Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

p:: (naam vd letter P) pe {C}.

paal:: kib {C}, paliy {C}.

paapje:: (vogel) tfjana {C} (L. Saxicola rubetra).

paar::

  1. (twee stuks) patury {C}; een ~ schoenen: ef patury [rifo] musts;
  2. (stel: mensen) tiyp {C}; (sprkw) twee vormen een ~, drie is een menigte (nav driehoeksverhouding ed): ten melde tiyp, dur melde clma;
  3. (zv) een ~ (enige[n], enkele[n]): effers {ZV; gnp= efferser; gnz= effersr; rs= efferes}; ken je veel Spokanische schrijvers? ik ken er een ~: aftel tu tiffe pert spooksoliy otrs? gress tiffe effers;
  4. (ov) een ~ (enige, enkele): gopirus {OV}; ik ken een ~ sprookjes: gress tiffe gopirus cofiys.

paard::

  1. (ntr) blof {C}; (jong paard: veulen) fliy {C}; (zeer jong paard: werk-/trekpaarden tot ca 2 maanden; rijpaarden tot ca 3 maanden; mynalls tot ca 5 maanden) lme {C}; (=ros) lat {C} (arch/poe);
  2. (mnl: hengst) aerrf |we..| {C}; (jonge hengst) vyx {C};
  3. (vrw: merrie) zlef {C}; (jonge merrie) kapa {C};
  4. (bijzondere paarden) (gecastreerd: ruin) quilch {C}; volbloed ~: prltter {C}; (dat de ploeg trekt) blofukr {C}; (met afgeschoren manen en staart; als paradepaard) sgt {C}; (kostbaar grijs rijpaardenras) mynall {C}; (grijs trekpaard met beetje mynall-bloed) grs {C};
  5. te ~ reizen, met een ~ rondtrekken: phate {U}.

paardenbloem:: dndeljon {C} (L. Taraxacum officinale).

paardendeken:: (onder zadel) glnk {C}.

paardenfokker:: blofer {C}.

paardenfokkerij:: (het bedrijf) kafrytos {C}; (gebouw waarin het fokken plaatsvindt) glk {C}.

paardenhaar:: (n haar) blof-mir {C}; paardenharen (haardos): blof-mirs (mv!).

paardenhoefklaver:: kycve-xejafiy {S} (L. Hippocrepis comosa).

paardenkastanje:: [witte] ~: blof-ftyiy {C; rs= ..-ftyte} (L. Aesculus hippocastanum).

paardenkracht:: (PK) blofgjlen {C} (afk= B).

paardenmarkt:: blof-stovy {C}.

paardenrennen:: blof-zylos {C}.

paardenstaart:: (in menselijk haar) weliyp {C}; (=heermoes: plant) reve-esa {C} (L. Equisetum arvense); reuzen~: kea reve-esa (L. E- telmateia).

paardenstal:: (dikwijls: openbare stal waar iedereen zijn paard voor korte tijd kwijt kan: "parkeergarage voor paarden") kredek {C}.

paardenstalling:: blofquer {C}.

paardenvlieg:: (daas) knka {C} (ihb: L. Tabanus bromius).

paard-en-wagen:: blofnolac {C}; ([eenvoudige] koets) rtnolac {C}.

paardrijden:: rte {U}, spuje {E; gst= spujer} (dl= Centraal-Berref).

paarlemoer:: perle-sientur {C/S}.

paars:: brr {I}, bra {PX.c > c}.

paartje:: (stelletje: mensen) tiyp {C}.

paasavond:: Pask-lk {C} (de zaterdagavond vr eerste paasdag als de katholieke Spokanirs de voorbereidingen voor het vieren vh paasfeest treffen, zoals vreugdevuren ontsteken en broden in de vorm v lammeren bakken).

paasdag:: Pask-tof {C; mv= ..-terrats}; eerste ~: Pask-kbotof {N}; tweede ~: Pask-lunatof {N} (officile feestdagen; op tweede ~ zijn winkels beperkt geopend).

paasfeest:: (=Pasen) Pask {N}.

pacht:: ozyrr {C}, amros {C}.

pachten:: amre {K}.

pachter:: amrputter {C}.

pad::

  1. (smal weggetje) pt {C}, cet {C} (dl= Peg); (=bergpad) tsiym {C}; (=bospad, bosweg: breed ~) grx {C}; (=duinpad, duinslag) bengaliy {C}; (=grindpad) quvt {C} (dl= Centraal-Berref); (=ruiterpad) blof-kiyk {C}; (=zandpad; door de duinen) zuft {C}; (door moeras of duinen) rende {C} (dl= Ales); (dat naar de voordeur leidt; langs de voorkant van een huis) bascpt |baspt| {C}.
  2. (amfibie) hyg {C} (L. Bufo); groene ~: mes hyg (L. B- viridis); gewone ~: presr hyg (L. B- bufo).

paddenstoel:: (ihb: met duidelijke hoed en steel, zoals champignon) chnt {C}; (ihb zonder duidelijke steel en hoed, zoals koraalzwam of varkensoor; dikwijls ook giftig) missis {C; mv= missisa}.

padvinder:: (=scout) pt-minkeder {C} (afk= PM).

page::

  1. (persoon) eken {C}, pa {C; mv= paes};
  2. (vlinder) marestjer {C}; bruine ~: vlc-flyddere {C} (L. Strymonidia pruni).

pagina:: (=bladzijde) prac {C} (afk= pr.), pagina {C}; bladzijde.

pagode:: pagoda {C}.

pak::

  1. (verpakt voorwerp) (klein: =pakje) pk {C}, labiniy {C}, (groter: =pakket) tryft {C};
  2. (product, bijeengehouden in papier/karton/kunststof ed) slx {C}; een ~ suiker: eft sucro-slx; een ~ melk: ef helt-slx;
  3. (=kostuum: herenkleding) sut {C};
  4. (idioom) ~ slaag: rgos {C}, ott |wott| {C}; het is een ~ van mijn hart: ef ns-emos pnte nt gress; (fig) bij de ~ken neer gaan zitten: ef prap fesoume luft Brefcch.

pakhuis:: tryfter {C}.

Pakistaan:: Pakistny {Cef}.

Pakistaans:: (bv) pakistn {IIef}; ~e vrouw: Pakistna {Cef}.

Pakistan:: Pakistn {G}.

pakje:: (=pakketje) labiniy {C}, pk {C}; (voor sigaretten ed) bx |ks| (bks) {C}; ~ sigaretten: sigarett-bx; sigaretten~: sigarettlot {C}.

pakken::

  1. (alg: =nemen) putte {K; vdw= potter}; het ~: puttos {C};
  2. (nadruk op omklemming: =grijpen) lelde {K}, ubere {K}, qure {K};
  3. (bijeenpakken) wehote {K}; het ~: wehotos {C};
  4. (v koffer) nnce {K}; het ~: nncos {C}.

pakkerd:: (=knuffel) riyer {C}.

pakket::

  1. (=pak) tryft {C}; (kleiner dan tryft: pakje) pk {C};
  2. (fig: een als eenheid behandelde verzameling) clobjiyt {C}; een aandelen~: eft frmler-clobjiyt.

pakpapier:: [vel] ~: nnce-kornin {C/S; mv= ..-kartafiy}.

pal::

  1. (zn: =pen) kiyk {C}.
  2. (bv: =juist/precies) neryt {III}; ~ voor de deur: neryt furt ef argerat.

Palau:: Palao {G}.

paleis:: lofipana {C}, korsrt {C}; zie ook Paleizen in .

paleisdeur:: korgerat {C}.

paleisraam:: (v gekleurd/bewerkt glas) kormiflif {C}.

paleistrap:: kormittors {C}.

paleistuin:: korarbe {C}.

paleiswacht:: korgert {C}.

Palestijn:: Palestyno {Cef}.

Palestijns:: (bv) palestynn {IIef}; ~e vrouw: Palestyna {Cef}.

Palestina:: Palestynn {G}.

palet:: palett {C}.

paling:: (=aal) iyliy {C}, l {C} (dl= West-Liftka) (L. Anguilla anguilla).

palm:: (boom) palm {C}.

palmboom:: palm {C}.

pamflet:: (mededelingenblad) blompafiy {C}, fk {C}; (vlugschrift) pmflett {C}.

pan:: (om in te koken) hecc {C}, pn {C}.

Panama:: Panama {G}.

Panamakanaal:: Panama-kanol {G}.

Panamees::

  1. (zn: bewoner) Panamany {Cef};
  2. (bv) panama {IIef}; Panamese vrouw: Panamana {Cef}.

pand:: (huis) zrato {C}; (onder~) hakf {C}; (slip: v jas) ingoch {C}.

paneel:: hmos {C}; (=scherm: vooral in samenstellingen) rpaaf {C}.

paneermeel:: krtos {S}.

paneren:: krtare {K}.

paniek:: mchef {C}; in ~ raken: mchefe {U}; ze vluchten in ~ alle kanten op: ps itrre mchefelira cradefovap {tdw}.

panisch:: mchefiy {I}.

panlat:: rgl {C}.

panne:: (=pech: met auto) strt {C}.

pannendak:: tuttos {C}.

pannenkoek:: (slap en dun) crepp {C}; (knapperig) lett {C}.

pannenkoekje:: (flensje) belt-crepp {C}.

pannenlap:: heccfsto {C; mv= heccfste; rsmv= heccfstott}.

pantalon:: bof {C}.

panter:: (mnl/ntr) pantriy {C}.

panteramaniet:: pucc-mitramissis {C} (L. Amanita pantherina).

pantoffel:: beltmust {C}; (=slof) zveje-tiffug {C}, zvejet {C} (pop).

pantoffelbloem:: zveje-tiffuger {C} (L. Calceolaria herbeohybride).

pantser:: (=harnas) roli {C}.

pantseren:: rolie {K}.

panty:: (maillot) malo {C}.

pap:: (brij) molarriy {S}.

papa:: pp {C}, pp {C} (dl= Tigof/Lomky/Garos), ppp[e] {C} (dl= Zverosta).

papaver:: (alg) kruyc {C} (L. Papaver somniferum); ppfe {C} (vrnl in samenstellingen als pleko-ppfe = gele hoornpapaver).

papegaai:: papiygoe {C; rs= papiygott}.

papegaaiduiker:: plnse-fols {C}.

paperclip:: kornin-chiyper {C}.

papier:: (alg) kornin {C/S; mv= kartafiy}; (als materiaal) ppre {S}; van ~ gemaakt (papieren): ppriy {I}; (=schrijfpapier: meestal ook beschreven) scrfkt |..ft| {C}; velletje ~: cfoliy |cvo..| = cvoliy {C}.

papieren:: (van papier gemaakt) ppriy {I}.

papiermand:: (=prullenbak) korninlot {C}.

Papoea-Nieuw-Guinea:: Papua-Nie-Gynee {G}.

papperig:: (tot moes) frfiy {I}.

paprika:: pimento {C}.

paraaf:: tozalo {C}.

paraat:: (bij de hand) feng {I}.

parabel:: parabel {C}.

paracetamol:: parasetaml {S}.

parachute:: nt-tass {C; mv= ..-tassa}.

parachutespringen:: (als sport) parachutos {C}; (de sport beoefenen) ef merre parachutos; hij gaat elke zaterdag ~: do merre parachutos jadk smtof.

parachutist:: nt-tasser {C}.

parade:: parde {C}.

paradepaard:: (met afgeschoren manen en staart) sgt {C}.

paradigma:: paradigma {C}.

paradijs:: paradiso {C}.

paradox:: paradks {C}.

paradoxaal:: paradksala {I}.

paraferen:: (=aftekenen) re {K}.

parafering:: (=ondertekening) ros {C}.

paraffine:: parafynn {S}.

parafraseren:: ~ als: kaftyre lo {K}.

paragraaf:: quzr {C} (afk= Qz.); (lid: v wetboek ed) manta {C} (afk= Mt).

Paraguay:: Paraquiy {G}.

Paraguees::

  1. (zn: bewoner) Paraquo {Cef};
  2. (bv) paraquiy {IIef; mv=enk}; Paraguese vrouw: Paraqua {Cef}.

parallel::

  1. (zn: lijn die evenwijdig loopt aan andere lijn) paralelliy {C};
  2. (bv) skn-krono {I}; ~ [aan] (meetkunde): paralell [lango] {I}.

parallelweg:: (=ventweg) nefmirra = sumirra {C}.

paramedisch:: mediseer {I}.

paramilitair:: (bv: semimilitair) militerrer {I}.

paranormaal:: paranrmala {I}.

paraplu:: (=regenscherm) lagitofidal {C}, lada {C} (pop).

parapsychologie:: parapsygoliy {C}.

parasiet:: parasytja {C}.

parasol:: (=zonnescherm) lagitofbo {C}, labo {C} (pop).

parasolzwam:: grote ~: hupster nurpzor {C} (L. Macrolepiota procera).

pardoes:: (hals-over-kop) pd {III}.

pardon:: (=vergiffenis) roiyvos {A}; ~! (sorry!): elleria!, eller! (spr/dl= Berref).

parel:: perle {C}.

parelduiker:: (vogel) hupster plnsatjen {C} (L. Gavia arctica).

parelgras:: eenbloemig ~: melika-kles {S} (L. Melica uniflora).

parelmoervlinder:: grote ~: perle-sientur-flyddere {C} (L. Mesoacidalia aglaja).

parelmossel:: rivier~: prusot-perlemit {C} (L. Margaritifera margaritifera).

parelstuifzwam:: perlebl {C} (L. Lycoperdon perlatum).

paren:: (geslachtsgemeenschap hebben) pature {U}.

parfum:: (welriekende stof) mrunala {C}.

paria:: paria {C; rs= pariat}.

Parijs:: Paris = Pariys {G}.

paring:: (geslachtsgemeenschap) paturos {C}.

park:: (in stad) prc {C}; nationaal ~ (natuurreservaat): zille-are {C; rs= ..-aret} (afk= ZA); zie ook Parken in .

parka:: (anorak: jas met capuchon) prka {C}.

parkeerautomaat:: garage-otomat {C}.

parkeergarage:: gara-srt |gAra-/garA-| {C}.

parkeermeter:: garage-kloppa {C}.

parkeerplaats:: (voor auto's) garage-srt {C} (afk= GS).

parkeerterrein:: (voor auto's) garage-srt {C} (afk= GS).

parkeerverbod:: garage-mf {A} (afk= GM).

parkeerverbodzone:: (in centra v grote steden) garage-mf-zne {C} (afk= GMZ).

parkeervergunning:: garage-jabincos {A}.

parkeren:: (auto, fiets, paard) garage {K}; verboden te ~ (als opschrift: NP): garage-mf {A} (afk= GM).

parket:: (=stalles: voorste rijen, gelijkvloers, in theater) suqutt {C}.

parketvloer:: muriyos {C}.

parkiet:: percette {C} (L. Melopsittacus).

parklandschap:: prc-arkofiy {C}.

parlement:: prlement {C}.

parlementair:: prlementerr {I}.

parnassia:: prnaa-kolinixog {C} (L. Parnassia palustris).

parochie:: parochiy {C}.

parodie:: parod {C}.

parool:: (=leuze) stint {C}; (=wachtwoord) quiyr {C}.

paroxytonon:: (taalk: woord met hoofdaccent op voorlaatste syllabe, zoals in elk Spok woord met variabel accent) towlc-ksenter {C}.

part:: (gedeelte) indon {C; mv= indino}; (klein gedeelte) stl {C}.

parterre:: (in theater: gelijkvloers achter stalles) mennqutt |mennqut| {Crs}; op de ~/begane grond: fes ef rtef trda.

particulier::

  1. (zn) ver {C};
  2. (bv) (=priv) pryf {I}; (=privaat) vert {I} (als tegenstelling v publiek B.).

partij:: (strijdende groep; politiek; jur) party {C}; (=feest) fenta {C}; (goederen) lt {C}; (muziek) part {C}; ~ kiezen voor (staan achter): ovape {K}; het ~ kiezen voor: ovapos {C}; politieke ~: politiyc-party {C}; zie ook Politieke partijen in .

partijdig:: partijdig||onpartijdig: tspiy {Iid}; .

partijdigheid:: partijdigheid||onpartijdigheid (subjectiviteit||objectiviteit): tsp {Aid}; .

partje:: (sinaasappel) stl {C}.

partner:: (alg: degene met wie men iets doet) cheber {C}; (persoon met wie men samenleeft, maar met wie men niet getrouwd is) crolle {C}.

partnerschap:: (het samenleven v 2 personen) crollos {C}.

pas::

  1. (zn)
    1. ([voet]stap) ps {C}; er de ~ inzetten (flink aanstappen): istebe {U}; aan te ~ komen: hartiyare [beri/den] {K}; niet te ~ komend (niet zoals het hoort): quazjoelira {I};
    2. (=bergpas) kl {C};
    3. (=paspoort) ps {C};
    4. (=pasje: plastic kaart) krta {C}.
  2. (bv/bw)
    1. (op maat) trgjuiy {I}; een ~ gemaakte jas: eft trgjuiy riffor kas;
    2. (waterpas) kerposiy {I}; de drempel is niet [water]~: ef stupp nert melde kerposiy;
    3. (zojuist, zo-even, kortgeleden) amii {III}; het ~ ontvangen geld: ef amii kettaror smurf; hij is [nu] ~ aangekomen: do meana amii [ral];
    4. (net begonnen; niet eerder) amii {III}; het leven begint ~: ef poiros finne amii; hij is ~ twintig: do melde amii lef erg-sers zempers; na een uur rijden zijn we ~ in Trondom: mintof r zurtarr lf lufiros kirro melde amii ber Trondom; ~ toen hij weg was, besefte ik ...: amii mintof do meldo tij, gress fesketta ...;
    5. (in hoge mate) crulabiy {I}, (spr) crula {I}; dat is ~ leuk!: mittof melde crula[biy] lfiy!;
    dan 1.

Pasen:: (=paasfeest) Pask {N}; [elk jaar] met ~ (als het ~ is): paskas {I}; met de komende ~: lelmo Pask.

pasfoto:: (op paspoort) psty {C; rs= pstte}; (op ander identiteitsbewijs) identifjy {C}.

pasje:: (=plastic kaart) krta {C}.

paskamer:: trijelmit {C}.

pasmunt:: (=kleingeld) todrur {C}.

paspoort:: ps {C}; zie ook Paspoorten in .

paspop:: (=buste) trkyl {C}.

passage:: (overdekte straat) galeriy {C}; (deel ve tekst) psa |psa/psA| {C; mv= psaes}; (het passeren) paos {C}.

passagier:: psager {C}.

passen::

  1. (overeenkomen wat de maat betreft) trgjue {U}; (de juiste afmetingen hebben: v sloop, overtrek, verpakking ed) hlse {U}; (=aan[een]sluiten) fitte {U};
  2. (goed zitten/staan: v kleding) hlse {U}; past die jas? ("is die jas groot/klein genoeg?"): aftel dena kas melde zjentiy?;
  3. (=aanpassen: v kleding) trije {K; gst= trit}; wilt u de broek ~?: aftel grs tritavy ef bof?;
  4. (gepast betalen) pijkafte {K};
  5. (=betamen/horen) coe {K}; het past u niet om ...: grs nert coe den, ... (of: nominalisatie);
  6. ~ in: (lett/fig: in het kader blijven van) mrtare {K/U}; (inpassen in een schema ed) lmrtare fes {K}; ik kan de nieuwe opdracht niet in het tijdschema [in]~: gress nert lmrtarec ef kleter xafolla fes ef fort-sgema; het past niet in het beleid: ef nert mrtare fes ef aupross;
  7. ~ bij (=behoren bij): ef melde quista na;
  8. ~ op (oppassen): mulkare {K}; ik pas op de kinderen: gress mulkare ef efantys.

passend:: (op maat) trgjuiy {I}.

passer:: (om cirkels te trekken) sqularr {C}.

passeren:: (gaan door/langs) pae {K}; de grens ~: ef pae ef fini; (voorbijrijden zonder te stoppen) arvende luft {U}; de trein rijdt het station voorbij (stopt er niet): ef treno arvende luft ef garrent; laten ~ (voorbij laten gaan): lste {K} (fig: v tijd, narigheid, boze bui ed).

passief::

  1. (alg) pseff {I};
  2. (Spok taalk) (actief obj wordt subj) lijeer {I} (gevormd met het sx lije); (actief ind.obj wordt subj) liter {I} (gevormd met het sx lit);
    PASSIEF: basisschema
    actieve basiszin:
    Elsa geeft het boek aan rs = Elsa kette ef mimpit n rs
    object wordt zinskern
    met agens (Het boek wordt door Elsa aan rs gegeven)
    Ef mimpit kettelije pai Elsa n rs
    zonder agens (Het boek wordt [aan rs] gegeven)
    Blul kettelije ef mimpit [n rs]
    echo wordt zinskern
    met agens (Aan rs wordt het boek door Elsa gegeven)
    rs kettelit pai Elsa enn ef mimpit
    zonder agens (Aan rs wordt het boek gegeven)
    Blul kettelit rs [enn ef mimpit]
    rs kettelit enn ef mimpit
    zie ook: worden 4/5; er 1

passievrucht:: psiy {C}.

passiviseren:: (taalk: passief maken) pseffare {K}.

pasta:: (smeersel) psta {S}; (deegwaren) blot-psta {S}.

pastei:: (gebak, gevuld met vlees/vis) piyya {Crs}.

pastel:: (kleurstof) pstell {C/S}; (tekening) pstellos {C}.

pasteltekening:: pstellos {C}.

pasteuriseren:: psturizere |..je| {K}.

pastinaak:: pstenc {C} (L. Pastinaca sativa).

pastoor:: (RK) pstor {C}.

pastorie:: (RK) pstoriy {C}.

patat:: patates frites.

patates:: ~ frites: spana cartlks {Cmv}.

patent:: (=octrooi) brevett {C}.

pater:: fols {C}.

pathologie:: patoliy {C}.

patint:: (=zieke) kinet {C}, wzer {C}; (iemand die behandeld wordt) floma {C}.

patio:: (binnenplaats) patjo {C}; (ommuurde tuin) es-arbe {C}.

patrijs:: pertres {C} (L. Perdis perdix).

patrijspoort:: hgg {C}, riyn-miflif {C}.

patriot:: trimra {C}.

patroon:: (model) quzr {C}; (huls: v metaal) patroniy {C}; (fig: ook motief op stof ed) torut {C}.

patrouille:: (groep mensen) tovert {C}; (het patrouilleren) veros {C}.

patrouilleren:: vere {K}.

pauk:: derrs-drm {C}.

paus:: popp {C}.

pauselijk:: poppiy {I}.

pauw:: vttiyr {Crs} (L. Pavo cristatus).

pauwoogpijlstaart:: leitor vogily-flyddere {C} (L. Smerinthus ocellata).

pauze:: panot {C; mv= opanot}; ~ houden (pauzeren): ef wencate panot.

pauzeren:: (pauze houden) ef wencate panot.

paviljoen:: pavelonn {C}.

pech:: (=tegenslag) zrytacc {SC}; hij heeft ~ [gehad]: do melde fes rk; (=panne: met auto) strt {C}.

pectine:: pektynn {S}.

pedaal:: pedaliy {C}.

pedagogisch:: pedagogise {I}.

peddel:: (=riem) rozjep {C; mv= rozjep}.

pedicure:: tiffug-naliyc {C}.

pedofiel:: (zn) pedofyliy {C}; (bv) pedofylo {I}.

peen:: (plant) carot {C} (L. Daucus carota); (wortel: groente) pjn {C}.

peer:: (vrucht) leffy {C}; (boom met eetbare peren) leffys-vildul {C}, toleffy {C}; (boom: wilde peer) wuma-toleffy {C} (L. Pyrus communis).

pees:: qurobl {C}.

Pegrevi::

  1. (het koninkrijk zoals dat tot 1894 heeft bestaan) Pegreff {G};
  2. (deel vh huidige Spok, bestaand uit Oost-Liftka, Brr en Teujan) Pegrefyte {G}; zie ook geschiedenis v Pegrevi in .

Pegrevir::

  1. (inwoner vh oude koninkrijk Pegrevi) Pegreffo {Cef};
  2. (inwoner vh het huidige gewest) Pegrefyter {Cef}.

Pegrevisch::

  1. (mbt het koninkrijk Pegrevi, zoals dat tot 1894 heeft bestaan) pegreff {IIef}; ~e vrouw: Pegreffa {Cef};
  2. (mbt het huidige gewest Pegrevi): pegrefyte {IIef}; ~e vrouw: Pegrefytera {Cef};
  3. (mbt taal): (taal verwant aan het Spokaans) pegreviy {C}; (de Spokaanse dialecten zoals gesproken in Pegrefyte) pegrevise {C}; in het ~: fes pegreviy; zie ook Pegrevische namen in ;
  4. (het schrift waarmee de Pegr taal wordt geschreven; en tot ca. 1950 ook het Spokaans) pegrefiy {C}; zie ook Pegrevisch schrift in .

peignoir:: (=ochtendjas) gurtkas |..rk..| {C}.

peil:: pilo {C}; (fig) op ~ zijn: ef melde fes nivo; het onderwijs staat op hoog ~: ef kolestiy melde fes hardlap nivo.

peilen:: (v diepte/schip) lode {K}; het ~ (peiling): lodos {C}; (v gedachten) nalalve {K}.

peiling:: (het peilen v diepte) lodos {C}.

peilloos:: nert lod'kurre |lokurre of lotkurre| {I}.

peilstok:: (voor olieniveau in motor) ool-zeff {C}.

peinzen:: dmenntelstje {U; gst= dmentell; wst= dmenntelst}.

pek:: (=teer) tr {S}, ytter {S}.

pekel:: sel-knurfel {S}.

pekelen:: (v gladde weg) miynte {K}.

pekeling:: (v gladde weg) miyntos {C}.

pelgrim:: piylgrem {C}.

pelikaan:: (vogel) pelcan {C} (L. Pelecanus onocrotalus).

pellen:: friylpe {K}.

pels:: (levend: op dier) bnt {C}; (dood: =bont) furo {C/S}; van ~ gemaakt: fura {I}.

peluw:: (=kussen) beldrast {C; mv= beldrusts}.

pen:: (=pin) riygt {C}; (=pal) kiyk {C}; (stevige vogelveer) dc {C}; (vrnl schrijfgerei) pen {C; mv= pentja}; in de ~ klimmen: ef ykelbare sener pen (vooral een boze brief schrijven of klacht indienen); ze zijn direct in de ~ geklommen: ps sener pentja ykelbare nurpel; aan een ~ steken (v vlees): pinne {K}; aan ~ gestoken vlees: pinnos {C}; heb je even een ~ voor me?: (iro) aftel tu lelperre stindostjaga furt gress dus?.

pendelaar:: (=forens) cmuter {C}, fren {C}.

pendelen:: (=forenzen) cmutere |..je| {U}.

pendule:: penduliy {C}.

penetreren:: penetrere |..je| {K}.

penhouder:: pen-lelder {C}.

penning:: (alg) lma {C}; (munt[stuk]) drur {C}.

penningmeester:: drurater {C}, smurfer {C}.

penny:: (Eng munt) peniy {C}.

pens:: vmp {C}.

penseel:: (=kwastje) klmpi {C}; grote ~ (=kwast): brst {C}.

penseelstreek:: uster {C}.

pensioen:: spke-smurf {S}; met ~ gaan: ef arfinare armt spke-smurf; iemand met ~ sturen (pensioneren): ef qugle spke-smurf n rast.

pension:: (=hotel: particulier) hotela {C}; (eenvoudig, beheerd door een toeristen-, jongeren- of studentenorganisatie) entrafer-srt {C}; zie ook Pensions in .

pensionaris:: penonars {C}.

pensioneren:: iemand ~ (met pensioen sturen): ef qugle spke-smurf n rast.

peper:: (plant) tocrpep {C} (L. Piper nigrum); (specerij) crpep {S}; witte ~: blakcrpep {S}; zwarte ~: doacrpep {S}; groene ~ (vers): mfto {S}; Spaanse ~: fecc {S}.

peperboleet:: crpep-chnt {C} (L. Chalciporus piperatus).

peper-en-zoutvlinder:: mito-flyddere {C}; donkere ~: doffiy mito-flyddere {C} (L. Biston carbonaria); lichte ~: grist mito-flyddere (L. Biston betularia).

pepermelkzwam:: groenkleurige ~: mes-helter {C} (L. Lactarius pergamenus).

pepermunt:: (plant) pepsmint {C} (L. Mentha piperita); (snoepgoed) mintgrum {C}.

pepermuntje:: (snoepgoed) mintgrum {C}.

pepervaatje:: (ook: zoutvaatje) rslot {C}.

per::

  1. (betrekking) ri'ef {VZ}; het kost drie herco ~ stuk: ef melde dur herco ri'ef tiyn; (van ... tot ...) ja {VZ} (met meervoudig zn ZONDER lw); de prijzen verschillen ~ restaurant: ef nys querdoe ja lurfels;
  2. (vervoer) tjg {VZ}; we komen ~ tram: kirro arfine tjg ef trem;
  3. (tijd) hurtos {VZ}; de directeur stapt ~ 1 december op: ef prest giffe hurtos 1 desembry;
  4. ~ se: per se.

perceel:: (alg: terrein) ternn {C}; (afgegrensd stukje bouwgrond) pazzokanas {Crs}; (gebouw) zlftiyn {C}.

percentage:: prosent-ifr {C}.

perenboom:: leffys-vildul {C}, toleffy {C}; peer.

perfect:: (=uitmuntend) pij-riffor {I}.

performance:: performance |Eng.| {C}.

pergola:: pergola {C}.

perikelen:: (=wederwaardigheden) zefarsta {Cmv}.

perikoop:: (genummerde alinea/vers in Ergemip) hym {C} (afk= Hm).

periode:: (tijdvak) iyra {C}; (kringloop; in wiskunde) perjodiy {SC}; buiten de ~: dalotoje ef iyra.

periodiek::

  1. (zn: regelmatig verschijnende publicatie) perjodafiy {C}; zie ook Periodieken in ;
  2. (bv: regelmatig terugkerend) perjodise {I}.

peristaltisch:: ~e beweging[en]: ulliyos {C}; ~e bewegingen maken: ulliye {E}.

perk:: (deel ve tuin) even {C}; (fig) binnen de ~en: fes ef fini-lnts.

perkament:: (materiaal) pergmt {S}, viyl {S}; vel/stuk ~: pergmt {C}, viyl {C}; van ~ gemaakt (perkamenten): pergmtiy {I}.

perkamenten:: (van perkament gemaakt) pergmtiy {I}.

permafrost:: permacryros {C}.

permanent::

  1. (zn: gegolfd kapsel) jekmiros {C};
  2. (bv: =voortdurend/aanhoudend) jren {I}.

permitteren:: zich ~: armtreppe {Kpr}; iets wat gepermitteerd is: armtreppos {A}.

peroxide:: perksitt {S}.

perron:: platform {C}.

pers:: (om uit te persen) ser {C}; (journalistiek) pree {C}.

Pers:: (bewoner) Perso {Cef}.

per se:: quander {I}.

persen:: (=uitpersen) se {K}.

persing:: (=uitpersing) sos {C}.

personeel:: creft {C}, hmage {C}.

personeelsoverschot:: pltcreft {C}.

personenauto:: veldur-oto {C}; zie ook Weggebruikers in .

personenrijtuig:: (spoorwegwagon) veldurnolac {C}.

personificatie:: (het resultaat v personifiring) (alg) personifikao {C}; (als Erg godheid) landr {SC}; hij bidt dagelijks onder Eik: do lve toftas zjoba c (de eikenboom waaronder hij bidt, heeft nu de "eigennaam" c gekregen); zie ook Personificaties en goden in .

personifiring:: (het proces dat leidt tot een personificatie) personifieros {C}.

persoon:: (=mens: zowel mnl als vrw) veldur {C}; (=individu) dresa {C}; (belangrijk/vreemd type) typ {C}; (degene die optreedt, vooral in roman/toneelstuk) letratjen {C}; zie ook Personen in .

persoonlijk:: crachmm {I}; ~ voornaamwoord: painoroni {C}.

persoonlijkheid:: crachmmast {C}.

perspectief:: zefazerfi {C}; (fig) perspekteff {SC}.

pertinent:: (=categorisch, zonder te twijfelen) ijabiy {I}.

Peru:: Peru {G}.

Peruaan:: Peruny {Cef}.

Peruaans:: (bv) peru {IIef}; ~e vrouw: Peruna {Cef}.

pervers:: (=verdorven) qufendriy {I; [mv=enk]}.

Perzi:: Persiy {G}.

perzik:: pere {C}.

Perzisch::

  1. (zn: taal) persos {C};
  2. (bv) persiy {IIef; mv=enk}; ~e vrouw: Persa {Cef}.

pessimisme:: pesimesmiy {SC}, zutterzerfer {A; mv=enk}.

pessimist:: zutterzerfatjen {C}.

pessimistisch:: pesimistise {I}, zutterzerfiy {I}.

pest:: (ziekte) ret {S}; de ~ hebben aan (hekel hebben aan): ef kette restnp n {SC}; de ~ hebben aan (afkerig zijn van): ef melde fkriyf fes; een man die aan veel dingen de ~ heeft: eft fkriyf merater; er de ~ in hebben: mitlfe {E}; mijden als de ~: ef rotjule lo ef ret.

pesten:: (=plagen) vpje {K; gst= vpp}; (=treiteren) tokasse {K}; (Erg: iemand net zo lang ~/dwarszitten tot hij sterft, ziek wordt of zelfmoord pleegt) ekse {K}; het ~: eksos {C}.

pesterij:: (=geplaag) vpjos {C}.

pesticide:: (=bestrijdingsmiddel) pestisitt {S}.

pet:: (hoofddeksel met klep) pet {C}; (=muts: stevige vorm) ra {C}; (=muts: zonder klep, en slap) zieo {C; rs= ziet}.

peterselie:: perselle {S} (L. Petroselinum crispum).

petroleum:: petrolm {S}.

petroleumlamp:: mataar {C}.

peuk:: [sigaretten]~je: tmp {C}.

peul:: (dop/schil) plf {C}; (groente) plfpear {C}; (plant) plfer {C} (L. Astragalus) (vrnl in samenstellingen als boert-plfer = hokjespeul).

peuter:: (=dreumes) g {C}.

peuteraar:: (iemand die met zijn vingers overal aan zit) pitsticer {C}.

peuteren:: (=prutsen) pitstice {U}.

pianist:: pjanomerr {C}.

piano:: pjano {C; mv= pjane; rsmv= pjanott}.

pianostuk:: pjano-st {C}.

picknick:: piykniyk {C}.

picknicken:: piykniyke {U}.

picknicker:: piykniykatjen {C}.

picknickmand:: crchtlot {C}.

pick-up:: (open bestelauto) lmule-oto {C}.

piek:: (bergtop; in grafiek) tims {C}.

piekeren:: (=tobben) ucoe {U}.

piekfijn:: tiytpena {I}.

piepen:: (v dier) mipe {U}, empe {U}; (=knarsen: deur ed) rge {U}, gnycheme {U}.

pieper:: (vogel) kvipp {C} (L. Anthus).

piepjong:: (heel jong) rkamr yss.

piepkuiken:: efanty-striym {C}.

pier:: (in zee) pyr {C}.

pierensteker:: (iemand die beroepshalve wormen voor vis-aas opgraaft) fer-delperreratjen {C}.

pies:: (vrnl v kleine kinderen) siyt {S}; (vrnl v dieren) st {S}.

piespot:: kvlo {C}.

pietepeut:: (ziekelijk precies mens) koffatjen {C}.

pij:: (overkleed) kerly {Cef}.

pijl:: (alg) pyl {C}; (vrnl om mee te schieten) kroff {C}.

pijler:: pir {C}.

pijlgras:: kroff-kles {S}, pyl-kles {S} (soort helmgras in Noord-Spok) (L. Ammophila pilata).

pijlkruid:: kroff-lofa {C/S} (L. Sagittaria sagittifolia).

pijlsnel:: ofiy {I; [mv=enk]}; (=vliegensvlug) reve-tmopiy = reve-vita {I}.

pijlstaart:: (eend) trunn-dlze {C} (L. Anas acuta).

pijlstaartrog:: choftc {C} (L. Dasyatis pastinaca).

pijlstaartvlinder:: (kolibrievlinder) grist vogily-flyddere {C} (L. Macroglossum stellatarum).

pijlstormvogel:: Noordse ~: doffiy nesnep {C} (L. Puffinus puffinus).

pijn:: katle {C}; iemand ~ doen (bezeren: personen): kate rast {K}, kate rast {K} (arch); zich ~ doen (zich bezeren): kate {Upr}; het ~ doen (bezering): katos {C}; iemand ~ doen (kwellen: ook fig): feskvle {K}; ~ doen (steken: v wond ed): tnesstere {U}; iets wat ~ doet (kwelling): feskvlos {C}; ~ lijden: katelare {U}.

pijnbank:: cyrot {C}.

pijnboom:: (=den) sparot {C} (L. Pinus).

pijnigen:: (=folteren) fromigte {K}.

pijniging:: katos {C}; (=foltering) fromigtos {C}.

pijnlijk:: (lett) kately {I}; (lett/fig) drent {I}; (fig) ~ zijn: drente {U}; (fig) ~ worden: drentare {U}; ~e wond: katos {C}; een ~e situatie: eft stgelira ess-farter.

pijnscheut:: lump {C}.

pijnstillend:: idefeskvlelira {I}.

pijnstiller:: (medicijn) katle-tlazrer {C}.

pijp::

  1. (=buis) jns {C};
  2. holle ~ (=koker): cocan {C};
  3. (voor tabak) pypa {C}; (kromme tabakspijp met dekseltje) tue {C}; de ~ uit zijn (dood zijn; iro): ef njebope[lira] blef ef gp.

pijpensteel:: het regent pijpenstelen: ef bidale lo eft gmoliy nfc; rliyn chats bidale.

pijpenstrootje:: bindakles {S} (L. Milinia caerulea).

pijptorkruid:: agen-snerf-krutt {C/S} (L. Oenanthe fistulosa).

pik:: (lul) nk {C} (vulg); stijve ~ (erectie): slfiy {C} (vulg).

pikdonker::

  1. (zn) ytter-finstro {C}; in het ~: fes ytter-finstro;
  2. (bv) ytter-finstra {I}.

pikken::

  1. (met snavel) (zoeken) snepe {K}; (verwonden) pike {K};
  2. (jatten) grtare {K}, lkrte {K} (pop).

pikzwart:: zjol-doffiy {I}; ~ haar (met een donkerblauwe glans): nydamirs {Cmv}.

pil:: (=tablet) piyl {C}.

pilaar:: (=kolom) mlt {C}; (=zuil) zull {C}.

piloot:: (=vliegenier) pilot {C; mv= pilte}.

pilsje:: (biertje, glas bier) bjerr {C}, sitt {C} (pop).

pilvaren:: st-ferre {C/S} (L. Pilularia globulifera).

piment:: (Jamaicapeper) nelk-fecc {S}.

pimentboom:: pimenta {C} (L. Pimenta dioica).

pimpelmees:: blotter-helk {C} (L. Parus caeruleus).

pimpernel:: grote ~: pimpernela {C} (L. Sanguisorba officinalis).

pin:: (=pen) riygt {C}.

pincet:: blermiys {C}.

pincode:: CIK {C} (crachmm identifikao-kote); PIN {C}.

pinda:: ypint {C}.

pindakaas:: ypintramiy {S}.

pingelen:: (bij voetbal) flyde {U}; (v motor) pinke {U}.

pingun:: pengun {C}.

pink:: (kleine vinger) kjest {C}, belt-rliriy {C} (dl= Berref).

pinksteranjer:: lb-jamta {C} (L. Dianthus gratianopolitanus).

pinksterbloem:: (in hooiland) hsta-huron {C} (L. Cardamine pratensis); (in duinvalleien) dunje-huron (L. C- palustris).

Pinksterdag:: Eerste ~: Pentect-kbotof {N} (officile feestdag); Tweede ~: Pentect-lunatof {N} (geen officile feestdag, maar in RK gebieden zijn veel instanties gesloten).

Pinksteren:: Pentect {N}; [elk jaar] met ~: Pentectas {I}.

pinnen:: (met bankpasje met pincode): (betalen) PIN-kafte {K}, CIK-kafte {K}; (geld uit een automaat halen) PIN-fesubere {K}, CIK-fesubere {K}.

pioen:: pjona {C} (L. Paeonia).

pion:: (v spel) ebirr {C}.

pionier:: (baanbreker) skn-dreuter {C}.

pipet:: pipett {C}.

piraat:: pirata {C}.

piramide:: piramitt {C}.

pis:: (vrnl v kleine kinderen) siyt {S}; (vrnl v dieren) st {S}.

pissebed:: tstiffug {C} (L. Oniscus asellus).

pistache:: (noot) pistaa {C}.

pistool:: (=revolver) refjns {C}.

pit:: (in vrucht) neg {C}; (v kaars/lamp/gas) beder {C}; iemand met ~ (doorzetter): damaef {C}.

pitrus:: (plant) blufk-ponto-f |blufpo..| {S} (L. Juncus effusus).

pitten:: (aardappels) zjdele {K}; (=slapen) prte {Upr} (pop); hij ligt te ~: do sen prtelira.

pittig:: (v smaak) nts {I}; (energiek) nstil {I}.

pizza:: pizza {C}.

pizzeria:: pizza-lurfel {C}.

plaag::

  1. (ziekte) def {C};
  2. (last) colrt {C}; niet-~ (niet-last): lark {C}; de muizen zijn helemaal geen ~ (ik heb helemaal geen last van de muizen): ef rts melde eft lark; last 2;
  3. (ideoantoniem) wel||niet plaag (last): mif {Cid}; .

plaat:: (tekening) platono {C}; (v hout: dikke plank) olg {C}; (v metaal/kunststof) plc {C; mv= plec}; hij heeft de ~ gepoetst (hij is 'm gesmeerd): do vlemte ef rene.

plaatijzer:: plcferi {Sef}; van ~ gemaakt (plaatijzeren): plcferi {I}.

plaatijzeren:: (van plaatijzer gemaakt) plcferi {I}.

plaatje:: (prent) kabe {C}; (afbeelding) tjeft {C}; het financile ~: ef finanela kabe.

plaats::

  1. (alg/lett) srt {C}; (=plek) ws {C; mv= wsa}; op deze ~: kaf dena ws; ter ~e: kaf ef dres ws; plek;
  2. (geografisch) (=stad) srt {C}; (=stad/groot dorp) burg {C} (poe/dl= West-Liftka/Oost-Berref); (in de bergen) bergosr {C};
  3. (fig: zetel) stull {C};
  4. (idioom met ww) hiervoor is tegenwoordig geen ~ meer: ef wsa eksistere fti furt ef ralfort; de ~ innemen van (vervangen): zove {K}; ~ maken (opschikken/opschuiven): luftefce {U}; het ~ maken (opschikking): luftefcos {C}; ~ maken voor: srtiffe {K}; ~ vinden (gebeuren): hftere {E};
  5. (idioom met "in") in ~ van: fes ef srt rifo (vz-uitdr) (afk= f.e.s.r.); ziym {VZ} (betrekking); hij helpt Mariy, in ~ van ik: do ziym gress crtire Mariy; hij helpt Mariy, in ~ van mij: do crtire Mariy ziym gress; in de eerste ~: armt ef rtef ponto; in de allereerste ~: armt ef brepbent ponto;
  6. (idioom met "op") op je eigen ~ (daar waar je thuishoort): nalm {I}; op de eerste ~: armt ef rtef ponto; op de tweede ~ komend (secundair): tenta {I}; die theorie is hier goed op zijn ~: dena teoriy melde kusami eft quista nalm hfteros; op veel ~en: pertsrtiy {I}.

plaatsbepaling:: srt-qurtos {A}.

plaatselijk:: (alg) srtos {I}.

plaatsen:: (alg: =neerzetten) srte, obiyre {K}; (richten) xuriyme {K}; hij wil zijn artikel in L&T ~: do xuriymavy sener rtycla fes L&T (een taaltijdschrift); opnieuw ~: ns-srte {K}; het opnieuw ~: ns-srtos {C}; hoger ~ (in rang): preipe {K}.

plaatsing:: (lett) srtos {Cef}, obiyros {C}; (fig) xuriymos {C}.

plaatsnaam:: srt-quanka {C}.

plaatsruimte:: fessrtos {C}.

plaatsvervanger:: minkrcralf {C}.

plaatsvinden:: (doorgang hebben) crchof'te {U; gst= crchoft}; (=gebeuren) hftere {E}; het ~: crchof'tos {C}; vaak ~d (frequent): lcrs {I}.

plafond:: (=zoldering) tlafo {C}; koepelvormig ~: lanko-tlafo {C}.

plag:: (zode: v gras/turf ed) lgt {C}.

plagen:: (=pesten) vpje {K} (gst= vpp); (=kwellen) defliye {K}; het ~ (kwelling): defliyos {A}.

plaid:: (=reisdeken) ple {C}.

plak:: (=reep: chocola ed) table {C}; (=schijf: vlees/worst) vlep {C}.

plakband:: uxe-bent {S}.

plakboek:: (=album) platimip {C}.

plakken:: (=kleven: kleverig zijn) uxe {U}; (=vastplakken) somonoe {K; vdw= somonor}; (=lijmen) keldeste {K}; iets ~ op iets: ef keldeste flaju lef flaju.

plakker:: (vlinder) Rominstra-zler {C} (L. Lymantria dispar).

plakkerigheid:: (=kleverigheid) uxos {C}.

plakplaatje:: (=sticker) gorbas {C}.

plan:: (=idee) arpinzol {SC; mv= arpinzle}; (opzet) plan {C}; (het plannen maken, planning; plannen) plnos {C/S}; ~nen maken (plannen): plne {K}; van ~ zijn: ytende beri/den {E}; hij is van ~ om veel geld te verdienen: do ytende beri rinne pert smurf; van een ~ afzien: nertytende beri/den {E}; iets slechts van ~ zijnd: slmiypiy {I}; de bezuinigingsplannen (het gehele pakket maatregelen dat de overheid voorstelt): ef huare-plnos {S}.

planeet:: gre-star {C}; op deze ~ (op de aard/aardbol): teclabae {I}.

plank:: (alg) nregt {Cef}; van ~en gemaakt: nregt {I}; dikke ~ (houten plaat): olg {C}; smalle ~ (lat): crotzor {C}; (fig) van de bovenste ~: mynall-nurp {C}.

plankenkoorts:: (bang om op te treden) stge-baniyl {I}.

plankton:: plnkton {S}.

plannen:: (plannen maken) plne {K}.

planning:: (het plannen maken) plnos {C/S}.

planologie:: (vlakke meetkunde) planoliy {C}.

planoloog:: planolche {C}.

plant:: ardekir {C}; (alg: met scherpe smaak) riypser {C}; zie ook Planten in .

plantaardig:: ardekirst {I}.

plantage:: (aanplant) plnta |plnta/plntA| {C; mv= plntaes}.

planten:: azere {K}, ardekire {K}; (v boom; ter herinnering aan overleden familielid) tytage {K}; het ~: tytagos {C}.

planteneter:: (=herbivoor) kleser {C}.

plantengroei:: azeratt {C}.

plantsoen:: pdra {C}.

plantsoenendienst:: (bij de gemeente) prceren (C); Prceren {N}.

plas::

  1. (alg) pol {C}, mech {SX; mv= mecet}; ~ water (waterplas): knurfelmech; ~ inkt: iynkmech;
  2. (gemorste vloeistof) quef {C};
  3. (op straat, in kuiltje ed) meande {C}, quef {C};
  4. (urinelozing) csess {C; mv= cseste}, gel {C}.

plassen:: (alg) csese {U}; (klotsend geluid maken) chese {E}; (urine lozen) ge {K}; het ~ (urinelozing): gos {C}; hij heeft in zijn broek geplast: do csesa fes ef bof.

plastic:: (zn: kunststof) plastic {Sef}; (bv: van ~ gemaakt) plastic {I}; ~ voorwerp; stuk ~: plastic {Cef}.

plastificeren:: lplastice {K}.

plat::

  1. (zn: platje/plat dak) olos {C};
  2. (bv) ts {I}; ~ voorwerp: olos {C}; ~ slaan (pletten): ole {K}; (onverzorgd: v uitspraak) slg {I}; ~te, onverzorgde uitspraak: slg {Cef}; dubbeltje; lopen.

plataan:: plataniy {C} (ihb L. Platanus X hybrida); populier.

platbuik:: (libel) blotter draca-kroff {C} (L. Libellula depressa).

platdrukken:: (alg) plette {K}; het ~: plettos {C}.

plateau:: (alg) plato {C}; (vlak gebied in de bergen) tlest {C}.

platenspeler:: (=grammofoon) plata-gros {C} (afk= PG).

platform:: (=verhoging) hogoritos {C}; (=podium) podym {C}.

platgebrand:: (v aarde/akker) xnep {I}.

platina:: (zn) platn {Sef}; (bv: van ~ gemaakt) platn {I}; ~ voorwerp; stuk ~: platn {Cef}.

platje:: (plat dak) olos {C}.

platonisch:: ~e liefde: ssiyx-rovretos {A}.

plattegrond:: (indeling v huis ed) skene {C}; (kaart v stad ed) kinner {C}; de ~ van het kasteel: ef skene furt/rifo ef husof; een ~ van Br: eft kinner furt/rifo Br; zie ook Plattegronden en landkaarten in .

platteland:: tumt {S}; op het ~: fes ef tumt; van het ~ (landelijk): arkos {I}; op het ~ wonen: districa-zre {U}; leven op het ~ (landleven): tumtos {C}.

plattelandsvrouw:: ark-tubs {C} (vrouw v boer of landarbeider).

platvoet:: tstiffug {C}; persoon met ~en: tstiffuger {C}.

plaveien:: (=bestraten) hastre {K; gst= hast; wst= hast}.

plaveisel:: (=bestrating) hast {C}.

plavuis:: (=vloertegel) krpt {C}.

plechtig:: orp {I}.

plechtigheid:: orpoi {C; rs= orpoe}.

pleebaniet:: (mnl lid v RK kloosterorde) pleebaner {C} (Pleeba-orde).

pleebanites:: (vrw lid v RK kloosterorde) pleebanera {C; mv= pleebaner} (Pleeba-orde).

pleegbroer:: tofrera {C}; ~/pleegzoon (als oudste van zijn echte broers en zusters): mts {C}.

pleegdochter:: tosto {C}.

pleegmoeder:: tosientur {C}; (elke vrouw die als moeder fungeert maar niet de natuurlijke moeder is) dykse {C}; ~/pleegvader van een vondeling (alg iemand die een vondeling vindt en zich erover ontfermt en opvoedt): zrter {C}.

pleegvader:: tofollus {C}; ~/pleegmoeder van een vondeling (alg iemand die een vondeling vindt en zich erover ontfermt en opvoedt): zrter {C}.

pleegzoon:: towaler {C}; ~/pleegbroer (als oudste van zijn echte broers en zusters): mts {C}.

pleegzus:: tosour {C}.

pleegzusje:: tosour {C}.

plegen:: (=begaan: v misdaad/moord ed) klfe {K}; het ~: klfos {C}; ~ te (gewoon zijn om): hitse beri/den {U}; ik pleeg (ben gewoon om) elke ochtend te wandelen: gress hitse beri mirre riyfain gurtas.

pleidooi:: narntariy {C}.

plein:: lirrotiy {C} (afk= liy); (marktplein: in Peg) juf {C}; op een/het ~: fes eft/ef lirrotiy.

pleinvrees:: lirrotiy-baniylos {C}.

pleister:: (op wond) plst {C}; (op muur) prp {S}.

pleisteren:: (v muur) prpe {K}.

pleisterwerk:: prpos {C}.

pleite:: ~ gaan ('m smeren): ef lukte sener tiffugs (pop).

pleiten:: ~ voor: querde {K}.

plek::

  1. (=plaats) ws {C; mv= wsa}; op deze ~: kaf dena ws; plaats;
  2. (=vlek) liyt {C};
  3. open ~ in bos (laar, tra) (iha natuurlijk): dvts {C}; (door kappen ontstaan): kpl {C};
  4. (idioom) geen ~ waar niet (werkelijk overal): n fes srt; op je eigen ~ (daar waar je thuishoort): nalm {I}.

plensbui:: sg-gura {C}.

pletten:: (vlak maken/plat slaan) ole {K}; (vlak/plat worden) ole {Upr}; het gras plet onder zijn voeten: ef kles sen ole zjoba groft tiffugs; het ~: olos {C}.

pletter:: zuipen.

plevier:: (vogel) plier {C} (alg: L. Charadrius of Pluvialis); kleine ~: pleko-plier (L. Ch- dubius).

plezier::

  1. (vrolijkheid) ani {Aef; rs= anit}, yofcoh {C};
  2. (vrolijk vermaak) fun {C}; ~ hebben/maken: ef svime fes fun;
  3. (=genoegen) joiy {A; mv=enk; rs= jte}; met ~ (zonder tegenzin): ry {III}, ollfts {I}; wil de afwas doen? met ~: aftel tu luktavy ef toknuf? ollfts (kan ook ironisch bedoeld zijn); dat doet me ~: k kette joiy n gress; met ~ doen: merdiofe {K}; voor jouw ~: g vilt yofcoh; ~ hebben van iets: ef lse joiy kaf flaju; iemand een ~ doen: ef qugle joiy n rast.

plezierig:: ani {I}; als er iets ~s gebeurt (in een vrolijk geval): ollerami {I}.

plezierjacht:: ~je (kleinere motor- of zeilboot, voornamelijk voor vermaak op de binnenwateren): fun-stl {C}.

plicht:: duet {SC}; iets als ~ beschouwen: mitaperke flaju {K}.

plichtig:: (alleen in samenstellingen) -duetiy {I}; (bijv) leerplichtig: koles-duetiy.

plichtsbesef:: duet-feskettos {A}.

plint:: (onder langs vloer) flor-lnt = flor-lnt {C}.

ploeg:: (landbouwwerktuig) jalos {C}; (=team: ploegendienst/sport) vray {C}.

ploegbaas:: crater {C}.

ploegen:: jale {K}.

ploeger:: jalatjen {C}.

ploegsnede:: (=voor) jalos {C}, jaler {C}.

ploert:: (=schoft) stfta {C}.

ploeteren:: (lett: door modder/moeras waden) sprme {U}.

plomp::

  1. (zn) (alg: =waterlelie) rixp {C}; gele ~: kolai rixp (L. Nuphar lutea).
  2. (bv) (=log) bkja {I}, rstyp {I}; (=lomp) cromifts |..fs..| {I}; plomp/log||rank/slank: kviddiy {Iid}; .

plompverloren:: pd {III}.

plonzen:: kompe {U}.

plooi:: (=rimpel) ftos {C}; hangen.

plooibaar:: (lett) fte-p {I}.

plooien:: (=rimpelen) fte {K}; zich ~ (geplooid zijn): je {U; gst= jet; vdw= regelm.}.

plooiing:: (=rimpeling) jos {C}.

plotseling:: (=opeens) plirtof {I}, chorda {I} (arch/dl= Liftka).

plotsklaps:: (=ineens) wlp {III} (spr).

pluche:: plucha {Sef}; van ~ gemaakt (pluchen): plucha {I}.

pluchen:: (van pluche gemaakt) plucha {I}.

plug:: (stekker: elektrisch) plg {C}; (houten kegeltje/stop) jesk {C}.

pluim:: fjper {C}, jqu {C}.

pluimasperge:: (kamerplant) fedre-spers {C} (L. Asparagus plumosus).

pluimes:: (soort es) hrt-y {C} (L. Fraxinus ornus).

pluimstaartmos:: jb {S} (donkerrode variant: L. Rhytidiadelphus sanguineus).

pluimvee:: fedre-belps {Cmv}; tozelf {S} (spr).

pluis:: plus {C}.

pluisje:: plus {C}; (=stofje) tus {C}.

pluisjesmos:: wola-cralo {S} (L. Dicranella heteromalla).

pluk::

  1. (alg: het plukken) pruccos {C}; (v gekweekt fruit: in boomgaard) taljos {C} (dl= Liftka); (het zoeken/plukken v eetbare paddenstoelen/bessen) lenabos {C};
  2. (=dot/toef: watten, haar) bis {C}.

plukken:: (alg: v fruit ed) prucce {K}; (v gevogelte) idedce {K}; het ~: pruccos {C}; (v gekweekt fruit: in boomgaard) talje {K; gst= tall} (dl= Liftka); (zoeken v eetbare paddenstoelen/bessen) lenabe {K}; het ~: lenabos {C}.

plumeau:: fjper {C}.

plunderaar:: plnder {C}; (=vandaal) plnter {C}.

plunderen:: plnde {K}.

plundering:: (=plundertocht) plndos {C}.

plundertocht:: (=plundering) plndos {C}.

plunje:: (=vodden/kleren) tojelbi {C} (pej).

pluralis:: meervoud.

plus:: (bij optellen) sp {VZ} (betrekking); drie ~ twee is vijf: dur sp ten kette hent; (plusteken: +) pls {C/A; mv= plses}.

plusteken:: (+) pls {C/A; mv= plses}.

Plymouth:: Pliymutt {G}.

po:: (=piespot) kvlo {C}.

Po:: (rivier) Po {G}.

pochen:: blyze {U}.

pocher:: blyzer {C}.

pocherij:: blyzos {C}.

podium:: (klein verhoginkje) prart {C}; (verhoging, ophoging) hogoritos {C}; (toneel: vrnl concreet) bun {C}; (toneel: lett/fig) podym {C}.

podiumkunst:: ~[en]: podym-kra {C/S}.

poedel:: (hond) pt = putt {C}; (bep soort in Spok) wola-pt = wola-putt {C} ("wolpoet": met dikke grijze krullende vacht).

poeder:: tmlek {S}; (grof soort: stof in korrelvorm) la {S}.

poel:: maklu {C}.

poelier:: gm-vlemt {C}.

poelkikker:: maklu-fors {C} (L. Rana lessonae).

poelslak:: maklu-limaciy {C} (L. Lymnaea peregra); grote ~: ses-limaciy {C} (L. Lymnaea stagnalis).

poelsnip:: (vogel) medriy-nse {C} (L. Gallinago media).

poen:: (geld) qusst {S} (pop).

poep:: sks {S} (spr), cht {S} (vulg).

poepdoos:: pftlot {C}.

poepen:: ske {U} (spr), chte {U} (vulg); het ~ (gepoep): skos {C} (spr).

poes:: (vrw kat) df {C}.

potisch:: (=dichterlijk) poitise {I}.

poetsen:: (vrnl v zilver/koper) glyle {K}; het ~: glylos {C}; (v schoenen) glntre {K; gst= glnter}; het ~: glntros {C}.

pozie:: (=dichtkunst) posy {S}; wat betreft de ~: posyne {I}.

pofbroek:: (broek met wijde pijpen, gedragen in laarzen: bij Spok klederdracht) imt {C; mv= imta}.

poffen:: (v kastanjes/mas) hmfe {K}.

pogen:: (=proberen) efrme beri/den {U}; (=streven/trachten) teme {U}; proberen.

pogende:: efrm {I}; een man die pogingen doet (iets durft te wagen): eft efrm merater.

poging:: temos {A}; (het proberen) efrmiy {A; mv=enk}; in een ~ om ...: temelira beri ...; hij heeft haar een plant gegeven, in een ~ om de ruzie bij te leggen: do eft ardekir kette n eup, temelira beri nnce ef gurnus; een man die ~en doet (iets durft te wagen): eft efrm merater.

pokken:: (ziekte) topucc {C}.

polarisatie:: polarisao {C}.

polder:: plder {C}; zie ook Polders in .

poldermodel:: plder-modell {C}.

polemiek:: stinde-jesfs |-jest/-jefs| {C}.

Polen:: Plsa {Gef}.

poliep:: polepp {C}.

polijsten:: koibare {K}; gepolijst voorwerp: koibaros {C}.

polijsting:: koibaros {C}.

polikliniek:: (ong) medisentrym {C}.

polio:: (=kinderverlamming) polio {S; rs= poliot}.

polis:: (v verzekering) pols {C}.

politicologie:: politikoliy {C}.

politicus:: politiycer {C}.

politie:: (korps) polio {C}; (formeel: als gehele organisatie) pippol {S}; bereden ~: lvn-polio {C} (afk= L.P.); (in Spok een omvangrijke politiemacht met sterke paarden, die vrnl patrouillediensten verricht); lid v bereden ~: lvn {C}; zie ook Politie in .

politieagent:: pippol {C}, pip {C} (pop); (die op straat patrouilleert en de veiligheid bewaakt) gerdre-pippol {C}; ("bureauagent": in Spok: politieman die vrnl administratief werk verricht en in rechtszaal als parketwacht optreedt) buropip {C}.

politiebureau:: pipsrt {C}; zie ook Politiebureaus in .

politiedistrict:: politieregio.

politiek::

  1. (zn) politiyc {C};
  2. (bv) politiyca {I}; ~e partij: politiyc-party {C}; ~ gengageerd: politiyc-cijaziy {I};
zie ook Politiek in en Politieke partijen in .

politiekorps:: polio {C}.

politieleiding:: polio-wethuder {C} (groep v hogere politiemensen die de leiding hebben over een gemeentelijk politiekorps).

politieregio:: polio-arr {C}; zie ook Politieregio's in .

pollan:: (=marene: vis) verc {C} (L. Coregonus); grote ~: miterus verc (L. C- nasus).

pollepel:: hecc-leftel {C}, pko {C}.

pols:: (handgewricht) pls {C}, cria {PX > c}, mil {PX > c} (dl= Centraal-Berref/Tjemp); verstuikte ~: stuke-pls {C}.

polshorloge:: criaklop {C}, milklop {C} (dl= Centraal-Berref/Tjemp).

Polynesi:: Polynesiy {G}.

pomp:: (gemaal) echuh {C}.

pompen:: echue {K}; het ~ (gepomp): echuos {C}.

pompoen:: mtmo {C}.

poncho:: cape.

pond:: (500 g) holfe kilogrma {C}, holfe kilog {C} (spr); (oud Spok gewicht) pndiy {C} (afk= P); 1 pndiy = 1P = 14 kolini = 108,223 kg; ~ sterling (Eng munteenheid): pnt {C} (afk= PT).

poneren:: (als hypothese aannemen) kurazjoffe {K}.

ponsband:: fiynte-bjelt {C}.

ponsen:: fiynte {K}.

ponskaart:: fiynte-fjatniy {C}.

pont:: (=pontveer) nrcus {C}.

pony:: (=hit) etliy {C}.

pooier:: (souteneur) piymp {C}; (=patser) chmpa {C}.

pook:: (v kachel) rakel {C}.

pool:: (noord- of zuidpool) ysnurp {C}; (v magneet) poliy {C}.

Pool:: (man uit Polen) Plsany {Cef}.

poolcirkel:: yslnt = ys-lnt {C}.

poollicht:: ysnurptat {C}.

Pools::

  1. (zn: taal) plsos {C};
  2. (bv) plsa {IIef}; ~e vrouw: Plsana {Cef}.

poolshoogte:: ~ [gaan] nemen: ef nalalve ef nupps.

poolster:: ys-star {C}.

poon:: (=knorhaan: vis) gnker {C} (L. Trigla).

poort:: (vrnl als opening in muur) kaltn {C}; (vrnl als sierobject) tryjumf {C}.

poos:: (spanne tijds) panot {C}; een ~/tijd geleden: lst fortarr.

poot:: (ve dier met TWEE poten) bonar {C}; (ve dier met MEER dan twee poten; v tafel/stoel of ander voorwerp) lippio {C; mv/rsmv= lippiones; rs= lippt}; lippione {C} (arch); (=nicht/homofiel) dvf {C} (pej); de drie poten van de [letter] m: ef mecr dur lippiones.

pop::

  1. (speelgoed) kyl {C}; (ingekapseld insect) vrik {C}; daar heb je de ~pen aan het dansen!: ef ndres zle!.
  2. (popmuziek) pp {S}.

popartiest:: pp-artiys {C; mv= ..-artiyst}.

poppenkast:: kyllot {C}.

populair:: ([bij het volk] geliefd) zamprquiyr {I}; (veelgevraagd) fartelira {I}; (algemeen begrijpelijk; gemeenzaam) populerr {I}; ~ zijn bij: ef melde populerr furt; [zeer] ~ zijn (artiest ed): bronne {U}.

populariteit:: ([bij het volk] geliefd) zamprquiyr-tiyn {SC}.

populier:: (alg: smal en hoog) peple {C; mv= pepln} (L. Populus); Italiaanse ~: [mintepot] peple (L. P- nigra var. Italica); gegroefde ~: [lstyfor] peple (L. P- striata); zwarte ~: doffiy peple (L. P- nigra); witte ~ (witte abeel): blakker peple (L. P- alba); (plataanachtige soort, veel geplant langs Spok wegen) lert {C} (L. Populus platanea).

populisme:: populesmiy {C}.

populistisch:: populistise {I}.

poreus:: poruss {I}, sprotiy {I}.

porie:: sprot {C}.

porren:: (vuur) rakle {K; gst= rakk}; (=aansporen) ne {K}, croje {K; gst= crot} (dl= Lomky/Tigof).

porring:: (=aansporing) nos {C}.

porselein:: minnepirta {S}; van ~ gemaakt (porseleinen): minnepirtiy {I}.

porseleinen:: (van porselein gemaakt) minnepirtiy {I}; ~ voorwerp: minnepirt {C}.

porseleinvlinder:: pluquah-zler {C} (L. Abraxas sylvata).

porseleinzwam:: blakker glaza-missis {C; mv= ..-missisa} (L. Oudemansiella mucida).

port:: (wijnsoort) oprto {S}; een glaasje ~: eft oprto {C}, eft prt {C} (pop).

portaal:: querk {C}.

portefeuille:: prtfulla {C}.

portemonnee:: smurflot {C}, prtmn {C}.

portie:: stl {C}.

portiek:: prtiyc {C}, querk {C}.

portier:: (=uitsmijter) argerat-gert {C} (afk= AG); (=deur) argerat {C}.

porto:: (=frankering) gorbasos {C}; (alle op n brief geplakte postzegels) pstsmurf {C}.

portokosten:: gorbasos {C}.

Portoricaan:: Prtoricony {Cef}.

Portoricaans:: (bv) prtorico {IIef}; ~e vrouw: Prtoricona {Cef}.

Portorico:: Prtorico {G}.

portret:: prtreta {C}.

Portugal:: Portagel {G}.

Portugees::

  1. (zn: bewoner) Portagy {Cef};
  2. (zn: taal) portagos {C};
  3. (bv) portagel {IIef}; Portugese vrouw: Portaga {Cef}.

pos:: (vis) salpjy {C} (alg: L. Gymnocephalus cernua) (ihb: Firani-pos (L. G- Phirania).

pose:: (stand vh lichaam) pose {C}.

positie:: posio {C}; centrale ~ innemend: bronn {I}.

positief:: positeff {I}.

post::

  1. (posterijen) (in stad) pst {C}; (op platteland) trofiy {C}; per ~ naar: pstos helkara (brief versturen); per aangetekende ~: tjg rchiys pstos; ter ~ bezorgen: posten 1; posterijen;
  2. (=wachtpost) putiy {C};
  3. (bedrag v boekhouding) mrns {C}.

postbode:: (brievenbesteller) (in stad) pster {C}; (op platteland) trofiyatjen {C}.

postbus:: (in postkantoor) pstbx {C}; (autobus vd posterijen) pst-gerlas {C}.

postcode:: pst-hor {C} (in Spok 4 cijfers); zie ook Postcodes in .

postconsonantisch:: (taalk) pstcnsonentise {I}.

postelein:: pepliys {S} (vrnl in de samenstelling: knurfel-pepliys = waterpostelein).

posten::

  1. (ter post bezorgen) (in stad) pste {K}; (op platteland) trofiye {K}; het ~: pstos {C};
  2. (op de uitkijk staan) pute {U}.

poster:: (=affiche) poster {C}.

posterijen:: (=postwezen) (in stad) psteren {C}, pst {C}; (op platteland) trofiy {C}; zie ook Posterijen in .

postgiro:: otokafter {C} (afk= OK).

posthoornslak:: hrna-tiner {C} (L. Planorbis corneus).

postkantoor:: (in stad) pstsrt {C}; (op platteland) trofsrt {C}.

postrijtuig:: (trein) pstnolac {C}.

poststation:: (tot 19e eeuw: plaats waar paarden gewisseld konden worden) mindistiy {C} (na 1903: hotel).

poststuk:: (alg) trofiytiyn {C}.

posttarief:: pst-tareff {C}; zie ook Posttarieven in .

postuum:: (na iemands dood) fes ef kostoh.

postvocaal:: (taalk) pstvokelise {I}.

postvocalisch:: (taalk) pstvokelise {I}.

postwezen:: posterijen.

postwissel:: smurfetter {C}.

postzegel:: gorbas {C}; zie ook Postzegels in .

pot::

  1. (alg: met deksel) pt {C};
  2. (met/zonder deksel) (v aardewerk) pirt {C}; (v ijzer) gek {C}; (schaal/kruik ed) zps {C}; (=piespot) kvlo {C};
  3. (=lesbienne) (mannelijk type) menk {C} (pop/pej), quf {C} (pej); (vrouwelijk type) kelg {C} (pop/pej).

poten:: (v aardappels ed) hastae {K}.

potig:: (=stevig: v persoon) cmrta {I}.

potje:: een ~ vrijen: ef rze ja ef dndeljons.

potlood:: potilast {C; mv= potilste}; heb je even een ~ voor me?: (iro: "schrijfhoutje") aftel tu lelperre stindostjaga furt gress dus?.

pottenbakkerij:: klalbs {C}.

pover:: (=schamel) bavriy {I; [mv=enk]}.

Praag:: Praga {G}.

praal:: (=pracht) hadra {C}.

praalgraf:: hadra-kul {C}.

praat:: iets aan de ~ krijgen: ef obiyre flaju fes ef gros.

praatje:: (vaak niet geheel waar) dett {C}; mooie ~s: quista detts; een ~ beginnen met iemand (aanpappen): (op vriendelijke wijze) fppe n rast {U}; (op opdringerige wijze) fppe-fes rast {K}.

praatster:: (vrouw die [veel] praat) pjlera {C}; ze is een gezellige ~: eup melde eft aoliy pjlera.

pracht:: (=luister) fiyt {Aef}, lustriy {C}; (=heerlijkheid) hoggebim {SC}; (=praal) hadra {C}.

prachtig:: (=luisterrijk) fiyt {I}; (=schitterend) hordaos {I}, ojic {I}; fiyt n ojic (nadrukkelijker dan alleen fiyt of alleen ojic).

praktijk:: (alg: v dokter, criminele praktijken ed) klen {C}; in de ~ brengen: klen-riffe {K}; het in de ~ brengen (praktische uitvoering): klen-riffos {A}.

praktisch::

  1. (=doelmatig) nexlmp {I};
  2. (niet theoretisch) klaje {I}; ~e uitvoering (het in de praktijk brengen): klen-riffos {A};
  3. (zo goed als) dl {III}; hij was ~ dood: do meldo dl koffon; in ~ alle ziekenhuizen: fes dl cradef hspitalos; (soms wordt dl abusievelijk als cat.I opgevat, en als bv gebruikt, dus: fes cradef dl hspitalos).

praline:: (=bonbon) oclagrume {C}.

prat:: belezenheid.

praten::

  1. (alg) ~ met/tegen/tot iemand: pjle lef/n/piti rast {E}; ~ over iets tegen iemand: pjle rifo flaju n rast {U}; lpjle flaju n rast {K};
  2. (soorten van praten) in zichzelf ~: ef pjle piti quandro; warrig ~: tiylvle {E; gst= tiylf}; zangerig ~ (zoals men op Tigof doet): tynce {U} (dl= Tigof); ~ met bibberende stem: prdre {U}; ~ met schelle stem: scegge {E};
spreken.

prater:: (iemand die [veel] praat) pjler {C}; hij is een gezellige ~: do melde eft aoliy pjler.

precario:: (belasting voor het hebben v voorwerpen onder, op of boven de openbare gemeentegrond; onbekend in Spok); reclamebelasting.

precies:: (=juist) bloir {I}; (=juist/pal) neryt {III}; (juist ja; spr) bloir siy; ~ voor de deur: neryt furt ef argerat; (=nauwkeurig) kvpus {I}; ziekelijk ~ mens (pietepeut): koffatjen {C}.

preconsonantisch:: (taalk) precnsonentise {I}.

predicaat:: (alg/logica) predikatiy {C}; (taalk: gezegde) painer-grup {C}.

predikant:: (=dominee) predikent {C}.

prediken:: predike {U}.

preek:: prediyk {C}; (Erg) opent {C}.

preekstoel:: predike-hkot {C}.

prefabricatie:: preriffes {C}.

prefereren:: (de voorkeur geven aan) preferere |..je| {K}.

prefix:: (taalk: =voorvoegsel) fesfiy {C}.

pregnant:: (=nadrukkelijk) purfatiy {I}.

prehistorie:: wufe-pirmer {C}.

prei:: (groente) porn {S}.

preiplant:: (=preistengel) porn-iynk {C}.

preistengel:: (=preiplant) porn-iynk {C}.

premie:: premy {C}.

premire:: mennstgos {Crs}.

premisse:: premiss {C; mv/rsmv= premisses}.

prent:: (=tekening) platono {C}; (=plaatje) kabe {C}.

prepareren:: (=voorbereiden) preparere |..je| {K}.

preparering:: (=voorbereiding) preparao {C}.

presens:: (taalk: tegenwoordige tijd) ralotiy {C}.

presentator:: (=omroeper: bij de tv) portzerfiter |..ts../..dz..| {C}.

presentatrice:: (=omroepster: bij de tv) portzerfita |..ts../..dz..| {C; mv= portzerfitas}.

presenteerblad:: (=dienblad) ler {C}.

presenteren:: (=tonen) ove {K}; (tonen en openbaar maken: v onderzoek, rapport, boek ed) ovenne {K}.

presentje:: (=cadeautje) pamel {C}.

president:: presedent {C}.

presidentieel:: presedenela {I}.

prestatie:: jikat {C}; een ~ leveren: ef holare eft jikat.

presteren:: jikate {K}.

prestige:: dres-envanos {A}.

prestigieus:: reputabliy {I}; lef dres-envanos.

pret:: (=schik) gta {C}.

pretpark:: (recreatiepark: met kermis ed) nefr {C}.

prettig:: aoliy {I; [mv=enk]}; (=aangenaam) trojo {I; vt= vzr; ot= trotiy; vk= lgt; mt= qury}.

preuts:: urt {I}.

prevelen:: bribe {K}.

preveling:: bribos {C}.

preventief:: ulent {I}.

prevocaal:: (taalk) prevokelise {I}.

prevocalisch:: (taalk) prevokelise {I}.

prieel:: cluzs {C}.

priem:: sleg {C}.

priester::

  1. (heidens) heden {C};
  2. (RK) pryst {C}; (deken) decann {C};
  3. (Erg) (alg; vaak leider ve religieuze commune) sakdos {C; mv= sakdosz}; (hoge Erg-geestelijke, in rang onder de ryltiy) partes {C}; (vd Kinusall-orde) kinusala {C}.

prijs::

  1. (winnen) priss {C; mv= prisa}; zie ook Prijzen en onderscheidingen in ;
  2. (wat iets kost) ny {C}; de ~ vermelden (prijzen): ny-kette {K}; voor welke ~: fes folarra ny; de volle ~: ef xul ny; halve ~ (half geld): holfe-smurf |hofe-| {S}; voor halve ~: fes holfe-smurf; zie ook Prijzen in ;
  3. op ~ stellen: strfe {K}; ik stel het op ~ om nu te vertrekken: gress strfe, den [gress] prate ral = gress strfe [gressex] ef ral pratos; het op ~ stellen: strfos {A}; ~ stellen op (liefhebben): gele {K}.

prijsgeven:: niare {K}.

prijsgeving:: niaros {C}.

prijspeil:: ny-nivo {C}.

prijsvraag:: priss-kettos {C}.

prijzen:: (de prijs vermelden) ny-kette {K}; (belonen/loven) ksvenne {K}; het ~ (het loven): ksvennos {A}; (sprkw) prijs de dag niet voor de avond: eft pratelira kar str meana.

prijzenswaardig:: (onvolprezen) ksvenne-p {I}.

prik::

  1. (met scherp voorwerp) tjt {C}, tnesst {C}; (=steek) gays {C}, xt {C}; (injectie, vaccinatie) tjt {C}.
  2. (vis) lbslg {C}; (ihb rivier~: L. Lampetra fluviatilis).

prikkel:: (vrnl lett) obrs {C}; (fig) obros {A}.

prikkelbaar:: (kregelig; uit zijn humeur) eterrenx {I}; ~ zijn: triskete {E}.

prikkelbaarheid:: trisketos {A}.

prikkeldraad:: priyke-drat {C}.

prikkelen:: (inspiratie geven) obre {K}.

prikken:: (=steken) priyke {K}, gaye {K}, xte {K}, tnesste {K}; ik prik mij aan de doorn: ef qurt tnesste gress; ~ in (lichaamsdeel): priyke {Upr}; ik prik in mijn vinger: kost re rliriy sen priyke.

pril:: rija {I}.

primair:: bentsrtiy {I}.

primitief:: laborventiy {I}, primiteff {I}; (on[der]ontwikkeld) primi {PX}.

primula:: primula {C} (L. Primula obconica).

principe:: fyrah {SC}, prinsypp {C}; in/uit ~: fara prinsypp (afk= f/p); in ~: m moris.

Principe:: Prinsypp {G}.

principieel:: prinsipiela {I}.

prins:: prens {C} (afk= Pr.).

prinsdom:: prenstat {C}.

prinses:: prensa {C} (afk= Pra.).

Prinsjesdag:: (ong: Spok feestdag op 12 mei; opening vh nieuwe regeringsjaar, waarbij de koning de Nmpa-quariy ("troonrede") voorleest en vervolgens over de inhoud ervan in het openbaar discussieert met de zmporementec ("volksvertegenwoordiging")) Nmpa-tof {N}.

printen:: (afdrukken met een printer) kabi-stinde {K; vdw= ..-stindas}.

printer:: (afdrukapparaat bij computers) kabier {C}.

prioriteit:: (voorrang: NIET in het verkeer) prioritiy {C}, bentarfinos {A}.

prisma:: presma {C}.

privaat::

  1. (WC) beltmit {C}.
  2. (=particulier) vert {I} (als tegenstelling v publiek B.).

privatiseren:: vertare {K} (overheidstaken door een particulier bedrijf laten uitoefenen).

privatisering:: vertaros {A}.

priv:: (bv: particulier) pryf {I}.

privonderneming:: (particulier bedrijf) mainkloitoh-glfiy {C}.

privilege:: kjesafiy {C}; (=voorrecht) rozzermos {A}.

pro:: (voor) ort {VZ} (betrekking).

probeer:: (proef) tr {PX.c > c}.

probeersel:: (iets wat [uit]geprobeerd wordt) trijos {C}; (experiment) fata {C}.

proberen::

  1. (=pogen) efrme beri/den {U}; het ~ (poging): efrmiy {A; mv=enk};
  2. (=uitproberen) trije {K; gst= trit}; ik probeer deze nieuwe tandpasta: gress trije dena kleter ynt-psta;
  3. ~ te (het al dan niet slagen vd poging hangt van externe factoren af): trije beri/den {U; gst= trit}; hij probeert te lachen: do trije beri obezjere; ik probeer Jn te overtuigen (het al dan niet slagen v mijn pogingen hangt slechts af v Jn's bereidwilligheid om zich te laten overtuigen): gress trije beri klate Jn;
  4. (trachten: iets te doen wat eigenlijk niet in je vermogen ligt) trace {U}; (verplichte kerndeletie in den-zin:) hij probeert te lachen: do trace den obezjere; ik probeer Jn te overtuigen (het al dan niet slagen v mijn pogingen hangt vd kwaliteit v deze pogingen af, NIET vd vraag of Jn gemakkelijk te overtuigen is): gress trace den klate Jn.

probleem:: mntyos {A}; (=vraagstuk) tolinnos {C}; een ~ zijn (problematisch zijn): mntye {E}; geen [enkel] ~: lark {C}; dat is geen enkel ~ [voor mij]!: eft lark melde [n gress]!; het is geen enkel ~ voor mij om op je kinderen te passen: eft lark melde, den gress kaftare vilt efantys; een ~ hebben met iets; problemen hebben met iets: ef melde fes mntyos lef flaju; in de problemen zitten: ef farte fes fallos.

probleemloos:: mntyos-velp {I}.

probleemmaker:: (=ruziezoeker) wolaji {C}.

problematiek:: tomntyos {C}.

problematisch:: ~ zijn (een probleem zijn): mntye {E}.

proced:: qulsfen {C}.

procedure:: prosedr {C}.

procent:: prosent {C}, ri'prsa {C} (afk= /rp of %); 3% = 3 ri'prsa = 3/rp.

procentteken:: prosent {C}, ri'prsa {C}; 3 ~s (%%%): 3 prosents = 3 ri'prsas.

proces:: (alg, behalve rechtszaak) er {C}; (rechtszaak) rigter {C}; een ~ voeren: ef ciyfe eft rigter.

processie:: proseo {C}, xltos {C}; in een ~ meelopen: xlte {U}.

proces-verbaal:: nalalfafiy {C}.

proclamatie:: proklamao {C}; (=afkondiging) rupkos-fes {A}.

proclameren:: (=afkondigen) rupke-fes {K}.

procuratiehouder:: mitarepp-hut {C}.

procureur:: tiyn-wencater {C}.

producent:: produsennt {C}.

produceren:: produsere |..je| {K}.

product:: prodk {C}; zie ook Ambachtelijke producten in en Producten en merken in .

productie:: produko {C}.

productie-assistentie:: (tv/film) produsere-crtiros {C}.

productiebelasting:: (soort BTW op buitenlandse en luxe goederen) produko-tx {C} (afk= P.T.).

productief:: rfshc {I}.

productiviteit:: rfshc {Aef}.

proef:: prufa {C}; op ~: prufatiy {I}; (proefmodel) trijos {C}; proef (test): ultes {SX > c}; (bijv) bloed~: kursuusultes; op de ~ stellen (beproeven): ucgare {K}.

proefdier:: trbelp {C}.

proefdraaien:: (intrans) ef poire prufatiy {I}.

proefmodel:: trjnt {C}, trijos {C}.

proefondervindelijk:: prufatiy {I}, trijeniy {I}.

proefpersoon:: trveldur {C}.

proefschrift:: (=dissertatie) prifjiofer {C}, priff {C} (pop).

proefstation:: kipt {C}, trsrt {C}.

proesten:: (lachen) njnte {U}; (snuiven: paarden) funse {U}.

proeven::

  1. ([onbewust] gewaarworden v smaak) lse {K}; het ~ (smaak): ls {C}; niet te ~ (zonder smaak): motrik-stylf {I};
  2. (bewust een smaak vaststellen; vooral v wijn) bde {K}; het ~: bdos {C}; proef de sfeer van vroeger: bde-grse ef horit ln.

profeet:: profett {C}.

professional:: slojeter {C}.

professioneel:: gillt-kr {I}.

professor:: (hoogste universitaire titel) prifjiof {C} (afk= Pf.).

profetisch:: profetise {I}.

profiel:: profil {C}; (fig) tolnt {C}.

profiteren:: ~ van: luftblaffe |luvb..| {K}; het ~: luftblaffos |luvb..| {A}.

prognose:: prognoss {C; mv/rsmv= prognoses}.

programma:: (alg) progrm {C}.

programmeur:: (voor computers) cmputarer {C}.

progressief:: (vooruitstrevend) progreseff {I}.

project:: projecc {C}.

projecteren:: quzrzerfe {K}; het ~ (projectie): quzrzerfos {C}.

projectie:: (geprojecteerd beeld) quzrzerfi {C}; (het projecteren) quzrzerfos {C}.

projectiel:: simuer {C}.

projectiescherm:: (v film ed) nle-kerpa {C}.

proletariaat:: proletart {C}.

proloog:: (voorspel: v toneel) prologiy {C}.

promille:: promil {C}, ri'main-prsa {C} (afk= /rmp of ); 3 = 3 ri'main-prsa = 3/rmp.

promotie:: promoo {C}.

pronken:: klme {U}; ~ met: kafprabare {K}, hadrae {K}; ~ met andermans veren: ef kafprabare ef stiemzerer lores-prs.

pronkkastje:: (=etagre) hadraos {C}.

pronksteelboleet:: Koronalista-chnt {C} (L. Boletus calopus).

pronkstuk:: het museum toont de Chinese vaas als ~ op/van de tentoonstelling (belangrijkste item): ef musm jikate ef china rlft fes ef eksposio.

pronomen:: (taalk: =voornaamwoord) roni {C}.

pronominaal:: pronominale e (sx e waarop een Spok infinitief eindigt; tevens de woordenboekvorm van een ww): pronomiy-e {C}; (in oude/gekalligrafeerde teksten soms wel als een "lange e" () geschreven: finne = begin, en finn = beginnen).

pronominaliseren:: roni-riffe {K}.

prooi:: (v roofdier) xomiyft {C}.

proost:: ~! (op je gezondheid!: bij het glas heffen): reff!.

prop:: (papier/watten ed) miyk {C}; (=stop: gatdichting) kps {C}.

propaganda:: propagand {C}.

propageren:: propagere |..je| {K}.

propeller:: (=schroef) zlft {C}.

proper:: (=rein) ming {I}.

properheid:: (=reinheid) minga {C}.

propos:: 4.

propvol:: (=stampvol: v zaal/tribune ed) klxa {I}; (v fles ed) rgaror {I}.

prospectus:: luftreppafiy {C}.

protectionisme:: protekonesmiy {C}.

protene:: (eiwit[ten]) proteynn {S}.

protest:: protestao {C}; uit ~: g protestao.

protestant:: (zn: persoon) reformer {C}; (bv: =hervormd) reformeriy {I}.

protestantisme:: reformer-korda {C}.

protesteren:: ~ [tegen]: protestere [qu] |..je| {U}.

protestmars:: protestere-xlt {C}.

prothese:: protese {C}.

prototype:: prototyp {C}.

Provence:: de ~ (in Zuid-Frankrijk): Provence = Provense |..ense| {G}.

proviand:: (voorraad) crcht {S}; genoeg ~ hebben (om de winter door te komen/de reis te kunnen volbrengen ed): zyre {U}; we hebben voldoende ~ voor de overtocht: kirro zyre lf ef njebop [frpj ef ubara].

proviandzak:: crchtlot {C}.

provider:: (aanbieder v communicatiediensten, zoals telefoon en internet) cmu-ketter {C}.

provinciaal:: (=gewestelijk) mantaiy {I}.

provincie:: (=gewest/landstreek: vrnl in Romeinse rijk en Nederland; nooit in Spok) provvene {C}; (in Spok: district) distrycc {C}; district; districts-.

provisie:: kanas-smurf {S}.

provisiekamer:: ubarmit {C}.

provisorisch:: fes perkaliy {C}.

provocatie:: provokao {C}.

provoceren:: provosere |..je| {U}.

proza:: prosy {S}; wat betreft ~: prosyne {I}.

pruik:: wyger {C}.

pruilen:: msce {U}.

pruillip:: jerre-motrik {C}.

pruim:: (vrucht) zuffu {C}.

pruimeboom:: zuffus-vildul {C}, tozuffu {C} (ihb L. Prunus domestica).

pruimenwijn:: karuff {S} (vooral bij bruiloften gedronken uit wit-porseleinen kelken); een glas/kelk ~: eft karuff {C}.

Pruis:: Prusann {Cef}.

Pruisen:: Prussa {G}.

Pruisisch:: (bv) prussa {IIef}; ~e vrouw: Prusana {Cef}.

prul:: (=lor) cht {C}.

prullenbak:: (=papiermand) korninlot {C}.

prut:: (=brij) sms {S}.

prutsen:: (=peuteren) pitstice {U}; (=knutselen) friylpe {U}.

pruttelen:: (koken) drbe {U}, brpe {U}.

PS:: (naschrift) dfo-mux {C} (afk= DM).

psalm:: pslm {C}.

pseudo:: schijn.

pseudoniem:: toquanka {C}; een ~ (een aangenomen naam): eft kir quanka {C}.

psychiater:: psygiatriy {C}.

psychiatrie:: psygiatros {C}.

psychiatrisch:: ~e patint (geestelijk gehandicapte): brenk-wzer {C}; ~e inrichting: brenk-wzer-srt {C}.

psychisch:: psygise {I}.

psychologie:: psygoliy {C}.

psychologisch:: psygologise {I}.

psycholoog:: psygolche {C}.

pub:: caf.

puber:: (=adolescent) mrest {C}.

puberteit:: adoleseno {C}, adoliy {C} (pop).

public:: en plein ~: fes tuffes cmas.

publicatie:: publikao {C}; zie ook Publicaties in .

publiceren:: (openbaar maken) publisere |..je| {K}.

publiciteit:: publisitiy {C}.

publiek::

  1. (zn) publiyc {Cef};
  2. (bv: =openbaar) publiyc {I}; kofaniy {I} (door de overheid, als tegenstelling v privaat B. en particulier B.).

pudding:: plumbr {C}; (vla/vruchtenpap: als nagerecht) zva {C/S}.

Puerto:: ~ Rico: Portoric- (en afleidingen).

Puerto Rico:: Portoric- (en afleidingen).

puilen:: nlmece {U}.

puimsteen:: pums {S}; stuk ~: pumsiy {C}.

puin:: klk {S}.

puinhoop:: (lett) klkos {C}; (lett/fig) o'yte {C}.

puist:: (=pukkel) pucc {C}.

puitaal:: (vis) pter {C} (L. Zoarces viviparus).

pukkel:: (=puist) pucc {C}.

pul:: (eendenkuiken: tam) cucc {C}; (bierpul) kmst {C}.

pullover:: (trui zonder mouwen, en evtl met V-hals) kura-trut {C}.

punaise:: riygt {C}.

punch:: punch |pune| {S}.

punt::

  1. (alg: stip/uiteinde ed) ponto {C}; punt (top, uiteinde): iyxe {PX.c > c}; scherpe ~ (stekel): stiyk {C}; een ~ maken aan (potlood ed): pontoe {K};
  2. (=plek/plaats) ws {C; mv= wsa}; laagste ~ (in gebouw/schip): tof {C};
  3. (typografisch; bij spel/werk ed) nel {C};
  4. (leesteken) ponto {C}; dubbele ~ (:): terponto {C};
  5. op het ~ staan om: nrte beri {U}; ef roite fes ef rc, den ...; ik sta op het ~ te vertrekken: gress nrte beri prate = gress roite fes ef rc den [gress] prate; op het ~ staan te vertrekken naar: mle {K}; hij staat op het ~ naar Hirdo te gaan: do mle Hirdo; op het ~ staan te zinken: latre {U; gst= latt};
  6. (fig) ponto {C}; dat is geen ~ (dat doet er niet toe): ef lse tlosiy; op dit ~ (wat dit betreft): x {III}; op het ~ van (=qua): fitfara meldelira (vz-uitdr).

puntenslijper:: potilast-riff {C}.

puntig:: (=spits) xest {I}; (met punten/stekels) agren {I}.

puntkomma:: (leesteken ;) tocma {C}.

puntstuk:: (v wissel bij spoorwegen) ponto-kanas {C}.

pupil:: (in oog) pupil {C}.

puppy:: (jong hondje) hnt {C}.

puree:: slp {S}; tot ~ maken (pureren): slpe {K}.

pureren:: (tot puree maken) slpe {K}.

purisme:: puresmiy {C}.

purper:: purper {I}.

purperlichtmot:: Flenazjekk-fl {C} (L. Pyrausta purpuralis).

purser:: (hofmeester: v schip/vliegtuig) korsarater {C}.

pus:: (=etter) slf {S}.

put:: (=kolk) kra {C; rs= kre}; (drinkwaterput) kupn {C}; in de ~ zitten (fig): ef feldre fes ef kelr.

puts:: (soort emmer) pelcan {C}.

putsteelmelkzwam:: kbo-helter {C} (L. Lactarius scrobiculatus).

putten:: (v water) nolce {K}.

putter:: (vogel) crdvel {C} (L. Carduelis carduelis).

puur:: (=louter) nucer {I}; ~ geluk: nucer geffal; (onvermengd/ongerept) emlot {I}; pure chocolade: zutter ocla.

pyjama:: (=nachthemd) miskofkas {C}.

Pyreneen:: de ~: Pyrnees {Gmv}.

pyriet:: pyritiy {S}.

pyromaan:: (zn) bedarkinner {C}; (bv) bedarkinn {I}.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO