen) riyft {C}; (muizenval ed) sper {C};
  3. (hijslijn voor zeilen) pros-kaf {C}, pros {C}.

valeriaan:: echte ~: valerjana {S} (L. Valeriana officinalis); kleine ~: zvmp-valerjana {S} (L. V- dioica).

valhelm:: moplariy-vantn {C}.

valies:: (=koffer) sviba {C}, vrkyr {C}; vryft-kyr {C} (arch).

valk:: (alg) pesml |M| {C; rs= pesmlt} (L. Falco).

valkenier:: gder {C}.

valkenjacht:: gderos {C}.

vallei:: (glooiend dal) wlj {C}.

vallen::

  1. (alg) tasse {U}, mone {U} (arch), monde {U} (arch/dl= Lomky); (ook fig) tasse {U}; het zonlicht valt in de kamer: ef kbotat tasse fesdu ef mittus; iemand valt van iets (per ongeluk): flaju tnpe rast; hij valt van het dak: ef zillepip tnpe do (= do tasse rifonn ef zillepip); het ~ (val): tassos {C}; gesteente; zwaar 3;
  2. (causatief) laten/doen ~: tasse {K}; [uit zijn handen] laten ~ (per ongeluk of met opzet): tnpe {K}; hij laat de kostbare vaas [uit zijn handen] ~: do tnpe ef mikar vasa; zich laten ~ (met opzet): tnpe {Upr}; hij laat zich van het dak ~: do sen tnpe rifonn ef zillepip; (fig) in handen ~ van: ef tasse fes hents rifo;
  3. (beginnen) (vd avond) lakiysore {U}; (v stilte) okoe {U}; de avond valt: ef luppor lakiysore; er valt een stilte: eft silenco okoe {U};
  4. (plaatsvinden) ~ op (v bijzondere dag): natrekke {K}; Kerstmis valt op zondag: Kriysts natrekke ef kbotof;
  5. (behoren tot) ~ onder: kette ja {Upr}; (ressorteren onder) rylare {K}; walvissen ~ onder de zoogdieren: ef kvals sena kette ja ef mamls; het dorp Kverdehille valt onder de gemeente Amahagge: ef zeces Kverdehille rylare ef zomar Amahagge;
  6. (mogelijk zijn) het valt te ..., dat: ef ... farte armt ef, den; het valt niet vast te stellen of hij de rekening betaald heeft: ef nalalve nert farte armt ef, den do enn ef nota kafte; het valt wel te bewijzen dat hij het gedaan heeft: ef craele jazy farte armt ef, den do paina; het valt te verwachten: ef dxe farte armt ef;
  7. (niet meer bestaan) het kabinet is gevallen: ef rtness bna.

vals::

  1. (v toon; ontstemd v muziekinstrument) rtsiy {I}; ~e toon: tamabys {C};
  2. (loos/niet echt/niet echt) nirr {I}; to {PX.zn/add} (prod bij zn; minder prod bij add; vgl er); gebit/~ gebit (kunstgebit): kig/tokig; ~ geld: rts smurf;
  3. (onecht/gemeen) rts {I}; iemand die ~/oneerlijk speelt: priss-zaft = priss-zft {C}.

valselijk:: beschuldigen.

valsheid:: (onechtheid) rts {Aef}; (het ontstemd zijn ve muziekinstrument) rtser {C}; ~ in geschrifte: flsafiy {C}.

valstrik:: (fig: voetangel) kupiy {C}.

valuta:: valutiy {C}; (deviezen) la'ycs {Cmv}.

valwind:: (fhn in een bergdal; in Spok kan het ook een vochtige wind zijn, vooral langs de westkant vh Az-gebergte op West-Berref) laffa {C}; waaien van ~en (het aanwezig zijn ve laffa): laffate {U}.

van::

  1. (plaats en beweging)
    1. (alg) rifonn {VZ}; ver ~ de brand: plks rifonn ef buros; ik woon minder ver ~ mijn werk dan Elsa: gress zre cry rifonn sener rm dus Elsa paine; vandaan;
    2. (verticaal) ~ ... af (vanaf): rempe {VZ}; het gordijn hangt ~ het plafond af (vanaf het plafond): ef leja menkerate rempe ef tlafo;
    3. (horizontaal) weg ~: trk {VZ}; de loopplank ~ de boot tot aan de kade: ef rg trk ef kar hiycce ef kah; ik sla de muggen van hem af: gress byte ef nods trk do; hij schiet ~ de torentrans: do reve trk ef rufa.
  2. (richting)
    1. (verticaal) ~ ... af (=vanaf): rempe {VZrs}; de kat springt ~ de tafel af: ef chat jumpetece rempe ef kelbrae;
    2. (horizontaal) ~ ... af/vandaan (=vanaf): trk {VZrs}; hij rent weg ~ de vuurzee: do frajjae trk ef qulle; de vogel vliegt [weg] ~af de torentrans: ef vogily zle [tij] trk ef rufae; ~ ... af: ryses trk; hij fietst ~ de helling af: do pitte ryses trk ef plajue;
    3. ~ ... tot ...: ja {VZ} (ja gevolgd door meervoudig zn ZONDER lw); de eekhoorn springt ~ boom tot boom: ef agrn jumpetece ja vilduls; (vgl) de eekhoorn springt tussen de bomen [rond]: ef agrn jumpetece ja ef vilduls.
  3. (tijd[stip])
    1. (ve bepaald tijdstip) rifo {VZ}, kest {VZ} (deftig); de krant ~ deze ochtend: ef quiyrda rifo/kest lelmo gurt;
    2. (gedurende) lf {VZ}; een lichtflits ~ tien cretarr (= 1/3600 seconde) eft kirt lf main cretarr;
    3. (=vanaf) hurtos {VZ}; (=sinds) er {VZ}; ~ april tot [in] september: hurtos aprila tukst fes septembry (dus ook nog een deel van/geheel september); vanaf; sinds; tot.
  4. (betrekking)
    1. (ihb possessief/erbij horend) rifo {VZ}; een standbeeld ~ X (in het bezit van X): eft monumentos rifo X; de directeur ~ een bedrijf: ef prest rifo/furt eft glfiy (rifo als het zijn eigen bedrijf is; furt als de nadruk op het bedrijf als rechtspersoon ligt; dit onderscheid wordt niet altijd duidelijk gemaakt); de Districtsregering ~ Tjemp: ef Lebl furt Tjemp; GENITIEF;
    2. (familierelatie) armt |ant| {VZ}; lef {VZ}; een voorvader ~ me: eft futollus armt gress; hij is familie ~ me: do melde famila armt gress; Jn is de broer ~ Petriy (en P. is tevens de broer van J.): Jn melde ef frera lef Petriy; Jn ur Petriy melde wlke frera; (vgl) Jn is de broer ~ Elsa (E. is NIET de broer van J.): Jn melde ef frera armt Elsa;
    3. (afkomstig uit) mip {VZ}; l {VZ}; hij is ~ Spokani (afkomstig): do melde/arfine mip/l Spooksoliy; het licht ~ de lamp: ef armtat mip ef litalu;
    4. (na ot) de aardigste ~ deze jongens: ef flifados oras 'jan mip lelmos tiyns;
    5. (door een emotie) furt {VZ}; hij lacht ~ vreugde: do obezjere furt vrlk;
    6. (van een materiaal gemaakt) mip {VZ}; een tafel ~ hout (gemaakt): eft kelbra mip crot;
    7. (tonende, voorstellende) furt {VZ}; rifo {VZ}; een kaart ~ Nederland: eft kinner furt/rifo Nelandes; de plattegrond ~ het kasteel: ef skene furt/rifo ef husof;
    8. (maker/schepper ve [kunst]werk: door) pai |pa| {VZ/DT}; een boek ~ (door) Kers Lans: eft mimpit pai Kers Lans (de auteur); een boot ~ mijn vader (= door mijn vader gebouwd): eft kar pai kost follus; een pianostuk ~ Teenje: eft pjano-st rifo Teenje (de componist); (vgl) een pianostuk door Hilda Brandt: eft pjano-st pai Hilda Brandt (de pianiste) (bij muziek wordt het vz pai gebruikt voor de uitvoerende artiest(en); voor de componist wordt het vz rifo gebruikt);
    9. (betrokken persoon/instantie) een standbeeld ~ X (X voorstellende): eft monumentos kura X; het graf ~ iemand (waar iemand in ligt): ef tmp kura rast; een subsidie ~ het District Jelafo (gegeven door): eft supsiiy pai Jelafoex ef Lebl; we hebben de nieuwe modellen ~ de importeur ontvangen: kirro ef kleter modells kettare rifonn ef importerr;
    10. (mbt tot daad/gedrag) pai {VZ}; dat is aardig/gemeen ~ je: k melde flifados/fkomm pai tu;
    11. (gelijkstelling in beeldspraak) zt {VZ}; een boom ~ een kerel (een kerel gelijk een boom): eft hnc zt eft zn; een lor ~ een boek (een boek als een lor): eft mimpit zt eft cht.
  5. (maat en afstand)
    1. (aantal v iets) mip {VZ}; drie ~ de boeken: dur mip ef mimpits; 30% ~ de werklozen: 30% mip ef mrmms; een groep ~ vier personen: eft grup mip fr veldurs; ik heb nooit n tftos ~ dat geld gezien: gress nert r tftos zerfe kv l mittof smurf;
    2. (kleiner aantal uit groter aantal) l {VZ}, rifo {VZ}; drie ~ de acht kinderen: dur l/rifo ef ke efantys; drie runderen, waar~ n koe: dur renes ur r boert l ef[s]; 30% ~ het bedrag: 30% l ef cstjyto (hier wordt "bedrag" als de grotere hoeveelheid gezien);
    3. (maat, afmeting) fry {VZ}; een kamer ~ drie bij vier meter: eft mittus fry dur tuf fr meter; een boom ~ twaalf meter hoog: eft vildul fry tesen meter hardlapiy;
    4. (na "gedeelte" of ot) mip {VZ}; de helft ~ onze kippen is dood: ef holfe mip kult vults melde koffon; een groot gedeelte ~ de tuin: eft hupster kanas mip ef arbe; het grootste huis ~ de wereld: ef hupster oras mip ef wertl srt; jij bent de beste leerling ~ de klas: tu melde ef guld mip ef crt bellart;
    5. (hoeveelheid v iets) fes {VZ}, lef {VZ}; een belastingverhoging ~ 5%: eft tx-kafpainos fes 5%; een vermindering ~ 60 inwoners: eft zympos fes 60 olimannas; een verschil van 23 : eft querd fes 23; iemand ~ 20 jaar [oud]: rast lef 20 zempers; (geen vz:) hij bezit twee ~ zulke auto's: do lelperrere ten sest otos (hij heeft er totaal twee).

vanaf::

  1. (plaats) rifonn {VZ} (alg); rempe {VZ} (verticale richting of vanaf een hoger standpunt); trk {VZ} (horizontaal); ~ hier is het nog maar 3 km: rifonn kusami ne'ma 3km melde; het gordijn hangt ~ het plafond tot aan de grond: ef leja menkerate rempe ef tlafo tukst ef pazzosti; hij schiet ~ de torentrans: do reve trk ef rufa; hij schiet de kogel ~ de toren: do ote ef xleg rifonn en taris; de loopplank ~ de boot tot aan de kade: ef rg trk ef kar hiycce ef kah;
  2. (richting) (= van ... af); van B;
  3. (tijd, bedrag, maat) hurtos {VZ}; ~ half vier: hurtos dur zurt ur holfe; ~ zes herco: hurtos sers herco;
van.

vanavond:: (hedenavond (17-22 uur) die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo luppor {C}; (afgelopen avond (17-22 uur)) lst luppor.

vandaag:: (=heden) lelmo tof; (=heden: 4-22 uur; spr: dit etmaal; die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo tof; (afgelopen dag; 4-22 uur) lst tof (schr).

vandaal:: (=plunderaar) plnter {C}; (jeugdig) korifer {C}.

vandaan::

  1. (alg plaats) bij ... ~; van ... ~ (uit de buurt van): tij {VZ}; je moet het schilderij van de kachel ~ hangen/niet te dicht bij de kachel hangen: tu munkt ef platiranu tij ef warmohit;
  2. (alg richting) (=weg van/vanaf) rifonn {VZ}; hij rent van de brand ~ (weg van de brand): do frajjae rifonn ef buros;
  3. (horizontale richting, met nadruk op "weg") van ... ~ (weg van): trk {VZrs}; hij rent van de vuurzee ~: do frajjae trk ef qulle (rs!); er ~ gaande (zich verwijderende): trker {I}, trkter {I} (arch); de van het station vandaan rijdende trein (uit het station wegrijdende): ef trker treno l ef garrent;
  4. (richting; dikwijls abstract) bij ... ~; van ... ~ (weg bij ...): tij {VZrs}; ik ga bij mijn vriendin ~: gress vende tij sener frintae (rs!);
  5. (betrekking) l {VZ}; ik kom uit Br ~ (= ik ben in B. geboren): gress melde l Br;
  6. (vragend) mipenn {VR/VG; gnp= mipenner; gnz= mipennr}; ynn {SX.gst} (vraagsx); waar kom je ~; bij wie kom je ~?: tu arfine mipenn? = tu arfinynn?; hij vraagt waar ik ~ kom/bij wie ik ~ kom: do linne, gress arfint mipenn = do linne, gress arfinynn; ik weet niet waar hij ~ komt/bij wie hij ~ komt: gress nert tiffe, mipenn do arfine = gress nert tiffe, do arfinynn; van wiens huis kom je ~?: tu arfine mipenner srt?; (gen) van de boerderij in welke plaats is hij afkomstig?: do melde mipennr keldus?; waar heb je dat ~? (hoe kom je daaraan?): tu pre k r?.

vandalisme:: plnt {C}.

vandoor:: er ~ gaan: ence {E}.

vang:: (rem bij windmolens) bjiyc {C}; de ~ losgooien: ef wuxe ef bjiyc.

vangen:: bzae {K; gst= bzat; vdw= bzajer}, iste {K}, rqule {K} (dl= Liftka/Tigof/Lomky); met een list ~: klkare {K}.

vangrail:: lestke-zeff {C}.

vangst:: (het vangen) bzaos {C}; (wat gevangen is) istos {C}; (alg) rqulos {C} (dl= Liftka/Tigof/Lomky); ~ met een list: klkaros {C}.

vanille:: vanyja {S}.

vanille-orchidee:: vanyja-rgid {C} (L. Vanilla planifolia).

vanmiddag:: (hedenmiddag: 11-17 uur) lelmo fittas {C} (die nog komen moet, of reeds aan de gang is); (afgelopen middag: 11-17 uur) lst fittas.

vanmorgen:: vanochtend.

vannacht:: (22-1 uur: hedennacht, die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo miskof {C}; (afgelopen nacht: 22-1 uur) lst miskof {C}.

vannacht:: (hedennacht: 22-4 uur, die nog komen moet, of reeds aan de gang is) lelmo kl {C} (schr); (in spr wordt ipv kl ook miskof gebruikt om de gehele nacht van 22-4 uur aan te duiden).

vanochtend:: (afgelopen ochtend (4-11 uur)) lst gurt; (hedenochtend (4-11 uur): die nog komen moet, of die reeds aan de gang is) lelmo gurt.

vanouds:: er horit {I}; (ouderwets) eker {I}.

Vanuatu:: Vanujatu {G}.

vanuit:: rifoliy {VZ} (plaats); rifoliy {VZrs} (richting); hij schreeuwt ~ de schuur: do scemre rifoliy ef kul; hij rent ~ de schuur naar de put toe: do frajjae rifoliy ef kulle (rs!) helkara ef kupn.

vanwaar:: (=waarvandaan?) ynn {SX.gst} (vraagsx); ~ komt hij?: do arfinynn?; ik vraag, ~ hij komt: gress linne, do arfinynn; vandaan 6.

vanwege::

  1. (uitdrukking v reden in elliptische, gedeverbaliseerde, zin) kaltrosqunn {VG}; ik hou van je, ~ je haar en je ogen: gress lye tu, kaltrosqunn vilt mirs ur eits; ik loop hier graag, ~ de mooie omgeving: gress farte tevi kusami, kaltrosqunn ef hord surront;
  2. (=wegens) g {VZ} (betrekking); (=ter gelegenheid van) krmiy {VZ} (betrekking); door 6;
  3. (=gezien) yargeloh |war..| {VZ} (betrekking); ~ de toegenomen kosten moeten we bezuinigen: yargeloh ef rlempor pecc kirro huars.

vanzelf:: (zonder er iets aan te hoeven doen) m/m mrtep {C}; de uitnodiging komt ~: ef invbos melde ef efaiy.

vanzelfsprekend::

  1. (zoals overeengekomen/voor de hand liggend) fiymo {I}; ~ zijn (voor de hand liggen): armthate {E};
  2. (=natuurlijk) pirandoka {III}, doka {III} (spr);
  3. (volgens de regels der natuur) ariy {I};
  4. (=logisch) logise {I};
  5. (=uiteraard) votelira {III};
  6. (=tenslotte) lef uss {Aef} (wat als vanzelfsprekend/bekend verondersteld mag worden; vaak als antwoord op een domme/overbodige vraag); spreekt hij Engels? ja ~, hij is een Engelsman: aftel do chaquinde enelant? siy lef uss do melde eft Enelando; zonder paspoort mag je Spokani ~ niet in: m ps stus nert fesentog Spooksoliy lef uss.

vanzelfsprekendheid:: (wat voor de hand ligt) fiymo {Aef; rs= fiymt}.

varen::

  1. (zn: plant) ferre {C}; (verzamelnaam) ferre {S}; (bep Spok soort moerasvaren met roze/rode bladpunten: "zwampvaren") zvmp-ferre {C/S} (2 verschillende geslachten: L. Thelypteris flavicans; L. Pteris infirmis).
  2. (ww)
    1. (schip) njebope {U}; (besturen ve schip) njebope {K};
    2. (met vz) ~ op/in/over (bevaren): lnjebope {K}; ~ in (binnenvaren): njebope-fes {K}; ~ uit (lett: uitvaren): njebope-mip {K}; het schip vaart [de haven] binnen: ef kar njebope-fes [ef port]; het schip vaart [de haven] uit: ef kar njebope-mip [ef port];
    3. (fig) laten ~ (een denkbeeld): kurarevente {K}.

variant:: varierer {C}.

variatie:: varieros {C}.

variren:: variere |..je| {K}; ~ van A tot B: variere rifonn A helkara B.

varken:: (ntr) knok {C}; (mnl: =beer) klt {C}; (vrw: =zeug) plt {C}; gecastreerd ~ (=barg): ygert {C}; achtereind.

varkensgras:: knok-kles {S} (L. Polygonum aviculare).

varkenshok:: (=kot) spnutiy {C}.

varkenskers:: grote ~: Pamilo-slaja {S} (L. Coronopus squamatus); kleine ~: ef ameriy Pamilo-slaja (L. C- didymus).

varkenskarbonade:: (stuk varkensvlees met bot erin) knociy-ubrt {C}.

varkensoor:: (lett of paddenstoel) knok-fe {C; mv= ..-fa} (L. Otidea onotica).

varkensvlees:: knoktiyse {C/S}; (=karbonade) ubrt {C}.

vast::

  1. (niet los) fest {I}; ~ aan/op/tegen/onder (enz): zlf {VZ} (plaats); het schilderij zit ~ aan de muur: ef platiranu menkerate zlf ef krur; hij plakt de foto ~ in (evtl: op) het album: do keldeste ef foto zlf ef platimip; ~ liggen/zitten/staan/zijn: zlfte {U}; de boot ligt goed ~: ef kar zlfte quista; ~ liggen/zitten/staan/zijn aan: zlftare {K}; de tafel zit ~ aan de vloer: ef kelbra zlftare ef flor; vast||los: pjerg {Iid}; ;
  2. (niet beweegbaar/bewegend) fest {I}; een ~e brug: eft pseff pnt; ~ licht (in tegenstelling tot knipperlicht): strltat {C};
  3. (niet vloeibaar/gasvormig) zytsgen {I}; ~e stof: zytsgla {S};
  4. (zeker) rt {I}; een ~e (zekere) toekomst: eft rt arfinvelk; ~ en zeker: pij-siy {I}; (stellig) tfiy {I; [mv=enk]}.

vastberaden:: waamz |wamz| {I}; (=beslist) quander {I}.

vastberadenheid:: waamziy |wam..| {A; mv=enk; rs= waamzte}.

vastbijten:: zich ~ (valse hond: bijten en niet meer loslaten): yntaje {K; gst= yntat}.

vastbinden:: (alg: =vasthechten) feste {K}; (met nadruk op binden) binde {K}; het [vast/samen]binden; datgene wat vastgebonden is: bindos {C}; met metaaldraad ~: rfe {K} (dl= West-Liftka/Tigof); (v dier: =tuieren) plytare n {K}; ik bind het paard aan het hek vast: gress plytare ef rf n ef blof.

vastdraaien:: (=aandraaien) gre ... lo fest {K; gst= gret}; ik draai de schroef vast: gress gre ef fiys lo fest.

vasteland:: (continent) festark {C}.

vasten::

  1. (ww) (alg, ook RK) ularfe {U}; (vlgs Erg-regels) eufte {U};
  2. (zn) (alg, ook RK) het/de ~: ularf {C}; (vlgs Erg-regels) euft {C}.

vastgeketend:: ~ zitten aan: npne zlf {Upr}.

vastgelegd:: vastleggen.

vastgrijpen:: (alg) ubere-fest {K}; (=stevig beetpakken) riye {K; vdw= rao}; (=aanpakken: bij een handvat) vase {K}; het ~: uberos-fest {C}.

vasthaken:: (=aanhaken) klmare {K}.

vasthechten:: (=vastbinden) feste {K}; (lett/fig) zich ~ aan: zere {K}.

vasthouden:: (lett: niet loslaten) ularfe {K}; het ~: ularfos {C}; (fig: =volharden: op fanatieke wijze bij zijn mening blijven) yntaje {K; gst= yntat}; (absorberen) lputte {K}; de grond houdt veel vocht vast: ef ciytravint lputte pert ropja.

vasthoudend:: (=koppig) tygtjaklmiy {I}.

vasthoudendheid:: (=koppigheid) tygtjaklmer {A; mv=enk}.

vastketenen:: ~ [aan]: npne [zlf] {K}.

vastklampen:: zich ~ aan: ijabie {K; vdw= pijabi}; zich ~ aan (fig: aangrijpen): hendre {K; gst= hender}; het zich ~ (fig: het aangrijpen): hendros {A}.

vastklinken:: ~ [aan]: nke [zlf] {K}.

vastknopen:: ([stevig] vastmaken) rytare {K}; (fig) ik kan er geen touw aan ~: gress nert uberec ef luft ef fa.

vastleggen:: (lett: v waakhond/schip) pilde-fest {K}; (op film, geluidsdrager, in dossier ed) feste {K}; iets contractueel ~: ef feste flaju lo cntraktuela; vastgelegd liggen (op film, geluidsdrager, in dossier ed): feste {Upr}; het ongeluk is met de videocamera vastgelegd: ef moplariy sen feste na ef video-camera.

vastliggen:: (gemeerd liggen: groot schip) trse {U}; ~ aan (=vastzitten aan): zlftare {K}.

vastlopen:: (v moer/wiel/motor ed) gre-zlf {Upr; gst= gret-..}; (in de modder; een nauwe kloof ed) ef farte fes sterdar {C}; (fig: v onderhandelingen ed) zlfvende |zlfende| {U}.

vastmaken:: fixe {K}, rye {K}; (=monteren) mntere |..je| {K}; ([stevig] sjorren) rytare {K}; het ~: ryos {C}.

vastplakken:: somonoe {K; vdw= somonor}.

vastrijden:: (in de modder/een nauwe kloof ed) ef ufire fes sterdar {C}.

vastroesten:: zagrampe {U}.

vastsnoeren:: (=aansnoeren) klempe {K}.

vaststaan:: (fig: definitief zijn) dre {U}; ~ aan (bevestigd zijn aan): zlftare {K}; vast.

vaststaand:: (=bepaald) qurtiy {I}; (=definitief) dren {I}; niet ~ (=onbepaald): nequrtiy {I}.

vaststellen:: (alg) nalalve {K}; (=concluderen) stysrte {K}; (=bepalen) qurte {K}; het aantal ~ van: nmpe {K}.

vaststelling:: nalalvos {A}; ~ van het aantal: nmpos {A}; ~ van een ziekte (=diagnose): ontaros {A}.

vastzitten:: ~ aan (=vastliggen aan): zlftare {K} (lett/fig); (niet weg kunnen komen) zlfte {U}; ze zat vast in de lift: eup zlfta fes ef pjaqurt.

vat:: (=kuip/ton) lup {C; mv= lps}; (=kuip) sytt {C}; (=tobbe) enc {C}; (ton: v hout) kylp {C}; houten vaatje: krimm {C}; (vrnl voor drank) dm {C}; uit het ~ (getapt: wijn/bier; in tegenstelling tot in flessen) dm-poi {I}; vaatje.

vatbaar:: leldatt {I}; ~ voor: leldatt armt; ~ zijn voor: dama'ife {K; gst= damaif; vdw= damf}; het nieuwe wetsontwerp is nog ~ voor wijzigingen: ef kleter lacsplan dama'ife velk ns-zerfsta; gevoelig.

Vaticaanstad:: Vaticen-Stat {G}.

vatten:: (=grijpen) lelde {K}; (v kou/vuur ed) leldare {K}; (=begrijpen) hage {K}.

vazal:: marestjer {C}.

vechten:: ~ tegen/met: piyrste {K}.

vechtersbaas:: piyrstatjen {C}.

vechtpartij:: (=gevecht) piyrstos {C}.

vee:: fa'i {S; rs= faitt}; stuk ~: faitiyn {C}; gebrandmerkt stuk ~; stuk ~ met merkteken (in oor): fattos {C}; vol ~, met [veel] ~: faine {I}; een weiland vol ~: eft faine blufk.

veearts:: fa'i-medikiy {C}.

veeg::

  1. (zn) (vlek) usto {C}; (vegende beweging) brstos {C}.
  2. (bv: bijna dood) fegg {I}.

veegauto:: (voor straten) clnnolac {C}.

veehoeder:: kn {C} (jongen v 10 tot 15 jaar die met schapen/koeien de bossen in gaat).

veehoedster:: bnin {C} (meisje v 10 tot 15 jaar dat met schapen/koeien de bossen in gaat).

veel::

  1. (adj) pert {I; vt= vluf; ot= rlo; vk= klt; mt= lof}; de vele iepen in ons dorp zijn ziek: ef pert ypriys fes kult zeces melde kinur; hij komt ~ te laat: do arfine pert kiygte (rs!); het is ~ te groot: ef melde pert hupsterr (rs!); (verbalisatie) ~ zijn: perte {U}; er is hier ~ verkeer: ef kfs perte kusami; [erg] ~: vljey {I}; ~ meer: vljey terat; een ~ groter huis: eft oras hupster terat srt; ~ erger: stt {I; = vt v ubfta}; ~ groter: stt hupster; ~ scheler: stt stett; het boek is nog ~ duurder dan ik gedacht had: ef mimpit melde stt mikar dus gress miypo; de koffie is [nog] ~ duurder dan de thee: ef cafer melde l ef miyna stt mikar; twee keer zo ~ als ...: ten tims vluf dus ...; hoe 4;
  2. (ov) pert {OV} (enk-semc/abstr; stoff; mv); ~ huizen: pert srts; ~ droefenis: pert druffiy; ~ zand: pert pleko;
  3. te ~ (overtollig/meer dan goed is): bertert {I/OV} (enk-semc/abstr; stoff; mv); het te vele (het overtollige): bertertiy {Cef; mv=enk} (nominalisatie); er zitten te ~ rotte tomaten in de mand: bertert tval tomatos melde fes ef kanstriy; hij heeft te ~ geld: do lelperre bertert smurf; te ~ van allerlei boeken: bertert metteraf mimpits; hij gooit te ~ lege flessen weg (meer dan hij zou moeten weggooien): do koldre-tij bertert velp liskosz; (vgl rs-add perte = te veel, overtollig:) hij gooit de overtollige/te vele, lege flessen weg: do koldre-tij ef perte, velp liskosz; Elsa verdient z veel geld, dat ze ruimschoots overhoudt; daarom geeft ze het te vele [geld] aan het Rode Kruis: Elsa rinne fes pert smurf, eup xlaencatelira pltiy-hles; tenne eup kette ef bertertiy n Mindauza; te ~: plt {PX}; er zit te ~ zand in de sla: pltpleko melde fes ef slaja; te ~ zien: pltzerfe; te ~ auto's: pltoto;
  4. zo ~ (in die mate, zo erg): festrgiy {I}; hij is niet zo ~ (in die mate) politiek gengageerd: do nert melde festrgiy politiyc-cijaziy (bijv vergeleken bij iemand anders).

veelbelovend:: (=rooskleurig) fesrepp {I}; (hoopgevend, met potentie) undxiy {I}.

veelbetekenend:: (=veelzeggend) fiysdaro {I}.

veeleisend:: blaffiy {I}; zlf blaffos.

veelgevraagd:: linniy {I}; (=geliefd) fartelira {I}.

veelheid:: (=overvloed) pertsiy {Aef; mv=enk}.

veelkleurig:: (bont) pertmarsiy = pert-marsiy {I}.

veelomvattend:: (op grote schaal) utfinacc {I}; (fig) utfin {I}.

veelsoortig:: frenvuiy {I}; pertfrenvutiy = pert-frenvutiy {I}.

veelvoud:: tall {C}; een ~ van: eft tall kura.

veelvraat:: (roofdier) gulo {C} (L. Gulo gulo); (gulzigaard: mens) markiyner {C}, markiyn {Cef}.

veelzeggend:: (=veelbetekenend) fiysdaro {I}; (fig) lijan {I}; ~ zijn: lijanone {E}.

veelzijdig:: pertovapiy {I}.

veelzijdigheid:: pertovaper {A; mv=enk}.

veemarkt:: fa'i-stovy {C}.

veen:: kuvi {S}.

veenbes:: (vrucht) ljeget |ledget| {C}; (plant) toljeget |toledget| {C} (L. Oxycoccus palustris).

veenhooibeestje:: (vlinder) eit-bloer {C} (L. Coenonympha tullia; in Spok de ondersoort "spocanica").

veenmol:: (insect) tjg-krlatjen {C} (L. Gryllotalpa gryllotalpa).

veenmos:: fiyfi {S} (L. Sphagnum).

veenpluis:: kuvi-wola {S} (L. Eriophorum angustifolium).

veer::

  1. (v vogel) fedre {C}; fijne veren (dons): dydiy {S}; pronken met andermans veren: ef kafprabare ef stiemzerer lores-prs;
  2. (v metaal) ost[r]f {C};
  3. (veerboot) nrcus {C}; (overzetplaats v veerboot) nrcussr {C}.

veerboot:: nrcus {C}.

veerdienst:: nrcus-fgtexa {C}; zie ook Veerdiensten binnenland in en Veerdiensten buitenland in .

veerhaven:: nrcus-port {C}.

veerkracht:: (rek) gvnar {C}.

veerman:: nrcuser {C}.

veerooster:: fa'i-rc {C; mv= ..-rec}.

veerpont:: nrcus {C}.

veertien:: erg {TW}; (rekenkundig) main-fr {TW}, erg {TW}; (erg gevolgd door ENKELvoud) ~ boeken: erg mimpit.

veertig:: rn-fr {TW} (=36+4); (rekenkundig) frsa {TW}.

veest:: (wind[je]) flts {C}.

veestapel:: jug {C}.

veeteelt:: fa'ileld {C}; (in samenstellingen) ukr {SX.zn}.

vegen:: brste {K}, uste {K}.

vegetarir:: kleser {C}.

vegetatie:: (=woekering) afdrk {C}.

vegetatief:: vegetateff {I}.

vehikel:: (gammel voertuig) enc [lef trchs] {C} (pop).

veilen:: (per opbod verkopen) ozyrpbare {K}.

veilig:: qurubo {I}.

veiligheid:: (het veilig-zijn) quruboiy {A; mv=enk; rs= qurubote}; (beveiliging) qurubos {C}; voor de ~ (veiligheidshalve): fes qurubas {C}; iets/iemand in ~ brengen: (=bergen) ubere-fes flaju/rast {K}; (lett: naar een veilige plaats brengen) ef srte flaju/rast fes qurubos; het in ~ brengen (=berging): uberos-fes {C}.

veiligheidsgordel:: (=stoelriem: in auto) qurubos-giyrt {C}.

veiligheidshalve:: (voor de veiligheid) fes qurubas {C}.

veiligheidsinspectie:: quruboiy-ntriyos {A}.

veiligheidsklep:: (op stoommachine ed) fst {C}, qurubos-closeft {C}.

veiligheidsspeld:: cloe-priyk {C}.

veiling:: ozyrpbaros {C}.

veinzen:: (doen alsof) clovte [beri/den] {U}.

vel:: (=huid) (nadruk op voorwerp) mut {C}; (nadruk op materiaal) flaros {S}; afgestroopt ~ (v paling ed): brinos {C}; behaard ~ (vacht: v levend dier): mir-mut {C}; zacht ~letje (dons): nygg {S}; van ~/huid gemaakt: mutiy {I}; uit zijn ~ springen (v woede ed): ef nlmece mip ef mut; ~ over been: mager.

veld:: (vlakte) jakm {C}; (fig) bavn {C}; het semantische ~: ef semantise bavn; op het ~: tejakma {I}; het ~ ruimen voor: ef vende fes z tjg.

veldbeemdgras:: jakm-hster-kles {S} (L. Poa pratensis).

veldbies:: gewone ~: Ergnt-f {S} (L. Luzula campestris).

veldbloem:: (alg) frns {C}.

veldereprijs:: (veld-ereprijs) jakm-veronica {C/S} (L. Veronica arvensis).

veld-ereprijs:: veldereprijs.

veldheer:: jakmkiy {C}.

veldiep:: Engelse ~: mliy-ypriy {S} (L. Ulmus procera).

veldlathyrus:: jakm-vycc {S} (L. Lathyrus pratensis).

veldleeuwerik:: lerrke {C} (L. Alauda arvensis).

veldmuis:: mliy-rt {C} (L. Microtus arvalis).

veldsalie:: jakm-salviy {S} (L. Salvia pratensis).

veldsla:: gewone ~: nhe-lofa {S} (L. Valerianella locusta).

veldslag:: vallinrn {Crs}.

veldspitsmuis:: jakm-nes-rt {C} (L. Crocidura leucodon).

veldtocht:: forn {C}.

velduil:: jakm-ojel {C} (L. Asio flammeus).

veldwachter:: (alg: politie(man) op platteland of in dorp) manta-gert {C}.

veldzuring:: [jakm-]gt {C} (L. Rumex acetosa).

vele:: ~[n]: perts {ZV; gnp= pertser; gnz= pertsr; rs= pertses of pertes} (mv); ik ken ~/veel mensen: gress tiffe perts; ~n wonen in een krot, maar weinigen in een paleis: perts lzre goe rp'asz, tur litels idem goe lofipanas; alle bomen in mijn tuin dragen appels, maar de vruchten van ~ [bomen] zijn rot: cradef vilduls fes kost arbe tine geffys, tur pertsr belks melde tval; ~n die gelukkig zijn; ~ gelukkigen: geffaliyn perts; veel.

velerhande:: (=velerlei) lo perts {ZV}.

velerlei:: (=velerhande) lo perts {ZV}.

velg:: (v wiel) np {C}.

vellen:: (v boom) chefte {K}; (v oordeel/vonnis ed) wuxe {K}; het ~ (v oordeel/vonnis): wuxos {A}.

velours:: tryp {Sef}; van ~ gemaakt: tryp {I}; lap ~: trypfsto {C; mv= trypfste; rsmv= trypfstott}.

Veneti:: Venea {G}.

Venezolaan:: Venezuely {Cef}.

Venezolaans:: (bv) venezuell {IIef}; ~e vrouw: Venezuela {Cef}.

Venezuela:: Venezuell {C}.

venijn:: (=gif) nr {SC}.

venijnig:: nriy {I}; utt {I} (dl= Tigof), uttiy {I; [mv=enk]} (dl= Berref).

venkel:: (bladvenkel: specerij) iyl-fenelc {C/S}; (knolvenkel: groente) tbemt-fenelc {C/S} (L. Foeniculum vulgare) (venkel als groente is in Spok vrijwel onbekend).

vennootschap:: cmpaniy {C}; (=compagnie) lebet-rfto {C}; naamloze ~: tuffes cmpaniy (afk= TC of ).

vennootschapsbelasting:: (ong) lebet-tx {C}.

venster:: (=raam) miflif {C}; (ventilatieopening: voor zolderverdieping of schuur: raam zonder glas maar met luiken, en soms ook tralies) tix {C}; raam.

vensterbank:: (buiten) ramiy-nregt {Cef}; (binnen) miflif-nregt {C} (in Peg is dit ook werkelijk een bank om op te zitten).

vensterglas:: miflif-glaza {S}.

vent:: (=knul/kerel) talle {C}, hnc {C} (pop); gemene ~ (bruut): fkom {C}; een vervelende ~: eft iftormt hnc.

venten:: argerat-pbare {K}.

venter:: stovyjer {C}, argerat-pbarer {C}.

ventiel:: ayr-grent {C}.

ventilatie:: ventilao {C}.

ventilatiegat:: (luchtgat/rookgat) gerat {C}.

ventilatieopening:: (venster: voor zolderverdieping of schuur: raam zonder glas maar met luiken, en soms ook tralies) tix {C}.

ventilatierooster:: gere-rc {C; mv= ..-rec}.

ventilatieruit:: ayr-miflif {C}.

ventilator:: ventilater {C}.

ventileren:: (=ontluchten) gere {K}.

ventje:: (=kereltje) gncres {C}.

ventweg:: (=parallelweg) nefmirra = sumirra {C}; (parallelweg langs een hoofdweg) ovap-mirra {C}.

Venus:: Venes {N}.

venushaar::

  1. (varen) blka-ferre {C/S} (L. Adiantum capillus-veneris);
  2. (kamerplant) Xeber-mirs |X| {Cmv} (L. Adiantum tenerum "Scutum Roseum").

venusspiegel:: (plant) dii-bamico {C} (L. Specularia).

ver::

  1. (afstand) ~ [weg]: plks {I; vt= lilepiy; ot= laniy; vk= cry; mt= rofa}; ik woon ~der van mijn werk dan Petriy: gress zre lilepiy rifonn sener rm dus Petriy; Spokani ligt minder ~ dan Amerika: Spooksoliy loctee cry dus ef Ameriy; ik woon het minst ~ van de haven [vandaan]: gress zre rofa rifonn ef port;
  2. (idioom) zo ~ [als] het oog reikt: tu plks, den ef eits lfe = fit plks fara ef eits lfe; (fig) dit gaat (te) ~: mittof arke [ber] plks; die opmerking gaat te ~: k rviy melde damaiyte (rs!); ~ vanaf hier: lf eft plks loin;
  3. (ideoantoniem) ver [weg]||vlakbij: crg {Iid}; ;
Verre Oosten.

verachtelijk:: mlesentiy {I}.

verachten:: mlesende {K}.

verachting:: mlesendos {A}.

verafschuwen:: verafschuwen||bewonderen: tirae {Kid}; verafschuwen: ef tirae lo grgentiy; .

veranda:: intrkiy {C}.

veranderd:: (=gewijzigd) ampiy {I}.

veranderen::

  1. (trans) ~ [in] (=wijzigen): ampe [helkara] {K}; ~ in (=transformeren in): trnsformere n |..je| {K} (n is dt/vz), trnse n {K} (pop) (n is dt/vz);
  2. (intrans) ampe {Upr}; het verandert van positie: ef sen ampe frpj ef posio; niet ~ (blijven zoals het is): tinde {Upr}; er verandert niets: pipar sen tinde.

verandering:: (=wijziging) ampos {C}; (=transformatie) trnsformao {C}; (fig: =overschakeling) fistraros {A}; (fig: =omwenteling) palleuberos {Ars}.

veranderlijk:: ampatt {I}; (=wisselvallig) nftiy {I}.

veranderlijke:: (zn: wiskunde) ampattiy {A; mv=enk}.

veranderlijkheid:: (=wisselvalligheid) nfter {A; mv=enk}.

verantwoord:: warpl {I}.

verantwoordelijk:: matter {I}, respnsabiliy {I}; ~ zijn voor: mattere furt {U}.

verantwoordelijkheid:: respns {SC}; voor/op eigen ~: furt sener dres respns.

verantwoordelijkheidsgevoel:: respns-mybbe {SC}.

verantwoorden:: respnsere |..je| {K}; (=rechtvaardigen) kafmonslenpe {K}.

verantwoording:: tygtjatisjanos {A}, respnseros {A}; (=rechtvaardiging) kafmonslenpos {A}; ~ afleggen: ef ove sener tygtjatisjanos; ef qugle respnseros.

verarmen:: prane {U}.

verarming:: pranos {A}.

verassen:: (=cremeren) koffon-bure {K}.

verbaal:: (=mondeling) verbaliy {I}.

verbaasd:: cyres {I}; ~ zijn [over]: aze [tsazi] {U}.

verbalisatie:: (taalk: een ww maken van bijv een add) paineros {C}.

verbaliseren:: verbalisere |..je| {K}; (taalk: een ww maken van bijv een add) painere |..ere| {K}.

verband::

  1. ([mechanische] verbinding; bij baksteen) viylc {C}; uit zijn ~ brengen (ontzetten: v machine/muur/as ed) mitagre {K; gst= mitagret};
  2. (zwachtel voor wond) biyne {C};
  3. (link, samenhang; context) fgo {C}, cntekst {C}; binnen/in een groter ~: fes ef hupster terat fgo; een ~ tussen: eft fgo yargeloh; een ~ leggen tussen: ef riffe eft fgo yargeloh; ~ houden met: fgoe n {Upr}; in ~ met (wegens): fes ef situao g (vz-uitdr); in ~ met ziekte gesloten: ilba fes ef situao g kin; in ~ hiermee (hierbij: fig): kusamiluft {I}; met iets in ~ staan (fig: samenhangen met iets): ef melde fest armt flaju.

verbannen:: chealmpe |..ampe| {K}, prusate {Krs}.

verbanning:: chealmpos |..amp..| {C}, prusatos {A}.

verbasteren:: ~ [tot]: mipfrenvue [helkara] {K}.

verbastering:: mipfrenvuos {C}.

verbazen:: kafsrte {K}; slate {K}; het bericht verbaast me: ef tden kafsrte gress; dat verbaast me van hem: gress slate do; het verbaast me dat hij komt: gress slate den do arfine/do arfinelira.

verbazend:: (=verbazingwekkend) onatt |won..| {I}.

verbazing:: kafsrtos {A}; (=opzien) azos {A}; ~ wekken: ef qugle ef azos; vol ~ aanstaren: qumare {K}; tot mijn niet geringe ~: furt kost har ef tork clerr azos; tot 5.

verbazingwekkend:: azeludi {I}; (=verwonderlijk) onatt |won..| {I}; ~ zijn (verwonderlijk zijn): onatte {U}.

verbeelden:: (=voorstellen) rtyce {K}; zich ~ (zich wanen): plfte {K}; zich ~ (dromen): drote {K}.

verbeelding:: (=voorstelling) rtycos {A}; (=waan) plftos {A}; voor de ~ staan (voorstaan): fesbarite {K}.

verbergen:: feldarye {K}; (=verstoppen) stylfe {K}.

verberging:: stylfos {C}.

verbeteren:: guldere {K}.

verbetering:: gulderos {C}.

verbeurd:: ~ verklaren: zro'efe {Krs}.

verbeurdverklaring:: zro'efos {C}.

verbeuzelen:: tocvyste {K}.

verbeuzeling:: tocvystos {A}.

verbieden:: iemand iets ~: elkiane flaju n rast {K}.

verbijsterd:: (onthutst) miparfinn {I}.

verbijsteren:: (onthutsen) miparfine |miparfIne| {K}; iemand ~ (iemand ontstellen): ef qugle rast lo jesmor.

verbijstering:: miparfinos |miparfInos| {A}.

verbinden:: (verbinding tot stand brengen) yplemere {K; vdw= yplemare of regelm.}; (lett) met elkaar ~: le {K}; (chemisch) bindare {K}; (v wond) biynare {K}.

verbinding:: (alg) yplemeros {C}; (trein/telefoon ed) fgtexa {C}; ([mechanisch] verband) viylc {C}; (chemisch) bindaros {C}, mix {C}; in ~ staan met: jukreze {K}.

verbindingsstreepje:: (in Spok scheidbaar samengestelde woorden, zoals in fijnta-kerna) filsto {C}.

verbintenis:: (alg) bjeltos {A}; (schriftelijk) bjeltafiy {C}; (=huwelijk) mariy {C}.

verbitteren:: (fig) trtere {K}.

verbittering:: (fig) trteros {A}.

verbleekt:: ~ zijn: hose {U}.

verbleken:: silende {U}; het ~: silendos {C}.

verbleking:: (het verbleken) silendos {C}.

verblijden:: gladoare {K}; verblijden||verdrieten: jalfuve {Kid}; .

verblijding:: gladoaros {C}.

verblijf:: (het verblijven) meldos {C}, quardos {C}; (ruimte) kene {C}; ~ in eenzaamheid (afzondering): bautot {C}.

verblijfplaats:: melde-srt {C}; [gezellige] ~: tindaros {C}.

verblijfsvergunning:: (de toestemming) quarde-jabincos {A}; (het feitelijke document) quarde-dokumentos {C; mv= ..-dokuments}.

verblijven:: (=toeven) quarde {U}, melde |melde| {U}; het ~ (verblijf): quardos {C}, meldos {C}.

verblind:: mp {I}; ~ zijn (lett): mpe {U}; het ~-zijn (lett): mpos {C}.

verblinden:: (lett) mpare {K}.

verblinding:: (lett) mparos {C}.

verbluffend:: tiraiy {I}.

verbluft:: ~/versteld staan: ef zerfe tjg nes-jky.

verbod:: mf {Aef}, elkianos {A}; verbod||geoorloofdheid: pyrf {Cef/id}; .

verboden:: kaldo {I}, mf {I}; ~ zijn [om]: mfe [beri] {U}; ~ toegang (opschrift): nf entrafsta; verboden||geoorloofd: pyrf {Iid}; verbod; .

verbolgen:: katk {I}.

verbond:: (=unie) rfto {C}.

verbonden:: met elkaar ~ zijn: jukreze {K}; onlosmakelijk ~ (inherent): fest-yplemeriy {I}; hij is aan een ziekenhuis ~: do sen jukreze eft hspitalo.

verborgen:: tyja {I}; ~ zijn: tyjare {U}; dat wat ~ is; ~ voorwerp/persoon: tyjaros {C}.

verbouw:: (=teelt) rpoos {C}; (verandering bij bouwen) lbos-kest {C}.

verbouwen:: (ombouwen) lbe-kest {K}; (v gewassen) rpoe {K; gst= rpot}.

verbouwereerd:: lef bindor juggs {C}.

verbouwing:: lbos-kest {C}.

verbrand:: (=afgebrand) nestep {I}.

verbranden:: nestebare {C}, crefe {K}.

verbranding:: nestebar {C}, crefos {C}.

verbrassen:: ostinre = ostinrre {K}.

verbrassing:: ostinros = ostinrros {A}.

verbreden:: (lett: breed/breder maken) utfine {K}; het ~ (lett: verbreding): utfinos {C}.

verbreding:: (wat verbreed is: breder stuk weg ed) utfiner {C}; (lett: het verbreden) utfinos {C}.

verbreken:: vasse {Krs}.

verbreking:: (lett) vass {C; mv= vassa of vasses}; de ~ van de radioverbinding: ef rao-yplemerosecr vass; (fig) vassos {A}; de ~ van de verloving: ef fesrepposecr vassos.

verbrijzelen:: (=vermorzelen) krusve {K; gst= kruss; wst= krus}.

verbrijzeling:: (=vermorzeling) krusvos {C}.

verbrokkelen:: lepare {K}.

verbrokkeling:: leparos {C}.

verbruik:: tijkeldos {C}; (vrnl in samenstellingen) uos {A}; (bijv) benzineverbruik: bensynn-uos.

verbruiken:: (opgebruiken) kelde {Krs}; (net zo lang gebruiken tot het op is) ue {Krs}.

verbruiker:: tijkeldatjen {C}.

verbuigen:: (lett) flectare {K}; (zodat het stuk gaat) futsiare {Krs}; (taalk) deklinere |..je| {K}.

verbuiging:: (lett) flectaros {C}; (taalk) deklinao {C}.

verburgerlijken:: zmpere {U}.

verchromen:: [l]crome {K}.

verchroomd:: lcromor {I}, croma {I}.

verdacht:: moiriy {I}; ~ zijn op: luftmiypare {K}.

verdachte:: (zn) moirter {C}.

verdagen:: (=schorsen) miptrekke {K}.

verdampbaar:: snel ~ (vluchtig): da'e {I}.

verdampen:: (intrans) tmpe {Upr}; het water verdampt snel: ef knurfel sen tmpe vita; (trans: [doen/laten] ~) tmpe {K}; de zon verdampt het water: ef kbo tmpe ef knurfel.

verdamping:: tmpos {C}.

verdedigen:: (lett) narne {K}; (fig) kafobiyre {K}; (rechtspraak) ef kette narn {SC}; niet te ~ (fig: onhoudbaar: v standpunt/gedrag ed): skaliy {I; [mv=enk]}.

verdedigend:: (=defensief) devenseff {I}.

verdediger:: (rechtspraak) narnater {C}.

verdediging:: (voorspraak) narn {SC}; (defensie) devendos {C}; (fig) kafobiyros {A}.

verdedigingshouding:: xliffa |X| {C}.

verdedigingswerk:: (=vesting) dullintn {Crs}; zie ook Verdedigingswerken in .

verdelen:: (=verspreiden) je {K; gst= t; vdw= pt}; (=distribueren) distribuere |..je| {K}; (verschillende meningen of groepen met verschillende meningen) trtje {K; gst= tret}; ~ [in]: jesme [kaf] {K; gst= jess}; men verdeelt de opbrengsten gelijkelijk tussen A en B: stus jesme ef xmarsns ja A ur B lo citt.

verdeler:: (persoon) jesmer {C}; (in automotor) distributerr {C}.

verdelgen:: (ongedierte, onkruid) fa'uke {K}.

verdeling:: (=verspreiding) jos {C}; (=distributie) distribuo {C}; (het verdeeld-zijn in kleinere delen) jesmos {C}.

verdenken:: moire {K}.

verdenking:: moiros {A}.

verder::

  1. (vervolgens) lilepiy {III}; ik wil het gras maaien en ~/voorts de dode boom omhakken: gress motavy ef kles ur lilepiy axavy ef koffon vildul;
  2. (overigens) lilepiy {III}; we kennen hem ~ niet: kirro nert tiffe lilepiym do; (voor de rest) furt ef lak (spr);
  3. ~ nog (bovendien): kerru fit {III};
  4. (tijd: latere periode) we zijn nu een maand ~: kirro melde ral eft hertel lilepiy;
  5. (=aanvullend) liliy {I; [mv=enk]}; ~e informatie: liliyn informaa (mv);
  6. (=voort) tyr {III};
  7. (afstand in vt) ver 1.
nog.

verderf:: bov {C}.

verderfelijk:: bovte {I}.

verdergaan:: (fig) vende-lilepiy {U}; dat plan gaat nog een stukje verder: mittof plan vende-lilepiy fes eft h tt.

verderop:: (=daarginds) giynsa {I}; (verder in de tekst) giynsamintof {I}.

verdichten:: [zich] ~ (dicht raken: bos, haar): afriynare {U}.

verdichting:: afriynaros {C}.

verdienen:: rinne {K}; verdiend hebben (aanspraak op iets hebben; het waard zijn om iets te krijgen): rinnare {K}; dat hebben we wel verdiend!: kirro rinnare pana jazy iftam!.

verdienste:: ~[n]: rinnos {C}.

verdienstelijk:: ra-blaff {I}.

verdiepen:: (lett: uitdiepen) merrate {K}; zich ~ in: kobature lef {Upr}; het zich ~ in iets: kobaturos {A}; verdiept zijn in iets: ef slitue ef nurp fes flaju.

verdieping::

  1. (lett: uitdieping) merratos {C};
  2. (=etage; begane grond meegerekend) trda {C}; op de derde ~: fes ef frtef trda; bovenste ~ (als aanduiding in lift): zillepip-flor {C} (afk= ZF).

verdikken:: (in omvang) keaare {K}; (v vloeistof) kpare {K}.

verdikking:: (in omvang) keaaros {C}; (v vloeistof) kparos {C}; kleine ~ (bobbeltje): pvla {C}.

verdoemen:: ([ver]vloeken) kachiyte {K}.

verdoemenis:: (=hel) hely {SC}; (als straf) hely-tjel {C}.

verdoezelen:: nirrte {K}.

verdoezeling:: nirrtos {C}.

verdomd:: (hartstikke) buss {I} (pop); dat begrijp ik ~ goed: gress unere clerr kat ef; die ~e trappen in dit gebouw!: ef hiye-mittorsz fes dena huflif!.

verdomme:: ~!: restnp!.

verdommen:: (niet willen doen, kapot zijn) ef revuse beri azje {U; gst= azjet} (spr); de nieuwe stofzuiger verdomt het al na n dag: ef kleter vkumm revuse beri azje pip mintof r tof.

verdord:: (=dor) lt {I}; ~ zijn: lte {U}.

verdorren:: ltare {U}.

verdorven:: cupertiy {I; [mv=enk]}; (=pervers) qufendriy {I; [mv=enk]}.

verdorvenheid:: (=zedenbederf) boven {SC}; tot ~ leidend: bovte {I}.

verdoven:: krabe {Krs}.

verdovend:: ~e middelen (narcotica): druge {C}, tomissis {C/S}.

verdoving:: krabos {C}.

verdraagzaam:: (=tolerant) dres-put {I}, uzgem {I}.

verdraagzaamheid:: (vrnl jegens mensen met afwijkende culturele of sociale patronen of van ander ras) fotest {SC}.

verdraaid:: (=verbogen; kapotgedraaid) futsiaror {vdw}; (op verkeerde wijze voorgesteld) colinaror {vdw}.

verdraaien:: (anders draaien) grere {K}; (verbuigen zodat het stuk gaat) futsiare {Krs}; (fig: verkeerd voorstellen) colinare {K}.

verdraaiing:: (verkeerde voorstelling van zaken) colinaros {A}.

verdrag:: xlaja {C}; (=bond) bnt {C}; (=overeenkomst) lu'ettos {A}.

verdragen:: (=verduren) kurahendre {K; gst= kurahender}; (=uitstaan) fesstune {K}; zich ~: reopatre {K; gst= reopatt}; te ~ (draaglijk): reopat {I}.

verdriet:: uxrt {Aef}; ~ doen: uxrte {K}; verdriet||blijdschap: jalfuf {SCid}; ; tot A.5.

verdrieten:: verdrieten||verblijden: jalfuve {Kid}; .

verdrietig:: uxrt {I}.

verdrijven:: idenalme {K}.

verdrijving:: idenalmos {A}.

verdringen:: forse-tij {K}; het ~ (verdringing): forsos-tij {A}.

verdringing:: (het verdringen) forsos-tij {A}.

verdrinken:: afe {U}, zakvrfe {U}; doen/laten ~ (caus): afare {K}; dreigen te ~, op het punt staan te ~: kvrfe {U}.

verdrinking:: afos {C}.

verdrogen:: ngte {E}; doen ~: ngte armt {U}; het gewas verdroogt: ef lelt ngte; de zon verdroogt het gewas: ef kbo ngte armt ef lelt.

verdrukken:: (=onderdrukken) xxeme {K}.

verdrukking:: (=onderdrukking) xxemos {C}.

verdubbelen:: dublae {K}.

verdubbeling:: dublaos {C}.

verduidelijken:: (duidelijk maken) ragare {K}; ~de uitleg/verklaring: raagiy {C}.

verduisteren:: (lett) finstrae {K}; (fig: v geld) terrafane {K}.

verduistering:: (lett) finstraos {C}; (fig: v geld) terrafanos {C}.

verdunnen:: zich ~ (dun worden; zich dun maken: v voorwerp): fygare {Upr}; (dun maken: v voorwerp) fygare {K}; (v vloeistof) znare {K}.

verdunner:: (=oplosmiddel: voor medicijnen) vehikul {C}.

verdunning:: (v voorwerp) fygaros {C}; (verdunde vloeistof) znos {C}.

verduren:: te ~/doorstaan hebben, moeten ~/doorstaan: kurahendrare {K}; (doorstaan/verdragen) kurahendre {K; gst= kurahender}; het ~: kurahendros {A}.

verduveld:: ~ lastig (deksels moeilijk): knurfelbur'-diffiyk {I}.

verdwaald:: ~ zijn: zapge {U}; bijna ~ zijn (=verdwalen): pge {U}.

verdwalen:: (bijna verdwaald zijn) pge {U}.

verdwenen:: (=weg) tij {I}, iliy {I; [mv=enk]}; het boek is ~/weg: ef mimpit melde tij; ~ zijn (weg zijn): zaallove {U}; ~ zijn (weg zijn: niet meer kunnen vinden): tije {U}.

verdwijnen:: allove {U}; sype {U}; [iets] in het niet doen ~: ef zlbinase [flaju] n flj.

verdwijning:: allovos {A}.

veredelen:: (=louteren: metaal) yflane {K}.

veredeling:: (=loutering: metaal) yflanos {C}.

vereenvoudigen:: (=versimpelen) simplaare {K}.

vereenvoudiging:: (=versimpeling) simplaaros {A}.

vereenzelvigen:: twee zaken met elkaar ~: ef srte ef perdr tiyns fes r plf.

vereeuwigen:: obulate {K}.

vereeuwiging:: obulatos {C}.

vereffenen:: (fig) mdre {K; gst= mtt}.

vereffening:: (fig) mdros {A}; voor fiscale termen, zie .

vereisen:: jne {K}.

vereist:: jnor {vdw}; het ~e, dat wat ~ is: jnos {A}.

veren:: (grof dons: gehele verenpakket ve vogel) lapf {S}.

verendek:: (grof dons: gehele verenpakket ve vogel) lapf {S}.

verenigd:: verenigen; Verenigd.

Verenigd::

  1. de ~e Arabische Emiraten: Unior Arabyja Emiratiys {Gmv} (afk= UAE);
  2. het ~ Koninkrijk (Groot-Brittanni): Unior Jabrstat {G} (afk= UJ);
  3. de ~e Naties: Unior Naos {Nmv} (afk= UN);
  4. de ~e Staten: Unior Stats {Gmv} (afk= US).

Verenigde:: Verenigd.

verenigen::

  1. (=samenvoegen) are {K}; het ~: aros {C};
  2. (bijeenkomen) ququlte {K}; het ~: ququltos {C};
  3. (tot eenheid maken) unie {K}; het ~: unios {C};
  4. zich ~ met iets: tijtine flaju {K}.

vereniging:: (=club) clup {C}; (club ed) ququl {C}; (besloten en/of exclusief) migmax {C}; (associatie) soatt {C}; (het samenvoegen) aros {C}; (het bijeenkomen) ququltos {C}; (het tot eenheid maken) unios {C}; zie ook Verenigingen in .

verenigingsgebouw:: (sociteit) ququlsrt {C}.

vereren:: mpe {K}.

verergeren:: sstocirre {K}.

verergering:: sstocirros {A}.

verering:: mpos {A}.

vererven:: (door erfenis komen aan) colanase {K}.

vererving:: colanasos {A}.

verf:: verfu {S}; (=lak) lc {S}; afgebladderde [stukken] ~: kirenos {C}; (laag verf die reeds opgebracht is) verfutos {S}; de ~ is nat (pas geschilderd voorwerp): ef verfutos ooe.

verfbrem:: kolamut {C} (L. Genista tinctoria).

verfdoos:: verfulot {C}.

verffabriek:: verfuriff {C}.

verfijnd:: rst {I}.

verfijnen:: rse {K}.

verfkwast:: verfute-brst {C}.

verflaag:: (=laklaag) lcos {C}; (die reeds opgebracht is) verfutos {S}.

verflauwen:: [doen] ~ (verzwakken): mrveare {K}.

verfoeien:: gfque {K}, bele {K}, dres-dama'ife {K}.

verfoeiing:: gfquos {A}, dres-dama'ifos {A}.

verfraaien:: crule {K}; het ~ (verfraaiing): crulos {C}.

verfraaiing:: (het verfraaien) crulos {C}; (voorwerp dat tot verfraaiing dient) crulta {C}.

verfrissen:: (opfrissen) frotare {K}.

verfrissing:: (opfrissing) frotaros {C}; (glas koele drank) frottiy {C} (pop).

verfwinkel:: (nadruk op de verkoop v verf, kwasten ed) verfu-misan {C}; (nadruk op uitvoeren v schilderwerk) verfuts {C}.

vergaan::

  1. (ww) (te gronde gaan) tijblfe {U}; doen ~ (verteren): norte {Krs}; het ~: tijblfos {C};
  2. (bv) tijblfor {vdw}; geheel tot roest ~ (geheel weggeroest): zagrampa {I}.

vergaderen:: gadre {U; gst= gatt}.

vergadering:: ziytos {C}; (bijeenkomst) gadros {C}; zeer gewichtige ~ (vaak met het doel om een overeenkomst te tekenen): gest {C}.

vergaderzaal:: ziytelmit {K}.

vergankelijk:: sjerta {I}; het ~e: hill {SC}.

vergaren:: truvve {K}.

vergeeflijk:: gaufje-p {I}, gaufje-p {I} (arch/poe).

vergeefs:: (voor niets) rikorfiy {I}; (zinloos/zonder uitwerking) uco'liy {I; [mv=enk]}; ~ zijn: uco'lite {U}; ~e daad; ~e poging: uco'litos {A}.

vergeetachtig:: idetiffelira {I}.

vergeetachtigheid:: tijos {A}.

vergeet-mij-nietje:: nertufegtsil {C} (L. Myosotis); middelst ~: agen-nertufegtsil {C} (L. Myosotis arvensis).

vergelden:: mipoggoe {K}.

vergelding:: mipoggoos {A}.

vergeleken:: ~ bij ...: lef ... fes ef pallezerfi {A}.

vergelijken:: se |ze| {K}; A met B ~: se A n B (n is dt/vz); vergelijk (vgl.): se-grse (afk= s.); vergeleken bij ...: lef ... fes ef pallezerfi {A}.

vergelijking:: sos |zos| {A}; trap 4.

vergemakkelijken:: isyare {K}.

vergemeenschappelijken:: cmpande {U}.

vergemeenschappelijking:: cmpandos {A}.

vergen:: (fig: eisen v dingen) candye {K}; (fysiek/psychisch) scemre n {U; gst= scemm} (n is vz); het vergt inspanning: ef scemre n ef salbos; kosten.

vergenoegd:: bimiy {I}.

vergenoegen:: bime {K}.

vergenoeging:: bimos {A}.

vergetelheid:: ufegos {A}.

vergeten:: (alg) ufege [beri/den] {K}; ~ te: ufege beri {U}; (uit het geheugen) tije {Krs}; (v probleem) jmpre {K; gst= jmper; wst= jmp[r]}; het ~ (v probleem): jmpros {A}; (per ongeluk achterlaten) afne {K}; ik ben het vergeten (het is mij ontgaan): ef farte dalotoje gress; dat/die men niet kan ~ (waaraan/aan wie men altijd moet denken): krab {I}; ik kan het ongeluk maar niet ~: ef moplariy melde jren krab [furt gress].

vergeven::

  1. (ww) iemand iets ~: gaufje flaju ump rast {K; gst= gauff}, roiyve flaju n rast {K}, gaufje flaju ump rast {K; gst= gauff} (arch/poe).
  2. (bv) ~ zijn van (stikken van): ef melde ybervelira lef (pop); het is hier ~ van de wespen: kusami melde ybervelira lef vnas.

vergeving:: gaufjos {A}.

vergevorderd:: zaryndelira {I}; ~ zijn: zarynde {U}.

vergewissen:: zich ~ van: kafabarite {Kpr}.

vergezellen:: luftfarte {K}; het ~: luftfartos {C}.

vergezicht:: plks-zerfos {C}.

vergiet:: nfc-pn {C}.

vergieten:: (v bloed) lorgisse-tij {K}.

vergif:: qurredla {S}.

vergiffenis:: (=pardon) roiyvos {A}.

vergiftig:: gift {I}.

vergiftigen:: gifte {K}; (dmv voedsel/drank) sfiylmpe |sfiympe| {K}.

vergiftiging:: giftos {C}; (dmv voedsel/drank) sfiylmpos |sfiympos| {C}.

vergissen:: zich ~: erre {U}; zich ~ in: na'fe {Kpr; gst= naf}; zich ~ [in] (=zich verrekenen [met]): idenote {K}.

vergissing:: (=misvatting) erros {A}; (=verrekening) idenotos {A}; n ~ begaan: fotele {K}; [grote] ~en begaan: fotelare {K}; een grote ~ begaan: ef qugle eft hupster erros.

vergoeden:: ~ aan: armtgane n {K}.

vergoeding:: armtganos {A}; tegen een geringe ~: tukst eft piye pecc.

vergoelijken:: (goedpraten) quistuxe {K}.

vergoelijking:: quistuxos {A}.

vergooien:: (v carrire ed) yttere {K}; hij vergooit zijn leven (hij leidt een nutteloos/asociaal leven): groft poiros quze.

vergrendeld:: mit-fest {I}.

vergrijp:: topyrf {C}, tocar {C}.

vergrootglas:: hupsterzerfi {C}; (=lens) lense {C}.

vergroten:: (groot/groter maken) fronte {K}; (fig: verhevigen/opdrijven) miltefare {K}; zich ~: hupstere {E}.

vergroting:: (het vergroten: ook v foto) frontos {C}; (grote foto) hupsteros {C}; (verheviging/opdrijving) miltefaros {C}.

verguizen:: fexe {K}; (=beschimpen) jrtane {K}.

verguizing:: fexos {A}; (=beschimping) jrtanos {A}.

verguld:: (lett) ljlor {I}; (fig: in zijn nopjes) kifrelira {I}.

vergulden:: (lett) [l]jle {K}.

vergunning:: (=toestemming/verlof) jabincos {A}.

vergunninghouder:: jabincos-spkln {C} (bijv iemand die een parkeervergunning heeft).

verhaal:: (=vertelling) zeffos {C}; (=relaas) stors {C; mv= storsa}; ~ in grote lijnen (schets): torafanos {C}; enthousiast verteld ~ (waarop nauwelijks gereageerd wordt): slgos {C}; (schadevergoeding) nenniy-armtganos {A}.

verhalen:: (=vertellen) zeffe {K}.

verhandelen:: lebetare {K}; het ~ (lett: verhandeling): lebetaros {C}.

verhandeling:: (lett: het verhandelen) lebetaros {C}; (schriftelijk verslag) muafiy {C}; (mondeling verslag) mureppos {C}.

verhard:: (v wegen) lcraor {I}, lcror {I}.

verharden:: (lett) jntiye {K}; het ~ (lett: verharding): jntiyos {C}; (plaveien v weg/straat) lcre {K}.

verharding:: (lett: het ~:) jntiyos {C}; (v wegen) lcros {C}.

verharen:: mir-noftate {U}.

verharing:: mir-noftatos {C}.

verheerlijken:: armtla'yce {K}.

verheerlijking:: armtla'ycos {A}.

verheffen:: (v stem; hoger in rang plaatsen) preipe {K}; ~ tot: preipe helkara {K}.

verheffing:: (v stem) preipos {A}.

verhelen:: (=verzwijgen) idelije {K; gst= idelit}.

verheling:: (=verzwijging) idelijos {A}.

verheugd:: panzjec {I}; het ~ zijn: panzjecos {A}.

verheugen:: zich ~ in: panzjece {Kpr}; gladoe rifo {Upr; gst= gladot}; ik verheug me erin jou te ontmoeten: gress sen gladoe rifo tuex mtos; het verheugt me: ef qugle gladoos n gress {A}; het zich ~ in: panzjecos {A}.

verheugend:: (=heuglijk) gladoelira {I}.

verheven:: klm {I}; ~ boven iemand (fig): klm mos rast {VZ2n}; hij voelt zich ~ boven mij: do sen cente klm mos tsil.

verhevigen:: (fig: =opdrijven/vergroten) miltefare {K}.

verheviging:: (=opdrijving/vergroting) miltefaros {C}; (=verscherping) klrtos {A}.

verhinderd:: ~ zijn (niet kunnen komen): tinde {U}.

verhinderen:: iets ~ (tegenhouden): tmhe flaju {K; gst= tmt}; iemand iets ~ (beletten): tmhe rast tukst flaju {K; gst= tmt}; ik belet Petriy te vertrekken: gress tmhe Petriy tukst ef pratos; niet ~ (zijn gang laten gaan): kirture {K}; hij verhindert niet dat de hond haar aanvalt: do kirture den ef hurt tace eup = do kirture ef hurt tacelira eup.

verhindering:: tmhos {A}.

verhit:: (opgewonden: persoon, discussie) crzrg {I}.

verhitten:: kjupte {K}.

verhitting:: kjuptos {C}.

verhoeden:: iemand iets ~ (verhinderen): tmhe rast tukst flaju {K; gst= tmt}; iemand ~ voor iets (=weerhouden van): tygtjae rast furt flaju {K}.

verhoeding:: tmhos {A}; (=weerhouding) tygtjaos {A}.

verhogen:: (lett: hoog/hoger maken) hogorite {K}; (optrekken: v loon/belasting/uitkering ed) kafpaine {K}; hogorite {K} (spr).

verhoging::

  1. (lett: het hoog/hoger maken) hogoritos {C};
  2. (fig: v loon/belasting ed) kafpainos {A}; hogoritos {C} (spr);
  3. (podium, ophoging) (groot) hogoritos {C}; (klein) prart {C}.

verholen:: (=steels) riflt {I}.

verhongeren:: (sterven vd honger) tytorre {Upr; vdw= regelm.}; doen ~: tytorare {K}; een verhongerde slaaf (dood door de honger): eft tytorror slaviy.

verhongering:: (=uithongering) tytorros {C}.

verhoor:: (ondervraging) nutos-mip {C}; (jur) nuttiyn {C}.

verhoren:: (ondervragen) nute-mip {K}; (v gebed) usse {K}.

verhouden:: zich ~ tot: glistipre n {U; gst= glistipp} (n is dt/vz).

verhouding:: (alg) glistipros {A}; in ~ tot: fes ef cijazut zerfe helkara (vz-uitdr) (afk= f.c.z.).

verhoudingsgewijs:: (=relatief) glistippiy {III}; er is ~ veel vraag naar aardbeien: ef mentusars giffe glistippiym pert fes ef linnos.

verhuisauto:: srtanolac {C}.

verhuisd:: srtar {I}; hij is ~: do srtara; hij blijkt ~ [te zijn]: do rgtage beri melde srtar; de ~e buren: ef srtaror ksanuters.

verhuiswagen:: srtanolac {C}.

verhuizen:: srtare {U}; ~ van het platteland naar de stad: ef srtare rifonn ef tumt helkara ef srt; verhuisd.

verhuizing:: srtaros {C}.

verhuld:: (=verkapt) stylfiy {I}.

verhullen:: (=maskren) tulkette {K}.

verhuren:: mitare {K}; het ~ (verhuur): mitaros {C}.

verhuur:: (het verhuren) mitaros {C}.

verhuurder:: mitaratjen {C}.

verifiren:: (nagaan of iets (on)juist is) hytc-xnebre {K; gst= ..-xnepp}; (de juistheid aantonen) verifiere |..je| {K}.

verijdelen:: pje {K; gst= pjet; vdw= pjetiy}; (tenietdoen) ytterare {K}.

verijdeling:: pjos {A}.

verjaard:: kurazemperiy {I}.

verjaardag:: mebartof {C}; op alle ~en: mebartoftas {I}; hij heeft zijn 86e ~ gevierd: do sener mebartof 86 monchare; een cadeautje voor zijn ~: eft pamel frpj groft mebartof.

verjagen:: (=wegjagen) ierquare {K}.

verjaging:: (het wegjagen) ierquaros {C}.

verjaren:: ef farte kurazemperiy {I}.

verkalken:: (tot kalk worden) klke {U}.

verkapt:: lch {I}; (=verhuld) stylfiy {I}.

verkavelen:: arkanase {K}.

verkaveling:: arkanasos {C}.

verkeer:: (omgang: het met elkaar omgaan) parfsos {A}; (vrnl op straat) kfs {C}; doorgaand ~: colafkfs {C}; langzaam ~: lftquar-kfs {C} (vlgs Spok wet: alle verkeer dat niet sneller kan of mag dan 30, 40 of 45 km/u (afhankelijk v categorie); hieronder vallen ook bromfietsen); snel~: vita-kfs {C} (alle verkeer dat sneller kan of mag dan 45 km/u, en dus gebruik mag maken ve autoweg of autosnelweg); rijverkeer; zie ook Verkeer in en Weggebruikers in .

verkeerd:: (niet goed) obo {I}; (onzuiver) kell {I}; ~ om: greobo {I}; ~ zijn; het ~ hebben: oboe {E; vdw= oboer}; u bent hier ~ (tegen iemand die op een verkeerd adres aanbelt): grs oboe kusami; dat heb je bij het ~e eind: tu oboe ef ts; hij draagt zijn trui ~ om: do lelperre-armt ef trut lo greobo; de ~e kant opgaan (fout gaan: v persoon): derngere |..je| {U}; ~ gaan (misgaan): jge {U}; de ~e voor je hebben, in ~e handen gevallen zijn: pojare {U}; het loopt ~ af (het gaat niet goed): ef paceresto ombrelije; je hebt het bij het ~e eind (je zit ernaast): tu fisae m klm; het ~-zijn; het ~e; dat wat er ~ is: oboos {A}.

verkeersagent:: kfs-pippol {C} (afk= K).

verkeersbelasting:: motorrijtuigenbelasting.

verkeersbord:: kfsrm {C}; zie ook Verkeersborden in .

verkeerslicht:: kfstat {C}.

verkeersongeluk:: kfs-moplariy {C}; (omverrijding) idekronmaros {C}.

verkeersopstopping:: prtos {C}.

verkeersplein:: (=rotonde) rnter {C}; in Spokani heeft het verkeer op ~en voorrang: fes Spooksoliy ef kfs kura rnters lelperre iafl.

verkeersregel:: kfs-quaos {C/A}; zie ook Verkeersregels in .

verkeerstoren:: (op vliegveld) regle-taris {C}.

verkennen:: vere {K}.

verkenning:: veros {C}.

verkeren:: ~ in/te (zich bevinden in/te): lmelde {K}; in nood ~: prap kette kaf pk; ze ~ in onzekerheid of ...: ps lmelde ef ymlg, l ....

verkering:: (het verkeren) lmeldos {C}; (vrijage) parfs {C}.

verkiesbaar:: nole-p {I}; zich ~ stellen: prap kette fes nolos.

verkieselijk:: fiysdatt {I}.

verkiezen:: (kiezen: ve persoon) nole {K}; (kiezen voor) coare {K} (nadruk op de keuze tussen meerdere dingen); lnole {K} (nadruk op de voorkeur; ook personen).

verkiezing:: (het kiezen) coos {C}; (politiek) ~en: nolos {C}; zie ook Verkiezingen in .

verkiezingscampagne:: nole-jesfs |-jest/-jefs| {C}.

verkiezingsstelsel:: noloseren {C}.

verkiezingsuitslag:: nole-njamos {C}.

verklaarbaar:: pryllen {I}.

verklappen:: iemand iets ~: nucersrte flaju n rast {K}.

verklaren:: (alg) declare {K}; (toelichten/uitleggen) prylle {K}; als echt ~ (ondertekenen): re {K}; failliet; solidair.

verklaring:: declaros {A}; (officieel schrijven) dokumentos {C; mv= dokuments}; (toelichting/uitleg) pryllos {C}; verduidelijkende ~/uitleg: raagiy {C}; ingewikkelde ~/voorstelling van iets simpels: ntos {A}; een ~ afleggen: ef paine eft pryllos.

verkleden:: (anders kleden) ns-helbe {K}; (vermommen dmv andere kleding) spipphelbe {K}.

verkleedpartij:: ns-helbos {C}.

verkleinen:: (klein[er] maken) belte {K}, syfjrte {K}; [doen] ~ (=verminderen): zympe {K}.

verkleining:: (het kleiner maken) beltos {C}, syfjrtos {C}; (kleiner gemaakt voorwerp/kleiner afgedrukte foto) beltos {C}; (=vermindering) zympos {A}.

verkleumd:: ~ zijn: amone {U}.

verkleuren:: (lett) colinare {U}.

verkleuring:: colinaros {C}.

verklikken:: eggote {K}, ette {K} (dl= Cheetuc); het ~ (geklik): eggotos {A}.

verkneukelen:: (zich stiekem verheugen) hij verkneukelt zich over het voorval: do sen panzjece neprs ef klgt.

verknocht:: ~ zijn aan: tejne fes {Upr}.

verknoeid:: (=verpest) texosa {I}.

verknoeien:: (=verpesten) pente {K}, texoske {Krs}.

verknoeiing:: (=verpesting) texoskos {C}.

verkoelen:: (fig: =bekoelen) egare {K}.

verkoken:: (net zo lang koken tot er niets meer over is) tjonde-tij {Upr}; het water is verkookt: ef knurfel sen tjondo-tij.

verkolen:: (tot [houts]kool worden) oiyge {U}.

verkondigen:: tende {K}.

verkondiging:: tendos {C}.

verkoold:: stuk ~ hout (stuk houtskool): nestebaros {C}.

verkoop:: pbaros {C}; (=markt) stovy {C}.

verkoopprijs:: mrket-ny {C}.

verkopen:: (alg) ~ aan: pbare n {K}; (v sterke drank: slijten) pntele {K}.

verkoper:: pbra {C}.

verkorten:: (=bekorten) portre {K}; (v tijd) qumare {K}.

verkorting:: (=bekorting) portros {C}; (v tijd) qumaros {A}.

verkouden:: marteltu |..l..| {I}; ~ zijn: ef lelperre marteltiy.

verkoudheid:: marteltiy |..l..| {C}; een ~ oplopen: ef mippre marteltiy.

verkrachten:: (schenden: alg) jsefe {K}; (=aanranden) prelde {K}; (seksueel misbruiken: jur) quiysta-mentje {K; gst= ..-mentt; wst= ..-ment}.

verkrachter:: (=aanrander) prelder {C}; (jur) quiysta-mentjatjen {C}.

verkrachting:: (schending: alg) jsefos {A}; (=aanranding) preldos {C}; (jur) quiysta-mentjos {C}.

verkrijgbaar:: pnzatt {I}; de brochure is ~ bij ...: ef kta sen offerte luft ....

verkrijgbaarheid:: pnzattiy {A; mv=enk}.

verkrijgen:: ~ uit: pnzare mip/l {K}; krijgen.

verkroppen:: (fig) fltse-fes {K}, kvrde-fes {K}.

verkropping:: (fig) kvrdos-fes {A}.

verkrot:: (tot krot verworden) lbrtor {I}.

verkwanselen:: tokurakette {K}.

verkwikken:: pplare {K}.

verkwikking:: pplaros {C}.

verkwisten:: cvyste {K}; dat wat verkwist/verspild is: cvystos {C}; de verkwiste benzine ligt in een grote plas naast de jerrycan: ef cvystos melde zt eft hupster quef kusamat ef bensynnlot.

verkwistend:: afrrfiy {I; [mv=enk]}.

verkwister:: cvyster {C}.

verkwisting:: cvystos {A}.

verlaagd:: ~ gedeelte: merratos {C}.

verlagen:: (lett: laag/lager maken) lagitofote {K}; (v belasting/loon/uitkering ed) paine {K}; lagitofote {K} (spr); (fig) zich ~ tot: idekafkanase tukst {Upr}.

verlaging:: (lett: het lager maken; laag/lager gemaakt voorwerp) lagitofotos {C}; (v belasting/loon ed) painos {A}; lagitofotos {C} (spr).

verlakken:: (=beetnemen) tygtjaklme {K}.

verlakkerij:: (=beetneming) tygtjaklmos {A}.

verlamd:: (lam) hf {I}; ~ zijn: hfe {U}.

verlammen:: hfare {K}.

verlamming:: hfos {C}.

verlangen::

  1. (zn) lamiros {A}; (Erg: verlangen naar het onbereikbare; associaties met onbereikbare dingen) lg {SC}; mijn vurige ~ is om een reis om de wereld te maken (maar daar zal het wel nooit van komen): kost lg melde, den riffe eft kuraclaba tupplip;
  2. (ww) ~ naar: llamire {K}, lamire n {U}; hij verlangt naar de regen: do lamire n ef bidalos; vurig ~ naar (smachten naar): rhendre {K; gst= rhender}.

verlanglijst:: bladiram {C}.

verlaten::

  1. (ww)
    1. (lett: weggaan) jmpre {K; gst= jmper; wst= jmp[r]}; het huis ~ (met de bedoeling om nooit meer terug te keren): ef jmpre srt; (vgl) het huis ~/uitgaan (om even een boodschap te doen): ef jmpre EF srt; het ~: jmpros {A};
    2. zich ~ ([te] laat komen): kiygte {U}; ef meane mintof fort.
  2. (bv) (zonder mensen) omnka {I}; een ~ fabriek (niet meer in bedrijf zijnd): eft omnka fabriyk; een ~ dorp (niet meer bewoond): eft omnka zeces; geheel en al ~ (lett/fig: uitgestorven): dott {I}.

verlatenheid:: omnka {Cef}.

verlater:: (iemand die het huis verlaat ed) jmpratjen {C}.

verleden::

  1. (zn) plastgy |plasgy| {C}; in het ~ (vroeger): fes ef plastgy.
  2. (bv)
    1. (vorig; wat geweest is) meldor {I}; dat is ~ tijd: mittof melde fes ef plastgy;
    2. (tijdsbepaling: afgelopen) lst {I}; ~ week; een week geleden: lst mink; ~ jaar; een jaar geleden: lst zemper;
    3. (taalk) ~ tijd: horitiy {C}; voltooid ~ tijd: horit-perfecc {C}; ~/voltooid deelwoord: horitpainn {C}.

verlegen:: (bv) qust[r]e {I}; ~ maken (beschamen): qust[r]are {K}; het ~ maken: qust[r]aros {A}; om iets ~ zitten: kabae n flaju {U}.

verleidelijk:: prmiy {I}.

verleiden:: choe {K; vdw= chder}; zacht ~ (tronen): choare {K}.

verleiding:: prm {SC}; choos {A}; zachte ~ (troning): choaros {A}.

verlenen:: (fig: =geven/schenken: toegang/hulp/vrijheid ed) strjfje n |stfje| {K; gst= strjff}; strjfje n |stfje| {K; gst= strjff} (arch/poe/jur); (lett) onbelemmerde doorgang ~ aan: tuie n {U; gst= tuit}.

verlengd:: iets wat ~ is (verlenging): mintepoter {C}.

verlengen:: mintepote {K}; het ~ (verlenging): mintepotos {C}; ~ tot (uitstellen/opschorten tot: fig): miptrekke armt {K}.

verlenging:: (iets wat verlengd is) mintepoter {C}; (het verlengen) mintepotos {C}.

verlening:: (fig: =schenking: toegang/hulp/vrijheid ed) strjfjos |stfjos| {A}; strjfjos |stfjos| {A} (arch/poe/jur).

verleppen:: (=verwelken) lfse {U; vdw= lfs}.

verlept:: (=verwelkt) lfsiy {I}; ~ zijn: lfsiye {U}.

verleren:: idebelde {K}, tijare {Krs}; het ~: tijaros {A}.

verlevendigen:: ptae {K}.

verlevendiging:: ptaos {C}.

verlichten:: (lett) armtate {K}; (fig: ontlasten) idemule {K}.

verlichting:: (lett: licht) armt {C}; (lett: het verlichten) armtatos {C}; (fig: opbeuring) idemulos {A}; (fig: tijdsperiode) crobbeniy {A; mv=enk}.

verliederlijkt:: (=verlopen) enciy {I}.

verliefd:: lyiy {I}; ~ zijn op (persoon): lye {K}; ~ worden op: lyare {K}.

verliefdheid:: lyos {A}.

verlies:: (het verliezen) perdos {A}; ~ lijden: ef zyne eft perdos.

verliezen:: (vrnl lett; ook wedstrijd) perde {K}; zich ~ in (geheel opgaan in): prap plnsare fes; zich verloren voelen: prap perde; ik voel me verloren in de grote stad: gress sen perde fes ef hupster srt; het ~ (verlies): perdos {A}; verliezen||krijgen: nolare {Kid}; ; verloren.

verloederd:: piemt {I}.

verloederen:: piemte {U}.

verloedering:: piemtos {A}.

verlof:: (vergunning, toestemming) jabincos {A}; (vrij v dienst) geldros {C}; met ~ (vrij van werk): rm-joliy {I}; een professor die ~ ("sabbatical") heeft: eft rm-joliy prifjiof.

verloochenen:: kafquenne {K}.

verloochening:: kafquennos {A}.

verloofde:: (mnl) fesrepp {Cef}; (vrw) fesreppa {C}.

verloop:: (=achteruitgang/verval) temp-flectros {C}; (verslechtering/verlies van reputatie) tiympos {A}; (gang van zaken) fartos {C}; (v personeel) flgos {A}; na ~ van [enkele weken]: mintof ef fort lf [gopirus minks] (vz-uitdr).

verloopstekker:: trnsformere-plg |..je-| {C}, trns-plg {C} (spr).

verlopen::

  1. (ww) (=verstrijken) tijvende {U}; het ~: tijvendos {A}; (=verslechteren/in reputatie achteruitgaan) tiympe {U}.
  2. (bv) (niet meer geldig) mipiy {I}; ~ zijn: mipiye {U}; (=verliederlijkt) enciy {I}.

verloren:: ~ gaan: cermxle |ks| {U; gst= cermx}; dat wat ~ gegaan is; ~ voorwerp: perdos {C}, cermxlos |ks| {C}; het ~ gaan: cermxlos |ks| {A}.

verloskunde:: myzle-ontaros {C}.

verloskundige:: myzle-ontarer {C}.

verlossen:: ~ van (een baby): myzlare mip {K}; (RK) salve {K}; (uit een vloek) otfare {U}.

verlossing:: (baby) myzlaros {C}; (RK) salvos {A}; (uit een vloek) otfaros {A}.

verloten:: trekhore-mip {K}.

verloting:: trekhoros-mip {C}.

verloven:: zich ~ met: fesreppe lef {U}.

verloving:: fesreppos {C}.

verluchten:: (illustreren v boek) lfjye {K}.

vermaak:: (=plezier) ani {Aef; rs= anit}.

vermaard:: yelliy |welliy| {I}.

vermaardheid:: (=reputatie) yell |well| {C}.

vermageren:: cretare {E}.

vermagering:: cretaros {C}.

vermakelijk:: (=grappig) anite {I}; (=plezierig) ani {I}.

vermaken:: (verstellen: v kleren) kf-codre {K; gst= ..-cott}; (bij testament) rhakfe {K}; zich ~: anie {Epr}; zich ~ met: lpoire {K}, anie lef {Epr}.

vermaking:: (bij testament) rhakfos {A}.

vermanen:: flgcpe |..gp..| {K; gst= flg; wst= flgc}, xlere |X| {K}.

vermaning:: flgcpos |..gp..| {C}, xleros |X| {A}.

vermeend:: (=gewaand) toxre {I}; een ~e miljonair (iemand van wie men altijd beweerde dat hij miljonair was): eft rmt miljonarr (en dat blijkt nu niet zo te zijn).

vermeerderen:: [zich] ~ (toenemen): rlempe {U}; ([doen] toenemen) rlempare {K}.

vermeerdering:: (=aangroeiing/toename) rlempos {C}.

vermeien:: zich ~: mpste |mste| {U}.

vermelden:: (=mededelen) blompe {K; vdw= blmpe}.

vermelding:: blompos {C}; onder ~ van: tussef blompelira (vz-uitdr).

vermenen:: (veronderstellen, aannemen) amifftre {K}.

vermengen:: blototye {K}.

vermenging:: (het vermengen) crnytros {C}; (fig) blototyos {A}.

vermenigvuldigen:: (rekenkundig) tufare {U}, tallare {K}; zich ~: azerare {U}.

vermenigvuldiging:: (rekenkundig) tufaros {C}, tallaros {C}.

vermicelli:: vermiselli {S}, belt-fers {Cmv}.

vermijdbaar:: (te vermijden) rotjulole {I}.

vermijden:: albe {K}; te ~ (vermijdbaar): rotjulole {I}.

vermijding:: albos {A}.

vermiljoen:: (zn) vermeln {S}; (bv) vermelniy {I}.

verminderen:: (afnemen) cre {U}, krie {U}; [doen] ~ (=verkleinen): zympe {K}; (fig: inkrimpen) hage {K}; (verslappen: v aandacht) fje {K; gst= ff}.

vermindering:: (afname) cros {C}, krios {C}; (=verkleining) zympos {A}; (verslapping: v aandacht) fjos {A}; een ~ van 600 inwoners: eft zympos fes 600 olimannas.

verminken:: (=mismaken) tavobare {K}.

verminking:: tavobaros {C}.

vermissen:: tije {K}.

vermissing:: tijos {C}.

vermoedelijk:: vraboiy {I}.

vermoeden::

  1. (zn) vraboos {A}; het ~ uitspreken, dat...: ef chaquinde ef vraboos, den ...;
  2. (ww) vraboe {K}.

vermoeid:: (=moe) hmba {I}; ~ zijn: ef perke nnelira; vermoeid||uitgerust: qumtiy {Iid}; .

vermoeidheid:: hmbaiy {A; mv=enk; rs= hmbate}; hijgen van ~: ef uffe furt hmbaiy.

vermoeien:: (moe maken) hmbaare {K}.

vermoeiend:: hmber {I}; (zwaar: v tocht) kikaiy {I}; een ~e fietstocht: eft kikaiy pitte-poh.

vermoeienis:: hmbaaros {C}.

vermogen:: (zn) tokurre {S; rs= tokurrete}, oforts {C}; de geestelijke ~s (v iemand): ef jofy tokurre.

vermolmd:: tmla {I}; (v hout) plp {I}; ~ zijn: plpe {U}; ~ hout (houtrot): pesk {S}.

vermolmen:: plpare {U}.

vermommen:: (alg) spippe {K; vdw= spippet}; (dmv andere kleding) spipphelbe {K}.

vermomming:: (alg) spippos {C}; (dmv andere kleding) spipphelbos {C}.

vermoorden:: njore {K}, gritslfesype {K}, gritse {K} (pop).

vermorsen:: (=verspillen) dvagcvyste {K}.

vermorsing:: (=verspilling) dvagcvystos {C}.

vermorzelen:: prfie {Krs}; (=verbrijzelen) krusve {K; gst= kruss; wst= krus}.

vermorzeling:: prfios {C}; (=verbrijzeling) krusvos {C}.

vermout:: vermut {S}; een glas ~: eft vermut {C}.

vermurwen:: prencare {K}.

vernauwen:: engare {K}.

vernauwing:: engaros {C}.

vernederen:: tgtzerfe |..gts../..gdz..| {K}.

vernedering:: tgtzerfos |..gts../..gdz..| {A}.

vernemen:: (kennis nemen van) gane {K}; wat te ~ is (gemakkelijk te begrijpen): ganeta {I}; ik verneem van hem ...: gress gane mip zirrel ....

verneming:: (kennisneming) ganeta {Aef}.

vernield:: ~ voorwerp: kainos {C}.

vernielen:: kaine {K}; kind dat alles vernielt: plnder {C}.

vernieling:: (lett) kainos {C}.

vernielzucht:: tirduskin {SC}.

vernietigen:: nendore {K; vdw= nender}; geheel ~ (uitroeien): jyvve {K} (arch); (vernietigd worden: zonder agens) bne {U}; (bij elkaar drijven/brengen en vervolgens ~/uitroeien v zieke dieren of mensen) zaare {K}.

vernietigend:: (lett) nendoriy {I}; (fig) krusvelira {I}; een ~e blik: eft krusvelira klt.

vernietiging:: nendoros {C}, bnos {C}; (fig: ondergang) kaino'ag {SC}; (uitroeiing, na eerst bij elkaar gedreven/verzameld te zijn) zaaros {C}.

vernieuwen:: (verversen) kletere {K}.

vernieuwing:: kleteros {C}.

vernis:: verness {S}.

vernislaag:: vernestos {C}.

vernissen:: verneste {K}.

vernuft:: armtqummertiy {A; mv=enk}.

vernuftig:: armtqummert {I}.

veronachtzamen:: xliffaene |X| {K}.

veronachtzaming:: xliffaenos |X| {A}.

veronderstellen:: quftesse = qugtesse {U}; (aannemen; vermenen) amifftre {K}; veronderstel [eens] dat ...: amifftros fes ...; veronderstel eens dat Moffain Hurdu minister-president wordt, dan kunnen we een aanzienlijke belastingverhoging verwachten: amifftros fes Moffain Hurduex tinkeros enn ef rtef menester, kirro dxecos eft lifrostos tx-kafpainos.

veronderstelling:: quftessos = qugtessos {A}; (aanneming) amifftros {A}.

verongelijken:: haryte {K}.

verongelijking:: (het verongelijkt-zijn) harytos {A}.

verongelijkt:: haryt {I}; het ~-zijn (verongelijking): harytos {A}.

verongelukken:: (omkomen bij een ongeluk) chere {E}.

verontreinigd:: neming {I}.

verontreinigen:: dirtare {K}; (minder sterk dan dirtare) dirte {K}.

verontreiniging:: (dat wat verontreinigt) dirtiy {Cef}; (dat wat verontreinigd is) dirtos {C}.

verontrusten:: idemmiye {K}, alirdefte {K}; verontrusten||geruststellen: mmiye {Kid}; .

verontrustend:: idemmiyelira (tdw); ~e gebeurtenis: idemmiyter {C}.

verontrusting:: idemmiyos {A}; (beroering) alirdeftos {C}; verontrusting||geruststelling: mmiyos {Aid}; .

verontschuldigen:: zich ~: ellerie {U; gst= ellerit}, idejohe {Upr; gst= idejot}; iemand ~: idejohe rast {K; gst= idejot}.

verontschuldiging:: (excuus) ellerios {C}.

verontwaardigd:: ufrecc {I}.

verontwaardigdheid:: (=verontwaardiging) ufrecc {Aef}.

verontwaardigen:: ufrecce {K}.

verontwaardiging:: (=verontwaardigdheid) ufrecc {Aef}.

veroordelen:: ~ tot: traplole furt {K}; ~ wegens: traplole rifo {K}; hij wordt wegens de diefstal tot 2 maanden gevangenisstraf veroordeeld: blul traplolelije de rifo ef zaftakyn furt jola-tjel lf 2 hertels; het ~ (afkeuren): traplolos {C}.

veroordeling:: (jur) traplol {C}; (het veroordelen; afkeuren) traplolos {C}.

veroorloven:: (=toestemmen) jabince {K}; zich ~: armtgre {Kpr}; ik kan me niet ~ ziek te worden/zijn (ik mag niet ziek worden): kost kin melde furt ef knok; we kunnen het ons [financieel] niet ~: ef nert lelperre ef kafte-progrm.

veroorzaken:: (alg) qugle {K; gst= qugg}; moeilijkheden ~: ef qugle diffiyksels; (=aanrichten: schade) ciyfe {K}; (=teweegbrengen) me {K}.

veroorzaking:: (aanrichting v schade) ciyfos {C}.

verorberen:: (=verschalken) klkare {K}.

verorbering:: klkaros {C}.

verordenen:: tukstblaffe |..ksbl..| {K}; (=gelasten) kafhanntele {K}.

verordening:: (reglement) tukstblaffos |..ksbl..| {C}; (=gelasting) kafhanntelos {A}; gemeentelijke ~ (wet op gemeenteniveau): zomar-lacs {A; mv= ..-lacses}.

verouderen:: (oud[er] worden) liftkare |..fk..| {U}.

veroudering:: (het oud[er] worden) liftkar-vendos |..fk..| {A}.

veroveraar:: hdrgter {C}.

veroveren:: hdrgte {Krs}; (fig) ubere {Kpr}.

verovering:: hdrgtos {C}.

verpachten:: ozyrrkette {K}.

verpakken:: iyicele |wi..| {K}; het ~ (verpakking): iyicelos |wi..| {C}.

verpakking:: iyicel |wi..| {C}; (het verpakken) iyicelos |wi..| {C}; de schroeven zitten (bijgevoegd) in de ~: ef fiysz melde fes ef rijeos.

verpakt:: ~ voorwerp: iyicel |wi..| {C}.

verpanden:: hakfe {K}.

verpest:: (=verknoeid) texosa {I}; het is ~ (versjteerd, ernstig verstoord): ef melde kaf ef cs/x (bijv v feest).

verpesten:: (=verknoeien) pente {K}, texoske {Krs}.

verpesting:: (=verknoeiing) texoskos {C}.

verpieteren:: (=wegkwijnen, in kwaliteit achteruitgaan) vrimale {U}.

verplaatsbaar:: losamiy {I}.

verplaatsbaarheid:: losamer {A; mv=enk}.

verplaatsen:: idesrte {K}, lose {K}, trnslatere |..je| {K} (arch).

verplaatsing:: idesrtos {C}, losos {C}, trnslatao {C} (arch).

verpleegkundige:: (mnl: verpleger) oter {C}; (vrw: verpleegster) ot {C}; (officile beroepsaanduiding: ntr) naliycatjen {C}.

verpleegster:: (vrw verpleegkundige) ot {C}; (officile beroepsaanduiding) naliycatjen {C}.

verpleegtehuis:: otsrt {C}; zie ook Verpleegtehuizen in .

verplegen:: naliyce {K}, ote {K}.

verpleger:: (mnl verpleegkundige) oter {C}; (officile beroepsaanduiding) naliycatjen {C}.

verpleging:: naliycos {A}.

verpletterd:: ~ worden (bedolven raken: zonder agens): st[r]ite {U}.

verpletteren:: ast[r]ite {Krs}.

verplettering:: st[r]itert {C}.

verplicht:: ~ zijn om: perkefare {K}; jejare beri/den {U}.

verplichten:: feste {K}; (noodzaken) perkoe {K}; (sterker dan perkoe) perkefe {K; vdw= perkef}.

verplichting:: (voorschrift) perkefos {A}.

verpraten:: (de tijd verdoen met veel praten) pjlcvyste {K}.

verpulveren:: tmlekare {K}.

verraad:: quennos {A}; door ~ (verraderlijk): quenniy {I}.

verraden:: quenne {K}; (=verklikken) ette {K} (dl= Cheetuc).

verraderlijk:: (gevaarlijk) quentiy {I}; (door verraad) quenniy {I}.

verrassen:: ~ op: spriyse g {K}; ~ op (iets ONaangenaams): fesdrse lef {K}; het komt als een ~: ef fliynke lo eft spriysa.

verrassend:: (de aandacht trekkend, wakkerschuddend) kaine-ptelira {I}; (opvallend: als bepaling bij bv) spriyse- {PX}; ~ mooi: spriyse-hord; ~ weinig: spriyse-litel; op ~e wijze: fes spriysa-vrk.

verrassing:: spriysa {C}; zeer onverwachte ~: uchl {SC}.

verregaand:: damaiy {I; [mv=enk]}.

verrekenen:: (betalen) mipkafte {K}; zich ~ [met] (zich vergissen [in]): idenote {K}.

verrekening:: (betaling) mipkaftos {A}; (vergissing) idenotos {A}.

verrekijker:: jnszerfi |..serfi| {C}.

verrekken:: (lett: v spier) gvnare {K}; (=sterven) ute {U} (vulg); (fig: in zijn sop gaarkoken) fldre {U; gst= fltt}.

Verre Oosten:: Plks-Opper {G}; in het ~: fes Plks-Opper.

verreweg:: (in hoge mate) lef sttelira smk.

verrichten:: (ook onderzoek ed) rae {K}; (=volbrengen) manne {K; vdw= mann}; nutteloos werk ~ (water naar de zee dragen): ef treske corqug.

verrichting:: raos {C}; (=volbrenging) mannos {C}.

verrijken:: ksempje {K; gst= ksempt; wst= ksemp}.

verrijking:: ksempjos {A}.

verrijzen:: clelbye {U}.

verrijzenis:: (opstanding) leveros {C}.

verrijzing:: clelbyos {C}.

verroest:: (=roestig) grampa {I}; (geheel weggeroest/tot roest vergaan) zagrampa {I}.

verroesten:: licere {U}; het ~: liceros {C}.

verrot:: (=bedorven) tval {I}.

verrotten:: wme {U}; (=bederven) tvale {K}.

verrotting:: wmos {C}; (=bederf) tvalos {A}.

verruimen:: (lett/fig) pjoe {K}.

verruiming:: (lett) pjoos {C}; (fig) pjoos {A}.

verrukkelijk:: (=betoverend) rootiy {I}.

verrukken:: (=betoveren) roote {K}; (=vervoeren) chisare {K}.

verrukking:: (=betovering) rootos {A}; (=vervoering) chisaros {A}.

vers::

  1. (zn) (=lied) chafost {C; mv= chafosten} (het "regelmatige" mv chafosts is hypercorrect); (=versregel) vynte {C}.
  2. (bv) (niet oud[bakken]) kleter {I}; (=fris) zm {I}; (v vis/vlees/kruiden/groente ed) klet {I}; ~ geperst (v vruchtensap): klet {I}.

verschaffen:: iemand iets ~: ef kette flaju fes hents rifo rast; enige helderheid ~: ef vee eftofpira raagiy; toegang.

verschalken:: xozjare {K}; (=verorberen) klkare {K}.

verschalking:: klkaros {C}.

verschansen:: uln-miltefe {K}; (lett/fig) javildule {K}; zich ~ achter: javildule ja {U}.

verschansing:: ulnos {C}; (lett/fig) javildulos {C}; (=reling: v schip) tobar {C}.

verscheidene::

  1. (zv) ~[n]: minkers {ZV; gnp= minkerser; gnz= minkersr; rs= minkerses} (mv); minnks {SX.vz} (gereduceerde vorm; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky); naar ~ [toe]: 'karaminnks = helkara minkers; de vlaggen wapperen in de wind, de rand[en] van ~ is/zijn gescheurd: ef fls latere fes ef omelech, minkersr brts melde rftiyn; ~ die versleten zijn: rstor minkers;
  2. (ov: sommige, een deel van: minder dan de helft) minker {OV} (mv; stoff); ~ huizen zijn aan een schilderbeurt toe: minker srts mennirre ef verfute; ~e vrijheden zijn illusies/een illusie: minker jolaiy melde goe ilusys.

verscheidenheid:: querdoos {A}.

verschepen:: (per schip vervoeren) tojelake {K}.

verscheping:: (vervoer per schip) tojelakos {C}.

verscherpen:: (scherp maken) idepjochare {K}; [zich] ~ (scherp worden): idepjoche {U}; [zich] ~ (lett/fig: scherp worden) klrte {U}.

verscherping:: (lett: het scherp worden) klrtos {C}; (fig: verheviging) klrtos {A}.

verscheuren::

  1. (trans) piylase {Krs; vdw= piylas}; hij verscheurt het papier: do piylase ef korninn (rs!);
  2. (door dier) crge {Krs}.

verschiet:: (einder) gp {C}; in het ~ (fig): armt ef kbo-brt {C}.

verschieten:: (v kruit) reve-tij {K}; (v kleur) egtare {U}; dat wat verschoten is: egtaros {C}; (zo dat de kleur donkerder wordt) zutterare {U}; (v sterren) sompe {K}.

verschijnen:: (te voorschijn komen) cralove {U}; het ~ (verschijning): cralovos {A}; (=ontstaan) fine {U}; het ~ (het ontstaan): finos {A}.

verschijning:: (persoon) cralovos {C}; (het verschijnen) cralovos {A}.

verschijningsvorm:: wuxe-vober {C}.

verschijnsel:: (met nadruk op tevoorschijn-komen) cralovos {C}, rchatt {SC}; (bijzonderheid) enter {C}.

verschil:: (het anders-zijn) querd {C}; (uiteenlopendheid) idevendos {A}; het ~ tussen A en B: ef querd rifonn A helkara B; een ~ tussen [de twee broers]: eft idevendos jen [ef perdr freras]; een ~ met ...: eft querd vk ...; ~ maken (schelen): ef farte roffott; dat maakt 10 euro verschil: 10 euro farte roffott.

verschillen:: (verschillend zijn) querdoe {U}; A verschilt van B: A querdoe frpj B.

verschillend:: (ongelijk) querdo {I}; ~ zijn (verschillen): querdoe {U}; A en B zijn ~ [van elkaar]: A ur B querdoe; ~e (diverse): querdoelira {I}.

verschilpunt:: querdoe-ponto {C}.

verschonen:: (lett) een bed ~: ef kurakette tolain luft eft slapelsat; (fig) iemand van iets ~: tijfraje flaju armt rast {K; gst= tijfrat}.

verschoten:: ~ zijn: hose {U}.

verschrijving:: (=schrijffout) stinfotel {C}, stinde-fotel {C}; (=fraude: eufemisme voor vervalsing om belasting te ontduiken) toidenotos {A}.

verschrikkelijk::

  1. (afgrijzen/walging opwekkend: =afschuwelijk/vreselijk) woniyngo {I}, chuqug {I} (dl= Bloi); een ~ ongeluk: eft woniyngo moplariy;
  2. (niet aan de verwachting voldoend: =ontzettend) purfillus {I}; een ~ huis (onaangenaam om in te wonen en/of slecht onderhouden): eft purfillus srt;
  3. (niet te vatten/verklaren: heel erg/ongelooflijk) nert somp'kurre {I};
  4. (matige versterking bij add) purfillus {I}; een ~ mooi huis (heel erg mooi): eft purfillus hord srt;
  5. (enthousiaste versterking bij ww of add: =waanzinnig/ongehoord) herotiyxiy {III}; de storm gaat ~ tekeer: ef mns herke herotiyxiy; een ~ goed boek: eft herotiyxiy quista mimpit;
  6. (negatieve/affectieve versterking bij ww of add: =vreselijk) st[r]kenn {III}; het is ~ warm vandaag: ef melde strkenn kjupt lelmo tof; een ~ aardig meisje: eft strkenn flifados 'nin; je moet niet zo ~ hard rijden: tu nert ufirzylog fit strkenn.

verschrikken:: (aan het schrikken maken) vlagte {K}.

verschrikking:: (persoon/voorwerp waar men van schrikt) vlagtos {C}; (fig: iets ergs) vlagtos {A}.

verschrikt:: ~ zijn: hoqugme {U; gst= hoqugg}.

verschroeid:: ustiy {I}.

verschroeien:: znemde {K}; verschroeide plek; het ~: znemdos {C}.

verschroeiing:: ust {C}; (verschroeide plek; het verschroeien) znemdos {C}.

verschrompelen:: (rimpelig worden) orae {U}; [doen] ~: eurste {K}; opdrogen en ~/krimpen (oude appel ed): vrelle {U}.

verschrompeling:: eurstos {C}.

verschuilen:: (lett) zich ~: tyna'e {Upr; gst= tynat; wst= tyna}; (fig) zich ~ achter: tyna'e na {Upr; gst= tynat; wst= tyna}.

verschuiven:: (=opschuiven) efcare {K}.

verschuiving:: (het verschuiven) efcaros {C}; het ~: efcaros {C}; (fig: verandering) bleftessiy {A; mv=enk}.

verschuldigd:: tit {I}; ~ zijn: tiie |tie| {K; gst= tiit; vdw= titer}; ~ zijn aan: vlaytre n {K; gst= vlaytt}; het ~e: vlaytros {A}; ~e bedrag: yje {C}; wij zijn u 200 herco ~: kult yje n kirnem melde 200 herco.

versie:: versiy {C}.

versieren::

  1. (=decoreren) chisre {K; gst= chiss}, chisre {K; gst= chiss} (arch/poe);
  2. (=opsieren/opschikken) tje {K; gst= tt}, kle {K};
  3. (het hof maken) iemand ~: fppe-fes rast {K}; iemand die op de versiertoer is (flirt): jelper {C}.

versiering:: (=decoratie) chisros {C}, chisros {C} (arch/poe); (=opsmuk) tjos {C}; (=versiersel) klos {C}.

versiersel:: (=versiering) klos {C}, kla {C}.

versimpelen:: (=vereenvoudigen) simplaare {K}.

versimpeling:: (=vereenvoudiging) simplaaros {A}.

versjteerd:: verpest.

verslaafd:: qukiy {I}; ~ zijn aan drank: ef melde qukiy lef spiryt.

verslaafde:: (persoon) qukiy-vender {C}.

verslaan:: (=verslaggeven) fi'one {K}; (bij [wed]strijd) byte {K}; het ~: bytos {C}.

verslag:: fi'onos {C}; ~ uitbrengen over: ef megge eft fi'onos kura; (schriftelijk) muafiy {C}; (mondeling) mureppos {C}.

verslaggeven:: (=verslaan) fi'one {K}.

verslaggever:: (=reporter) fi'onatjen {C}.

verslapen:: zich ~: ef slape helkara ef koffon kloppa.

verslappen:: (lett) svenke {K}; (verminderen: v aandacht) fje {K; gst= ff}.

verslapping:: (lett) svenkos {C}; (vermindering: v aandacht) fjos {A}.

verslaven:: zich ~: ef riffe lo qukiy {I}.

verslaving:: qukos {C}; qukiy-meldos {A}.

verslechteren:: (slecht[er] worden) tildare {U}; (=verlopen/in reputatie achteruitgaan) tiympe {U}.

verslechtering:: tildaros {A}; (achteruitgang/verlies v reputatie) tiympos {A}.

versleten:: clp {I}.

verslijten:: (doen opraken) tijfarte {K}; (slijten) rste {U}.

verslikken:: zich ~: kvrde-kell {U}; het ~: kvrdos-kell {C}.

verslinden:: pgte {K}; met huid en haar ~: pgte {Krs}; het ~: pgtos {C}.

verslinding:: (het verslinden) pgtos {C}.

versmaden:: pmahare {K}.

versmading:: pmaharos {A}.

versmallen:: (smal[ler] maken) nare {K}.

versmalling:: (wat versmald is: weg ed) narer {C}.

versnellen:: (v auto: optrekken, op gang komen) kselerere |..je| {U}; versnellen||vertragen: tmope {Kid}; .

versnelling:: (alg; ook technische inrichting in een auto) kselerao {C}; versnelling||vertraging: tmopos {Cid}; .

versnellingsbak:: (in auto) kselot {C}, totrch {C} (spr).

versnellingshendel:: (in auto) pokiy {C}.

versnipperen:: (in stukjes scheuren) ttare {K}, ttpiylase {K}.

versperren:: barere (brere) {K}; (=afsluiten) averde {K}.

versperring:: bareros (breros) {C}; (=afsluiting) averden {C}.

verspieden:: feslate-ronter {K}.

verspillen:: cvyste {K}; dat wat verkwist/verspild is: cvystos {C}; de verspilde benzine ligt in een grote plas naast de jerrycan: ef cvystos melde zt eft hupster quef kusamat ef bensynnlot; (=vermorsen) dvagcvyste {K}.

verspillend:: afrrfiy {I; [mv=enk]}.

verspilling:: cvystos {A}; (=vermorsing) dvagcvystos {C}.

versplinteren:: triyte {U}.

versplintering:: triytos {C}.

verspreid:: ylepe {I}; de molshopen liggen ~ op het gazon: ef mle-tnrs melde ylepe kaf ef nunn; het gerucht is wijd ~ in de streek: ef yelles melde pjo ylepe fes ef manta.

verspreiden:: cyrtche {K; gst= cyrtk}; (=verdelen) je {K; gst= t; vdw= pt}; (=uitspreiden) lfe {K}.

verspreiding:: cyrtchos {A}; (=verdeling) jos {C}.

verspreken:: zich ~: chaquinde-kura {Upr}.

verspringen::

  1. (versprngen: niet in 1 lijn liggen; ook v datum) dlave {U}.
  2. (vrspringen) plks-jumpetece {U}.

verspringing:: (versprnging) dlavos {C}.

versregel:: vynte {C}.

verstaan:: (=begrijpen) unere {K}; ~ onder: hage n {K}; wat versta jij onder een ezel?: tu hage kluft n eft esne?.

verstaanbaar:: uneratt {I}.

verstand:: grgent {SC}; met je gezonde ~ geredeneerd (menselijkerwijs gesproken): iyter-molaiy {III} (afk= i.m.); ~ hebben van iets: ef giffe tiffelira n flaju (n is vz); daar heb ik geen ~ van (dat ligt niet op mijn gebied): ef nert zre fes kost smyl; de rechter kan een hogere boete opleggen, met dien ~e dat de boete niet meer mag bedragen dan 100 herco: ef rigttatjen armtmquec eft hardlap terat xyfolos, fes ef uneros, ef xyfolos nert geldrelira beri melde vluf dus 100 herco.

verstandelijk:: grgentiy {I}.

verstandhouding:: pallegiffos {Ars}; goede ~ (gemeenschappelijk aanvoelen ve bepaalde sfeer, merken dat je geaccepteerd wordt: solidariteit): jntycc {C}; slechte ~ (vijandige sfeer; het gevoel hebben niet geaccepteerd te worden in een gezelschap): bjurnte {C}.

verstandig:: grg {I}; ~ zijn: grge {U}.

verstarren:: lke {U; vdw= ulker}, ute {U}; een verstarde blik: eft ulker klt.

verstarring:: lkos {A}, utos {C}.

versteend:: (lett) koliniatiy {I}; (fig: v kou ed) canaziy {I}.

verstek:: bij ~ veroordelen: ef traplole fes trull-rovretos {A}.

verstekeling:: ordytliyx {C}.

verstelbaar:: fessrtatt {I}.

versteld:: ~ staan over iets: ef tundare tjciyk frpj flaju; ~/verbluft staan: ef zerfe tjg nes-jky.

verstellen:: fessrte {K}; het ~ (verstelling): fessrtos {C}; (vermaken: v kleren) kf-codre {K; gst= ..-cott}.

verstelling:: (het verstellen) fessrtos {C}; (het vermaken: v kleren) kf-codros {C}.

verstenen:: koliniare {K}.

versterken:: (lett: sterker maken) miltefe {K}; (v geluid) hupsare {K}.

versterking:: (lett) miltefos {C}; (v geluid) hupsaros {C}.

verstijven:: (stijf maken) kabare {K}.

verstijving:: (het stijf maken) kabaros {C}; (het stijf zijn) kabos {C}.

verstikken:: lpjare {K}.

verstikking:: lpjaros {C}.

verstoken:: ~ van (ontbloot van): vesta {VZ} (betrekking); de eilandbewoners zijn ~ van drinkwater: ef hynnerers melde vesta pliyfone-knurfel; ~ van: lef lnt tukst (idioom met ideoantoniem!); op het afgelegen eiland zijn we ~ van het wereldgebeuren: fes ef tr ileset kirro melde lef lnt tukst ef wertl-hfteros lo eft misos; .

verstokt:: idecentor {I}.

verstommen:: zlabiyare {U}.

verstoord:: (=gestoord) oajat {I}; (=opgeschrikt) ebljmiy |..bl..| {I}; (kijken ed) or fes molarriy = or-fes-molarriy {I}; verpest.

verstoppen:: [doen] ~: cnstipere |..je| {K}; de theeblaadjes ~ de afvoerpijp: ef t-lofas cnstipere ef njame-jns; (=wegbergen) simaje-tij {K; gst= simat-tij; vdw= simer-tij}; (=verbergen) stylfe {K}.

verstopping:: potiy {C}, cnstipao {C}; last van een ~ hebben (niet naar de WC kunnen): cnstipere |..je| {Upr}.

verstopt:: pot {I}.

verstoren:: henkare {K}.

verstoring:: henkos {C}; (=opschrikking) ebljmos |..bl..| {C}.

verstoten:: ommone {K}.

verstreken:: (termijn) dfiiy {I}.

verstrekken:: (verstrkken: =afgeven) mipkette {K}.

verstrekkend:: (vrstrekkend: v gevolgen ed) wygcelira {I}.

verstrekking:: (=afgifte) mipkettos {C}.

verstrijken:: (=verlopen) tijvende {U}; het ~: tijvendos {A}.

verstrikken:: festejne {K}.

verstrikking:: festejnos {C}.

verstrooid:: challere {I}; hij is een erg ~ (een warhoofd): do farte tjg ef hent ur ubere tjg ef tiffug.

verstrooidheid:: challere {Aef/rs}.

verstuiken:: (=verzwikken: enkel/pols) ybeje {K; gst= ybt}; (=ontwrichten) idequblelle {K}, stuke {K} (ernstiger dan ybeje); ik heb mijn enkel verstuikt: kost re que melde tjerp.

verstuiking:: (=verzwikking: enkel/pols) ybejos {C}; (=ontwrichting) idequblellos {C}, stukos {C} (ernstiger dan ybejos).

verstuikt:: ik heb mijn enkel ~: kost re que melde tjerp; ~e enkel: stuke-gelp {C}; ~e pols: stuke-pls {C}.

verstuiven:: opstuiven 1.

versturen:: ~ aan/naar (=verzenden): zlbinase n {K}; het ~ (afzending): zlbinasos {A}.

versuffen:: iemand [doen] ~: ef kette lfbenk n rast {I}.

versuft:: broliy {I; [mv=enk]}, lfbenk {I}.

versus:: tegenover.

vertakken:: (lett/fig) rrate {U}.

vertakking:: (lett/fig) opast {C}, rratos {C}.

vertalen:: ~ [met/door]: trnslatere [tjg] |..je| {K}; (fig) ~ naar/in: trnslatere helkara {K}.

vertaler:: trnslaterr {C}; (tolk) jatariy {C}.

vertaling:: trnslatao {C}.

verte:: (zn) plksiy {C}; in de ~: armt plksiy; strook land in de ~ (ook: einder; rij bomen aan de horizon) runt {C}.

vertederen:: mpiy-qugle n {E}.

verteerbaar:: nortatt {I}.

vertegenwoordigd:: ~ zijn: xiyxu'empare {U}.

vertegenwoordigen:: xiyxu'empe {K}; het ~ (vertegenwoordiging): lozstjos {A}.

vertegenwoordiger:: (politiek ed) lozstjemm {C}; (agent) agentiy {C}.

vertegenwoordiging:: xiyxu'empos {C}; (instantie) lozstjemm {C}; (het vertegenwoordigen/ afvaardigen) lozstjos {A}; evenredige ~: quimater xiyxu'empos {C} (afk= QX).

vertellen:: ~ aan: rafane n/piti {K}, zeffe n {K}; in grote lijnen ~ (schetsen): torafane {K}; lachend ~: mrsne {K}; snikkend/huilend ~ (of zeggen): pvente {K}; vertel op! (kom op met je verhaal!): fes ef pjl! {C}; precies ~ wat je gedaan/misdaan hebt (alles opbiechten): ef obiyre sener korp kaf ef trulle (rs!); vol enthousiasme ~ (zonder dat de toehoorder interesse/medeleven toont): slge {K}; iets ~ dat iedereen al weet (oude koeien uit de sloot halen; clichs gebruiken): ef rafane na ef kbo gde.

vertelling:: (=verhaal) zeffos {C}; globale ~ (schets): torafanos {C}.

verteren:: rtrnige {U}; (doen vergaan) norte {Krs}.

vertering:: rtrnigos {C}; (=consumptie) tijkeldos {C}.

verticaal:: kvrlikk {I}.

vertier:: vraloba {C}.

vertind:: (met een laag tin) lstanaor {I}.

vertinnen:: (van een laag tin voorzien) [l]stanae {K}.

vertoeven:: (op gezellige wijze) tindare {U}; (op het land v iemand anders) entrafe {U}; het ~ (op andermans terrein): entrafos {C}.

vertolken:: (=weergeven) ugkee {K}.

vertolking:: (=weergave) ugkeos {C}.

vertonen:: jikate {K}; ~ aan (laten zien): ove n {K}; de beroemde schrijver vertoont zich tegenwoordig nooit meer in het openbaar: ef huldufit otr melde sefa mote.

vertoning:: ovos {C}; een rare ~: eft prusot-blof fes mariane-tull.

vertoon:: ovos {C}; op ~ van: fes ovos rifo (vz-uitdr) (afk= f..r.).

vertoornd:: (erg woedend) lkorstaor {I}.

vertoornen:: lkorstae {K}.

vertraagd:: (met vertraging) ybe {I}; een ~e trein: eft ybe treno.

vertragen:: (trager worden: intrans) haltoe {U}; (uitstellen) idepilde {K}; [doen] ~ (trager maken; trans): haltoare {K}; (v besluitvorming; eigen beleid erdoor drukken) ychfte {U} (zoals ambtenaren doen om de burger te tonen wie er de baas is); vertragen||versnellen: tmope {Kid}; .

vertraging:: haltoos {A}; (uitstel) idepildos {A}; (=oponthoud: trein ed) ybe {Aef}; met ~ (vertraagd): ybe {I}; een trein met ~: eft ybe treno; vertraging||versnelling: tmopos {Cid}; .

vertrek::

  1. (afreis) pratos {C}; (het weggaan) rba'ekos {C};
  2. ([grote] kamer) rabost {C}; groot [openbaar] ~ (lokaal): fr {C}; (kamer) mit {SX > c}.

vertrekken:: ~ [naar]: prate [helkara] {U}; (=weggaan) rba'eke {U; gst= rbaek}; ~ naar: zamle {K}; op het punt staan te ~ naar: mle {K}; hij staat op het punt naar Hirdo te ~: do mle Hirdo; hij vertrekt al zingende (hij gaat weg terwijl hij zingt): do chafoste ur/wn vende; met de noorderzon ~: ef vende helkara ef budn; ef prate tjg Jl Vogily; vertrekken||komen: eone {Eid}; .

vertroebeld:: (=troebel) syruntiy {I}.

vertroebelen:: syrunte {K}.

vertroebeling:: syruntos {C}.

vertroetelen:: lisage {K}.

vertroeteling:: lisagos {A}.

vertrouwd:: lirelira {I}; ~ met: fes ef lire ort; ~ zijn aan: chrlige = rlige tygtja {U}.

vertrouwelijk:: trustyy {I}.

vertrouweling:: (=vertrouwensman) liratjen {C}.

vertrouwen::

  1. (zn) liros {A}, trustos {A}; het ~ in iemand: ef trustos n rast; iemand in ~ nemen: ef ubere rast furt ef trustos; ~ hebben in: ef feldre fes ef liros frpj;
  2. (ww) lire {K}, truste {K}; ~ op: lire helkara {U}; niet ~ (wantrouwen hebben tegen): kuramiype {K}.

vertrouwenskwestie:: truste-linnos {A}.

vertrouwensman:: (=vertrouweling) liratjen {C}.

vervaardigen:: (=aanmaken) furtriffare {K}; (=fabriceren) riffare {K}.

vervaardiging:: (voor de voorraad: aanmaak) furtriffos {C}; (=fabricage) riffaros {C}.

vervagen:: wle {K}.

vervaging:: wlos {C}.

verval:: (alg) mostassos {C}; in ~ raken (vervallen): mostasse {U}; (v gebouw ed) fiyntos {A}; in ~ geraken (tot rune worden): fiynte {U}; (in sluis; v rivier) kerpos-plaju {C}; (=verloop/achteruitgang) temp-flectros {C}; (wegval) tijbytos {A}.

vervaldag:: mipfiytof {C}.

vervallen::

  1. (ww) (alg: in verval raken) mostasse {U}; (v gebouw ed) fiynte {U}; (wegvallen) tijbyte {U}; (wissel, termijn) dfiare {U}; ~ verklaren (intrekken: v vergunning, paspoort ed): idejufte {K};
  2. ~ tot: (verworden tot) ampe helkara {Upr}; (komen/raken tot) gre helkara {U; gst= gret};
  3. (bv) (=bouwvallig) sstriy {I; [mv=enk]}; (=afgeschaft) dfiiy {I}; het ~-zijn (v wissel): dfiaros {A}; vervallen||in goede staat: tjest {Iid}; .

vervallenverklaring:: (intrekking) idejuftos {A}.

vervalsen:: flse {K}.

vervalsing:: flsos {C}.

vervalst:: flsiy {I}.

vervangen:: ~ door: rone fes {K}; replae n/tukst {K} (n is dt/vz); (invallen voor iemand) pryke {K}; (de plaats innemen van) zove {K}; het ~ (vervanging): replaos {C}; de euro vervangt de gulden: ef euro replae ef gldre; de regering vervangt de gulden door de euro: ef tangodm replae ef gldre n/tukst ef euro; de gulden wordt door de euro vervangen: ef gldre replaelije pai ef euro; de gulden wordt door de regering [door de euro] vervangen: ef gldre replaelije pai ef tangodm [n/tukst ef euro].

vervanger:: (=invaller) pryker {C}.

vervanging:: (het invallen voor een persoon) prykos {C}; (wat iets anders vervangt) ronos {C}; (voorwerp/persoon dat vervangt) replao {C}; (het vervangen) replaos {C}.

vervangingsmiddel:: (=surrogaat) replass {C; mv= replassa}.

verve:: met ~ (gedreven): ltesmriyor {I}.

vervelen:: zich ~: iftormare |if..| {U}; iemand ~: idecerve fes rast {U}; (lummelen) clmle {U; gst= clmm}; iets wat begint te ~ (waar je op uitgekeken raakt): afu {C; rs= afte}.

vervelend:: (=beroerd) peskiy {I}, iftormt |if..| {I}; ~ zijn: iftorme |if..| {E}; (=lastig) ntjiyc {I}; (=naar) k {I}; het is ~ om [in het water te vallen]: ef melde k beri [tasse fesdu ef knurfel]; ~/onleesbaar boek: papiygoe-mimpit {C}; ~ mens (monster): rumtra {C}; iets zeer vervelends||aangenaams: erts {Cid}; .

verveling:: iftorm |if..| {C}.

vervellen:: mut-noftate {U}.

vervelling:: mut-noftatos {C}.

verven:: (=schilderen) verfute {K}; (=lakken) lce {K}; het ~: lcos {C}.

verversen:: (=vernieuwen) kletere {K}.

verversing:: kleteros {C}.

vervlechting:: vlegtos {C}.

vervliegen:: (fig) moqubute {K}.

vervloeken:: (=verdoemen) kachiyte {K}.

vervloeking:: (=vloek) kachiytos {C}.

vervloekt:: pjalos {I}, kachiy {I; [mv=enk]}.

vervoegen:: (taalk) cnjugere |..je| {K}; zich ~ bij/tot: gre ump {Upr; gst= gret}.

vervoeging:: (taalk) cnjugao {C}.

vervoer:: (transport met vervoermiddel) gabanos {C}; ~ per schip (verscheping): tojelakos {C}; ~ per paard en wagen: kalios {C}; openbaar ~: kofano gabanos; zie ook Vervoer in .

vervoeren::

  1. (transporteren) gabane {K; vdw= gabent}; per schip ~ (verschepen): tojelake {K};
  2. (=verrukken) chisare {K}.

vervoering:: (fig) fittos {A}; in ~ brengen: fitte {K}; (=verrukking) chisaros {A}.

vervoermiddel:: gabanolac {C}.

vervoersbewijs:: (officile term voor "kaartje") gabane-lofa {C}.

vervolg:: colafess {Aef}; (loop: weg/rivier ed) xolos {C}; (rest v tekst ed) colafesos {C}; in het ~: arfinfortiy {I}.

vervolgen:: (doorgaan met) colafese {K}; (lopen/gaan: weg/rivier ed) xole {U}; (=achtervolgen) klyne {K; vdw= klynet}; (gerechtelijk) prosecutere |..je| {K}.

vervolgens:: colafess {I}, co'ess {I} (pop); (=daarna) tillefit {III}; en ~: das {VG} (sequentile interpretatie); Tonja geeft Qurt een klap, en ~ lacht Styna hem uit: Tonja qugle eft strek n Qurt, das Styna obezjerne do.

vervolging:: (=achtervolging) klynos {C}; gerechtelijke ~: prosecuteros {A}.

vervolgverhaal:: (=feuilleton) flgafiy {C}.

vervolmaken:: pij-qummerte {K}.

vervormen:: fomre {K; gst= fomm}.

vervorming:: (=misvorming) fomros {C}.

vervuilen:: ideclene {K}, dirte {K}; (sterker dan dirte) dirtare {K}.

vervuiling:: ideclenos {C}, dirtaros {C}.

vervuld:: ~ zijn van iets: melde chep tjg flaju.

vervullen:: fulle {K}; (v ambt/functie) mannare {K}.

vervulling:: fullos {C}; in ~ gaan: ef gre tukst ef fullos.

verwaand:: (=hooghartig) kugt {I}; ~ meisje (nuf): nrede {C}; ~e vent: rliy {C}.

verwaandheid:: (=hooghartigheid) kugtiy {A; mv=enk}.

verwaardigen:: zich ~: ef putte lo la'yc {C}.

verwaarlozen:: mentje {K; gst= mentt; wst= ment}.

verwaarlozing:: mentjos {A}.

verwachten:: chente {K}, dxe {K}; te ~ zijn (fig: op stapel staan): biae |bae| {U; gst= bit; vdw= bijer}; wat te ~ is: chentamiy {I}; zoiets kun je ~!: fitaju melde chentamiy!; men verwacht dat hij rijk wordt: do qugle chentamiy ielba; zulk gedrag verwacht men niet van een diplomaat: stus nert dxe tek ocrma frpj eft diplomato; ik verwacht hem spoedig: gress dxe do fes belt fort.

verwachting:: dxos {A}; (hoop) chentos {A}; hoopvolle ~: undxos {A}; hoopvolle ~en koesteren (optimistisch zijn): undxe {U}; het ligt in de lijn der ~en: ef melde chentamiy.

verwant:: rraiy {I}; nauw ~: tar rraiy; niet ~ (vreemd): entraferiy {I}; ~ zijn aan/met: ef melde rraiy n (n is vz).

verwantschap:: rraer {A; mv=enk}.

verward:: (=confuus/warrig) werf {I}; (spreken, praten) dazen {I}; ~ praten: tiylvle {E; gst= tiylf}.

verwarmd:: (van verwarming/kachel voorzien) crzramiy {I}.

verwarmen:: crzrame {K; vdw= crzrg}; opnieuw ~ (opwarmen: vrnl v voedsel): ns-crzrame {K; vdw= ..-crzrg}.

verwarming:: crzramos {C}; centrale ~: sentrukjupt {C} (afk= SK); van ~/kachel voorzien: crzramiy {I}.

verwarren:: (lett: in de war maken) zmpe {K}; (fig: in verwarring brengen) lacre {K}; ef kette werf n {I}; ~ met (verwisselen met: v personen): hdnte n {K}; ik verwar jou altijd met Elsa: gress hdnte tu n Elsa riyfain.

verwarring:: (fig) lacros {A}; in ~ brengen (fig: verwarren): lacre {K}, cre {K}; het in ~ brengen: cros {A}.

verwateren:: (fig) gvenke {Upr}.

verweerd:: pyquliy {I}; (blootgesteld aan weer en wind) cupp {I}; ~ zijn: cuppe {U}.

ver weg:: ver.

verwekken:: (=voortbrengen) drge {K}.

verwelken:: (=verleppen) lfse {U; vdw= lfs}.

verwelkomen:: feskettare {K}, rzozare {K}.

verwelkoming:: feskettaros {C}.

verwelkt:: (=verlept) lfsiy {I}; ~ zijn: lfsiye {U}.

verwend:: zliy {I}.

verwennen:: zle {K; vdw= zliy}; het ~: zlos {A}.

verwenning:: (cadeautje ed waarmee iemand verwend wordt; het verwennen) zlos {A}.

verwensen:: ideblavee {K}.

verwensing:: ideblaveos {A}, pjalos {Aef; mv= pjaloses} (-os is GEEN nominalisatie-sx).

verweren:: (door weer aangetast worden) cuppare {U}; (langzaam wegteren) pyqule {U}.

verwering:: (wegtering) pyqulos {C}.

verwerkelijken:: (=realiseren) realisere |..je| {K}.

verwerken:: (lett) xizje {K; gst= xiss}; (lett/fig) hrmsje {K; gst= hrmes}; (geestelijk/emotioneel) wencatare {K}.

verwerking:: (lett) xizjos {C}, losos {C}; (lett/fig) hrmsjos {C}; (geestelijk/emotioneel) wencataros {A}.

verwerpelijk:: fletatt {I}.

verwerpen:: (=afkeuren) crapljce |..pj../..pl..| {K}; (=afwijzen) fle {K; gst= flet}.

verwerping:: (=afkeuring) crapljcos |..pj../..pl..| {A}; (=afwijzing) flos {A}.

verwerven:: choe {K}; het ~ (verwerving): choos {C}; (=winnen) zute {K}; (=behalen) tne {K}; met inspanning ~ (behalen): fenteste {K}; dat wat met inspanning verworven is: fentestos {A}; op listige wijze ~ (alg): tochoe {K}.

verwerving:: (het verwerven) choos {C}; (=winning) zutos {C}; listige ~ (alg): tochoos {A}.

verweven:: ~ [met]: fesveviy [armt] {I}; de bedrijven zijn commercieel innig met elkaar ~: ef glfiys melde fesveviyn jrs cmerela armt wlkn.

verwezenlijken:: te {K}; (arch) paiyne {K}; niet te ~: iylcs {I}; iets dat niet te ~ is (illusie, droom): iylcs {Aef}.

verwezenlijking:: tos {A}.

verwijden:: (wijd[er] maken) pjoare {K}.

verwijderbaar:: crtxatt {I}.

verwijderd:: (=weggehaald) crtxiy {I}.

verwijderen:: (=weghalen) crtxe {K}; zich ~de (ervandaan gaande): trker {I}; trkter {I} (arch); de trein die zich verwijdert van het station (de uit het station wegrijdende trein): ef trker treno l ef garrent.

verwijdering:: (=afstand) ra {C; rs= rtt}; (=weghaling) crtxos {C}.

verwijding:: (uitlegging: ook v nauwe kleding) pjoaros {C}.

verwijfd:: wveta {I}; (vrouwelijk: man) dns {I}.

verwijt:: crzos {A}.

verwijten:: iemand iets ~: crze flaju n rast {K}.

verwijzen:: ~ naar: wie {K}; ~ naar (fig): kette na {U}.

verwijzing:: wios {C}; onder ~ naar: lef wie rifo (vz-uitdr).

verwikkeling:: (=intrige) joho {C}.

verwilderd:: (alg) otlgtiy {I}; (v dieren) hbr {I}.

verwilderen:: hbre {U}, otlgte {U}.

verwildering:: hbros {C}, otlgtos {C}.

verwisselbaar:: noftate-p {I}.

verwisselen:: noftatare {K}; ~ met ([per ongeluk] niet uit elkaar kunnen houden, v dingen): noftatsrte {K}; ~ met (verwarren met: v personen): hdnte n {K}, noftatsrte n {K}; ik verwissel jou altijd met Tek: gress hdnte/noftatsrte tu n Tek riyfain.

verwisseling:: noftataros {C}; (het [per ongeluk] door elkaar halen) noftatsrtos {C}.

verwittigen:: iemand ~ van iets: rlve n/piti rast furt flaju {U}; ef rafane tden n rast, den ...; ik verwittig hem van mijn komst: gress rafane tden n do, den [gress] arfine.

verwoed:: (=hartstochtelijk) crx {I}.

verwoest:: quiliy {I}.

verwoesten:: fsochme {K}, tjestrove {Krs; vdw= tjestovor}; het ~ (verwoesting): fsochmos {C}, tjestrovos {C}.

verwoesting:: (iets wat verwoest is) fsochmel {C}; het ~: fsochmos {C}; (=ravage) tjester {C}; (het verwoesten) tjestrovos {C}.

verwonden:: qule {K}; zich ~ (blesseren): qulare {U}.

verwonderen:: zich ~ over: one ump {Upr}.

verwondering:: onos {A}.

verwonderlijk:: (=verbazingwekkend) onatt |won..| {I}; ~ zijn (verbazingwekkend zijn): onatte {U}.

verwonding:: (letsel) quliy {C}; in oorlog opgelopen ~: kiymtn {C}.

verworden:: (=ontaarden) tinkare {E}; ~ tot: (ontaarden in) monentare lo {E}; (vervallen tot) ampe helkara {Upr}.

verwording:: (=ontaarding) tinkaros {A}.

verwringen:: (alg) trajofutsite {K; vdw= trajofuts}; (verbuigen zodat het stuk gaat) futsiare {Krs}.

verwringing:: (alg) trajofutsitos {C}.

verwrongen:: (lett: =gewrongen) trajo {I}; ~ voorwerp: stiyjp {C}; ~ gezicht (grimas): teldoos {C}.

verzachten:: (=lenigen) wvete {K}.

verzachting:: (=leniging) wvetos {C}.

verzadigd:: (=zat) zets {I}; (v oplossing) rssiy {I}; een ~e suikeroplossing: eft rssiy sucro-moqubutos.

verzadigen:: sade {K}; (v oplossing) rare {K}.

verzadiging:: sados {C}; (v oplossing) raros {C}.

verzaken:: verzaken||nakomen (plicht ed): rmanne {Kid}; .

verzakken:: blfare {U}; (scheefzakken) kelle {U}; (scheuren gaan vertonen: v huis) poire {U}.

verzakking:: blfaros {C}; (scheef) kellos {C}.

verzakt:: blf {I}.

verzamelaar:: colyatjen {C}.

verzamelbundel:: (=omnibus) iplfmip {C}.

verzamelen:: iplfre {K; gst= iplff}, colye {K; vdw= colys}.

verzameling:: (toevallig bij elkaar gebracht/gekomen) iplfros {C}; (bewust bij elkaar: postzegels, schilderijen ed) colyos {C}.

verzanden:: (lett) plekote {U}.

verzanding:: (lett) plekotos {C}.

verzegelen:: sggare {K}.

verzegeling:: (v brieven) rts {C}.

verzeild:: hoe kom jij hier ~?: tu nolcanis ef knurfel gy?.

verzekeraar:: (=assuradeur) insratjen {C}.

verzekerde:: (degene die verzekerd is) insrere-morg {C}.

verzekeren:: (zeker maken/verklaren) okklefte {K}; (=assureren) insrere |..je| {K}; verzekerd zijn bij: ef melde fes ef insrnsos luft; verzekerd zijn: ef melde fes insrnsos.

verzekering:: (=zekerheid) okkleftos {A}; (=assurantie) insrnsos {A}.

verzekeringsmaatschappij:: insrere-cmpano |..je-| {C}, inscm {C}; (formele term) insranos {C}.

verzekeringspolis:: pols {C}.

verzenden:: ~ aan/naar (=versturen): zlbinase n {K}; het ~ (afzending): zlbinasos {A}.

verzending:: (wat verzonden wordt) zlbinastiyn {C}.

verzengen:: fjre {K}: ~de hitte: fjros {C}.

verzet:: (onwil) hybjos {A}.

verzetten:: zich ~ tegen: hybje qu {E; gst= hypp}; otrefare {Kpr}.

verziend:: (vrziend) plkszerfa {I}; ~ persoon: plkszerfi {C}.

verzilten:: selare {U}.

verzilting:: selaros {C}.

verzilverd:: (met een laag zilver) liferor {I}.

verzilveren:: [l]ifere {K}.

verzilvering:: iferos {C}.

verzinnen:: (=uitdenken) miyppere {K}, wrbie {K; gst= wrbit}; (=fantaseren) fofele {K}.

verzinsel:: (fantasie) fofelos {C}; (hersenspinsel) miypperos {A}.

verzoek:: ([aan]vraag) linnos {C}; (aanvraag) prme {C}, pryos {A}; schriftelijk ~ (verzoekschrift): prmafiy {C}; op ... ~: tu- {PX.bz > add}; op mijn ~: tu-kost; op haar ~: tu-belt; op ~ van Petriy: Petriyex tu-groft; op ~ van de vrouw: ef mosjeuser tu-belt.

verzoeken:: iemand om iets ~: prye flaju n rast {K}; prme rast furt flaju {K; vdw= prtt en regelm.}; (onr vdw prtt geldt voor de zaak die verzocht is; regelmatig prmor geldt voor de persoon aan wie verzocht is:) ik verzoek de man het boek te sturen: gress prme ef merater den do zlbinase ef mimpit; het verzochte boek (boek waarom verzocht is): ef prtt mimpit; de man aan wie verzocht is: ef prmor merater.

verzoekschrift:: (schriftelijk verzoek) prmafiy {C}.

verzoenen:: hentbyte |..nb..| {K}.

verzoening:: hentbytos |..nb..| {C}.

verzorgd:: naliycc {I}; (v uiterlijk/kleding/maaltijd) naliyczerfiy {I}.

verzorgen:: naliyce {K}; (v dieren) ef kette wanefts n; (een bepaalde service geven) maqute {K}; wij ~ de gehele begrafenis: kirro maqute ef pij terrafanos.

verzorging:: naliycos {A}; (van dieren) waneft {C}; (dienstverlening v iets) maqutos {A}.

verzorgingstehuis:: naliycsrt {C}; zie ook Verzorgingstehuizen in .

verzot:: ~ zijn op iets/iemand: ef flectre sener nucer temp kura flajue/raste (rs!).

verzuchting:: huzve-gfqu {C}.

verzuim:: bzeuros {A}.

verzuimen:: bzeure {K}.

verzuipen:: (=verdrinken: ihb v dieren) drne {U} (spr/pop).

verzuren:: azinoare {U}.

verzwakken:: [doen] ~ (verflauwen): mrveare {K}; (fig) ekse {K}; ~ door ouderdom (afgeleefd raken): prrpe {U}.

verzwaren:: (lett: belasten) mul-obiyre {K}.

verzwaring:: (lett) mul-obiyros {C}; (fig) crcros {A}.

verzwegen:: (=ongenoemd) nekimoriy {I}.

verzwelgen:: zvlge {K}.

verzwelging:: zvlgos {C}.

verzwijgen:: (=verhelen) idelije {K; gst= idelit}.

verzwijging:: (=verheling) idelijos {A}.

verzwikken:: (=verstuiken: enkel/pols) ybeje {K; gst= ybt}.

verzwikking:: (=verstuiking: enkel/pols) ybejos {C}.

vest:: wollen ~ (met mouwen): rk {C}; (mouwloos: onder colbertjasje) vtja {C; mv= vtje; rsmv= vtjatt}.

vestibule:: kuldra {C; mv= kuldraa; rsmv= kuldratt}.

vestigen:: plae {K}; zich ~: rnge {U}; zich ~ als (arts/bakker ed): plae zt {Upr}; ~ op (blik, aandacht): festloine kaf {K}; het ~ (vestiging): rngos {C}; hij wil zijn bedrijf in Belgi ~: do probare beri plae sener glfiy fes Belgano; gevestigd.

vestiging:: (kantoor ed) zrato {C}; (het vestigen) rngos {C}.

vesting:: (alg: verdedigingswerk) bavn {C}; (verdedigde stad) ka {C; rs= kat}; (in Peg: verdedigde stad) dullintn {Crs}; zie ook Vestingen in .

vestingstad:: uln-srt {C}, ulnsr {C} (arch/dl= Tjemp/Plef); (in Peg: stad met vesting of omringd door wallen) dullintn {Crs}.

vestingwerk:: bavn {C}.

vestzakje:: skovtja {C}.

Vesuvius:: Vesuviy {G}.

vet::

  1. (zn) rsiy {S};
  2. (bv) (vettig) ft {I}; (v letter; typografisch) kiyp {I}; vet||mager: missna {Iid}; .

vetblad:: zler-keldest {S} (L. Pinguicula vulgaris).

vete:: jft {C}.

veter:: (=schoenveter) mustbent |musb..| {C}.

vetmuur:: liggende ~ (plant): rk-krutt {C/S} (L. Sagina procumbens).

vetrand:: ~[je] (aan vlees): rsiy-hm {C}.

vettig:: ft {I}; ~ en lang/sliertig (zoals paling/vette sliert haar ed): zix {I}.

vetvlek:: ft-splk {C}.

vetvrij:: (eten) fjjete {I}.

vetzucht:: (neiging om vet/dik te worden) mali {C}.

veulen::

  1. (jong paard) (ntr) fliy {C}; (mnl: jonge hengst) vyx {C}; (vrw: jonge merrie) kapa {C}; (ntr: zeer jong paard: werk-/trekpaarden tot ca 2 maanden; rijpaarden tot ca 3 maanden; mynalls tot ca 5 maanden) lme {C};
  2. (jonge ezel) (ntr) fliy {C}, klf {C};
  3. (jonge kameel) (ntr) klf {C}.

vezel:: fres-riyniyn {C}; ~s (stofnaam): fres {S}; wat betreft ~s (vezelig): fresiy {I}.

vezelig:: (wat betreft vezels) fresiy {I}.

vezelkop:: groenbultige ~ (paddenstoel): mes-ng-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Inocybe corydalina).

via:: (=over) vja {VZ} (richting; meestal met geografisch[e] naam/begrip); de trein gaat ~ Br: ef treno vende vja Br; via via (~ een niet nader genoemde tussenpersoon): pai rast.

viaduct:: vjadk {C}; zie ook Viaducten in .

vibreren:: (alg: trillen; behalve v persoon) ele {U}.

vice:: vise- {PX}; ~ versa (heen en weer): henntrt {III} (afk= h/t).

viceadmiraal:: menntmerall {Crs}, vise-tmerall {C}; voor militaire rangen, zie .

vicepresident:: vise-presedent {C}.

vicieus:: een vicieuze cirkel: eft bovte rnter.

video:: ~[-installatie]: video {C; rs= videot}.

video-installatie:: video {C; rs= videot}.

vier:: (4) fr {TW}; wij [met zijn] ~en: kirro frsas; met ons ~en: lef kirro frsas.

vieren::

  1. (touw) tamre {K}; het ~ (viering: v touw): tamros {C}.
  2. (feest/verjaardag ed) monchare {K}; feest ~: monche {U; gst= mont}.
  3. (getal) vier.

vierhoek:: (=viersprong) frlaf {C}.

viering:: (het vieren: v touw) tamros {C}.

vierkant::

  1. (zn) trom {C};
  2. (bv) tromiy {I}; ~e (bij maten): -trom {SX} (afk= -tr); (bijv) ~e meter (m): meter-trom (afk= m-tr); (ook bij Spok maten) ~e ins (12,13 cm): 1 ins-trom (afk= 1:tr).

vierkante:: vierkant 2.

vierling:: franty {C}.

viersprong:: (v wegen: kruispunt) rcel {C}; (=vierhoek) frlaf {C}.

viervoetig:: ~ dier: frfug {C}.

viervoud:: frtimiy {C}; in ~ (met 3 kopien): dur-kanasiy {I}.

vies:: ajir {I}; (niet schoon) neclenn {I}; erg ~ (=smerig): sgp {I}; ~/dik/slordig wijf: rsiy-krgt {C} (pej).

Vietnam:: Vietnm {G}.

Vietnamees::

  1. (zn: bewoner) Vietnmy {Cef};
  2. (zn: taal) vietnmise {C};
  3. (bv) vietnm {IIef}; Vietnamese vrouw: Vietnma {Cef}.

vijand:: enme {C; rs= enmtt}.

vijandelijk:: (=vijandig) enmt {I}.

vijandig:: (=vijandelijk) enmt {I}; ~e sfeer (slechte verstandhouding; het gevoel hebben niet geaccepteerd te worden in een gezelschap): bjurnte {C}.

vijandschap:: (het uit zijn op ruzie) nolnt {C}.

vijf:: vr {TW}, hent {TW}; (rekenkundig) vr {TW}; (hent gevolgd door ENKELvoud; dl= Liftka en Brr: ook met MEERvoud) ~ boeken: vr mimpits = hent mimpit; (alg entiteit met "5" als kenmerk; ihb munt v 5 ) ahent {C}.

vijfling:: vranty {C}.

vijftien:: erg-r {TW} (=14+1); (rekenkundig) main-vr {TW}.

vijftig:: main-hent {TW} (=105), rn-erg {TW} (=36+14); (rekenkundig) vrsa {TW}.

vijfvingerkruid:: hent-blacroer {C} (L. Potentilla reptans).

vijg:: (vrucht) fyco {C}.

vijgenboom:: tofyco {C}, fycos-vildul {C} (L. Ficus carica).

vijl:: vell {C}.

vijlen:: velle {K}.

vijlsel:: velle-tmlek {S}.

vijver:: tanko {C}.

vijzel:: (mortier) glechatjen {C}; (om water op te pompen) wsge-spil {C}.

Viking:: (=Noorman) Viken {C}.

villa:: (deftig huis in buitenwijk) villa {C; mv= ville; rsmv= villate}; (deftig huis op platteland) ktagjes {C; mv= ktagja}.

villen:: (van de huid ontdoen) idemute {K}.

vilt:: zveje {S}; van ~ gemaakt (=vilten): zveja {I}.

vilten:: (van vilt gemaakt) zveja {I}.

viltkruid:: Duits ~: filago {S} (L. Filago vulgaris).

viltroos:: zveje-paegtan {C} (L. Rosa tomentosa).

vin:: (v vis) venn {C}.

vinden::

  1. (alg: =aantreffen) minkede {K}; [eindelijk] ~ (na lang zoeken): lputte {K};
  2. (mening: beschouwen als) cnsidere [lo] |..je| {K}; ik vind hem niet aardig: gress nert cnsidere do lo flifados; hij vindt het koud buiten: do cnsidere martel dalotoje; hij vindt dat een mooie auto: do cnsidere b oto lo eft hord tiyn; ik vind dat hij te veel opschept: gress cnsidere, den do blyze bertert; opvatten;
  3. (een mening hebben; vaak in een vraag) oume lo {K}; hoe vind je mijn schoenen?: tu oumecco kost musts?;
  4. (van mening zijn: met bijzin) pilde {K}; ik vind dat we nu moeten vertrekken: gress pilde den kirro prats ral (altijd met den-bijzin; geen lira-constructie);
  5. (het eens zijn) zich ~ in [iets]: tijtine [flaju] {K}; ik kan me hier niet in ~: gress nert tijtinec ef; ze kunnen het goed met elkaar ~: (sprkw) ps heltarecos quvrp n quista ef boert.

vindingrijk:: (vol ideen) lminkedosor {I}.

vindplaats:: minkede-ws {C; mv= ..-wsa}.

vinger:: rliriy {C}; haker {C} (arch/dl= Tigof).

vingerafdruk:: iynkiy {C}.

vingerhoed:: leiryg {C}.

vingerhoedskruid:: brr leiryg {C} (L. Digitalis purpurea).

vingerkom:: rliriy-knuf {C}.

vingerkootje:: akb {C}.

vingernagel:: g {C}.

vingerring:: leirbent {C}.

vingertop:: leirponto {C}, rliriy-ponto {C}.

vink:: lkmtiy |M| {C; rs= lkmtiyt} (L. Fringilla coelebs).

vinkenbes:: (soort bosbes) lkmtiy-lab |M| {C} (L. Vaccinium fringillaris); (struik) lkmtiy-tolab |M| {C; rs= ..-tolabe}.

vinkje:: (V-vormig tekentje: ✔) iyxepyl {C}.

vinnig:: (=bits) det {I}, leks {I}.

vinvis:: rst {C} (L. familie Balaenopteridae).

violet:: (=paars) brr {I}; bra {PX.c > c}; (=lichtpaars/lila) partan {I}; (als specifieke variant v paars) vjoliy {I}.

violist:: vjolamerr {C}.

violoncel:: (=cello) vjolensell {C}.

viool:: (muziekinstrument) vjola {C}.

vioolconcert:: vjola-cnserto {C}.

vioolspelen:: vjolamerre {U}.

viooltje:: (bloem) vjoly {C} (L. Viola); driekleurig ~: avyro-rc-vjoly {C} (L. V- tricolor); maarts ~: ardefne-vjoly {C} (L. V- odorata).

virtueel:: virtuela {I}.

virus:: virus {C}.

vis:: (alg: alle vissen bij elkaar) gtliy {Sef}; (dier: ntr) fisa {C}; (mnl dier) trapp {C}; (vrw dier) plora {C; mv= ploras}; ~ en vlees (eetbare dierlijke producten): nej {S}; wat betreft ~; van ~ [gemaakt]: gtliy {I}; [gestoofde] ~ in saus: ssa-gtliy {Sef}; (sprkw) ~ moet zwemmen (= bij een visgerecht hoort een goede saus en een goede wijn): ef gtliy orefantavy dur tims: fes knurfel, dus fes rns, ijk fes svegt.

visafslag:: gtliy-drak {C}.

visakte:: gtliy-kornin {C; mv= ..-kartafiy}.

visdiefje:: (vogel) zvlp-sterna {C} (L. Sterna hirundo).

visgraat:: prft {C}.

visgrond:: rums {C}.

vishaak:: (=angel) klm {C}, il {C}.

visie:: visy {SC}.

visioen:: decort {SC; mv= decorteo; rsmv= decortett}; (onwerkelijke droom) drot {SC}.

visite:: (=bezoek) truch {C}.

vismarkt:: gtliy-stovy {C}.

visnet:: qundr {C}.

visrijk:: (vol vis) gtliyst {I}.

vissen:: fisae {U}.

Vissen:: (sterrenbeeld) Fisas {N}, Pisces {N}.

visser:: (vrnl op zee) ebes {C}; (op binnenwater) krato {C}.

visserij:: (alg) gtliyeren {C}; (op zee) ebezze {C}; (op binnenwater) kratos {C}.

vissersboot:: ebeska {C}; (klein: vrnl op binnenwater) knr {C}.

vissersbootje:: knr {C}.

vissersdorp:: ebezzeces {C}.

vissershaven:: ebesport {C}.

vissershuis:: (woning met schuren ed ve vissersfamilie) tallo {C}.

vissersplaats:: ebezzesr {C}.

visteelt:: gtliyleld {C}.

vistuig:: togtliy {C}.

visualisatie:: (iets visueel uitdrukken) visuela mipa {C}.

visueel:: visuela {I}.

visum:: visum {C}.

visvangst:: ebezze {C}.

vitaal:: vitala {I}; (=levenskrachtig) wniy {I; [mv=enk]}.

vitaliteit:: vitalitiy {C}; (=levenskracht) poire-crf {C}; (=levenskracht/energie) gritsa {S}.

vitamine:: vitamynn {C/S}.

vitrine:: cnsoll {C}.

vitten:: ~ op: stiybje {K; gst= stiyt}; het ~: stiybjos {C}.

vizier:: (v harnas) drf {C}; (fig) in het ~: fes ef klt-bavn {C}.

VK:: (Verenigd Koninkrijk) UJ {G/afk}; het ~: UJ (geen lidwoord).

vla:: (=pudding) zva {C/S}.

vlaag:: (wind~) fenx |X| {C; mv= fences}; (woede/waanzin) pos {C; mv= posz}.

Vlaams::

  1. (zn: taal) vlamenlant {C};
  2. (bv) vlamenlandes {IIef}; ~e vrouw: Vlamesa {Cef; mv= Vlamesas}; ~e gaai: nut-prer {C} (L. Garrulus glandarius).

Vlaanderen:: Vlamenlandes {G}.

vlag:: fl {C}; (=wimpel) vmn {C}; (die lijkkist bedekt, en meebegraven/meeverbrand wordt) piyrotiy-fl {C}; (sprkw) dat staat als een ~ op een modderschuit: ef melde eft mynallnolac; zie ook Vlaggen in .

vlaggenstok:: flzor {C}.

vlagofficier:: (hoogste officiersrang bij marine) hardlap ofeserr {C}; voor militaire rangen, zie .

vlak::

  1. (zn) kerpa {C}; ze liggen in n ~: efs xole fes r kerpa;
  2. (bv) (=effen; ook v smaak) mdriy {I}; (=glad/egaal) kerp {I}; (zonder heuvels/bergen) fjoji {I}; ~ maken (lett: effen maken): mdriye {K}; ~ maken (pletten): ole {K};
  3. (met vz) ~ ... (=net ...): ta ... r {III}; ~ naast het huis: ta kusamat r ef srt; ~ bij (dicht bij): tar {VZ} (plaats); ~ bij de brug: tar ef pnt.

vlakbij:: naponto {III}; (=naastbijgelegen) tar {I; vt= danen; ot= wena}; de brug ~/hier in de buurt: ef tar pnt; vlakbij||ver [weg]: crg {Iid}; ; vlak 3.

vlakgom:: (=gummetje) wiys {C}.

vlakje:: (vakje) quung {C}; gekleurde ~s: marsiyn quungs.

vlakte:: (vlak stuk landschap) rmuty {C}; (=veld) jakm {C}; zie ook Vlaktes in .

vlam:: flm {C}, mt {C}.

Vlaming:: Vlames {Cef}.

vlammenwerper:: flecs-draka {C}.

vlammig:: flmiy {I}.

vlas:: flx {S} (L. Linum); smalbladig ~: lb-flx {S} (L. L- tenuifolium).

vlasachtig:: (=vlassig: v haar) flxiy {I}.

vlaskam:: (=repel) drtj {C}.

vlasleeuwenbek:: lr-gratyliy {C} (L. Linaria vulgaris).

vlassig:: (=vlasachtig: v haar) flxiy {I}.

vlecht:: qugiys {C}; (gevlochten haar[streng]) vlegtiy {C}.

vlechten:: vlegte {K}; (=ineenstrengelen) wila'e {K; gst= wilat; wst= wila}; het ~: vlegtos {C}.

vlechtwerk:: qundr {C}, towila' (toila') {C}.

vleermuis:: grmiyl {C}; rosse ~: bilys-grmiyl {C} (L. Nyctalus noctula); vale ~: helmy-grmiyl {C} (L. Myotis myotis); Oemave's ~: Oemave-grmiyl {C} (alleen in Krappa-gebergte waargenomen) (L. Myotis oemavii).

vlees::

  1. (alg) ycu {C/S}; met veel ~ (vlezig): lycuor {I}; mens van ~ en bloed (lijfelijk mens): liff-mn {C};
  2. (om te eten) fijnta {S}; fijanta {S} (dl= Noord-Jelafo); ~: tiyse {SX.c > c/s}; varkens~: knoktiyse; niertjes: snultiyse; stuk ~: hnp {C}; ~ en vis (eetbare dierlijke producten): nej {S}; op ~ lijkend (vlezig): fijntiy {I}; iemand die erg van ~ houdt: fijnter {C}.

vleeseter:: (=carnivoor: dier) fijnter {C}.

vleesgerecht:: fijnta-kerna {C}.

vleeskleurig:: (soort roze) ycu-littit {I}.

vleesmes:: (zoals gebruikt in Tjemp) kaviyst = kaiyst {C}.

vleespen:: piyn {C}.

vleesplank:: (=snijplank) platt {C}.

vleesrooster:: (=grill) wks {C}.

vleessaus:: dikke ~ (ragout): Trendon-ssa {S}.

vleessnijstel:: (mes en vork om vlees mee te snijden, echter NIET om mee te eten) fijnta-toba'efros {C}.

vleesvee:: fijnta-fa'i {S; rs= ..-faitt}.

vleesverwerkend:: ~e industrie: fijnta-xizje-siyclo {C} (v slachthuis tot vleeswarenfabrieken).

vleeswaren:: tofijnt {C}.

vleet:: (soort rog: vis) zru'on-frcc {C} (L. Raja batis).

vlegel:: (om te dorsen) srnly {C}; (onbeschofte vent) pra'icc {C}, zlft {C}; (=boef) lset {C}.

vlegelachtig:: quaiy {I; [mv=enk]}; (onbeschoft) pra'iccer {I}.

vleien:: rilpe {E}.

vleiend:: rilp {I}.

vleierij:: rilpos {C}.

vlek:: (alg: verf/vet ed) fojeldra {C}; (=klad) splk {C}; (=plek) liyt {C}; een ~ in/op iets: eft fojeldra armt flaju; ~ken maken in/op iets: ef nge armt flaju {U}; ~ken maken (v voorwerp/stof): xoge {U}; het maken van ~ken: ngos {C}; zilveren ~ (vlinder): horit perle-flyddere {C} (L. Clossiana euphrosyne).

vlekkeloos:: (lett: zonder vlekken) fjeldre {I}; (fig) nefrestiy {I}.

vlekkerig:: splkiy {I}; (lett: bevlekt) fojeldriy {I}.

vlet:: urkte {C; mv= urex}.

vleugel:: (v vogel; aanbouw ve gebouw) zelf {C}; (soort piano) zelf-pjano {C; mv= ..-pjane; rsmv= ..-pjanott}.

vleugelslag:: (v vogel) zelfpos {C}.

vlezig:: (met veel vlees) lycuor {I}; (op vlees lijkend) fijntiy {I}.

vlieg:: (alg: insect) zler {C}.

vliegbasis:: zebas {C}.

vliegdekschip:: zelf-tin {C}.

vliegen::

  1. (vogels/insecten) zle {U};
  2. (vliegtuig ed) zlumje {U; gst= zlumt}; ~ in/door/over/naar/op (vliegtuig): lzlumje {K}; het vliegtuig vliegt in/door de lucht: ef plano lzlumje ef ayr; de helikopter vliegt over/boven de bergen: ef zlft-zelfer lzlumje ef grans; het vliegtuig vliegt niet naar Schiphol (maar vliegt een andere richting op); ... op Schiphol (er is geen lijndienst op S.): ef plano nert lzlumje Schiphol; ~de schotel: zlumje-sgla {C}; zie ook Vliegen in ;
  3. (brokstukken ed) in het rond ~: mipzle {U}.

vliegenier:: (=piloot) pilot {C; mv= pilte}.

vliegenorchis:: miterus vogily-huron {C} (L. Ophrys insectifera).

vliegensvlug:: (=pijlsnel) reve-tmopiy = reve-vita {I}.

vliegenvanger:: grauwe ~ (vogel): grist zler-zft {C} (L. Muscicapa striata).

vliegenzwam:: pucc-mindamissis {C} (L. Amanita muscaria).

vlieger:: (v papier) bere {C}.

vliegsport:: zeos {C}.

vliegterrein:: (=vliegveld) zenunn {C}.

vliegtuig:: plano {C}.

vliegveld:: (alg) zos {C}; (=vliegterrein; met nadruk op "veld") zenunn {C}; (met gebouwen, maar kleiner dan "luchthaven") zesr {C}; luchthaven.

vliegwiel:: crbklan {C; mv= crbklne}.

vlier:: [gewone] ~: lfquh {C; mv= lfqusta} (L. Sambucus nigra).

vlierbes:: lfquh-lab {C}.

vlies:: (=film/dun laagje) wja {C}.

vliesvaren:: Engelse ~: hgeter {C} (L. Hymenophyllum tunbrigense).

vlijen:: zich ~: zirdare {Upr}; het dorp ligt tegen de heuvelflank gevlijd: ef zeces frart zirdare sum ef kryobiy-cnp.

vlijmscherp:: rits-sgrf {I}, ritsiy {I}.

vlijt:: (=ijver) gisa {C}; het tonen van ~/voortvarendheid: gissos {A}.

vlijtig:: (=ijverig) giss {I}; ~ zijn: gisse {U}.

vlinder:: flyddere {C}.

vlinderstruik:: flyddere-ardekir {C} (L. Buddleja davidii).

vlo:: fl {C; mv= fls}.

vloed:: (hoogwater: tegengesteld v eb) preiptjek {C}, fluta {C}.

vloedgolf:: flutaiy {C; rs= flutate}.

vloeibaar:: plistepiy {I}.

vloeien:: flute {U}; ~ uit (fig): fmpe {K}; (=stromen) klte {U}.

vloeiend:: (lijn/overgang) wcha {I}.

vloeiing:: flutos {C}.

vloeipapier:: plestrozj {S}.

vloeistof:: plistepir {S}.

vloek:: vlukk {C}; (=vervloeking) kachiytos {C}; in een ~ en een zucht: lo hihu.

vloeken:: vlukke {U}; (=verdoemen) kachiyte {K}; ~ tegen/op iemand: vlukke tygtja rast.

vloer:: flor = flor {C}; houten ~: park {C}.

vloerbedekking:: flor-caribos = flor-caribos {C}.

vloerkleed:: ksto {C}.

vloertegel:: (=plavuis) krpt {C}.

vloerverwarming:: florkjupt {C} (afk= FK).

vloerzeil:: mts {C}.

vlok:: (sneeuw, zeep) hk {C}.

vlonder:: park {C}.

vlooienband:: ~[je] (voor hond/kat): fl-bent {C}.

vloot:: karr {C; =red v kar}; (schepen) flte {C}.

vlootbasis:: njebobas {C}.

vlot::

  1. (zn: meestal v hout) tjka {C}.
  2. (bv) (licht/vlug/gemakkelijk) ppla {I}; (=geestig) nenko {I}; (niet tutterig) fendriy {I; mv=enk}.

vlotten:: hout ~ (op rivier): rotte {E}; (v hout op een rivier) aterte {K} (dl= Peg); het werk wil niet ~: ef rm vkgre[lira]; het gesprek wil niet ~: ef chaquindos nert pnze eft stala.

vlotter:: [hout]~ (persoon): rotter {C}; atertatjen {C} (dl= Peg); (=drijflichaam) svmiyn {C}.

vlucht::

  1. (het vluchten) itrros {C}, trros {C} (arch/poe); op de ~ geslagen (vrnl v dieren): gip {I} (arch);
  2. (uitwijken) zlumah {C}; op de ~ (voortvluchtig): zlumtiy {I};
  3. (vliegen in de lucht) zecc {C; mv= zeces}.

vluchteling:: wygcarer {C}; (=uitgewekene) wygcaratjen {C}; [politieke] ~ (=asielzoeker): wygce-wser {C}.

vluchten:: itrre {E; gst= itr}, trre {E; gst= tr} (arch/poe); het ~ (vlucht): itrros {C}, trros {C} (arch/poe); ~ van/uit (=uitwijken): wygcare {K}.

vluchtgang:: (ondergronds: vrnl bij Spok kastelen) esterulr {C}; zie ook Vluchtgangen in .

vluchtheuvel:: mirra-ileset {C}.

vluchtig:: (snel verdampbaar) da'e {I}; (oppervlakkig) rija {I}; hij kijkt het boek ~ door: do tozerfe rija ef mimpit.

vluchttunnel:: vluchtgang.

vlug:: (alg: =snel) gesvint {I}; (=snel: vrnl met hoge snelheid) vita {I}; (licht/vlot/gemakkelijk) ppla {I}.

vlugschrift:: (brochure, bulletin) kta {C}; (=pamflet) pmflett {C}.

VN:: (Verenigde Naties) UN {N/afk}; de ~: UN (geen lidwoord).

vocaal:: (taalk: =klinker) vokel {C}; (bv) vokelise {I}.

vocht:: ropja {S}; (in ogen/wond) lst {C}; ~ doorlaten (lekken): lece {U}.

vochtaanslag:: (=condens) ws {S}.

vochtig:: huma {I}, tert {I}; ~ zijn: ropje {U; gst= ropp}.

vochtigheid:: humaiy {C; rs= humate}.

vod:: (oude lap) krgt {C}.

vodden:: (plunje) tojelbi {C} (pej).

voddenman:: (=voddenraper) krgter {C}.

voddenraper:: (=voddenman) krgter {C}.

voeden:: (alg: =voederen) lardae {K}.

voeder:: (voor dieren) teruf {S}.

voederen:: (alg: =voeden) lardae {K}; (v dieren) terufe {K}; het ~ (het voeden): lardaos {C}; het ~ (voedering v dieren): terufos {C}.

voedering:: (het voederen) (alg) lardaos {C}; (v dieren) terufos {C}.

voedertijd:: (tijd om dieren te voederen) terufos {C}, terufe-fort {C}.

voederwikke:: (plant) fa'i-vycc {S} (L. Vicia sativa).

voedingsmiddel:: tolardos {C}.

voedingssupplement:: lardae-ocheros {C}.

voedsel:: ubara {S}; (=eten) lardos {C/S}; (zeer smakelijk) menuiy {C; rs= menute}; (waarvan veel winden gelaten worden: bonen ed) fltsos {S} (spr); zie ook Voedsel in .

voedseloverschot:: pltubara {S}.

voedselrest:: ~en op het fornuis: kaftjondos {C}.

voedselvoorziening:: ubara-crbatt {C}.

voedster:: (=min) tojo {C}; (vrw konijn) tyu {C}; (vrw haas) df {C}.

voedzaam:: cri'a {I}.

voeg:: (alg: =spleet) stiymf {C}; (tussen gemetselde stenen) stiymfa {C}.

voegen:: (metselwerk) stiymfe {K}; ~ bij (=bijvoegen): rijee {K}; hij voegt mij bij de groep: do rijee gress luft ef grup; zich ~ bij: rijeare {K}; hij voegt zich bij de groep: do rijeare ef grup; aan/bij/in elkaar ~: tpe zlf {U}.

voeger:: (iemand die metselwerk voegt) stiymfer {C}.

voegwoord:: (=conjunctie) yplemerer {C}.

voelbaar:: cente-p {I}, centatt {I}.

voelen:: (vrnl lett: met zintuigen waarnemen) orenple {K; gst= orenpel}; (lett: =betasten) kiyne {K}; (lett/fig) cente {K}; ik voel me hier een vreemdeling: gress sen cente lo eft tneferdes kusami; niet goed [gaan] ~ (onwel worden): puare {U}; er veel voor ~ om: miypare beri/den {U}; ik voel er niet zo veel voor om de voorstelling te gaan zien: gress nert miypare beri lutterafe ef stgos; iemand iets laten ~: krsge flaju n rast {K; gst= krss}; het laten ~: krsgos {C}.

voelhoorn:: cente-hrna {C}.

voer:: (voeder voor dieren) teruf {S}.

voeren::

  1. (=voederen) (alg) lardae {K}; (v dieren) terufe {K}; het ~ (het voeden): lardaos {C}; het ~ (voedering v dieren): terufos {C};
  2. (v kleding: ve voering voorzien) fruhe {K};
  3. (fig) (v proces) ciyfe {K}; (arch/jur: v vlag) donne {K}; het ~ (v proces): ciyfos {A}; (arch/jur: v vlag) donnos {C}; het woord ~: ef rate ef wufta; een bespreking ~: ef rate wuftas; de regering voerde een chaotisch beleid: ef tangodm lydo eft gaotise aupross.

voering:: (in kleding) fruh {C}.

voerman:: kaliatjen {C}.

voertuig:: ufira {C}; gemotoriseerd ~ (jur: voertuig met een motor dat niet sneller kan/mag rijden dan 30, 40 of 45 km/u): dreutos-ufira {C}; zie ook Weggebruikers in .

voet::

  1. (lett: lichaamsdeel) tiffug {C}; te ~: tjg tiffugs; aan je ~en: luft ef tiffugs; je ~en vegen: must-uste {U};
  2. (v toren/boom ed) stent {C}; (=voetstuk: v lamp, kast, vaas ed) fug {PX.c > c}; de ~ van de vaas: ef fugvasa {C};
  3. (lengtemaat) ft {C} (afk= F); 1 ft = 1F = 250,551 m;
  4. (idioom) op gespannen ~ staan met iemand: ef zrpe mitai ef rfs lestk rast (2niv!); hij leeft op grote ~ (luxueus): do poire fes eft ielba siyclo; op staande ~: m miypos {A}; zich uit de ~en maken: slinre {U}.

voetangel:: ([vossen]klem; ook fig) kupiy {C}.

voetbal:: (bal om mee te voetballen) tiffugbl {C}; (spel) blmert {C}; (Spok variant v ruwe Gaelic ~; verboden geweest van 1912-1977) mtt {C}.

voetbalclub:: tiffugbl-clup {C}.

voetballen:: blmerre {U}.

voetballer:: (=voetbalspeler) [tiffug]blmerr {C}.

voetbalschoen:: blmerre-must {C}.

voetbalspel:: [tiffug]blmert {C}.

voetbalspeler:: (=voetballer) [tiffug]blmerr {C}.

voetbalstadion:: blmerre-staon {C}.

voetbalsupporter:: tiffugbl-hajemjerer {C}.

voetbalveld:: (=sportterrein) [merre-]nunn {C}.

voetenbankje:: tiffuglot {C}.

voetenwarmer:: (=stoof) kjuptlot {C}.

voetganger:: pedestrin {C}; zie ook Weggebruikers in .

voetlicht:: bunrmtat {C}.

voetnoot:: (alg) nertufegtsil {C}; (officile term) [tgtovap-]nt {C}.

voetpad:: (verhoogd trottoir) platform {C}; (NIET verhoogd) kiyk {C}.

voetplaat:: (plaats v machinist in stoomlocomotief) plt {C}.

voetstap:: tifvent |tiffent| {C}; (=pas) ps {C}.

voetstuk:: (=sokkel) plp {C}; voet 2.

voetzool:: tiffugstent {C}.

vogel:: (ntr) vogily {C}; (mnl) pliyjo {C}; (vrw) rikf {C}.

vogelbekdier:: dlze-mle {C}.

vogelbraak:: vogily-mipru {C/S} (zeldzame plant, verwant aan koekoeksbloem, groeit vooral langs de Prek-oevers; vogels moeten ervan braken en mensen krijgen er diarree van) (L. Melandrium catharticum).

vogelgriep:: vogily-influnns {C}.

vogelhuisje:: vogily-cluzs {C}.

vogelkers:: mliy-rista {C/S} (L. Prunus padus).

vogelkooi:: (=volire) vogily-caf {C}.

vogellijm:: (=maretak) njoma {C} (L. Viscum album).

vogelmelk:: gewone ~: sinto-star {C} (L. Ornithogalum unbellatum).

vogelmuur:: (plant) Kulano-miyr {C/S} (L. Stellaria media).

vogelnest:: ~[je]: vogiliyatur {C}.

vogelpootje:: (plant) vogily-tiffug {C} (L. Ornithopus perpusillus).

vogeltrek:: slst {C}, zrfmpo |M| {C; rs= zrfmpt}.

vogelverschrikker:: [vogily-]vlagtatjen {C}.

vogelvrij:: ~ verklaren: ekse {K}.

vogelvrijverklaring:: eksos {A}.

vogelwachter:: vogily-roiy {C}.

vogelwikke:: (plant) dekir-vycc {S} (L. Vicia cracca).

voile:: qundr-tull {C}; (aan hoed) rar-tull {C}; (=sluier) tull {C}.

vol:: (niet leeg) rg {I}; (v maan) xul {I}; (v smaak) pare {I}; (smaak v rode wijn) leldiy {I}; (smaak v witte wijn) nemerfor {I}; de ~le prijs: ef xul ny; ~ met/van (rijkelijk voorzien met/van; gevuld met): peran pai {III}; ~ zijn met mensen: zazmpe {E}; ~ zijn van (stikken van/vergeven zijn van): ef melde ybervelira lef (pop); het is hier ~ van wespen: kusami melde ybervelira lef vnas.

volbloed:: (behalve bij paarden) lgritsaor {I}; (v paard) prltt {I}; ~ paard: prltter {C}.

volbrengen:: (afmaken) jizje {K; gst= jizjt; vdw= jiysts}; (=verrichten) manne {K; vdw= mann}; een taak ~: wrbimapyre {E}; hij heeft het volbracht: do wrbimapyro; (sprkw) hij heeft met plezier een moeilijke taak volbracht: do ef tenrn-erg-ten nupps arvende; er trots op zijn dat je iets moeilijks volbracht hebt: nyrge {E}.

volbrenging:: (afmaking) jizjos {A}; (=verrichting) mannos {C}; (ve zware taak) manof {C}.

voldaan:: (genoeg gegeten) larde-zovert {I}.

volder:: (iemand die stoffen volt) stojatjen {C}, stotatjen {C}.

voldoen:: (betalen: v rekening) manne {K; vdw= mann}; ~ aan: feskmpae {K}.

voldoende::

  1. (onb vnw) ~ [van] (genoeg [van]): (enk-semc/abstr) hls {OV}; (mv) hles {OV}; (stoff) hls = hles {OV}; de ontwikkelingen geven ~/genoeg hoop: ef wlfa'ecosz kette hls rajiytos; er zijn nog ~ appels voor zulke hongerige mensen: hles geffys melde velk furt sest lart veldurs; ~/genoeg van zulke appels: hles sest geffys; heeft de olielamp nog ~ olie?: aftel ef mataar lelperre hls/hles ool?; ruim ~ [van]: pltiy-hl[e]s {OV}; in ~ mate: fes hls cnsideros;
  2. (adj) (=genoeg) hles {I}, hls {I}; precies/juist ~ [van]: jey {I}; ruim ~: plentiy (plenty) {II; mv=enk};
  3. (met ww) ~ hebben [van] (niet te kort komen): kuraubere {K}; ~ [van iets] hebben (om de winter door te komen/de reis te kunnen volbrengen ed): zyre {U}; we hebben ~ brandstof voor de winter/om de winter door te komen: kirro zyre lf ef kolof frpj ef burg; we hebben nog ~ benzine om de volgende pomp te halen: frpj ef bensynn kirro zyre; ~ zijn (genoeg zijn): hgypale beri {U}; toereikend.

voldoening:: (betaling) mannos {C}; (=genoegdoening) feskmpaos {C}.

voldongen:: (feit) buch {I}.

voleindigen:: zacrpte {K}.

voleindiging:: zacrptos {A}.

volgeladen:: (beladen) jocc {I}; ~ met: jocc rifo.

volgeling:: somper {C}.

volgen:: (=bijhouden/meegaan) sompe {K}; ([achter]nagaan) kafsompe {K}; (=opvolgen) pelle {K}; ~ op: pirzove {K}; ~ op (=voorafgegaan worden door): flclare pai {K}; de lezing volgt op een diavoorstelling = de lezing wordt voorafgegaan door een diavoorstelling: ef wuxos-furt flclare pai eft dia-megg; ~ uit: flge {K}; het ~: [kaf]sompos {C}; pellos {C}; pirzovos {C}; als volgt: fry k; het plan is als volgt ...: ef arpinzol melde fry k ....

volgend:: volgende.

volgende::

  1. (wat hierop volgt) sompat {I}; ze hebben de ruzie de ~ dag bijgelegd (de dag die op de dag met ruzie volgt): ps ef gurnus nnce ef sompat tof; je moet de ~ bus nemen (de bus die NA deze bus komt): tu puttt ef sompat gerlas; ik kan u het ~ mededelen: gress blompavy ef sompat tiyn n kirnem;
  2. (ve reeds aanwezige reeks) pirzof {I}; hij woont in het ~ huis: do zre fes ef pirzof srt; op de eerste drie bladzijden staan veel fouten, maar op de ~ gaat het beter: fes ef rtef dur pracs pert fotels melde, tur fes ef pirzof tiyns ef melde gulder; je moet de ~ bus nemen (de volgende bus ve rij bussen bij het busstation): tu puttt ef pirzof gerlas;
  3. (bij tijdsbepalingen) pir {PX.c > c}; de ~/komende maand: ef pirhertel; hij komt ~ week maandag: do arfine ef pirmink-lunatof.

volgens::

  1. (zoals de mening v iemand is) na {VZ/VG}; ~ mij zal het niet lukken: na gress ef nert di eftarsu; het zal niet lukken, ~ mij: ef nert di eftarsu, na gress reppo; ~ mij (naar mijn mening): kost stynn {SC}; ~ hem (zijns inziens): groft stynn; ~/naar de mening van: calijann {VZ}; ~ de minister ...: calijann ef menester ...;
  2. (blijkens; zoals de regels ed zijn) fry {VZ}; niet ~: friye {VZ}; ~ het weerbericht gaat het stormen: fry ef wnzol-tden ef di mnsu; het is niet ~ de plannen: ef melde friye ef arpinzle.

volgepropt:: brpiy {I}.

volgnummer:: sompe-hor {C}; (=rangnummer) qutt-hor {C}.

volgorde:: xins {C}; in elke ~: kaf jadk xins.

volharden:: mtrfe {E}; ~ in: xodde lef {U}; ~ in (fig: =vasthouden: op fanatieke wijze bij zijn mening blijven): yntaje {K; gst= yntat}.

volhardend:: mtrfiy {I}.

volharding:: mtrfos {A}, xoddos {A}; (=doorzetting) fesmikkelos {A}.

volhouden:: (niet opgeven; bij je mening blijven) verka'ete {K}; (=doorzetten) fesmikkele {K}; het ~ (volhouding): verka'etos {A}; het ~ (=volharding): fesmikkelos {A}; niet vol te houden (fig: onhoudbaar: v standpunt/gedrag ed): skaliy {I; [mv=enk]}.

volhouding:: (het volhouden) verka'etos {A}.

volire:: (=vogelkooi) vogily-caf {C}.

volk:: zampr {C}; (lieden) eby {S}.

volkakken:: (=volschijten) lpje {K} (vulg), lpke {K} (vulg); (schijten op) lchte {K} (spr: bijv vogels die alles bevuilen); zijn hond kakt de hele stoep vol: groft hurt lpje/lpke ef pij platform.

volkomen:: volkmen: (=compleet/geheel) pij {I}; ~ geschapen (v uiterlijk): fameqummert {I}.

volkorenbrood:: pij-tustr {C/S}.

volksaard:: zampreren {C}.

volksbuurt:: (=volkswijk) zampr-oftian {C}.

volksfeest:: (feestelijke jaarmarkt) falot {C; mv= falte} (arch).

volksgezondheid:: zampr-helten {C}.

volkshogeschool:: zampr-zrazos {C}; zie ook Volkshogescholen in .

volkshuisvesting:: (in Spok ook het verschaffen v stadswoningen aan tot arbeider omgeschoolde agrarirs) zamprzraje {C}.

volkslied:: (nationaal) hymfost {C}; zie ook Volkslied in .

volksliedje:: (=volkswijsje, deuntje) hj {C}; (traditioneel Spok, met moralistisch slot) totroj {C}.

volksmenner:: zampr-ripjer {C}.

volksmuziek:: zampr-malod {C}; zie ook Volksmuziek in .

volksstemming:: (=referendum) referendym {C} (in Spok een gebruikelijk middel voor politieke beslissingen; of liever gezegd, als de politiek zelf geen beslissing kan/wil nemen).

volkstelling:: zampr-ramos {C}.

volksvertegenwoordiging:: (alg) zmporementec {C}; (gezien als Spok instelling, vgl Tweede Kamer in Nederland) Zmporementec {N}; lid van de ~ (vgl Kamerlid): zmrater {C}; zie ook Volksvertegenwoordiging in .

volkswijk:: (=volksbuurt) zampr-oftian {C}.

volkswijsje:: (=volksliedje, deuntje) hj {C}.

volladen:: (v schip/voertuig) lmule {K}.

volledig:: xul {I}; (=volslagen) famelira {I}, jiystiy {I}.

volleerd:: jiyst {I}.

vollemaan::

  1. (de geheel zichtbare maan) (alg) pakra {C}, blyst {C} (poe/dl= Centraal-Berref); (meer technische term, als contrast met nieuwe maan ed) xul luna (afk= x/l); met ~, in het licht van ~: fes ef pakra; het wordt ~ (de maan wast): ef luna uenge;
  2. (de dag vrdat de vollemaan te zien is) pakra {C}; op de dag vr ~: lf pakra.

vollemaansdag:: (de dag vrdat de vollemaan te zien is) pakra {C}; op ~: lf pakra.

vollemaansfeest:: viering van het ~ (Erg): pakra {C}.

vollen:: (v lakense stoffen) stoje {K; gst= stot}.

voller:: volder.

volmaakt:: lutta {I}; (v uiterlijk) fameqummert {I}.

volmaaktheid:: fameqummertiy {A; mv=enk}.

volmacht:: fesmannos {A}; schriftelijke ~: fesmannafiy {C}; bij ~: kaf eft fesmannos.

volop:: (rijkelijk) palefiy {I; [mv=enk]}; (geheel en al) fes jadk loin.

volproppen:: flmpe-rg {K}, brpe {K}; het ~: brpos {C}.

volraken:: volkomen ~: rge {Upr}.

volschenken:: (v emmer/kopje ed) lorgisse-armt {K}; ze schenkt het kopje vol: eup lorgisse-armt ef ta.

volschijten:: volkakken.

volslagen:: (=volledig) famelira {I}, jiystiy {I}.

volstaan:: ~ met: zloffare {K}.

volstoppen:: (lett: =opvullen) rgare {K}.

volstouwen:: (bv achterbak v auto) armtlade {K}.

volstrekt:: mipgyr {I}; ~ niet (helemaal niet): quista nert/noi.

volstromen:: klte-rg {U}; het gat stroomt vol [met] water: ef klafas klte-rg lef knurfel.

voltallig:: full {I}.

voltooid:: (=klaar/afgerond) zett {I}, rptor {vdw}; (taalk) ~e tijd: perfecc {C}; ~ verleden tijd: horit-perfecc {C}; ~/verleden deelwoord: horitpainn {C}.

voltooien:: rpte {K}.

voltooiing:: rptos {A}.

voltreffer:: pij-qurstoxer {C}.

voltrekken:: ierche {U; gst= ierrt}.

voltrekking:: ierchos {A}.

voluit:: zijn naam ~ schrijven: ef stinde ef quanka m pontos.

volume:: (=inhoud) rtr {C; mv= rtruba}; (hoeveelheid ve bepaald product) rtr {C; mv= rtruba}, mcar {C}; (=geluidssterkte) mabysta {C}.

volwassen:: (voor de Spok wet vanaf 19 jaar) major {I}.

volwassenheid:: major {Cef}.

volzin:: quariy-chaquint {C}, hym {C}.

vondeling:: minkede-efanty {C}; pleegmoeder/pleegvader van een ~ (alg: iemand die een vondeling vindt en zich erover ontfermt en deze opvoedt): zrter {C}.

vonder:: (houten bruggetje) rg {C}.

vondst:: (lett: gevonden voorwerp) minkeda {C}; (fig: uitvinding) minkedos {A}; ~ in de aarde (meestal archeologisch): mofminkeda {C}.

vonk:: slit {C}; ~[en] geven (ww: vonken): slite {U}.

vonken:: (ww: vonk[en] geven) slite {U}.

vonkenregen:: dnta {C}.

vonnis:: baxeskaros {C}.

vonnissen:: baxeskare {E}.

voogd:: lardacc {C}.

voogdij:: lardacceren {C}.

voor::

  1. (zn: ploegsnede) jalos {C}, jaler {C}.
  2. (vz)
    1. (niet achter: plaats) furt {VZ}; de schuur staat ~ het huis: ef kul melde furt ef srt; hij loopt [rond] ~ het huis: do farte furt ef srt; hij kijkt ~ de schutting (en bevindt zich er ook voor): do zerfe furt ef rbest; vr (met nadruk op de plaats): k'mafurt {VZ}; het symbool staat vr de naam, niet erachter: ef priva melde k'mafurt ef quanka, noi blef ef; ~ om: furtkest {VZ};
    2. (niet achter: richting) furt {VZrs}, furtonn {VZ}; de politieman springt ~ de auto: ef pip vlte furt ef otoe (rs!); (in tegenstelling tot furt is furtonn ook meer abstract:) hij kijkt ~ de schutting (maar STAAT erachter): do zerfe furtonn ef rbest;
    3. (bestemd voor: betrekking) furt {VZ}, fn {VZ}; n {VZ}; dit boek is ~ jou: dena mimpit melde furt/fn tu (fn is meer gemarkeerd dan furt, en wordt vooral gebruikt als furt ambigu is); het boek is niet ~ jou [bedoeld/bestemd]: ef mimpit nert melde n tu (n drukt uit dat de spreker niet van plan is om het boek te geven); zo'n feest is er niet ~ de jongeren in Zest (wordt niet georganiseerd): tek fenta nert melde furt ef jo ber Zest; ~ mezelf, ~ zichzelf (enz): fnsiyn; ik wil een middagje ~ mezelf hebben: gress lelperravy eft fittas fnsiyn quandro; ze houden de zondagen ~ zichzelf: ps wencate ef kbotofs fnsiyn;
    4. (voor zover het iemand aangaat) armt |ant| {VZ}; n {VZ}; roken is niet gezond ~ je: ef uokke nert melde helt armt tu; dat is goed ~ ons: ef quiste armt kirro; dat is fijn ~ hem: ef melde olla armt/n do (n accentueert dat het de mening vd spreker is);
    5. (pro; niet contra) ort {VZ}; we zijn vr de democratie: kirro melde ort ef demokrao; vr iets zijn: yfurte flaju {K};
    6. (jegens; ten aanzien van iemand) ump {VZ}; liefde ~ iemand: rovretos ump rast; eerbied ~ zijn ouders: ef pagiyry ump sener fosies;
    7. (wat betreft) ~ Drys zijn meisjes seksobjecten: Drys melde uberelira sex-ts rifonn pirinins (eig. Drys vat meisjes op als seksobjecten); ~ hem zijn alle bloemen hetzelfde: do melde uberelira fraji rifonn cradef hurons; ~ informatie moet men ... bellen: frpj informao stus krst ...;
    8. (niet na: tijd) futtof {VZ}; het werk moet ~ dinsdag klaar zijn: ef rm kltart futtof ef tratof; ik vertrek ~ (= eerder dan) Petriy: gress prate futtof Petriy; (eerder dan een ander) ~ zijn (lett): furte {K}; vr (met nadruk): blmtiy futtof {VZ}.
  3. (vg: voordat, alvorens: voortijdigheid) futtof {VG}; ik wil verhuizen ~ ik met vakantie ga: gress srtaravy, futtof gress vende helkara zirrot.
  4. (in samenstellingen) (vooraf[gaande]) blmtiy {I}; de voorbesprekingen: ef blmtiyn tyrsta; (aan de voorzijde ve gebouw) basc {PX.c > c}; voordeur: bascerat {C}; (pre) kor = ko {PXimpr.c > c}.

vooraan:: (voorste) furtiy {I}; in de hardloopwedstrijd blijft hij ~: fes ef zyle-tojesfs do tinde furtiy.

vooraf:: (=voorafgaande) blmtiy {I}.

voorafgaan:: ~ aan: (lett/fig) pirzove-furt {K}, pirzove armt {U}; (fig) flcle {K; gst= flt}; het ~: flclos {A}; voorafgegaan worden door: flclare pai {K}; volgen; .

voorafgaand:: ~ aan: kor = ko {PXimpr.c > c}; herfst/zomer: mond/kormond (zomer gaat vooraf aan herfst); ~e: blmtiy {I}.

voorafgegaan:: voorafgaan; volgen.

vooral:: (met name) kat {I}; messe {III}; ~ als (zeker als, met name als): messe fara.

vooralsnog:: (=vooreerst) tukst kjndos (afk= t..).

voorarrest:: furt-giyrt {C}.

voorbaat:: bij ~: nert ral tur zuf; bij ~ [al]: blmt {I}; hij begint bij ~ [al] te schelden: do finne beri zae blmt.

voorbalkon:: (v tram) furt-blcon {C}.

voorbarig:: bri'riy {I; [mv=enk]}; ~ zijn met: kafte-furt {K}.

voorbedacht:: rade.

voorbeeld:: ovos {C}; naar het ~ van ...: lo ef fjy, sompelira ...; slecht ~ (dat niet het navolgen waard is): makosoliyn {C}; het ~ [van iets] geven (voordoen): stg-ove {K}.

voorbeeldig:: qumelira {I}, ove-p {I}.

voorbehoedsmiddel:: cntrasepteff {C}.

voorbehoud:: feszloffos |feslo..| {A}; onder ~: lef ns-miypos {A}; onder ~ van: lef ns-miypos rifo (vz-uitdr).

voorbehouden:: wijzigingen ~: lef ns-miypos rifo modifysta.

voorbereid:: zvcsiy {I}.

voorbereiden:: zvcste |zvste| {K; wst= zvcs}; (=prepareren) preparere |..je| {K}; ~ [op]: mre [n] {K}.

voorbereiding:: (het van te voren gereedmaken) zvcstos |zvstos| {A}; (het zich van te voren vergewissen) mros {C}; (=preparering) preparao {C}; ~en voor iets: kor = ko {PXimpr.c > c}; ~en voor een feest: kofenta {C}; ~en voor een operatie: kofrotexos {C}; ~en voor een reis: kotupplip {C}; ~en voor je reis maken: ef melde fes ef kotupplip; in ~: fara zvcstelira.

voorbericht:: furtomiy {C}.

voorbeschikking:: predestinao {SC}.

voorbestemd:: ~ zijn als: crootame fara {Upr}; ~ zijn [om te]: crootame [beri] {Upr}.

voorbestemming:: crootamos {A}.

voorbij::

  1. (vz) (na) minkr {VZ} (plaats); het postkantoor is ~ de derde straat: ef pstsrt melde minkr mirra dur; (langs/terzijde) minkr {VZrs} (richting);
  2. (adj) (=uit) tij {I}; (=afgelopen) dlett {III}; (verder dan) n ... lilepiy; we lopen het station ~: kirro farte n ef garrent lilepiy; (=weggetrokken; niet meer aanwezig: donderbui/dreiging/persoon ed) ora {SX > c}; de dreiging die ~ is: ef mkestosora.

voorbijgaan::

  1. (zonder te stoppen passeren/langstrekken) arvende luft {U}; psere {K}; de trein rijdt het station voorbij (stopt er niet): ef treno arvende luft ef garrent; ef treno psere ef garrent; de legers trekken voorbij: ef verests arvende luft ef; het ~: pseros {A};
  2. (=omgaan: dag/tijd) vendare {E}; het ~: vendaros {A};
  3. voorbij laten gaan (over laten gaan): lste {K} (fig: v tijd, narigheid, boze bui ed); ~ aan: hij gaat voorbij aan het feit dat ...: do co'ifche ef ftte, den/-lira ....

voorbijgaand:: (fig: niet definitief) rbaek {I}.

voorbijganger:: arvendatjen {C}.

voorbijlopen:: iets/iemand ~: fartarvende luft flaju/rast {U}.

voorbijrijden:: iets/iemand ~: ufirarvende luft flaju/rast {U}.

voorbijstreven:: zich niet laten ~ door (lett/fig: voorblijven): ume n {U}.

voorbijtrekken:: (zonder te stoppen) arvende luft {U}; de legers trekken voorbij: ef verests arvende luft ef; (leger: te voet) slsarvende {U}.

voorbijzwemmen:: svime-minkr {U}.

voorbinden:: (servet, schort) fixe-furt {K}.

voorblijven:: (lett/fig: zich niet laten inhalen/voorbijstreven door) ume n {U}.

voorbode:: rrifiy {C}.

voordat:: (alvorens: voortijdigheid) futtof {VG}; ik wil verhuizen ~ ik met vakantie ga: gress srtaravy, futtof gress vende helkara zirrot.

voorde:: grl {C}.

voordeel:: ypro {C}; een ~ gunnen: yproe {K}; in het ~ van: ort ef achmm rifo (met ideoantoniem karakter); ten voordele van iemand: ort raster iyc.

voordek:: (=voorplecht) furtdec |furtek| {C}.

voordelig:: het pakt ~ voor hem uit: ef prap srte ort ef achmm rifo do; ; voordelig zijn||nadelig/onvoordelig zijn: lnte {Uid}; .

voordeur:: (deur in de voorgevel) bascerat {C}.

voordoen:: (voorbinden: servet, schort) fixe-furt {K}; (het voorbeeld [van iets] geven) stg-ove {K}; (=tonen) stjece {K}; het ~: stjecos {C}; zich ~ als: glrne {K}.

voordracht:: (v personen) machos {A}; (=lezing/declamatie) wuxos-furt {C}.

voordrachtslijst:: (lijst met aanbevolen personen) macheram {C}.

voordragen:: (v personen) mache {K}; (=declameren) wuxe-furt {K}.

vooreerst:: (=voorlopig) ymortiy {I; [mv=enk]}; (=vooralsnog) tukst kjndos (afk= t..).

voorgaan:: futvende {E}.

voorgaand:: (=vorig) bentvendiy {I}.

voorganger:: (vr een ander in een betrekking/beroep) bentvender {C}; (in functie of idee) futarfiner {C}.

voorgebergte:: (in Spok: overgang van mliy naar gebergte) tolitt {C}.

voorgerecht:: finner {C}.

voorgeslacht:: futuproje {C}.

voorgevel:: bascrutts {C}; (fraai bewerkt) mennfsatt {Crs}.

voorgevoel:: bentcentos {A}.

voorgoed:: (=definitief) wm {III}.

voorgrond:: minteffat {C}; op de ~ (lett/fig): minteffatiy {I}; een op de ~ tredend persoon: eft minteffatiy veldur.

voorhamer:: (grote hamer) stfmk |M| {C; rs= stfmkt}.

voorhanden:: (=voorradig) jzooiy {I}.

voorhistorisch:: liftkar-historise |..fk..| {I}.

voorhoede:: voddyrn {Crs}.

voorhoofd:: furtnurp {C}.

voorin:: furtfes {I}.

Voor-Indi:: Furt-Indyja {G}.

Voor-Indisch:: (bv) furt-indyja {IIef}.

voorjaar:: (=lente) lof {C}.

voorjaarshoutzwam:: miterus lepp-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Polyporus lepideus).

voorjaarswindje:: ([zwoele] lentebries) zuyra {C}.

voorkant:: (=voorzijde) furtovap {C}.

voorkennis:: (medeweten) blmtiffos {A}.

voorkeur:: armtju'eccos {C}, preferao {C}; de ~ geven aan (=prefereren): armtju'ecce {K}, preferere |..je| {K}; de ~ hebben/verdienen: ef melde fes ef armtju'eccos.

voorkeurstem:: preferere-vott |..je-| {C} (afk= PV).

voorkomen::

  1. (voorkmen: tegengaan) ulente {K}, tygtjae {K}.
  2. (vrkomen: zn) (uiterlijk) zlt {C}.
  3. (vrkomen: ww)
    1. (bestaan/gebeuren) letre {E; gst= lett}; (bestaan, aanwezig zijn) coare {U} (dl= Zverosta); het ~: letros {A}; het komt [soms] voor dat: lafeami = lefeami {I}; soms komt het voor dat Petriy onredelijk is: Petriy meltec lafeami nekvmpaj;
    2. (voor de rechter verschijnen) rigt-cralove {U};
    3. zich doen ~ als (beschouwd worden als): funte tukst {Upr}; het komt me voor dat hij liegt: ef farte krmiy gress, den do merfe = doex merfos farte krmiy gress.

voorkomend:: (voorkmend: beleefd) polity {I}.

voorkoming:: (voorkming: het tegengaan) ulentos {A}, tygtjaos {A}.

voorlaatst:: (een na laatst) tentef aiyk; laatst.

voorleggen:: iets ~ aan iemand: prpnere flaju n rast {K}.

voorlezen:: trempe-hups {K}.

voorlichten:: fesrafane {K}.

voorlichting:: fesrafanos {C}.

voorliefde:: armtju'eccos {C}; bentrovretos {A}.

voorlijk:: furtmiypiy {I}.

voorlopen:: (v klok) tradamare {U}.

voorloper:: (fig) furt-vender {C}.

voorlopig:: (=vooreerst) ymortiy {I; [mv=enk]}; ~ [nog] (vooralsnog): tukst kjndos (afk= t..).

voormalig:: bentmeldor {I}; (=vorig/verleden) lst {I}.

voornaam::

  1. (voornm: bv) tygrnsc {I}; zij is een voorname en beleefde vrouw: eup melde eft tygrnsc n slamestiy mosjeus.
  2. (vrnaam: zn) (ook alle voornamen van iemand tezamen) di-quanka {C}; zie ook Voornamen in .

voornaamwoord:: (taalk: =pronomen) roni {C}; aanwijzend ~: prabaroroni {C}; betrekkelijk ~: cntekstoroni {C}; bezittelijk ~: lelperroroni {C}; onbepaald ~: nefestoroni {C}; persoonlijk ~: painoroni {C}; vragend ~: linnoroni {C}; wederkerend ~ ("zich"): hannteloroni {C}; wederkerig ~ ("elkaar"): ketteroni {C}; zelfstandig ~: stusoroni {C}.

voornamelijk:: (=hoofdzakelijk) jojelkimiy {I} (afk= jj.).

voornemen:: (zn) munkos {A}; (ww: fig) zich ~: munke {K}, munke-fes {U}.

voornoemd:: bovengenoemd; die.

voorom:: furtkest {I}.

vooronderstellen:: txe {K}.

vooronderstelling:: txos {A}.

vooroordeel:: nlton {C}; vol vooroordelen (bevooroordeeld): nltoniy {I}.

voorop:: furtkaf {I}.

voorouders:: liftkarosesz |..fk..| {Cmv}.

voorover:: furtess {I}.

voorplecht:: (=voordek) furtdec |furtek| {C}.

voorpoot:: furtlippio {C; rs= furtlippt}.

voorpost:: furt-putiy {C}.

voorproef:: blmtiy prufa {C}.

voorraad:: jzooos {C}; (=proviand) crcht {S}; ~ voor eigen gebruik: dres-jzooos {C}; in ~ (op magazijn): jzooiy {I}; in ~ hebben: jzooiyte {K}; genoeg [van iets] in ~ hebben (om de winter door te komen/de reis te kunnen volbrengen ed): zyre {U}; we hebben voldoende brandstof voor de winter/om de winter door te komen: kirro zyre lf ef kolof frpj ef burg; we hebben nog voldoende benzine om de volgende pomp te halen: frpj ef bensynn kirro zyre.

voorraadruimte:: (op een zolder) cieu {C; rs= ciutt}.

voorraadschuur:: (bij boerderij/molen) cieu {C; rs= ciutt}.

voorraadvorming:: jzooiyte-riffos {C}.

voorraadzolder:: sagagpy {C}.

voorradig:: (=voorhanden) jzooiy {I}.

voorrang:: (=prioriteit: NIET in het verkeer) prioritiy {C}; (vrnl in het verkeer) iafl {C}; ~ verlenen aan: iafle {K; gst= iaff}; het ~-verlenen (voorrangverlening): iaflos {C}.

voorrangverlening:: (het voorrang verlenen) iaflos {C}.

voorrecht:: (=privilege) rozzermos {A}; ~[en] genieten: rozzerme {E}.

voorrede:: prucrarolija {C}.

voorruit:: (v auto) mennmiflif {Crs}.

voorschieten:: nakafte {K}.

voorschijn:: te ~: ber zerfe; plotseling te ~ komen (opduiken): plype {Upr}; [met moeite] te ~ halen (lett): pliare {K}; het [met moeite] te ~ halen: pliaros {A}; plotseling vanuit het donker in het licht te ~ tredend (alg): tolcrs {I}; de overvallers springen uit het donker te ~ en slaan de bankloper neer: ef kafbyters arfine tolcrs ur knte ef benc-yrgt; de trein kwam snel/plotseling uit de donkere tunnel te ~: ef treno ufiro cupp ef tolcrs plkom; de zon komt telkens met kracht tussen de donkere wolkenpartijen te ~: ef kbo nle tolcrs; te ~ halen (achterhalen): pre-minkr {K}.

voorschip:: voriy {C}.

voorschoot:: (=schort) sgrt {C}; (groot schort met galgen) vrka {C}.

voorschot:: nakaftos {C}; renteloos ~: jola nakaftos.

voorschrift:: (verplichting) perkefos {A}; (=regel) vlass {C; mv= vlassa}, regliss {C; mv= reglie}; de ~en opvolgen: reglisse {E}.

voorschrijven:: (regel[s] geven) vlass-kette {K}; (v medicijn) tygtjastinde {K}; iemand de wet ~: lacs-fixe rast {K}.

voorspel:: (=proloog: v toneel) prologiy {C}; (in muziek; bij seks) preludym {C}; (bij seks) blmtiy painos {C}.

voorspellen::

  1. (voorspllen) ucge n {K}; het ~ (voorsplling): ucgos {A}.
  2. (vrspellen) stabe-hups {K}.

voorspeller:: (voorspller) ucgatjen {C}.

voorspelling:: (voorsplling, het voorspllen) ucgos {A}; (wat voorspeld is, de uitkomst) ucge-tiyn {A}.

voorspiegelen:: iemand iets ~ (iemand gouden bergen beloven): tocirre rast {K}.

voorspoed:: (welvaart) rm {C}; uros {Aef; mv= uroses} (os is hier GEEN nominalisatie-sx).

voorspoedig:: quxelira {I}, uros {I}; (=gelukkig) huresent {I}.

voorspraak:: machos {A}; (=verdediging) narn {SC}; op zijn ~: fes groft machos; op ~ van iemand: fes ef machos rifo rast (vz-uitdr).

voorsprong:: furtfartos {C}.

voorstaan:: kafobiyre {K}; het ~: kafobiyros {A}; (voor de verbeelding staan) fesbarite {K}; zich ~ (trots zijn op): hyfe tukst {Upr}; (voor ogen hebben) het beleid dat hij voorstaat (voor ogen heeft): groft eitor aupross.

voorstad:: nefsrt = susrt {C}.

voorstander:: furtiemzer {C}.

voorste:: (=vooraan) furtiy {I}; in de hardloopwedstrijd blijft hij de ~: fes ef zyle-tojesfs do tinde furtiy.

voorstel:: rtyc {C}; een ~ doen (voorstellen): rtyce {K}; ik wil jou een ~ doen: gress rtycaravy n tu.

voorstelbaar:: (voorstlbaar) rtycy {I}.

voorstellen::

  1. (iemands naam noemen; iemand introduceren) garde {K}; hij wil zich niet ~: do sen nert gartavy;
  2. (een voorstel doen) rtyce {K}; iemand iets ~: rtycare flaju n rast {K};
  3. (verbeelden/indenken) rtyce {K}; zich ~: rtyce {Upr}; A ~ als B: ef obiyre A lo B; stel je toch eens voor! (kun je nagaan!): bare armt ef cre!; voor te stellen zijn (denkbaar zijn): maste {K}; hij kan zich het ongeluk niet ~: do nert maste ef moplariy.

voorstelling:: (=verbeelding) rtycos {A}; (het optreden) stgos {C}; (theater) stgos {A}; (vertonen v film, dia's ed) megg {C}; ingewikkelde ~/verklaring van iets simpels: ntos {A}; verkeerde ~ van zaken (verdraaiing): colinaros {A}; laatste ~ (die iemand speelt): ncarolija {C}; de acteur houdt zijn laatste ~ met dit toneelstuk; dit is het laatste stuk dat de acteur nog speelt: ef ktr kette sener ncarolija lef mittof st.

voorstellingsvermogen:: mrasiyg {SC}.

voorsteven:: (boeg) [furt]mt {C}.

voort:: (=verder) tyr {III}.

voortaan:: arfinfortiy {I}.

voortbewegen:: (=voortduwen/voorttrekken: kar/slee/ploeg) tle {K}; zich ~: fle {U}.

voortbeweging:: flos {C}.

voortbrengen:: (telen) drge {K}; (opleveren) armtdragje |antragje| {K; gst= armtdragg}.

voortbrenging:: drgos {C}; armtdragjos |antragjos| {C}.

voortbrengsel:: drgos {C}; armtdragjos |antragjos| {C}.

voortdrijven:: (opdrijven: v kudde) krettare {K}.

voortdrijving:: (v kudde) krettsiy {C}.

voortduren:: be {U; gst= bt}, ane {U} (dl= Tjemp/Plef/Munt).

voortdurend:: (=aanhoudend/permanent) jren {I}; (=onophoudelijk) crb {I}, fartzjet {I}; (=constant) nert vluf tur velk {III} (afk= nv/v); ze pest de kat ~: eup vpje ef chat nert vluf tur velk; (van seconde tot seconde) ja seldarrs.

voortduring:: bos {A}.

voortduwen:: (kar/slee) tle {K}.

voorteken:: mlch {C}.

voortgaan:: (=voortschrijden: tijd) xone'ite {U; vdw= xnet}; ~ met (blijven): tinde beri {E}; hij gaat maar voort met eten (blijft [door]eten): do tinde beri larde; laten ~: talke {K}.

voortgang:: (schot) pelbt {C}; (=doorgang) colafesos {C}; (=voortschrijding: tijd) xone'itos {A}.

voortijdig:: furtfortiy {I}.

voortjagen:: (intrans) rrnge {U}, rnge {U} (arch/poe); (trans: =opjagen) rrngare {K}, rngare {K} (arch/poe); het ~ (voortjaging): rrngos {C}, rngos {C} (arch/poe).

voortjaging:: (het voortjagen) rrngos {C}, rngos {C} (arch/poe).

voortkomen:: ~ uit: jochoe {K}.

voortkruipen:: als een worm ~ (afwisselend dik en dun worden): ulliye {E}.

voortleven:: poire lilepiy {U}.

voortmaken:: (=opschieten) hurte {U}.

voortplanten:: [zich] ~: azerare {U}, prokreere |..je| {U}.

voortplanting:: prokreao {C}.

voortreffelijk:: (=meesterlijk) ksvenniy {I}; (=edel: metaal/diersoort ed) yfla {I}.

voortrekken:: ~ boven (=begunstigen): ef lyde lo nurpaniy kura {K}; niet voorgetrokken worden (gelijke kansen hebben): quimatere {U}.

voorts:: lilepiy {I; =vt v plks}; ik wil het gras maaien en ~/verder de dode boom omhakken: gress motavy ef kles ur lilepiy axavy ef koffon vildul.

voortschrijden:: (=voortgaan: tijd) xone'ite {U; vdw= xnet}.

voortschrijding:: (=voortgang: tijd) xone'itos {A}.

voortslepen:: zich ~ (moeizaam verlopen): ef synne tyr lef ef tiyn; de vergadering sleept zich voort: ef gadros synne tyr lef ef tiyn.

voorttrekken:: (alg: trekkend voortbewegen) frade {K}; (v kar/slee/ploeg) tle {K}.

voortuin:: [grote] ~ bij vrijstaand huis: erfo-arbe {C}; (kleine tuin in de stad) bascarbe {C}.

voortvarend:: hurtiy {I}, giss {I}.

voortvarendheid:: het tonen van ~/ijver: gissos {A}.

voortvloeien:: ~ uit (fig): fmpe {K}, vost[r]iche {K}.

voortvloeiing:: (dat wat [ergens uit] voortgevloeid is) vost[r]ichos {A}.

voortvluchtig:: (op de vlucht) zlumtiy {I}.

voortzetten:: emmettle {K}; zich ~ (lett): bore {Upr}.

voortzetting:: emmettlos {A}.

vooruit::

  1. (vruit: bv) (niet achteruit) tradam {III}.
  2. (voort!: ga maar!/kom op!) (aansporing om te gaan/iets te beginnen/moed te houden): fes gjlen!; (mars!, hortsik!) hihu! (aansporingsroep, vooral tegen trekdieren).

vooruitbetalen:: furt-kafte |fUrtkafte| {K}.

vooruitgaan:: (lett: =vooruitlopen) tradamfarte {U}; het ~: tradamfartos {C}.

vooruitgang:: (lett) tradamfartos {C}; (fig) tradamarte {C}; -farte {SX.c > c}; de ~ van de techniek: ef tegniyc-farte.

vooruitkomen:: ~ met (vorderingen maken met): tradamarfine lef {U}.

vooruitlopen:: (lett: =vooruitgaan) tradamfarte {U}; het ~: tradamfartos {C}; op iets ~ (fig): ef kette eft nakaftos n flaju.

vooruitstrevend:: heptiy {I; [mv=enk]}, tradamfartelira {I}; (=progressief) progreseff {I}; (=geavanceerd) avnseror {I}.

vooruitstrevendheid:: hepter {A; mv=enk}.

vooruitzending:: zlbinasos-furt {A}.

vooruitzetten:: (lett: tafel ed) tradame {K}; de klok ~ (als deze achterloopt): ef obiyre ef kloppa lo tradam; ef gre-furt ef kloppa {K; gst= gret-..}.

vooruitzicht:: (fig) tradamiy {C}.

voorvader:: futollus {C}; een ~ van hem: eft futollus armt do.

voorval:: (geval) klgt {C}; grappig/amusant ~: pot {C}.

voorvechter:: (=aanbeveler) macher {C}.

voorvoegsel:: (=prefix) fesfiy {C}.

voorwaarde:: m'eos {A}; onder ~n: na m'eos; de ~ waaronder ...: ef m'eos na sem ...; ~n stellen: jalo'ife {U; gst= jaloif}, m'ee {E}; het stellen van ~n: jalo'ifos {A}; onder bepaalde ~n: jalo'ifelira {I}; ze mogen het examen onder bepaalde ~n afleggen: ps piltt ef jalo'ifelira exm; onder welke ~n [kan ik me inschrijven]: na folarra m'eos [gress stintec-fes]; op ~ van: fes ef perke rifo (afk= f.p.r.).

voorwaardelijk:: na m'eos {A}.

voorwaarts:: furtr {I}.

voorwendsel:: iemotm {C}.

voorwerp:: (alg: =ding) tiyn {C}, t {C/A}; geheim/verborgen ~: pndo {C}; gevonden ~ (lett: vondst): minkeda {C}; hard en hoekig ~: krun {C}; lang dun en slap ~ (alg): fyrt {C}; lijdend ~ (taalk: =object): pjecc {C}; raar/vreemd ~ (=rariteit): sprp-sviba {C}; verloren ~: cermxlos |ks| {C}; verwrongen ~: stiyjp {C}.

voorwiel:: furt-trch {C}.

voorwielophanging:: (v auto) furt-trch-fixos {C}.

voorwoord:: prucrarolija {C}.

voorzaat:: mannelijke ~ (voorvader): futollus {C}; vrouwelijke ~ ("voormoeder", vgl "voorvader"): futientur {C}.

voorzetsel:: (taalk) furtplaa {C}.

voorzetten:: (v eten) lttele {K}; de klok ~ (als deze achterloopt): ef obiyre ef kloppa lo tradam; ef gre-furt ef kloppa {K; gst= gret-..}.

voorzichtig:: (alg) risinariy {I}; (eigenschap v persoon) risinar {I}.

voorzichtigheid:: risinariy {Aef}.

voorzien::

  1. (ww)
    1. (voorgevoel hebben, verwachten) furtunere {K}; (fig: verwachten) tradame {K};
    2. (met vz) ~ in: luftprare |lufp..| {K}; ~ van (uitrusten met): [l]crbare rifo {K}; het ~: lcrbaros {C}, crbaros {A}; ~ van mensen (bevolken): feszmpe |fes..| {K}; het ~ van mensen (het bevolken): feszmpos |fes..| {C}.
  2. (bv) rijkelijk ~ van: peran pai {III}; ~ zijn van/met: trade rifo {Upr}.

voorziening:: (datgene waarmee voorzien wordt) crbatt {C}; (het voorzien) crbaros {A}; (uitrusting/inrichting) snora {C}.

voorzijde:: (=voorkant) furtovap {C}.

voorzitter:: ziyter {C}.

voorzorg:: hrca {C}.

voorzorgsmaatregel:: hrca'umpaji {C}.

voos:: (sponsachtig) plp {I}; (fig: ongezond/bedorven) tmla {I}.

vorderen:: ([op]eisen) frdre {K; gst= frt; wst= frd; vdw= frts}; (voortgaan/ontwikkelen) rynde {U}.

vordering:: ([op]eising) frdros {C}; (vooruitgang) frdaros {A}; ~en maken met: frdare {K}; (ontwikkeling) ryndos {A}.

voren:: van ~ (lett: plaats): furta {III}; naar ~ [toe] (beweging): furtae {III}; van te ~ (fig: in de allereerste plaats): nert ral tur zuf {III}; je moet het rapport van te ~ lezen: tu trempt ef rapors nert ral tur zuf; van te ~ (fig: ervoor: voor handeling/tijd): blmt {VZ}; ik wil over het probleem praten, maar hij begint van te ~ (= voordat we aan praten toekomen) al te schelden: gress chaquintavy rifo ef mntyos, tur do finne beri zae blmt ef; naar ~ brengen: (opperen: v idee) karre {K}, (v wens) kafplae {K}.

vorenstaand:: blmtiy {I}.

vorig:: (=voorgaand) bentvendiy {I}; (verleden; wat [voorgoed] geweest is) meldor {I}; de ~e minister: ef meldor menester; (tijdsbepaling: verleden, afgelopen) lst {I}; ~e/afgelopen Kerstmis: lst Kriysts; [de] ~e dag: ef furtof {C}; [het] ~ jaar: ef furtzemper {C}; [de] ~e maand: ef furthertel {C}; [de] ~e week: ef furtmink {C}.

vork:: flemla {C}; tweepuntige ~ (bij "vleessnijstel"): yflo-priyk {C}; (fig) zo zit de ~ in de steel (z ligt de zaak): lo k ef pica melde martel [ur ef flecs melde kjupt].

vorm:: (mal/model) quzr {C}; (lett/fig: vorming) vobaros {C}; (fig: type/soort) vober {C}; dit verschijnsel is een ~ van metathesis: mittof enter melde eft vober rifo metatesiy; in de ~ van: zt vober rifo; volgens de ~ (vormelijk): vobariy {I}.

vormelijk:: (=formeel) vobariy {I}.

vormen:: (lett/fig) vobare {K}; (opvoeden, ontwikkelen: gezien als taak vd school ed) hfru-vobare {K}; ~ tot (maken tot): prnare n {K} (n is dt/vz).

vormgeving:: frmaji {C}, plto {C}.

vorming:: (lett/fig: vorm) vobaros {C}.

vorst::

  1. (heerser) monrgt {C}; zie ook Spokanische vorsten in ;
  2. (vriezend weer) vrust {S}.

vorstelijk:: monrgtt {I}.

vorstendom:: monrgstat {C}.

vorstenhuis:: mennfamyl {Crs}.

vorstin:: monrgta {C}.

vorstschade:: cryre-nenniy {C}.

vos::

  1. (zoogdier) (mnl/ntr) quft {C} (L. Vulpes vulpes); (mnl: =rekel) zlga {C}; (vrw: =moervos) urm {C};
  2. (vlindersoort) grote ~: quft-flyddere {C} (L. Nymphalis polychloros); kleine ~: prolakue-larder {C} (L. Aglais urticae).

voshaai:: trunn-haje {C} (L. Alopias vulpinus).

vossenbes:: (rode bosbes) (vrucht) hrtiy {C}; (struik) tohrtiy {C} (L. Vaccinium vitis idaea).

vossenhol:: quft-hola {C}, quftola {C}.

vossenklem:: (=voetangel) kupiy {C}.

vossenstaart:: (lett) quft-trunn {C}; (plant) grote ~: blufk-quft-trunn |blufquftrunn| {C} (L. Alopecurus pratensis).

voucher:: ideftros-quistarafiy {C}.

vousvoyeren:: (met "u" aanspreken) grserare {K}; elkaar ~: grserare {Upr}; Petriy en Elsa spreken elkaar nog steeds met "u" aan: Petriy ur Elsa sena grserare alt.

vouw:: foltos {C}, tomos {C}.

vouwbeen:: (briefopener) kornin-ynt {C}.

vouwblad:: (=folder) foltos {C}.

vouwen:: folte {K}.

vouwstoel:: (=klapstoel) pakra-ferdu {C}.

vraag:: linnos {C}; een ~ stellen: ef kette eft linnos; er is ~ naar iets: flaju giffe fes ef linnos; het is de ~ of/in hoeverre ...: losten {III}; het is de ~ of hij komt (zou hij nog komen?): do arfine losten; het is de ~ in hoeverre hij wil helpen: ef melde losten, do probart beri crtire; het is de ~ hoe lang hij kan blijven: ef melde losten, kol liyrs do tintec; het is maar de ~ of ...: ef melde jazy eft linnos, l ...; een stomme ~ stellen (ook: een stomme opmerking maken) ane {U}; stel toch niet van die stomme vragen!: nert ane-te lo k!.

vraaggesprek:: (=interview) intervju {C}.

vraagstuk:: (=probleem) tolinnos {C}; [rekenkundig] ~ (rekenopdracht): note-xafolla {C}.

vraagteken:: (?) linne-ponto {C}; (fig) ik zet ~s bij ...: gress plae linne-pontos luft ....

vraatzucht:: mjkin {SC}.

vraatzuchtig:: mjah {I}.

vracht:: tiyns {Cmv}; (=laadgewicht) plter {Cef}.

vrachtauto:: tiyns-oto {C}; zie ook Weggebruikers in .

vrachtautocombinatie:: (jur: vrachtauto met aanhanger, of trekker met oplegger) lajfdreutos {C}; zie ook Weggebruikers in .

vrachtautochauffeur:: (=vrachtrijder) tiynslenker {C}.

vrachtbrief:: mul-letra {C}.

vrachtgewicht:: (=laadgewicht) plter {Cef}.

vrachtloods:: (=goederenloods) tiyns-kul {C}.

vrachtrijder:: (=vrachtautochauffeur) tiynslenker {C}.

vrachtruimte:: (=bagageruimte) wagglot {C}.

vrachtschip:: tiyns-kar {C}.

vrachtvaart:: tiynsnjep {C}.

vrachtverkeer:: tiyns-kfs {C}.

vrachtwagen:: vrachtauto.

vragen::

  1. (alg) iets aan iemand ~: linne flaju n/piti rast {K}; naar iets ~: linne helkara flaju {U}; iemand iets bars ~ (=gebieden): rke flaju n rast {K};
  2. (uitsluitend mondeling) iemand ~ [of]: reppetjyme rast [den/l[ {K};
  3. (idioom) nou vraag ik je!: gress linne dus tu!; hij zal zijn fout nooit toegeven, als je het mij vraagt: styne kv do sener fotel, gress cnsidere; ga je mee? ja natuurlijk, hoe durf je dat nou te ~: vende tu rala? gress cnsiderelira!; ga je mee? natuurlijk niet, hoe durf je dat te vragen?: vende tu rala? cnsidere tu jazy?.

vragend:: ~ voornaamwoord: linnoroni {C}.

vragenlijst:: linneram {C}.

vrede:: bcn {SC}, px {SC}; ~ in een land: px armt eft ark.

vredelievend:: pxbariy {I}.

vredig:: pxiy {I}.

vreedzaam:: px {I}.

vreemd:: (=merkwaardig/buitenlands) tnefer {I}; (van een ander) entraferiy {I}; (=typisch) typise {I} (spr); in den ~e (uitheems): dlnese {I}; in een ~e wereld/omgeving (die niet de jouwe is): nenalm {I}; ~/raar voorwerp (=rariteit): sprp-sviba {C}; ~ type (raar persoon): dchmp {C}; het is ~ om [achteruit te zwemmen]: ef melde tnefer beri [svime prt]; er zit een ~e (=merkwaardige) kat in de tuin: eft tnefer chat melde fes ef arbe; er zit een ~e kat (=kat van iemand anders) in de tuin: eft entraferiy chat melde fes ef arbe.

vreemdeling:: (=buitenlander) tneferdes {C}; (iemand van buiten het dorp) entrafatjen {C}; (=zonderling) tneferiy {C}.

vrees:: var {SC}; uit ~ dat (opdat niet; om niet te): lest {DT} (doel/reden); hij greep haar vast, uit ~ dat hij zou vallen/uit ~ te vallen: do eup lest riye, do [nert] tassilme.

vreesachtig:: varyne {I}.

vreetpartij:: svlgos {C}.

vrek:: (=gierigaard) kleh {C}.

vrekkig:: (zeer gierig) klehiy {I}.

vreselijk:: (=verschrikkelijk)

  1. (zeer slecht/onaangenaam) woniyngo {I}; een ~ huis: eft woniyngo srt; mijn ~e buurman: kost woniyngo ksaner;
  2. (als versterking ve ander bv) st[r]kenn {III}; het is ~ warm vandaag: ef melde strkenn kjupt lelmo tof; een ~ aardig meisje: eft strkenn flifados 'nin; een verschrikkelijk ~ huis: eft strkenn woniyngo srt.

vreten:: (onbehouwen/veel eten: door mensen) svlge {K}.

vreugde:: hng {SC}; in de ~ delen: ef rovrete armt ef hng; lachen van ~: ef obezjere furt vrlk; tot 5.

vreugdekreet:: hnga {C}.

vreugdevuur:: drgna {C}.

vrezen:: ~ [voor]: vare furt {E}; (=duchten) megiye {K; gst= megiyt}; ik vrees het ergste: gress vare graviyn tiyns.

vriend:: frint {C}; matn {C} (arch); (v iemands echtgenoot/-note) frint-mlp {C}; als ~en (vriendschappelijk): piaqui {I}.

vriendelijk:: (minzaam) piaquan {I}; (=aardig) flifados {I}; ~ zijn tegen iemand: piaqune rast {K}; ef melde flifados armt rast; zo ~ zijn om (verzoek): haole beri {U}; als u zo ~ wilt zijn: me grs piaqunavy (beleefdheidsfrase, equivalent aan fara quiste; bij vragen); alstublieft.

vriendelijkheid:: piaquan {Aef}.

vriendin:: frinta {C}; (v iemands echtgenoot/-note) frinta-mlp {C; mv= frint-..}.

vriendschap:: piaqui {Aef; rs= piaque}.

vriendschappelijk:: (als vrienden) piaqui {I}.

vrieskou:: cryre-marteltiy {C}.

vriespunt:: cryre-ponto {C}.

vriezen:: cryre {E}; het vriest 4 C (het is -4 C): ef vrust melde 4Ctj.

vrij::

  1. (alg) jola {I}; ~e dag (waarop niet gewerkt wordt): jolaiye {C}; ~e grafiek: jola grafiyc; ~e tijd (als je niet hoeft te werken) jola-fort {C}; ~ van (niet verplicht tot): -joliy {SX.c/s > add}; ~ van port: pstsmurf-joliy; ~ van werk (met verlof): rm-joliy; ~ nemen (van je werk): jolaputte {U}; ~ zijn van: miptarpenne {K}; zie ook Vrije tijd in ;
  2. (v beroep) fpt {I}; hij heeft een ~ beroep (is freelancer): do melde fpt;
  3. (v vertaling/interpretatie) lef spinn {C}; een ~e vertaling: eft lef spinn trnslatao; deze vertaling is veel te ~; dit is een veel te ~e vertaling: dena trnslatao melde lef bertert spinn;
  4. (=nogal/tamelijk) armtzerfelira |andzer..| {I}; har ef tork (afk= h.e.t.); deze auto is ~ langzaam: dena oto melde har ef tork lftquar; dena oto melde h.e.t. lftquar.

vrijage:: (=vrijpartij; ook fig) rzos {C}.

vrijblijvend:: pallejola {I}.

vrijdag:: frtof {Cef} (afk= ft of fr); goede ~: Quista Frtof {N}.

vrijen:: rze {U}; een potje ~: ef rze ja ef dndeljons.

vrijetijdskunstenaar:: tokrater {C}.

vrijetijdswetenschapsman:: (=amateurwetenschapper) totibner {C}.

vrijgeleide:: entrafe-zillos {C}.

vrijgevig:: (=gul) kettebariy {I}.

vrijgevigheid:: (gulheid) kettebaros {C}.

vrijgevochten:: tek {I}; (=bandeloos) nehuor {I}.

vrijgezel:: cres {C}.

vrijhandel:: jola-lebet {C}.

vrijheid:: jolaiy {A; mv=enk; rs= jolate}; joliy {A; mv=enk} (dl= Liftka); ~ geven aan (vrijlaten: lett): jolaare {K}.

vrijheidlievend:: jolaiybariy {I}.

vrijkaartje:: jola-tiycet {C}.

vrijklaren:: (Erg-ritueel waarbij riyts of kalo ongeldig gemaakt wordt) kirre {K}.

vrijklaring:: kirros {A}.

vrijkomen:: (=loskomen) jolae {U}; het ~: jolaos {C}; hij is gisteren vrijgekomen (uit de gevangenis): hols do jolaa; er komen veel schadelijke stoffen vrij: pert nenn rs jolae; met de schrik ~: ef fafine ef trav.

vrijkopen:: idelorerde {K}; het ~: idelorerdos {A}.

vrijlaten:: (lett: vrijheid geven aan) jolaare {K}.

vrijlating:: jolaaros {C}.

vrijmaken:: de weg ~ voor: mitaloine {K}; het ~ van de weg: mitaloinos {C}.

vrijmetselaar:: jola-matier {C}.

vrijmetselarij:: jola-matieren {C}.

vrijmoedig:: nequstre {I}.

vrijpartij:: (=vrijage) rzos {C}.

vrijpleiten:: jola-querde {K}.

vrijpostig:: iylepiyt {I}.

vrijspraak:: idetjelos {A}.

vrijspreken:: idetjele {K}.

vrijstaand:: (huis) fpt {I}.

vrijstellen:: ~ van (=ontheffen van): jolakette furt {K}.

vrijstelling:: (=ontheffing) jolakettos {A}.

vrijster:: oude ~: nuna-almuss {C; mv= ..-almue}.

vrijuit:: ~ gaan (onschuldig zijn): nte {E}.

vrijwaren:: ~ van: furtkafte kura |furtkAfte| {K}.

vrijwel:: (zo goed als) wmagen {III}.

vrijwillig:: jolabare {I}.

vrijwilliger:: jolabarer {C}.

vrijzinnig:: (=liberaal) liberala {I}; ~ persoon (=liberaal): liberaliy {C}.

vroedvrouw:: naliycera {C; mv= naliycer}.

vroeg:: (niet laat) horit {I; vt= quefs; ot= quritt; vk= ibrt; mt= datc}; Petriy staat altijd ~ op, maar ik sta [nog] ~er op: Petriy levere riyfain horit, tur gress levere quefs; Elsa staat het ~st op: Elsa levere quritt; ik sta minder ~ (=wat later) op dan Petriy (maar we staan beide vroeg op): gress levere ibrt dus Petriy; Petriy en ik staan altijd ~ op, maar ik het minst ~: Petriy ur gress levere riyfain horit, tur gress levere datc.

vroeger::

  1. (een tijd geleden) horit {I}; (in bevestigende zinnen met aoristus op -o) ~ waren er meer paarden en weinig auto's in Spokani: horit vluf blofs ur litel otos meldo fes Spooksoliy;
  2. (=eerder: dan het moment dat de spreker op het oog had) wnta {I; =vt v zft}; hij komt ~/eerder dan ik verwacht heb: do arfine wnta dus gress dxo; morgen zullen we ~/eerder opstaan dan vandaag (maar dit tijdstip kan best nog lt zijn): mas levere kirro wnta dus lelmo tof; vroeg.

vroegtijdig:: vroeg.

vrolijk:: hupser {I}, vrlk {I}; ~ zijn: hupsere {U}; zeer ~ (=uitgelaten): pyppe {I}; in een ~ geval (als er iets plezierigs gebeurt): ollerami {I}.

vrolijkheid:: klodery {C}, vrlk {Aef}.

vroom:: blja {I}.

vroomheid:: blja {Aef}.

vrouw:: (alg: tegenover "man") mosjeus {C}; (getrouwd: echtgenote) tubs {C}; ongetrouwde ~ (=mejuffrouw): nma {C} (arch); jonge ~: plurstitar {C} (dl= Peg); oudere ~: genka {C}; Onze Lieve Vrouw: Kult-Sjeus {N} (afk= K.Sj.).

vrouwelijk:: sjeusiy |..| (eusiy) {I}; (verwijfd: v man) dns {I}.

vrouwenborst:: miym {C}.

vrouwengedaante:: (=vrouwengestalte) mosjeuspt {C}.

vrouwengestalte:: (=vrouwengedaante) mosjeuspt {C}.

vrouwenmantel:: (plant) -ketter {C} (L. Alchemilla vulgaris).

vrouwenontvoerder:: (=schaker) idegabaner {C}.

vrouwenroof:: (=schaking) idegabanos {C}.

vrouwmens:: onaangenaam ~ (wijf): deft {C} (pej).

vrouwtje:: (vrw dier) sjeus (eus) {C}.

vrucht:: belk {C}; ~en (=fruit): belk {S}; gedroogde ~en: Mari-belk {S}; met ~en (=vruchtdragend): lbelkor {I}; iets werpt ~en af (fig): flaju verare belks; (sprkw) verboden ~en zijn de zoetste: kaldo usynn crstyne lo grum terat dus qualostiyor weinoh.

vruchtbaar:: frta {I}.

vruchtbaarheid:: frtalos {C}.

vruchtdragend:: (met vruchten) lbelkor {I}.

vruchteloos:: tahciy {I}.

vruchten:: (=fruit) belk {S}.

vruchtenboom:: (=fruitboom) tobelk {C}.

vruchtengebak:: warm ~ (specialiteit uit Tjemp): frnciy {C}.

vruchtenpap:: (pudding: als nagerecht) zva {C/S}.

vruchtensap:: sef {S}; een glas ~: eft sefa {C}.

vruchtgebruik:: rinne-keldos {A}.

VS:: (Verenigde Staten) US {G/afk}; de ~: US (geen lidwoord en enk).

vuig:: zlna {I}.

vuil::

  1. (zn) (=smerigheid) dirt {S}; fijn ~ (=stof): tst {S};
  2. (bv) (=smerig) dirtiy {I}; (=vies) ajir {I}; (niet schoon) neclenn {I}; erg ~ (=smerig): sgp {I}.

vuiligheid:: (lett/fig) dirter {C}; (=stoffigheid) tster {C}.

vuilnis:: todirt {S}.

vuilnisauto:: todirtnolac {C}.

vuilnisbak:: todirtlot {C}.

vuilnisman:: todirter {C}.

vuilniszak:: todirt-sako {C}.

vuilstortplaats:: crelco {C}.

vuiltje:: (ongerechtigheid) tyrntiyn {C}; een ~ in mijn oog: eft tyrntiyn fes ef re eit.

vuilverbranding:: afvalverbranding.

vuist:: vust {C}.

vulgair:: ieacc |we..| {I}.

vulkaan:: vlcano {C}.

vulkanisch:: vlcanise {I}.

vulkaniseren:: (zwavel bij rubber) vulkanisere |..je| {K}, lgume {K}.

vullen:: rge {K}, fule {K} (dl= Liftka/Brr); A met B ~: ef tlpe B n A; zich ~: rge {Upr}; (stoppen: v gat) kpse {K}; het ~ (vulling): rgos {C}, fulos {C} (dl= Liftka/Brr); kpsos {C}; hij vult het glas met melk: do rge ef kliqu lef helt; do tlpe ef helt n ef kliqu.

vulling::

  1. (het vullen) rgos {C}, fulos {C} (dl= Liftka/Brr); (het stoppen ve gat) kpsos {C};
  2. (stof waarmee gevuld is) (alg) rgos {C}; (in stoelzitting) rgitt {S}; (in gebak, pastei ed) tjyto {S}; (in kies) kps {C}.

vulpen:: flappa {C}.

vulsel:: (=vulling; stof waarmee gevuld is) rgos {C}.

vuns:: (=duf/onfris) ks {I}.

vuren:: flecse {K}; een revolver ~: ef flecse eft grerefjns; het ~ (v wapen): flecsos {C}.

vurig:: (lett: vol vuur) flecsiy {I}; (lett/fig) lflecsor {I}; (fig) nkriy {I; [mv=enk]}; (=hartstochtelijk) zel {I}.

vuur:: flecs {C/S}; (in de buitenlucht: voor warmte of om te waken) loa {C; rs= lte}; een ~[tje] maken/stoken: ef riffe eft loa (in de buitenlucht); [net] opgestookt ~ (maar nog niet heet genoeg om de ketel of het water te kunnen verwarmen) strlos {C}; vol ~ (lett/fig: vurig): lflecsor {I}; ~ geven: flecse {K}; hij wil mij geen ~tje geven: do nert flecsavy gress.

vuurgloed:: enx |X| {C; mv= enkes}; (fel) refos {C}.

vuurhaard:: burestek {C}.

vuurkever:: (=vuurvlieg) flecs-zler {C} (L. Pyrophorus noctilucus); (rode kever) fes {C} (L. Pyrochroa coccinea).

vuurpijl:: flecs-pyl {C}.

vuurplaats:: (=haard) mrt-srt {C}.

vuurrood:: enx-mindefit |X| {I}.

vuursalamander:: Cjoefen-salamndriy {C} (L. Salamandra salamandra).

vuurscherm:: (=haardscherm) slitpaaf {C}.

vuurspuwen:: flecsule {U}.

vuursteen:: ~[tje]: bednini {C}.

vuurtoren:: littekipt {C}; zie ook Vuurtorens in .

vuurtorenwachter:: littekipt-gert {C}.

vuurvast:: nt-flecs- {PX.c}; een ~e schaal: eft nt-flecs-sgla.

vuurvlieg:: flecs-zler {C} (L. Pyrophorus noctilucus).

vuurvlinder:: grote ~: hupster flecs-zler {C} (L. Lycaena dispar).

vuurvreter:: flecs-larder {C}.

vuurwapen:: flecs-wp {C}.

vuurwerk:: flecso {C/S}.

vuurwerkvreter:: flecso-larder {C}.

vuurzee:: (=inferno) qul {C}.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO