Woordenboek
Spokaans-Nederlands | Nederlands-Spokaans

SpokaansNederlands     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

 

NederlandsSpokaans     A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
 

u:: {C} (naam vd letter U).

u:: (= )

  1. {PXimpr.add > add} (menselijke eigenschap) (bijv) rt/urt: vast, zeker/preuts; zgem/uzgem: weids/tolerant, verdraagzaam; fmiy/fmiy: gegroefd/ingewijd; bfta/ubfta: echt, geheel (de px-loze vorm bfta is arch, en sinds de 16e eeuw uit de Spok taal verdwenen).
  2. {PXimpr.s} (oorspr Peg lw, nu allectief) (bijv) ubrt: varkensvlees; ufrecc: verontwaardiging; usienc: zink; a; y.

u:: {SX.wst > toek} (achter hulpww, tenzij dit ontbreekt of op lira eindigt, dan achter hoofdww; samen met dt di) (bijv) gress di trempu ef mimpit: ik zal het boek lezen; do di fartu: hij zal lopen; (u krijgt altijd klemtoon).

::

  1. {PXimpr.c > mv} (oorspr Peg lw) (bijv) rozjep/rozjep: riem, peddel/riemen, peddels; o; r.
  2. {PX} u.

ua.:: {afk} uftalka.

A:: {afk} pk-are.

ach:: {I} wijs (niet stom).

achiy:: {C} wijsheid.

UAE:: {G/afk} Unior Arabyja Emiratiys.

ae:: {E; gst= at; vdw= pa} tot stand komen.

Uament:: {G} (dorp; gemeente Uofiten); (DOM 183).

aos:: {C} totstandkoming.

urt:: {I} preuts.

uas:: {C} gans (vogel) (L. Anser of Branta); blakker ~: sneeuwgans (L. A- caerulescens); presr ~: grauwe gans (L. A- anser).

uas-fus:: {C} ganzenlever.

Uashynne:: {G} (eilandje in de Trendon; gemeente Trondom); .

Uashynne-fresta:: {G} (bosgebied ten westen v Trondom, langs de Trendon); .

Uas-ileset:: {G} (eilandje, omsloten door twee takken vd Fetu; gemeente Tearo); .

uas-kleser:: {S} kleefkruid (L. Galium aparine).

uas-lofa:: {C} zilverschoon (plant) (L. Potentilla anserina).

Uas-mirra:: {W} .

Uas-plep:: {W} .

uas-tegt:: {C} blunder, flater; ef riffe eft ~: een blunder begaan.

uasynn:: |wasynn| {S} usynn.

at:: {gst} ae.

uba:: {I} steil; (pop) te gek (erg leuk); eft ~ zieo: een te gekke muts.

ubfta:: {I; vt= stt; ot= oss; vk= fsoliy; mt= gloert} echt, geheel, heel erg (meestal versterking bij ander add); ~ hupster: heel [erg] groot; stt hupster: veel groter; fsoliy hupster: veel minder groot; mittof melde eft ~ truff: dat is een hele aanwinst.

Ubfta-Firani:: {G} (rivier van de Firani naar de Aflif-straat); .

Ubama:: {G} (stad in Munt).

ubara:: {S} voedsel, kost, spijs.

ubara-crbatt:: {C} voedselvoorziening.

ubaralot:: {C} ruif, etensbak; ef pilde fes ef ~: aan de dag leggen (tonen).

ubarmit:: {C} provisiekamer.

uber:: {C} (fig) houvast.

uberare:: {K} (fig) zich binden aan.

ubere::

  1. {K} (alg) grijpen, pakken; (ihb) opnemen (telefoon); oppakken (bijv door de politie); ef ~ ef mux: woord houden; ef ~ rst furt ef trustos: iemand in vertrouwen nemen.
  2. {Kpr} (fig) veroveren; aanboren.
  3. (tdw) ef melde ~lira ... [rifonn flj]: [iets] opvatten als ...; gress melde ~lira eft merfos: ik vat het op als een leugen; gress melde ~lira eft sientur rifonn Mefa: [ik vind] Mefa is als een moeder voor mij (eig: ik vat Mefa op als een moeder); Drys melde ~lira sex-ts rifonn pirinins: voor Drys zijn meisjes seksobjecten.

ubere-fes:: {K} bergen; in veiligheid brengen.

ubere-fest:: {K} vastgrijpen.

ubere-kaf:: {K} oprapen.

uberen:: {I} (vrnl fig) grijpbaar; tastbaar.

uberkinn:: {I} grijpgraag; (euf) kleptomaan.

uberos:: {C} (alg) greep, het grijpen; (technisch) koppeling (v auto).

uberos-fes:: {C} berging; het in veiligheid brengen.

uberos-fest:: {C} het vastgrijpen.

uberos-kaf:: {C} het oprapen.

Ubipa:: {G} (stad in Ben).

Ubipa-Manes-Btart:: {G} (dorp; gemeente Zertoniyta).

blja::

  1. {Aef} vroomheid.
  2. {I} vroom.

bljaer:: {I} schijnvroom.

ubrt:: {C} varkensvlees, karbonade.

UC:: {afk} (= Urapas Corvi'am); corvi'am.

c:: {C; mv= ~a} "kuifkraai" (kraai met kuifje; komt voornamelijk in en om Amahagge voor; nestelt in de lindebomen vd dierentuin aldaar) (L. Corvus graliykii).

ca:: {mv} c.

ucalyptes:: {C} eucalyptus (L. Eucalyptus); ronter ~: (boom: L. E- gunnii).

cs:: {VG} (positieve tegenstelling) terwijl, maar; ef hurts farte, ~ ef zlakos blacroe: een hond loopt, terwijl/maar een slang kruipt; do nert brae crepps, ~ gress larde tevi tem: hij lust geen pannenkoeken, maar ik eet ze graag.

uchafmr:: |..fMr/..fr|

  1. {Aef; rs= ~t} situatie; ef hendre ef ~: hierop inspringen (de kans te baat nemen).
  2. {I} situationeel.

uchafmrt:: |..fMrt/..frt| {rs} uchafmr 1.

uchah:: {C} wezen, individu (zn).

ucha'occ:: {C} kalkoen (L. Meleagris); ef iyrke lo eft gl ~: zich doodschamen.

uchl:: {SC} zeer onverwachte verrassing.

uchlami:: {III} voor het geval er niets gebeurt, mocht er [helemaal] niets gebeuren.

ucjyfe:: {K} meesleuren; hajemos.

Ucjyfe-zee:: {G} (eilandje in de Gubina-zee); .

ucjyfos:: {C} meesleuring.

ucoe:: {U} piekeren, tobben.

ucoos:: {C} gepieker, getob.

ucgare:: {K} op de proef stellen; beproeven; gress nert ~: ik kom er niet uit; ik zie geen oplossing.

ucgaros:: {A} beproeving.

ucgatjen:: {C} voorspller.

ucge:: {K} ~ n: voorspllen.

ucge-tiyn:: {A} voorsplling (wat voorspeld is, de uitkomst).

ucgos:: {A} voorsplling, het voorspllen.

uco'lite:: {U} tevergeefs zijn.

uco'litos:: {A} vergeefse daad; vergeefse poging.

uco'liy:: {I; [mv=enk]} [te]vergeefs; onnodig, zinloos (zonder uitwerking).

cs:: (= x |ks|) {C; mv= cs of x} klip, rotspunt; ef njebope kafonn ef ~: in duigen vallen; ef melde kaf ef cs/x: het is verpest/versjteerd/ernstig verstoord (bijv v feest).

cs:: {G} (dorp; gemeente Lnges).

csijera:: (= xijera |ks|) {C} scherenkust; kust met veel rotsen.

cs-plep:: {W} .

cs-zrer:: (= x-zrer |ks|) {C} kliplipvis (L. Ctenolabrus rupestris).

uctivil:: {C} circus (in Spok meestal klein en in de openlucht, zonder gedresseerde dieren).

Uctivil:: {N} (herberg aan de bosrand bij Amentlestu); .

ucr:: {I} misplaatst.

Un:: {F}.

Uder:: {J}.

Udr::

  1. {J}.
  2. {N} (Bergparel-B&B in Oopare); .

UEC:: {afk} (= Urapas Ekonomise Corvi'am); corvi'am.

eme:: {U} [hoorbaar] ademen.

eme-fes:: {U} inademen.

eme-hiystos:: {C} kinkhoest.

eme-mip:: {U} uitademen.

eme-silens:: {I} ademloos (luisteren ed).

emos:: {C} ademhaling.

emos-fes:: {C} inademing.

emos-mip:: {C} uitademing.

uenge:: {U; vdw= p~} gestalte krijgen; ef luna ~: de maan wast; het wordt volle maan.

uengepainn:: {C} (taalk) aanvoegende wijs.

uengos:: {A} het gestalte krijgen; gress zerfe ef ~ ral: ik kan de zaak nu overzien; ik begin een overzicht van het geheel te krijgen.

esacr:: {I} wagenwijd open.

esacre::

  1. {K} (trans) (alg) opensplijten; (ihb) openrijden, opensnijden (v wissels door een trein); ef ~ ef eits: grote ogen opzetten.
  2. {Upr} (intrans) opensplijten; (ihb) gapen (v kloof).

esacros:: {C} (alg) opensplijting; (ihb) het openrijden (v wissels door een trein).

ese:: {K} opslaan (v ogen, boek).

uet:: {C} kolenmijn.

Uet ber Brym:: {N} (voormalige kolenmijn; gemeente Korif); .

Uet-lirrotiy:: {W} .

f:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v ef 1; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) kaff = kaf ef: op het, erop; 'karaf = helkara ef: naar het/ernaar [toe]; ef.

ufege:: {K} ~ [beri/den]: vergeten [te].

ufegos:: {A} vergetelheid.

ufer:: {gst} ufre.

ufesper:: {gst} ufspre.

uff::

  1. {I} geoefend.
  2. {gst} ufne.

ffen:: {F}.

ufira:: {C} voertuig.

ufirare:: {K} berijden, rijden in/op (auto, paard ed); poira.

ufirarvende:: {U} voorbijrijden.

ufiratjen:: {C} machinist (op trein).

ufiratt:: {I} berijdbaar.

ufire:: {K/U} rijden; do chafoste ur ~: hij rijdt terwijl hij zingt; hij zingt onder het rijden (lett "hij rijdt te zingen"); gress ~ fesrt Petriyex ef oto: ik rijd IN Petriy's auto naar huis; gress ~ Petriyex ef oto LO fesrt: ik rijd/breng Petriy's auto naar huis/thuis; gress ~ Lerduex ef oto: ik rijd in Lerdu's auto (die auto heb ik dus te leen); ps ~lira: ze zijn aan het [auto]rijden; ze zijn met de auto gekomen.

ufire-bjelt:: {C} buitenband.

ufire-cor:: {K} omverrijden.

ufire-eksm:: (= ufire-exm |ks|) {C} rijexamen.

ufire-exm:: {C} ufire-eksm.

ufire-kartafiy:: {mv} ufire-kornin.

ufire-kestenn:: {K} omverrijden.

ufire-koles:: {C} rijschool (auto).

ufire-kornin:: {C; mv= ..-kartafiy} rijbewijs.

ufire-lango:: {U} [komen] langsrijden.

ufire-materialo:: {S} rollend materieel.

ufire-mip:: {K} uitrijden (tot het einde toe rijden); ps ufire-mip pij ef mirra: ze rijden de straat geheel uit.

ufirklan:: {C; mv= ..klne} wiel (om op te rijden).

ufirklne:: {mv} ufirklan.

ufirmeane:: {U} komen aanrijden (met voertuig).

ufirzyle:: {E} heel/te hard rijden (sneller dan verantwoord is).

ufnaratjen:: {C} trainer (bij sportclub).

ufnare::

  1. {K} ~ fes: oefenen in.
  2. {U} trainen.

ufnaros:: {C} training.

ufne:: {K; gst= uff} [uit]oefenen, bekleden (v functie); ~ armt: uitoefenen op (kracht, invloed ed).

ufne-fort:: {C} bekleding (v functie).

ufne-kaf:: {K} beoefenen (v sport ed).

ufne-zor:: {C} rekstok.

ufnos::

  1. {C} (alg) opgave, oefening; (ihb) uitoefening (v functie ed).
  2. {A} (fig) uitoefening (invloed); ~ armt flj/rst: uitoefening op iets/iemand.

ufnos-kaf:: {C} beoefening (v sport ed).

fmiy:: {I; [mv=enk]} ingewijd.

ufre:: {K; gst= ufer} bederven.

ufrecc::

  1. {Aef} verontwaardigdheid, verontwaardiging.
  2. {I} verontwaardigd.

ufrecce:: {K} verontwaardigen.

ufror:: {I} bedorven.

ufros:: {C} bederf.

ufsp:: |usp..| {wst} ufspre.

ufspre:: |uspre| {K; gst= ufesper; wst= ufsp} missen; niet raken (na ergens op gericht te hebben); missen (te laat komen voor); gress ef gerlas ~: ik heb de bus gemist.

ufspros:: |uspros| {C} misser (schot dat mist ed).

Uft:: {F}.

FT:: {afk} n furt Tradamarte.

ftf:: {C} (Erg: geestelijke in Peg kents).

ftf-pt:: {W} .

uftalka:: {III} (afk= ua.) enzovoort.

fte:: {F}.

uftel:: {PV; rs= ~l (arch) of ftell; 2niv-1mv} ons; Mariy nert tiffe ~: Mariy kent ons niet; eup ftell afnole: ze heeft ons achtergelaten.

uftell:: {rs} uftel.

ftell:: {rs} uftel.

ugnda:: {IIef} Ugandees (bv).

Ugnda:: {G} Uganda.

Ugndana:: {Cef} Ugandese vrouw.

Ugndany:: {Cef} Ugandees (bewoner).

Ugen:: {J} Eugne.

Ugena:: {M} Eugenie.

ugkee:: {K} weergeven, vertolken.

ugkeos:: {C} weergave, vertolking.

Ugotos:: |ugoetos| {F} (Peg).

Ugoriy-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Poriy); .

Uharf:: {G} (dorp; gemeente Meen).

ui:: {SX.wst} (achter hulpww, tenzij dit ontbreekt of op lira eindigt, dan achter hoofdww);

  1. (geeft toek 2niv; met dt di als handeling ook werkelijk plaatsvond) (bijv) do reppa, den do di trempui ef mimpit: hij zei dat hij het boek zou lezen (heeft hij dus ook gedaan);
  2. (geeft irrealis; zonder di als handeling niet door ging/zal gaan) (bijv) do reppa, den do trempui ef mimpit: hij zei dat hij het boek gelezen zou hebben (maar dat heeft hij niet gedaan); kirro pratui mas helkara Hirdo: we zouden morgen naar Hirdo vertrekken (maar dat gaat niet door); gress eft mirre-lofa lorerdui hs ef roiysrt: ik had een wandelkaartje bij de boswachterij moeten kopen (maar dat had ik niet gedaan); kost crtiruilira frint: mijn vriend die geholpen zou hebben (maar dat niet deed).

ice:: |wice| {U} ~ armt: ingaan op (een voorstel ed); ef ~ zefa terat armt: nader ingaan op.

Uiresa:: {F/M}.

uit.:: {afk} (= ur idem tiyns); tiyn.

Uit in Spokani nooit weg:: {N} (boektitel); .

UJ:: {G/afk} Unior Jabrstat.

ukr:: {SX.zn} landbouw, veeteelt, agrarisch; (bijv) blofukr: trekpaard (voor ploeg); vrkukr: landbouwmethode.

ukrnolac:: {C} landbouwvoertuig; .

ukrain:: {IIef} Oekrans (bv).

Ukrain:: {G} Oekrane.

Ukraina:: {Cef} Oekranse vrouw.

ukrainos:: {C} Oekrans (taal).

Ukrainy:: {Cef} Oekraner.

ul:: {C} ijlte.

Ula:: {G} (stad in Bloi).

Ula-mirra:: {W} .

uln:: {C} wal; muur om kasteel of stad; ef kafpntor ~s: "de bestormde wallen" (perifrase voor de stad Lift); n.

uln-miltefe:: {K} verschansen.

Uln-mirra:: {W} .

ulnos:: {C} verschansing; m ~: (fig) rechtuit, ronduit.

Uln-plep:: {W} .

ulnsr:: {C} (arch/dl= Tjemp/Plef) vestingstad.

uln-srt:: {C} vestingstad; stad[sdeel] binnen de wallen.

Uln-srt-zemper:: {N} "Jaar der Vestingsteden" (in het jaar 2000 werd speciale aandacht aan vestingsteden gegeven. Hajofese speelde hierbij een prominente rol); ; (DOM 54).

ularf:: {C} hechtenis; het vasten; ef putte rst furt ef ~: iemand in hechtenis nemen.

ularfe::

  1. {K} (lett) vasthouden (niet loslaten); ef ~ ef t: iets erop houden; ularfe-kiyro ef t, den ...: laten we het erop houden dat ....
  2. {U} vasten.

ularfe-flyddere:: {C} gele eenstaart (vlinder) (L. Drepana binaria).

ularfe-kaf:: {K} (lett) ophouden, omhooghouden.

ularfelira:: {I} (taalk) intransitief (in de Spok taal: alle werkwoorden die in dit woordenboek met {U} zijn gemerkt).

ularfe-mip:: {K} (lett) uithouden, uitsteken.

ularfos:: {C} het vasthouden.

ularfos-kaf:: {C} (lett) het ophouden, omhooghouden.

ularfos-mip:: {C} (lett) het uithouden, uitsteken.

ularf-quriyos:: {C} inhechtenisneming.

Ulches-kl:: {G} (bergpas in Boesh-gebergte; 422 m hoog); .

Uldovyll:: {F}.

Uldovyll-pola:: {W} .

Uldrec-terf:: {W} .

Uleff:: {F/J}.

u/lelp.:: {afk} (= ur lelpirus).

lfe:: {K} uitspreiden, verspreiden (alg); uitleggen (v loper).

lfos:: {C} uitspreiding (alg); het uitleggen (v loper).

ulfte:: {U} ~ lef: walgen van.

ulftest:: {C} walging.

uLG:: {afk} lebet-glyda.

lg:: {I} sociaal [voelend]; solidair.

lger:: {C} sociteit (besloten (exclusieve) club).

lgiy:: {A; mv=enk} sociaal-zijn, socialisatie, je sociaal/solidair [met anderen] gedragen.

uLGs:: {afk} lebet-glyda.

lg-rlikkiy:: {C} sociale gelijkheid; solidair met elkaar; leldelira ~: "groeiende sociale gelijkheid" (dwz bij de geboorte is iedereen gelijk, maar bij het opgroeien kristalliseren sociale status, succes in het leven, rijkdom en armoede, zich uit; dit is vastgelegd in de 3e mennmart, en ligt ten grondslag aan het fatalisme en de berustende houding die Spokanirs ten aanzien v hun levensomstandigheden hebben).

uliyja:: {C} oleander (L. Nerium oleander).

lke::

  1. {K; vdw= regelm.} binden (v saus/soep).
  2. {U; vdw= ulker} verstarren; eft ulker klt: een verstarde blik.

ulker:: {vdw} lke 2.

lkos::

  1. {C} binding, het binden (v saus/soep).
  2. {A} verstarring.

ulksiyg:: {C} slagader; (= ulliye + ksiyg).

ullt:: {I} gezwollen (alg); hoogdravend (taal).

uller:: {C} dikte (het al dan niet dik zijn).

ulliy:: {Iid} dik||dun; pert ~: dik; litel ~: dun; eft ~ kas lo eft cress: een dikke (gevoerde) jas; eft ~ lo wja belt-trut: een dun truitje.

ulliye:: {E} afwisselend dik en dun worden; hard hijgen; peristaltische bewegingen maken; zieltogen; als een worm voortkruipen.

ulliyos:: {C} het afwisselend dik en dun worden; hard gehijg; peristaltische beweging[en]; zieltoging; het kruipen als een worm.

ulljef:: {I} (fig) ingeworteld.

ulljevatjen:: {C} indringer.

ulljeve:: {K} indringen, binnendringen.

ulljevelira:: {I} ingrijpend (verandering ed).

ulljevos:: {C} indringing, binnendringing.

ullklte:: {U} gutsen; met golven stromen.

ullkltos:: {C} geguts, het gutsen.

ulot::

  1. {Aef} [bewust] valse beschuldiging.
  2. {I} [bewust] valselijk beschuldigd.

ulote:: {K} ~ rst tukst flj: iemand [bewust] valselijk beschuldigen van iets.

ulotos:: {A} [bewust] valse beschuldiging; aantijging.

lpe:: {K} terugvinden (na ijverig zoeken).

lpos:: {C} het terugvinden (na ijverig zoeken).

lrec:: {J} Ulrich.

lreca:: {M} Ulrika.

Ulruf:: {G} (dorp; gemeente Gralkrich).

Ulrufa-ager:: {N} (badstrand; gemeenten Gralkrich en Michta); .

Ulruf-pt:: {W} .

ultes:: {SX > c} test, proef; (bijv) kursuusultes: bloedproef; querganeultes: intelligentietest.

ltimatym:: {C} ultimatum.

ulpt:: {I} (arch) oneerlijk; tegen de wet handelend; (nu) onrechtmatig, onwettig.

ulysty:: {C} levensboom, boom des levens; Ulysty.

Ulysty:: {C/N} Levensboom (gezien als Erg personificatie, zoals afgebeeld op Spok wapen; Erg gelovigen schrijven ~ met een hoofdletter; RK gelovigen met een kleine letter).

ma:: {I} gemakkelijk, comfortabel.

mare:: {K} beloeren, begluren; loeren naar, gluren naar.

Umsse:: {F}.

mboetje-pt:: {W} .

mboetje-weg:: {W} .

ume:: {U} ~ n: (lett/fig) voorblijven, zich niet laten inhalen door, zich niet laten voorbijstreven door.

me:: {U} loeren, gluren.

Umerr:: {F}.

mfral::

  1. {Aef} zin, betekenis, bedoeling.
  2. {I} zinvol, betekenisvol.

mfraliy:: {III} in dien zin.

Umoet:: {F}.

mos:: {C} geloer, gegluur.

mote:: {I} gluiperig.

mott:: {C} gluiperd.

ump:: {VZ}

  1. (betrekking: personen) jegens, voor, bij, ten aanzien van; rovretos ~ rst: liefde voor iemand; ef pagiyry ~ sener fosies: eerbied jegens zijn ouders;
  2. (idiomatisch) ~ ef xijera/eft lnt: langs de kust/een lijn.

ump:: {PX.ww > ww} (nieuwe ww'n); ump; ump-.

umpaje:: {U; gst= umpat} maatregelen treffen.

umppe:: {K} berekend zijn op.

umpat:: {gst} umpaje.

umpkette:: {U} ~ n flj/rst: iets/iemand kwijt zijn.

umpocrme:: {U} ~ tukst: bejegenen.

umpocrmos:: {A} bejegening.

umpularfatjen:: {C} iemand die gijzelt, uitvoerder van een gijzeling.

umpularfe:: {K} gijzelen.

umpularfer:: {C} gijzelaar, gegijzelde.

umpularfos:: {C} gijzeling.

umpvertare:: {K} beantwoorden.

umpvertaros:: {A} beantwoording.

me:: {U} zeuren.

mos:: {C} gezeur.

Umy:: {afk} Umynast-benc.

umyn:: {C} mijn, groeve (meestal niet v kolen).

umynast:: {C} mijnwerker.

Umynast-benc:: {N} (afk= Umy) "Mijnwerkersbank" (voormalige bank te Korif); .

Umyn-Jakm:: {N} (station).

Umyn-Kib:: {N} "Mijn-Paal" (Bergparel-hotel in Ztso-Ylnja (Afacha)); .

umynos:: {C} mijnbouw.

Umyn-reks:: {N} "Mijnserie" (serie elektrische locomotieven); .

un:: {PX.ww > ww} (nieuwe ww'n; gereduceerde vorm v ump); un-.

UN:: {N/afk} Unior Naos.

n:: {C} unie.

n furt Tradamarte:: {N} (afk= FT) "Unie voor de Vooruitgang" (voormalige politieke partij); .

Undarjenn:: {G} (dorp; gemeente Alas, district Flp).

ndarjenn Furrs:: {F}.

Undoryll:: {F/M} (Peg).

Undsten:: {J} (Peg).

undxe:: {U} optimistisch zijn; hoopvolle verwachtingen koesteren.

undxiy:: {I} veelbelovend (met potentie).

undxos:: {A} hoopvolle verwachting.

Undyl:: {F/J/M} (Peg).

uneratt:: {I} verstaanbaar.

unere:: {K} verstaan, begrijpen.

uner'kurre:: {I} nert ~: onbegrijpelijk.

uneros:: {A} begrip; fes ef ~: met dien verstande; ef rigttatjen armtmquec eft hardlap terat xyfolos, fes ef ~, ef xyfolos nert geldrelira beri melde vluf dus 100 herco: de rechter kan een hogere boete opleggen, met dien verstande dat de boete niet meer mag bedragen dan 100 herco.

nft:: {C} schoft (v paard).

Ung:: {F/J}.

Ungala:: {M}.

Ungala Slkriy:: {N} (restaurant aan de haven in Qualeja); .

Ungastyl:: {G} (dorp; gemeente Gr).

unie:: {K} verenigen.

uniform:: {C} uniform; rst armt/lef eft ~: iemand in een uniform.

Union:: {N} (Bergparel-hotel in Xarebafiy); .

Unior Amahagge BC:: {N} (voetbalclub in Amahagge); .

Unior Arabyja Emiratiys:: {Gmv} (afk= UAE) [de] Verenigde Arabische Emiraten.

Unior Jabrstat:: {G} (afk= UJ) [het] Verenigd Koninkrijk (Groot-Brittanni).

Unior Naos:: {Nmv} (afk= UN) [de] Verenigde Naties.

Unior Stats:: {Gmv} (afk= US) [de] Verenigde Staten.

unios:: {C} vereniging, het verenigen.

unitino:: {C} unitijn (mnl lid v Erg kloosterorde).

Unitino-wlka:: {C} Unitijner orde (Erg kloosterorde); .

universela:: {I} universeel.

universiterr:: {I} universitair.

Universiterr Bioliy-laboratorym:: {N} "Universitair Biologielaboratorium" (in Zest); .

universitiy:: {C} universiteit; .

Universitiy-bibliotekke:: {N} "Universiteitsbibliotheek" (in Amahagge); .

Universitiy-hspitalo:: {N} (ziekenhuis in Hirdo); .

Universitiy-lajjefos:: {N} "Universiteitsadministratie" (kantoorgebouw in Hirdo); ; (DOM 211).

Universitiy-teatriy:: {N} (grootste theater in Zest); .

Universitiy-weg:: {W} .

University Press:: {N}

  1. (uitgeverij in Amahagge); .
  2. (uitgeverij in Zest); .
  3. (museum en archief in Zest); .

unkettare:: {U} om genade bidden.

unkette:: {K} zich overgeven [aan]; capituleren.

unkettelira:: {I} (fig) ontwapenend.

unkettos:: {A} overgave, capitulatie.

Unkiyst:: {N} (wegsrt, geopend in 1976, bij vliegveld Trymt; eerste wegsrt waarvan de motel-exploitatie aan een particulier is overgedaan); Sealey TC; .

Unkiyst-weg:: {W} .

no:: {J}.

unquardere:: {K} lastig vallen.

unquarderos:: {C} het lastigvallen.

Unsent:: {N} (discotheek in Br); .

Unser Wunsch-Kents:: {G} (woongemeenschap; gemeente Monce); .

uobi:: {C} zaagblad (plant) (L. Serratula tinctoria).

uoff:: |woff| {C} bos met dicht kreupelhout.

Uofiten::

  1. {G} (stad in Ziyp).
  2. {N} (luchthaven; gemeente Uofiten); .

uokjame:: {U} roken (v schoorsteen), rook uitstoten; (= uokk + njame).

uokjamos:: {C} schoorsteen (op schip/locomotief).

uokk:: |wokk| {S} rook (zn); (sprkw) ef arfine mip ef ~ fes ef flecs: van de regen in de drup komen; (sprkw) pert ~ ur litel flecs: veel geschreeuw en weinig wol.

uokkars:: |wo..| {C} rokerij (waar vis of vlees gerookt wordt).

Uokkars-pt:: |wo..| {W} .

uokkaratjen:: |wo..| {C} roker (beroep: iemand die vis of vlees rookt).

uokkare:: |wo..| {K} roken (v ham, worst, vis ed).

uokkatjen:: |wo..| {C} roker (iemand die tabak rookt).

uokke:: |wo..| {K/U} roken (v tabak).

uokke-kanas:: |wo..| {C} rookcoup, rookafdeling (v trein, wachtkamer, restaurant ed).

Uokkelira mrts:: {N} (boektitel); .

uokk-epe:: {C} rookwolk.

uokke-tiyns:: |wo..| {Cmv} rookwaren (sigaretten, sigaren, pijptabak ed).

Uokke-tiyns-lacs:: |wo..| {N} (afk= UT-lacs) "Rookwarenwet" (vgl Tabakswet in Nederland); .

uokkiy:: |wo..| {I} gerookt (vlees, vis); rokerig (vol rook: v vertrek).

uokk-leja:: |wo..| {C} rookgordijn.

uokkos:: |wo..| {C} (pop) iets te roken, "rokertje" (sigaret ed).

Uokkos:: {N} (restaurant in Aflif); .

p:: {SX.vz} (gereduceerde vorm v eup; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) np = n eup: aan haar; 'karap = helkara eup: naar haar [toe]; eup.

upafteh::

  1. {Aef} tegenstrijdigheid.
  2. {I} tegenstrijdig.

upe:: {SX.gst} (vraagsx; samen met obj) hoe veel?; tu lelperrupe ef frint?: hoeveel vriendinnen heb jij?; do linne, gress ef mimpits trempupe lf ef zirrot: hij vraagt hoeveel boeken ik in de vakantie gelezen heb.

upn:: {I} (fig) opgewonden.

Uper:: {J/M}.

Uperr-pt:: {W} .

u-pira:: {C} (naam vd letter ); pira.

pjader:: {F}.

pjalos::

  1. {Aef; mv= ~es} verwensing; (os is GEEN nominalisatie-sx).
  2. {I} vervloekt.

pjaloses:: {mv} pjalos 1.

upjce:: {K} zich inbeelden.

upjcos:: {A} inbeelding.

upk:: {C; mv= ~a} vaart, snelheid, gang.

pk:: {C; mv= ~en} nood, calamiteit; prap kette kaf ~: in nood verkeren.

upka:: {mv} upk.

pkami:: {I} in geval van nood; in noodgevallen.

pk-are:: {C; rs= ~t} (afk= A) "noodgebied" (grote delen v Spok zijn administratief ingedeeld in "noodgebieden", dat zijn gebieden die een eenheid vormen in het geval v calamiteiten en de bestrijding daarvan, ongeacht districts- of gemeentegrenzen; veel voorkomende A's zijn: industriegebieden, berggebieden met lawine- en aardverschuivingsgevaar, laaggelegen gebieden met overstromingsgevaar; binnen n A bestaat een nauwe samenwerking tussen alle brandweerkorpsen en andere hulpverlenende instanties); .

pk-aret:: {rs} pk-are.

pk-crchof'ter:: {C} calamiteit (rampzalige gebeurtenis).

pk-crtiyr:: {C} noodhulp (hulp bij nood).

pken:: {mv} pk.

pkolsmurf:: {S} reservefonds.

plef:: {C} ras (zn).

plefjungeros:: {C} apartheid.

plef-prltt:: {I} raszuiver.

plef-qust:: {C} rassenhaat, racisme.

upmstf:: |M| {C; rs= ~et} zoutpan.

upmstfet:: |M| {rs} upmstf.

por:: {N} (rangeerterrein bij Korif); .

por-Annt:: {G} (dorp; gemeente Korif).

por-Doe::

  1. {G} (dorp; gemeente Tona armt ef Grt).
  2. {N} (volkshogeschool bij Tona armt ef Grt); .

Uprfgg:: {F} (Gar).

uprja:: {mv} uproje.

uproje:: {C; mv= uprja} geslacht, familie; er ef uprja clajote: sinds onheugelijke tijden.

ups:: {C} daad.

qu:: {VZ} (betrekking) tegen, contra; kirro melde ~ eft diktaturiy: we zijn tegen een dictatuur.

que:: {K} tegen zijn.

uquest:: {wst} uquestre.

uquesst:: {gst} uquestre.

uqueste:: {K} uquestre.

uquestos:: {C/A} uquestros.

uquestre:: {K; gst= uquesst; wst= uquest} voor een taak berekend zijn.

uquestros::

  1. {C} persoon die voor zijn taak berekend is; geschikte persoon.
  2. {A} het berekend zijn voor een taak.

qugei:: {I} excentriek, zonderling (v persoon).

quos:: {C} tegenpartij.

qutiy:: {C} tegendeel; lo ~ (afk= l/): in tegendeel.

ur:: {VG}

  1. (verbinding) en; Petriy trempe eft mimpit ~ Elsa lutterafe TV: Petriy leest een boek en Elsa kijkt tv; Petriy ~ Elsa lutterafe TV: Petriy en Elsa kijken tv; ~ oft oft = ur-oft-oft: en/of;
  2. (inleidend) ~ fit ef melde!: en zo is het!;
  3. (infinitief-bindend bij positioneel ww) do uokke ~ feldre: hij zit te roken; Elsa hiysta ~ zirde: Elsa heeft liggen hoesten; Elsa armtju'ecce kirroex quos ~ feldre: Elsa heeft liever dat we gaan zitten om te wachten; ef taxi-lenkatjen siytinte n ef pittatjens ~ ufire: de taxichauffeur moppert onder het rijden op de fietsers; wn.

r:: {PXimpr.c > mv} (oorspr Peg lw) (bijv) vrnt/rvrnt: turf/turven; o; 1.

uros::

  1. {Aef; mv= ~es} voorspoed; ... st ef ~ = st ef ~ frpj ... (vz-uitdr) (afk= .e.u.): in weerwil van ..., niettegenstaande ..., ondanks ...; (os is hier GEEN nominalisatie-sx).
  2. {I} voorspoedig.

uroses:: {mv} uros 1.

Uraka:: {N} (voormalige rederij, hoofdkantoor was in Zar-Husta); .

urkte:: {C; mv= urex} vlet.

Uranes:: {N} Uranus.

Uranes-mirra:: {W} .

urapas:: {IIef} Europees (bv); corvi'am.

Urapas::

  1. {G} Europa; fes ~: in Europa (maar buiten Spok); fes hskf ~: in Europa (inclusief Spok).
  2. {N} (hotel in Lammafin); .
  3. {N} (Bergparel-hotel in Quandep); .

Urapasa:: {Cef} Europese vrouw.

Urapas-ftyiy:: {C; rs= ..-ftyte} tamme kastanje (boom) (L. Castanea sativa).

Urapas-ftyte:: {rs} Urapas-ftyiy.

Urapas-hrsp:: {C} gaspeldoorn (Europese soort) (L. Ulex europaeus).

Urapas-ileset:: {W} (stadswijk in Amahagge); .

Urapas-kah:: {W} .

Urapas-mirra:: {W} .

Urapas-nunns:: {N} (sportcomplex; gemeente Lenano); .

Urapas-oftian:: {W} (stadswijk in Hirdo); .

Urapas-port:: {G} (baai (haven) bij Husta); .

Urapas-rolka:: {C} nachtzwaluw (L. Caprimulgus europaeus).

Urapas-sparot:: {C} Corsicaanse den (L. Pinus nigra var. maritima).

Urapas n:: [ef] ~ {N/G} (afk= U): de Europese Unie (EU).

Urapas-weg:: {W} .

Urapasy:: {Cef} Europeaan.

Urbanus:: {J}.

Urbany:: {J} Urbanus.

Urba-siddos:: {N} "Urba-brouwsel" (biermerk uit het Sinto-Urba-klooster); .

rbest:: {C} schutting.

rbest-plep:: {W} .

Urchen:: {M} (Gar).

Urenget-plep:: {W} .

Urepp:: {N} (uitgeverij in Trofy); .

urex:: |ks| {mv} urkte.

rf:: {I} groezelig.

Urho:: {J}.

uroft:: {SC} (fig) tussenweg, middenweg.

uroftiy:: {I} (fig) tweeslachtig, ambigu.

uroliy:: {C} urologie.

rozjep:: {mv} rozjep.

urp:: {I} vol naastenliefde.

urpiy:: {A; mv=enk} naastenliefde.

rpret:: {W} (buurtschap); .

urrfe:: {I} oubollig, boertig.

urrvu:: {C} sneeuwstorm.

Urrvu::

  1. {F}.
  2. {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Vlel); .

urr:: (= ur h) {III} wederom, en weer, maar weer.

ra-Polea:: {G} (dorp; gemeente Tanbr).

Urspokanisches Elementarbuch:: {N} (boektitel); .

Urster:: {G} (beek; gemeenten Agramo en Jatty (BF)); .

Urster-plkom:: {N} (spoorwegtunnel; gemeente Agramo); .

Urster-plyt:: {N} (spoorweglus; gemeente Agramo); .

Urster-reepiytnolac:: {G} (kabelbaan bij Jatty (BF)); .

Urster-wuma:: {G} (bosgebied tussen Flipa en Jatty (BF)); .

ursulina:: {C; mv= ~s} ursuline (vrw lid v RK kloosterorde).

ursulinas:: {mv} ursulina.

Ursulina-wlka:: {C} Ursuliner orde; .

rt:: {I} sterk (v koffie, karakter).

rtiy:: {A; mv=enk} sterkte (v koffie, karakter).

Uruqua:: {Cef} Uruguese vrouw.

uruquiy:: {IIef; mv=enk} Uruguees (bv).

Uruquiy:: {G} Uruguay.

Uruquo:: {Cef} Uruguees (bewoner).

urven:: {C} bergeend (L. Tadorna tadorna).

Urven-mirra:: {W} .

Urven-plep:: {W} .

rvrnt:: {mv} vrnt.

Urylle:: {F}.

Urrs:: {F}.

urzg:: {C} [huis]mus (L. Passer domesticus); futtof ef ~ zle: in een oogwenk, in een ommezien.

urzg-helk:: {C} ringmus (L. Passer montanus).

Urzg-mirra:: {W} .

Urzg-plep:: {W} .

us:: (= use) {PX.add > add} (us voor voc; use voor cons; benadrukt een pleonasme zodat uitgedrukt wordt dat de eigenschap zeer sterk aanwezig is) (bijv) ef useblakker sn: de hagelwitte sneeuw; ef usazino sitrona: de zeer zure citroen; ef usefrot fors: de sterk verfrissende, verkwikkende lucht.

us:: {SX} rus.

US:: {G/afk} VS; ~ vasavy ef teroresmiy: de VS wil het terrorisme aanpakken (enk en geen lidw); Unior Stats.

s:: {I} wazig.

s::

  1. {SX.gst} (modaal sx bij mv zinskern) moeten (als opdracht, verplichting, regel); tu prats: jullie moeten vertrekken; kirro kafts tx: we moeten belasting betalen; (bij ontkenning) moeten, behoeven; tu nert prats: jullie moeten niet vertrekken; kirro nert kafts tx: we behoeven geen belasting te betalen; t; se.
  2. {SX} se.
  3. {SX.vz} (gereduceerde vorm v efs; dl= Zuid-Liftka/Tigof/Lomky) (bijv) kafs = kaf efs: op hen, op die, erop (mv); 'karas = helkara efs: naar hen/die [toe]; er naar [toe] (mv); efs.

uf:: {I} gebruikelijk.

umelle:: {K} gebruikmaken van.

umellelira:: {VZ} (betrekking) met gebruikmaking van.

umellos:: {A} gebruikmaking.

Uaniy-cap::

  1. {N} (station).
  2. {G} (landtong; gemeente Reven-Paille); .

Uaniy-zefaiy:: {G} (inzinking; gemeente Reven-Paille); .

Usbekistn:: {G} Oezbekistan.

use:: us.

se:: (= s) {SX.gst}

  1. (geeft conj; bij mv zinskern; wens, aansporing, twijfel) ps arfins[e]: dat ze mogen komen; kwamen ze maar; kirro melts[e] fes fort: laten we op tijd zijn; (aan de korte vorm s wordt de voorkeur gegeven, mits er verwarring met het modale sx s ontstaat);
  2. (indirecte rede; bij mv subj als zinskern) do reppe, tem ardekirs melts[e] qurrediyn: hij zegt dat deze planten giftig zijn; Petriy linne, aftel tu arfins[e]: Petriy vraagt of jullie komen; (bij de indirecte rede wordt vrijwel uitsluitend de korte vorm s gebruikt, daar er nooit verwarring met het modale sx s kan optreden; de lange vorm se klinkt hier archasch); te.

ue::

  1. {K} gebruiken; ~ furt/g: gebruiken voor; besteden aan; ~ zt: gebruiken voor/als (bij wijze van; in de hoedanigheid van); do ~ sener tofeszollos furt/g eft kleter oto: hij gebruikt zijn spaargeld voor een nieuwe auto; do ~ ef wananj zt maliy: hij gebruikt een banaan voor de/als lunch.
  2. {Krs} verbruiken (net zo lang gebruiken tot het op is).

serstiy:: {I; [mv=enk]} serstriy.

serstriy:: {I; [mv=enk]} overspnnen, overwrkt; geprikkeld.

uest:: {C} gebruiker.

ue-vro'egios:: {C} gebruiksaanwijzing, handleiding.

usfrake:: {K} laten komen, toestemming/opdracht geven om te komen.

usienc::

  1. {Sef} zink (metaal).
  2. {I} zinken, van zink gemaakt.

Usienc-plep:: {W} .

Uierr:: {F}.

sije:: {SX.gst} (indirecte rede; bij mv obj als zinskern; schr) den ps tjelfsije pai Moffain, Elsa zjoffe: ze worden door Moffain gestraft, beweert Elsa; tije.

sit:: {SX.gst} (indirecte rede; bij mv echo als zinskern; arch) do tiffavy, lomp kettsit blul enn ef rists: hij wil weten, aan wie (mv!) de zwaarden worden gegeven; it.

skaliy:: {I; [mv=enk]} (fig) onhoudbaar, niet te verdedigen, niet vol te houden (v standpunt, gedrag ed).

uor:: {I} ~ furt: gebruikt voor; besteed aan.

uos:: {A} gebruik; besteding; (vrnl in samenstellingen) verbruik; (bijv) bensynn-uos: benzineverbruik.

uss::

  1. {Aef; mv= usta} toeval, samenloop van omstandigheden; lef ~: uiteraard, tenslotte, welbeschouwd (wat als vanzelfsprekend/bekend verondersteld mag worden; vaak als antwoord op een domme/overbodige vraag); aftel do chaquinde enelant? siy lef ~ do melde eft Enelando: spreekt hij Engels? nogal wiedes, hij is een Engelsman; m ps stus nert fesentog Spooksoliy lef ~: zonder paspoort mag je Spokani uiteraard niet in.
  2. {I} toevallig; noi ~: toch al niet; gress qufe do noi ~: ik mag hem toch al niet.
  3. {gst} uzre.

usse:: {K} verhoren (v gebed).

usseiy:: {Cef} (arch); ustiy.

ust::

  1. {I} aangeveegd; afgewist.
  2. {BZ; 3abstr/3semc} zijn, haar, van het, ervan.

usta:: {mv} uss 1.

uste:: {K} [af]vegen; aanvegen; afwissen.

ust:: {BZ} (= ust 2 re).

uste-kaf:: {K} opvegen.

stenne:: {U} broeien (v hooi); smeulen.

stennos:: {C} broei (in hooi); gesmeul.

uster:: {C} [penseel]streek.

ster:: {C} [eetbare] oester (L. Ostrea edulis).

ster-mirra:: {W} .

stess:: {C; mv= stesta} teek (L. Klasse: Arachnida).

stesta:: {mv} stess.

ustiy:: {Cef; mv=enk} (nominalisatie v ust 2) ef ~: de/het hare, de/het zijne, die/dat van hem/haar; (refererend aan abstr/semc zn); ust 2.

ustjge:: {K} oplichten, bedriegen.

ustjgelira:: {I} bedrieglijk.

ustjger:: {C} oplichter, bedrieger.

ustjgos:: {C} oplichterij, zwendel, bedrog.

usto:: {C} veeg (vlek).

sto:: {C} dochter.

stokursuus:: {G} (dorp; gemeente Nayes).

sto-mlp:: {C} schoondochter.

ustos:: {C} het aanvegen; het afwissen.

sto-taris:: {C} "dochtertoren" (minder belangrijke vuurtoren, beheerd door de gemeente); .

stoukr:: {C} boerendochter, boerenmeid.

ustut:: {I} noest, nijver.

ust:: {C} verschroeiing.

ustiy:: {I} verschroeid.

usynn:: (uasynn) {S} azijn; (sprkw) kaldo ~ crstyne lo grum terat dus qualostiyor weinoh: verboden vruchten zijn de zoetste.

uta::

  1. {SC} moment in je leven; do eft prylt ~ lelperre: hij heeft een nare tijd achter de rug.
  2. {I} over/in het algemeen.

Uts:: |utas| {Gmv} (riviertje; gemeente Plef); .

Uts-pnt-weg:: |utas-| {W} .

te:: {SX.add > add} (drukt een afname uit) (bijv) ef flifados misaners/ef flifadoste misaners: de vriendelijke winkeliers/de steeds minder vriendelijk wordende winkeliers; ef mindefit ksto/ef mindefitte ksto: het rode kleed/het verblekende rode kleed (het steeds minder rood wordende kleed); groft quxos melde ollate: zijn optreden wordt steeds minder plezierig; (vaak iro) hordte wnzol meldelira!: een mooi weer vandaag! (terwijl het juist rotweer is); ott.

Uteer::

  1. {J}.
  2. {N} (naam v steenkolenmijn; gemeente Clat); .

Uteer Chafe-mirra:: {W} .

Uteera:: {M}.

tefusot:: {F}.

uttjl:: {C} (schr) geheelonthouder.

utets:: {C} (dl= Zuidwest-Liftka) sloot.

utfin:: {I} (lett) breed; (fig) veelomvattend; ef ~ loin: de globale richting; de richting ongeveer; ef ~ wertl: de wijde wereld.

utfinacc:: {I} op grote schaal; grootschalig; veelomvattend.

Utfin Boert-mirra:: {W} .

Utfin Covent-plep:: {W} .

utfine:: {K} (lett) verbreden, breed/breder maken; (fig) uitweiden over.

utfiner:: {C} (lett) verbreding (wat verbreed is: breder stuk weg ed); (fig) uitweiding (waarover uitgeweid wordt).

Utfin Flecs-pt:: {W} .

Utfin Frt-mirra:: {W} .

utfin-fnkonela:: {I} multifunctioneel.

utfiniy:: {C} breedte.

Utfin Korda-plep:: {W} .

Utfin Kormond-mirra:: {W} .

Utfin Kryobiy-mirra:: {W} .

Utfin-kveer-mirra:: {W} .

Utfin Monrgt-weg:: {W} .

utfinos:: {C} (lett) verbreding, het verbreden; (fig) uitweiding.

Utfin Prusot-kah:: {W} .

Utfin Servas-plep:: {W} .

Utfin Terf:: {W} .

Utfin Vija:: {W} .

Utfin Wertl:: {N} "Wijde Wereld" (Bergparel-hotel in Ztso-ef-Wik (Afacha)); .

utiyf:: {C} stand, houding.

tjg:: {S} laagveen.

tjg-krlatjen:: {C} veenmol (insect) (L. Gryllotalpa gryllotalpa).

UT-lacs:: {afk} Uokke-tiyns-lacs.

u.t.l.k.:: {afk} (= ur tiyns lo k); tiyn.

ut:: {I} star.

to:: {F/J}.

ute:: {U} (lett/fig) verstarren; (fig) bekoelen (v ijver).

utharbiy:: {I} bestendig, onveranderlijk.

Utol:: {N} (winkelketen voor huishoudelijke artikelen); .

utos:: {C} (lett/fig) verstarring; (fig) bekoeling (v ijver).

tra:: {C} het ontstaan.

Utrm-mirra:: {W} .

Utrecht-tryp:: {Sef} trijp (bep soort meubelbekleding).

utt:: {I} (dl= Tigof) venijnig.

Utter::

  1. {F}.
  2. {N} (gloeilampenfabriek in Br); .

uttiy:: {I; [mv=enk]} (dl= Berref) venijnig.

utykett:: {C} etiket.

U:: |uw| {G/afk} Urapas n.

uxe:: {U} kleven, plakken (kleverig zijn).

uxe-bent:: {S} plakband.

uxos:: {C} geplak, gekleef; plakkerigheid, kleverigheid.

UUZ:: {afk} Deprtemen furt Ubara ur c-zutos.

Uver-agru:: {G} (bergtop in Ziffon-gebergte; 1133 m hoog); .

Uver-ses:: {N} (wegsrt langs autoweg M6; gemeente Keunee); .

Uvinas:: {F}.

uvory:: {C} (trad Spok motief: vervlechting v ronde, recht- en driehoekige figuren als versiering v [Erg] boeken, meubels, kerkinterieurs ed; vaak als smeedijzer uitgevoerd bij balustrades en leuningen); ; (DOM 26).

Uvory:: uvory.

Uvory-covent:: {N} (Erg klooster; gemeente Ubipa); .

Uvrgt-Jena-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Jena); .

Uvrgt-Lost-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Lost); .

Uvrgt-Meen-Kents:: {G} (Erg commune; gemeente Halest-Meen); .

u/Wr:: {afk} (= ur Waler); waler.

u/Wrs:: {afk} (= ur Walers); waler.

ux:: {I} strak; kortaf; kortweg.

x:: {C} cs.

uxrt::

  1. {Aef} verdriet; furt kost ~: tot mijn verdriet.
  2. {I} verdrietig.

uxrte:: {K} verdriet doen; deren; ef nert ~c gress: het deert mij niet; het kan mij niet[s] schelen.

uxezurrer::

  1. {C} korzelige opmerking.
  2. {A; mv=enk} korzeligheid.

uxezurriy:: {I} korzelig.

xijera:: {C} csijera.

Uxiy:: {M}.

x-zrer:: {C} cs-zrer.

uylle:: |wylle| {U} (op een mliy of in de duinen wonen).

ux:: {I} onderontwikkeld, onontwikkeld (v persoon, land).

uza::

  1. {C; mv= z} kruis.
  2. {C; mv= regelm.} soort (biologisch).

z:: {mv} uza 1.

uzaknyf:: {C} snoeimes.

Uza-mirra:: {W} .

uzaos:: {C} (alg) kruising.

uza-rta:: {C} kruisgewelf.

uzate:: {I} soortelijk.

Uza-weg:: {W} .

uza-rstipp:: {C} kruisspin (L. Araneus diadematus).

uze::

  1. {K} kruisen (v benen ed).
  2. {I} toevallig.

Uzenn:: {G} (beek; gemeente Lasy); .

Uzenn-pnt-weg:: {W} .

Uzenn-weg:: {W} .

uzer:: {Iid} (fig) lang||kort; ef stors rlempe ~: het verhaal is lang; ef stors cre ~: het verhaal is kort; vek-~: lang; tjt-~: kort.

uzige:: {K} behartigen.

uzigfetare:: {K} (fig) beantwoorden aan.

uzigfetaros:: {A} (fig) beantwoording.

uzigos:: {A} behartiging.

uzjce:: {K; vdw= p~} ondervinden, ervaren.

uzjcos:: {A} ondervinding.

uzgame:: {K} tolereren.

uzgem:: {I} tolerant, verdraagzaam.

uzra'e:: {C} omtrek.

uzrare:: {K} omploegen (v akker).

uzre:: {K; gst= uss} [om]spitten.

uzros:: {C} omgespit stuk grond.

 

© (2000) De Twee Hanen v.o.f. Kimswerd The Netherlands

DICTIO